|
|
|
GELOOF
EN LEVEN Jg 112 (2007) nr 2 HEILIGE
MOEDER MARIA naar Lanza del Vasto DE
VIER “BROERS” VAN JEZUS (1) naar
Paul-Laurent Carle, o.p. ENGAGEMENT
IN DE MARIA-KEFASGEMEENSCHAP EN
NOG BLIJ NIEUWS UIT DE GEMEENSCHAP MARIA
IN DE VISIE VAN SINT ALFONSUS DE LIGUORI CITAAT
Uit de nadenkertjes van Blaise Pascal, JEZUS
MAAKT NOG OOSTERSE VRIENDEN ENIGE
OUD-TESTAMENTISCHE CHRISTOLOGISCHE TYPOLOGIEÊN (3) Ben Van Vossel DE
KILTE VAN HET NIETS New-age-muziek DE
KONINGSDOCHTER Uitnodiging tot het rozenkransgebed JOHANNES
PAULUS II OVER DE ROZENKRANS DE
PUZZEL VIEREN
IN HET GEZIN Getuigenis op het
Congres Brussel-Allerheiligen 2006 LUCAS
IN PADUA? (3) Samenstelling: Ben Van
Vossel KORTE
GETUIGENISSEN MARIA,
ONZE GIDS Naar ‘Prier’ DE
EERSTE MISSIEVLUCHT NAAR KONGO (29) Jozef
Boon CssR WATER
Een kleine gezondheids-tip “TOT
VRIJHEID GEROEPEN”
(Gal. 5,13) BOEKENNIEUWS “MYSTERY
IN GHENT” (1) Father John en de ‘Rechtvaardige Rechters’ Roman by Neb
Singleberg PRIESTER
BODAR TOONT EUROPA DE WEG Naar
Katholiek Nederland 2/02/2007 HEILIGE
MOEDER MARIA naar Lanza del Vasto DE
VIER “BROERS” VAN JEZUS (1) naar
Paul-Laurent Carle, o.p. Simpele
uitspraken moeten getoetst worden Het
lijkt wel eigenaardig dat er in onze tijd nog verstandige mensen zijn die zich
willen bezighouden met een vraag als wie die broers van Jezus, waarover het
Nieuwe Testament ons spreekt, nu eigenlijk wel zijn. Geseculariseerde christenen
en theologen, die ook wel wat exegese hebben bekeken, maken zich daar hoegenaamd
geen problemen omtrent, temeer omdat zij reeds lang een kruis hebben gemaakt
over de maagdelijkheid van Maria, voor, tijdens en na de geboorte zoals de kerk
dat nochtans nadrukkelijk leert, en dit gedurende zoveel eeuwen. Dat soort
kwesties is hun te min. De
pater dominicaan Carle heeft zich daar toch aan gewaagd. “Gewaagd”,
inderdaad, want in het boekje ‘Jésus’ dat in de herfst van 1994 verscheen
poneerde Jacques Duquesne nog dat Jezus gewone broers en zusters had. Minstens
400.000 exemplaren werden van dat boekje verkocht. Jezus was, aldus Duquesne,
niet het enige kind van Maria. Aangezien deze uitspraak inging tegen 2000 jaar
onderricht vanwege de Kerk, vond pater Carle het zinvol om dan nogmaals een
diepgaand onderzoek te doen van de geschiedenis, en een nauwgezette studie van
het getuigenis van de evangelies en van de traditie (vooral ook deze uit
Palestina met Hegesippos in de 2de eeuw). Glashelder bleek uit zijn onderzoek
dat Jezus goed en wel het enig kind is van Maria en dat de ‘broers en
zusters’ waarover het evangelie spreekt daadwerkelijk volle neven (en nichten)
zijn langs Sint Jozef, de ‘vader’ van Jezus. Pater
Carle heeft bij zijn studie niets aan het toeval overgelaten, heeft alles
uitgepuurd. Hij ontmaskert de apocriefe geschriften als vaak ontluisterende
beschouwingen, soms niet meer dan fabeltjes die rond Jezus gebrouwd werden.
Zijn studie geldt dan hoofdzakelijk de 4 ‘broers’ die het Nieuw
Testament vermeldt: Jakobus, Jozes (of José of Jozef), Simon en Judas. De
betekenis van het woord ‘broer’ in het Aramees Het
is niet onbelangrijk om eerst eens na te gaan wat het woord ‘broer’ in de
taal van Jezus betekende. Ook al is het evangelie in het Grieks geschreven
(volgens sommigen was er evenwel aanvankelijk een Aramees Mattheüsevangelie),
toch steekt het vol Arameïsmen, Aramese zegswijzen. Het Aramees was de taal van
Jezus en van zijn Galilese volgelingen. Welnu, in het hebreeuws en aramees heeft
men geen woord om ‘neef’ en ‘nicht’ uit te drukken. Men zegt dan: ‘de
zoon van de broer van de moeder’, of: ‘de zoon van de zus van de moeder of
vader’. Het woord broer wordt er niet enkel gebruikt voor de echte zussen of
broers, maar voor heel wat andere verwantschapsvormen: ooms, tantes, neven. In
het evangelie wordt het woord broers en zussen wel gebruikt in onze betekenis,
maar ook in de betekenis van ruimere verwantschap (bv. neven en nichten) en
zelfs in de heel ruime betekenis van ‘mensen die bij Jezus horen’
(christenen). Deze
'broers en zussen' horen samen Het
is opvallend dat de broers soms alle vier worden opgesomd als een reeks, telkens
verbonden met ‘en’ zoals in dit citaat uit Marcus: “Is dat niet de
timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Jozef en Judas en Simon?
En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” (Mc. 6,3). Ze worden dus allemaal in
één adem, als een samenhorende reeks opgesomd. Over de zusters kunnen we
eigenlijk niet veel zeggen omdat ze niet met name genoemd worden; we
veronderstellen dus dat ze in dezelfde relatie tot Jezus staan als deze 4 broers
want die ‘en’ (in het Grieks ‘kai’) in verband met zijn zusters houdt in
dat zij deel uitmaken van diezelfde reeks. Hun
moeder is niet de moeder van Jezus De
4 broers worden wel ‘broers van Jezus’ genoemd, maar hun moeder is niet
Maria, de moeder van Jezus, maar ‘de andere Maria’. Mattheüs spreekt over
deze ‘andere Maria’ bij de begrafenis van Jezus: "Nadat
hij (Jozef van Arimatea) een grote steen voor de ingang van het graf gerold had,
ging hij heen. Maria Magdalena en ‘de andere Maria’ waren erbij en zaten
tegenover het graf." (Mt.27,60-61) En
rond Jezus’ Opstanding: "Na
de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena
en ‘de andere Maria’ naar het graf kijken" (Mt. 28,1). Wie
die ‘andere Maria’ is wordt ons duidelijk als we volgende teksten beschouwen
die over de kruisiging van Jezus handelen: Mc.15,40
"Er stonden ook vrouwen op een afstand toe te kijken; onder hen bevonden
zich Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en
Salome"(zij staat ook bij die twee Maria’s). Ook
in Mattheüs 27,56 staan enige vrouwen van verre toe te zien die opnieuw worden
opgesomd: “Onder hen bevonden zich Maria Magdalena, Maria de moeder van
Jakobus en Jozef en (dus naast die twee Maria’s) de moeder der zonen van
Zebedeus” (hier wordt duidelijk wie Salome uit vorige tekst is, namelijk de
moeder van de apostelen Jakobus en Johannes, beiden zonen van Zebedeüs, de
‘zonen van de donder’ zoals Jezus die wat opvliegende jongemannen noemde). Het
wordt ons dus stilaan duidelijk wie die ‘andere Maria’ (naast Maria uit
Magdala) is; zij krijgt als een soort eretitel de naam van haar twee oudste
zonen naast zich, Jakobus en Joses (of Jozef), maar eigenlijk zijn er ook nog
Judas en Simon. We
komen zelfs aan de weet wie haar man is. In het Johannesevangelie wordt zij
namelijk genoemd (in het Grieks) ‘Maria hè tou Kloopa’, Maria, de vrouw van
Klopas : “Terwijl de soldaten hiermee bezig waren, stonden bij Jezus ‘ kruis
zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria (de vrouw) van Klopas en Maria
Magdalena” (Joh. 19,24c-25). Tussendoor leren we uit deze tekst dat de vrouw
van Klopas (dus onze ‘andere Maria, de moeder van Jakobus en Joses) de zus is
(of wordt genoemd) van Maria, de moeder van Jezus. De
‘andere Maria’ wordt dus aangeduid als ‘de moeder van Jakobus’ of ook
als ‘Maria, de moeder van Jakobus en Jozef (Joses)’ of ‘Maria (de vrouw)
van Klopas'. Maar
als de ‘andere Maria ’in deze tekst van Johannes aangeduid wordt als zus van
Maria, Jezus’ moeder, dan toch deze bemerking: in dat Galilese milieu kwam het
niet voor dat men binnen hetzelfde huisgezin eenzelfde voornaam ging gebruiken
voor een tweede kind, zelfs niet als het halfzusters waren. We gaan we dat woord
‘zus’ dus anders moeten verstaan; hier naar alle waarschijnlijkheid in de
betekenis van ‘schoonzus’. De ‘andere Maria’, de moeder van Jakobus en
Jozes en vrouw van Klopas was vermoedelijk de zus (of verwante) van Jozef, de
man van Maria, Jezus’ moeder. En in die zin zijn die vier ‘broers’ en de
niet bij naam vermelde ‘zussen’ ook de volle neven en nichten van Jezus. In
hun taal werden dat allemaal Jezus' ‘zussen en broers’ genoemd, wat ze in
onze betekenis duidelijk niet waren. De ‘andere Maria’, de moeder van
Jakobus en Joses en Judas en Simon (en van nog een paar dochters) was de
schoonzus van Maria, Jezus’ moeder en dus de tante van Jezus. (Lees
in volgend nummer: Hun vader is niet de vader van Jezus) ENGAGEMENT
IN DE MARIA-KEFASGEMEENSCHAP EN
NOG BLIJ NIEUWS UIT DE GEMEENSCHAP MARIA
IN DE VISIE VAN SINT ALFONSUS DE LIGUORI De
heilige Louis-Louis Grignion de Montfort had tijdens zijn leven als
volksmissionaris, lange tijd voor Sint Alfonsus, een vermoedelijk nog verder
uitgewerkte visie op Maria’s plaats in het heilsplan van God en tot de
geestelijke groei en vruchtbaarheid van de christen en het kerkelijk apostolaat.
Zijn visie op Maria en haar rol in het (huidige) heilsbestel stond in scherp
contrast met de visie van de Hugenoten, de Jansenisten en libertijnen van zijn
tijd. Hij beleefde een sterke godsvrucht tot Maria en bracht die met overtuiging
over tijdens zijn gloedvolle missies en predicaties als ‘apostolisch
missionaris’. Wij zullen in volgend nummer zijn visie op Maria even opnieuw
belichten. Mysterie
van Liefde “In
het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God …” Sommige
lezers zullen zich nog herinneren dat deze woorden uit de proloog van het
Johannesevangelie, op het einde van elke Eucharistieviering werden voorgelezen
door de celebrant. “Het laatste evangelie” noemden we dat. “En het Woord
is vlees geworden”. Deze
paar woorden uit het evangelie wijzen ons naar Jezus als de Zoon van God die is
mens geworden. Jezus, Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. Van
alle eeuwigheid heeft de Vader zich uitgesproken in de Zoon. “God uit God,
Licht uit Licht, ware God uit de ware God”. Goddelijke Gemeenschap waarin de
heilige Geest de Liefde is tussen Vader en Zoon. Mysterie van Liefde waarvoor
wij enkel in aanbidding kunnen buigen, dankbaar dat Jezus ons een glimp van dat
mysterie heeft geopenbaard.
Hij
is de icoon van de onzichtbare God Zo
heeft God de mens gedroomd. Een scheppingsdroom die we niet hebben waar kunnen
maken. Het was echter niet de laatste droom van God. Op de scheppingsdroom
volgde de incarnatiedroom met de lange (volgens menselijke maatstaven)
voorbereidingstijd van het Oude Verbond. Toen heeft de Zoon ons bestaan
aangenomen in het mysterie van de Menswording (Incarnatie). De Zoon kwam
voorleven hoe een mens kon leven als kind van God. En omdat Hij de Zoon was
heeft zijn leven Gods oorspronkelijke droom levend gemaakt, een droom die wij
allen aan ons werkelijkheid kunnen laten worden als wij ons bij Jezus
aansluiten. De
schrijver van de brief aan de christenen van Kolosse drukt het reeds mooi uit
hoe “Jezus de icoon, het Beeld is van de onzichtbare God”.
De enige echt originele “niet-door-mensenhanden-gemaakte” icoon. Hij
is het origineel waar wij allen naartoe moeten groeien als wij doel van ons
mens-zijn willen bereiken. Wij moeten dan ook echt naar Jezus kijken, toekijken
hoe Hij is, hoe Hij leeft, wat Hem bezielt, hoe Hij er uitziet, hoe Hij omgaat
met mensen, hoe Hij omgaat met … God. En naar Hem luisteren natuurlijk.
“Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem”, zegt de Vader.
“Doe maar wat Hij u zeggen zal”, zegt Maria ons. Bevestigen
– bemoedigen – verder helpen Wij
hebben allen wat houvast nodig in het leven. Als je de grond onder de voeten
kwijt geraakt, val je in een zwart gat, zoals men
het uitdrukt, in een diepte waarin je je verloren voelt. Bevestigd en bemoedigd
worden lijkt onontbeerlijk voor een kind, opdat het later kan uitgroeien tot een
min of meer evenwichtig mens, die ook nog medemens kan zijn, en die op zijn
beurt anderen kan bemoedigen, opdat ze mens kunnen zijn of worden. Mens
voor de mensen zijn is dan ook onze allermooiste (niet altijd de
aller-gemakkelijkste) roeping en zending. Menselijke
bevestiging bieden, liefde, bemoediging, hulp, een vriendelijk woord, een kleine
dienst… Eigenlijk maakt dat ons juist zo God-gelijkend: dat we anderen
liefhebben, bemoedigen, bevestigen. In
het andere geval helpen we een ander niet echt vooruit. Zijn we geen betrouwbaar
iemand, geen trouw iemand, maar een huurling, een profiteur die anderen
gebruikt, of een rivaal, of een valse gids (valse profeten hebben wel eens de
wind mee) of iemand die anderen meetrekt in zijn eigen egoïstisch web van
materialistische bedoelingen op de kap van anderen. Op
God vertrouwen Jeremia
schreef het al aan het Oude Godsvolk: “Vervloekt
is hij die alleen op mensen bouwt en zich afkeert van de Heer”. En Paulus doet
er nog een schepje bij: “als we enkel voor dit leven onze hoop op Christus
hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen”. En Jezus
geeft ons in het begin van de bergrede dan ook de diepe spiritualiteit, die aan
zijn eigen leven getoetst is: Hij vertrouwt radicaal op God, zoals een kind op
zijn ouders, en daarom leeft Hij in het rijk van God, in Gods invloedssfeer en
onder zijn hoede. Hij had honger naar een leven volgens Gods verlangen. “Mijn
voedsel is het de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft”. Het ging Hem
naar het hart dat er nog zoveel duister, zoveel hardheid, zoveel pijn was onder
de mensen. Maar na zijn verrijzenis bracht Hij enkel vreugde en vrede die van
Hem uitstraalden. Hij is vervolgd omdat Hij Gods verlangen deed doorheen alles
en Hij is niet achteruit gegaan. Het antwoord van de Vader was de verrijzenis. In
de Zaligsprekingen zien we Jezus zelf -
In zijn “Bergrede” vermaant Jezus ons om niet te bouwen op macht en rijkdom
en invloed en relaties… We hebben dan van God niets meer te verwachten. Daarom
zegt Hij: ‘Zalig de armen’ en ‘Wee u, rijken, want wat u vertroost, heb ge
al ontvangen’. Je invloedrijke relaties, je rijkdom, je bezittingen waar je je
geluk in zoekt… Het kan nooit de volheid schenken waar een mensenhart voor
gemaakt is. -
‘Zalig die nu honger lijdt’: hongeren naar gerechtigheid, naar het
welbehagen van God. Want als we ons nu wentelen in oppervlakkigheid en egoïsme
dat als toppunt van geluk wordt aangeprezen: wee u die nu verzadigd zijt, want
gij zult honger lijden; je zal zien hoe arm je in feite bent. -
‘Zalig die nu weent’: als onrecht en duisternis in de wereld ons niets meer
doen, als we daar zo gewoon aan geworden zijn, komt er een tijd dat we wel
zullen klagen en wenen. -
‘Zalig wanneer men u vervolgt om de gerechtigheid’: Wanneer de mensen ons
over heel de lijn gerust laten en wij ons in ons gedrag helemaal aangepast
hebben aan de wereld en aan het wereldse denken van de straat, de politiekers en
de media… het is teken dat je Gods waarheid niet meer uitstraalt. Op
God vertrouwd, is op rots gebouwd! Zijn
dit harde woorden in de Zaligsprekingen? Nee! Liefdevolle woorden van Jezus,
enkel met de bedoeling om ons op de echte weg naar het volle leven te geleiden.
Laat ons opkijken naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. Laten
wij ons vooral spiegelen aan zijn radicaal vertrouwen op God.
Spreek dezer dagen vaak uw vertrouwen uit in God. Laat een groot
verlangen je bezielen om elk moment Gods verlangen te doen, het is de enige weg
naar het echte geluk. Zie het verkeerde in de wereld, het spijtige en tracht er
iets aan te doen. Leef in contact met de Heer Jezus (keep in touch!) en vraag de
heilige Geest dat Hij je begeleidt en sterkt. CITAAT
Uit de nadenkertjes van Blaise Pascal, Niet
alleen kennen we God enkel
door Jezus Christus, maar
we kennen ook onszelf enkel
door Jezus Christus. Pensées
(548) JEZUS
MAAKT NOG OOSTERSE VRIENDEN
Een
klein getuigenis naar Arabvision Vanuit
Nederland werkt men nogal sterk om ook moslims Jezus - die ook in de Koran
meerdere malen vermeld wordt - beter te doen kennen. Arabvision heeft
verscheidene programma’s in de Arabische talen waarin Jezus en zijn Blij
Nieuws op een goede manier kenbaar wordt gemaakt en tegelijk opgeroepen wordt om
Hem te aanvaarden als de Redder van de mens. We geven hierbij de reactie van een
kijker uit Saoedi-Arabië: “Terwijl
ik naar uw programma keek, voelde ik dat de woorden die werden gezegd voor mij
bedoeld waren, maar ik negeerde ze. ‘s Nachts kon ik niet slapen, ik lag maar
te denken aan wat ik had gehoord. Ik begon het gebed te zeggen dat jullie hadden
voorgebeden en, hoewel ik een moslim ben, kreeg ik vrede en geloofde ik dat
Jezus luisterde naar mijn gebed. Ik moet echt meer over God weten, want ik weet
nu niet meer wie er goed en wie er fout is – de onbarmhartige of de
liefdevolle God.” Laten
we dus bidden dat vele kijkers God leren kennen zoals Hij zich heeft kenbaar
gemaakt in Jezus de Messias. ENIGE
OUD-TESTAMENTISCHE CHRISTOLOGISCHE TYPOLOGIEÊN (3) Samenstelling: Ben Van
Vossel DE
KILTE VAN HET NIETS New-age-muziek In
de mooie muziek uit New-age-middens beluister ik enerzijds het vogelgefluit,
geluid van de wind, soms watergekabbel met panfluit en violen en op de
achtergrond nog wat blazers, hoorns en dan wat piano of harpgetokkel… Mooi,
esoterisch, soms wat vervelend, maar voor mijzelf – en dat is waarschijnlijk
heel persoonlijk – ervaar ik het onpersoonlijke, de leegte en zelfs de kilte.
Hoe mooi en aandoenlijk ook, toch komt het mij ijzig over. Ersatz. Een artificiële
kosmos zonder ziel, alleen met onpersoonlijke elementen, een kunstmatige
schepping waar de hand van de Schepper niet aan te pas is gekomen. Zelfs als er
vagelijk stemmen klinken op de achtergrond, lijken ze me vaak nog eerder uit een
synthesizer te komen dan uit het hart van mensen… Neem me deze
aller-persoonlijkste impressie niet al te kwalijk.
Gelukkig zijn er ook een Franciscus van Assisi en pater Teilhard de
Chardin… Die hadden het nog wel over de schepping in relatie tot God. DE
KONINGSDOCHTER Uitnodiging tot het rozenkransgebed Commentaar
van Raoul Auclair bij een woord van Maria aan Anna-Katarina Emmerich JOHANNES
PAULUS II OVER DE ROZENKRANS Tijdens
de algemene audiëntie van 16 oktober 2003 hield onze vorige Paus
Johannes-Paulus II een toespraak ter gelegenheid van het begin van het 25ste
jaar van zijn pontificaat. In die toespraak stelde hij de apostolische brief
voor ‘De Rozenkrans van de Maagd Maria’ (Rosarium Virginis Mariae).
Hij verhaalde hoe hij tijdens zijn laatste reis in Polen zich tot de
heilige Maagd heeft gewend met de woorden: “Allerheiligste
Maagd… verkrijg voor mij de lichamelijke en geestelijke krachten om de zending
die de Verrezene me heeft toevertrouwd tot het einde toe te vervullen.
Aan u geef ik de vruchten van mijn leven en mijn dienstwerk; aan U
vertrouw ik het lot van de Kerk toe … en in U heb ik vertrouwen en nogmaals
verklaar ik: Totus tuus, Maria! Totus tuus! Amen (Ik ben geheel van U, Maria,
geheel van U). Het
centrum van ons geloof is Christus, de Verlosser van de mens;
Maria werpt geen schaduw op Jezus en evenmin op zijn reddingswerk. Met
lichaam en ziel ten hemel opgenomen is Maria de eerste die de vruchten smaakte
van het lijden en de verrijzenis van haar Zoon.
Welnu, zij is het die ons op
de meest zekere manier geleidt naar Christus, het uiteindelijke doel is van ons
bezig zijn en ons bestaan. In
zijn apostolische brief ‘Novo
millennio ineunte’ bij het einde van het Jubileumjaar richtte de paus tot de
hele Kerk de aansporing van Christus “om naar het diepe te varen” en de paus
voegde daaraan toe dat de heilige Maagd ons op die weg zou begeleiden. Aan haar
heeft hij (samen met talrijke bisschoppen) het derde millennium toevertrouwd.
“Toen ik de gelovigen uitnodigde om onophoudelijk het gelaat van Christus te
beschouwen, heb ik diep verlangd dat Maria, zijn Moeder, voor ons allen de
meesteres van deze contemplatie zou zijn (…). Maria wil ons in haar school het
gelaat van Christus leren beschouwen" Toen verklaarde hij het jaar van
oktober 2002 tot oktober 2003 tot jaar van de rozenkrans. De
paus wilde met dat jaar van de Rozenkrans Maria vragen om de genaden van het
heilig jaar van onze Verlossing vrucht te laten dragen. Hij gaf dan wat uitleg
over de rozenkrans, hoe je hem zo vruchtbaar mogelijk kunt bidden en hij deele
mee dat hij aan de Blijde, droeve en glorievolle mysteries nog een reeks (van 5
tientjes) wildel toevoegen, de “lichtende mysteries” of de “mysteries van
het licht” die over Jezus’ openbaar leven gaan van de doop in de Jordaan tot
(de vooravond van) zijn heilig lijden met de instelling van de heilige
Eucharistie (Doop van Jezus, de bruiloft te Kana, de verkondiging van het Rijk
van God en oproep tot bekering, de gedaanteverandering op de berg, de instelling
van de H. Eucharistie) De
paus verhoopte veel van dat "rozenkransjaar": “Dit jaar van de
heilige Rozenkrans, dat we samen zullen beleven, zal zeker heilzame vruchten
dragen in het hart van allen, het zal de werking van de genade van het grote
jubileum van het jaar 2000 vernieuwen en intensifiëren en het zal een bron van
vrede worden voor de wereld. Moge Maria, koningin van de heilige Rozenkrans,
zoals we haar hier zien in het mooie beeld dat in Pompeï vereerd worden, de
kinderen van de Kerk geleiden tot de volheid van de vereniging met Christus in
de heerlijkheid!”. Met
aandrang vroeg paus Johannes-Paulus II dat afzonderlijke christenen en de
gezinnen dit eenvoudige maar krachtige gebed opnieuw zouden ter harte nemen.
“Laat mijn oproep geen dode letter blijven”. De rozenkrans is een gebed
waarin we, geleid door Maria, het gelaat van Christus contempleren doorheen de
(blijde, droeve, lichtende, glorierijke) mysteries van zijn leven zoals ze ons
door de heilige Schrift worden voorgesteld. Wellicht een uitnodiging voor de
komende meimaand? DE
PUZZEL VIEREN
IN HET GEZIN Marc: Goeiemorgen,
wij zijn Marijke en Marc, zijn 13 jaar gehuwd en hebben 5 kinderen: Maarten
(12), Klaartje (11), Pieter (10), Marieke (7) en Johannes (2,5 mnd). Wij
willen met jullie delen hoe wij in ons gezin vieren en bidden, maar dat is
allemaal in de loop van de jaren gegroeid! Ook veranderde 'de manier waarop'
regelmatig. Marijke:
Toen
Marc en ik in 1993 trouwden, had Marc al bewust gekozen voor ons katholieke
geloof. En hoewel ook ik gelovig was opgevoed, had ik na mijn 18e de Kerk toch
een beetje vaarwel gezegd, omdat het me allemaal niets meer zei. Dus zei ik
vlakaf aan Marc dat ik niét elke zondag mee zou gaan naar de mis. Gelukkig
aanvaardde Marc mij op dat moment zoals ik was!
Wel was ik zoekende en vol vragen, die ik open aan hem kwijt kon. Wat
we wel van in het begin deden, was eenvoudig bidden voor het eten. Ook lazen we
elke avond samen een stukje uit de bijbel. En dat gewone lezen en ontdekken van
het Woord moet stilaan toch zijn werk gedaan hebben! Toen
we een half jaar later in Tremelo gingen wonen en ik tóch een keer meeging naar
de kerk, werd ik echter wel getroffen door de eucharistie. Onze parochiepriester
legde in zijn preek in de eerste plaats het evangelie zélf uit en plaatste het
in onze tijd, d.w.z. in het leven van elk persoonlijk. Met andere woorden: hij
verkondigde de Blijde Boodschap rechtuit – en dat raakte me! Ook vierde hij de
eucharistie op een zeer waardige manier en bovendien sprak hij ons, als nieuwe
parochianen in zijn kerk, aan en zocht hij ons direct ook thuis op. Dit was het
begin van een eerste bekering in mij. Vanaf dan ging ik wel elke zondag mee naar
de mis. Marc:
Na
de geboorte van ons tweede kind engageerde Marijke zich voor het kinderkoor van
de parochie. Enkele jaren later werd ik er ook bij betrokken en gingen we voor
de eerste keer mee op kamp met de misdienaars en koorleden. Het werd een
boeiende ervaring! Hoewel de kinderen uit Tremelo evengoed “hedendaagse”
kinderen zijn met weinig gelovige bagage, vierde onze pastoor toch elke dag
eucharistie met hen op kamp. Dat werd ook voor ons een ware openbaring! Toen we
weer thuis waren, besloten we dat vol te houden door dagelijks naar de mis te
gaan in de parochie: omwille van onze kleine kinderen was dat de ene dag
Marijke, de andere dag ik. Ondertussen
waren we na de geboorte van onze derde ook in de gezinsgroep in de parochie
terecht gekomen. We ontmoetten elkaar één keer in de maand in de pastorie,
maar begonnen onze samenkomst altijd met een uur aanbidding met rozenkrans in de
kerk – weer iets nieuws voor Marijke. Maar Jezus deed, terwijl Hij daar
uitgesteld stond, stilletjes verder Zijn werk met haar! En door het contact met
andere gelovige gezinnen leerden we vanuit hun getuigenissen ook met onze
kinderen bidden. Marijke:
En
zo groeiden we ongemerkt verder. Toen we 5 jaar getrouwd waren en 2 miskramen
achter de rug hadden, gingen we op bedevaart (naar Medjugorje). Daar ontdekten
we het belang van de dagelijkse rozenkrans. Zo hebben we een hele tijd, toen de
kinderen nog klein waren en om 19 u. al in hun bedje lagen, samen als koppel de
hele rozenkrans gebeden. Nu bidden we samen met de kinderen, onmiddellijk na het
avondeten, meestal een rozenhoedje. Klaartje
(11 jaar): Voor
elk tientje zegt ieder van ons om beurt waarvoor we willen bidden. Ook de
weesgegroetjes bidden we afwisselend voor, van klein naar groot. Soms hebben we
niet veel zin of willen we liever een korter gebed, maar als het voorbij is zijn
we altijd blij dat we samen gebeden hebben. Marijke:
Ja,
en regelmatig mogen we ervaren dat die intenties ook verhoord worden, dàt zijn
bijzondere ervaringen van onze levende God! Zo
kwamen de kinderen op een gegeven moment met de vraag naar nog een broertje of
zusje, maar we hadden na de jongste nóg 3 miskramen te verwerken gekregen.
Daarom begon elk kind dagelijks te bidden voor die intentie. Dat hebben ze trouw
een jaar lang volgehouden... en toen was ik inderdaad zwanger! Dan nog gaven we
het bidden niet op en vroegen de Heer om een goede afloop en een gezonde baby.
En dat werd Johannes, in augustus (2006) geboren... (Vervolg
van dit getuigenis in volgend nummer) Samenstelling:
Ben Van Vossel In
onze vorige afleveringen was er in de titel verkeerdelijk sprake van
‘Turijn’ in plaats van ‘Padua’. Met die vergissing waren we in goed (of
slecht) gezelschap bij de mensen van Padua die de aanwezigheid van Lucas’ graf
in hun midden eeuwenlang volledig vergeten waren. We hebben vorige keer iets
meer geleerd omtrent de evangelist Lucas. We stellen in deze aflevering opnieuw
vast dat de bevindingen van de wetenschappers zich goed inpassen in wat door de
voorbije eeuwen werd overgeleverd en we luisteren tot slot naar een wat volkse
overlevering met betrekking tot Lucas. Vergeten
schat Het
motief om het graf te openen en een minutieus onderzoek in te stellen was dus de
vraag van de Orthodoxe aartsbisschop van Thebe (Griekenland), Hieronymos (1992 )
om een substantiële relikwie van de heilige Lucas te bekomen, aangezien de
heilige het eerst in Thebe begraven werd. De Orthodoxe metropoliet was als
pelgrim naar Padua gekomen om de heilige Lucas te vereren en dit bracht hem op
de idee om een goed zichtbare relikwie te vragen om in het (ledige) graf te
leggen in Thebe dat daar nog altijd vereerd wordt. Hij was van mening dat die
schenking de oecumene (het streven naar eenheid tussen de verschillende
christelijke kerken) ten goede zou komen en ook de broederlijkheid tussen de
Orthodoxe en katholieke bisschop van Thebe en Padua. De bisschop van Padua
vestigde er de aandacht op dat bij de Orthodoxe metropoliet niet de minste
twijfel was omtrent de authenticiteit van de stoffelijke resten van de H. Lucas.
Een beetje uitdagend voegde bisschop Mattiazzo er aan toe dat Oosterse Orthodoxe
christenen naar Padua gekomen waren, monniken van de berg Athos en nu ook de
metropoliet van Thebe om de relieken van Sint Lucas te vereren, terwijl veel
inwoners van Padua omzeggens niets wisten over de traditie, omwille waarvan die
pelgrims naar Padua kwamen. Hij hoopte dat zijn ‘Paduanen’ zich nu wat meer
rekenschap zouden geven van de kostbare en buitengewone schat die zij in hun
stad bewaren. Omtrent
de ontgraving Om
de kist opnieuw op te graven, te laten openen, de stoffelijke resten
wetenschappelijk te laten onderzoeken en bovendien nog een gedeelte af te staan
aan de Orthodoxe metropoliet, schreef de bisschop naar kardinaal Vlk,
aartsbisschop van Praag (waar het hoofd zich bevond dat had toebehoord aan het
skelet in Padua) en hij lichtte de heilige Stoel in.
De Congregatie voor de Heiligverklaringen, die het Vaticaanse
Staatssecretariaat consulteerde evenals de Pauselijke raad voor de Eenheid van
de Christenen, gaf haar toestemming. Ter
gelegenheid van al deze zaken en van het publiek tonen van het skelet van Sint
Lucas schreef paus Johannes Paulus II een brief (15/10/2000) waarin hij het had
over een “echt kostbaar en bijzonder geschenk dat langs een providentiële weg
uiteindelijk in Padua was terecht gekomen, nadat het eerst in Thebe verbleef en
later overgebracht werd naar Constantinopel in de basiliek van de Heilige
Apostelen”. Niet
in tegenspraak met traditie Tijdens
de Middeleeuwen (11de/12de eeuw) werden verscheidene skeletten van heiligen
gevonden op het kerkhof van ‘Prato della Valle’, naast het Sinte
Justinaklooster. Handschriften van de 14de en 15de eeuw, die zich op oudere
hagiografische teksten baseren, brengen een bericht over een laatste ontdekking
in het haar 1177. Naast bepaalde wonderen verhalen zij ook over de ontdekking
van een ‘titulus’ of inschrift met de Naam van de heilige Lucas; bovendien
spreken ze ook van het symbool van de 3 kalveren op de doodskist waarin het
skelet lag. Op dat ogenblik bevond
paus Alexander III zich in Ferrara. Een goede gelegenheid voor de abt van het
klooster en de bisschop van Padua (Gerardo Offreducci) om de ontdekking aan de
paus mee te delen en hem te vragen daarover een verklaring te geven dat de
skelet inderdaad die van de heilige Lucas is. Een
eerder volkse overlevering omtrent Lucas In
een bepaalde website van Orthodoxe strekking geeft men heel wat meer
(historische?) details omtrent de levensloop van Lucas: daarin heeft hij Jezus
nog gekend. Hij had gehoord van Jezus’ wonderen en verkondiging (wat dus –
zie hoger - door de Canon van Muratori tegengesproken wordt) en daarom was hij
van Antiochië (Syrië) naar Galilea gekomen. Hij was zeer bedroefd over
Jezus’ dood omdat Jezus zich vrijwillig had overgegeven. Met andere leerlingen
stond hij van ver toe te kijken bij Jezus’ kruisiging. Samen met Kleopas was
hij op weg naar Emmaüs waar zij Jezus herkenden bij het breken van het brood,
nadat Hij hun onderweg de Oudtestamentische Schriften had verklaard die op Hem
betrekking hebben. Na de Nederdaling van de H. Geest zou Lucas naar Antiochië
teruggekeerd zijn, terwijl hij onderweg in Samaria het evangelie verkondigde. In
Sebaste vindt hij de relikwie van Johannes de Doper en hij brengt een arm van
het skelet mee naar Antiochië. Zoals ook in andere overleveringen aangegeven
ontmoet hij daar de Apostel Paulus en assisteerde hij hem bij het stichten van
de kerk van Macedonië. Vanuit de verhalen van Paulus en later vanuit eigen
bevindingen schreef hij de geschiedenis van de apostelen (onze latere
‘Handelingen van de Apostelen’). Uiteindelijk belandt hij met Paulus in Rome
waar hij tijdens diens gevangenschap zijn enige steun is. Na de marteldood van
Paulus maakt hij nog allerlei omzwervingen. Volgens deze traditie is hij langs
Gallië nog een tijdlang in Macedonië geweest om tenslotte 22 jaar bisschop te
zijn in Egypte (als opvolger van bisschop Annas die door de evangelist Marcus
daar was aangesteld). Tijdens zijn laatste reis naar Griekenland werd hij door
heidenen gekruisigd aan een (olie-) boom. Bij zijn graf in Thebe gebeurden veel
wonderbare genezingen. In 357 bracht de krijgsheer Artemis zijn relikwie over
naar Constantinopel. De relikwie werd in 542 herontdekt onder keizer
Justinianus. Sedert 1172 bevindt ze zich in Padua. In de Orthodoxe wereld wordt
Sint Lucas vooral aanroepen tegen oogziekten. Lucas
en de iconografie Nog
volgens deze overlevering wordt Lucas bij de orthodoxe christenen vereerd als
schrijver (= schilder) van de eerste icoon van de Moeder Gods en het Kind Jezus.
Later ‘schreef’ hij nog twee andere iconen van Maria en toen hij die toonde
aan de Moeder Gods zei ze: “Moge de genade van Hem die uit mij geboren is en
mijn ontferming met deze afbeelding zijn”.
Hij ‘schreef’ nog iconen van de H. Petrus en Paulus. Deze
Orthodoxe overlevering eindigt met de woorden: “Hij werd de grondlegger van de
iconenschilderkunst tot eer van God, van de Allerheiligste Moeder Gods en alle
heiligen, tot versiering van de Godshuizen en tot redding van de gelovigen die
ze eerbiedig vereren. Amen.” Van
de iconen die aan Lucas worden toegeschreven bevindt er zich een in de basiliek
van Padua boven het graf waarin zich zijn stoffelijke resten bevinden. Het is
een afbeelding die men de ‘Hodigitria’ heet (‘zij die de weg wijst’; de
Moeder Gods wijst op de icoon inderdaad met haar hand naar Jezus "Doe maar
wat Hij u zeggen zal" Joh. 2,5). Rond
1960 werd de icoon van Padua (niet deze die we hier inlasten) gerestaureerd en
voor enige jaren werd vastgesteld dat ze uit Constantinopel afkomstig is van
rond de 11de-12de eeuw. Zowel in de
katholieke als Orthodoxe kerk wordt de H. Lucas gevierd op 18 oktober. Het
is deugddoend op het WereldWijd Web (Internet) getuigenissen aan te treffen van
mensen die langs allerlei wegen naar het geluk hebben gezocht, vaak langs
heilloze wegen van drugs, sekten en esoterie (handlezen, kaartlezen,
waarzeggerij…) en tot het – soms
heel pijnlijke en uitzichtloze – besef komen dat hun leven verwoest is en
onvervuld maar hoe ze dan nieuw licht en kracht ontvangen vanuit een ervaring
van Jezus Christus als de Levende Heer. De
(video-)getuigenissen (gebracht langs “ktotv.com”), die we hieronder kort
weergeven in vertaling, kan je integraal zien en beluisteren op Internet. Ga
langs: www.ktotv.com/temoignages/index.php (in
het Frans) Vanuit
esoterie naar een persoonlijke relatie met God “In
de jaren 1968 had ik wat
rondgedwaald in het Boeddhisme (…) Beetje bij beetje was ik in depressie
geraakt (…) Plots herinnerde ik me het geluk van mijn kinderjaren: ik moet
opnieuw naar de mis gaan! (…) Ik heb vervolgens een heel sterk moment beleefd
van ontmoeting met God, een buitengewone Vrede (…) Ik heb ontdekt dat men een
persoonlijke relatie kan hebben met God: dat heeft alles veranderd”. (Bruno C) Een
bedevaart als start van een nieuw leven “Ik
was bij een waarzegger geweest, ik voelde dat het niet rond draaide in mijn
leven. Na mijn accident had ik alles verloren. (…) Ter gelegenheid van een
bedevaart, heb ik een bekering ontvangen en ook een genezing. Ik heb gevoeld hoe
mijn hart werd volgegoten als bij een benzinemeter, ik begon opnieuw liefde te
ervaren (…) God heeft alle leegten van mijn leven gevuld”. (Bruno B) Een
bijzondere ingreep van God “God
komt hen zoeken die er het meest nood aan hebben, en ik heb het geluk gehad er
deel van uit te maken. (…) Op een dag stond ik rechtop in mijn venster, gereed
om te springen van op de 5de verdieping van het flatgebouw. En daar is God me
komen zoeken (…) Ik kan niet zeggen dat Hij me het leven gered heeft:
Hij heeft me het leven gegeven. Hij is er!”. (Bruno A ) (Als
je de hele video bekijkt zal je vaststellen hoe opvallend Maria hem de weg naar
God en de Kerk heeft gewezen. ‘Zet je voor het H. Sacrament en laat je
beschijnen door zijn liefde’). Een
retraite als 'het' genademoment “Tevoren
had ik zelfs geen verwerping van God. Er was gewoon “niets”. Plots, in de
stilte van een retraite was er iets: Jezus is me komen vervoegen (…) In de
aanbidding is er een uitwisseling en een ongelooflijke eenheid met Jezus. Ik kan
niet meer zonder”. (Martin) Tot
Jezus geleid door Maria Ter
gelegenheid van een bedevaart heb ik Maria ontdekt, als moeder en koningin; zij
heeft me in haar armen onthaald. Zij heeft me op progressieve wijze naar Jezus
geleid die werkelijk aanwezig is in de Eucharistie (…) Ik werd gedrongen om
erover te spreken; het was zo enorm dat ik het niet voor mezelf kon houden”.
(Amélie) Een
klein teken van God “Het
was alsof iemand mijn tranen had weggeveegd, me had getroost, alsof ik mijn
gelaat op de schouder van iemand had gelegd (…) Ik kon niet meer doen alsof
God niet bestond, want Hij had heel sterk bestaan tijdens deze 3 minuten”.
(Charlotte) Persoonlijk
bemind door God “Ik
kende de aanbidding: het volstond om zonder te bewegen een uur te blijven zitten
(…) Maar die dag heb ik me plots de aanwezigheid van iemand gerealiseerd die
me zei: ‘Laurent, laat je door Mij beminnen’. Ik was me ervan bewust dat dit
echt was”. (Laurent) MARIA,
ONZE GIDS DE
EERSTE MISSIEVLUCHT NAAR KONGO (29) Jozef
Boon CssR WATER
Een kleine gezondheids-tip “TOT
VRIJHEID GEROEPEN” (Gal. 5,13) p.
Ben Van Vossel Toewijding
aan Christus met zorg omgeven Als
Christen zijn wij toegewijd aan Christus…Om niet alleen te staan in die
toewijding, om zeker te zijn dat we met Hem verbonden blijven is het goed ons
toe te wijden aan Maria, in goede relatie te blijven met zijn gemeenschap, de
Kerk (Kefas-Petrus), in het groot en in het klein (parochie, gezin, gebedsgroep,
gemeenschap) en dan zelf zorg te dragen voor je relatie met de Heer door je
persoonlijk gebed, door je contact met het Woord van de Heer en met de
genadebron van de sacramenten.
Wat
Jezus kenmerkte: Zoon van God in zending Als
we nu naar de Heer Jezus kijken, zoals het Nieuwe Testament ons Hem toont, dan
zien we Iemand die helemaal aan de Vader was toegewijd en helemaal aan de
mensen, maar die als een vrij kind zich beweegt tussen allerlei mensen,
eenvoudige mensen, mensen die Hem alleen maar volgen omwille van het voordeel,
mensen die Hem niet aanvaarden… Hij blijft zichzelf. De basis van zijn
bestaan, zijn fundament ligt immers in God en in zijn zending voor het heil van
de mens. In
zijn spreken heeft Hij het dan ook vooral over God en over het Rijk van God. En
over dat Koninkrijk van God wil ik het nu verder hebben. Wat is dat Koninkrijk
van God? Waar
God koning is Dat
koninkrijk moeten we niet op de eerste plaats zien als een koninklijk paleis
waartoe we geroepen zijn, een schitterend paleis waar God ons zal onthalen rond
een tafel met rijstpap en gouden lepeltjes. Het
koninkrijk van God is daar waar God erkend wordt als koning, waar Hij koning is.
Mensen
die dat rijk binnentreden voelen zich begenadigd, weten zich bemind en dat besef
straalt af op de manier waarop ze leven. Wat een vreugde nu reeds te mogen leven
in dat rijk! Dat
koninkrijk wordt evenwel niet met geweld gevestigd. Het is een uitnodiging tot
ieder van ons en tot ieder van onze gezinnen, een uitnodiging, een vraag van
God: mag ik mijn koninkrijk stichten in u, in uw midden? Als je ‘ja’ zegt,
dat betekent dat dat je God Koning laat zijn, dat je naar Hem wilt luisteren, je
leven door Hem wilt laten leiden en je tracht te richten naar zijn verlangen.
Maar je krijgt zoveel in de plaats. Naast het lijden dat je zoals ieder
mens te beurt valt, ontvang je ook die innerlijke vrede en de zekerheid dat je
leven geborgen is in zijn liefde en zorg. Kies
vandaag opnieuw om het koninkrijk van God binnen te treden. Het
Koninkrijk krijg je gratis Jezus
spreekt veel over dat koninkrijk van God... Inderdaad. Nu
is het wondere van de zaak dat hij enerzijds zegt dat je dat Rijk uit alle macht
moet zoeken, slechts de geweldigen nemen het in, je moet er alles voor
inzetten… maar anderzijds zegt Hij dat het je als het ware in de schoot wordt
geworpen. Je kan het niet zonder meer verdienen door krachtpatserijen, zodat je
kan zeggen: “Ik heb daar recht op want…”. En dan ga je al je goede werken
en verstervingen en gebeden opsommen, de goede werken die je doet, de goede
werken die je steunt, al de novenen die je doet, de bedevaarten …
Laten
we eens even kijken naar zo’n specialist op het vlak van verdiensten, dan naar
een sukkelaar en dan naar de kinderen. Ze komen alledrie aan bod in Lk.18,11-17. Lk.18,11-12
De Farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt:
God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers,
onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Lk.18,12 Ik vast
tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten. Jezus
zal zo dadelijk zeggen dat deze man niet gerechtvaardigd werd, dus niet goed
bevonden wordt door God. Misschien maakt een tekst uit Mattheüs ons reeds een
en ander duidelijk: “MT.23,23
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van
munt, anijs en komijn (komijn was een soort specerij, waarvan de zaadvruchtjes
op het brood werden gestrooid; het was in de wet van Mozes niet verplicht hierop
tienden te betalen, maar de farizeeën en schriftgeleerden deden dat toch), maar
– zo zegt Jezus - het gewichtigste van de Wet: rechtvaardigheid,
barmhartigheid en trouw verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere
niet nalaten. ” Deze
ging niet gerechtvaardigd naar huis: die man die zich tegenover God stond te
rechtvaardigen 'met de bewijzen, zijn rechtstitels in de hand' – zo zou je
kunnen zeggen. Lk.18,13-14
Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs niet zijn ogen opheffen
naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst, en zei: God wees mij, zondaar,
genadig. Lk.18,14 Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die
andere, want alwie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal
verheven worden. ‘ Dat
is dus de tweede figuur. Maar nu volgt op de tegenstelling tussen deze twee
onmiddellijk nog een derde groep, die - toegegeven - nauw aansluit bij deze
tollenaar: Lk.18,15-16
De mensen brachten ook de kindertjes bij Hem met de bedoeling, dat Hij ze zou
aanraken. Bars wezen de leerlingen ze echter af, toen ze dit zagen. Lk.18,16
Maar Jezus riep ze bij zich, terwijl Hij zei: ‘ Laat die kinderen toch bij Mij
komen en houdt ze niet tegen, want aan hen die zijn zoals zij, behoort het
Koninkrijk Gods. Het
besluit van Jezus staat dan zeer duidelijk in het afsluitend vers (Lk.18,17):
Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er
zeker niet binnengaan. Een
woord voor ons, hier en nu! Wat
is hier aan de hand? Wat staat Jezus daar te verkondigen? En vooral: wat zegt
Hij ons hier en nu doorheen die woorden? Het komt er op neer dat wij het
Koninkrijk niet kunnen verdienen – tenzij door de verdiensten van Jezus. Dat
wij het Rijk moeten ontvangen als bedelaars, als zwakke mensen die zich op niets
kunnen en ook op niets willen beroepen, tenzij op Jezus. En
dat wij het Rijk dus moeten aannemen zoals een kind, dat niets heeft, dat zich
nergens op kan beroepen, zich nergens op kan beroemen: “Laat
die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen, want aan hen die zijn
zoals zij, behoort het Koninkrijk God” (Lk 18,16). Met
lege handen, maar vol vertrouwen Natuurlijk
kunnen wij ons hier de vraag bij stellen : wat hebben die kinderen dan voor
speciaals? Het
wijst enerzijds op de totale hulpeloosheid van het kind, maar tegelijk op het
radicaal vertrouwen. Het kind heeft
alles te ontvangen van zijn ouders maar anderzijds is het zeker dat zijn ouders
het zó goed met hem menen dat ze alles zullen geven wat het echt nodig heeft. Maar
het moet niet van huis weglopen en het moet niet menen dat het voor zichzelf kan
instaan of zonder zijn ouders voort kan. Denk aan de parabel van de verloren
zoon. Geloof
in Gods liefde Het
is een diep inzicht wanneer we eens duidelijk hebben ingezien dat we voor God
niet moeten presteren. Teresia van Lisieux zegde: Alles is genade. Dat betekent:
alles is gratis, alles is geschenk, kado. Alles
wat je hebt is genade, is kado. Kom me niet zeggen dat je er geweldig voor hebt
moeten werken vandaag. Je moet dan gewoon wat dieper nadenken over het geschenk
van het leven, de gezondheid… Alles is genade! En
onze eerste opgave is dan : In nederigheid openstaan voor de genade van de Heer.
Geen prestatie leveren. Niet menen dat je eerst van alles moet doen, als een
ingebeelde verplichting om toch maar een hoop verdiensten te kunnen opbouwen die
je dan kan inbrengen om iets op te eisen… Nee,
gewoon dankbaar opzien naar de liefde van de Vader, naar alles wat Jezus voor
ons heeft volbracht en naar hetgeen de H. Geest elke dag ook in ons bewerkt. Niet
op de eerste plaats presteren of uzelf allerlei dingen opleggen, maar, zo zegt
Jezus in een bepaalde context: : eerst gerechtigheid (God maakt en verklaart ons
gerechtig, nl. dat we beantwoorden aan wat Hij graag van ons ziet) en dan (ook
naar je medemensen toe) eenvoud en barmhartigheid. (vervolg
in volgend nummer) BOEKENNIEUWS VINK,
Wim -, Het monster dat angst heet. Meer grip krijgen op je angsten. Lannoo 2007,
240 blz., € 19,95 “MYSTERY
IN GHENT” (1) Father John en de ‘Rechtvaardige Rechters’ Roman
by Neb Singleberg PRIESTER
BODAR TOONT EUROPA DE WEG Naar
Katholiek Nederland 2/02/2007
|