|
|
|
GELOOF EN LEVEN
JAARGANG 112 (2008) nr. 2 -
LIED VAN HET BROOD (eucharistie) Vincent Van
Vossel CSsR -
KERK(GEBOUW) EN KERK(GEMEENSCHAP) + fr. Jeroen De Cuyper, Norbertijnerabt van
-Tongerlo -
GEBED TOT DE HEILIGE GEEST George
Gernaert -
DOOR DE VADER GEZONDEN -
TOEVERTROUWD AAN DE HEER -
DE VERREZEN CHRISTUS VAN ABOENA MANSOER (1) -
EEN STORM IN DE FARWEST Pieter De
Smedt s.j. -
BEN JIJ CHRISTEN ? Ben Van Vossel -
ICONEN IN DE RUIMTE -
ONTSTAAN VAN DE ICONEN P.
R. Caremans s.j. - BEZINNING BIJ
DE VERREZEN HEER VAN ABOENA MANSOER (2) Commentaar: Ben Van Vossel -
EEN CHRISTEN EVANGELISEERT! Ben Van
Vossel -
OVERLEDEN -
KONGO – DE DOKKEN – DE ICONEN Het
getuigenis van René Caremans, redemptorist -
VAN MISSIONARIS-PILOOT TOT KLUIZENAAR (1) -
MEEGEDEELD -
CHRISTENEN IN IRAK Ankawa.com en
Compass Direct News -
PAULUS GOES WERELDWIJD -
EXODUS "JIJ EN IK:EEN WONDER!" -
VOOR WIE? VOOR WAT? MENSEN GEOFFERD AAN IDEEËN
B.V.V. - BOEKENMAND - MYSTERY IN
LIED
VAN HET BROOD (over de H.
Eucharistie) Vincent
Van Vossel CSsR De
Zaaier heeft het graan verspreid, zijn
Vlees is Brood uit onze grond, dat
goud wordt in de zomertijd, en
rijp wanneer de maaier komt. Keervers: Wij
zijn als vrienden aangezeten verenigd
door uw Geest, om
het geslachte Lam te eten: het
Brood van ’t Bruiloftsfeest. Het
Zaad, gedorst en fijngewreven, zijn
Lichaam wordt voor ons gekneed, met
handen van het kwaad doorsneden, zijn
lichaam mengt zich met ons leed: (Keerv.) Ons
Brood is rood en opgerezen, want
Jezus’ Lichaam draagt de kracht, de
gist die opstanding zal wezen, van
’t nieuwe lichaam dat ons wacht. (Keerv.) KERK(GEBOUW)
EN KERK(GEMEENSCHAP) +
fr. Jeroen De Cuyper, Norbertijnerabt van Tongerlo Het
kerkgebouw van de abdij van Tongerlo bestaat dit jaar 150 jaaar (de
kerkgemeenschap aldaar 878 jaar). George
Gernaert Heilige
Geest, Neem
alle hoogmoed van mij weg maak
mij deemoedig en
blijmoedig. Geef
mij een diepe, innerlijke, geestelijke
rust, stilte
en ontvankelijkheid vol
van de zachtheid, tederheid
en fijngevoeligheid van Jezus met
Zijn respect, aandacht en begrip. Doe
geheel mijn wezen, mijn hart, mijn
ziel en geest en
al mijn vermogens open
staan voor de aanwezigheid, de
ingevingen en tekenen van
de Heer Jezus om
Zijn Vrede, Vreugde en Vriendschap te
ontvangen en
in Uw Gemeenschap en
door Zijn Genade te
komen bij God de Vader die
de Liefde zelf is. DOOR
DE VADER GEZONDEN TOEVERTROUWD
AAN DE HEER DE
VERREZEN CHRISTUS VAN ABOENA MANSOER (1) EEN
STORM IN DE FARWEST Pieter
De Smedt s.j. Ben
Van Vossel Geloof
jij? Het
is al vele jaren geleden. Ik had aan de vicaris-generaal, verantwoordelijk voor
het katholiek onderwijs in het bisdom Antwerpen gevraagd of er geen plaats vrij
was als godsdienstleraar. Ik werd door hem uitgenodigd voor een gesprek op het
bisdom. Ik ben de naam van die goede man vergeten, vicaris Raes, meen ik. In
ieder geval, eens dat ik goed en wel in een fauteuil zat en een kopje koffie was
gebracht, lanceerde die brave man het gesprek met de vraag: ‘Pater, gelooft
gij?’ Aan
dat soort vraag had ik me werkelijk niet verwacht, en wat ik als antwoord gaf
was in feite niet ter zake: zo van ‘maar meneer de vicaris, anders zou ik toch
geen priester blijven; anders zou ik
toch niet komen vragen om godsdienstles te geven enz.
In feite geen antwoord op zijn vraag. Tegenover mijn bijna
verontwaardiging deed de goede man
dan alsof hij zich wat geneerde voor zijn vraag. Maar eigenlijk, ja, eigenlijk
was dat een pertinente vraag, een vraag die echt op haar plaats was, de vraag
die ieder godsdienstleerkracht zich terdege zou moeten stellen. ‘Gelooft
gij?’ ‘Geloof ik?’ Ben
jij christen? Slechts
een paar weken later – ik ken niet meer de juiste omstandigheden – kom ik in
contact met iemand uit een protestantse vernieuwingsbeweging en die vraagt mij
op de man af (hij zag nochtans
duidelijk dat ik een kruisje droeg op de kraag van mijn jas): “Ben jij
christen?” Hij vroeg niet: ben jij katholiek, ben jij priester, ben jij
godsdienstleraar of zoiets... Gewoon maar: “Ben jij christen?” Een
ontnuchterende vraag, zoals Jezus die stelt aan zijn vrienden, nadat ze
volmondig en bijna elkaar overtroevend hebben naar voor gebracht wat de mensen
over Hem zeggen… Maar dan vraagt Jezus: “En gij, wie zegt gij dat Ik ben?”
Ik vermoed dat niet iedereen – na waarschijnlijk toch een kleine stilte - even
snel als Petrus heeft kunnen antwoorden, met overtuiging heeft kunnen
antwoorden. Het
zijn onvoorziene vragen die om een levensecht antwoord vragen: Gelooft gij? Ben
jij christen? En gij, wie zegt gij dat Ik ben? Jezus
op de troon bij jou? In
een brief uit Medjugorje las ik nog onlangs een boodschap die Mirjana tijdens
een persoonlijke verschijning van Maria ontving (2 december 2007). Het was in
zekere zin een weinig opgewekte boodschap, maar wel een die ons kan helpen om
tot het echt belangrijke in ons leven als christen door te dringen: “Lieve
kinderen, wanneer
ik vandaag in uw harten kijk, vervult
mijn hart zich met
droefheid en angst. Mijn
kinderen, hou een ogenblik halt en
kijk in uw harten. Is
mijn Zoon, uw God, er werkelijk op
de eerste plaats? Zijn
zijn geboden werkelijk
de maatstaf van uw leven? Ik
verwittig jullie opnieuw: zonder
het Geloof, is
er geen nabijheid van God, is
er geen Woord van God dat
het licht van het heil is en
het licht van een gezonde rede.” Mirjana
voegde er nog aan toe: “Met droefheid heb ik de Gospa gevraagd dat zij ons
niet aan ons lot zou overlaten en dat zij haar handen niet van ons zou
wegtrekken. Opnieuw heeft ze droef geglimlacht bij mijn vraag en zij is
weggegaan. Ditmaal heeft ze niet gezegd: “Ik dank u”. Mirjana
heeft na de verschijning meegedeeld: “Onze Lieve Vrouw (de Gospa) was zeer
bedroefd. Gedurende heel de verschijning waren er tranen in haar ogen”. Mirjana
heeft zelf ook een hele tijd geweend na de verschijning, alvorens de boodschap
van de Maagd door te geven. (Je kan een video van Mirjana zien tijdens de
verschijning van 2 december 2007 op onze website: www.geloofenleven.be
en daar surfen naar “nieuw” of “diapresentaties” (‘video van
extase’). De
boodschap en de sfeer die er rond hing heeft diepe indruk gemaakt op de personen
die ze gelezen hebben. Ze klonk net als de dringende oproep van een
missiepredikant die het essentiële van het geloof nog eens duidelijk en met
nadruk wil verwoorden en oproept tot radicale bekering. Ook
hier komt de niet te ontwijken vraag: “Kijk in uw hart. Is mijn Zoon, uw God,
er werkelijk op de eerste plaats? Zijn
zijn geboden werkelijk de maatstaf van uw leven?” Beste
lezer(es): wat is uw antwoord op deze vragen? Hier kunnen we toch niet gewoon
overheen lezen? Uw
rijk kome … Hierboven
kwam het evangelie reeds even aan bod met de vraag van Jezus: En gij, wie zegt
gij dat Ik ben? Eigenlijk betekent dat toch wel: ‘Wie ben Ik voor u’ en
‘Wat beteken Ik voor u’, ‘Welke plaats bekleed Ik in uw leven’? Wij
bidden vrij vaak: “Uw Rijk kome”. Het is een van de beden uit het ‘Onze
Vader’. Het ‘Rijk van God’,
het ‘Koninkrijk der hemelen’. Wij denken dan aan het hemels paradijs, maar
we mogen het wat algemener zien als het Rijk waar God heerst, waar God koning
is, waar Hij als koning erkend of aanvaard wordt. Ieder oprecht christen wil
zeker tot het Rijk van God behoren. Het Rijk waar God koning is. Maar neem nu
eens dat God koning wil zijn van uw hart, en koning wil zijn in uw leven.
(Gelieve vorige zin nog eens te lezen). Hoe kan dat als in mijn hart zoveel
andere zaken voorgaan, vóór God? Neem eens dat Hij het in mijn leven voor het
zeggen mag hebben, hoe kan dat als ikzelf baas speel en alles op eigen houtje
beslis? Als we dus bidden: “Uw Rijk kome”, menen we dat dan echt? Stellen
wij ons hart en ons leven dan echt voor Hem open. Dat zijn serieuze
beslissingen. Jezus
vertelt over het Rijk van God Luister
naar wat Jezus zegt (in de vorm van een parabel): “Het
Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen
in een akker. Toen
iemand hem vond, verborg hij hem weer, en
in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en
kocht die akker” (Mt. 13,44). Of
luister anders naar de volgende korte parabel: “Ook
gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op
zoek naar mooie parels. Toen
hij een parel van grote waarde had gevonden, ging
hij alles verkopen wat hij bezat en
kocht haar (Mt.13,45-46). Het
Rijk van God: een verborgen schat waar de mensen geen weet meer van hebben; maar
wat een vreugde als je die schat ontdekt, als je je bewust wordt wat het
betekent kind van God te zijn, door God bemind te zijn, dat Hij koning wil zijn
van je hart, dat Hij je leven wil binnentreden met zijn barmhartige liefde, dat
Hij je de weg wil wijzen naar het echte geluk bij Hem… ja, alles zou je daar
voor over (moeten) hebben. Het
Rijk van God: een kostbare parel, waar je al zo lang op zoek naar waart en nu,
pas nu, begin je in te zien dat het volstaat aan God de toelating te geven je
hart binnen te komen, er Heer en Meester te zijn en van heel je leven… Wat een
vreugde! Je zet er alles voor opzij, je gaat zelf ook opzij staan om Hem de
ereplaats te geven, Hem te laten beslissen over… over alles. Een diepe vrede
daalt in je hart, al kost het je nog wel om telkens weer opzij te gaan staan
voor Hem die het Licht, de Waarheid, het (echte) Leven is. Lees
in dit licht de Kerstboodschappen van Maria te
Medjugorje: Uit
de Boodschap van 25 december 2007 tot Marija: “Lieve
kinderen,met grote vreugde in mijn hart breng
ik jullie de Koning van de Vrede, opdat
Hij jullie met zijn zegen zou zegenen. Aanbid
Hem en geef tijd aan uw Schepper naar
wie jullie hart verlangt. Vergeet
niet dat jullie op deze aarde voorbijgangers zijn en
dat de dingen jullie kleine vreugde kunnen schenken, terwijl
jullie, door mijn Zoon, het eeuwig leven gegeven wordt. Daarom
ben ik met jullie om jullie te leiden naar
datgene waar jullie harten naar verlangen. Dank
dat jullie gehoor hebben gegeven aan mijn oproep. Uit
de Boodschap van 25 december 2007 aan Jakov: Lieve
kinderen, vandaag nodig ik jullie op een bijzondere wijze uit jullie open te
stellen voor God en dat elk van jullie harten vandaag de plaats mag worden waar
Jezus geboren wordt. Kinderen,
heel die tijd dat God me toelaat bij jullie te zijn, verlang ik jullie te leiden
naar de Vreugde van jullie leven. Kinderen, de echte vreugde van jullie leven is
God. Daarom, kinderen, zoek de vreugde niet in de dingen van deze wereld, maar
open jullie harten en verwelkom God. Alles
gaat voorbij, kinderen, alléén God blijft in jullie hart. Dank dat jullie
gehoor hebben gegeven aan mijn oproep. ICONEN
IN DE RUIMTE P.
R. Caremans s.j. In
1976 nam Pater Guido Van Hunsel zaliger, leraar van esthetica aan het college
van het Eucharistisch Hart te Essen, in samenwerking met dhr. Rogier tal van
foto’s van iconen waar pater R. Caremans zaliger - zelf iconograaf – telkens
een korte commentaar bij schreef. Als inleiding
op het fotoalbum plaatste hij volgende korte maar verantwoorde tekst over het
ontstaan van de ‘iconografie’ binnen de christelijke kerkgemeenschap. “Paulus
bracht naar Hellas Christus en zijn leer: een
nieuwe kerkgemeenschap... die
voor hemelse mysteries naar een eigen aard zocht, een nieuwe stijl als
antipode, als een bewust zich afzetten tegen schoonmenselijke, maar
heidense, zielloze beeldenrijkdom. De
Blijde Boodschap is geen mythologie! Handelslui
gingen en keerden naar en van Egypte, toen
sedert mensenheugenis een Griekse kolonie. Ook
bedevaarders pelgrimeerden naar
de graven van heilige kluizenaars in de woestijn… en
ontdekten meteen de eeuwenoude dodencultus, met
zijn verbijsterende mummieportretten, beelden
van de vergeestelijkte mens, in eeuwige vrede en rust. Van
daar naar de eeuwige zalige ‘Rust in God’ is
maar een stap, wel
een hemelbrede stap. En
zo verschenen, na korte of langere tijd van bezinning en ervaring, heilige
afbeeldingen, als christelijke mummieportretten eerst
op de muren van hun bescheiden bedehuizen … en
na jaren ontwikkeling – en beeldenstrijd – op het kleine paneel. Een
nieuwe kunst van een
nieuwe kerkgemeenschap. Geduldig
werk van vrome handen, gewijd
voor de eredienst, heiligdom
geworden: Icoon. “Evangelie
voor ongeletterden” “Predicatie
in lijn en kleur” “venster
op de Eeuwigheid” (Lees
verder over pater Caremans op blz. 64 tot 66) BEZINNING
BIJ DE VERREZEN HEER VAN ABOENA MANSOER (2) Commentaar:
Ben Van Vossel Ben
Van Vossel Een
christen gelooft, bidt, een christen viert, een christen brengt “GOED
NIEUWS” door woord en leven. Dit laatste vormt soms een probleem. We
hadden ooit een (maandelijkse) gebedsgroep van zo’n 50/60 jongeren. Waw! Er
werd gezongen, lofliederen, vaak in het Engels, er werd duchtig
in de handen geklapt, gemusiceerd met guitaren en drums, er werd
onderricht gegeven. We noemden die samenkomsten LLL: Lofprijzing – Luisteren -
Leven. De laatste L stond er om te beduiden dat het niet volstond te Lofprijzen
en naar Gods woord te Luisteren, je moest ook van (en volgens) dat woord gaan
LEVEN. Als
voornaamste kenmerk van het christelijk LEVEN - zo waren we van oordeel -
dienden wij ons vooral te richten naar wat Jezus zei: “Hieraan moeten de
mensen kunnen zien dat je mijn leerlingen bent, aan de liefde die je hebt voor
elkander”, en nog zo’n woord van Jezus: “Ik geef jullie een nieuw gebod,
je moet elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad”. Kortom: het gebod
van de naastenliefde als de andere zijde van het gebod van de liefde tot God. Een
prachtidee. En dus… kwam er de uitnodiging tot die jonge mensen om zich te
engageren tot een maandelijks (of was het wekelijks?) bezoek aan een of enkele
bejaarden in een bepaald bejaardentehuis. De Bejaarden BezoekPloeg was geboren,
de B.B.P.. Voorstel was om die bezoeken aan bejaarden per twee te doen; Jezus
zond zijn leerlingen ook vaak twee aan twee uit. Een tiental jongeren gaven zich
op. En wat werd het resultaat? Twee ploegen functioneerden goed. En één ploeg
hield het enige maanden uit. Daarna was het afgelopen. Maar men heeft nog lange
tijd verder gezongen en geluisterd (LL). Zo
zijn er veel gebedsgroepen van christenen, en gemeenschappen, en allerlei
christelijke verenigingen die heel mooie samenkomsten houden, heel vroom… maar
niet vruchtbaar zijn naar buiten. Niet
getuigen van de verrezen Heer door hun woord, hun levensgetuigenis of hun
dienstbaarheid. Spijtig,
maar dat kan niet! En dat blijft niet duren. Ofwel
– als je bijvoorbeeld een contemplatieve groep bent – zal dat toch een
stilzwijgend getuigenis zijn, ofwel moet je door geschreven, of gesproken woord
getuigen en naast dat woord er ook de daadwerkelijke dienst aan medemensen bij
plaatsen als waarmerk. Anders ben je als een dorre rank aan de wijnstok. In
de kerk moet dat alles immers aanwezig zijn en blijven: Het geloof, het
samenkomen rond het woord van de Heer en om de sacramenten te vieren, de
verkondiging én de daadwerkelijke naastenliefde. Dan pas heb je de kerk van
Jezus. Elke christelijke gemeenschap zal aan die 4 kenmerken van de Kerk een
plaats moeten geven in haar leven. Natuurlijk zal deze of gene christelijke
groep het ene aspect wat meer beklemtonen dan het andere, maar de gerichtheid
naar die kenmerken moet wel aanwezig blijven. En
ieder christen moet zich voor die kenmerken openstellen. Evangelisatie:
is dat ook voor mij? -
Het Blijde Nieuws uitdragen gebeurt heel eenvoudig wanneer een vader of moeder
hun kind spreken over Jezus, wat over Hem vertellen en ook over de weg die Hij
getoond heeft naar het geluk. (Dat kan ook een oma of opa, of oom of tante
doen). Maar soms vraagt het wat meer moed om ook aan onze ouder wordende
kinderen in alle eenvoud te getuigen wat het geloof voor jou betekent, of in je
krant een rustig maar helder antwoord te geven op een of andere gemene of
lasterlijke uitspraak van een of andere BV die zich wat wil profileren. Of
misschien gewoon je mening zeggen op je werk, in je bureel, op een wijze manier
(en misschien eerst even spreken met de Heer wat je best doet en hoe)… -
Maar Blij Nieuws brengen betekent ook: mensen laten delen in de welvaart, in de
nabijheid, in je kundigheid of verstand, mensen die door de natuur of hun
familiale omstandigheden daar grotendeels van verstoken zijn: mensen van hier,
mensen veraf, mensen van eigen volk, allochtone mensen. Het
is niet goed om maar één van die twee manieren in praktijk te brengen: je
vervalt dan ofwel in louter filantropie, of in leeg geëvangeliseer zonder
daden, waar Jacobus in zijn brief nogal mee spot.Maar dit is wel duidelijk: uit
ons gebed, uit onze vieringen, uit onze enthousiaste lofprijzing moeten daden
volgen… Had
u een idee? Voor uzelf? Voor uw gebedsgroep? Voor jullie als echtpaar of als
gezin? OVERLEDEN Het
getuigenis van René Caremans, redemptorist Pater
Caremans, Redemptorist, werd geboren te Hoboken op 20 maart 1907; zijn ouders
waren Louis en Maria Van Hasselt. Hij was een van die humoristische mensen, die
u aanvankelijk wat choqueren door hun woorden en u wat paf doen staan. Wanneer
je hem beter leerde kennen, trof je enkel een positieve ingesteldheid aan. Maar
plezant doen, dat kon hij niet laten. Was dat het Antwerpse of Hobokense dat er
in zat, ik weet het niet, het zat in hem gebakken. Dat wil niet zeggen dat zijn
levensweg steeds over rozen liep. Hij zal nog vage herinneringen gehad hebben
aan W.O.I, maar later in ieder geval heel duidelijk aan de 2de wereldoorlog.
Zijn ideaal van priester-redemptorist had hij toen al mogen verwezenlijken. Hij
werd geprofest te St.-Truiden op 21 sept. 1927 en priester gewijd te
Beauplateau-Tillet op het feest van Maria-ten-hemel-Opneming, 15 augustus 1932.
Zijn humaniora-studies had hij grotendeels in Hoogstraten gedaan, maar de
laatste twee jaren (poësis en rethorica) deed hij te Essen aan het College van
het Eucharistisch hart. Hij zou daar later nog naar terugkeren. Beperkte
activiteit hier en in Kongo René
had geen al te sterke gezondheid. Misschien was dat de reden dat hij niet zo
onmiddellijk voor de missies benoemd werd maar eerst enige tijd doorbracht in
Essen, Jette, Roeselare en Gent? Het zal hem als vurige jonge priester wel hard
gevallen zijn. Wat een opluchting toen hij dan toch op 15 augustus (!) 1936
benoemd werd voor de vice-provincie Kongo. Op 14 oktober meert hij aan te
Matadi. Samen met zijn reisgenoot p. Léon Dereau doet hij daar eerst zijn 2de
noviciaat onder leiding van p. Koenraad Schepens tot februari 1937. Dan wordt
hij naar Kimpese gezonden om op het juvenaat voor aspirant-broeders van de
congregatie les te gaan geven. In maart 1939 wordt hij benoemd voor Kasi; kort
daarop wordt hij evenwel ziek en blijkt dat het apostolaat in Kongo te zwaar
valt voor zijn gezondheid. Uitgeput bereikt hij het thuisland op 18 juli 1939.
Waarschijnlijk erg ontgoocheld over de mislukte start van zijn apostolaat. De
liefde voor de missies zal hem echter niet verlaten.
Predicatie…
met mondjesmaat Na
enige maanden is zijn gezondheid wat hersteld, maar dan dreigt de 2de
wereldoorlog los te breken. Zo verblijft hij dan van 1940 tot
Dan
maar “Dokwerker” in dienst van de missies Er
komt echter een andere levensvulling in de plaats, meer in de lijn van zijn
missiedroom. In juni 1945 wordt hij benoemd te Antwerpen om de missieprokuur
opnieuw op te starten (Broeder Gabriël Menten die vóór de oorlog de
verzendingen deed naar onze missies van Kongo en de West-Indies was op 16 maart
1944 overleden). Nu de grenzen na de oorlog opnieuw geopend waren, neemt pater
Caremans dat werk weer op en hij gaat dit gedurende 21 jaar volhouden. Duizenden
(jawel!) kisten, koffers, postzendingen brengt hij naar de dokken om verscheept
te worden, voornamelijk naar Kongo. Hij noemde zichzelf de bassin-werker, de
‘dokwerker van de missionarissen’ omdat hij zo vaak naar de Antwerpse dokken
moest voor zijn dienst van het missiewerk.
Missietentoonstellingen Maar
stilaan, langsheen een zijdeur van zijn opdracht, ontluikt er een andere roeping
in hem. Om geld in te zamelen voor zijn missieprokuur,
het missiewerk van onze paters en broeders bekend te maken en
tegelijkertijd mensen uit te nodigen om het mee te ondersteunen organiseerde hij
tentoonstellingen in verschillende provinciesteden. Bij die exposities kwamen
ook zijn artistieke talenten tot uiting en tot ontwikkeling. Voor de
tentoonstelling ter gelegenheid van het Heilig Jaar te Rome maakt hij een hele
miniatuurweergave van de missie van Kimpese. Maar dan gebeurt er plots dit dat
hij in de casino van Gent naast zijn stand met het interieur van een Oekraïense
woning ook een iconostase oprichtte (waar hij zelf 25 iconen voor schilderde):
een soort wand, gedecoreerd met iconen, die normaal haar plaats heeft vóór het
altaar in omzeggens alle Orthodoxe en geüniëerde kerken. Zijn interesse voor
de missies had hem niet alleen in contact gebracht met onze missionarissen in
Kongo, de Antillen, Haïti, maar ook met onze Vlaamse paters die decennialang in
Oekraïne (en Canada) gewerkt hadden bij christenen van de (met Rome verbonden)
Melkitische kerk, tot ze door de Communisten werden buitengezet. Hij heeft zich
verdiept in de Oosterse kunstvorm van de iconen, heeft zich laten vormen in het
icoon-schilderen (in Basel, Zwitserland) en dit gaat nu de rest van zijn leven
bepalen, ook van zijn geestelijke groei. Een nieuwe periode in zijn leven
kondigt zich aan. Iconograaf Het
woord ‘iconograaf’ betekent eigenlijk: beeldschrijver. Een icoon, een
afbeelding van Christus of een of andere heilige, is immers een met het penseel
in vormen en kleuren geschreven geloofsbelijdenis of geschreven gebed. In 1966
wordt p. René ontlast van zijn werk in de missieprocuur. Hij is blij benoemd te
worden in Essen waar hij zich in alle stilte en rust volledig kan toeleggen op
het schilderen van iconen. Reeds vroeg in de morgen was hij bezig in zijn
atelier, en met aandacht en een vaste hand toverde hij die beelden van een
geestelijke wereld uit zijn penselen met behulp van de met eigeel aangelengde
kleurpigmenten, voorbeelden van oude Oosterse meesters. Hij heeft ook meerdere
tentoonstellingen georganiseerd voor zijn iconen. Vele malen (64 tot 66) heeft
hij de icoon van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand geschilderd. In een
vergeten zijgang van ons klooster van Gent, hangt nog een mooie, reuzengrote
kopie van deze icoon, evenwel gruwelijk geschonden door personen die iconen niet
meer naar hun geestelijke en menselijke waarde wisten te schatten. Calvarie
op weg naar huis Het
werd 1979 toen p. Caremans voelde dat zijn handen het penseel niet meer konden
vasthouden of ze trefzeker aanwenden. Een pijnlijke artritis die enkel te dragen
was dankzij een hele reeks pijnstillers had alle gewrichten aangetast. Zijn
stijve en beverige vingers konden niet meer uitvoeren was zijn geest zou willen.
Dit werd zijn groot offer… Nu duurden de dagen ontzettend lang. Het gebed van
het iconen schrijven moest nu tot een ander gebed omgesmeed worden. Op zijn
kamer, in de kapel praatte hij met God. Wat er in hem leefde moest hij nu bijna
woordeloos uitzeggen naar zijn aanbeden Heiland en vereerde heiligen. Als hij
alleen was deed hij het ook wel halfluid. Drie onafgewerkte iconen bleven
verlaten in zijn atelier. Zijn
predicatie waren evenwel de vele iconen, met eindeloos geduld en toeleg in
kleuren geschreven, volgens oude regels. Zoals hij zelf samenvatte (je kan het
elders in dit nummer lezen): ikoon: “Evangelie voor ongeletterden”,
“Predikatie in lijn en kleur”, “Venster op de eeuwigheid”. Hij
overleed in de kliniek van Kapellen op 21 april 1982 op 75-jarige leeftijd. In
zijn adressenboekje op zijn kamer had hij genoteerd: “Als ik naar Huis zal
vertrokken zijn, zullen ze willen weten waar ik ben. Ik verwacht alle dagen de
dood. Maran atha! Welkom, Heer! Voor alles: fiat”. VAN
MISSIONARIS-PILOOT TOT KLUIZENAAR (1) MEEGEDEELD Ankawa.com
en Compass Direct News Aanslagen
in Bagdad en Mossoel Bericht
van 18 febr. 2008: Gisteren explodeerde een autobom aan de buitenkant van een
Chaldeeuwse (katholieke) kerk in Noord-Irak waarbij 2 mensen getroffen werden,
zo verklaarde een bisschop van Bagdad. De ontploffing was de 10de aanslag tegen
Irakese kerken op twee weken tijd. De
Chaldese hulpbisschop van Bagdad, Schlemon Warduni, bevestigde dat de
ontploffing buiten de Tahira-kerk ten Westen van Mossoel's al-Shifaa-wijk
slechts 2 personen geraakt had.. Volgens
de christelijke Irakese website Ankawa.com had de politie bericht gekregen, dat
een verdacht voertuig geparkeerd stond buiten de kerk en daarom hadden ze de
wijk afgesloten en wachtten ze op een team van bomexperten, toen plots de
bomauto explodeerde. De explosie verwondde een politieagent en een niet-geïdentificeerde
vrouw en beschadigde de kerk en ruiten in de omgeving. De aanslag kwam exact
twee weken nadat 2 kerken in Kirkoek, zo'n Die
explosies vonden in snelle opeenvolging plaats kort voor 17 uur buiten de
Chaldese Katedraal en de Syrisch Orthodoxe St.-Efremkerk. Bij deze explosies
werd niemand verwond. Van de Chaldese kerk werden de omgevende muur en de ruiten
vernield. Een priester vertelde dat de aanslag gebeurde aan de achterkant van de
katedraal waar we normaal christelijk onderricht geven, maar op dat ogenblik
hadden we daar geen activiteiten. Deze explosies grepen plaats enige dagen na
blijkbaar gecoördineerde bomaanslagen tegen 4 kerken en 3 kloosters in Bagdad
en Mossoel op 6 januari waarbij 6 slachtoffers vielen.
De explosies maakten zo een einde aan een periode van relatieve kalmte
waarin de belegerde Irakese christelijke gemeenschap een lichtpunt begon te zien
in het geweld.
Bedroefd
en bevreesd Een
zekere troost en bemoediging in deze beproevingen was de reactie van de
Eersteminister van Irak, Nouri Al-Maliki, die beloofde de kerkverwoesters te
vervolgen en hij zei ook nog dat zijn regering echt bekommerd is om de
veiligheid van de christelijke wijken, aldus de arabische website Elaph.com (8
jan.). Maar
met het geweld tussen de sjiïische en soenitische milities dat almaar doorgaat
in Irak, valt het te bezien voor hoeveel veiligheid de regering zal kunnen
zorgen. "Veel mensen werden gedood en velen werd ontvoerd dit jaar, dit
heeft tot gevolg dat onze mensen bedrukt en bevreesd zijn", stelt bisschop
Warduni. Hij had het ook over de moeilijkheid om te redeneren met de
terroristen, die niet alleen kerken maar ook moskeeën aanvallen. "Dit
alles gaat in tegen God, want dit zijn gebedshuizen".
Warduni deed een oproep tot alle gelovigen over de hele wereld om zich in
te spannen om terrorisme en geweld tegen onschuldige mensen in Irak te beëindigen.
Volgens officiële zegslui vormden de Irakese christenen 3 % van de bevolking vóór
2003. De voortdurende chaos en de rechtstreekse aanvallen op deze religieuze
minderheid heeft tienduizenden gedwongen hun huizen (en zelfs hun land) te
ontvluchten. Dat
Paulus het Blijde Nieuws wereldwijd wou verkondigen, wisten we natuurlijk al. We
hebben in ‘Geloof en Leven’ een lange reeks aan hem gewijd en daarin
verscheen hij ons als wereldwijde verkondiger van het Goede Nieuws dat Jezus
gebracht heeft, het Goede Nieuws dat Jezus zelf is. In het plan van de
Voorzienigheid heeft Paulus de taak gekregen - en op zich genomen - om dat Goede
Nieuws te brengen naar mensen van buiten zijn eigen geloofskring,
het Judaïsme. Zonder tekort te doen aan hen aan wie het Blijde Nieuws
het eerst verkondigd werd en voor wie de ‘beloften aan de vaderen gedaan’ op
de eerste plaats golden, mocht Paulus begrijpen dat Gods plan in Jezus, de
Gezalfde, alle mensen betrof. Wat een vreugde (voor ons als niet-Joden)! Wat een
grote, liefhebbende God, onze God. Paus
Benedictus de 16de heeft vorig jaar in de basiliek "Sint Paulus buiten de
muren" afgekondigd dat er een Paulusjaar zou gevierd worden van 28 juni
2008 tot 29 juni 2009, 2000 jaar na zijn geboorte. Natuurlijk zal dat jaar
vooral gevierd worden in Rome, de plaats van zijn martelaarschap en vooral in de
basiliek van St.-Paulus buiten de muren. De paus ziet dat jaar ook als een
vernieuwde uitnodiging en kans tot eenheid tussen de christenen zoals hij het op
het einde van zijn preek uitdrukte: "Moge Paulus het verlangen naar de
volle eenheid van alle leden van het mystieke Lichaam van Christus doen
voortgaan". EXODUS
"JIJ EN IK:EEN WONDER!" Website
van "Jij en Ik: een Wonder!": http://www.jijenik.be VOOR
WIE? VOOR WAT? MENSEN GEOFFERD AAN IDEEËN B.V.V. Eigen
gelijk en … geweld Ik
heb “Stalingrad” nog maar eens gelezen. Een oorlogsroman. Tijdverlies? Als
je dat boek de eerste keer leest doe je het zowat zoals je een oorlogsroman
leest, een beetje vanuit een morbide belangstelling voor oorlogsfeiten, in dit
geval voor de totale afgang van het geweldige leger van Hitler na zijn
schroeiende inval in Rusland (en Oekraïne), zijn grandioze successen, zijn
wraakroepende excessen en moordpartijen op weerloze burgers (vooral door de
SS-brigades), de ongelooflijke vernedering van de Russische mens (slavenvolk)...
Nu
lees ik dat boek met andere ogen. Ik volg de mens. Ik tracht te begrijpen. Ik
tracht na te gaan wat er gebeurd is, met welke bedoeling, ja, met welke
uiteindelijke bedoeling dat alles gebeurd is. En of dit wel de juiste manier
was, of dit “überhaupt” ergens toe kon leiden…? Op zulke krankzinnige
wijze het belang van één overtuiging, van één volk, van één partij, van
één opinie, van één man na te streven ... ten koste van al de rest! We
zien dan voor onze geest het gebeuren van de twee wereldoorlogen, de
kolonisering, de Golfoorlogen, de communistische wereldrevolutie(s), het
gebeuren van het moslimterrorisme, allerlei genociden in Afrika en elders... Voor
wie en waartoe? Voor
wie gebeurt dit alles? En wat is het uiteindelijk doel? Met de bijkomende vraag
of vragen: Wat valt eraan ten offer? Hoeveel mensen offert men op
en welke menselijke waarden treedt men met de voeten?
Voor wie? Voor wat? Zelfs
op het kleine niveau van ons eigen bezigzijn in deze wereld, van de eigen kleine
beweging waar we deel van uitmaken, is het van het allergrootste belang te weten
voor wie we leven en handelen en wat de uiteindelijke bedoeling is van ons
handelen. Want dit zal dan ook dat handelen zelf evenals de manier waarop we
handelen sterk (moeten) beïnvloeden en de uiteindelijke waarde ervan bepalen. Als
christen hebben we meer nog dan anderen de verplichting om na te gaan of ons
leven en ons handelen nog echt met God te maken heeft en of het nog echt bezield
wordt door Gods heilswil die het goed van de mens, van elk mens op het oog
heeft. De ultieme dwaasheid van het verleden toont wegen tot bekering.. BOEKENMAND MOREELS,
Réginald - & PINXTEN Rik -, De
grote Transitie. Gesprekken tussen een gelovig arts en een antropoloog zonder
God. Lannoo2007, 144 blz., 14,95 EUR. SINGELBERG WILSSENS,
M-A -, e.a. Singelberg. Het kasteel en het land van Beveren. Lannoo 2007, 271
blz., € 45. Verscheen gelijktijdig in een Nederlandse, Franse, Engelse, Duitse
en Spaanse editie. MYSTERY
IN GHENT” (Roman) Father John and the Just Judges’ (Father
John en de ‘Rechtvaardige Rechters’) By
Neb Singleberg
|