|
|
|
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS - GEBED - Hieronder geven we de titels uit het nummer 4 van
jaargang 109 (2005); - Heilige Maria, Moeder Gods (Oktober – Rozenkransmaand) Naar
Descouvemont STAMCELLENPROBLEMATIEK
(naar krantenkommentaren) Men
zal opnieuw zeggen dat de Kerk zich blindstaart op de seksualiteit, maar dan is
men zelf wat al te kortzichtig. In het verhaal van de bio-ethiek gaat het immers
om het menselijk leven en om de eigen waardigheid ervan. Wij hebben het hier
niet zozeer over probleemvragen rond abortus en euthanasie maar willen ons
toespitsen op de discussie omtrent het gebruik van menselijke stamcellen. Deze
discussie loopt reeds lang, sedert wetenschappers tot de vaststelling gekomen
zijn dat de biljarden ‘gespecialiseerde cellen’ van ons lichaam (zenuwcelen,
hersencellen, huidcellen, hartspiercellen), die voor onze geboorte ontwikkeld
zijn uit ‘stamcellen’, vandaag opnieuw zouden kunnen vervangen worden
wanneer men stamcellen laat uitgroeien tot ‘gespecialiseerde’ cellen. Even
terzijde: stamcellen vindt men in volwassen beenmerg, navelstrengbloed en
embryo’s (nog ongeboren menselijk leven). Voor wat die embryo’s betreft: men
heeft dan vooral de embryo’s op het oog die overblijven na een
in-vitro-fertilisatie-behandeling; voor een proefbuisbaby worden immers meerdere
vrouwelijke eicellen bevrucht, in de hoop dat minstens één dienstig zou kunnen
zijn en ook omdat vaak meerdere pogingen tot inplanting moeten ondernomen worden
vooraleer daadwerkelijk een embryo zich in de baarmoeder gaat ontwikkelen. Het
probleem (volgens anderen: de geboden mogelijkheid) is dus duidelijk: men blijft
vaak zitten met een aantal bevruchte eicellen en de vraag is dan: wat doen we
daar mee? Invriezen (met het oog waarop?), laten afsterven (dit beginnend
menselijk leven?)? De meeste wetenschappers en moralisten gaan uit van de
stelling dat men hier een actie heeft ondernomen voor een goed doel (een
onvruchtbaar echtpaar aan een kind helpen) en dat ‘het resterende materiaal’
best ook nog zo goed mogelijk aangewend wordt, bv. voor het genezen van zieke
mensen. Men denkt dat men binnen
verloop van tijd deze stamcellen zou kunnen gebruiken bij de behandeling van
Alzheimer, Parkinson, leukemie, multiple sclerose, A.L.S. (dodelijk verlopende
spierverlamming); zelfs zijn er prognoses die spreken over herstel van
geamputeerde ledematen. Het is duidelijk dat men in al deze gevallen die
overtallige embryo’s, of embryo’s uit abortussen weigert te zien als
menselijk leven in ontwikkeling maar eerder als een louter klompje cellen dat
men zo goed mogelijk wil aanwenden in dienst van de mensheid.
Sommigen zijn wel gevonden voor onderzoek en aanwenden van embryo’s die
resten na een in-virto-fertilisatie-behandeling (IVF) maar vinden het moreel
verwerpelijk dat men zulke embryo’s opzettelijk zou gaan creëren voor
onderzoek. Op teevee (o.m. 3 & 4 juni ’05) kregen we overigens reportages
over Chinese en Russische artsen die zonder veel ethische remmingen stamcellen
van embryo’s (meestal bekomen na abortussen) reeds aanwendden bij de
behandeling van A.L.S., verouderingsverschijnselen enz. Vaak een winstgevende
praktijk maar die volgens veel westerse onderzoekers nog veel te weinig is
uitgetest op uiteindelijke resultaten en eventuele bijwerkingen. De
laatste tijd stellen sommigen zich echter de vraag of het inderdaad wel echt
nodig is beroep te doen op die ‘overtallige’ embryo’s als
stamcelmateriaal. Vooral de Belgische Catherine Verfaille heeft haar onderzoek
toegespitst op de vaststelling dat volwassen stamcellen de mogelijkheden van de
embryonale cellen om zich te ontwikkelen tot om het even welke gespecialiseerde
cel zouden evenaren (Multipotent Adult Progenitor Cells). Als dit bevestigd
wordt zou men de grenzen van het ethisch en menselijk waardenbesef niet hoeven
af te tasten of mogelijkerwijze overschrijden. Men zou dan ook beter kunnen
aansluiten bij de beoordeling van het kerkelijk magisterie en bij het
gewetensoordeel van heel wat christenen en niet-gelovigen voor wie een embryo
nog altijd een menselijk leven in ontwikkeling is en niet gewoon een klompje
cellen. Het Amerikaanse ‘National Institute of Health’ houdt echter
totnogtoe de stelling dat volwassen stamcellen minder onderzoeksmogelijkheden
bieden. President Bush daarentegen vindt dan weer dat het onderzoek op
embryonale cellen “ons over de kritische lijn tilt waarbij we impulsen geven
aan de vernietiging van beginnend menselijk leven. Ik ben tegen het gebruik van
geld van de belastingsbetaler om wetenschap te promoten die een leven wil redden
door een ander leven te vernietigen”. Misschien zullen sommigen deze uitspraak
van de Amerikaanse president wegwuiven met een verwijzing naar het optreden van
de Amerikanen in Afghanistan en Irak, toch blijft die uitspraak overeind en is
hij de moeite waard. (Naar:
Bart Hansen, Stamcelonderzoek: de mens als “geschapen medeschepper?” Een
medische, maatschappelijke, etische en theologische verkenning, doctoraat KU
Leuven, gecit. Door Luc Demullier in:
Achtergrond: Levens redden of vernietigen’, in GVA, vrijdag 27 mei 2005 bl.
13). In
hoever het klonen van onrijpe vrouwelijke eicellen kan meewerken aan medische
toepassingen terwijl het zich toch zal inpassen in de ethische grondoptie om
pril menselijk leven (bevruchte eicel, embryo) nooit als medisch materiaal te
gaan beschouwen, zal zich verder moeten bewijzen (dit naar aanleiding van
berichtgeving op 21 juni’05 omtrent die mogelijkheden door een medisch team
van de UG. Voor
wat de katholieke stellingsname terzake betreft: zie volgend artikel. Het leven is het eerste geschenk dat God ons gaf en de hoogste rijkdom waarover een mens zich verheugen mag. De Kerk verkondigt het “evangelie van het leven”. Het is de opdracht bij voorrang van de Staat, het menselijk leven te beschermen en te bevorderen. In de loop van het laatste jaar is de uitdaging van het leven steeds meer omvattend en beslissend geworden. Het zwaartepunt ligt daarbij speciaal op het begin van het menselijke leven, dit moment waarop de mens de mens het zwakst is en het meest bescherming nodig heeft. Bij de vragen van vruchtafdrijving, artificiële bevruchting, gebruik van embryonale stamcellen voor wetenschappelijke doelstellingen en het klonen botsen tegengestelde opvattingen tegen elkaar. De stelling van de Kerk die gesteund is op het verstand en de wetenschap is eenduidig: het menselijke embryo is een persoon, die identiek is met het ongeboren en met het geboren kind, dat zich uit dit embryo ontwikkelt. Van daaruit mag in ethisch opzicht niet geoorloofd zijn, dat zijn ongeschondenheid en waarde zou kunnen beschadigen. Ook een wetenschappelijk onderzoek, dat het embryo tot een laboratoriumobject herleidt, is de mens onwaardig. Zeker moet het wetenschappelijk onderzoek aangemoedigd en bevorderd worden, maar evenals elke andere menselijk handelwijze mag het niet van morele voorschriften losgemaakt worden. Bovendien kan het met veelbelovende vooruitzichten bij volwassen stamcellen verder ontwikkeld worden. (Nieuwjaarsontvangst voor bij de h. Stoel geaccrediteerde diplomaten, 10.01.2005, gecit. in : INFORMATION, Freundeskreis Maria Goretti e. V., Wort des Papstes, Bedreiging van het gezin vanuit een tegennatuurlijke visie op de mens. Mei 2005 nr.85, s. 14). ADOPTIE DOOR HOLEBIKOPPELS (Standpunt Belgische bisschoppen 31 mei 2005) De Belgische bisschoppen hebben met betrekking tot adoptie door homokoppels volgende bezorgdheid uitgedrukt: “in de huidige context maakt een dergelijke maatregel de idee nog geloofwaardiger dat homoseksuele koppels een simpele variant zijn van het koppel dat uit man en vrouw bestaat. Toestaan dat een verbintenis tussen twee mannen of twee vrouwen een ‘huwelijk’ wordt genoemd, doet op zich al afbreuk aan de oorspronkelijke betekenis van het woord en vooral aan de diepere werkelijkheid die eraan beantwoordt. Nu ook nog eens adoptie bij wet mogelijk maken, zou de verwarring rond de seksuele verscheidenheid als wezenlijk kenmerk en grondslag van het gezin alleen maar groter maken”. Hiermee willen de bisschoppen niet de oprechtheid van het verlangen naar adoptie in twijfel trekken van homoseksuele koppels noch zich mengen in het debat omtrent eventuele gevolgen voor de psychologische ontwikkeling van de eventueel betrokken kinderen, waarbij overigens soms tegenstrijdige berichten de wereld worden ingestuurd. (Verklaring van de Belgische Bisschoppen, dinsdag 31 mei 2005). In een debat met Staf Nimmegeers gaf de woordvoerder van de bisschoppen, priester Eric De Beuckelaar een duidelijke verantwoording bij die verklaring (4/6/05).
HEILIGE
MARIA, MOEDER GODS Moeder
van God of moeder van Christus? Oktobermaand,
maand van de rozenkrans. Tijdens deze maand zullen christenen, zeker de
katholieken en orthodoxen, ontelbare malen het ‘Weesgegroet’ bidden: dit
bestaat uit enige evangeliewoorden met de groet van de engel en van Elisabeth
tot Maria en dan de kerkelijke aanroeping: heilige Maria, Moeder Gods, bid voor
ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Hoe
komt het volk van God ertoe om Maria te aanroepen als ‘Moeder van God’? Dat
God een moeder zou hebben, dat is toch gewoon ondenkbaar en onzegbaar door een
rechtgelovig mens: geen jood, geen moslim, geen christen zou zoiets gaan
beweren. God staat aan de oorsprong van alles, uit zijn liefdevolle
scheppingswil is alles kunnen ontstaan. Ik weet wel dat sommigen last hebben met
enkele dingen in de schepping die wat vierkant draaien, verwoestende krachten,
spijtige gebeurtenissen, en we kunnen niet alles terugvoeren op een verkeerde
keuze van mensen. Een ware gelovige weet echter dat uiteindelijk alles
terechtkomt en dat het heil nu reeds zo vaak doorbreekt, als we er maar oog voor
hebben. God
aan de oorsprong van alles, God van eeuwigheid. Maar wat moeten we dan aanvangen
met die titel ‘Moeder Gods’die men aan Maria, de moeder van Jezus toekent?
Wie deze titel het eerst gebruikt heeft is niet meer te achterhalen. Feit is dat
deze titel, in het Grieks ‘Theotokos – de God-barende’, stilaan bij het
gelovige volk was gaan leven. In Efese (Efes aan de West-kust van Turkije, niet
zover van Izmir-Smyrna) stond een kerk, toegewijd aan Maria, de Theotokos
(Moeder Gods). We spreken over de 4de eeuw na Christus. De patriarch van
Constantinopel, Nestorius, een verstandig man, weigerde om die titel aan Maria
toe te kennen, want dat was volgens hem niet zomaar een titel, het betekende
volgens hem dat Maria, als moeder, aan de oorspong zou staan van God zelf, en
dat was een ongehoorde ketterij! Nestorius
vond het daarom beter om Maria te noemen ‘Christo-tokos’, ‘zij die
Christus heeft gebaard’. Nestorius
was echter niet de enige verstandige christen. De bisschop van Alexandrië,
Cyrillus, verkondigde klaar en duidelijk dat je Maria gerust ‘Moeder Gods’
mocht noemen omdat in Christus geen twee personen zijn, maar alleen de Persoon
van de eeuwige Zoon van de Vader. Maria
is inderdaad moeder van Christus, maar daardoor ook Moeder van God. Zij staat
niet aan de oorsprong van de goddelijke natuur van Christus, wel van zijn
menselijke natuur, maar de persoon die zij ter wereld brengt is de Persoon van
het eeuwige Woord, Zoon van God. Deze visie van Cyrillus werd aanvaard en
plechtig afgekondigd in Efese (juist in de kerk van ‘ de Moeder Gods’) in
het jaar 431! In feite legden 197 bisschoppen tijdens dit concilie er de nadruk
op dat in Jezus een diepe eenheid is tussen zijn mensheid en zijn goddelijkheid;
zo diep is die eenheid dat er in Hem maar één Persoon is, zijn goddelijke
Persoon. Maria staat niet aan de oorsprong van zijn goddelijkheid, maar het kind
dat zij baart is wel de Persoon van de Enige Zoon. Later
zal het concilie van Chalcedon (451) er de nadruk op leggen dat de diepe eenheid
tussen de goddelijke en menselijke natuur in Christus niet mag doen vergeten dat
Jezus, die echt God is (God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God)
tegelijk ook echt mens is, die onze menselijke situatie helemaal heeft doorleefd
(Hij die bestond in goddelijke majesteit … is mens geworden, gehoorzaam tot de
dood aan het kruis) (Fil. 12,6-8). (Naar : P. Descouvemont, Marie au coeur de
nos vies. 1. Mère de Dieu. La proclamation du concile d’ Éphèse. Ed. du
Cerf. 1999, p. 11-12). SLOT
GERARDUSJAAR naar
p. Velocci cssr Wees
mijn getuigen! We
willen het Gerardusjaar niet laten voorbijgaan zonder een bepaald aspect van de
heilige Gerardus Majella even onder ogen te brengen, waardoor hij beantwoordde
aan Jezus’ woord: “maar ook gij moet getuigen”(Joh. 15,27).
Zoals van andere heiligen (bv. Don Bosco) wordt van hem verhaald hoe hij
als kind en jonge knaap reeds getuigde naar andere kinderen toe. Maar meer
bekend is zijn manier van doen als broeder-redemptorist. Daar beleefde hij niet
enkel zijn verbondenheid met Christus door zijn gebed, zijn gestreng leven, zijn
broederliefde en nauwgezette beleving van de kloosterregel; dit alles maakte ook
deel uit van zijn missionaire ijver om “zielen te redden”, dat wil zeggen:
om het heil dat Christus voor alle mensen bedoeld heeft ook gemakkelijker tot
mensen te laten komen. Die diepe bezieling om mensen met het heil in aanraking
te brengen toonde zich ook heel
concreet doordat hij zich – waar hij kon en gezonden werd – deel te
nemen aan de zending van de Redemptoristen-priesters (paters): hij gaf graag
catechese (uitleg van de catechismus) aan de kinderen, bad met hen de katholieke
gebeden zodat deze in hun geheugen werden gegrift, nodigde hen uit om deel te
nemen aan de Eucharistieviering en aan de eucharistische zegening ’s avonds
(het ‘lof’, zoals het hier bij ons genoemd werd). Hoevelen
van ons hebben niet de gelegenheid – misschien wend je die ook reeds aan - om
in het contact met kinderen hen te leren bidden of met hen te bidden. Ik
herinner me hoe vader zaliger op zijn 80ste nog het morgen- en avondgebed
reciteerde dat hij op de lagere school (!) had geleerd, en dat waren heel
zinvolle gebeden! Wie
van ons (de ouders op de eerste plaats natuurlijk) nodigt kinderen uit om deel
te nemen aan de Eucharistieviering en begeleidt hen daar wat bij hoe ze dat goed
kunnen doen, wat we daar komen doen; wie legt hen daarna wat uit over wat er
gebeurde en gezegd werd en vangt hun vragen wat op? Vertellen we de kinderen
iets uit het evangelie, vertellen wij hen over Jezus, niet als over een figuur
uit een sprookje, maar als iemand die leeft, die hen wil vergezellen, die hen
kracht wil geven om echt goede mensen te worden ook in deze wereld waarin zoveel
zaken verkeerd en slecht zijn? Wie van ons durft zich – desnoods voor een tijd
– engageren om een kindergebedsgroep bijeen te brengen en te begeleiden, om
met kinderen een tijd van eucharistische aanbidding door te brengen, hen in de
zon van Jezus eucharistische aanwezigheid te plaatsen (en ze daar op de
geschikte manier op voor te bereiden)? Mogen
Gerardus en de zalige priester Poppe ons daar wat toe aansporen en begeleiden
als we daartoe enig talent hebben of mensen kennen die dat zouden aankunnen! Daarnaast
is er natuurlijk het doen en laten van Gerardus: zijn eenvoud, zijn
verdraagzaamheid bij verdachtmakingen, geduld met opvliegende mensen? En dan
natuurlijk zijn levensgetuigenis tijdens de parochiemissies door de
redemptoristen. Men zag hem bidden, men kon met hem spreken en daarbij kwam men
onder de indruk van zijn woord van aansporing tot bekering, tot levensbiecht en
ernstig christelijk leven. Dit
alles kwam vanuit een diepe bezieling die bijvoorbeeld ligt uitgedrukt in dit
eenvoudig gebed: “O mijn God, mocht ik zoveel zondaars bekeren als er water is
in zee en als er graankorrels zijn of als er takken zijn aan de bomen of zoveel
als er mensen zijn op aarde of alle schepselen” (Uit: Voornemens). Hij was er
dan ook echt op bedacht om mensen naar God te brengen. En eigenlijk mocht hij
genadevol het hele heil van de mens bewerken: er zijn nogal wat verhalen hoe
zijn gebed mensen genas, hoe hij verzoening bracht in families, ergerlijk gedrag
kon verhinderen, hoe hij mensen kon terugbrengen tot geregeld gebed en het
ontvangen van de sacramenten. Het
leven van Gerardus was een concretisering van het principe dat God wil dat alle
mensen gered worden. Gerardus wou niet alléén gered worden, maar zoveel
mogelijk anderen met Gods heil in contact brengen. In
het artikel van pater Velocci met betrekking tot het Gerardusjaar besluit hij
(we vatten samen): Gerardus voelde zich een verantwoordelijk lid van het Mystiek
Lichaam, een levende cel van de Kerk. Omdat hij zo van God hield, wilde hij ook
het heil van zijn medemens. Het heil bewerken van zijn medemens was voor hem het
in praktijk brengen van het dringend gebed van Jezus om van je medemens te
houden als van jezelf (o.a. Mt. 22,37). En de liefde toont zich bovenal in het
mee bewerken van het eeuwig heil van je naaste. Heilige
Gerardus, bid voor ons! (Feestdag
16 oktober) WEES
NIET BANG “Wees
niet bevreesd”, het is een woord van Jezus, het is ook een bemoedigend woord
dat we van paus Joannes Paulus II zullen onthouden. Naar aanleiding van zijn
overlijden en uitvaartmis en van de keuze van de nieuwe paus, Benedictus XVI,
zijn we als gelovigen sterk bemoedigd geweest door de enorme belangstelling en
de gelovige reactie van zeer veel eenvoudige christenen. Anderzijds kregen die
eenvoudige gelovigen hier ten lande wel heel wat negatieve reacties te verteren.
Die kwamen van de gewone antichristelijke lobby in de media, iets wat ons niet
al te zeer verwondert, maar ook van enige kerkelijke mediafiguren, die ter
gelegenheid van zulke gebeurtenissen meestal ten overvloede gemolken worden door
malafide reporters opdat ze hun kritische stellingnamen mee zouden inbrengen in
het geheel van een soort dodendans à JUBILEUM Op
18 september vierde de Gemeenschap Maria-Kefas in uitgesteld relais (22
augustus: Maria Koningin) haar 25-jarig bestaan. We zijn de Heer dankbaar voor
alles wat Hij doorheen deze Gemeenschap heeft bewerkt. BEHEREN
NAAR GODS VERLANGEN : DE WOORDEN DIE WE ZAAIEN Ieder
van ons is in zijn/haar leven een tijdlang bezig geweest met actief in te werken
op de wereld die ons omringt of op de samenleving waarin wij leven.
Zelfs jonge mensen kunnen positieve of negatieve invloed uitoefenen op
onze wereld en ons menselijk samenleven. En ook senioren kunnen nog altijd heel
wat positieve uitstraling hebben op hun omgeving, door hun manier van zijn, hun
glimlach, hun moed, hun geduld, hun eenvoudig woord…
Dit alles staat niet los van het woord uit het eerste Bijbelboek: “Toen
bracht de HEER God de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren
(Genesis 2,15). God heeft ons op deze aarde gewild om er verantwoordelijk voor
te zijn: voor onszelf, onze medemensen, onze omgeving. Bewerken en beheren
betekenen zo enorm veel. En dit houdt niet in dat er geen zevende dag mag zijn
om wat uit te rusten en met genoegen naar het werk van God en van onszelf te
kijken. Maar we zijn verantwoordelijk voor de wereld, voor de mens, voor ons
leven, en bij dat alles moeten wij ons bezinnen afvragen: Hoe zou God dit alles
willen hebben? Waar dienen wij Hem, de schepping en de mensheid het beste mee?
Bij het zoeken naar een antwoord luisteren wij ook naar wat de Kerk zegt… Dat
we ook luisteren naar wat allerlei panels op de teevee aan ‘wijsheid’ over
ons uitstrooien, al of niet gemanipuleerd door een zelfingenomen spelleider, och
dat kan geen kwaad. We moeten alleen onderscheid kunnen maken tussen de ethische
inbreng van een gewezen trainer of een uit het niets opgedoken of door de media
of door een of andere producer gecreëerde B.V. en de inbreng van wijze en
gevormde mensen die terzake een gedegen kennis en oprecht levensengagement
hebben; wij dienen te weten uit welke achtergrond ze stammen en welke hun
houding is ten overstaan van de eeuwenoude wijsheid van het evangelie en de
kerkelijke leer. De Kerk is meer dan ooit in voeling met de mens van vandaag
maar draagt ook de diepschouwende verantwoordelijkheid om aan te voelen of
voorgestelde oplossingen en allerlei bedenkingen al of
niet in overeenstemming zijn met de diepe roeping van ieder mens en van
de mensheid. Zeker, de kerk is kind
van haar tijd, maar als gelovige steunen wij op het woord van onze Heer en
Heiland, dat Hij zijn Kerk niet zonder Bijstand zou achterlaten. Het is
duidelijk vervelend voor andersdenkenden dat de Kerk inderdaad - naast haar
meedenken samen met andere mensen rond allerlei problemen - tegelijk ook
luistert naar de Bijstand die de Heer haar heeft toegezegd. Voor ieder
katholieke moralist en verantwoordelijke in de Kerk blijft het zaak niet vast te
hangen aan eigen of voorbijgestreefde opvattingen maar anderzijds ook open te
staan – door innerlijke afstelling – voor de weg van heil waarlangs
Gods Geest de wereld, de mensheid en de Kerk wil leiden. ROEPING
TOT HET CHRISTELIJK HUWELIJK Ons
gelovig op weg zijn ….
Een getuigenis (slot) Anneke
& Peter Dewulf – Van de Mergel Bijzondere
gelegenheden Bijzondere
aandacht is er in ons gezin ook voor de sterke tijden in het jaar.
Tijdens de Advent leven we sterk mee met de campagne van Welzijnszorg en
dit zie je ook. En Kerstmis gaat
niet onopgemerkt voorbij. De laatste
jaren beelden we samen met anderen de levende Kerststal uit in de kerstviering
op het werk van Anneke in P.C. Caritas te Melle, waar ze werkt als pastoraal
werkster. Ook
in de Vasten kijken we hoe we de acties van Broederlijk Delen kunnen mee
beleven. Dit jaar speelden we een
toneeltje in de Aswoensdagviering in Caritas.
Pasen en Pinksteren proberen we ook passend en feestelijk te vieren. De
symbooltaal is heel belangrijk in onze religieuze beleving.
We houden ervan om ook naar onze kinderen toe beelden te gebruiken om
bepaalde dingen duidelijk te maken. We
werken met zaadjes, bloembollen, schelpjes, steentjes, kruisjes,
…. Voor
hun verjaardag proberen we ook te zorgen voor een symbolisch cadeautje.
Ze kosten niet veel maar zijn inhoudelijk heel rijk.
Enkele voorbeelden : een parel in een oesterschelp, een hartje, een
ketting met geloof, hoop en liefde, een
levensverhaalboek, een rituelendoosje, een moderne jongens- en meisjesengel met
een franciscuskleed aan, een bronnetje, … Elkaars
Hou Vast Los
van wat we doen vinden we het heel belangrijk dat er thuis een rustige,
constructieve sfeer heerst. Het
fundament van onze gezinsgemeenschap is vertrouwen en openheid.
We leren onze kinderen om te geloven in zichzelf, om de parel te
ontdekken die ze in zich verborgen dragen. In
de mate dat ze openbloeien, zullen ze gelukkig worden en automatisch Jezus en
het Evangelie op het spoor komen. Dat
geloven we vast. We
denken hierbij aan een uitspraak van Ulrick Geniets, voormalig abt van de abdij
van Averbode op een Gezinsdag die ons hierin bevestigde en zei dat de
verbondenheid thuis tussen de gezinsleden heilzaam en helend is.
Dit is voor velen vandaag een grote nood.
Verhalen Een
heel belangrijk moment is het slapengaan met voorafgaand avondritueel.
’ s Avonds nemen we bewust tijd om op verhaal te komen bij elkaar.
Wij vertellen de kinderen ook een verhaal.
Dit is dikwijls een bijbelverhaal. We
hebben reeds een aantal keren het volledige Oude en Nieuwe Testament verteld uit
verschillende kinderbijbels. We
merken dat kinderen heel ontvankelijk zijn voor deze verhalen.
Door ze regelmatig te herhalen leren ze deze door en door kennen, ze
nemen ze op in hun hart en gaan er ook naar leven. Naast
de bijbel komen ook andere verhalen aan bod.
In goede verhalen zit heel veel materiaal waaruit ze dan bewust of
onbewust kunnen putten. Een mens
leeft niet van brood alleen. Na
het verhaal wordt er dikwijls nog een poosje gemediteerd of komen we spontaan
tot gebed. We
hebben ondervonden dat het belangrijk is om rustig naar bed te mogen gaan.
De laatste indrukken van de dag bepalen de sfeer en de kwaliteit van de
slaap. Als je rustig en gelukkig mag
inslapen, slaap je dieper en sta je ook blijer op. Andere
verhalen halen we uit boeken, maar ook uit tijdschriften als Samuël of
Bezinningsblad (van Kerk & Wereld) waarin Hans Schmidt elke maand een
prachtig verhaal schrijft. Op
onze boekenplank staan ook veel gebedsboekjes. Ook voor onszelf zijn goede
tijdschriften en af en toe een boek belangrijk geestelijk voedsel. Als
de kinderen van school komen met verhalen of andere dingen uit de catecheseles
proberen we daar ook op in te spelen en hen ook aan elkaar bepaalde dingen te
laten doorgeven. Samen
dingen doen We
proberen als gezin een aantal dingen samen te doen, ook op geloofsgebied. We
waken er bewust over dat niet iedereen zijn eigen gangetje gaat.
Nu zijn de kinderen nog jong, maar we hopen dat deze eenheid kan blijven. Eucharistie Meestal
gaan we ’s zondags samen naar de eucharistie.
Soms op verplaatsing, maar als het kan bij ons op de parochie.
Wij zijn er verantwoordelijk voor de kindernevendienst.
Tijdens de woorddienst krijgen de kinderen de bijbelverhalen in hun taal
en op hun niveau aangeboden in een aparte kinderwoorddienst.
Op die manier zijn we als gezin ook dienstbaar naar andere
gezinnen-met-kinderen toe. Oase Heel
belangrijk voor ons en ons gezin is de Oasegroep.
We hebben er elkaar leren kennen. Daar
hebben we enkele echte vrienden die ons ook in ons Christenzijn steunen.
Tweemaal per maand is er op vrijdagavond een gebedsavond.
Dit is meestal zonder de kinderen. Uitzondering
op de regel is bijvoorbeeld de Lichtmisviering waar we dan vroeger starten en na
het gebed een pannenkoek eten en de dia’s van het afgelopen jaar bekijken. Naast
de gebedsavonden, die wij stilte-uren noemen omdat de stilte er een centrale
plaats heeft, is er maandelijks een activiteit. Zo
waren we half februari voor een bezinningsweekend in Bonheiden.
De volwassenen luisterden naar de inleidingen van Jo Hanssens en de
kinderen hadden een eigen programma. Ze
werkten dit jaar rond ‘Er zit een schat verborgen in jezelf’.
Er werden heel het weekend activiteiten rond gedaan en op zondag
verzorgden de kinderen de eucharistieviering. Contacten We
zoeken ook heel bewust regelmatig contact met andere gelovige gezinnen.
Goede gelegenheden daarvoor zijn de gezinsdagen van Maria-Kefas en de
dagen of namiddagen die het bisdom organiseert onder de noemer ‘Even
bijtanken’. Dit laatste verwoordt
ook goed wat we daar zoeken. Buitenshuis
wat kracht, energie en bemoediging opdoen en geven, ervaringen uitwisselen en
delen met elkaar om van daaruit met hernieuwde moed verder te trekken. Zo
nemen we binnenkort deel aan het gezinsweekend in de Abdij Van Postel bij Pater
Nicolaas; we leerden hem vorig jaar
kennen in Hoogstraten. Ook hebben we
bijvoorbeeld regelmatig contact met de Benedictinessen van St-Hubert.
We vinden het belangrijk en heel verrijkend om op die manier mee in te
stappen in de rijke traditie van de Kerk. Dit
verhaal is niet af. Wie er graag met
ons over praat mag steeds bellen of schrijven. Anneke
& Peter DEWULF – VAN DE MERGEL Hollekenstraat
2 b / 9960 Assenede / 09/343.01.24 ZALIG
DIE VREDE BRENGEN Uit
Contactbrief van de gewezen
Zwitserse CSsR-Provincie. Op
donderdag 28 juli 2005 deelde het Iers Republikijns leger (IRA) officieel mee
dat het een einde maakt aan de gewapende strijd; men wil verder uitsluitend met
politieke middelen de doelstellingen trachten te verwezenlijken. Deze beslissing
hangt niet in het luchtledige maar komt na een lange beïnvloeding van de
publieke opinie door ‘vredesmensen’. Zo
ontving op 27 september 2004 pater Alex Reid, een Iers redemptorist, het
‘doctoraat honoris causa’ van de Raad van het hoger onderwijs, tijdens een
ceremonie in het Koninklijk Hospitaal, Kilmainham, te Dublin, Ierland. Die
beloning betekende een herkenning van heel zijn levensinzet voor de vrede. Pater
Reid werd reeds geëerd op nationaal en internationaal vlak wegens de
doorslaggevende rol die hij speelde in het tot stand brengen van de vrede in
Noord-Ierland. Hij was de
sleutelfiguur die de dialoog opende tussen de verschillende betrokken partijen
op een kritiek moment van het vredesproces. Zonder hem zou het vredesproces
anders geweest zijn. Bij
heel zijn actie geloofde p. Reid rotsvast dat een dienaar van Christus tijdens
een conflict de pastorale dienaar moet zijn van de Heilige Geest. Hij geloofde
dat er een belangrijke bijbelse richtlijn is die men in zulke situatie moet
volgen. Men moet zich, zoals Jezus, persoonlijk met heel zijn mensheid inzetten
totdat men de realiteit kent met zijn hart, in heel zijn lichaam en in heel zijn
bloed. In een hopeloze situatie zegde hij ooit: “wij hebben de genade van God
nodig om hier doorheen te geraken”. Hij
was ervan overtuigd dat het de rol van de Kerk was om het conflict te doen
overgaan van de straten naar de onderhandelingstafel. Alleen daar kon men een
oplossing vinden die aan de betrokkenen zou toelaten als broeders samen te leven
en samen te werken voor het welzijn van allen. Actueel
bedient p. Reid zich van de ervaring die hij verworven heeft bij zijn activiteit
in Ierland, om te pogen de vrede te brengen in het Baskenland. Hij is bovendien
bezig lessen voor te bereiden vanuit hetgeen hijzelf geleerd heeft bij zijn
Ierse ervaring gedurende al die jaren. Hij noemt het ‘lessen van de straat’. GEBED
TOT MARIA Uit
‘Het evangelie van het leven’ (EvangeliumVitae), Encycliek
van Paus Johannes Paulus II (1995) O
Maria, dageraad
van de nieuwe wereld, Moeder
van de levenden, U
vertrouwen wij de zaak van het leven toe: o
Moeder, zie neer op het grote aantal kinderen
dat niet geboren mag worden, armen
die het moeilijk hebben om te leven, mannen
en vrouwen die slachtoffer zijn van bruut geweld, ouderen
en zieken die gedood worden uit onverschilligheid of
uit zogenaamd medelijden. Geef
dat allen die geloven in uw Zoon met
oprechtheid en liefde het
Evangelie van het leven verkondigen aan
de mensen van onze tijd. Verkrijg
voor hen de
genade dat Evangelie te aanvaarden als
een steeds nieuw geschenk, de
vreugde om het te vieren, dankbaar,
hun leven lang, en
de moed om er resoluut van te getuigen, om
samen met alle mensen van goede wil de
beschaving van de waarheid en de liefde op te bouwen, tot
lof en eer van God, de
Schepper en
Vriend van het leven. VROEGERE
KONGOMISSIONARISSEN (6) PATER
ROGER AMPE (1930-1995) door
p. Hugo Gotink in Mémorial 22 mars met gegevens van pp. Ribbens, Karel Ampe en
A.Deboutte (o.a. in Geloof en Leven 1995, nr. 7-9). De
wereld veranderen vanuit een diepe bezieling 1.
De wereld maken tot een thuis voor de mens Hij
was 27 jaar toen hij in 1957 als jonge Redemptorist in Matadi aanlandde. Drie
weken later werd hij door pater Wim Korstens ‘afgezet’ in Kasangulu ( Pater
Roger beschreef ooit zelf zijn dag als broussemissionaris: “Het
programma? Elke dag opnieuw: ’s avonds eten wat ‘hun’ potje me heeft
voorbereid; daarna avondgebed met voorbereiding van mis en doopsels; dit duurt
ongeveer 2 uur (een uurwerk is er niet) en daarna wordt er voor het naar bed
gaan nog wat gepraat met de mensen. En wat dat slapen betreft, jawel, ‘à la
guerre comme à la guerre’: je slaapt waar ze je een paar vierkante meter
wisten vrij te maken voor het veldbed en het muskietennet. En ’s morgens rap
eens voelen of de 10 vingers en 10 tenen er nog wel aan zitten (want ratten
lopen er bij de vleet!). Daarna samen ontbijten met de voor de gelegenheid
uitgenodigde dorpscatechisten, en dan aan het werk: biechten, mis, doopsels,
vergaderingen met de kerkgemeenschap! Zo
wordt het rap 3 uur in de namiddag en is het tijd voor ’t eten; alweer wat
‘hun’ potje me voorzet. Ziet ge wat vlees in de soep ronddrijven, vraag dan
best na het eten niet waar het vandaan komt! En daarna gaan de koffers open: wij
organiseren er een markt aan sterk verminderde prijzen – alles volgens onze
mogelijkheden en zelfs wat gratis tussendoor voor de vele sukkelaars allerhande.
Dan in der haast nog een goeie dag en naar het volgende dorp – om er vóór de
nacht aan te komen.” Dit
broussewerk is het grote werk geweest van pater Roger. Het
meest opvallende was echter zijn inzet voor de vluchtelingen in de grensstreek
met Angola, een werk dat bepaald werd door de politieke gebeurtenissen uit de
periode 1961-1974 (kort na de onafhankelijkheid van Kongo in 1960), toen de ene
na de andere groep vluchtelingen Songololo aandeed: Angolezen op de vlucht voor
de Portugezen, Portugezen en mensen die met het FNLA sympatiseerden en nu op de
vlucht waren voor het MPLA. Duizenden mensen kwamen langs het opvangstcentrum,
waar men hen voedsel gaf, noodzakelijke zorgen en werktuigen om aanplantingen te
doen. En dan kwam de “onafhankelijkheid” van Angola: zo’n 200.000 mensen
trokken in 1975 hoopvol naar hun heimat terug. Maar
wat ze daar in Noord-Angola vonden na 15 jaar ballingschap was een verkommerd
land: moerasland, bossen, onbewoonbare vlakten. Geen dorpen meer, geen huizen,
geen bewerkte velden, geen voedsel en zeker geen geneesmiddelen. En uit dit
niets moest er een nieuwe samenleving worden opgebouwd.
Gevraagd door de verantwoordelijke bisschop voor Noord-An- gola, trok ook
Pater Roger nu met die mensen mee, samen met nog 3
Redemptoristen-Kongomissionarissen: Jef
De Munck, Alouis Willemsen, Jozef Buyens. Acht
maanden duurde dat werk. Maar door politieke destabilisatie werden in februari
van 1975 weer zo’n 50.000 Angolese vluchtelingen Neder-Zaïre ingejaagd, in
een onbeschrijfelijke ellende. Ook de vier missionarissen moesten naar Zaïre
vluchten. De ellende waarmee p. Roger geconfronteerd werd had hij zich niet
kunnen indenken, zoals hijzelf schreef aan p. Provinciaal, “zelfs niet na 17
jaar Songololo”: “Een opeenstapeling van miserie: politiek, burgeroorlog,
droogte, totale afwezigheid van hulp, geen Rode Kruis, geen hulp van eigen
partij. Helemaal niets; handen en geld tekort, en toch oorlog en
bewapening…Neen, zo zwart had niemand het verwacht. Alles is uitzichtloos,
zonder morgen!” En toch zal hij doorwerken in dienst van die verdrukten en
opgejaagden, die mensen die niets meer hadden en weer opnieuw een leven moesten
opbouwen, ook voor hun kinderen. De
laatste jaren van Roger’s werk in Kongo werden verzwaard door de groeiende
tegenstand tegen het christendom vanwege heroplevende sekten, die naar de
heersende problemen wezen en zeiden dat het christendom geen heil had kunnen
brengen. Terug
in het land overleed pater Roger Ampe op Pinksteren 1995 (4 juni) te Houthulst
op straat toen hij de heilige Communie droeg naar een zieke. 2.
Vanuit een diepe bezieling Missionering
en christianisering hebben zich meestal gekenmerkt door de verkondiging van het
Blijde Nieuws van Gods liefde maar ook door caritatieve en sociaal-economische
inzet, verkondiging-metterdaad. Dit laatste zien we in de geschiedenis vooral
gebeuren rond de abdijen en in de acties voor de bevrijding van slaven, de zorg
voor verwaarloosde zieken, melaatsen, pestlijders, weduwen en wezen. De
missionering van de laatste decennia heeft zich in arme streken ook ingezet voor
projecten die de sociaal-economische ontwikkeling van plattelandsbewoners in de
hand werkten. In de missionarisactiviteit van pater Roger Ampe zien we de
verschillende aspecten verwezenlijkt. Maar de vraag rijst vanwaar hij de
bezieling haalde. Was het het avontuurlijk leven, je nuttig voelen en op de
handen gedragen door eenvoudige, dankbare mensen? Uit
een aantal getuigenissen, vooral van p. Gaston Ribbens, komt Roger naar voor als
een Godzoeker en als iemand die door Christus gegrepen was, iemand in de ban van
Jezus: “Uw gelaat zoek ik, Heer”, “Zizi kiaku isosanga e Mfumu”. Hij
schilderde het gelaat van Jezus, ontelbare keren en overal bracht hij die
afbeeldingen aan, in dorpskapellen, in de parochiezaal, 5- God
zoeken en vinden in de Schrift en het gebed, God zoeken en vinden in het gelaat
van de armen en behoeftigen. Alles deed Hij om Jezus te verkondigen, Die hij
volledig toegewijd was, maar die Jezus diende Hij ook in de naakten die hij
kleedde, de zieken die hij naar de kliniek bracht en voor wie hij geneesmiddelen
zocht, de vluchtelingen, vreemden, eenzamen die hij ontving; de mensen die niets
meer hadden en die hij werktuigen bezorgde om de aanplantingen te doen; voor de
jongeren die wilden studeren bouwde hij klaslokalen, voor de kinderen die geen
speelgoed hadden maakte hij auto-tjes, aan wie dorst hadden bezorgde hij een
pomp om water op te pompen en in de zaaitijd zocht hij granen… Wat gij voor de
geringsten van mijn broeders hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan… In
de laatste jaren in Kongo sprak p. Roger veel over de heilige Geest. De lange
inleidingen op de eucharistievieringen handelden altijd over de heilige Geest.
In het missaal dat hij zelf had samengesteld en dat hij alle dagen gebruikte
zijn er bladzijden en bladzijden over de heilige Geest, bladzijden die hij ook
aanwendde… Hij wou zich echt stellen onder de werking van de heilige Geest. En
het was op Pinksteren, Feest van de komst van de heilige Geest, terwijl paus
Johannes-Paulus II pater Damiaan zalig verklaarde, dat Roger met de
Eucharistische Jezus op weg was naar een zieke. Onderweg begaf zijn hart en
hoorde hij een stem die zei: “Gij hebt zozeer mijn Gelaat gezocht, kom en
aanschouw nu dit gelaat in heel zijn glans”. VROUWEN
IN DE LIFT Blijkbaar
hebben de laatste pausen meer aandacht gekregen voor de inbreng van vrouwen op
het vlak van christelijke leer, christelijk leven en de mystiek. De Kerk telde
33 kerkleraars. Paus Paulus VI voegde daar Teresa van Avila (1515-1582) en
Catharina van Siëna (1347-1380) aan toe, en paus Joannes-Paulus II Theresia van
Lisieux (1873-1897). (Uit: L’ Homme Nouveau, n° 1382) Naast
de 3 mannelijke heiligen die door de kerk als beschermers van Europa worden
gezien (Benedictus, Cyrillus en Methodius) zijn er ook 3 vrouwen tot patronessen
van Europa uitgeroepen door de Kerk: Catharina van Siëna, Birgitta van Zweden
en Edith Stein (Zuster Teresa Benedicta). HET
GROTE PARDON: ONS OMGAAN MET SCHULD
EN VERGEVING Het
is al heel wat maanden geleden dat minister van Buitenlandse zaken Zaken K. De
Gucht, in nogal kleinerende woorden over de Nederlandse premier Balkenende sprak
in een interview in Het Laatste Nieuws. Den Haag stond op zijn kop. Beeld je in
dat de Nederlandse Minister van Buitenlandse zaken op zulke kleinerende en in
niet mis te verstane woorden zou spreken over onze premier. Zoiets doe je niet
natuurlijk. De Gucht wel. Op maandag 6 mei stond dan ook een goed getypeerd
kartoon van Kamagurka in De Tijd: ‘Er zijn twee soorten mensen: zij die
beledigd werden door Karel de Gucht … en zij die nog beledigd moeten
worden’. Maar
daar wil ik het niet over hebben. Wel over de manier waarop je van je misstappen
bewust bent, ze al of niet erkent en hoe je daar verder mee omgaat naar
eventuele excuses toe als je anderen benadeelde. In een brief aan premier
Balkenende ontkende De Gucht echter dat hij zoiets zou gezegd hebben; de
reporters had zijn woorden verdraaid. Een bandopname bewees echter het
tegendeel. In een interview insinueerde hij dat dat over ‘Harry Potter’ en
‘burgermannetje’ niet zijn vinding was, maar dat anderen het al eerder
hadden gebruikt. Op een ander moment beweerde hij dat niet hij maar zijn
medewerkers toelating hadden gegeven tot publicatie van dat interview. Om het
even. Zijn brief was een leugen en een valse aantijging van de journalist. En
dat hij die woorden van anderen overnam? Kan best, maar een diplomaat en zeker
een minister van Buitenlandse zaken die zich wat respecteert gaat dat
zelf niet zomaar in de mond nemen. Wat
me eigenlijk trof in die reactie is dat het zoveel weg heeft van een kleine
jongen die iets verkeerd deed, het ontkent en desnoods de schuld naar anderen
toeschuift. Een kleine jongen, maar het is in feite heel menselijk en echt niet
eigen aan een minister van buitenlandse zaken. In
het eeuwenoude bijbelse verhaal over de zondeval (Genesis 3)
lezen we hoe Adam God hoort
aankomen in de tuin van Eden en zich verbergt. “Toen zij, bij het opkomen van
de middagwind, de donder van Jahwe God in de tuin hoorden klinken, verborgen de
mens en zijn vrouw zich voor Jahwe God tussen de bomen van de tuin. Maar Jahwe
God riep de mens en vroeg hem: `Waar zijt gij?’ Hij antwoordde: `Ik hoorde uw
donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij
verborgen.’ Maar Hij zei: `Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge
soms gegeten van de boom die ik u verboden heb?’ De mens antwoordde: `De vrouw
die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en
toen heb ik gegeten.’ Daarop vroeg Jahwe God aan de vrouw: `Hoe hebt gij dat
kunnen doen?’ De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid, en toen heb ik
gegeten’ (Genesis 3,8-13).” Een valse uitleg vanwege de mens en zowel hij
als zijn vrouw schuiven de schuld af op een ander. Het is zo menselijk, zo
klein-menselijk. Maar... is het wel de ideale manier van doen in relatie met
medemensen en… in relatie tot God? Hoe gaat het in het gezin, of tussen
vrienden als men verkeerd handelde? Ontkennen! De schuld aan de ander geven! In
ieder geval: niet om vergeving vragen! Welnu, wie wordt daar beter van? Ga je op
deze manier een relatie herstellen en proberen weer met elkaar op weg te gaan?
En tegenover God? Niet erkennen dat we beneden de maat bleven? Niet erkennen dat
we Gods kinderen tekort deden of gekwetst hebben? Dit is vast niet de beste
manier om met God verder op weg te gaan. Het is immers geen oprechte houding en
alleen in oprechtheid kan je een diepe en vertrouwvolle relatie opbouwen. Den
Haag was dus niet tevreden met die brief. Begrijpelijk. Daarom dan maar een
volgende brief: als men daar in Nederland zo zwaar aan tilt en excuses eist,
okay hé, dan wil ik daar wel mijn spijt over uitdrukken...
Den Haag - nog niet tevreden met deze oppervlakkige spijtbetuiging -
eiste dat de plaatsvervangende ambassadeur uitleg kwam geven. Uiteindelijk zou
een telefoon van premier Verhofstadt naar premier Balkenende de diplomatieke
plooien gladstrijken, mogelijkerwijze nog niet de relatie tussen de Nederlandse
premier en De Gucht… Begrijpelijkerwijs. Als
niet van harte en met open vizier een geschonden relatie wordt opgeklaard in een
houding van verontschuldiging, die ook aanvaard wordt in barmhartigheid en
vergevingsgezindheid, dan blijft daar een smet op liggen. Binnen de
Joods-christelijke traditie leren we dat alleen zo er verder met elkaar kan op
weg gegaan worden in een wederzijds opbouwende relatie. En
de rol van premier Verhofstadt? Eigenlijk
ook leerzaam. Soms kunnen we zelf ons blazoen niet meer reinigen omdat we ons zo
diep in de puree gewerkt hebben. Er is een helper nodig, iemand, hogergeplaatst,
die in onze plaats en wat overwelvend de zaken weer herstelt. Natuurlijk,
als we het hebben over de spirituele weg van zonde, schuld, vergeving, dan
hebben wij ook Iemand (met hoofdletter) nodig die onze schuld op zich neemt,
maar... die ons tegelijk herschept. In het geval van De Gucht blijft hij –
ondanks de verzoening tussen de premiers - in zijn blootje staan en zijn alleen
tussen de twee landen de diplomatieke rimpels weer gladgestreken. In het geval
van vergeving in christelijke zin worden wijzelf mee betrokken in de
herschepping. En voor wat degene betreft die vergeving te schenken heeft: die
wordt naar Gods voorbeeld opgeroepen om radicaal vergeving te schenken, dat wil
zeggen: herscheppend vergeven en vergeten … Het grote
pardon. Een les voor een logeman … en voor ieder christen. Iets om in
te oefenen... EEN
RUSTIGE STEM TUSSEN HET GEKWAAK Het
zal onze lezers ook wel opgevallen zijn dat, tijdens de dagen rond het afscheid
van Paus Joannes Paulus II en de verkiezing van Benedictus XVI, er nogal wat
gekleurde berichtgeving is geweest, vaak van linkse of (nou ja)
‘progressieve’ (mei 1968!) signatuur, waarvan je aanvoelde: dit is geen
objectieve berichtgeving, dit is gewoon een heel persoonlijke visie die als
alomgeldend over de goegemeente wordt uitgegoten… Maar midden het allegaartje
van mediafiguren en bepaalde progressieve christenen die tot vervelens toe
worden opgevoerd door de linkse mediabonzen, kwam ook een verfrissend geluid af
en toe onze huiskamer binnen; het was de ongekunstelde inbreng van Kurt Martens
(32), die op een ongedwongen en sympathieke manier commentaar en duiding gaf bij
de vieringen en gebeurtenissen rond de begrafenis van de vorige en de verkiezing
van de huidige paus. Martens is wetenschappelijk medewerker aan de faculteit
Kerkelijk Recht van de KU Leuven. Hij vond het zelf al te sterk dat men iemand
(de nieuwe paus) op voorhand veroordeelde zonder dat deze de kans kreeg te
zeggen en te tonen hoe hij zijn functie zou invullen. Kurt Martens schreef zijn
mening klaar en helder in zijn boek “Van Ratzinger tot Benedictus XVI”,
uitg. Davidsfonds, 125 blz., € 12,95. Dit boek vormt een goed tegengif tegen
heel wat nonsens die we enige maanden terug te slikken kregen langs radio,
teevee en geschreven pers. Een aanrader. En
Kurt Martens wensen we toe dat hij zal weten te weerstaan aan de sirenenzang van
de media om zich tot hun wufte kultuur te laten verleiden; het zijn sterke
schouders die het B.V.-schap kunnen dragen zonder zichzelf te verliezen. ADOPTIE
DOOR HOMOKOPPELS De
Belgische bisschoppen hebben met betrekking tot adoptie door homokoppels
volgende bezorgdheid uitgedrukt: “in de huidige context maakt een dergelijke
maatregel de idee nog geloofwaardiger dat homoseksuele koppels een simpele
variant zijn van het koppel dat uit man en vrouw bestaat. Toestaan dat een
verbintenis tussen twee mannen of twee vrouwen een ‘huwelijk’ wordt genoemd,
doet op zich al afbreuk aan de oorspronkelijke betekenis van het woord en vooral
aan de diepere werkelijkheid die eraan beantwoordt. Nu ook nog eens adoptie bij
wet mogelijk maken, zou de verwarring rond de seksuele verscheidenheid als
wezenlijk kenmerk en grondslag van het gezin alleen maar groter maken”.
Hiermee willen de bisschoppen niet de oprechtheid van het verlangen naar
adoptie in twijfel trekken van homoseksuele koppels noch zich mengen in het
debat omtrent eventuele gevolgen voor de psychologische ontwikkeling van de
eventueel betrokken kinderen, waarbij overigens soms tegenstrijdige berichten de
wereld worden ingestuurd. (Verklaring van de Belgische Bisschoppen, dinsdag 31
mei 2005). In een debat met Staf Nimmegeers gaf de woordvoerder van de
bisschoppen, priester Eric De Beuckelaar een duidelijke verantwoording bij die
verklaring (4/6/05). KATECHISMUS
VAN DE KATHOLIEKE KERK (31) Samenvatting:
Ben Van Vossel cssr II
De kerk is heilig (823-829) Vader,
Zoon en heilige Geest, God die zich geopenbaard heeft als de Ene God in de
drieheid van Personen, aanbidden wij als “Gij alleen zijt heilig”. Gij zijt
totaal anders dan al het geschapene. Toch noemen wij ook de Kerk heilig omdat
Christus haar geheiligd heeft door zijn levensoffer en door haar te vervullen
met de heilige Geest tot verheerlijking van de Vader. Zo is zij het heilig volk
van God en de leden van de Kerk worden ‘heiligen’ genoemd in het nieuwe
Testament. Sterker
nog: in de Kerk worden mensen door Gods genade geheiligd. Zij is evenwel maar
het grote heilsmiddel en draagster van vele heilsmiddelen door haar
verbondenheid met Christus. En de liefde is de ziel van de heiligheid waartoe
wij allen geroepen zijn. Theresia van Lisieux had dat zeer juist begrepen: De
Kerk is als een Lichaam; het voornaamste in haar is het hart, de liefde. Als de
liefde ophoudt, zouden de apostelen ophouden het evangelie te verkondigen, de
martelaren zouden weigeren hun bloed te vergieten. Ik begreep dat de liefde alle
roepingen insloot. En daarom besluit ze: “Ik heb mijn roeping gevonden: in het
hart van de Kerk, mijn moeder, wil ik de liefde zijn”. Christus
is totaal heilig en zondeloos maar Hij heeft de zonden van het volk op zich
genomen. Alle leden van de kerk zijn zondig maar tot heiligheid geroepen. Door
sommigen van haar leden (na hun dood) ‘heilig te verklaren’, d.w.z. door
plechtig af te kondigen dat deze gelovigen op heldhaftige wijze de christelijke
deugden in praktijk brachten en leefden in trouw aan Gods genade, erkent de kerk
de werking van Gods Geest in hen, de Geest van heiligheid waarmee Christus haar
heeft overladen, en door hen als voorbeelden en voorsprekers te geven aan de
gelovigen ondersteunt zij hun hoop, hun verwachting. De
heiligheid is de geheime bron en de onfeilbare maatstaf van de apostolische
werkzaamheid en de missionaire bezieling van de Kerk. Omdat
in Maria, de kerk reeds de volmaaktheid heeft bereikt, door de verlossende
invloed van Jezus Christus, mogen wij allen terecht naar haar opkijken, de
‘totaal begenadigde’(Lk 1,28). DE
CRISIS VAN DE ISLAM – Fundamentalisme en Moderniteit Naar
een notitie in Terwijl
landen als Saoedi-Arabië en Iran, naast andere landen, over heel de wereld
grote sommen geld besteden aan het promoten van de Islam, het uitzaaien van
moskeeën en moskeescholen, zelfs op plaatsen waar momenteel nog maar weinig
moslims zijn, en terwijl zogenaamde islamitische terroristen bijna dagelijks in
het nieuws komen, verkeert de Islam in feite in een diepe crisis.
Deze crisis ligt in de uitdaging om onder te gaan in fundamentalisme en
terroristisch extremisme of anderzijds de dialoog aan te gaan met de
moderniteit. Sommigen denken dat de Islam maar te redden valt als hij zich
helemaal afzet tegen het moderne denken en zich trouw houdt aan alle
voorschriften van de traditie, die men dan de fundamenten noemt.
Maar ‘fundamentalisme’ is in feite een heel bedrieglijk woord. Je zou
kunnen zeggen dat het goed is geregeld terug te keren tot de fundamenten van je
overtuiging, je godsdienst (of dat nu jodendom, christendom of islam is).
Daarbij komt echter een groot gevaar om de hoek kijken: men kan
bijkomstigheden, allerlei vormen verwarren met essentiële, echt
‘fundamentele’ zaken, of kernbeginselen waar de betreffende godsdienst mee
staat of valt. Voor
gelovige mensen, joden, moslims en christenen stelt zich steeds het probleem van
de ‘letter’ en de ‘geest’, onderscheid tussen iets belangrijks en het
belangrijkere. Jezus vond het gebod van de sabbat(rust) belangrijk. Maar als een
zieke geholpen moest worden, moest dat voorschrift – zoals het door de
rabbijnen werd geconcretiseerd – toch overtreden worden. Fundamenteel in de
echte betekenis was dat je die dag niet liet opgaan in wereldse bezigheden, maar
verbieden om een mens in nood te helpen en dit op grond van een bepaalde uitleg
is ‘fundamentalistisch’. De
eerste joodse christenen waren uiteraard Joden, juist zoals Jezus zelf. Maar de
heidenen die zich tot het christendom bekeerden moesten zich volgens sommigen
ook tot het Jodendom bekeren en alle voorschriften van het Jodendom nakomen:
besnijdenis, geen vlees eten waar nog bloed in aanwezig was of vlees van –
volgens de joodse wet – onreine dieren… Voor het christendom waren dat
evenwel geen essentiële zaken meer. Dat de Joodse christenen die voorschriften
onderhielden, goed, maar zij mochten dat niet opleggen aan alle andere
christenen. Zo
kenden de katholieken het kerkelijk gebod om op vrijdag geen vlees te eten. Op
zekere dag was dat niet meer verplicht, althans in onze streken.
Volgens sommigen had dat moeten verplicht blijven. Ook het Latijn in de
Eucharistieviering, het nuchter zijn vanaf middernacht als men ’s anderendaags
ging communiceren. De kerkelijke leiding heeft evenwel geoordeeld dat de
gezindheid waarmee men Eucharistie viert of communiceert of waarmee men vast
belangrijker is dan de concrete manier waarop men naar die praktijken toeleeft
of waarmee men die praktijken beleeft. Daarmee wordt niet gezegd dat het Latijn
verkeerd is, dat men zich niet mag voorbereiden - ook lichamelijk
- op de communie of dat men de vasten niet ook letterlijk mag beleven.
Maar de nadruk moet liggen op de gezindheid. In
verband met de Islam schreef Mgr. Foead Twal, aartsbisschop van Tunis in een
open brief: “Vandaag is de Islam een wereld in crisis. Vaak meent hij kracht
en zekerheid te halen uit het fanatisme. Het is niet de oorlog die het probleem
zal oplossen, maar de liefde en de hoop terwijl het een moeilijke wereldsituatie
is.” Met
betrekking tot de inwijking van veel moslims in het Westen vraagt de
aartsbisschop dat men het onderwijs en de werkgelegenheid zou bevorderen. Maar
tegelijk ook dat men de uitwisseling op academisch en wetenschappelijk vlak zou
intensifiëren om die islamitische wereld, die een open en vrije relatie wil met
de moderniteit, te helpen. Men moet er ook aan denken dat het fundamentalisme
een gunstige voedingsbodem vindt in armoede, onwetendheid en onrecht.
Om te dialogeren moeten christenen natuurlijk zelf een stevige kennis
hebben van hun eigen geloof en een sterke verbondenheid met het kerkelijk
leergezag. Aldus Mgr. Twal. ( SPOT
EN HUMOR Spot
is een heel primitieve vorm om
macht te verwerven over anderen. Humor
daarentegen ontstaat uit
zelfkennis en
liefde voor de waarheid, en
uit een diep verlangen om die twee ook
in de tegenstander te zien groeien. (bvv) Thuispagina - Top van document - Allerlei thema's - Aanverwante links - Activiteiten - Preken - Gebedsavond - nieuw - Uitzicht - info - nummers
|