VZW

 

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKENTHUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAALHAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENISUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -   GRIEKSE KERK BAGDAD -  WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING

 

GELOOF EN LEVEN 2006 nummer 3

 

- Maria, beeld van de gelukte mens  (Maria Tenhemelopneming) naar Karl Veitschegger

- Oudtestamentische Christologische typologieën. 1. Abel de onschuldige. B. Van Vossel

- Nieuwe bewegingen en evangelisatie. Vz. Pausel. Raad voor de leken Stanislaw Rylko

- De passie van Sint Gerardus en de Maria-Kefasgemeenschap

- Paus voordeelt ‘geweld in naam van God’       Kerknet

- Aantal christenen

- Lucas, evangelist en arts  Vrij naar A. Läpple

- Paus Joannes-Paulus II over het gebed van de kinderen

- Paus Benedictus XVI Liefde als weg tot de waarheid

- De eerste missievlucht naar Kongo (26)

- Het evangelie van Judas. Oude christelijke dwaalweg (1)  Samenstelling:Ben V. Vossel.

- Paus Benedictus tot de jongeren: Lees de Bijbel

- De Messiaanse Joden  (3 en slot) p. Daniêl Maes

- Het kinderrijke gezin. Paus Benedictus XVI tijdens Alg. audiëntie van 31/08/2005

- Papa en mama slapen uit op zondag Paus Benedictus XVI

- Vertrekken – achterlaten – rouwen: Ervaringen van afscheid en gemis. B.V.Vossel

- Meegedeeld door Gemeenschap Maria-Kefas v.z.w.  www.mariakefas.be

- Cursus iconen schilderen

- Onze overledenen

 

 

MARIA, BEELD VAN DE GELUKTE MENS

 

Onder deze titel schreef Karl Veitschegger enige treffende bijdragen over de figuur van Maria, zo o.m. over de Tenhemelopneming van Maria, het feest dat we in de katholieke kerk vieren op 15 augustus.

Vrucht van Jezus Verrijzenis

Reeds rond 450 na Chr. was er in Jeruzalem een Feest van de Opneming van Maria en sedert de 7de eeuw werd het ook in het Westen gevierd. Het is een feest van hoop voor Katholieke en Orthodoxe christenen. Het behoort tot de kern van ons christelijk geloof dat Christus na zijn dood verrezen is. Zijn opstanding betekende echter niet enkel zijn verheerlijking maar zij wordt ook vruchtbaar naar anderen. Wij mogen dat enigszins aflezen uit zijn woord: “Wanneer Ik verhoogd zal zijn, zal ik allen tot Mij trekken” (Joh. 12,32). En dat andere woord: “In het huis van mijn Vader zijn veel woningen. Wanneer Ik zal zijn heengegaan en een plaats voor u heb bereid, dan zal ik terugkeren en u tot Mij halen opdat ook gij zult zijn waar Ik ben” (Joh.14,2-3). Vooral sedert de 5de eeuw groeide bij de christenen de overtuiging dat aan Maria, de Moeder van Jezus, dit ‘Ik zal u tot mij trekken’ op bijzonder mooie wijze in vervulling is gegaan: Maria mag sedert de voleinding van haar aardse leven geheel deelhebben aan de heerlijkheid van haar opgestane Zoon. Deze geloofsovertuiging treedt in de loop van de eeuwen naar buiten op zeer verscheiden en vele wijzen: in hymnen, volkse legenden, kunstwerken, maar ook in doorgedreven theologische overwegingen. In het jaar 1950 werd ze door paus Pius XII vastgesteld en als Dogma verkondigd: Maria is met ziel en lichaam ten hemel opgenomen.  

Wat heeft dit mysterie met ons te maken?

In feite betekent ‘dogma’ dat hier iets gezegd wordt dat voor ons leven met God heel belangrijk is: het gaat om ons heil. Maria is de icoon van de helemaal verloste mens. In haar wordt ons voorbeeldmatig (exemplarisch) getoond waartoe wij allen geroepen zijn: tot de voltooiing in God, en wel “met ziel en lichaam”. Ja, ook met ons lichaam! Wij moeten daarbij niet denken aan gerevitaliseerde lijken, die door de lucht vliegen. Zoiets past in een science-fiction-film. Wij mogen er echter op vertrouwen dat onze lichamelijke werkelijkheid, die zo ogenschijnlijk aan de vernietigingskracht van de dood onderworpen is, voor God niet verloren is. Niets valt uit zijn scheppende liefde weg, geen gedachte, geen atoom. En Hij belooft ons nog veel meer: “Zie, Ik maak alles nieuw” (Openbaring 21,5). Wat wij ontbinding noemen, is voor God wellicht het begin van een herschepping. De apostel Paulus schreef: “Wat gezaaid wordt is vergankelijk, wat opgewekt wordt is onvergankelijk… Gezaaid wordt een aards lichaam, wat opgewekt wordt een bovenaards” (1 Kor. 15,43f ). Over het “hoe” moeten wij ons het hoofd niet breken. De gelovige hoop volstaat dat alles, wat wij denken, voelen en doen, kort gezegd, dat alles wat wij “met lichaam en ziel” zijn, door God aangenomen wordt, gelouterd, herschapen en voltooid.

Wie de 15de augustus viert, viert ook zijn eigen toekomst.

 

OUD-TESTAMENTISCHE CHRISTOLOGISCHE TYPOLOGIEÊN

Ben Van Vossel cssr

Wat betekent deze titel?  

Toen ik bovenstaande titel aan het intikken was dacht ik ‘Wat voor een taal is dat nu? Is dat een soort chinees?’ Nee dus.

Het gaat over het Oude of Eerste Testament: die bijbelboeken die ook in de Joodse gemeenschappen als heilig boek worden aangenomen (er zijn wel enige verschillen).

Met ‘Christologisch’ bedoelen we gewoon dat het daar reeds over Christus gaat, dat het op Hem betrekking heeft.

En dan het woord ‘typologie’. Dat is wel een beetje ingewikkelder. Het bevat twee Griekse woorden: ‘tupos’ en ‘logos’. Logos betekent hier ‘de leer over de ‘tupos’ of ‘tupoi’ (dat is het meervoud van tupos). Tupos heeft heel wat betekenissen gekregen in de Griekse literatuur, maar het gaat toch meestal over “gegraveerde tekst, geschilderd beeld, voetspoor, spoor (bv. spoor van de nagels in de doorboorde handen van Jezus die Hij toont bij zijn verschijning aan de leerlingen Joh. 20,25), schilderijen en beeldhouwwerken, een kopie, een afbeelding die gereflecteerd wordt, kinderen worden ook wel eens het beeld van hun ouders genoemd, model, voorbeeld, een plan enz. Keuze te over dus. Maar in ons woord “typologie” betekent  ‘tupos’: voorafbeelding, een persoon of zaak uit het verleden die ons iets duidelijk maakt over Jezus Christus.  In onze reeks gaat het dus over voorafbeeldingen van Christus in het Oude Testament. Bijvoorbeeld de priester Melchisedek, Abel de onschuldige, Izaak die door zijn vader zou geofferd worden, David de herder-koning, de lijdende dienaar van Jahwe, maar ook bv. het Paaslam, de wonderbare rots in de woestijn, het manna …  

Jezus aan de oorsprong

Het best laten wij ons voor die voorafbeeldingen leiden door het Nieuw Testament, dat zelf ook heel wat voorafbeeldingen van Christus zag in het Oud-Testament.

Jezus zelf gaf er aanleiding toe toen Hij aantoonde dat over Hem reeds geschreven was in het “Oude Testament”. Ik citeer hier het evangelie volgens Lucas (hoofdstuk 24, verzen 44 tot 49:

“44 Hij sprak tot hen:

Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was:

Alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes,

in de profeten en psalmen moet vervuld worden.’

45 Toen maakte Hij hun geest toegankelijk

voor het begrijpen van de Schriften.

46 Hij zei hun: ‘ Zo staat er geschreven:

dat de Christus moest lijden

en op de derde dag verrijzen uit de doden

47 en dat in zijn naam bekering

tot vergiffenis van de zonden gepredikt moet worden

onder alle volken, te beginnen met Jeruzalem.

48 Gij zijt getuigen hiervan

49 Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is;

blijft dus in de stad, totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.”

En in hoofdstuk 24 zegt Jezus tot de ontmoedigde leerlingen die op weg waren naar Emmaüs:

“25 (...)‘O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof

aan alles wat de profeten gezegd hebben!

26 Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan? ‘

27 Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten

wat in al de Schriften op Hem betrekking had.” (Lk.24,25-27)  

Allegorieën enz…

Soms lieten christenen (ook sommige kerkvaders) hun vrome verbeelding wel eens de vrije loop en gingen zowat overal voorafbeeldingen van Christus zien. Men noemt dat dan ook wel eens allegorieën, voorafbeeldingen die men dan tot in de kleine details wil toepassen op Christus.  Dat is een minder objectieve, minder verantwoorde en eerder oppervlakkige toepassing. Met “minder verantwoord” bedoelen we dat er weinig aanwijzingen in het Nieuwe Testament te vinden zijn, terwijl daar wel duidelijke vergelijkingspunten tussen de figuur in kwestie en Jezus gegeven worden. Maar laten wij gewoon een paar christologische typologieën uit het Oude Testament onder ogen nemen, dan zal je zelf kunnen oordelen. Naast de kleine titels zetten we tussen haakjes de plaats in het Nieuw Testament waar die voorafbeelding op Christus wordt toegepast.

 

1. ABEL DE ONSCHULDIGE (Mt.23,35)

De tekst

3 Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan Jahwe van de vruchten van de grond. 4 Ook Abel bracht een offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen. Jahwe zag genadig neer op Abel en zijn offer, 5 maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Een wilde woede greep Kaïn aan, en zijn gezicht werd grimmig. 6 Nu zei Jahwe tot Kaïn: `Waarom zijt gij woedend en waarom staat uw gezicht zo grimmig? 7 Als gij het goede doet, is er opgewektheid; maar doet gij het goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?’ 8 Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel: `Laten we gaan wandelen.’ En toen zij buiten waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde hem. 9 Nu zei Jahwe tot Kaïn: `Waar is uw broer Abel?’ Hij antwoordde: `Ik weet het niet. Moet ik dan op mijn broer passen?’ 10 Toen zei Hij: `Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond tot mij! 11 Daarom zult gij vervloekt zijn, verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen! 12 De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen; een zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!’ (Gen.4,3-12) (Zie illustratie op blz. 106)

Bij de figuur van Abel gaat het fundamenteel over 1° iemand wiens offer door God wordt aanvaard, 2° een onschuldige die wordt vermoord; 3° zoiets kan men niet verbergen voor God en 4° het wordt door Hem ook gestraft.

Een offer, door God aanvaard

De vermelding dat God het offer van Abel (uit het beste van zijn kudde!) aanvaardde, mogen we als een voorafbeelding van Jezus’ offer zien. In het N.T. wordt Abels offer aanvaard owv zijn geloof en rechtvaardigheid. Het wordt niet vergeleken met Jezus’ offer.

In de liturgie heeft de Kerk in de figuur van Abel wel een voorafbeelding gezien van het offer dat zijzelf aan God aanbiedt en d at in feite het offer van Jezus is. Zo bidt de Kerk in het eerste Eucharistisch gebed na de consecratie: “Keer U niet af, wees ons genadig, zoals Gij in genade hebt aanvaard het offer van uw dienaar Abel en dat van Abraham die onze vader is, het heilig offer ook van brood en wijn dat uw priester Melkisédek U heeft gebracht”.

Als we het als een uitnodiging naar onszelf zouden zien, lijkt het eerder een oproep om aan God het beste te offeren en niet wat afval of iets overbodigs.

De eventuele tegenstelling tussen het offer van Abel en dat van Kaïn  - waar hier eigenlijk toch niet de nadruk op ligt - moeten we waarschijnlijk eerder zien als de voorkeur door het nog nomadische volk van de rondtrekkende herder boven de sedentaire landbouwer; misschien is het zelfs gewoon een heimwee naar die vroegere ‘pastorale’ tijd dat hier naar voor komt.

 

Een onschuldige wordt gedood (Mt. 23,35)

Als we in wat Abel overkomt een voorafbeelding zien van Christus dan is de vergelijking vlug gemaakt: Jezus wordt ook onschuldig ter dood gebracht. Dat is eigenlijk de hoofdbetekenis.

- Mt.27,3 Toen Judas, zijn verrader, zag dat Jezus veroordeeld was, kreeg hij wroeging en bracht de dertig zilverlingen terug bij de hogepriesters en ouderlingen MT.27,4 met de woorden: ‘Ik heb misdaan door onschuldig bloed te verraden.’ Maar zij antwoordden: ‘Wat gaat dat ons aan? Dat is uw zaak.’

- Mt.27,24 Toen Pilatus zag dat hij niets verder kwam, maar dat er veeleer tumult ontstond, liet hij water brengen en waste ten overstaan van het volk zijn handen, terwijl hij verklaarde: ‘Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtschapen man; gij moet het zelf maar verantwoorden.’ MT.27,25 Heel het volk riep terug: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!’

- 1Joh.3,5 En gij weet dat Christus verschenen is om de zonden weg te nemen, en er is in Hem geen zonde.

- 1Joh.3,12 Wij mogen niet zijn zoals Kaïn, die een kind van de boze was en zijn broeder vermoordde. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broeder goed.  

God ziet mij

Wij kunnen daar ook nog bij vermelden – maar dat is al wat ver gaan in de toepassing – dat die doodslag niet verborgen blijft voor God. Dit is in de bijbel trouwens een geregeld terugkomende gedachte dat God ook misdaden kent die men verborgen tracht te houden.  

God straft?

Nu zouden we die laatste zin er ook kunnen bijzetten: de straf van de dader(s). Maar dan zijn we duidelijk te ver gegaan. Dan zou je God al te menselijke (anthropomorfe) gevoelens aanmeten en zouden we ons vlug in antisemitisch vaarwater begeven (zie verder). Desnoods zou je nog kunnen erbij denken dat in plaats van straf, het offer van Jezus juist zegeningen heeft gebracht, en niet gewoon over de daders maar over heel het menselijk geslacht. Zoiets kan je in een vrome bezinning gerust overdenken natuurlijk en bovendien sta je daarmee niet ver van Nieuw-Testamentische gegevens;  zo lezen we in de Hebreeënbrief “… Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, wiens vergoten bloed iets beters afroept dan het bloed van Abel” (Hebr.12,24). Jezus’ bloed roept inderdaad niet om wraak, zelfs niet als je – eigenlijk diep onwetend – roept “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”. Jezus’ bloed roept om zegen, aanvaarding en begenadiging voor het hele mensdom.

Wellicht hebben sommigen in het verleden verdere toepassingen gezien, die zelfs aanleiding gaven tot de mythe van de “wandelende Jood”, waar Kaïn, de broer-moordenaar te horen krijgt: “11 Daarom zult gij vervloekt zijn, verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen! 12 De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen; een zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!’” (Gen.4,11-12). Dit gaan toepassen op Joden of Romeinen is duidelijk overslag gaan, overspannen toepassingen gaan maken die in feite weg leiden van het Bijbelse origineel en de Nieuw-Testamentische aanwijzingen.

Zelfs een tekst uit de strafrede van Jezus tegen de Farizeeën mogen wij daar niet bij laten aansluiten en moeten we eerder zien als de bittere vaststelling van de schrijver van het evangelie, na de verwoesting van Jeruzalem: “Zie je wel dat het verkeerd was wat je gedaan hebt”:

“29 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, huichelaars! (…) 34 Daarom zend Ik tot u profeten, wijzen en schriftgeleerden. Sommigen van hen zult gij doden en kruisigen, anderen zult gij geselen in uw synagogen en achtervolgen van stad tot stad, 35 opdat op u zal neerkomen al het onschuldige bloed dat op aarde vergoten is, vanaf het bloed van de onschuldige Abel tot aan het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen de tempel en het altaar. 36 Voorwaar, Ik zeg u: Dit alles zal neerkomen op dit geslacht!  37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt die tot u zijn gezonden! Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen verzamelen, zoals een kloek haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar gij hebt niet gewild. 38 Zie, uw huis zal onbewoond achtergelaten worden. 39 Ik zeg u: van nu af zult gij Mij niet meer zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend de Komende in de naam des Heren!’” (Mt. 23,34-39).

Deze tekst zou gemakkelijk aanleiding kunnen geven tot anti-semitische bedenkingen.  We moeten echter direct opmerken dat het hier geen christologische typologie is en het hier dus niet ter sprake hoefde te komen. In dit stukje gaat het over het doden, kruisigen, geselen en achtervolgen van profeten, wijzen en schriftgeleerden en de strafrede is gericht tot de schriftgeleerden en farizeeën, niet tot de Sadduceeën (de priesterkaste) en zeker niet het hele volk,al gaat het vanaf vers 36 en zeker vanaf 37 wel over de verwoesting van Jeruzalem.

 

NIEUWE BEWEGINGEN EN EVANGELISATIE

Naar een bericht van KerkNet/CNA

Op de eerste Latijns-Amerikaanse ontmoeting van nieuwe kerkelijke bewegingen en gemeenschappen in Bogota (Colombia) stelde aartsbisschop Stanislaw Rylko, de voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Leken, dat deze bewegingen drager zijn van een kostbaar potentieel voor evangelisatie, waaraan de kerk momenteel zo’n nood heeft: “Ze vertegenwoordigen een rijkdom die veelal nog niet gewaardeerd en geapprecieerd wordt.” Aartsbisschop Rylko herinnerde aan paus Joannes Paulus II en zijn oproep voor levendige christelijke gemeenschappen.

Verwijzend naar de geloofsvorming en de verkondiging van het evangelie benadrukte hij dat de nieuwe kerkelijke bewegingen en gemeenschappen op beide domeinen vruchten dragen voor het leven van de kerk en de christenen in alle hoeken van de wereld. “Te vaak is het christelijk gezin  uit zichzelf niet in staat om het geloof aan de nieuwe generaties door te geven en ook de parochies schieten tekort (…) Te midden van deze situatie zijn de kerkelijke bewegingen een plaats geworden van een diepgaande en stevige christelijke vorming.” Mgr. Rylko prees ook hun enorme verscheidenheid van opvoedkundige methoden en projecten, “die buitengewoon efficiënt zijn (…) Dat succes is te wijten aan het charisma dat leidde tot de geboorte van deze bewegingen.”

 

DE PASSIE VAN SINT GERARDUS EN DE MARIA-KEFASGEMEENSCHAP

Ben Van Vossel  

Hier geschiedt Gods wil

In augustus 2004 schreef paus Johannes-Paulus II een brief naar de generale overste van de Redemptoristen om de Redemptoristen aan te moedigen “dezelfde passie als sint Gerardus levendig te houden”. Waarschijnlijk bedoelde hij minder alles wat Gerardus geleden heeft in vereniging met Jezus’ lijden, maar eerder wat Gerardus bovenal bezielde en wat de paus noemt “het heil van de zielen”. Uit het leven van Gerardus spreekt een sterke gedrevenheid om Gods wil te doen, dat streefde hij met passie na. Op zijn deur stond het geschreven “Hier wordt Gods wil volbracht”. De echte zin van zijn leven was de wil van God lief te hebben, een volmaakte kopie van Jezus’ woorden: “Mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen.” (Joh.4,34)

‘Gods wil’ volbrengen bestond er voor Gerardus in om steeds nauwer met Jezus verbonden te leven. Vooral ook in het beleven van het lijden van de Heer. Wij zouden dat wel eens vergeten als we al die opvallende tekenen zien waarvan zijn leven blijk geeft; de wonderbare gebedsverhoringen en genezingen springen er zo uit. Pater Sean ziet in Gerardus een toepassing van wat Paulus schrijft aan de christenen van Filippi: “Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden” (Fil.3,10-11). Gerardus leefde zo sterk in vereniging met Christus dat zijn leven en lijden Jezus uitstraalden.

De passie voor de mensen

Maar juist die passie voor Gods wil, als leerling van Jezus, toont zich naar buiten door een passie voor de mensen. Gerardus had in zijn hart een passie voor de mensheid. Hij zette zich in voor religieuze vrouwen, met name ook voor de Redemptoristinnen, voor armen, voor de moeders in verwachting. Paus Johannes Paulus zag in dit laatste een schitterend samenvallen van wat Gerardus én de Redemptoristen van vandaag betrachtten: de cultuur van het leven. De paus spoorde de Redemptoristen dan ook aan om hun theologische en morele reflexie in dienst te stellen van het leven, vooral in situaties waar het leven minder beschermd en verdedigd wordt. De paus beschouwde dit als “een concrete manier om het werk van de heilige Gerardus Majella voort te zetten en getuigen te zijn van de hoop en bouwers van een nieuwe mensheid”.  

De passie van de Gemeenschap Maria-Kefas  

Dit sluit nauw aan bij wat de Gemeenschap Maria-Kefas reeds meer dan 25 jaar met ijver tracht te doen: de gegevenheid aan God (uitgedrukt in het engagement van ‘Aanbidding’) combineren met de inzet voor mensen-in-nood en voor het ongeboren leven. ‘Mededogen’ en ‘Evangelisatie’, die naast de ‘aanbidding’ de grote engagementen van de Gemeenschap uitmaken, worden vooral geconcretiseerd in de Gezinswerking (open gezinsdagen en gezinsweekends) omdat de gezinnen in deze moderne tijd zwaar beproefd worden en vaak de steun van de samenleving moeten missen voor de beleving van de trouw, de opvoeding vanuit geestelijke waarden, het doorgeven van het evangelisch en christelijk erfgoed en om met vreugde en trouw de weg van Jezus te gaan. Langsheen Vormingscursussen, Alphacursusen, Vijfweekse Vorming in christelijk leven en wekelijkse Gebedsgroep werden ook op ruimere schaal mensen aangemaand om de leegte van de ‘einde beschaving’ te toetsen aan de rijkdom van het christendom; in die zin vormt de evangelisatie van de Gemeenschap een uiting van diepgegronde naastenliefde. Zelfs het verzorgen van de Verzoeningsvieringen, het Adventskransen maken, Kerst- en Goede weekvieringen en de Eucharistievieringen op zaterdagavond, de wekelijkse verrijzenisvespers op zaterdagavond… wilde, doorheen een mooie en doorleefde liturgie, mensen brengen tot het binnentreden in de heilbrengende realiteit van het christelijk mysterie.

Vanuit het mededogen voor de jeugd van vandaag (haar eenzaamheid, de vele verleidingen, gebrek aan geestelijke vorming,) heeft de Gemeenschap ook een hele Jongerenwerking opgezet, die in de loop van 25 jaar allerlei vormen heeft gekregen: Jongerentochten, Jongerendagen en -weekends, maandelijkse Tienerdagen, de Tienerkampen (Op en Top …) evenals evangelisatie naar scholen (jarenlang de Brondagen, de laatste 2 jaar de V-dagen van de Schoolmissions in samenwerking met de kerygmateams en ook vorming van Jongerenteams.

In de lijn van wat paus Johannes Paulus hierboven zegde over de verdediging van het prille menselijk leven, heeft de Maria-Kefasemeenschap zich reeds van in de jaren ’80 ingezet voor het propageren van de Natuurlijke methoden van Vruchtbaarheidsbeheersing langsheen vormingssessies en echtpaarbegeleiding. De oproep daartoe kreeg ze vanuit een samenkomst van kernleden van de Charismatische Vernieuwing om iets te doen aan ‘de plaag van de abortus’. Zowel met de ‘Couple to couple-league’ als met de ‘Natural Family Planning’ hebben we dan samengewerkt tot we eigen ‘teachers’ hadden om het vanuit de Gemeenschap zelf te organiseren.

Ook de relatiedagen voor leerlingen van Middelbare scholen (twee dagen per week, ‘Jij en Ik: een wonder!’) die nog tot volgend werkjaar (2006/2007) in de Voskenslaan kunnen doorgaan, kaderen in het doorgeven van de waardering en het respect voor het menselijk leven en de seksualiteit en bedoelen de jongeren van deze tijd te helpen de basis van een goede relatie te zien en te waarderen; hiervoor werken leden van de Maria-Kefasgemeenschap samen met personen uit andere gemeenschappen.  

Toen gingen ze op weg  (Lk.9,6)  

Een groot aantal van deze activiteiten konden we totnogtoe laten doorgaan in ‘Oase in de Stad’ dat zo tot een drukke oase maar ook tot een echte genadeplaats uitgroeide. We voelden ons verwelkomd en gesteund door de plaatselijke Redemptoristencommuniteit in wier spiritualiteit en zending we ons volop herkenden. Door een herstructurering, rationalisering en nieuwe beleidsvisies binnen de onlangs opgerichte Clemensprovincie van de Redemptoristen zal echter naar een nieuwe locatie uitgezien moeten worden voor de Maria-Kefasgemeenschap en haar activiteiten in ‘Oase in de Stad’.

De vzw Geloof en Leven, die evenzeer bekommerd is om de beleving van het mededogen, evangelisatie en christelijke vorming vanuit de gegevenheid aan God, in de geest van de heilige Gerardus, hoopt dat een en ander geen domper zal betekenen voor de inzet van de leden van de Gemeenschap Maria-Kefas en haar vrienden, maar integendeel een nieuwe impuls en relance in de zending, die aan de Gemeenschap werd toevertrouwd. Moge Maria aan wie ze van bij haar ontstaan in 1980  is toegewijd en de heilige Petrus (Kefas) haar verder begeleiden en beschermen in haar dienst aan de Kerk. De Gemeenschap Maria-Kefas, te Gent opgericht op 22 augustus 1980, Feest van Maria-Koningin, werd op 1 september 2003 door Mgr. Arthur Luysterman, toenmalig bisschop van Gent, erkend als een private vereniging van christengelovigen.  

Een zending voor ons allen  

De beleving van een sterke persoonlijke gegevenheid aan Christus is evenwel niet alleen de roeping van de Redemptoristen of van de leden van de Maria-Kefasgemeenschap, het is de roeping van ieder van ons en daartoe wil ‘Geloof en Leven, Tijdschrift voor Evangelisatie en Christelijke Vorming’ u in alle eenvoud telkens weer stimuleren (en hopelijk wat inspireren). Ieder van ons is geroepen tot heiligheid en dus tot het leven in de wil van God. ‘Heiligheid is: de wil van God doen op elk ogenblik’, zei priester Poppe. Maar ook de beleving van oprechte en geëngageerde liefde voor de armen en mensen in nood – ook in hun diepe geestelijke nood – is een opdracht van ieder van ons, daar waar we leven, in de situaties die zich voordoen en met de talenten die we gekregen hebben. Zo vormen we samen een grote Jezusgemeenschap van mensen die zich met Hem hebben toegewijd aan de Vader en die zich met Hem laten zenden voor het heil van de wereld, in de kracht van de heilige Geest. Zo brengen we aan die wereld ‘overvloedige verlossing’.

De aanvang van dit artikel is gebaseerd op Sean Wales cssr,

‘La passion de Saint Gérard’ in: Orbis’, Annales Congregationis Sanctissimi Redemptoris, 2005, Nova Series, Annus I,  pp. 121/122

 

PAUS VEROORDEELT ‘GEWELD IN NAAM VAN GOD’

Naar een bericht van KerkNet/CathNews

Enige maanden geleden veroordeelde Paus Benedictus in een toespraak na   het Angelusgebed  het recente geweld tegen kerken en moskeeën in Irak en Nigeria. De paus verwees  naar de aanslag tegen de gouden koepelmoskee in Samarra en de toenemende spanningen tussen Soennieten en Sjiieten in Irak. Tegelijkertijd onderstreepte hij dat de rouw en de haat die daarvan het gevolg zijn een ernstige belemmering vormen voor de bijzonder moeilijke heropbouw van het land. Paus Benedictus veroordeelde tevens de vernieling van kerkgebouwen en moskeeën in Nigeria, waar er vooral in de noordelijke deelstaten al enkele dagen botsingen waren tussen christenen en moslims. “Ik veroordeel ten stelligste het geweld in gebedsplaatsen en vertrouw alle doden en rouwenden toe aan de Heer”, zei paus Benedictus. Tegelijkertijd haalde hij fel uit naar al diegenen die aanzetten tot religieuze haat of die God gebruiken om het doden van mensen te rechtvaardigen. “De vruchten van een geloof in God (…) zijn: broederschap en samenwerking, ten dienste van het algemeen welzijn. God, de schepper en vader van allen, zal des te meer rekenschap vragen van diegenen die bloed vergieten ‘in Zijn naam’”. Vooruitblikkend op de vasten riep de paus de gelovigen op tot meer intens gebed en boetedoening, opdat God de dreiging van gelijkaardige conflicten in deze naties en op vele andere plaatsen wereldwijd zou wegnemen.

 

MET HOEVEEL ZIJN WIJ?

Het aantal christenen is de laatste vijf jaar gegroeid met circa 140 miljoen. Dat staat op de site van de Engelse christelijke onderzoeksorganisatie Christian Research. In 2000 waren er nog ongeveer twee miljard christenen, nu bijna 2,14 miljard. Het christendom is daarmee ook iets sneller gegroeid dan de wereldbevolking, namelijk met 1,3 procent tegen 1,2 procent en die groei situeert zich vooral in Afrika en Azië. Het aantal moslims en Hindoes in de wereld groeit echter nog sterker. Voor de moslims geldt een percentage van 1,9 procent per jaar (in totaal ongeveer 1,3 miljard) en de wereldwijde hindoegemeenschap is met een groeipercentage van 1,5 procent gegroeid tot een totaal van 870 miljoen Hindoes.

Kath. Nederl. 5 januari 2006.

 

LUKAS, EVANGELIST EN ARTS

Korte situering

Lukas is niet de enige die meer dan één boek schreef dat in het Nieuwe Testament werd opgenomen (‘Evangelie volgens Lukas’ en de ‘Handelingen van de Apostelen’). Van Paulus (althans onder zijn naam) hebben we een heel stel brieven, Petrus heeft ook twee brieven geleverd (waarvan zeker de eerste hoogstwaarschijnlijk van zijn hand is) en Johannes heeft naast het ‘Evangelie volgens Johannes’ nog zijn naam gegeven aan 3 brieven en ook de Apocalyps (of ‘Openbaring van Johannes’) wordt aan hem toegeschreven.

Bijzonder aan Lukas is dat hij – volgens de traditie – de enige niet-jood is van de Nieuw-testamentische schrijvers, een heiden-christen afkomstig uit Antiochië in Syrie. Hij was arts van beroep, was leerling van de apostelen en volgde Paulus op zijn missiereizen tot deze de marteldood stierf (een groot deel van de ‘Handelingen’ kon hij schrijven vanuit wat hijzelf tijdens die tochten heeft meegemaakt). Hij heeft Jezus zelf niet gekend maar heeft wel heel wat onderzoekingen gedaan bij de eerste christenen; overigens zegt hij dat er reeds over Jezus gepubliceerd werd. Waarschijnlijk verwijst hij o.m. Naar het evangelie volgens Markus. Volgens de ‘Antimarcionitische proloog’ op het evangelie van Lukas zou hij niet gehuwd geweest zijn en overleed hij in Beotië. In Griekenland schreef hij dit evangelie ‘onder aandrang van de heilige Geest’, overigens in zeer vloeiend Grieks, helder en duidelijk (het werd vroeger wel eens op middelbare scholen gebruikt om de leerlingen te leren vertalen uit het Grieks) in een vloeiende melodieuze taal.  

Was Lukas een arts?

In de brief van Paulus aan de christenen van Kolosse wordt hij in ieder geval “onze vriend, de arts”, genoemd. “U groet mijn vriend Lucas, de arts, en Demas” (Kol.4,14).

A. Läpple beweert dat in het evangelie volgens Lukas en in de Handelingen der Apostelen niet minder dan 400 medische vaktermen in voorkomen. Läpple vergelijkt enige verzen van Markus en Lukas om te laten zien hoe Lukas toch altijd tracht een nauwkeurige diagnose te stellen.

Mk.1,30 schrijft bv. “De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed; zij spraken Hem aanstonds over haar”. Lukas 4,38 preciseert dat “de schoonmoeder van Simon hoge koorts” had.

- Mk.1,40 “Er kwam eens een melaatse bij Hem …”.  Bij Lukas.5,12 wordt dit  “een man … die overdekt was met melaatsheid”.

- Mk.3,1 “Op een andere keer ging Hij naar de synagoge waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand”. Lukas  6,6  vermeldt dat het “een verschrompelde rechterhand” was.

- Mk.14,47  “Maar een van die er bij stonden trok zijn zwaard en sloeg met een houw de knecht van de hogepriester het oor af”. Ook hier vermeldt Lukas 22,50 dat het om “het rechteroor” handelde.

- Ergens schrijft Markus:“Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed; 26 zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters en haar gehele vermogen uitgegeven, maar zonder er baat bij te vinden; integendeel het was nog erger met haar geworden”  (5,25-26). Dit vindt Lukas als arts toch wat te sterk gezegd, zeker die laatste sneer “integendeel, het was nog erger met haar geworden”, de beroepseer zat hem ook als evangelist toch nog wel diep en hij gaat dat dus wat afzwakken. Het werd: “Er was een vrouw bij die sinds twaalf jaar aan bloedvloeiing leed. Haar hele vermogen had zij aan dokters uitgegeven, maar bij niemand genezing kunnen vinden” (Lk.8,43).

- Een andere treffende tekst is deze waarin Lukas de doodsstrijd van Jezus beschrijft en een bepaalde medische vaststelling weergeeft waar hij noteert: “Aan doodsangst ten prooi bad Hij met nog meer aandrang. Zijn zweet werd tot dikke druppels bloed, die op de grond neervielen” (Lk. 22,44). Lukas heeft dit zeker gehoord van Jezus’ vrienden die hem vertelden hoe Jezus eruit zag na zijn doodsstrijd. De Nobelprijswinnaar dokter Barbet schuift hier de theorie naar voor dat het bij Jezus inderdaad ging om ‘hemathidrose’. Dit ‘bloed zweten’ kan zich voordoen bij grote lichamelijke verzwakking, samengaand met een geweldige morele inzinking (bv. Na een enorme angst, bij de mededeling van iemands imminente terechtstelling). Over heel het lichaam (niet enkel in het aangezicht) komt zweet en bloed uit de poriën; dit betekent een enorme foltering, die het lichaam uiterst gevoelig maakt. Jezus’ verdere lijden (o.a. de geseling) wordt daardoor onmenselijk zwaar. Alleen de arts Lukas heeft deze beschrijving voor ons bewaard in zijn evangelie.

Lees in volgend nummer: Ligt Lukas begraven te Padua in Italië?

 

OVER HET GEBED VAN KINDEREN

Paus Johannes Paulus II

“De kinderen zijn

heden en toekomst

van de Kerk. 

Door hun gebeden

dragen zij ertoe bij

de wereld te redden

en beter te maken”

 

 

HET EVANGELIE VAN JUDAS (1)

Samenstelling : Ben Van Vossel

“Mensen die nooit de moeite zouden nemen om een verantwoorde analyse te lezen van de overleveringen betreffende Jezus’ kruisiging, dood, begrafenis en verrijzenis, zijn gefascineerd door het één of andere ‘nieuwe inzicht’ dat inhoudt dat hij niet gekruisigd of gestorven zou zijn, vooral als het verdere verloop van dat verhaal behelst dat hij er met Maria Magdalena vandoor is gegaan naar India”

Bijbelwetenschapper Raymond Brown over het Evangelie van Thomas’, een bestseller in de VS.

Het daverend succes van de Da Vinci Code was nog helemaal niet uitgedoofd (dat van de film zou iets minder groot zijn), randkerkelijken lieten zich door de fictie van een romanschrijver hun (beetje) geloof ontstelen en kijk, er werd weeral een nieuwe hype opgevoerd: er zou nu een 5de evangelie bestaan en nog wel … een evangelie van Judas, je weet wel, de apostel die Jezus verraden heeft. Weer iets om even wakker van te liggen?  

Een donderpreek tegen ‘Judaszilverlingen’ en media

Op Goede vrijdag 2006 hield de kapucijnerpater Raniero Cantalamessa (men noemt hem wel eens de hofpredikant van de paus) een soort ‘donderpreek’ in de Sint-Pietersbasiliek te Rome in aanwezigheid van Benedictus XVI: “Er wordt momenteel veel gepraat over Judas’ verraad, zonder er bij stil te staan dat dit verraad nog altijd wordt herhaald”, zo sprak de kapucijn. “Christus wordt opnieuw verkocht, maar niet meer aan de leiders van het sanhedrin voor dertig zilverlingen, maar aan uitgevers en boekverkopers voor miljoenen zilverlingen!"

Dit was een vrij directe verwijzing naar publicaties zoals het zogenaamde Judasevangelie en de De Da Vinci Code waarover voor enige tijd vrij veel sprake was. Met de promotie en exploitatie van dergelijke geschriften wordt volgens Raniero Cantalamessa Christus’ lijden en sterven op stuitende wijze gemanipuleerd, met name door de media.

De media werken volgens hem vaak allerlei ‘fantasieën’ bij het publiek in de hand: “We leven in het tijdperk van de media en de media zijn meer geïnteresseerd in nieuwigheid dan in waarheid.” Miljoenen mensen worden op krasse wijze gemanipuleerd door de media, wij moeten daar tegen protesteren, niet alleen in naam van het geloof, maar ook van het gezonde verstand en de redelijkheid.”  (naar: KN 15 april 2006). Ondertussen hebben – achteraf - de media wel laten weten dat ook voor hen de Da Vinci Code van Dan Brown bijvoorbeeld een roman is en de zogenaamd wetenschappelijke gegevens waarop hij zich zou steunen helemaal niets waard zijn. De ‘zilverlingen’ (dollars, euro’s) zijn ondertussen echter wel binnen en de kassa klinkt nog altijddoor.  

Gedroomde kansen tot evangelisatie?

Ik begrijp de opwinding van pater Cantalamessa. We mogen ons als christenen gerust opwinden als de figuur van Jezus en de authenticiteit van de 4 evangeliën worden gekleineerd op volkomen onwetenschappelijke manier, voor een groot publiek en met veel poeha. We zitten echter met het feit dat dit alles toch gebeurt, dat die zaken toch gepubliceerd worden en dat massa’s mensen het toch horen, zien of lezen. Voor ons als christenen komt het er dan op aan dat wij zelf goed geïnformeerd zijn en dan ons laten horen. Niet door geschreeuw en hysterisch gedoe maar op rustige wijze en met gefundeerde argumenten.  Tal van christelijke websites hebben dan ook een aparte ruimte ingelast tegen de Da Vinci Code; de meeste echter vrij laat. Diep in ons hart moeten we weten dat al dat negatieve in feite niets afdoet aan de waardigheid van Christus en de waarheid van de christelijke leer. En er is nog dit: met volle handen moeten we gebruik maken van deze gunstige gelegenheid om de waarde en waarheid van de christelijke leer op boeiende wijze naar het publiek te brengen.  In hun naïeve nieuwsgraaierij bieden de media en allerlei Dan Browns ons een gedroomde kans om bij een groot publiek de aandacht naar het christendom te trekken. Of hoe je het negatieve zo kunt aanwenden dat het positieve gevolgen heeft.

Maar goed, wij gingen het hebben over het evangelie van Judas. Wat is dat eigenlijk?  

Zeer oude tekst van een christelijke dwaalweg

Naast de 4 evangelies (Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes) die deel uitmaken van de officiële codex van de christelijke kerk(en) bestaan (of bestonden) er nog een heel deel andere evangelies. Wij noemen dat “apocriefe” evangelies. ‘Apocrief’ (letterlijk ‘geheim’, ‘verborgen’) betekent hier gewoon dat ze niet in de officiële canon van de Kerk werden opgenomen en dus een wat ‘verborgen’, ‘geheim’ bestaan leidden, onbekend voor de meeste christenen.

Naast het evangelie van Judas zijn er nog andere voorbeelden van apocriefe evangeliën, zoals het evangelie van Thomas, dat van Maria Magdalena en dat van Philippus." Volgens Prof.Van Oort (hoogleraar vroege christendom en gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen) zijn er, naast de vier evangeliën die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen,  nog 31 evangeliën bekend. Daarvan zijn er  ongeveer twintig (!) geworteld in de gnostiek. Zo dadelijk meer hierover. De rechtgelovige christelijke gemeenschap heeft deze teksten niet willen aanvaarden als officiële documenten van de heilige Schrift.

Welnu, rond het jaar 180 (!) vermeldt de heilige Irenaeus van Lyon (ca. 140-202) in zijn 5-delig werk ‘Contra haereses’ (Tegen de ketters)  (I,31,1) een vermeend apocrief ‘evangelie van Judas’; dat moet dus reeds vóór het jaar 180 bestaan hebben. Later vermelden Epiphanius van Salamis (vrij breed in zijn Panarion I,38, geschreven rond 375) en pseudo-Tertullianus eveneens dat Judasevangelie. Volgens deze oude kerkelijke bronnen was het apocriefe evangelie van Judas een Griekse tekst van ‘gnostische’ oorsprong, geschreven door de sekte van de Kaïnieten in het midden van de tweede eeuw.

Deze gnostische sekte van de Kaïnieten erkent Kaïn (de moordenaar van zijn broer Abel) als haar voorvader die toegang had tot de hogere kennis (vandaar de naam van hun sekte). In tegenstelling tot andere gelovigen nemen de Kaïnieten niet Abel, Henoch, Abraham en Mozes als voorbeelden, maar voelen ze zich verbonden met allerlei negatieve figuren uit de joodse en christelijke geschriften, zoals de verleidende slang uit het verhaal van de zondeval, Kaïn, Ezaü, Korach en de Sodomieten. Ook Judas Iskariot zou deel gehad hebben aan de verborgen goddelijke kennis. De Kaïnieten schrijven daarom een evangelie toe aan deze apostel. Het evangelie van Judas dus."  

De betrokken codices

Het manuscript (met de hand geschreven tekst) waarover we beschikken kan best authentiek zijn (geen vervalsing dus); het is geschreven in een Koptisch dialect en is waarschijnlijk afkomstig van rond de vijfde eeuw. Als dat zo is, “dan denk ik dat we dit evangelie ernstig mogen nemen", zegt Dries Somers (Bijbelwetenschapper Faculteit Godgeleerdheid KULeuven). “Hiermee wil ik niet zeggen dat het evangelie van Judas ons betere informatie zou geven over Jezus dan de canonieke evangelies uit de tweede helft van de eerste eeuw. Maar indien uit de inhoud blijkt dat het geschrift ‘het evangelie van Judas’ zou kunnen zijn (waarover de heilige Ireneüs het heeft), dan is het een belangrijke bron over een vroegchristelijke sekte uit de tweede eeuw na Christus. Zulke vondsten kunnen bijdragen tot een vollediger beeld van bewegingen binnen het vroege christendom”.

De tekst, bewaard in een koptische codex, gaat waarschijnlijk dus terug op een Grieks origineel. Eind jaren 1970 werd die codex (een verzameling van enige manuscripten) ontdekt en verhandeld in Midden-Egypte; daarna was men het spoor bijster. Het document werd het land uitgesmokkeld en dook in 2005 op bij een Zwitserse stichting, die de restauratie en vertaling financierde. Zo kwam de tekst dan tot ons.

Volgens Dries Somers maakt het manuscript van ‘het evangelie van Judas’ deel uit van een grotere papyruscodex bestaande uit 62 pagina’s. Volgens Prof. Van Oort is sinds de vondst van de codex waarschijnlijk de helft van de vellen verdwenen. Er waren “dreigingen met moord en doodslag, smokkel, een geheel of gedeeltelijk geroofde codex, en een handelaar die papyri domweg in een ijskast legde”. Hij verwacht dat er de komende tijd nog vermiste teksten zullen opduiken.

We vinden in dit manuscript drie werken: de Brief van Petrus aan Philippus, de Eerste Apocalyps van Jakobus en … het evangelie van Judas. De eerste twee werken waren eerder al gekend vanuit de ‘Nag Hammadi’-geschriften (zie nota hieronder).

Los van de eigenlijke inhoud betekent de ontdekking van dit manuscript in ieder geval een bijdrage tot de kennis van de oudchristelijke literatuur.

 

De Kaïnieten en Judas

Voordat de Engelse vertaling werd vrijgegeven had de National Geographic Society de medewerkers aan de uitgave verboden om de inhoud van het evangelie van Judas reeds bekend te maken. Toch wist men op voorhand reeds dat de laatste zes pagina’s van de tekst een beschrijving geven van een hemels scenario waarin Allogenes (een mythische figuur bekend uit andere geschriften van Nag Hammadi, zie voetnoot 6) ondervraagd wordt door Satan. Daarop volgt dan een aardse scène waarin Jezus door schriftgeleerden in het oog wordt gehouden. De tekst eindigt met de beschrijving dat Judas het geld aanneemt en Jezus overlevert. De idee achter het evangelie zou kunnen zijn dat Judas vanuit zijn goddelijke kennis een goede daad verricht door Jezus over te leveren en zo mee te werken aan de heilsgeschiedenis. Dat laatste zou nog enigszins kunnen aansluiten met een zinsnede uit het Mattheüsevangelie waar Jezus zegt dat de Mensenzoon overgeleverd moet worden (en tot Judas: “Wat je te doen hebt, doe dt spoedig”), maar daar staat ook dat degene die Hem zal overleveren beter nooit geboren was (Mt 26,24).

(Vervolg in volgend nummer)

 

 

PAUS TOT JONGEREN: LEES DE BIJBEL!

Wie Christus ontdekt heeft, moet ook anderen naar Hem brengen. Een grote vreugde kan men niet voor zichzelf houden. Men moet ze verder doorgeven.  

Zelfgezochte godsdienst schiet tekort

Vandaag is er in grote delen van de wereld een wondere God-vergetelheid. Het schijnt ook zonder Hem te gaan. Maar tegelijkertijd is er een gevoel van frustratie, van ontevredenheid met alles: dat kan toch niet het leven zijn! Inderdaad niet. En zo is er tegelijk met de Godvergetenheid ook zo iets als een ‘Boom” (uitbarsting) van het godsdienstige. Ik wil niet alles slecht maken, wat zich daar voordoet. Er kan ook oprechte vreugde van het ‘gevonden-hebben’ bij zijn. Maar – om de waarheid te zeggen – meestal wordt de godsdienst gewoonweg tot marktproduct. Men zoekt eruit wat hen aanstaat en velen weten er winst uit te slaan. Maar de zelfgezochte godsdienst helpt ons tenslotte niet verder. Zij is gemakkelijk, maar op het moment van crisis laat zij ons alleen.

In de bijbel leer je Jezus kennen

Paus Benedictus XVI heeft in zijn boodschap voor de Wereldjongerendag benadrukt dat het belangrijk is voor jonge mensen om intensief de bijbel te lezen. Als thema gaf hij de jongeren Vers 105 uit Psalm 119: “Uw woord is een lamp voor mijn voeten, het is een licht op mijn pad”. In de brief (22 februari 2006) schrijft de paus: “Mijn beste jonge vrienden, ik raad jullie dringend aan om vertrouwd te raken met de bijbel en die altijd bij de hand te hebben, zodat hij je kompas kan zijn dat je wijst welke weg je moet gaan. Door de bijbel te lezen leer je Christus kennen.”  

Bouw je leven op Jezus

“Je leven bouwen op Christus, het Woord met blijdschap aanvaarden en zijn woorden in praktijk brengen: dat, jonge mensen van het derde millennium, moet jullie motto zijn!” “Er is dringend behoefte aan een nieuwe generatie apostelen, die stevig verankerd zijn in het Woord van Christus, in staat om te reageren op de uitdagingen van onze tijd en bereid om het evangelie wijd en zijd te verspreiden.”

Help de mensen de werkelijke Ster te ontdekken, die ons de Weg toont: Jezus Christus. Laten wij zelf trachten Hem steeds beter te leren kennen, zodat wij door onze overtuiging ook anderen tot Hem kunnen leiden. Daarom is de liefde voor de heilige Schrift zo belangrijk, en daarom is het belangrijk het geloof van de Kerk te kennen, waarin ons de Schrift aangeboden wordt. Het is de heilige Geest, die de Kerk in haar groeiend geloof steeds verder in de diepte van de waarheid binnengevoerd heeft en binnenvoert (zie Johannes 16,13)… Natuurlijk zijn boeken alleen niet voldoende… Bouw geloofsgemeenschappen uit …  

Blijf in contact met de Kerk!

Het spontane van de nieuwe gemeenschappen is belangrijk; maar belangrijk is ook, daarbij de gemeenschap met de paus en de bisschoppen te behouden, die ons de zekerheid geeft dat wij geen privaatwegen zoeken, maar werkelijk in de grote familie van God leven, die de Heer met zijn twaalf apostelen opgericht heeft…”“De apostelen ontvingen het woord van de verlossing en gaven het door aan hun opvolgers als een kostbaar juweel dat veilig wordt bewaard in het juwelenkistje van de Kerk: zonder de Kerk bestaat het gevaar dat deze parel verloren gaat of vernietigd wordt.”  

Ga nu reeds op pelgrimstocht naar 2008

Deze 21ste Wereldjongerendag werd niet op één locatie gevierd, maar in de plaatselijke kerken gevierd en wel op Palmzondag. De paus raadde de jongeren aan om die dag in hun hart reeds op weg te gaan, op een soort pelgrimstocht naar de wereldwijde ontmoeting met jongeren toe die in juli 2008 zal plaatsvinden in Sydney.

(Preek tijdens de Eucharistieviering op het Marienfeld tijdens de Wereldjongerendag te Keulen 21/08/2005 en boodschap voor de Wereldjongerendag 9 april 2006 (ondertekend op 22 februari 2006) respectievelijk gecit. in FMG (Freundeskreis Maria Goretti e.v.) Information, dez. 2005 nr. 87, p. 10/11 en KerkNet/KatholiekNederland).