GELOOF EN LEVEN Jg 112 (2007) nr 2

 

 

HEILIGE MOEDER MARIA  naar Lanza del Vasto

DE VIER “BROERS” VAN JEZUS (1)  naar Paul-Laurent Carle, o.p.

ENGAGEMENT IN DE MARIA-KEFASGEMEENSCHAP

EN NOG BLIJ NIEUWS UIT DE GEMEENSCHAP

MARIA IN DE VISIE VAN SINT ALFONSUS DE LIGUORI

GRIGNION DE MONTFORT en Maria

LEVEN ALS KIND VAN GOD

CITAAT  Uit de nadenkertjes van Blaise Pascal,

JEZUS MAAKT NOG OOSTERSE VRIENDEN

ENIGE OUD-TESTAMENTISCHE CHRISTOLOGISCHE TYPOLOGIEÊN (3) Ben Van Vossel

DE KILTE VAN HET NIETS  New-age-muziek

DE KONINGSDOCHTER Uitnodiging tot het rozenkransgebed

JOHANNES PAULUS II OVER DE ROZENKRANS

DE PUZZEL

VIEREN IN HET GEZIN  Getuigenis op het Congres Brussel-Allerheiligen 2006

LUCAS IN PADUA? (3)  Samenstelling: Ben Van Vossel

KORTE GETUIGENISSEN

MARIA, ONZE GIDS   Naar ‘Prier’

DE EERSTE MISSIEVLUCHT NAAR KONGO (29)  Jozef Boon CssR

WATER  Een kleine gezondheids-tip

“TOT VRIJHEID GEROEPEN”  (Gal. 5,13)

BOEKENNIEUWS

“MYSTERY IN GHENT” (1) Father John en de ‘Rechtvaardige Rechters’ Roman by Neb Singleberg

PRIESTER BODAR TOONT EUROPA DE WEG  Naar Katholiek Nederland 2/02/2007

 

   ACTIVITEITEN BAGDAD - BEZINNINGEN - BIJBEL - BOEKEN - CHRISTEN in de WERELD - CHRISTELIJKE VORMING - CHRISTUS EN DE ISLAM -   DIAPRESENTATIES - EVANGELIE-LEZING - GEBED GEBEDSGROEP - GETUIGENISSEN - GEZINICONEN - INHOUD - JEZUS - JONGEREN - KERK en GELOOF - KERK WERELDWIJD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - KINDEREN - KUNST - LITURGIE - MEDIA -- MARIA - MARIA-KEFAS MORAAL - NADENKERTJES - NIEUW - NUMMERS - PARAY L.M. - PINKSTERSPIRITUALITEIT - PREKEN - ROEPING - SOCIALE INZET - SPIRITUALITEIT  THUISPAGINA UITZICHT - VERHALEN - VERVOLGINGWETENSCHAP - ZENDING -  ZONDAGSEVANGELIES in diapresentaties -

 

HEILIGE MOEDER MARIA  naar Lanza del Vasto

 

DE VIER “BROERS” VAN JEZUS (1)

naar Paul-Laurent Carle, o.p.

Simpele uitspraken moeten getoetst worden

Het lijkt wel eigenaardig dat er in onze tijd nog verstandige mensen zijn die zich willen bezighouden met een vraag als wie die broers van Jezus, waarover het Nieuwe Testament ons spreekt, nu eigenlijk wel zijn. Geseculariseerde christenen en theologen, die ook wel wat exegese hebben bekeken, maken zich daar hoegenaamd geen problemen omtrent, temeer omdat zij reeds lang een kruis hebben gemaakt over de maagdelijkheid van Maria, voor, tijdens en na de geboorte zoals de kerk dat nochtans nadrukkelijk leert, en dit gedurende zoveel eeuwen. Dat soort kwesties is hun te min.

De pater dominicaan Carle heeft zich daar toch aan gewaagd. “Gewaagd”, inderdaad, want in het boekje ‘Jésus’ dat in de herfst van 1994 verscheen poneerde Jacques Duquesne nog dat Jezus gewone broers en zusters had. Minstens 400.000 exemplaren werden van dat boekje verkocht. Jezus was, aldus Duquesne, niet het enige kind van Maria. Aangezien deze uitspraak inging tegen 2000 jaar onderricht vanwege de Kerk, vond pater Carle het zinvol om dan nogmaals een diepgaand onderzoek te doen van de geschiedenis, en een nauwgezette studie van het getuigenis van de evangelies en van de traditie (vooral ook deze uit Palestina met Hegesippos in de 2de eeuw). Glashelder bleek uit zijn onderzoek dat Jezus goed en wel het enig kind is van Maria en dat de ‘broers en zusters’ waarover het evangelie spreekt daadwerkelijk volle neven (en nichten) zijn langs Sint Jozef, de ‘vader’ van Jezus.

Pater Carle heeft bij zijn studie niets aan het toeval overgelaten, heeft alles uitgepuurd. Hij ontmaskert de apocriefe geschriften als vaak ontluisterende beschouwingen, soms niet meer dan fabeltjes die rond Jezus gebrouwd werden.  Zijn studie geldt dan hoofdzakelijk de 4 ‘broers’ die het Nieuw Testament vermeldt: Jakobus, Jozes (of José of Jozef), Simon en Judas.

 

De betekenis van het woord ‘broer’ in het Aramees

Het is niet onbelangrijk om eerst eens na te gaan wat het woord ‘broer’ in de taal van Jezus betekende. Ook al is het evangelie in het Grieks geschreven (volgens sommigen was er evenwel aanvankelijk een Aramees Mattheüsevangelie), toch steekt het vol Arameïsmen, Aramese zegswijzen. Het Aramees was de taal van Jezus en van zijn Galilese volgelingen. Welnu, in het hebreeuws en aramees heeft men geen woord om ‘neef’ en ‘nicht’ uit te drukken. Men zegt dan: ‘de zoon van de broer van de moeder’, of: ‘de zoon van de zus van de moeder of vader’. Het woord broer wordt er niet enkel gebruikt voor de echte zussen of broers, maar voor heel wat andere verwantschapsvormen: ooms, tantes, neven.

In het evangelie wordt het woord broers en zussen wel gebruikt in onze betekenis, maar ook in de betekenis van ruimere verwantschap (bv. neven en nichten) en zelfs in de heel ruime betekenis van ‘mensen die bij Jezus horen’ (christenen).

 

Deze 'broers en zussen' horen samen

Het is opvallend dat de broers soms alle vier worden opgesomd als een reeks, telkens verbonden met ‘en’ zoals in dit citaat uit Marcus: “Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” (Mc. 6,3). Ze worden dus allemaal in één adem, als een samenhorende reeks opgesomd. Over de zusters kunnen we eigenlijk niet veel zeggen omdat ze niet met name genoemd worden; we veronderstellen dus dat ze in dezelfde relatie tot Jezus staan als deze 4 broers want die ‘en’ (in het Grieks ‘kai’) in verband met zijn zusters houdt in dat zij deel uitmaken van diezelfde reeks.

Hun moeder is niet de moeder van Jezus

De 4 broers worden wel ‘broers van Jezus’ genoemd, maar hun moeder is niet Maria, de moeder van Jezus, maar ‘de andere Maria’. Mattheüs spreekt over deze ‘andere Maria’ bij de begrafenis van Jezus:

"Nadat hij (Jozef van Arimatea) een grote steen voor de ingang van het graf gerold had, ging hij heen. Maria Magdalena en ‘de andere Maria’ waren erbij en zaten tegenover het graf." (Mt.27,60-61)

 

En rond Jezus’ Opstanding:

"Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en ‘de andere Maria’ naar het graf kijken" (Mt. 28,1).

Wie die ‘andere Maria’ is wordt ons duidelijk als we volgende teksten beschouwen die over de kruisiging van Jezus handelen:

Mc.15,40 "Er stonden ook vrouwen op een afstand toe te kijken; onder hen bevonden zich Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en  Salome"(zij staat ook bij die twee Maria’s).

Ook in Mattheüs 27,56 staan enige vrouwen van verre toe te zien die opnieuw worden opgesomd: “Onder hen bevonden zich Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus en Jozef en (dus naast die twee Maria’s) de moeder der zonen van Zebedeus” (hier wordt duidelijk wie Salome uit vorige tekst is, namelijk de moeder van de apostelen Jakobus en Johannes, beiden zonen van Zebedeüs, de ‘zonen van de donder’ zoals Jezus die wat opvliegende jongemannen noemde).

Het wordt ons dus stilaan duidelijk wie die ‘andere Maria’ (naast Maria uit Magdala) is; zij krijgt als een soort eretitel de naam van haar twee oudste zonen naast zich, Jakobus en Joses (of Jozef), maar eigenlijk zijn er ook nog Judas en Simon.

We komen zelfs aan de weet wie haar man is. In het Johannesevangelie wordt zij namelijk genoemd (in het Grieks) ‘Maria hè tou Kloopa’, Maria, de vrouw van Klopas : “Terwijl de soldaten hiermee bezig waren, stonden bij Jezus ‘ kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria (de vrouw) van Klopas en Maria Magdalena” (Joh. 19,24c-25). Tussendoor leren we uit deze tekst dat de vrouw van Klopas (dus onze ‘andere Maria, de moeder van Jakobus en Joses) de zus is (of wordt genoemd) van Maria, de moeder van Jezus.

De ‘andere Maria’ wordt dus aangeduid als ‘de moeder van Jakobus’ of ook als ‘Maria, de moeder van Jakobus en Jozef (Joses)’ of ‘Maria (de vrouw) van Klopas'.

Maar als de ‘andere Maria ’in deze tekst van Johannes aangeduid wordt als zus van Maria, Jezus’ moeder, dan toch deze bemerking: in dat Galilese milieu kwam het niet voor dat men binnen hetzelfde huisgezin eenzelfde voornaam ging gebruiken voor een tweede kind, zelfs niet als het halfzusters waren. We gaan we dat woord ‘zus’ dus anders moeten verstaan; hier naar alle waarschijnlijkheid in de betekenis van ‘schoonzus’. De ‘andere Maria’, de moeder van Jakobus en Jozes en vrouw van Klopas was vermoedelijk de zus (of verwante) van Jozef, de man van Maria, Jezus’ moeder. En in die zin zijn die vier ‘broers’ en de niet bij naam vermelde ‘zussen’ ook de volle neven en nichten van Jezus. In hun taal werden dat allemaal Jezus' ‘zussen en broers’ genoemd, wat ze in onze betekenis duidelijk niet waren. De ‘andere Maria’, de moeder van Jakobus en Joses en Judas en Simon (en van nog een paar dochters) was de schoonzus van Maria, Jezus’ moeder en dus de tante van Jezus.

(Lees in volgend nummer: Hun vader is niet de vader van Jezus)

 

ENGAGEMENT IN DE MARIA-KEFASGEMEENSCHAP

 

EN NOG BLIJ NIEUWS UIT DE GEMEENSCHAP

 

MARIA IN DE VISIE VAN SINT ALFONSUS DE LIGUORI

 

GRIGNION DE MONTFORT en Maria

De heilige Louis-Louis Grignion de Montfort had tijdens zijn leven als volksmissionaris, lange tijd voor Sint Alfonsus, een vermoedelijk nog verder uitgewerkte visie op Maria’s plaats in het heilsplan van God en tot de geestelijke groei en vruchtbaarheid van de christen en het kerkelijk apostolaat. Zijn visie op Maria en haar rol in het (huidige) heilsbestel stond in scherp contrast met de visie van de Hugenoten, de Jansenisten en libertijnen van zijn tijd. Hij beleefde een sterke godsvrucht tot Maria en bracht die met overtuiging over tijdens zijn gloedvolle missies en predicaties als ‘apostolisch missionaris’. Wij zullen in volgend nummer zijn visie op Maria even opnieuw belichten.

 

LEVEN ALS KIND VAN GOD

 

Mysterie van Liefde

“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God …”

Sommige lezers zullen zich nog herinneren dat deze woorden uit de proloog van het Johannesevangelie, op het einde van elke Eucharistieviering werden voorgelezen door de celebrant. “Het laatste evangelie” noemden we dat. “En het Woord is vlees geworden”.

Deze paar woorden uit het evangelie wijzen ons naar Jezus als de Zoon van God die is mens geworden. Jezus, Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. Van alle eeuwigheid heeft de Vader zich uitgesproken in de Zoon. “God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God”. Goddelijke Gemeenschap waarin de heilige Geest de Liefde is tussen Vader en Zoon. Mysterie van Liefde waarvoor wij enkel in aanbidding kunnen buigen, dankbaar dat Jezus ons een glimp van dat mysterie heeft geopenbaard.  

Hij is de icoon van de onzichtbare God

Zo heeft God de mens gedroomd. Een scheppingsdroom die we niet hebben waar kunnen maken. Het was echter niet de laatste droom van God. Op de scheppingsdroom volgde de incarnatiedroom met de lange (volgens menselijke maatstaven) voorbereidingstijd van het Oude Verbond. Toen heeft de Zoon ons bestaan aangenomen in het mysterie van de Menswording (Incarnatie). De Zoon kwam voorleven hoe een mens kon leven als kind van God. En omdat Hij de Zoon was heeft zijn leven Gods oorspronkelijke droom levend gemaakt, een droom die wij allen aan ons werkelijkheid kunnen laten worden als wij ons bij Jezus aansluiten.

De schrijver van de brief aan de christenen van Kolosse drukt het reeds mooi uit hoe “Jezus de icoon, het Beeld is van de onzichtbare God”.  De enige echt originele “niet-door-mensenhanden-gemaakte” icoon. Hij is het origineel waar wij allen naartoe moeten groeien als wij doel van ons mens-zijn willen bereiken. Wij moeten dan ook echt naar Jezus kijken, toekijken hoe Hij is, hoe Hij leeft, wat Hem bezielt, hoe Hij er uitziet, hoe Hij omgaat met mensen, hoe Hij omgaat met … God. En naar Hem luisteren natuurlijk.  “Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem”, zegt de Vader.  “Doe maar wat Hij u zeggen zal”, zegt Maria ons.

 

Bevestigen – bemoedigen – verder helpen

Wij hebben allen wat houvast nodig in het leven. Als je de grond onder de voeten kwijt geraakt, val je in een zwart gat, zoals  men het uitdrukt, in een diepte waarin je je verloren voelt. Bevestigd en bemoedigd worden lijkt onontbeerlijk voor een kind, opdat het later kan uitgroeien tot een min of meer evenwichtig mens, die ook nog medemens kan zijn, en die op zijn beurt anderen kan bemoedigen, opdat ze mens kunnen zijn of worden.

Mens voor de mensen zijn is dan ook onze allermooiste (niet altijd de aller-gemakkelijkste) roeping en zending.  Menselijke bevestiging bieden, liefde, bemoediging, hulp, een vriendelijk woord, een kleine dienst… Eigenlijk maakt dat ons juist zo God-gelijkend: dat we anderen liefhebben, bemoedigen, bevestigen.

In het andere geval helpen we een ander niet echt vooruit. Zijn we geen betrouwbaar iemand, geen trouw iemand, maar een huurling, een profiteur die anderen gebruikt, of een rivaal, of een valse gids (valse profeten hebben wel eens de wind mee) of iemand die anderen meetrekt in zijn eigen egoïstisch web van materialistische bedoelingen op de kap van anderen.

 

Op God vertrouwen

Jeremia schreef het al aan het Oude Godsvolk:  “Vervloekt is hij die alleen op mensen bouwt en zich afkeert van de Heer”. En Paulus doet er nog een schepje bij: “als we enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen”. En Jezus geeft ons in het begin van de bergrede dan ook de diepe spiritualiteit, die aan zijn eigen leven getoetst is: Hij vertrouwt radicaal op God, zoals een kind op zijn ouders, en daarom leeft Hij in het rijk van God, in Gods invloedssfeer en onder zijn hoede. Hij had honger naar een leven volgens Gods verlangen. “Mijn voedsel is het de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft”. Het ging Hem naar het hart dat er nog zoveel duister, zoveel hardheid, zoveel pijn was onder de mensen. Maar na zijn verrijzenis bracht Hij enkel vreugde en vrede die van Hem uitstraalden. Hij is vervolgd omdat Hij Gods verlangen deed doorheen alles en Hij is niet achteruit gegaan. Het antwoord van de Vader was de verrijzenis.

 

In de Zaligsprekingen zien we Jezus zelf

- In zijn “Bergrede” vermaant Jezus ons om niet te bouwen op macht en rijkdom en invloed en relaties… We hebben dan van God niets meer te verwachten. Daarom zegt Hij: ‘Zalig de armen’ en ‘Wee u, rijken, want wat u vertroost, heb ge al ontvangen’. Je invloedrijke relaties, je rijkdom, je bezittingen waar je je geluk in zoekt… Het kan nooit de volheid schenken waar een mensenhart voor gemaakt is. 

- ‘Zalig die nu honger lijdt’: hongeren naar gerechtigheid, naar het welbehagen van God. Want als we ons nu wentelen in oppervlakkigheid en egoïsme dat als toppunt van geluk wordt aangeprezen: wee u die nu verzadigd zijt, want gij zult honger lijden; je zal zien hoe arm je in feite bent.

- ‘Zalig die nu weent’: als onrecht en duisternis in de wereld ons niets meer doen, als we daar zo gewoon aan geworden zijn, komt er een tijd dat we wel zullen klagen en wenen.

- ‘Zalig wanneer men u vervolgt om de gerechtigheid’: Wanneer de mensen ons over heel de lijn gerust laten en wij ons in ons gedrag helemaal aangepast hebben aan de wereld en aan het wereldse denken van de straat, de politiekers en de media… het is teken dat je Gods waarheid niet meer uitstraalt.

 

Op God vertrouwd, is op rots gebouwd!

Zijn dit harde woorden in de Zaligsprekingen? Nee! Liefdevolle woorden van Jezus, enkel met de bedoeling om ons op de echte weg naar het volle leven te geleiden. Laat ons opkijken naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. Laten wij ons vooral spiegelen aan zijn radicaal vertrouwen op God.  Spreek dezer dagen vaak uw vertrouwen uit in God. Laat een groot verlangen je bezielen om elk moment Gods verlangen te doen, het is de enige weg naar het echte geluk. Zie het verkeerde in de wereld, het spijtige en tracht er iets aan te doen. Leef in contact met de Heer Jezus (keep in touch!) en vraag de heilige Geest dat Hij je begeleidt en sterkt.

 

 

CITAAT  Uit de nadenkertjes van Blaise Pascal,

Niet alleen kennen we God

enkel door Jezus Christus,

maar we kennen ook onszelf

enkel door Jezus Christus.

Pensées (548)

 

JEZUS MAAKT NOG OOSTERSE VRIENDEN

 

Een klein getuigenis naar Arabvision

Vanuit Nederland werkt men nogal sterk om ook moslims Jezus - die ook in de Koran meerdere malen vermeld wordt - beter te doen kennen. Arabvision heeft verscheidene programma’s in de Arabische talen waarin Jezus en zijn Blij Nieuws op een goede manier kenbaar wordt gemaakt en tegelijk opgeroepen wordt om Hem te aanvaarden als de Redder van de mens. We geven hierbij de reactie van een kijker uit Saoedi-Arabië:

“Terwijl ik naar uw programma keek, voelde ik dat de woorden die werden gezegd voor mij bedoeld waren, maar ik negeerde ze. ‘s Nachts kon ik niet slapen, ik lag maar te denken aan wat ik had gehoord. Ik begon het gebed te zeggen dat jullie hadden voorgebeden en, hoewel ik een moslim ben, kreeg ik vrede en geloofde ik dat Jezus luisterde naar mijn gebed. Ik moet echt meer over God weten, want ik weet nu niet meer wie er goed en wie er fout is – de onbarmhartige of de liefdevolle God.”

Laten we dus bidden dat vele kijkers God leren kennen zoals Hij zich heeft kenbaar gemaakt in Jezus de Messias.

 

ENIGE OUD-TESTAMENTISCHE CHRISTOLOGISCHE TYPOLOGIEÊN (3) Samenstelling: Ben Van Vossel

 

DE KILTE VAN HET NIETS  New-age-muziek

In de mooie muziek uit New-age-middens beluister ik enerzijds het vogelgefluit, geluid van de wind, soms watergekabbel met panfluit en violen en op de achtergrond nog wat blazers, hoorns en dan wat piano of harpgetokkel… Mooi, esoterisch, soms wat vervelend, maar voor mijzelf – en dat is waarschijnlijk heel persoonlijk – ervaar ik het onpersoonlijke, de leegte en zelfs de kilte. Hoe mooi en aandoenlijk ook, toch komt het mij ijzig over. Ersatz. Een artificiële kosmos zonder ziel, alleen met onpersoonlijke elementen, een kunstmatige schepping waar de hand van de Schepper niet aan te pas is gekomen. Zelfs als er vagelijk stemmen klinken op de achtergrond, lijken ze me vaak nog eerder uit een synthesizer te komen dan uit het hart van mensen… Neem me deze aller-persoonlijkste impressie niet al te kwalijk.  Gelukkig zijn er ook een Franciscus van Assisi en pater Teilhard de Chardin… Die hadden het nog wel over de schepping in relatie tot God.

 

DE KONINGSDOCHTER Uitnodiging tot het rozenkransgebed

Commentaar van Raoul Auclair bij een woord van Maria aan Anna-Katarina Emmerich

 

JOHANNES PAULUS II OVER DE ROZENKRANS

 

Tijdens de algemene audiëntie van 16 oktober 2003 hield onze vorige Paus Johannes-Paulus II een toespraak ter gelegenheid van het begin van het 25ste jaar van zijn pontificaat. In die toespraak stelde hij de apostolische brief voor ‘De Rozenkrans van de Maagd Maria’ (Rosarium Virginis Mariae).  Hij verhaalde hoe hij tijdens zijn laatste reis in Polen zich tot de heilige Maagd heeft gewend met de woorden:

“Allerheiligste Maagd… verkrijg voor mij de lichamelijke en geestelijke krachten om de zending die de Verrezene me heeft toevertrouwd tot het einde toe te vervullen.  Aan u geef ik de vruchten van mijn leven en mijn dienstwerk; aan U vertrouw ik het lot van de Kerk toe … en in U heb ik vertrouwen en nogmaals verklaar ik: Totus tuus, Maria! Totus tuus! Amen (Ik ben geheel van U, Maria, geheel van U).

Het centrum van ons geloof is Christus, de Verlosser van de mens;  Maria werpt geen schaduw op Jezus en evenmin op zijn reddingswerk. Met lichaam en ziel ten hemel opgenomen is Maria de eerste die de vruchten smaakte van het lijden en de verrijzenis van haar Zoon.  Welnu,  zij is het die ons op de meest zekere manier geleidt naar Christus, het uiteindelijke doel is van ons bezig zijn en ons bestaan.

In zijn apostolische brief  ‘Novo millennio ineunte’ bij het einde van het Jubileumjaar richtte de paus tot de hele Kerk de aansporing van Christus “om naar het diepe te varen” en de paus voegde daaraan toe dat de heilige Maagd ons op die weg zou begeleiden. Aan haar heeft hij (samen met talrijke bisschoppen) het derde millennium toevertrouwd. “Toen ik de gelovigen uitnodigde om onophoudelijk het gelaat van Christus te beschouwen, heb ik diep verlangd dat Maria, zijn Moeder, voor ons allen de meesteres van deze contemplatie zou zijn (…). Maria wil ons in haar school het gelaat van Christus leren beschouwen" Toen verklaarde hij het jaar van oktober 2002 tot oktober 2003 tot jaar van de rozenkrans.

De paus wilde met dat jaar van de Rozenkrans Maria vragen om de genaden van het heilig jaar van onze Verlossing vrucht te laten dragen. Hij gaf dan wat uitleg over de rozenkrans, hoe je hem zo vruchtbaar mogelijk kunt bidden en hij deele mee dat hij aan de Blijde, droeve en glorievolle mysteries nog een reeks (van 5 tientjes) wildel toevoegen, de “lichtende mysteries” of de “mysteries van het licht” die over Jezus’ openbaar leven gaan van de doop in de Jordaan tot (de vooravond van) zijn heilig lijden met de instelling van de heilige Eucharistie (Doop van Jezus, de bruiloft te Kana, de verkondiging van het Rijk van God en oproep tot bekering, de gedaanteverandering op de berg, de instelling van de H. Eucharistie)

De paus verhoopte veel van dat "rozenkransjaar": “Dit jaar van de heilige Rozenkrans, dat we samen zullen beleven, zal zeker heilzame vruchten dragen in het hart van allen, het zal de werking van de genade van het grote jubileum van het jaar 2000 vernieuwen en intensifiëren en het zal een bron van vrede worden voor de wereld. Moge Maria, koningin van de heilige Rozenkrans, zoals we haar hier zien in het mooie beeld dat in Pompeï vereerd worden, de kinderen van de Kerk geleiden tot de volheid van de vereniging met Christus in de heerlijkheid!”.

Met aandrang vroeg paus Johannes-Paulus II dat afzonderlijke christenen en de gezinnen dit eenvoudige maar krachtige gebed opnieuw zouden ter harte nemen. “Laat mijn oproep geen dode letter blijven”. De rozenkrans is een gebed waarin we, geleid door Maria, het gelaat van Christus contempleren doorheen de (blijde, droeve, lichtende, glorierijke) mysteries van zijn leven zoals ze ons door de heilige Schrift worden voorgesteld. Wellicht een uitnodiging voor de komende meimaand?

 

DE PUZZEL

 

 

VIEREN IN HET GEZIN  
Getuigenis op het Congres Brussel-Allerheiligen 2006

Marc:

Goeiemorgen, wij zijn Marijke en Marc, zijn 13 jaar gehuwd en hebben 5 kinderen: Maarten (12), Klaartje (11), Pieter (10), Marieke (7) en Johannes (2,5 mnd).

Wij willen met jullie delen hoe wij in ons gezin vieren en bidden, maar dat is allemaal in de loop van de jaren gegroeid! Ook veranderde 'de manier waarop' regelmatig.

Marijke:

Toen Marc en ik in 1993 trouwden, had Marc al bewust gekozen voor ons katholieke geloof. En hoewel ook ik gelovig was opgevoed, had ik na mijn 18e de Kerk toch een beetje vaarwel gezegd, omdat het me allemaal niets meer zei. Dus zei ik vlakaf aan Marc dat ik niét elke zondag mee zou gaan naar de mis. Gelukkig aanvaardde Marc mij op dat moment zoals ik was!  Wel was ik zoekende en vol vragen, die ik open aan hem kwijt kon.

Wat we wel van in het begin deden, was eenvoudig bidden voor het eten. Ook lazen we elke avond samen een stukje uit de bijbel. En dat gewone lezen en ontdekken van het Woord moet stilaan toch zijn werk gedaan hebben!

Toen we een half jaar later in Tremelo gingen wonen en ik tóch een keer meeging naar de kerk, werd ik echter wel getroffen door de eucharistie. Onze parochiepriester legde in zijn preek in de eerste plaats het evangelie zélf uit en plaatste het in onze tijd, d.w.z. in het leven van elk persoonlijk. Met andere woorden: hij verkondigde de Blijde Boodschap rechtuit – en dat raakte me! Ook vierde hij de eucharistie op een zeer waardige manier en bovendien sprak hij ons, als nieuwe parochianen in zijn kerk, aan en zocht hij ons direct ook thuis op. Dit was het begin van een eerste bekering in mij. Vanaf dan ging ik wel elke zondag mee naar de mis.

Marc:  

Na de geboorte van ons tweede kind engageerde Marijke zich voor het kinderkoor van de parochie. Enkele jaren later werd ik er ook bij betrokken en gingen we voor de eerste keer mee op kamp met de misdienaars en koorleden. Het werd een boeiende ervaring! Hoewel de kinderen uit Tremelo evengoed “hedendaagse” kinderen zijn met weinig gelovige bagage, vierde onze pastoor toch elke dag eucharistie met hen op kamp. Dat werd ook voor ons een ware openbaring! Toen we weer thuis waren, besloten we dat vol te houden door dagelijks naar de mis te gaan in de parochie: omwille van onze kleine kinderen was dat de ene dag Marijke, de andere dag ik.

Ondertussen waren we na de geboorte van onze derde ook in de gezinsgroep in de parochie terecht gekomen. We ontmoetten elkaar één keer in de maand in de pastorie, maar begonnen onze samenkomst altijd met een uur aanbidding met rozenkrans in de kerk – weer iets nieuws voor Marijke. Maar Jezus deed, terwijl Hij daar uitgesteld stond, stilletjes verder Zijn werk met haar! En door het contact met andere gelovige gezinnen leerden we vanuit hun getuigenissen ook met onze kinderen bidden.

Marijke:

En zo groeiden we ongemerkt verder. Toen we 5 jaar getrouwd waren en 2 miskramen achter de rug hadden, gingen we op bedevaart (naar Medjugorje). Daar ontdekten we het belang van de dagelijkse rozenkrans. Zo hebben we een hele tijd, toen de kinderen nog klein waren en om 19 u. al in hun bedje lagen, samen als koppel de hele rozenkrans gebeden. Nu bidden we samen met de kinderen, onmiddellijk na het avondeten, meestal een rozenhoedje.

Klaartje (11 jaar):

Voor elk tientje zegt ieder van ons om beurt waarvoor we willen bidden. Ook de weesgegroetjes bidden we afwisselend voor, van klein naar groot. Soms hebben we niet veel zin of willen we liever een korter gebed, maar als het voorbij is zijn we altijd blij dat we samen gebeden hebben.

Marijke:

Ja, en regelmatig mogen we ervaren dat die intenties ook verhoord worden, dàt zijn bijzondere ervaringen van onze levende God!

Zo kwamen de kinderen op een gegeven moment met de vraag naar nog een broertje of zusje, maar we hadden na de jongste nóg 3 miskramen te verwerken gekregen. Daarom begon elk kind dagelijks te bidden voor die intentie. Dat hebben ze trouw een jaar lang volgehouden... en toen was ik inderdaad zwanger! Dan nog gaven we het bidden niet op en vroegen de Heer om een goede afloop en een gezonde baby. En dat werd Johannes, in augustus (2006) geboren...

(Vervolg van dit getuigenis in volgend nummer)

 

LUCAS IN PADUA? (3)

Samenstelling: Ben Van Vossel

In onze vorige afleveringen was er in de titel verkeerdelijk sprake van ‘Turijn’ in plaats van ‘Padua’. Met die vergissing waren we in goed (of slecht) gezelschap bij de mensen van Padua die de aanwezigheid van Lucas’ graf in hun midden eeuwenlang volledig vergeten waren. We hebben vorige keer iets meer geleerd omtrent de evangelist Lucas. We stellen in deze aflevering opnieuw vast dat de bevindingen van de wetenschappers zich goed inpassen in wat door de voorbije eeuwen werd overgeleverd en we luisteren tot slot naar een wat volkse overlevering met betrekking tot Lucas.

 

Vergeten schat

Het motief om het graf te openen en een minutieus onderzoek in te stellen was dus de vraag van de Orthodoxe aartsbisschop van Thebe (Griekenland), Hieronymos (1992 ) om een substantiële relikwie van de heilige Lucas te bekomen, aangezien de heilige het eerst in Thebe begraven werd. De Orthodoxe metropoliet was als pelgrim naar Padua gekomen om de heilige Lucas te vereren en dit bracht hem op de idee om een goed zichtbare relikwie te vragen om in het (ledige) graf te leggen in Thebe dat daar nog altijd vereerd wordt. Hij was van mening dat die schenking de oecumene (het streven naar eenheid tussen de verschillende christelijke kerken) ten goede zou komen en ook de broederlijkheid tussen de Orthodoxe en katholieke bisschop van Thebe en Padua. De bisschop van Padua vestigde er de aandacht op dat bij de Orthodoxe metropoliet niet de minste twijfel was omtrent de authenticiteit van de stoffelijke resten van de H. Lucas. Een beetje uitdagend voegde bisschop Mattiazzo er aan toe dat Oosterse Orthodoxe christenen naar Padua gekomen waren, monniken van de berg Athos en nu ook de metropoliet van Thebe om de relieken van Sint Lucas te vereren, terwijl veel inwoners van Padua omzeggens niets wisten over de traditie, omwille waarvan die pelgrims naar Padua kwamen. Hij hoopte dat zijn ‘Paduanen’ zich nu wat meer rekenschap zouden geven van de kostbare en buitengewone schat die zij in hun stad bewaren.

 

Omtrent de ontgraving

Om de kist opnieuw op te graven, te laten openen, de stoffelijke resten wetenschappelijk te laten onderzoeken en bovendien nog een gedeelte af te staan aan de Orthodoxe metropoliet, schreef de bisschop naar kardinaal Vlk, aartsbisschop van Praag (waar het hoofd zich bevond dat had toebehoord aan het skelet in Padua) en hij lichtte de heilige Stoel in.  De Congregatie voor de Heiligverklaringen, die het Vaticaanse Staatssecretariaat consulteerde evenals de Pauselijke raad voor de Eenheid van de Christenen, gaf haar toestemming.

 

Ter gelegenheid van al deze zaken en van het publiek tonen van het skelet van Sint Lucas schreef paus Johannes Paulus II een brief (15/10/2000) waarin hij het had over een “echt kostbaar en bijzonder geschenk dat langs een providentiële weg uiteindelijk in Padua was terecht gekomen, nadat het eerst in Thebe verbleef en later overgebracht werd naar Constantinopel in de basiliek van de Heilige Apostelen”.

 

Niet in tegenspraak met traditie

Tijdens de Middeleeuwen (11de/12de eeuw) werden verscheidene skeletten van heiligen gevonden op het kerkhof van ‘Prato della Valle’, naast het Sinte Justinaklooster. Handschriften van de 14de en 15de eeuw, die zich op oudere hagiografische teksten baseren, brengen een bericht over een laatste ontdekking in het haar 1177. Naast bepaalde wonderen verhalen zij ook over de ontdekking van een ‘titulus’ of inschrift met de Naam van de heilige Lucas; bovendien spreken ze ook van het symbool van de 3 kalveren op de doodskist waarin het skelet lag.  Op dat ogenblik bevond paus Alexander III zich in Ferrara. Een goede gelegenheid voor de abt van het klooster en de bisschop van Padua (Gerardo Offreducci) om de ontdekking aan de paus mee te delen en hem te vragen daarover een verklaring te geven dat de skelet inderdaad die van de heilige Lucas is.

 

Een eerder volkse overlevering omtrent Lucas

In een bepaalde website van Orthodoxe strekking geeft men heel wat meer (historische?) details omtrent de levensloop van Lucas: daarin heeft hij Jezus nog gekend. Hij had gehoord van Jezus’ wonderen en verkondiging (wat dus – zie hoger - door de Canon van Muratori tegengesproken wordt) en daarom was hij van Antiochië (Syrië) naar Galilea gekomen. Hij was zeer bedroefd over Jezus’ dood omdat Jezus zich vrijwillig had overgegeven. Met andere leerlingen stond hij van ver toe te kijken bij Jezus’ kruisiging. Samen met Kleopas was hij op weg naar Emmaüs waar zij Jezus herkenden bij het breken van het brood, nadat Hij hun onderweg de Oudtestamentische Schriften had verklaard die op Hem betrekking hebben. Na de Nederdaling van de H. Geest zou Lucas naar Antiochië teruggekeerd zijn, terwijl hij onderweg in Samaria het evangelie verkondigde. In Sebaste vindt hij de relikwie van Johannes de Doper en hij brengt een arm van het skelet mee naar Antiochië. Zoals ook in andere overleveringen aangegeven ontmoet hij daar de Apostel Paulus en assisteerde hij hem bij het stichten van de kerk van Macedonië. Vanuit de verhalen van Paulus en later vanuit eigen bevindingen schreef hij de geschiedenis van de apostelen (onze latere ‘Handelingen van de Apostelen’). Uiteindelijk belandt hij met Paulus in Rome waar hij tijdens diens gevangenschap zijn enige steun is. Na de marteldood van Paulus maakt hij nog allerlei omzwervingen. Volgens deze traditie is hij langs Gallië nog een tijdlang in Macedonië geweest om tenslotte 22 jaar bisschop te zijn in Egypte (als opvolger van bisschop Annas die door de evangelist Marcus daar was aangesteld). Tijdens zijn laatste reis naar Griekenland werd hij door heidenen gekruisigd aan een (olie-) boom. Bij zijn graf in Thebe gebeurden veel wonderbare genezingen. In 357 bracht de krijgsheer Artemis zijn relikwie over naar Constantinopel. De relikwie werd in 542 herontdekt onder keizer Justinianus. Sedert 1172 bevindt ze zich in Padua. In de Orthodoxe wereld wordt Sint Lucas vooral aanroepen tegen oogziekten.

 

Lucas en de iconografie

Nog volgens deze overlevering wordt Lucas bij de orthodoxe christenen vereerd als schrijver (= schilder) van de eerste icoon van de Moeder Gods en het Kind Jezus. Later ‘schreef’ hij nog twee andere iconen van Maria en toen hij die toonde aan de Moeder Gods zei ze: “Moge de genade van Hem die uit mij geboren is en mijn ontferming met deze afbeelding zijn”.  Hij ‘schreef’ nog iconen van de H. Petrus en Paulus.

Deze Orthodoxe overlevering eindigt met de woorden: “Hij werd de grondlegger van de iconenschilderkunst tot eer van God, van de Allerheiligste Moeder Gods en alle heiligen, tot versiering van de Godshuizen en tot redding van de gelovigen die ze eerbiedig vereren. Amen.”

Van de iconen die aan Lucas worden toegeschreven bevindt er zich een in de basiliek van Padua boven het graf waarin zich zijn stoffelijke resten bevinden. Het is een afbeelding die men de ‘Hodigitria’ heet (‘zij die de weg wijst’; de Moeder Gods wijst op de icoon inderdaad met haar hand naar Jezus "Doe maar wat Hij u zeggen zal" Joh. 2,5).

Rond 1960 werd de icoon van Padua (niet deze die we hier inlasten) gerestaureerd en voor enige jaren werd vastgesteld dat ze uit Constantinopel afkomstig is van rond de 11de-12de eeuw.  Zowel in de katholieke als Orthodoxe kerk wordt de H. Lucas gevierd op 18 oktober.

 

KORTE GETUIGENISSEN

Het is deugddoend op het WereldWijd Web (Internet) getuigenissen aan te treffen van mensen die langs allerlei wegen naar het geluk hebben gezocht, vaak langs heilloze wegen van drugs, sekten en esoterie (handlezen, kaartlezen, waarzeggerij…) en tot  het – soms heel pijnlijke en uitzichtloze – besef komen dat hun leven verwoest is en onvervuld maar hoe ze dan nieuw licht en kracht ontvangen vanuit een ervaring van Jezus Christus als de Levende Heer.

De (video-)getuigenissen (gebracht langs “ktotv.com”), die we hieronder kort weergeven in vertaling, kan je integraal zien en beluisteren op Internet. Ga langs: www.ktotv.com/temoignages/index.php  (in het Frans)

 

Vanuit esoterie naar een persoonlijke relatie met God

“In de jaren  1968 had ik wat rondgedwaald in het Boeddhisme (…) Beetje bij beetje was ik in depressie geraakt (…) Plots herinnerde ik me het geluk van mijn kinderjaren: ik moet opnieuw naar de mis gaan! (…) Ik heb vervolgens een heel sterk moment beleefd van ontmoeting met God, een buitengewone Vrede (…) Ik heb ontdekt dat men een persoonlijke relatie kan hebben met God: dat heeft alles veranderd”. (Bruno C)

 

Een bedevaart als start van een nieuw leven

“Ik was bij een waarzegger geweest, ik voelde dat het niet rond draaide in mijn leven. Na mijn accident had ik alles verloren. (…) Ter gelegenheid van een bedevaart, heb ik een bekering ontvangen en ook een genezing. Ik heb gevoeld hoe mijn hart werd volgegoten als bij een benzinemeter, ik begon opnieuw liefde te ervaren (…) God heeft alle leegten van mijn leven gevuld”. (Bruno B)

 

Een bijzondere ingreep van God

“God komt hen zoeken die er het meest nood aan hebben, en ik heb het geluk gehad er deel van uit te maken. (…) Op een dag stond ik rechtop in mijn venster, gereed om te springen van op de 5de verdieping van het flatgebouw. En daar is God me komen zoeken (…) Ik kan niet zeggen dat Hij me het leven gered heeft:  Hij heeft me het leven gegeven. Hij is er!”. (Bruno A )

(Als je de hele video bekijkt zal je vaststellen hoe opvallend Maria hem de weg naar God en de Kerk heeft gewezen. ‘Zet je voor het H. Sacrament en laat je beschijnen door zijn liefde’).

 

Een retraite als 'het' genademoment

“Tevoren had ik zelfs geen verwerping van God. Er was gewoon “niets”. Plots, in de stilte van een retraite was er iets: Jezus is me komen vervoegen (…) In de aanbidding is er een uitwisseling en een ongelooflijke eenheid met Jezus. Ik kan niet meer zonder”. (Martin)

 

Tot Jezus geleid door Maria

Ter gelegenheid van een bedevaart heb ik Maria ontdekt, als moeder en koningin; zij heeft me in haar armen onthaald. Zij heeft me op progressieve wijze naar Jezus geleid die werkelijk aanwezig is in de Eucharistie (…) Ik werd gedrongen om erover te spreken; het was zo enorm dat ik het niet voor mezelf kon houden”. (Amélie)

 

Een klein teken van God

“Het was alsof iemand mijn tranen had weggeveegd, me had getroost, alsof ik mijn gelaat op de schouder van iemand had gelegd (…) Ik kon niet meer doen alsof God niet bestond, want Hij had heel sterk bestaan tijdens deze 3 minuten”. (Charlotte)

 

Persoonlijk bemind door God

“Ik kende de aanbidding: het volstond om zonder te bewegen een uur te blijven zitten (…) Maar die dag heb ik me plots de aanwezigheid van iemand gerealiseerd die me zei: ‘Laurent, laat je door Mij beminnen’. Ik was me ervan bewust dat dit echt was”. (Laurent)

 

 

MARIA, ONZE GIDS  

 

DE EERSTE MISSIEVLUCHT NAAR KONGO (29)  Jozef Boon CssR

WATER  Een kleine gezondheids-tip

 

“TOT VRIJHEID GEROEPEN”  (Gal. 5,13)

p. Ben Van Vossel

Toewijding aan Christus met zorg omgeven

Als Christen zijn wij toegewijd aan Christus…Om niet alleen te staan in die toewijding, om zeker te zijn dat we met Hem verbonden blijven is het goed ons toe te wijden aan Maria, in goede relatie te blijven met zijn gemeenschap, de Kerk (Kefas-Petrus), in het groot en in het klein (parochie, gezin, gebedsgroep, gemeenschap) en dan zelf zorg te dragen voor je relatie met de Heer door je persoonlijk gebed, door je contact met het Woord van de Heer en met de genadebron van de sacramenten.  

Wat Jezus kenmerkte: Zoon van God in zending

Als we nu naar de Heer Jezus kijken, zoals het Nieuwe Testament ons Hem toont, dan zien we Iemand die helemaal aan de Vader was toegewijd en helemaal aan de mensen, maar die als een vrij kind zich beweegt tussen allerlei mensen, eenvoudige mensen, mensen die Hem alleen maar volgen omwille van het voordeel, mensen die Hem niet aanvaarden… Hij blijft zichzelf. De basis van zijn bestaan, zijn fundament ligt immers in God en in zijn zending voor het heil van de mens.

In zijn spreken heeft Hij het dan ook vooral over God en over het Rijk van God. En over dat Koninkrijk van God wil ik het nu verder hebben. Wat is dat Koninkrijk van God?

 

Waar God koning is

Dat koninkrijk moeten we niet op de eerste plaats zien als een koninklijk paleis waartoe we geroepen zijn, een schitterend paleis waar God ons zal onthalen rond een tafel met rijstpap en gouden lepeltjes.

Het koninkrijk van God is daar waar God erkend wordt als koning, waar Hij koning is.

Mensen die dat rijk binnentreden voelen zich begenadigd, weten zich bemind en dat besef straalt af op de manier waarop ze leven. Wat een vreugde nu reeds te mogen leven in dat rijk!

Dat koninkrijk wordt evenwel niet met geweld gevestigd. Het is een uitnodiging tot ieder van ons en tot ieder van onze gezinnen, een uitnodiging, een vraag van God: mag ik mijn koninkrijk stichten in u, in uw midden? Als je ‘ja’ zegt, dat betekent dat dat je God Koning laat zijn, dat je naar Hem wilt luisteren, je leven door Hem wilt laten leiden en je tracht te richten naar zijn verlangen.  Maar je krijgt zoveel in de plaats. Naast het lijden dat je zoals ieder mens te beurt valt, ontvang je ook die innerlijke vrede en de zekerheid dat je leven geborgen is in zijn liefde en zorg.

Kies vandaag opnieuw om het koninkrijk van God binnen te treden.

 

Het Koninkrijk krijg je gratis

Jezus spreekt veel over dat koninkrijk van God... Inderdaad.

Nu is het wondere van de zaak dat hij enerzijds zegt dat je dat Rijk uit alle macht moet zoeken, slechts de geweldigen nemen het in, je moet er alles voor inzetten… maar anderzijds zegt Hij dat het je als het ware in de schoot wordt geworpen. Je kan het niet zonder meer verdienen door krachtpatserijen, zodat je kan zeggen: “Ik heb daar recht op want…”. En dan ga je al je goede werken en verstervingen en gebeden opsommen, de goede werken die je doet, de goede werken die je steunt, al de novenen die je doet, de bedevaarten … 

Laten we eens even kijken naar zo’n specialist op het vlak van verdiensten, dan naar een sukkelaar en dan naar de kinderen. Ze komen alledrie aan bod in Lk.18,11-17.

Lk.18,11-12  De Farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Lk.18,12 Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.

Jezus zal zo dadelijk zeggen dat deze man niet gerechtvaardigd werd, dus niet goed bevonden wordt door God. Misschien maakt een tekst uit Mattheüs ons reeds een en ander duidelijk: 

“MT.23,23 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn (komijn was een soort specerij, waarvan de zaadvruchtjes op het brood werden gestrooid; het was in de wet van Mozes niet verplicht hierop tienden te betalen, maar de farizeeën en schriftgeleerden deden dat toch), maar – zo zegt Jezus - het gewichtigste van de Wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten. ”

Deze ging niet gerechtvaardigd naar huis: die man die zich tegenover God stond te rechtvaardigen 'met de bewijzen, zijn rechtstitels in de hand' – zo zou je kunnen zeggen.

Lk.18,13-14 Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst, en zei: God wees mij, zondaar, genadig. Lk.18,14 Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere, want alwie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden. ‘

Dat is dus de tweede figuur. Maar nu volgt op de tegenstelling tussen deze twee onmiddellijk nog een derde groep, die - toegegeven - nauw aansluit bij deze tollenaar:

Lk.18,15-16 De mensen brachten ook de kindertjes bij Hem met de bedoeling, dat Hij ze zou aanraken. Bars wezen de leerlingen ze echter af, toen ze dit zagen. Lk.18,16 Maar Jezus riep ze bij zich, terwijl Hij zei: ‘ Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen, want aan hen die zijn zoals zij, behoort het Koninkrijk Gods.

Het besluit van Jezus staat dan zeer duidelijk in het afsluitend vers (Lk.18,17): Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.

 

Een woord voor ons, hier en nu!

Wat is hier aan de hand? Wat staat Jezus daar te verkondigen? En vooral: wat zegt Hij ons hier en nu doorheen die woorden? Het komt er op neer dat wij het Koninkrijk niet kunnen verdienen – tenzij door de verdiensten van Jezus. Dat wij het Rijk moeten ontvangen als bedelaars, als zwakke mensen die zich op niets kunnen en ook op niets willen beroepen, tenzij op Jezus.

En dat wij het Rijk dus moeten aannemen zoals een kind, dat niets heeft, dat zich nergens op kan beroepen, zich nergens op kan beroemen:

“Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen, want aan hen die zijn zoals zij, behoort het Koninkrijk God” (Lk 18,16).

 

Met lege handen, maar vol vertrouwen

Natuurlijk kunnen wij ons hier de vraag bij stellen : wat hebben die kinderen dan voor speciaals?

Het wijst enerzijds op de totale hulpeloosheid van het kind, maar tegelijk op het radicaal vertrouwen.  Het kind heeft alles te ontvangen van zijn ouders maar anderzijds is het zeker dat zijn ouders het zó goed met hem menen dat ze alles zullen geven wat het echt nodig heeft.

Maar het moet niet van huis weglopen en het moet niet menen dat het voor zichzelf kan instaan of zonder zijn ouders voort kan. Denk aan de parabel van de verloren zoon.

 

Geloof in Gods liefde

Het is een diep inzicht wanneer we eens duidelijk hebben ingezien dat we voor God niet moeten presteren. Teresia van Lisieux zegde: Alles is genade. Dat betekent: alles is gratis, alles is geschenk, kado.  Alles wat je hebt is genade, is kado. Kom me niet zeggen dat je er geweldig voor hebt moeten werken vandaag. Je moet dan gewoon wat dieper nadenken over het geschenk van het leven, de gezondheid… Alles is genade!

En onze eerste opgave is dan : In nederigheid openstaan voor de genade van de Heer. Geen prestatie leveren. Niet menen dat je eerst van alles moet doen, als een ingebeelde verplichting om toch maar een hoop verdiensten te kunnen opbouwen die je dan kan inbrengen om iets op te eisen…

Nee, gewoon dankbaar opzien naar de liefde van de Vader, naar alles wat Jezus voor ons heeft volbracht en naar hetgeen de H. Geest elke dag ook in ons bewerkt.

Niet op de eerste plaats presteren of uzelf allerlei dingen opleggen, maar, zo zegt Jezus in een bepaalde context: : eerst gerechtigheid (God maakt en verklaart ons gerechtig, nl. dat we beantwoorden aan wat Hij graag van ons ziet) en dan (ook naar je medemensen toe) eenvoud en barmhartigheid.

(vervolg in volgend nummer)

 

BOEKENNIEUWS

VINK, Wim -, Het monster dat angst heet. Meer grip krijgen op je angsten. Lannoo 2007, 240 blz., € 19,95

 

“MYSTERY IN GHENT” (1) Father John en de ‘Rechtvaardige Rechters’

Roman by Neb Singleberg

 

PRIESTER BODAR TOONT EUROPA DE WEG

Naar Katholiek Nederland 2/02/2007