|
|
|
Inhoud Geloof en Leven 2007 nr. 1
-
De wijsheid van het kind A.
Solzjenitsyn -
Voor een Europa met christelijke waarden -
Kardinaal Danneels steunt dit initiatief voor de Judeo-christelijke waarden -
Pauselijke oproep: weersta aan de secularisering -
Ik ben er kapot van (Hoe de zorgen doorkomen als christen?) Ben Van Vossel -
Als godsdienst een vloek wordt -
Paus Johannes-Paulus II over het terrorisme -
Christenen: gist in de wereld (Paus Paulus VI) -
Kerk Redemptoristen in Leuven dicht -
Ite ad Joseph. Sebastian Viaene -
Lucas in Padua? (2) Samenstelling: Ben Van Vossel -
Condoomcampagne naar 12/13-jarigen -
Duitse afdeling ‘Kerk in nood’ laat naam Oostpriesterhulp vallen -
Maria-Kefasgemeenschap op Brussel-Allerheiligen 2006 -
Brussel Allerheiligen 2006 Een
verslag -
De christen: vriend van de arme -
De Jezusdynastie -
Lied: Heer Jezus, maak uw Naam (t+m: Ben Van Vossel) -
iconen schilderen voor beginners -
In de vrede van de Heer -
De eerste missievlucht naar Kongo (28) Jozef Boon cssr
A. Solzjenitsyn Hoe
gemakkelijk is het voor mij met
U te leven, Heer. Hoe
gemakkelijk is het voor mij in
U te geloven. Wanneer
ik twijfels toelaat of
mijn verstand het opgeeft, wanneer
de knapste koppen niet
verder kijken dan tot vanavond en
niet weten wat men morgen moet doen… dan
zendt U mij een
onomstotelijke zekerheid dat
U bestaat en
dat U er voor zult zorgen dat
niet alle wegen tot het goede worden
afgesloten. Bidden
voor een Europa met christelijke waarden Oproep
van ‘Europa voor Christus’ Hoewel
het christendom voor Europa van een zodanig grote betekenis geweest is, moeten
we vaststellen dat christenen en christelijke waarden in de politiek en in de
maatschappij meer en meer over het hoofd gezien worden. Het initiatief “Europa
voor Christus” wil met de steun van verschillende christelijke personaliteiten
in heel Europa daaraan iets doen. Europees
gebedsinitiatief ‘Europa
voor Christus’ is inderdaad een Europees initiatief om christenen van alle
strekkingen moed in te spreken en zelfvertrouwen te geven. Het initiatief wil
mensen samenbrengen om elke dag te bidden voor een Europa dat gedragen wordt
door christelijke waarden. De initiatiefnemers nodigen concreet iedereen uit om
‘s middags, samen met duizenden andere Europeanen, hiervoor het Onzevader te
bidden. “Europa voor Christus” wil ook informatie aanbieden als hulp bij de
persoonlijke vorming rond thema’s die betrekking hebben op het christen zijn
en de maatschappij. Dit gebeurt ondermeer door het verspreiden van een
nieuwsbrief - ook in het Nederlands - via internet. ‘Europa voor Christus’
nodigt gelovigen van harte uit om samen met hun gebedsgroep, gemeenschap of
organisatie deel te nemen aan deze gebedsactie. Praktisch Belangstellenden
kunnen via website: http://www.europe4christ.net/index.php?id=36&L=8 het
‘Europa voor Christus’-charter ondertekenen. Ze ontvangen dan ook elke maand
de Nederlandstalige nieuwsbrief. Ze vinden er ook alle informatie over het
initiatief.
Kardinaal
Godfried Danneels “Zich
afvragen wat Europa zou zijn zonder het christendom, is zich afvragen wat het
zeewater zou zijn zonder zout. Het is een feit dat de Europese beschaving zonder
christenen en zonder christendom niet zou zijn wat ze is. Het christendom is als
wortel van Europa niet enkel een spirituele erfenis voor haar. De christenen in
Europa hebben ook een verantwoordelijkheid. De Europese waarden zijn voor een
groot deel judeo-christelijke waarden. Voor een deel zijn ze geseculariseerd.
Afgesneden van hun transcendente bron die God en Christus is, verliezen ze hun
bron en hun steun. Ze riskeren dode planeten te worden, gescheiden van hun
moederplaneet. Weliswaar bewonderenswaardig om te bekijken, maar zonder vuur
dreigen onze waarden waanzinnig te worden. Op deze wijze kan het christendom
degenereren tot individualisme, de liefde en de vrede puur pacifisme worden.
Hoelang kunnen de geseculariseerde joods-christelijke waarden overleven zonder
aangetast te worden? Dat het project
“Europa voor Christus” moge bijdragen tot het terugvinden van de bron, die
Christus is.” +
Godfried Kardinaal Danneels Aartsbisschop
van Mechelen-Brussel Brussel,
februari 2006 (Gepubliceerd
in europe4christ.net bij ‘Groetwoorden van Prominenten’) PAUSELIJKE
OPROEP: WEERSTA AAN DE SECULARISERING
“Italië
heeft het getuigenis van de christenen nodig”zei paus Benedictus XVI op het
einde van de vierde nationale conventie van de Italiaanse katholieke kerk. De
paus stelde dat hij erg blij was de bijeenkomst te kunnen bijwonen. Het centrale
thema luidde: ‘Getuigen van de Verrezen Christus’. In
zijn toespraak verwees paus Benedictus XVI naar het begin van de bijeenkomst,
waar toen al benadrukt werd dat ook Italië niet ontkomt aan de secularisering.
Italië wordt door een nieuwe golf van ‘Verlichting en laïcisme’
overspoeld. Die nieuwe cultuur, die tot een nieuwe manier van leven is
uitgegroeid, propageert dat alleen wat ervaarbaar en berekenbaar is enige waarde
bezit. “God blijft uitgesloten uit de cultuur en het openbare leven en het
geloof in Hem wordt steeds moeilijker, terwijl we in een wereld leven die we als
ons eigen werk beschouwen.” Tegelijk constateerde de paus een radicale
reductie van de mens, die als een eenvoudig product van de natuur beschouwd
wordt, niet echt vrij is en als elk ander dier moet behandeld worden. “Ethiek
wordt terug geleid tot de uitersten van relativisme en utilitarisme, met
uitsluiting van elk moreel principe dat geldig en verplichtend is.” De paus
herhaalde dat een dergelijke cultuur niet alleen een radicale breuk betekent met
het christendom, maar ook met de religieuze en morele tradities van de mensheid.
“Die cultuur is niet in staat tot een echte dialoog met andere culturen en
heeft geen antwoorden op de fundamentele vragen naar zin en inrichting van ons
leven.” Daarom wordt deze cultuur ook gekenmerkt door een grote nood en heeft
die tevens een grote nood aan hoop.
Nieuwe
evangelisatie De
paus noemde de bijeenkomst een nieuwe etappe in de uitvoering van de besluiten
van het Tweede Vaticaans Concilie en een weg naar de evangelisatie, die het
geloof en het zaad daarvan bij de Italiaanse bevolking levendig moet houden. Hij
onderstreepte het belang van het doopsel en riep Italiaanse gelovigen op om
positieve en overtuigende antwoorden te geven op de vragen en verwachtingen van
mensen. Niemand mag de band tussen geloof en het alledaagse leven afwijzen.
Tegelijk riep hij hen op de secularisering te weerstaan en zich voor
christelijke waarden in de politiek in te zetten. Tot slot verwees hij naar de
almaar toenemende technische mogelijkheden, maar stelde tegelijk vast dat men er
op moreel vlak niet in dezelfde mate op vooruit is gegaan. (Naar
Kerknet Vlaanderen 20/10/2006) Ben
Van Vossel Onrustgevoelens Sint
Augustinus heeft in zijn “Belijdenissen” een woord neergepend dat heel
bekend is gebleven: “Onrustig is mijn hart totdat het rust in U, Heer”.
Een woord met diepe betekenissen op godsdienstig en antropologisch en
mystiek vlak. Maar als ons hart onrustig is, kunnen er allerlei oorzaken zijn en
ook allerlei hulpmiddelen om daaraan te verhelpen. Velerlei oorzaken, inderdaad.
Zijn het lichamelijke oorzaken, iets met de bloedsomloop, een hartprobleem,
hormonen die wat in de war zijn geraakt, schildklier bv… dan hebben dokters en
specialisten een heel arsenaal eventuele medicamenten of behandelingen
voorradig. We
hebben natuurlijk stilaan geleerd ons eens af te vragen of dat lichamelijk
lijden ook geen psychosociale oorzaken heeft… En dan moet u toch nog even
verder lezen. De
onrust in ons hart kan te maken hebben met problemen die zich voor ons stellen.
Overigens zijn dat wel eens ingebeelde problemen of een psychologisch
ziektebeeld waarbij eventueel een goede psycholoog of psychiater wat kan helpen.
Misschien zijn we zelf al begonnen met slaappillen, kalmerende middelen enz.
Misschien boden die een stukje oplossing... De
zorgen nemen alle vreugde uit mij weg De
problemen kunnen echter ook te maken hebben met allerlei omstandigheden in ons
persoonlijk leven, ons gezinsleven, ons professioneel leven; ernstige zorgen
over onze financies, rond gedwongen werkeloosheid, rond mogelijke ziekte, rond
de kinderen, een kind aan de drugs… Je
hoort wel eens zeggen: “Ik ga er mee slapen en sta er mee op”. Met die
zorgen. Met die problemen. Als die problemen te maken hebben met je persoonlijke
relaties, of een heel persoonlijke problematiek, kunnen zij zwaar wegen op jou,
op je innerlijke vrede. Je verliest je vreugde, je bent de innerlijke vrede
kwijt. Je beeldt je in wat er allemaal nog verkeerd kan lopen, bovenop hetgeen
nu al vierkant draait; hoe gaat het zich verder ontwikkelen? Je slaapt niet
goed, je loopt zenuwachtig tijdens de dag, je zou het liefst eens goed uitwenen,
‘was het allemaal maar achter de rug!’, ‘kon dat eindelijk maar eens
veranderen!’, ‘is hier dan niets aan te doen?’.
Mijn
God, waarom verlaat Gij mij? Ik
zat me af te vragen of ik dat woord van Augustinus hier toch ook niet bij mag
betrekken: “Onrustig is mijn hart, totdat het rust in U, Heer”. Je kunt het
een profanatie vinden voor zo’n diep-existentieel woord. Maar de problemen
waarover ik het had kunnen een mens echt kapot maken, het bestaan (de
existentie) van een mens tot een hel maken, een bijna niet te dragen lijden dag
in dag uit. God is echt niet zo wereldvreemd dat Hij zich van ons niets
aantrekt. Hij blijft niet vreemd aan wat wij meemaken. O ja, ik weet het: je
roept, je smeekt, je bidt… en … er gebeurt niets! Je vertrouwen op God raakt
geschokt. “God, waarom luister je niet? Hoor en verhoor toch mijn bidden! Houd
Gij uw oren gesloten voor mij? Ziet Gij niet de ellende waarin ik moet leven?
Hoort Gij mijn zuchten en smeken niet?” Ik
weet niet of u zich herkent in deze zinnen, maar zo baden de mensen van het Oude
Godsvolk. In de psalmen kan je dat alles lezen. Wij
verwachten dat God iets gaat doen aan de omstandigheden, aan de zaken die
volgens ons zijn misgelopen. Misschien doet Hij dat. Misschien niet. Doet Hij
dan niets? Wil Hij dan niets doen?
Een
geestelijke cardioloog Jawel.
God wil wel iets doen. Hij wil iets doen aan onszelf, in onszelf. Wij hadden het
over een onrustig hart. Hij wil iets doen aan ons hart. Maar juist zoals een bij
cardioloog, moeten wij Hem ons hart dan ook toevertrouwen. Het met vertrouwen
Hem in handen geven. Hoe doen we dat? (Want dit lijkt nu toch wel alleen maar
wat vrome praat). Als
je ’s morgens opstaat (maar je mag er natuurlijk reeds mee beginnen wanneer je
’s nachts wakker ligt) zeg je aan God dat je Hem kiest als de Heer van je
leven. “Ik vertrouw je heel mijn leven toe. Ik geef U heel mijn leven in
handen.” Stilaan
besef je dat ‘heel mijn leven’ ook gaat over ‘mijn zorgen, mijn problemen,
mijn angsten’. In dat woord “Ik vertrouw U heel mijn leven toe”, steekt
dus ook de belofte (die je stilaan tracht waar te maken, echt tracht in praktijk
te brengen) dat jij niet alles wil oplossen (je hebt trouwens al ondervonden dat
je er niets kunt aan veranderen; alleen maar van wakker liggen en onrustig van
lopen). Je vertrouwt Hem dus ook die problemen toe, en al die zorgen en angsten.
Maar je moet niet vragen: los die nu op, verander de situatie, verander die
personen door wie die problemen komen (verander ze in de richting die ik zou
willen of … desnoods op een andere manier). Je moet niet vragen: neem die
onrust uit me weg, geef dat ik wat kan slapen, geef dat ik die onrustige
gedachten wat uit mijn hoofd kan zetten, geef dat die onrustgevoelens rond mijn
hart en in mijn zenuwen wat tot stilstand komen…
Ik
geef het op. Over naar U Ik
denk dat we dat alles aan God moeten overlaten. We moeten de zaken dieper
aanpakken (en dan bedoel ik nog niet onze inspanning om wat overeen te komen met
mensen, om zelf niet tezeer verhangen te zijn aan geld en goed, om zelf wat meer
medemens te zijn, al eens vergeving te vragen, nieuwe kansen te geven enz.). De
zaken dieper aanvatten heeft op de eerste plaats te maken met die keuze voor
God: Hem erkennen als onze Heer, onze oorsprong. Hem alles in handen geven. Ons
niet meer willen bemoeien met het oplossen van zaken die niet op te lossen zijn.
Onze tijd en energie niet steken in onze onrust en angsten. Maar die onrust, die
angsten die in ons leven, aan God geven. “Heer, hier, ik geef het op. Ik geef
u mijn onrustig hart, ik geef U mijn hele bestaan. Ik wil als een kind voor uw
aangezicht leven en vanuit uw bevestiging, vanuit uw overgrote liefde voor mij
wil ik me midden de mensen begeven, ga ik weer de situaties aan waarin ik mij
onrustig voel, de relaties die mij angstig maken. Ik kijk niet zozeer naar de
reacties van mensen, ik weet mij door U gesteund, ik voel uw hand op mijn
schouder. Ik laat uw vrede in mijn hart binnenvloeien (ik zeg nog niet direct
binnenstromen, dat klinkt wat te plots, dat klinkt wat te hevig voor dat kleine,
flauwe straaltje zon dat mijn hart binnenschijnt)”.
Revalidatieoefeningen In
de nachtelijke uren bidt je het Jezusgebed, telkens en telkens weer: “Heer
Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij; Heer Jezus, Zoon van God, Redder,
ontferm U over mij, zondaar”… En in de dag ga je – telkens en telkens weer
– naar Hem, de Bron van leven, mijn Vader, mijn Herder, mijn Leidsman. Jezus
sprak woorden die God tot ons blijft zeggen: “Komt allen tot Mij die uitgeput
zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken”
(Mt.11,28). Dit moet voor u een van
die ‘Meesterwoorden’ worden die je leven behoeden voor moedeloosheid en
troosteloosheid. Naar de Heer gaan, naar zijn ogen opkijken in plaats van naar
alles wat u onrustig maakt en dat je voortdurend zit te overdenken en te
herkauwen. Kijk op naar Hem. Probeer het. Leer het. Dwing jezelf er toe. Zelfs
al blijven de omstandigheden waarin je leeft onveranderd, toch zul je spoedig
kunnen bidden met psalm 131 (ik citeer hem met de tussenzangantifoon uit de
liturgie van de maandag van de 31 ste week van de even jaren):
Bij
U, Heer, ben ik veilig bescherm
mij in uw vrede. Mijn
hart is niet hoogmoedig, Heer, mijn
ogen kijken niet verwaand. Ik
streef ook niet naar grote daden, hoger
dan ik reiken kan. De
stormen zijn bedaard in mij en
vredig is mijn geest. Zoals
een kind op moeders schoot, zo
veilig voel ik mij. Zoek,
Israël (volk van God), uw toevlucht bij de Heer van
nu af voor altijd. ALS
GODSDIENST EEN VLOEK WORDT In
bepaalde voor het Westen ongezellige toepassingen (waarmee ik niet de steeds
maar duurdere aardolie bedoel maar eerder het terrorisme waar heel wat
onschuldige mensen als slachtoffer vallen en de angst waaronder tallozen anderen
leven) vertoont zich een gelaat van de Islam dat een vloek werpt op een
godsdienst die heel wat verheven en menspromoverende aspecten heeft. Ook het
christendom heeft zo zijn historische schandvlekken zoals de inquisitie,
jodenvervolging, godsdiensttoorlogen...
In
de terroristische (zelf-)moordaanslagen op vaak onschuldige personen valt een
donkere schaduw over de Islam en over een heel deel van de wereld. Maar
eigenlijk is het geen vloek over de Islam in het algemeen. Deze vloek is een
vloek over die bepaalde vorm van fundamentalisme. Deze vloek heeft zijn wortels
in het misprijzen voor concrete mensen en concrete mensenlevens. Deze –
meestal onschuldige - mensenlevens moeten zogenaamd wijken voor de eer van God
en de eer van de Islam. Die eer van God en de Islam wil men dan herstellen door
een hoop mensen stuk te maken. Het diepe misprijzen voor het leven van die
concrete mensen die men daar vernietigt (het leven van de dader zelf en van al
zijn slachtoffers, die hij niet kent evenmin als hun familie, hun echtgenoten en
kinderen) is een slag in het gelaat van God zelf! Zoals Joden en Christenen
geloven Moslims dat alle mensen uit Gods hand gekomen zijn, Hij is de Schepper,
de Enige; al die mensen zijn door
Hem gewild zijn en bemind, voor hen heeft Hij het heil bedoeld. Christenen hebben ook erge dingen gedaan. Heidense regimes zoals het fascisme en communisme (die nog altijd hun vereerders hebben) hebben afschuwelijke misdaden begaan tegen grote bevolkingsgroepen.
Als vandaag nog mensen rondlopen die ‘in de
naam van God’ een hoop mensen naar het leven staan omdat zijzelf een
bedreigend teken willen stellen naar de boeman ‘het Westen’, ‘de
andersdenkende Sjiiet of Soenniet’, de ‘ongelovige’ en dit ‘in de naam
van God’, ‘voor de eer van God’… dan overtreedt hij een fundamenteel
punt waar – ik spreek hier als gelovige – God een lijn heeft getrokken. Die
lijn is maar stilaan duidelijk geworden aan de mensen. Het is een lijn die
bijvoorbeeld terug te vinden is in het verhaal van Abraham (Ibrahim) die van God
zijn enig kind (Isaak) moet offeren als teken van zijn vertrouwen op Gods
belofte. Uiteindelijk houdt een engel van de Heer dan hand van Ibrahim tegen:
“Ik vroeg dit maar om je geloof te testen”. Ofschoon in de Schrift heel
andere en ook gruwelijke zaken verhaald worden, kunnen we hier toch iets aflezen
van: eigenlijk vraagt God geen mensenoffers, zoals de Moloch aan wie mensen hun
kinderen offerden. “Gruwels” worden die afgoden genoemd, want God gruwt
ervan en een goedgeaard mens ook. In een van de scheppingsverhalen wordt gezegd
dat God de mens maakte naar zijn beeld en gelijkenis. “De” mens. Ieder mens.
Wie gaat zich zo aan God gelijk maken dat hij ‘in Naam van God’ die mensen,
die ook gemaakt zijn naar het beeld van God, gaat doden? God wenst dat niet! God
wil dat niet! God verbiedt dat ten stelligste!
(Lees
verder in volgend artikel: Joannes-Paulus II over het terrorisme) JOANNES
PAULUS II OVER HET TERRORISME
Voor
de viering van de werelddag van de vrede (1 januari 2002) schreef paus
Joannes-Paulus II een boodschap: “Er is geen vrede zonder rechtvaardigheid, er
is geen rechtvaardigheid zonder vergeving”. Het was niet zo ver na de
dramatische gebeurtenissen van 11 september 2001 met de duizenden slachtoffers
van de terroristische aanslagen op de twin-towers in New York. “Sedertdien is de mensheid in de hele wereld zich met een nieuwe intensiteit bewust geworden van de kwetsbaarheid van elkeen en is zij de toekomst beginnen tegemoet te zien met een tot dan toe ongekend gevoelen van diepe vrees”.
De
boodschap van vorige paus is een scherpe analyse van de oorzaken en
aanleidingen voor het terrorisme, ook van de uitwegen uit de verziekte situatie
waartoe het geleid heeft. Maar zij
bevat ook een vlijmscherpe veroordeling van het terrorisme, des te meer omdat
het soms zogenaamd gebeurd ‘in naam van God’. “Terwijl
zij hun aanhangers als wapens lanceren tegen weerloze personen die het gevaar
niet kennen, brengen deze terroristische organisaties het doodsinstinct dat hen
voedt op een ontstellende manier tot uiting. Het terrorisme ontstaat uit de haat
en brengt de vereenzaming voort, het wantrouwen en het terugplooien op zichzelf.
Het geweld vergroot het geweld, in een tragische spiraal die zelfs de nieuwe
generatie meetrekt zodat deze de haat erft die de voorafgaande generaties heeft
verdeeld. Het terrorisme heeft als fundament het misprijzen voor het menselijk
leven. Daarom juist is het niet enkel aan de oorsprong van onduldbare misdaden,
maar het vormt op zichzelf, doordat het grijpt naar de terreur als politieke en
economische strategie, een waarachtige misdaad tegen de mensheid”.
Er
bestaat daarom ook een recht om zich te verdedigen tegen het terrorisme, maar
dat recht moet ook weer beantwoorden aan morele en gerechtelijke regels zowel in
de keuze van de objectieven als in deze van de middelen… Naar
het einde van zijn Boodschap toe zegt de paus dat hij de vertegenwoordigers van
de wereldgodsdiensten uitnodigde om op 24 januari (2002) naar Assisi te komen,
de stad van sint Franciscus, om te bidden voor de vrede … opdat “de
almachtige God van ons een instrument van zijn vrede zou maken”. Het was
werkelijk een profetische uitnodiging die diepe indruk heeft gemaakt
toentertijd, maar die nog altijd niet bij machte is om het terrorisme een
definitief halt toe te roepen.
De
paus eindigde zijn oproep met de woorden: “Dat op deze Dag van de Vrede een
vuriger gebed moge opstijgen uit het hart van elke gelovige voor alle
slachtoffers van het terrorisme, voor hun tragisch getroffen families, en voor
alle volkeren die nog voortdurend gekwetst en ontsteld worden door het
terrorisme en de oorlog! Dat van de lichtstraal van ons gebed zelfs zij niet
worden uitgesloten die God en de mens zwaar beledigen door deze meedogenloze
daden: dat zij zouden inkeren in zichzelf en zich rekenschap geven van het kwaad
dat zij aanrichten; dat zij zich aldus gedreven voelen om te verzaken aan elke
wil tot geweld en om vergeving te vragen! Moge de mensenfamilie in deze
tumultueuze tijden de ware en duurzame vrede vinden, deze vrede die enkel kan
geboren worden uit de ontmoeting van gerechtigheid en barmhartigheid”.
CHRISTENEN:
GIST IN DEZE WERELD
“Wat
de ziel is in het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld, in deze wereld
van Europa. O, zeker, zoals in de tijd van Diognetus moeten zij hun getuigenis
geven onder armoedige omstandigheden, midden onbegrip, midden tegenspraak, ja,
zelfs in vervolging. Maar indien hun gist de nederigheid van het evangelie
heeft, dan heeft het er ook heel zijn hevigheid van, het is drager van heil voor
het geheel”. (Paus Paulus VI tot de Europese bisschoppen 18 okt. 1975).
KERK
REDEMPTORISTEN TE LEUVEN DICHT
LEUVEN
(naar Kerknet/RKnieuws.net 17/11/2006) - Op zondag 26 november 2006 werd de kerk
van de paters redemptoristen aan de Brabançonnestraat in Leuven definitief
gesloten. De bediening van de kerk werd 60 jaar lang “(als broeder-koster,
later als voorganger) ter harte genomen door pater Frans Schenk. De sluiting is
een gevolg van de fusie van de Vlaamse redemptoristen met hun Nederlandse,
Duitse en Zwitserse confraters in augustus 2005. Deze fusie brengt op korte en
middellange termijn ingrijpende veranderingen met zich mee, vooral in
Vlaanderen. De sluiting van de kerk in Leuven is daar een van. Het klooster te
Leuven, voornamelijk een bejaardentehuis, blijft voorlopig wel bestaan.
Neem
en ontvang, o Heer, geheel
mijn leven, mijn
wil, mijn
verstand, mijn
geheugen, mijn
gevoelens, mijn
lichaam, mijn
verlangens, mijn
plannen, mijn
vrijheid, mijn
hart, deze
dag en
mijn toekomst … Beschik
over alles zoals
Gij het wilt want
alles is het Uwe. Geef
mij uw genade en liefde die
zijn mij genoeg. Amen. (Handgeschreven
tekst op keerzijde van prentje met
icoon ‘Abraham die Gods belofte ontvangt’) (Ga tot Jozef)
Sebastian
Viaene en huisgenoten
Ik
ben 18 jaar. Ik studeer multimedia en communicatietechnieken. Ik doe het graag
omdat het tegelijk zowat mijn hobby is. Maar daarover wil ik jullie vandaag niet
vertellen. Wél over een toch wat ongewoon iets dat elke maand plaatsgrijpt in
onze voortuin. Nee, niet een of ander buitenaards fenomeen, maar een samenkomst
van ons gezin en wat buurtbewoners, en zelfs enkele mensen vanuit naburige
dorpen. Zonder veel omhaal komen zij bidden bij een beeld van Sint Jozef dat
zich sinds jaar en dag in onze tuin bevindt. Waarom dat daar gekomen is vertel
ik jullie straks.
Even
situeren We
wonen in een relatief stille buurt. Hoewel, waar is het nu nog stil? Je moet er
- zoals overal elders - opletten voor auto’s die voorbijkomen, niet zoveel,
maar het is niet meer een weg zoals wellicht in vroeger tijden toen trage
boerenkarren voorbij sjokten, ‘langzaamaan en niet te snel’, zoals in het
liedje van Vermandere, ‘Djak, djak, ju, djak, m’n peird’. Evenwel... als
je in onze achtertuin staat, dan zie je alleen maar velden en akkers. Dus toch
de boerenbuiten. Een ervaring apart. Met een heldere hemel daarboven, of een
grijze koepel of op andere dagen voortjagende wolken…
Een
maandelijkse samenkomst Maar
elke 19e van de maand tegen 19u30 zie je een paar mensen toekomen in onze
voortuin. Wij hebben ondertussen wat stoelen buitengezet. Daar komt nog iemand.
En daar x en y. Een kort woord van
onthaal. Er wordt eigenlijk niet zoveel gesproken. En bij slecht weer, zul je
vragen? Dan doet onze garage en/of carport dienst als gebedsruimte. ’t Is dan
wel niet onder de ruime hemelkoepel, maar, ook in een garage kunnen mensen
samenkomen, in Jezus’ Naam, net zoals de eerste christenen samenkwamen “in
een of ander huis”. Wij hebben natuurlijk onze kerken tegenwoordig. Maar het
is goed, denk ik toch, dat gelovige mensen ook tussendoor al eens samenkomen
‘in Jezus’ Naam’.
Wat
gebeurt er dan op zo’n avond? Eigenlijk
is dat heel eenvoudig. Het is een samenvoeging van een rozenhoedje en gebeden
tot St. Jozef die we in een boekje gebundeld hebben. Voor we beginnen, vragen we
aan de aanwezigen of er speciale intenties zijn en daar wijden we dan een
tientje aan. Zo bidden we voor elk tientje mogelijks voor de genezing van een
zieke, voor het huisgezin, om een bijzondere genade, om zuiverheid, voor de
Heilige Kerk, voor een zalige dood, enz. We hebben zo een 25-tal gebeden
verzameld. Na het rozenhoedje bidden we dan nog de litanie van de H. Jozef
en we besluiten het gebedsmoment met een lied ter ere van St. Jozef Hoe
dat nu eigenlijk allemaal begonnen is? Uit
dankbaarheid hebben mijn ouders een kapelletje gebouwd ter ere van St. Jozef, op
wiens voorspraak ze al veel zaken bekomen hadden door hem te aanroepen. Bij de
inzegening, op 19 maart 1990, waren zo’n kleine 100 mensen aanwezig en
verschillenden van hen uitten de wens om regelmatig samen te komen om te bidden
tot St. Jozef. Daaraan gevolg gevend
besloten mijn ouders om elke 19e van de maand samen te komen en zo gaat dit al
ruim 16 jaar door. De bedankingsplaatjes bij de kapel tonen aan dat samen
bidden tot Sint Jozef ook zijn
vruchten afwerpt. Nu en dan gebeurt het zelfs dat ze vanuit het gebuurte komen
vragen of ze geen noveen tot de H. Jozef mogen komen doen met hun familie of
vrienden voor een of andere intentie Of
er ook kinderen bij zijn op die avonden? Zeker
en vast. We hebben de gewoonte dat het de aanwezige kinderen zijn die een
tientje voorbidden als ze dit wensen.
Waarom
Sint Jozef? Ja,
dat kon natuurlijk ook wel een andere heilige zijn, of Maria, of een beeld van
Jezus. Maar het is dus Sint Jozef. Hij vormde met Jezus en Maria het heilig
gezin van Nazaret. Hij heeft over Maria en Jezus gewaakt. Hij heeft zich door de
heilige Geest laten leiden om zich in te passen in het plan van God. Hij heeft
zich laten leiden om Jezus en Maria te beschermen en er voor te zorgen, op reis,
op de vlucht... Als Jezus zich
bezeerde of als kind te vermoeid was, dan nam Jozef Hem in zijn sterke
werkmansarmen en droeg hem naar huis. Jozef, de timmerman van Nazaret, die de
zware deuren maakte voor de huizen en die scharnieren in de juiste vorm wist te
krijgen vanuit een stuk ijzer… Hij moest dus voor heel wat practische
problemen een oplossing zoeken. Je kan je hem goed inbeelden in zijn werkplaats
en hoe hij het afgewerkte naar de mensen uit de buurt bracht.
Naar hem keek de jonge Jezus op, naar die sterke vader. Van hem leerde
Jezus de psalmen en de verhalen uit hun Joodse geschiedenis: hoe Jahwe-God zijn
volk begeleid had, hoe Hij het ook vermaande en het al eens liet ervaren wat er
gebeurde wanneer het God in de steek liet. Ja, die 40 jaar in de woestijn, en
die ballingschap… Vooral die lange
psalm (119) over Gods wet en voorschriften gaf aan hoe belangrijk het was van je
leven in te richten volgens Gods verlangen, Gods wet.
Jozef,
dagelijks omgeven door Jezus en Maria. Ook dat moet
een speciale ervaring geweest zijn. Wij kunnen ons dat misschien wel wat
inbeelden voor onszelf, maar Hij zag die twee dagelijks bij zich.
Al
deze zaken doen ons Jozef zien als iemand die ook bezorgd is om de materiële
dingen waarmee een gewoon gezin te maken krijgt. Hij kan ons ook helpen om in de
aanwezigheid van Jezus en zijn Moeder te leven. Wat een zegen! En
men aanroept hem ook als de patroon van de goede dood. De traditie heeft ons
overgeleverd hoe hij gestorven is, omgeven door Jezus en Maria. Ik vraag me af
of het Weesgegroet daarom ook niet eindigt met die woorden: ‘bid voor ons,
arme zondaars, nu en in het uur van onze dood’; samen met Jezus heeft Maria
gebeden voor Jozef toen hij stervend was. Maar
ik vermoed dat voor mijn ouders vooral die practische zorgen van Jozef binnen
het gezin van Nazaret de doorslag hebben gegeven bij hun devotie voor hem. De
heilige Jozef wordt speciaal vereerd in de maand Maart. Zijn feestdag valt op 19
maart. Op 1 mei wordt hij vereerd als Jozef de arbeider. Samenstelling:
Ben Van Vossel Waarom
werd de doodskist van Lucas geopend? We
hebben in ons vorig nummer niet verteld waarom precies in 1998 de kist werd
geopend, waarvan een duizendjarige traditie geloofde dat ze de stoffelijke
resten bevatte van de apostel en evangelist Lucas. In dat jaar 1998 ontving
de bisschop van Padua, Mgr. Antonio Mattiazzo, een brief van bisschop
Hieronymos, de orthodoxe metropoliet van Thebe. Daarin vroeg deze zijn
katholieke collega om een relikwie van Lucas voor de eerste maar lege graftombe
van Lucas in Thebe. Mgr. Mattiazzo was bereid hierop in te gaan maar besloot
toen tegelijkertijd de relieken aan een wetenschappelijk onderzoek te
onderwerpen. In 1998 werd dus het 400 jaar oude zegel van de loden kist geopend.
Iemand
uit Antiochië Dr.
Barbujani was expert op het gebied van Europese volkeren. Zijn onderzoek moest
uitwijzen of de tand van een man was uit de streek van Constantinopel of van
Antiochië. Welnu, zoals we in vorig nummer reeds zeiden, behoorde volgens hem
de tand uit de kist wel degelijk aan iemand uit de streek van
Antiochië. Het zou dus eerder om een Syriër gaan dan om een Griek.
Hoewel Lucas volgens de overlevering zou gestorven zijn in de Griekse stad
Thebe, maakte dit onderzoek dus meteen duidelijk dat de theorie dat het skelet
zou toebehoren aan Lucas, die afkomstig uit Antiochië, zeker aannemelijk al kan
je dat niet zwart op wit bewijzen. Een
skelet zonder schedel Tussendoor
willen we toch vermelden dat de loden kist de juiste afmetingen had om te passen
in het (lege) praalgraf in Thebe (Griekenland) dat daar vereerd wordt als het
graf van de apostel en evangelist Lucas. In de loden kist van Padua lag een
skelet maar opvallend genoeg geen schedel. De
schedel werd in 1354 verwijderd door keizer Karel IV en overgebracht van Padua
naar de St-Vitus Kathedraal in Praag. “Officieel waren er zelfs twee hoofden
van Sint-Lucas, een in Praag en het andere in Rome,” zegt Barbujani. Op
verzoek van Mgr. Mattiazzo werd de Praagse schedel naar Padua gebracht. Deze
bleek inderdaad perfect te passen op de rest van het geraamte. En de tand,
gevonden op de vloer van de doodskist, paste precies in het kaakbeen van het
‘Praagse’ hoofd (Gegevens Katholiek Nederland 2001 DNA-test: botten mogelijk
van Sint-Lucas). Zo zou het hele skelet kunnen toebehoren aan de apostel Lucas.
Lucas
en zijn geschriften We
hebben eigenlijk nog niet veel gezegd over Lucas.
Volgens oude bronnen was Lucas een arts die werd geboren in Antiochië en
op 84-jarige leeftijd stierf in de Griekse stad Thebe (hoofdstad van de Griekse
Regio Boëtie) rond het jaar 150. Naast
het derde evangelie dat in de tweede eeuw door kopiisten van de Griekse
handschriften “Evangelie volgens Lucas” werd genoemd, schreef Lucas -
waarschijnlijk als vervolg op dat eerste boek - de “Handelingen van de
apostelen”. Door de kopiisten is
dit vervolg op zijn evangelie als een afzonderlijk boek behandeld, los van het
evangelie. Wegens het feit dat Lucas in de “Handelingen van de Apostelen” zo
uitvoerig spreekt over de gemeenschap van Antiochië
is de veronderstelling gewettigd dat hij zelf wellicht lid was van die
locale christelijke gemeenschap en gedurende het jaar dat Paulus en Barnabas
daar predikten, deze beide mannen goed leerde kennen. Dat moet dan rond het jaar
40 geweest zijn (hij was toen tussen de 26 à 30 jaar). Antiochië werd trouwens
zowat de uitvalsbasis voor Paulus’ evangelisatietochten.
Lucas
beter leren kennen Hoewel
hij twee nieuwtestamentische werken schreef, spreekt Lucas niet over zichzelf.
In zijn tweede brief aan Timoteüs heeft Paulus het over hem: “Alleen Lucas is
bij mij”. (2 Tim. 4,11). Ook in de brieven aan de Kolossenzen en aan Filemon
wordt Lucas vermeld. Doordat hij in Kol. 4,14 “de dierbare arts” genoemd
wordt, weten we meteen dat hij van heidense afkomst was; een Jood was geen arts
(van bloed moest je afblijven of je was onrein!).
Lucas heeft het in de Handelingen – in het tweede deel – vaak over
“wij” en laat daarmee aanvoelen dat hij ooggetuige was bij de missietochten
van Paulus. In
een zeer oud geschrift de “Canon Muratorius” (een lijst van de boeken met
wat commentaar van het Nieuw Testament, waarschijnlijk in de jaren 160-180 te
Rome samengesteld) wordt als korte commentaar gezegd dat Lucas de Heer Jezus
niet ‘in het vlees’ gezien heeft. En toch geeft juist hij de meest pakkende
beschrijvingen van wat er rond Jezus gebeurt, en dit in het meest klassieke
Grieks van heel het Nieuw Testament. Als ontwikkeld mens heeft hij ook de
bronnen gecontroleerd waarop zijn schrijven berust. Is het dan toevallig dat een
derde van de mirakelen en drie kwart van de parabels alleen maar in zijn
evangelie terug te vinden zijn? Heeft vooral hij toegang gehad tot die
“Quelle-Bron” met vooral woorden van Jezus?
Je hoort ook als het ware de zachte stem van Maria doorheen wat hij
verhaalt (overigens met veel aandacht voor de vrouwen). Hij spreekt lang over
Maria en laat haar persoonlijkheid naar voor komen. Waarschijnlijk ligt deze
schildering van Maria en wat er met haar gebeurt aan de basis van de
overlevering of legende dat hij de eerste icoon van Maria en het Kind Jezus zou
geschilderd hebben. Treffend bij Lucas is de wijze waarop hij de barmhartige
Jezus schildert, zijn verwondering, zijn zachtheid en mededogen. Een mooi
evangelie dat van Lucas met nadruk op innerlijkheid.
Hoe
geraakte zijn skelet in Padua? De
kerkleraar Sint Hiëronymus (ong. 347-420) bevestigt dat de urne met de relieken
van de H. Lucas van Thebe naar Constantinopel werd overgebracht onder keizer
Constantijn in de loop van de 4de eeuw (Augustinus, De viris illustribus VI, I).
Professor Vito Terribile Wiel Marin heeft de Thebaanse sarcofaag laten nameten
en bevestigt zoals reeds aangegeven dat deze perfect aangepast is aan de maten
van de loden kist die in Padua werd geopend. Maar de historici kunnen niet juist
aangeven wanneer de stoffelijke resten in Padua aankwamen. Volgens
sommigen zou dit gebeurd zijn na de val van Constantinopel in 1204; anderen
dateren de overbrenging evenwel in 1177. In
dat jaar lijkt ze reeds in Padua te zijn waar ze in een marmeren sarcofaag in de
Basiliek van St.-Justina werd geplaatst. Professor
Barbujani, de etnologische geneticus, die we in ons vorig nummer reeds lieten
optreden, speculeerde samen met zijn collega’s dat de kist (volgens een oude
bron overigens samen met de relieken van de ‘toegevoegde’ apostel Matthias)
in veiligheid moest worden gebracht voor de heidense keizer Julianus, ‘de
Afvallige’ (361-363 n.Ch.). Een andere theorie is dat het gebeurde omwille van
de beeldenstorm in de achtste eeuw, de periode van de iconoclasten, toen heel
wat religieuze objecten, vooral ook iconen, werden vernietigd. Hier sluit een
bepaalde traditie bij aan dat de kist in de 8ste eeuw reeds werd overgebracht
door een priester, Urio, die ze wilde redden van de beeldenstormers.
Tot zover de wat verwarde traditie. Daarna beschikken we wel heel wat
historische vaststellingen. In 1354: op bevel van keizer Karel IV. In 1463: om
te weten of het om de authentieke Sint Lucas van Padua ging of om een naamgenoot
die in Venetië was opgedoken. In 1562 werd ze dan weer getoond voor de verering
door de gelovigen. Tevoren zijn er nog heel wat meer verificaties geweest,
aangezien er in de urne talrijke geldstukken werden gevonden met verschillende
datering; de oudste dateert zelfs uit het jaar 299, onder het bewind van keizer
Maximianus. De
sarcofaag werd voor het laatst geopend in 1562 en geraakte sindsdien in
vergetelheid … tot oktober 1998. (vervolg in volgend nummer) CONDOOMCAMPAGNE
NAAR 12/13-JARIGEN
We
zijn wel al wat gewoon op het vlak van ministers die hun verantwoordelijkheid
nemen op het vlak van seksuele voorlichting en preventie
van abortus, seksueel overdraagbare ziekten, ongewenste
tienerzwangerschappen e.d.. Soms hebben we wel de bedenking: is dit nu de
geschikte manier? Zoals met de campagne van enige jaren terug: eerst bla bla,
dan boem boem. Herinnert u het zich nog? Nogal cru, maar volgens de minister
(Mieke Vogels?) en haar raadgevers de enige manier om de geviseerde groepen
(jonge homoseksuelen, drugverslaafden) te bereiken. De rest van de jongeren moet
dan ook maar die ongemanierde publiciteitscampagnes over zich laten komen. Okay,
dan sluiten we daar maar onze ogen over.
Een
volgende minister dus maar zijn ding laten doen. Rudy Demotte, minister van
Volksgezondheid kwam met een nieuwe condoomcampagne, nu naar 12/13-jarigen.
Prachtig zeg! Of
zijn daar soms toch vragen bij? Want ik las een ingezonden brief van dokter Luc
Kiebooms (in De Standaard van 13/11/2006 ‘Een condoom met een gaatje’)
waarin hij vaststelt dat “de nieuwe aanbevelingen van de abortuscommissie
straal genegeerd worden”. Dat is
natuurlijk niet zo slim en niet netjes. Hij stelt een lelijke vraag: “… is
het een zoveelste toegeving aan de industrie, met name de latexindustrie? Die is
maar al te blij dat met ons belastingsgeld haar omzet wordt gegarandeerd en
gratis publiciteit gemaakt wordt voor haar (twijfelachtige) producten”. Dat
‘twijfelachtig’ zet hij tussen haakjes erbij omdat bij “consistent
gebruikt, het risico op aidsbesmetting gemiddeld voor 85 procent vermindert. Dat
betekent dat condoomgebruik met een HIV-besmette partner nog steeds 15 procent
risico op overdracht van de dodelijke ziekte betekent. Nog lager is de
bescherming van het condoom voor andere soa’s, maximaal 50%”.
Door deze campagne zonder ethische waarden aan te reiken, wordt het
geslachtsleven gereduceerd tot een onbeheersbare drift en wordt verkrachting
(want dat is nog steeds de seksuele gemeenschap tot 14 jaar) en aanranding op de
zedelijkheid (tot 16 jaar) in zekere zin uit de strafwet gehaald. Blijkbaar
staan wij nog altijd onder invloed van “maatschappelijke stromingen die
schadelijk blijken te zijn zowel voor de lichamelijke als voor de geestelijke
gezondheid van de bevolking”.
Verslag
van een deelnemer N.N. Eén
van hart en geest ’t
Was enige dagen na Allerheiligen dat we met een groep van de
Maria-Kefasgemeenschap vanuit Gent aankwamen in het Noordstation te Brussel. De
tram (met een verkeerd nummer) stond ons nog op te wachten zodat ook nog enige
leden uit West-Vlaanderen ‘hun tram niet misten’. Tot aan de ‘Miroir’
ofte ‘De Spiegel’. Dat was dan de halte vlakbij het redemptoristenklooster
in Jette. De paters hadden hun beste beentje voorgezet en heel wat ruimte en
zelfs slaapplaatsen voorzien. Je zou je dat enige jaren terug niet kunnen
indenken. P.
Een
Rabijn, een Moslima, een Christen Een
Joodse (vervang-)rabijn sprak ons over het gebed van de Joodse gelovigen, die
zelfs in de Shoah (het Naziplan tot de totale vernietiging van het Joodse volk)
zich tot God wisten te richten. Na hem kwam een moslima aan het woord, de
ondervoorzitster van de moslimexecutieve. Zij wist naar voor te brengen hoe het
‘salam’ (vrede) de hoofdtoon en –bedoeling is van het bidden tot de ene
God, in verbondenheid met Mohammed, hun profeet. Daarna
bracht Enzo Bianchi, de oprichter van de gemeenschap in Bose over het bidden van
de christen. Er werd al meteen een averechtse visie van het gebed naar voor
geschoven: wij menen vaak dat het bidden spreken is met God, maar dan slaan we
wel iets over, namelijk: het luisteren. God is er het eerst. Hoor Israël! Zijn
woord van liefde, van vrede, zijn richtinggevend en soms vermanend woord mag ons
hart eerst raken en dan mag ons gebed (om ontferming, om kracht, dankbaarheid en
lofprijzing) en ons leven (van dienstbaarheid aan God en de mensen) het antwoord
zijn op Gods spreken.
Geestelijk
en lichamelijk voedsel Een
eucharistieviering met een paar mensen of een kleine gemeenschap kan zijn charme
hebben, maar een viering met zo’n tweeduizend mensen in een overvolle
basiliek, met mooie gezangen, met meer dan honderd priesters, een aantal
kardinalen en bisschoppen geeft ook een sterk gevoel van samenzijn rond de Heer
en samen gesterkt worden door zijn aanwezigheid. De communie nam veel tijd in
beslag maar het stoorde niet. Na
de viering (onderweg duwde een groepje jonge christenen ons een mooie
Paternoster / rozenhoedje in de hand) trokken we op weg naar ‘La
Sagesse’ (De Wijsheid of Sophia), nog zo’n grote school tussen de basiliek
en het Redemptoristenklooster; we kregen wel de indruk dat in Vlaanderen de
schoolgebouwen iets properder waren. Spaghetti en een desertje. We waren er
content mee en konden er weer tegenaan. Op
dus naar een of ander atelier waar je een uiteenzetting kon horen of/en wat van
gedachten wisselen over een of ander onderwerp.
Gebed
en verzoening in het gezin Rond
5 uur waren we terug in het redemptoristenklooster voor een koffie en een uur
eucharistische aanbidding. Na het avondmaal werd de kerk wat gereedgezet voor
het avondgebeuren. Enige liederen bracht ons in de stemming. We luisterden naar
een ontroerend getuigenis van Jean-Pierre en Bea over verzoening in het gezin,
tussen ouders en kinderen, tussen echtgenoten. Voorbeden en een litaniegebed
sloten daarbij aan. Daarop volgde een inspirerend getuigenis (van Marc en
Marijke Deckers, die een van de vorige dagen hun getuigenis hadden mogen brengen
in de overvolle basiliek) over het gezinsgebed van ouders en heel het gezin.
Opnieuw enige voorbeden met litaniegebed. P.
Ives gaf een diepgaande bezinning rond het roepen op God vanuit onze menselijke
noden maar ook vanuit het besef dat Hij niet ver van ons vandaan is, soms slaapt
hij alleen maar in ons bootje zoals tijdens de storm op het meer… Er
was daarna ruim de tijd tot aanbidding, tot het ontvangen van het sacrament van
de verzoening en ook kon je voor jou laten bidden bij enige kleine teams van de
Gemeenschap om innerlijke genezing, vernieuwing van je huwelijksengagement,
licht bij het opvoeden van de kinderen… Enige lofliederen en het Salve Regina
(Wij begroeten U, Maria onze Moeder) besloten de eenvoudige maar doorleefde
gebedsavond. Natuurlijk verjaarde er iemand van de Gemeenschap en dus kwam er na
de viering een glaasje wijn op tafel. Maar lang opblijven was er niet bij. De
dag was vermoeiend en morgen volgde er een andere.
Goed
Nieuws bij het frietkraam Zaterdagvoormiddag
gingen we evangeliseren op het marktplein voor de kerk. Eerst namen we een tijd
van aanbidding opdat we de Heer de kans zouden geven zelf het eigenlijke werk te
doen om harten van mensen te raken. Na enig zoekwerk op de markt kwamen we in
een hoek te staan, tegenover een frietkraam dat aanvankelijk gesloten was maar
na enige liederen van ons klein koortje toch openging. Een man sleurde zakken en
zakken geschilde aardappelen naar het frietkraam. De grote Maria-icoon van de
Moeder Gods van Vladimir werd op de grond gezet (zodat de voorbijgangers direct
zien dat we geen getuigen van Jehova zijn of een of andere protestantse sekte)
en een klein koortje van de Gemeenschap begon liederen te zingen onder
begeleiding van een gitaar en tamboerijn. De andere leden van de Gemeenschap
verspreidden zich twee aan twee (een die bad en een die het woord zou voeren in
het nederlands of ‘en français’). Een
heel aantal mensen wenste geen strooibriefje aan te nemen, nogal wat anderen
feliciteerden ons en wensten dat we dit al eens meer zouden doen. Met sommigen
hadden we een langer gesprek wanneer zij ook hun verhaal deden en wij vanuit ons
christen zijn ook iets in het midden konden brengen. Na anderhalf uur stopten we
deze pleinevangelisatie en gingen we terug naar het Magdalenaklooster.
Gezinsmarkt Ongeveer
gelijktijdig met onze Gezinsmarkt was er de maandelijkse samenkomst voor gebed
en processie met het beeld van O.L.Vrouw van Fatima waar p. Jules Coveliers de
grote animator bij is. Een paar honderd mensen, van elke ouderdom en van heel
wat nationaliteiten namen deel aan die processie die om 15.30 u. uit de kerk
vertrok voor de toewijding aan Maria in de basiliek van Koekelberg. Na
het middagmaal begonnen we al in het kloosterpand (de rondgang op de
benedenverdieping) de stand voor de markt gereed te zetten:
gezinsgebed, relatievorming (‘Jij en Ik: een wonder’), boekenstand,
gezinsgebed, een lokaal voor de poppenkast enz.
Er kwam niet zoveel volk opzetten tenzij zo’n halfuur voordat de
Fatimaprocessie ging beginnen; dan was het vrij druk. Daarna waren het
afzonderlijke echtparen en soms eens een gezin met kinderen. Buiten aan de kerk
en aan de ingang van het klooster werd er door leden van de
Maria-Kefasgemeenschap koffie geschonken en koekjes aangeboden, zodat er ook
gelegenheid was om te delen rond ‘het christelijk gezin’.
In de kerk hadden we een stand van de Maria-Kefasgemeenschap; daar konden
we wat uitleg geven over de Gemeenschap aan de hand van een PowerPoint
diapresentatie. Een aantal gezinnen
hebben we zo kunnen bemoedigen en wat inspiratie geven voor het verder beleven
van hun huwelijks- en gezinsleven. Het was onze kleine bijdrage aan het grote
evangelisatiecongres van Brussel Allerheiligen 2006. Moe
en wat te laat wegens een Duitse stroompanne arriveerden we met de trein in Gent
net even nadat de opruimploeg daar met de auto’s was aangekomen. Gezegend
zij God. Gezegend
zij zijn heilige Naam. Gezegend
zij Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens. Gezegend
zij de Naam van Jezus. Gezegend
zij zijn heilig Hart. Gezegend
zij zijn kostbaar Bloed. Gezegend
zij Jezus in het allerheiligste Sacrament. Gezegend
zij de heilige Geest, de vertrooster en Bijstand. Gezegend
zij de hoogverheven Moeder Gods, de allerheiligste Maagd Maria. Gezegend
zij haar heilige en onbevlekte Ontvangenis. Gezegend
zij haar glorierijke Opneming ten hemel. Gezegend
zij de Naam van Maria, Maagd en Moeder. Gezegend
zij de heilige Jozef, haar zeer zuivere bruidegom. Gezegend
zij God in zijn engelen en in zijn heiligen. Heer
Jezus, maak
uw Naam tot het licht van mijn ogen de
warmte om mijn hart; laat
zijn klank mij bekoren en
als ik soms, verward, and’re
namen fluister en
hun lied beluister: trek
mijn hart en mijn geest, heel
mijn wezen, Heer Jezus tot U.
Heer
Jezus, klinken
stemmen van valse profeten of
reik ik naar de waan en
geluk langs and’re wegen leg
diep in mij uw Naam wil
mijn oog verlichten en
mijn schreden richten: trek
mijn hart en mijn geest, heel
mijn wezen, Heer Jezus tot U.
Heer
Jezus, gij
alleen geeft mijn leven zijn waarde, Gij
maakte het voor God tot
een kostbare parel; geen
zilver en geen goud maar
uw eigen leven hebt
Gij voor mij gegeven: trek
mijn hart en mijn geest, heel
mijn wezen, Heer Jezus tot u. |