|
|
|
GELOOF EN LEVEN 2006 nummer 2
-
Het Laatste Avondmaal en de 5de beker
B. Van Vossel -
En toen stierf onze pastoor. Katholieke Christenen op een
kleine parochie -
Piëta Dom Alan Rees uit Prayers from the Cloister
Bellmontabbey -
Was Shakespeare katholiek? zie website van Michel Van Hout:
catholicshakespeare.nl -
De eerste Missievlucht naar Kongo (25) -
De Messiaanse Joden (2)
p. Daniêl Maes -
Nieuwe bisschop voor katholieken in Israël Kerknet/ Ha’Aretz 8 febr. 2006 -
Overleden 1/12/2005 in Israël de Nederlandse pater
Ya’aqov Willebrands -
Nieuwe abt Averbode Naar KerkNet 8
febr. 2006 -
Christelijke feesten uitgehold -
Aantal Redemptoristen in de Clemensprovincie -
Boekennieuws -
God is liefde -
De hanswijkprocessie in het jaar van het gebed -
Icoon schilderen -
Weekend voor jonge echtparen -
Die nedergedaald is ter helle … de Derde Dag verrezen
uit de doden …
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - MORAAL - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - CHRISTELIJKE VORMING - ZENDING - KERK en GELOOF - CHRISTEN in de WERELD - Figuren uit de KERKGESCHIEDENIS - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS (Isa al Masih) - GEBED - SOCIALE INZET - EVANGELIE-LEZING -
Ben
Van Vossel CSsR De
Sedermaaltijd De Eucharistie (soms ook het heilig avondmaal genoemd) die in verscheidene christelijke kerken gevierd wordt, gaat terug op het “laatste avondmaal” dat Jezus met zijn apostelen hield. Dat avondmaal was een Pesachmaaltijd (Pasen = Pesach of Paschah, het ‘voorbijgaan’ van de wraakengel die de huizen van de Israëlieten waaraan het bloed van het lam was gestreken onaangeroerd liet). Jezus die gezegd heeft dat hij kwam om de wet te vervullen en niet te ontbinden, vierde de avond voor zijn kruisdood Pesach met zijn discipelen. Hij schafte het feest niet af, maar gaf het door zijn dood en opstanding een diepere betekenis. In de christelijke viering van ‘Pasen’ (passage) heeft het ‘voorbijgaan’ van de wraakengel en de doortocht door de Rode zee en de woestijn dan ook eerder de betekenis gekregen van Jezus’ doortocht door lijden en dood en verrijzenis naar het leven toe. Tijdens die Paasmaaltijd heeft Jezus toen het ongezuurde brood genomen (ongezuurd brood symboliseert een leven vrij van zonde) en gebroken en daarover bepaalde woorden gezegd die wij als christenen vandaag nog herhalen. En na de maaltijd heeft hij een beker met wijn genomen en doorgegeven aan zijn vrienden terwijl Hij opnieuw bepaalde woorden sprak. Die Paasmaaltijd verliep volgens een bepaalde vastliggende ordening (“Seder”); ze wordt dan ook wel Sedermaaltijd genoemd. Bij de Sedermaaltijd gaat de symboliek hoofdzakelijk over verlossing. Het betekent voor de Joodse mensen het vieren van de verlossing van hun volk uit de slavernij van Egypte. Dat grote epos van de uittocht (met het eten van het Paaslam waarvan het bloed aan de deurposten werd gestreken) en de doortocht door de Rode zee (of Rietzee) en hun verblijf in de woestijn tot ze uiteindelijk het Beloofde Land konden binnentrekken; dat grote epos werd voor hen de verlossing van hun volk door God en in feite het echte ontstaan van het Joodse volk als Godsvolk. Volgens dr. ir. Leon Meijer blijkt uit een onderzoek onder Amerikaanse Joden dat 80% van hen het Pesachfeest viert, ook als men niets meer met het joodse geloof doet. De
verlossing vieren De
Messiasbelijdende joden, die Jezus erkennen als Messias, vieren ook vandaag nog
het Sedermaal, maar de symboliek van verlossing uit Egypte trekken zij verder
open naar de verlossing die Jezus Christus heeft gebracht. In de Paaseucharistie
van de katholieke christenen is alles ook geordend naar ‘verlossing’ toe,
naar ‘herschepping’ door het genadevol ingrijpen van God tot in het
persoonlijk bestaan van de huidige gelovige toe. In de lezingen van de Paasnacht
vernemen we Gods plan van heil met de mens, zijn oorspronkelijke bedoeling met
de schepping, het eten van het Paaslam en de redding doorheen de Rode Zee, het
doopsel als het omkleed worden met de nieuwe mens door Jezus’ verlossend
levensoffer en zijn opstanding. Waaruit
bestaat eigenlijk dat Paasmaal, of Sedermaaltijd?
Het Bijbelboek van de Uittocht (Exodus) heeft het in 12,3-11 over een
paaslam, over bittere kruiden en ongezuurd brood. Men moet aan de kinderen
blijven vertellen waarom men die Sedermaaltijd viert, het verhaal van de
uittocht van Egypte (de haggada), de uitleg die de familievader geeft aan de
jongste zoon die 4 vastliggende vragen moet stellen, waarvan de eerste (Ma
nistana) luidt: “Waarom verschilt deze avond van alle avonden?”) . Tijdens het Sedermaal van Jezus met zijn apostelen heeft Hij ook de haggada in herinnering geroepen, maar Hij heeft aan een en ander een diepere betekenis gegeven. Tijdens de maaltijd lag men op kussens aan tafel (dat gebruik was er gekomen onder hellenistische invloed; aanvankelijk at men het paasmaal de lenden omgord, de wandelstaf in de hand, sandalen aan de voeten en wellicht zelfs rechtop staand (Exodus 12,11); men leunde op de linkerzij, zodat de rechterhand de beker kon nemen voor de vier voorgeschreven dronken. De
seder (volgorde) in het kort: -
Het drinken van de eerste beker wijn, de beker der heiliging (daarna wassen van
de handen met Ps 24:4). -
Het eten van de bittere kruiden gedoopt in zout water (Rode zee). Onenigheid
onder de apostelen (Luk 22,24) en voetwassing door Jezus (Joh 13,4). -
De middelste koek wordt in tweeën gebroken en weggeborgen. -
De traditionele vraag van de kinderen (Ex 12:26), die door de vader van het
gezin of het hoofd van het feest wordt beantwoord. -
Het zingen van het eerste deel van de ‘Hallel’ (gedeelten van Psalm 113 en
114). -
Het drinken van de tweede beker wijn, de beker der verlossing
(Luk. 22:17-18). -
Opnieuw bittere kruiden, nu gedoopt in de notenpasta samen met ongezuurd brood
(klei en bitterheid van de slavernij in Egypte). Dit was het stuk brood dat
Jezus indoopte en aan Judas gaf (Joh. 13:26-30). -
De feitelijke maaltijd gebruikt. Vis, soep, vlees en een zoete schotel. Op het
einde van de maaltijd nam Jezus een
brood (Matth. 26:26; Marc. 14:22), de middelste ongezuurde koek en zei : Neemt,
dit is Mijn lichaam’. -
Na de maaltijd: de derde beker wijn, de beker der dankzegging, (1Kor 10,16).
Jezus : ‘deze beker is het nieuwe
verbond in mijn bloed die voor u uitgegoten wordt’ (Mt. 26,29; Mk. 14,24;
Lk.22,20; 1Kor 11,25). -
De gebeden opgezegd, speciale verzen Ps. 79,6; 69,25; Klg. 3,66 -
Het drinken van de vierde beker wijn, de beker der lofprijzing. -
Het tweede deel van de ‘Hallel’ werd gezongen; Ps.115-118 (verkort) en
Ps.136. Dit was de lofzang zoals in Mt.26,30. - Hierna werd het gehele ritueel afgesloten door de vader van het gezin of het hoofd van het feest met de uitroep (indien de viering buiten Palestina gevierd werd), die iedereen bijviel ‘Volgend jaar in Jeruzalem’. De
vier bekers en drie matzes De
volgorde (Seder) van de maaltijd wordt bepaald door vier bekers wijn, die reeds
door de Misjna waren voorgeschreven, overeenkomstig de vier werkwoorden waarmee
God zich zal laten gelden volgens de tekst van Exodus 6,6-7a: “(5 Nu heb Ik
het weeklagen gehoord van de Israelieten die door de Egyptenaren tot slaven
gemaakt zijn, en ben Ik mijn verbond indachtig.) 6 Zeg daarom tot de
Israelieten: Ik ben Jahwe; Ik zal u wegvoeren (Wehozeeti) uit de dwangarbeid van
Egypte; Ik zal u bevrijden (Wehizalti ) van hun overheersing; met uitgestrekte
arm en onder toediening van zware straffen zal Ik u verlossen (Wegaälti
ethchem). 7 Ik zal u aannemen (Welakachti ethchem) als mijn volk en Ik zal uw
God zijn”. Over de uitleg van deze
bekers hebben we wel verschillende tradities ontmoet. Ondermeer deze: de eerste
beker is de beker van de heiliging, de tweede is de beker van het oordeel, de
derde van verlossing en de vierde van lofprijs en aanneming. Messiasbelijdende
Joden gebruiken de bekers wijn en hun betekenis om het verlossingswerk van Jezus
Messias aan te duiden. Centraal
tijdens de sedermaaltijd liggen drie ongezuurde broden op tafel. De rabbijnen
geven (ook hier weer) verschillende betekenissen aan deze drie ongezuurde broden
(mazzoth), die we voor het gemak matzes noemen. De bovenste matse (of mazza) is
Cohen (de priester die de priesterkaste of cohanin vertegenwoordigt), de
middelste Levi (vertegenwoordigt de kaste der tempelzangers of levieten) en de
onderste Israël, de grote groep van het volk. Een driedeling in de Israëlische
maatschappij die stamt uit de tijd van de Tempel. Een andere verklaring is dat
de bovenste matse symbolisch is voor de Almachtige, de onderste het volk en de
middelste de priester die tussen God en volk in staat. Messiasbelijdende Joden
gebruiken deze laatste verklaring. Aan het begin van de sedermaaltijd wordt de
middelste matse, de priester tussen God en volk, gebroken. Eén deel, Afikoman
geheten (grieks: epikomion), wordt in een doek gewikkeld en verstopt. Na de
maaltijd, voordat de derde beker gedronken wordt, mogen de kinderen de Afikoman
zoeken. Het kind dat de Afikoman gevonden heeft, krijgt een cadeautje. Een
speelse noot in het symbolische gebeuren van de Sedermaaltijd die tenslotte een
familiefeest is. Messiasbelijdende Joden wijzen erop dat bij de instelling van het avondmaal in Lucas 14:20 Jezus de beker nam ‘na de maaltijd’. Ervan uitgaande dat aan de orde (seder) van de maaltijd in 2000 jaar niet veel veranderd is, betekent dit dat het ‘brood’ dat Jezus nam en brak, de Afikoman was. Daarmee is de verwijzing naar het verlossingswerk van Messias Jezus compleet. De middelste matse immers, die de priester voorstelt, wordt niet alleen gebroken en begraven maar staat ook weer op, want aan het einde van de maaltijd komt de matse weer te voorschijn. En nu het meest treffende: het is dit stukje matse dat de Messias Jezus heeft gebruikt toen hij tegen zijn discipelen zei: “Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt, doet dit tot mijn gedachtenis.” De
beker van de toorn wordt beker van heil In
dezelfde richting geeft Jezus ook de betekenis van de beker met de woorden:
“Dit is het bloed van het verbond dat voor velen wordt vergoten tot vergeving
van de zonden”. Volgens Meijer is dit de beker na de maaltijd, na het
dankgebed, bij de Messiaanse Joden de derde beker. En deze beker draagt als
betekenis “verlossing”. Messiasbelijdende
Joden denken dan - óver de verlossing van hun volk heen - aan de Verlossing die
Yeshua (Jezus) op de 15e Nisan teweeg bracht, met uitgestrekte armen aan een
kruis. Lukas en Paulus vermelden uitdrukkelijk dat het na de maaltijd was:
“Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak: Deze beker is het
Nieuwe Verbond in mijn Bloed, dat voor u wordt vergoten.” (Lk.22,20, vgl. 1
Kor.11,25). Volgens Schalom Ben-Chorin in ‘Broeder Jezus’ wordt tussen deze
3de beker (van de verlossing) en de de vierde beker (van lofprijs en aanneming)
een soort van vloekgebed over de niet-gelovigen
uitgesproken (samenvoeging van Ps. 69,25; 79,6-7 en Klaagl. 3,66). De 4de
beker wordt daarom ook de beker van de toorn genoemd. Dit zou vooral onder druk
van de vervolgingen van de Joden tijdens de Middeleeuwen gebeurd zijn. Maar
volgens Hans Kosmala, de leider van de Zweeds Theologisch Instituut in
Jeruzalem, zou minstens de tekst “Giet
uw toorn uit over de volken die u niet erkennen en de koninkrijken die uw naam
niet aanroepen…” reeds bestaan hebben in de tijd van Jezus. Wat is hierbij
dan zo opvallend? In plaats van aan God te vragen om zijn toorn uit te gieten over de heidenen (= niet-joden) spreekt Jezus bij de beker na de maaltijd eigen woorden: “Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: ‘Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor (de) velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” (Mt.26,27-28). Het is dus niet de toorn van God die uitgegoten wordt over de velen, maar de beker van het nieuwe verbond, waarin zich Gods liefde en barmhartigheid openbaart; het is het verzoenende bloed van Jezus, de Heiland. In de Openbaring van Johannes is nog sprake van ‘de schaal van de toorn’ die de engelen van het oordeel uitgieten over de wereld. Maar hier, in de Sedermaaltijd die Jezus met zijn vrienden vierde: alleen maar heil! Een nieuw en altijddurend verbond tussen God en ons. De
vijfde beker Getsemane,
eens de kedar of kedronbeek over, was
een boomgaard die Jezus met zijn
leerlingen binnenging (Joh.18,1). Hier zal Hij, en dit keer alleen en verlaten,
een vijfde beker drinken, een bittere beker, de beker van het lijden. Een beker
zo bitter dat Hij de Vader smeekt Hem die te besparen. En toch gaat Hij hem
drinken, die vijfde beker, tot de droesem, tot alles is volbracht, omdat dit de
prijs was om aan ons die andere beker, de beker van het heil, te kunnen
aanbieden. “Geeft
niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van
Christus?” (1Kor.10,16a). “In
zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij
aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn
striemen zijt gij genezen” (1Petr.2,24). “Aan
Hem die ons liefheeft en van de zonden heeft verlost door zijn bloed, die ons
gemaakt heeft tot een koninklijk geslacht van priesters voor zijn God en Vader,
Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen! Amen”
(Openb.1,5b-6 ). Documentatie:
-
Forum.refoweb.nl (reform.) -
Pesachviering door Messiasbelijdende Joden in Israël door
dr. ir. Leon Meijer. -
De Maaltijd des Heren door D. van Zuijlekom. TextVision -
Schalom Ben-Chorin, Broeder Jezus. Ten Have. (Joods
niet-christelijk standpunt op Jezus).
Revolutie
of hulpbetoon? Het is al een hele tijd geleden dat op het vlak van het sociale engagement er twee richtingen waren: mensen of groeperingen die vonden dat je echt structureel moest werken (veranderen van de ‘onrechtvaardige’ structuren) en andere die vonden dat (hoewel ze het structurele werken niet afkeurden en daar ook wel aan meewerkten) je ondertussen de mensen ook echt moest helpen. De ‘structuurwerkers’ (vaak van marxistischen huize) vonden dat je door te verhelpen op directe en beperkte schaal je de onrechtvaardige structuren in feite in stand hield; de mensen berustten dan vaak in de bestaande onrechtvaardige toestand. Daar was wel iets voor te zeggen natuurlijk, maar als (meestal gelovige) mens kon je het moeilijk aanzien dat concrete mensen ten onder gingen door armoede, voedseltekort, uitbuiting op welk vlak dan ook. Daar wilde men dan ook echt iets aan doen, zelfs als daardoor sommige onrechtvaardige structuren niet onmiddellijk konden omgetimmerd worden. Als je je noodlijdende broeder in de ogen kijkt, kan je dan als welmenend mens denken: laat het nog maar even slechter worden voor jou, misschien kom jij of komen je kinderen dan wel in opstand tegen de uitbuiter? Je voelt aan dat er verschillende opties mogelijk zijn en dat je, zonder het ene uit te sluiten, toch aan het andere de voorrang geeft. Sociale
inzet of spiritualiteit? Laat mensen nu een discussie voeren omtrent de vraag wat belangrijker is voor een christen: zich inzetten voor een sociaal doel of zich vooral inzetten voor spirituele vernieuwing van onze samenleving. We kunnen natuurlijk direct aanmerken dat dit een valse redenering is, een oneigenlijk tegenover elkaar stellen van zaken die maar uiting zijn van eenzelfde doel: het echte heil van mensen. Sommigen hebben die twee uitingswijzen goed bij elkaar kunnen houden: spirituele vernieuwing en sociale inzet vloeien voort vanuit eenzelfde bezieling en staan niet met elkaar in concurrentie. Je steunt op twee benen. Actie
of contemplatie? Evenwel kan je vaststellen (ik heb het dan over mensen die middenin de wereld staan) dat in het concrete bestaan sommigen zich bijna uitsluitend inzetten voor concrete inzet voor mensen (in dienstbetoon, evangelisatie, sociaal-kultureel werk) terwijl anderen zich bijna uitsluitend aan hun eigen spirituele groei en aan godsdienstige samenkomsten wijden. Zowel de enen als de anderen kunnen uiteraard heel evenwichtige mensen zijn die ook nog een gewone dagtaak hebben en daar een zin aan geven. Binnen de groep van mensen die zich inzetten in sociaal-caritatief werk of in evangelisatie zullen sommige deze nogal gescheiden willen houden, er een soort van waardeschatting aan toekennen waarbij het ene wordt voorgetrokken op het andere. Je ervaart wel eens hoe sommige personen de sociale inzet bijna als enig waardevol bezigzijn zien en de evangelisatie in strikte zin bijna voor minderwaardig houden (verkondiging, geven van geestelijke bezinningsdagen) tenzij die ook sterk naar sociale inzet gefocused zouden zijn. Jezus? Bij
Jezus worden die twee ook wel afzonderlijk gezien, maar ze liggen heel dicht bij
elkaar. Soms is er een bijna naadloze overgang. Van een heel drukke bezigheid
(verkondiging, dienstbetoon) naar gebed en dan weer opnieuw volle activiteit.
Een paar voorbeelden: “Heel
de stad stroomde voor de deur samen. Velen die aan allerhande ziekten leden,
genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, maar Hij liet niet toe dat de boze
geesten spraken, omdat zij Hem kenden. Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij
op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef
bidden. Simon en zijn metgezellen
kwamen Hem achterop en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt
U.’ Hij antwoordde hun: ‘Laten
we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan
prediken. Daartoe ben Ik immers uitgegaan.’ Hij trok door heel Galilea,
predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit” (Mk. 1,34-39). “Toen
zijn leerlingen er van gehoord hadden (van de moord op Johannes de doper),
kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf. Toen de apostelen zich weer
bij Jezus voegden (na hun evangelisateitocht), brachten zij Hem verslag uit over
alles wat zij gedaan en onderwezen hadden. Daarop sprak hij tot hen: ‘Komt nu
eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.’
Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om
te eten. Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te
zijn. Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden
kwamen mensen te voet daarheen en waren er nog eerder dan zij. Toen Jezus aan
land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen,
want zij waren als schapen zonder herder, en Hij begon hen uitvoerig te
onderrichten. Toen het al laat was geworden, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe
en zeiden: ‘Deze plek is te eenzaam en het is al laat. Stuur hen weg om naar
de hoeven en dorpen in de omtrek te gaan en daar eten te kopen.’ Maar Hij gaf
hun ten antwoord: ‘Geeft gij hen maar te eten’”(Mk.6,29-37). “Bij
zonsondergang brachten allen die zieken hadden, lijdend aan velerlei kwalen,
dezen naar Hem toe. Hij genas hen door ze een voor een de handen op te leggen.
Uit velen gingen ook duivels weg, die schreeuwden: ‘ Gij zijn de Zoon van God.
‘ Hij gaf een streng bevel en liet niet toe dat zij spraken, want zij wisten
dat Hij de Messias was. Toen het dag geworden was, ging Hij naar buiten en begaf
zich naar een eenzame plaats. De mensen zochten Hem echter, kwamen waar Hij was
en poogden Hem vast te houden om te verhinderen dat Hij hen zou verlaten. Maar
Hij sprak tot hen: ‘ Ik moet ook aan andere steden de Blijde Boodschap van het
Godsrijk brengen, want daarvoor ben Ik gezonden. ‘
En hij predikte in de synagogen van het joodse land” (Lk. 4,40-44). Maar
telkens weer merk je dat zowel het een als het ander voortkomt vanuit een
innerlijke gedrevenheid die we moeten omschrijven als een besef van zijn
‘gezonden zijn’ door de Vader. Dat is het punt waar zowel die sociale inzet
als zijn verkondiging en als zijn gebed samenkomen. In de doorleefde relatie tot
de Vader. Dat is het merg van zijn bestaan. En zijn leerlingen hebben dat goed
begrepen waar ze Hem de Schrift doen nazeggen: “Daarom zegt Hij dan ook, als
Hij in de wereld komt: Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt
voor Mij een lichaam bereid. Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar
Gij hebt voor Mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet
behagen. Toen zei Ik: Hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven
staat, Ik ben gekomen, o God om uw wil te doen” (Hebr. 10,5-7).
Jezus
verwoordt het zelf tegenover zijn vrienden na zijn gesprek met de Samaritaanse
aan de put van Jakob: “Daarop zei Jezus hun: ‘Mijn spijs is, de wil te doen
van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen.” (JohH.4,34). En bij zijn uittreden van de wereld noteren ze: “Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze doopten er een spons in, staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest” (Joh.19,28-30). Of in Lukas: “Toen riep Jezus met luider stem: ‘ Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest” (Lk.23,46). ‘Wat
drijft ons’ en ‘Wat houdt ons drijvend?’ Al
te vaak oordelen wij over anderen, nemen we hun inzet of de werking van hun
vereniging onder de loupe. Wij moeten onszelf en de werking van onze eigen
vereniging of organisatie analyseren en als christenen de vraag durven stellen:
vanuit welke diepe beleving of inzicht en inspiratie of gedrevenheid doe ik dit
of doen wij dat? Welke gedrevenheid ligt aan de wortel van onze inzet. Voor een
christen moet dit noodzakelijkerwijze de gedrevenheid van Christus zijn, de
gegevenheid aan de Vader en aan zijn verlangen, de liefde tot Christus in wie
wij door God aan het hart worden gedrukt. Zo
schreef Paulus aan mensen die wel enige kritiek hadden op hem: “De liefde van
Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven
voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En Hij is voor allen gestorven, opdat
zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille
van hen is gestorven en verrezen” (2 Kor.5,14-15).
Dat de ene organisatie (of de ene christen) zich meer zal wijden aan
sociaal-karitatieve inzet, aan verbeteren van maatschappelijke structuren en een
andere eerder aan spirituele verdieping, aan vernieuwde evangelisatie of
katechese, aan verkondiging van het evangelie en geestelijke waarden, dit alles
is ongetwijfeld heel zinvol en beide zijn nodig binnen de christelijke
gemeenschap tot heil van de mensenmaatschappij, maar de diepe en blijvende
drijfveer bij dit alles moet onze relatie zijn tot de God van liefde en trouw
die zich in Jezus volledig heeft uitgesproken.
1,2
miljoen boeken van ‘De Da Vinci Code’ zijn er reeds verkocht in het
Nederlandse taalgebied. We hebben er echt van genoten, nietwaar? En het financiële
succes voor Dan Brown en zijn uitgevers zal nog niet zo direct opedrogen: zijn
vroegere boeken worden heruitgegeven ook al zijn ze minder meesterlijk
geschreven en de verfilming van de “Code” zal ook wel geen windeieren
leggen… Jaloers ben ik er niet op. Dit boek was wel de aanleiding tot onze
artikels over Maria Magdalena en we hebben er aan het begin van die reeks op
gewezen dat we onze verbeelding niet al te kwetsbaar mogen maken voor al te
uitgekiende schrijvelaars die ons hun producten willen aansmeren. Maar ja, wat
kunnen we doen tegen zo’n hype als rond ‘De Da Vinci Code’! Wel heeft het
me pijnlijk getroffen dat een relatief jonge man, intellectueel begaafd, van
christelijken huize tegen zijn vader zegt, na lezing van ‘De Da Vinci Code’:
“Wat ze ons vroeger toch allemaal hebben wijs gemaakt!”
Zo’n uitspraak is nu werkelijk de omgekeerde wereld! Een romanschrijver
wil een goed verkopende (detective-)roman bijeenschrijven, voelt aan dat een
bepaald genre van geheimzinnigdoenerij en zogenaamd verborgen gehouden
documenten goed aanslaat bij de moderne mens; hij gaat dan putten uit boeken die
tevoren reeds tal van dat soort esoterische vindingen hebben bijeengebracht, zet
daar wat data op, gebruikt het Vaticaan en Opus Dei en nog wat voor de hand
liggende slachtoffers voor de rol van de Boze in de zaak en klaar is Kees. En
bovenvermelde jongeman loopt daar met zijn voorbestemde moderne ingesteldheid
in, aan Een
en ander kon u lezen op de website uit 2006: www.life4seekers.co.uk/TheDaVinciCode-ressources.htm
en bij onze pagina
Katholieke
Christenen op een kleine parochie De Sint-Jozefsparochie in Temse valt ongeveer samen met de wijk Velle. Enkele straten in feite maar toch goed bekend in de omgeving. Rond 1880 wordt de bevolking het moe om de lange verplaatsingen te doen naar Temse-Centrum, te voet een uur ver. Jan Daelman (1849-1933) vond het erg dat zo’n 1500 mensen het op die manier toch wel heel moeilijk gemaakt werd. Hij woonde ook op de Velle, had twee broers bij de Trappisten van Westmalle, pater Theofilus (Jozef) en broeder Gerardus (Fiel) en hij zette zich in bij de medebewoners van het gehucht, bij het gemeentebestuur en de pastoor van Temse en zelfs bij bisschop Stillemans opdat er op “de Vel” een kerk zou gebouwd (mogen) worden. Hij kreeg het nog gedaan ook. Men noemde hem dan voor de rest van zijn leven Jan Kerk (‘karek’ in het dialect daar). Het bisdom benoemde er de ene pastoor na de andere. Zeven pastoors hebben er gewoond. Erik van Hulle, afkomstig van Mariakerke, de laatste daar verblijvende pastoor, liet de buitenkant van de kerk, dankzij bijdragen van de parochiegemeenschap, gemeente en provincie, grondig restaureren; binnenin had hij al veel laten vernieuwen en de polychromé-beelden, die op de kerkzolder stonden te blauwogen, opnieuw een plaats gegeven tussen de kerkgangers. Maar toen hij overleed kwam er geen nieuwe residentiële pastoor op de wijk. Pastoor Van Hulle had echter reeds jarenlang voorzien dat er geen pastoor meer zou komen die uitsluitend voor de Velle zou zorgen. Hij had dan ook reeds een goede pastorale raad (1988) opgericht. Naast de kerkraad is er ook de parochieploeg die zowat de stuurgroep is voor de parochie en dan nog heel wat kleine werkgroepen. Geen
residentiële pastoor, geen dagelijkse eucharistie… Het einde? De
Heer Deken Julien Schreyen van de hoofdparochie van Temse (O.L.Vrouwparochie
waar zich het geboortehuis van priester Edward Poppe bevindt) kreeg sedert 2003
de pastorale verantwoordelijkheid voor de Velle. Naast veel andere taken gaat
hij op zondag met toewijding voor in de Eucharistie en ook op dinsdag is er nog
een eucharistieviering. Voor die eucharistieviering worden een deel intenties
samengenomen met als gevolg dat er toch steeds wat volk aanwezig is op
dinsdagavond. Maandelijks is er evenwel een dinsdag waarop gelovigen van de 10 parochies van het decanaat Temse een gezamenlijke viering hebben in een van hun kerken (Groot Kruibeke met Bazel, Kruibeke en Rupelmonde, Groot Temse met de O.L.Vrouw-, Christus Koning-, de H.Hart- en de Sint-Jozefsparochie, en met Tielrode, Steendorp en Elversele). Soms is dat voor het liturgisch avondgebed (de Vesperdienst), soms een gebedsavond, soms een speciaal verzorgde eucharistieviering of verzoeningsviering. Als die viering niet op onze eigen parochie doorgaat, komen er toch steeds een paar auto’s op ons kerkplein om, wie geen auto heeft, mee te voeren naar de parochie waar de dinsdagavonddienst doorgaat. De middenbeuken van de bewuste kerk zitten steeds goed vol en het doet deugd om met een aantal christenen samen te komen zo tijdens de week. Het is een avond waar je echt naar uitziet en waar je mag ervaren dat er ook nog gelovigen zijn buiten je eigen kleine wijkgemeenschap. Zelfs al hebben we geen residentiële pastoor meer, de Kerk heeft ons niet in de steek gelaten. Natuurlijk blijft er altijd wel wat pijn omtrent de verleden tijd toen dankzij voldoende priesters elke parochie haar eigen parochieherder had. Maar er werd in die leegte voorzien: een uit nood geboren oplossing die toch echt positieve waarden in zich draagt. De kerkgemeenschap heeft zich aan een ongewilde evolutie in de mate van het mogelijke aangepast en het gelovig leven gaat verder. Een
greep uit de dinsdagavonden 28/09/04
Eucharistieviering (St.-Jozefsparochie Velle), 23/11/04 Getijdengebed
(Rupelmonde), 25/01/05 Gebedsviering rond de Eenheid Kruibeke), 22 febr.
Gebedsviering in de Vasten (Elversele), 15 maart ‘05 Verzoeningsviering op weg
naar Pasen (H.Hart Temse), 8/04/05 (?) Gedurige aanbidding (Tielrode), 28/06/05
Eucharistie (St.-Jozef, Velle), 27/09/05 Missio-avond met een toespraak van kan.
Vereecken (Steendorp), 24/01/06 Bijbelwake rond Eenheid van de christenen
(Elversele), 28/01/06 (Tielrode) Avondgebed van de kerk, 14/03 (H.Hart)
Vastengebedssavond ‘Heer leer ons bidden’ met vic. Aerts, 4 april
Verzoeningsviering en Eucharistie (O.L.Vrouw), 23 mei Mariawake (Christus
Koning), 15 juni 2006 Sacramentsdagviering (Elversele). Moge
de geest van Jezus mijn
geest vernieuwen. Moge
de wijsheid van Jezus mijn
gedachten verlichten Mogen
de woorden van Jezus in
mijn oren en
op mijn lippen zijn. Moge
het Hart van Jezus kloppen
in mijn hart. Moge
het kruis van Jezus mijn
sterkte zijn. Moge
de vergiffenis van Jezus mij
van zonde bevrijden. Moge
de genezingskracht van Jezus mij
welzijn brengen. Moge
de vrede van Jezus al
mijn angsten tot rust brengen. Moge
de liefde van Jezus mijn
hele wezen vervullen. Moge
de verrijzenis van Jezus mij verrijken met
vreugde, hoop en
nieuw leven. Dom
Alan Rees uit
Prayers from the Cloister Bellmontabbey
Op
1 december 2005 overleed in Israël de Nederlandse pater Ya’aqov (Jacob)
Willebrands (broer van kardinaal Willebrands, ooit zeer gekend en gewaardeerd
vanwege zijn eukumenische werkzaamheid). Pater Willebrands was reeds jaren in
een Trappistenabdij, toen hij in zich de roeping voelde om als contemplatief te
gaan leven in Israël en verbindingsteken te zijn tussen Palestijnen en Joden.
Zijn abt vroeg hem om die roeping nog maar een tiental jaren te laten rusten.
Onze monnik deed dat, maar na tien jaar stond hij daar opnieuw met zijn vraag.
‘Laat dat nog maar een jaartje rusten’, zei de abt. Maar na dat jaar, was
die roeping niet weggeëbt. Na nog een jaar kreeg hij de toelating. Na
enige tijd kon hij in 1967 een heuvel aankopen bij Deir Hanna in Galilea om er
een soort klooster te stichten. Hij wilde daarmee een bijdrage leveren aan de
terugkeer van het vroegchristelijke kloosterleven in het Heilig Land. Het
klooster, Lavra Netofa, behoorde tot de met Rome verbonden Melkitische
(Grieks-Katholieke) Kerk. Veel
leden heeft zijn gemeenschap nooit gekend, maar de uitstraling was aanzienlijk.
In de rots die zijn heuvel vormde maakte hij een gebedsruimte, geïnspireerd op
de oudste joods-christelijke (Palestijnse) traditie van “kerkgebouw”, nog
zonder de afscheiding met de ikonenwand (zoals later in veel Oosterse ritussen).
Zijn persoon en gemeenschap werden aantrekkingspunt voor Joden en Palestijnen,
maar op de eerste plaats voor de arme Palestijnse mensen uit de omtrek. De
liturgische vieringen gebeurden zowel in het araabs als in het hebreeuws, wat
zeer gesmaakt werd door personen uit de twee gemeenschappen. Pater Jakob bleef
in contact met de thuisbasis in Nederland en Vlaanderen (‘Vrienden van
Galilea’). Hij was 87 jaar toen hij bij het begin van de Advent 2005 overleed.
Naar de gewoonte in die (warme) streken werd hij ’s anderendaags begraven. Dit
werd door de protestantse theoloog dr. J. Schoneveld meegedeeld aan ANP (5
dec.’05). Melkitische zusters zullen nu het klooster overnemen. Van de twee
overgebleven monniken is er een Nederlander. Die keert naar zijn vaderland
terug. “Ik
ben op weg naar het huis van de Vader Groet
alle vrienden van Galilea, bedank ze voor
hun aanhoudend meeleven en edelmoedigheid. Het
schrijven is afgelopen. Ik
correspondeer alleen via de Heer. Ik
bereid mij voor op de laatste geboorte. Zalig
Kerstfeest en zalig nieuwjaar. Tot
ziens in het Vaderhuis.” (Pater
Jakob) CHRISTELIJKE
FEESTEN UITGEHOLD
Maanden
geleden las ik in de nieuwklikker
van De Standaard het Belgabericht (svr)
over het wereldrecord van “de langste witte worst”;
ze werd te Luik geproduceerd door een vereniging van ambachtelijke
slagers. Dat gebeurde in het kader van een kerstmarkt. Ik wil u zelfs het
resultaat niet onthouden: Pasen
heeft eveneens zijn commerciële uitwassen (de commerçanten moeten natuurlijk
ook leven) en wat te denken over de exploitatie van de vasten, die een
langgerekte vastenavond wordt. Hoe
gaan wij het meer zinvol maken?
‘Wat
hebt ge voor Mij ‘gedaan’? Een
zeer mooie, een treffende tekst uit het evangelie is zeker Matteüs 25,31-46
over het uiteindelijk oordeel waarin die overbekende woorden voorkomen:
“Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn
broeders hebt gij voor Mij gedaan” (vers 40). De eeuwen door zijn deze woorden
door predikanten uitgesproken om hun christenen attent te maken op de liefde die
uiteindelijk de doorslag moet geven in de
weegschaal van ons leven. We zouden kunnen denken dat Jezus in die vergelijking
een soort van activistische moraal predikt, weliswaar gefocused op de liefde,
maar we moeten wel vlug inzien dat de praktijk van de naastenliefde uiteindelijk
voortkomt uit een diepe innerlijke overtuiging omtrent de doorslaggevende
betekenis van de naastenliefde in de uiteindelijke (de ultieme) waardebepaling
van ons leven. Er zijn personen die dat als het ware meekregen met de moedermelk, anderen zijn in een gegeven periode van hun leven als meegetrokken door het voorbeeld van sommige personen of werden op een gegeven moment geconfronteerd met een bepaalde nood, hebben getracht daar iets aan te doen, en zijn vanaf dat ogenblik meer georiënteerd naar de hulp aan mensen die het moeilijk hebben in het leven. Woorden
en daden horen samen We
zien iets soortgelijks in het leven van Jezus. Hij komt voor een welbepaalde
nood te staan, of mensen-in-nood doen een beroep op Hem en… Hij helpt hen. De vriendelijkheid naar kinderen, het niet uitsluiten van vrouwen, de genezende kracht die hij aanwendt voor vele zieken… dat alles staat niet los van wat Hij verkondigde: “Het Rijk Gods is midden onder u” (Lk.17,21). Op de eerste plaats was Jezus immers een verkondiger, een zegsman namens God, een leraar die mensen de weg wees en die hen inzicht gaf omtrent God en wat Hij met mensen voorhad: plannen van heil! En dat is nu het treffende bij Jezus: bij zijn woorden kwamen ook daden. Die daden verkondigden hetzelfde als zijn woorden: God wil het heil van de mens en toont de weg waarop dat heil je kan overkomen! Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap. Het zijn de eerste woorden van Jezus als verkondiger, woorden die Johannes de Doper (mogelijks zijn leermeester) ook in mond had (en later ook Petrus in zijn Pinksterpreek). Tekenen
moeten brengen tot geloof De woorden en de daden van Jezus zijn beide belangrijk. We moeten ze niet scheiden maar ze samenhouden. Als we blijven stilstaan bij de ‘tekenen’, de ‘mirakelen of wonderen’ omdat zij tegemoet komen aan onze menselijke verlangens, dan dringen we niet door tot de eigenlijke betekenis van die tekenen en dan horen wij Jezus zeggen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet omdat gij tekenen gezien hebt, zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de Mensenzoon u zal geven” (Joh.6.26-27). Geloof
en het lijden van mensen Naarmate mensen ouder worden, ontmoeten ze vaak ook meer problemen, gezondheidsproblemen, problemen in hun familie, overlijdens in de naaste omgeving. Er zijn trouwens heel wat jongere mensen ook die met ernstige beproevingen te maken krijgen van uitsluiting, niet aan de bak komen, gezondheidsperikelen… Op de teevee zie je vaak enkel maar jonge en gezonde mensen, mensen die succes hebben. Rond de jaarwende, naar aanleiding van een spraakgevend proces, neigde ‘men’ er meer en meer naar om , hetgeen aan het aftakelen is, abrupt uit te schakelen. In de media zijn de laatste toen vooral atheïstische stemmen aan het woord gekomen. En men heeft oudere mensen zelfs zozeer beïnvloed langs de media dat ook zij stilaan de mening zijn toegedaan dat “als ik wat sukkelachtig wordt ze me maar meteen moeten laten sterven”. Dat ook de katholieke kerk niet zomaar mensen wil zien lijden, dat ook katholieken vinden dat je de lijdende mens zoveel mogelijk moet helpen met pijnstillende en angstwerende middelen, zelfs als daardoor het leven zou verkort worden, dat wordt nauwelijks gezegd in de media. Nee, alleen personen die vinden dat de mens eigenmachtig te beslissen heeft over leven en dood lijken uitspraken te mogen doen over leven en dood… De
hele mens genezen In
het evangelie zien we Jezus door medelijden bewogen de hand uitsteken naar een
melaatse (Markus 1, 40-45). En hij zegt: “Ik wil, word rein”. Terstond
verdween de melaatsheid en was hij gereinigd. Jezus heeft veel mensen genezen. De vier evangelies en de Handelingen van de apostelen nemen daarover geen blad voor de mond; dat is niet zomaar een vinding van de eerste christelijke predikers. Het is wel van belang dat we inzien dat voor de mensen van toen ziekte en lijden niet enkel iets was van het lichaam. En genezing was ook niet enkel lichamelijke genezing. De laatste decennia zijn wij ook beter gaan inzien dat psyche en lichaam en zelfs ons sociaal functioneren niet altijd maar toch vaak hand in hand gaan. Jezus geneest hier een melaatse. Tegelijk betekende dat een sociale bevrijding van opnieuw tussen de mensen te kunnen komen, weg uit de isolatie en vereenzaming. Vaak betekent in het evangelie genezing ook nog genezing van zonde en alles waardoor een mens ook innerlijk besmet kan zijn. Zelfs in dat mooie gebed, het Onze Vader, waar we bidden om Gods rijk, bidden wij ook om ons dagelijks brood en dan weer om vergiffenis vanwege God met de belofte om zelf ook vergiffenis te schenken. Dikwijls hangen bij onszelf en bij anderen ziekte, vereenzaming, slapeloosheid samen met wrok, met vierkantige relaties, met ‘geen vergiffenis kunnen schenken’, met gebrek aan vertrouwen op God… Heil
wensen en brengen Jezus
sprak veel over het heil, over Gods Rijk dat komen moest, dat komen zou en Hij
toonde door zijn daden dat die woorden geen lege woorden waren. Als wij,
christenen vandaag ook nog geloven en verkondigen dat God het geluk wil van de
mensen, geluk op alle gebied, dan zou het goed zijn dat wij bidden om Gods Geest
om te zien en dan ook te tonen hoe wij gezonden zijn om ook heil te brengen daar
waar wij gezonden worden. Heil door onze vriendelijkheid, onze behulpzaamheid,
heil door onze woorden te maken tot deugddoende woorden en niet tot woorden die
mensen van elkaar vervreemden; heil brengen door te tonen dat God een nabije God
is, een God die het echte en diepe geluk wil van de mens.
Zeggen... en doen. De twee.
Zo deed Jezus het. Wij mogen geïnspireerd en geleid door de Geest om in
datzelfde spoor treden. Laten wij ons dan bekeren en ons op die weg laten
leiden. Wellicht wordt de kerk dan weer aantrekkelijker voor de oververzadigde
maar ook vaak leeg geconsumeerde en ontgoochelde mens van vandaag. DIE
NEERGEDAALD IS TER HELLE ...
“Neergedaald
ter helle” betekent dat het Blijde Nieuws verkondigd wordt aan de doden, aan
de mensen van het Oude Testament, aan de doden die de Messias nooit hebben
gezien, Hem nooit “in waarheid en klaarheid” hebben gezien. Het Blijde
Nieuws dat verkondigd wordt aan allen die in angst en geschreeuw of stil wenend
en vol heimwee heengingen en die nu de vervulling van hun stoutste dromen ver
overtroffen zien... Opgehaald
worden uit het donker van de dood, uit het donker van verslaving en onmacht... Vaststellen
dat heilzame werkelijkheid is geworden, wat profeten - versluierd - hadden
gemeend te mogen zeggen. WANT: Hij
heeft overwonnen! Zonde en dood, angst en pijn, het ligt achter de rug. Sinds
‘het is volbracht’. Sinds zijn lichaam van het ruwe hout werd getild, en
wellicht even gerust heeft onder de tranen van Maria, zijn moeder, die bij het
kruis had gestaan en sinds het dan in
het nieuwe graf werd gelegd, dat van Jozef van Arimatea, een van zijn Joodse
vrienden, een van de leden van de hoge raad. Heel even maar heeft zijn lichaam
daar gerust. En
eigenlijk was Hij daar niet. Niet meer. “Hij
is verrezen, Hij is niet hier, kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd
had. Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen: Hij gaat u voor naar
Galilea, daar zult gij Hem zien zoals Hij u gezegd heeft” (Mk.16,6-7). “Deze
Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven aan
Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en
Deze uitgestort, zoals gij ziet en hoort. (...) Petrus gaf hun ten antwoord:
‘Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot
vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.
Want die belofte geldt u, uw kinderen en allen die verre zijn, zovelen de
Heer onze God roepen zal.”
(Petrus’ Paaspreek in Handelingen 2,32-33.38-39) |