|
|
|
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS - GEBED - SOCIALE INZET - De
Paus en het Gerardusjaar
Red. PAUS
JOHANNES PAULUS II EN HET
GERARDUSJAAR Ter
gelegenheid van het dubbele jubileumjaar van Sint Gerardus (op 11 dec. 2004: 100
jaar geleden heiligverklaard en op 16 oktober 2005: 250 jaar geleden overleden)
onderlijnt Johannes-Paulus in zijn boodschap aan P. Joseph Tobin, algemene
overste van de Redemptoristen, wat Gerardus, deze eenvoudige lekenbroeder, zo
sterk kenmerkte: het gebed, de boete, zijn liefde voor de Gekruisigde Christus,
zijn liefde voor de Eucharistie, zijn verering van de Moeder Gods, zijn zorgende
aandacht voor de noodlijdenden en voor de vrouwen in verwachting. Het
kon niet anders of de paus zou deze gelegenheid ook gebruiken om het thema van
de eerbied voor het menselijk leven te benadrukken. “De inculturatie van het
geloof en de snelle maatschappelijke veranderingen plaatsen de verkondiging van
het Evangelie voor talrijke uitdagingen. De niet te misverstane verkondiging van
de Wijsheid van het Kruis moet daarom steeds vergezeld gaan van de concrete
verplichting om voor de geringen en armen het ‘evangelie van de
naastenliefde’ te brengen, zoals de H. Gerardus het deed…” “Ik
voor mij wens dat het Jaar van de H. Gerardus tot een nog beslister inzet van de
christenen moge bijdragen, om aan deze ‘cultuur van de dood’ weerstand te
bieden en duidelijke tekenen te stellen in dienst van de ‘cultuur van het
leven’. Bij deze betekenisvolle gelegenheid wil ik jullie, eerwaarde paters en
alle Redemptoristen, de opdracht toevertrouwen nog doelgerichter voor de
verspreiding van het ‘Evangelie van het leven’ te werken. Uw dienst aan het
leven wordt ondersteund door uw theologische en morele overdenkingen, die gij,
in getrouwheid aan de traditie van de H. Alfonsus, moet ontwikkelen, vertrekkend
van de situaties waarin het leven weinig beschermd en verdedigd wordt”. KORTE
LEVENSSCHETS H. GERARDUS MAJELLA Korte
levensschets Ben
Van Vossel cssr Op
11 december 2004 was het inderdaad 100 jaar geleden dat Gerardus werd
heiligverklaard en op 16 oktober 2005 is het 250 jaar geleden dat Gerardus
overleed aan tuberculose. 16 october vieren we dan ook als zijn geboortedag voor
het eeuwig leven. Gerardus,
een eenvoudig mens om naar op te zien Terwijl
de reeks Gerardusbezinningen verder loopt, willen we daarom toch nadrukkelijk
aandacht schenken aan de figuur van Gerardus. Het is tevens een uitnodiging om,
wat deze heilige vooral kenmerkte, ook tot ons te laten komen en ons misschien
(opnieuw) wat in beweging zetten op de weg die hij heeft voorgeleefd. Met
Gerardus Majella hebben de Redemptoristen een heilige in hun midden die echt
niet alledaags is. Natuurlijk is geen enkele heilige alledaags, hoewel ze soms
heel gewoon en onopvallend kunnen zijn. Gerardus Majella, werd als zoontje van
Domenico en Benedetta Galella geboren te Muro (6 april 1726), een klein
bergstadje in Italië; hij overleed als broeder-Redemptorist te Caposele (16
oktober 1755) in ons klooster Materdomini. Vader,
een kleermaker, had een vrij zwakke gezondheid (Gerardo was ook niet heel sterk)
en hij stierf toen Gerardus nog maar 12 jaar was. Het al niet welgestelde gezin
kwam dan in de armoede terecht en Gerardus moest mee de kar trekken om wat geld
in het laatje te brengen. Wondere feiten, daar staat Gerardus’ leven bol van,
maar ik vermoed dat de meeste van zijn dagen toch heel ‘gewoon’ geweest
zijn. Steeds
op weg met Jezus Het
buitengewone wordt eigenlijk reeds voorafgebeeld in een gebeuren toen hij zowat
7 jaar was en hij een wit broodje had gekregen ‘van een jongetje’; dit
herhaalde zich gedurende enige maanden. Wanneer
hij dit veel later aan zijn oudste zus, Brigida, vertelt en zij hem weer naar
Muro uitnodigt, geeft Gerardus het eenvoudige maar veelzeggende antwoord:
“Waartoe zou dat dienen, ik tref Hem nu overal aan”. Van Gerardus kan je
zeggen dat hij “wandelde met Jezus”, dat hij leefde in de aanwezigheid van
de Heer, de Gekruisigde, de Verrezene. In de boeken en filmen over “Don
Camillo” zien we die wat vierkantige Italiaanse priester vaak spreken met een
kruisbeeld. Zo ging het er bij Gerardus in werkelijkheid aan toe, maar dan met
dit verschil dat hij niet zoals Don Camillo af en toe zijn heel eigen
interpretatie gaf aan wat de Heer hem zei. Gerardus zocht enkel naar het
verlangen van de Heer. Hij heeft dit ooit nadrukkelijk op zijn deur geschreven:
“Hier geschiedt de wil van God, zoals God wil en zolang als God wil”. Naar
het klooster “om heilig te worden” Hoewel
Gerardus aanvankelijk bij de Kapucijnen wil intreden (waar hij geweigerd wordt
wegens zijn zwakke gezondheid) zal hij later intreden bij de Redemptoristen, die
hij aan het werk had gezien tijdens een volkmissie. Zoals in vorig nummer reeds
aangegeven ontvluchtte hij het huis en liet een briefje achter voor moeder:
“Ik ga heen om een heilige te worden”. En dit keer laat hij de missiepaters
niet gaan vooraleer ze hebben toegezegd dat ze hem zouden aanvaarden in hun
midden. In 1752 mag hij zijn professie doen. Dan verhuist hij ook van Deliceto
naar Materdomini. Een
leven, gegeven aan God en mens Als
eenvoudige lekenbroeder zal hij dan zijn weg gaan in enkele Italiaanse kloosters
van de beginnende Congregatie van de Allerheiligste Verlosser, de
Redemptoristen. Zoals andere heiligen wordt hij daar niet steeds geacht om zijn
vroomheid – dat gebeurt pas later – en krijgt hij de nodige kritiek. Hij zet
zich in voor de materiële zaken van het klooster, zodat de paters hun werk van
rondtrekkende predikanten ongehinderd kunnen doen. Hij is kleermaker, koster,
portier, kok. Soms vergezelt hij ook wel eens de paters op hun missie en geeft
dan catechese aan de kinderen. Bovendien raakt hij toch wat bekend want hij
heeft heel wat brieven moeten beantwoorden, zelfs van mensen die hem om
geestelijke raad vragen. Waar de gelegenheid zich voordoet leidt hij zondige
mensen naar de biechtstoel van de paters. Bekend
is de episode waarin hij door een vrouw vals beschuldigd werd van ontrouw aan
het celibaat en daar krijgt hij zelfs een fikse vermaning en straf voor van Sint
Alfonsus, de Stichter. Gerardus zwijgt en de waarheid – die hem volledig
vrijspreekt - komt pas na enige tijd aan het licht. Zijn
goedheid als portier wordt bekend bij de mensen, de bedelaars en ook de vele
arme gezinnen. En Gerardus geeft van de armoede van het klooster, hij geeft en
blijft soms geven, zelfs al was er geen brood meer… En op zijn gebed gebeurt
zoveel onbegrijpelijks, worden zovelen wonderlijk geholpen dat men gaat spreken
over Il Santo, de heilige. Christus
is mijn leven Gerardus
was een man van gebed, maar eigenlijk gaat het om die persoonlijke relatie met
Christus waar hij permanent van leefde. Dat was de diepe en stevige basis van
waaruit hij leefde. En dat hij daarbij vooral Jezus in zijn lijden wilde
navolgen kan misschien wat eigen geweest zijn aan die tijd, maar eigenlijk
spreekt Sint Paulus daar reeds over en tenslotte ging het ook bij Gerardus om
het volgende: “De liefde van
Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven
voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En Hij is voor allen gestorven, opdat
zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille
van hen is gestorven en verrezen” (2 Kor.5,14-15). Het is dan ook niet zo
wonder dat Gerardus omzeggens steeds wordt afgebeeld met een kruisbeeld in zijn
armen. Tijdens zijn pijnlijke terminale ziekte was zijn eenvoudig getuigenis:
“Ik heb alles gedaan uit liefde tot mijn God”.
God
gaat toch mij niet roepen zeker!
Ben
Van Vossel, redemptorist - Gent Roeping
(ik zie mijn werk als een roeping) In ons
tijdschrift “Geloof en Leven” (2005 nr 1) getuigde een nachtverpleegster dat zij haar
werk zagals
een roeping. In haar geval zag zij dat werk als een roeping, een zending die
haar door God was toevertrouwd. Er zijn heel wat mensen die hun werk zien als
een roeping. Heel onlangs las ik in
de krant het getuigenis van een dokter die zijn werk ook als een roeping zag. Ik
meen zelfs dat hij geen gelovige was. Wat hij wou meedelen was in feite dat zijn
taak voor hem niet enkel een geld verdienen was, maar een inzet vanuit een
caritatieve of altruïstische gedrevenheid. Ik vermoed dat er zo heel wat mensen
zijn, in heel wat bewegingen, organisaties en vrijwilligerswerk. Huwelijk
en ouderschap: een roeping? Een
christen zal ook zijn huwelijk, zijn vader- of moederschap zien als een roeping,
dat wil zeggen: een uitverkiezing door God, een gekozen worden door God,
afzonderlijk genomen worden door God, speciaal Gods
liefde ondervinden, maar die roeping bevat ook altijd een zending. In het
geval van het huwelijk om van elkaar te houden, met tedere en trouwe liefde die
dagelijks beleefd moet worden en een leven lang. Niet voor niets heeft de Heer
van zulk een roeping en zending ook een sacrament gemaakt; de liefde van de
christelijk gehuwden is gegrondvest in de liefde van Christus tot zijn Kerk. Die
zending heeft bovendien de kinderen in het vizier die de Heer schenken wil; ook
zij moeten met tedere en trouwe maar ook met wijze (= verstandige, soms kordate)
liefde omgeven worden en begeleid. GIJ
zijt geroepen tot koning – profeet – priester! Ten
diepste heeft roeping – vanuit christelijk standpunt – te maken met ons
doopsel, waar God zijn hand op ons legt (‘Gij zijt mijn geliefde zoon, mijn
geliefde dochter’) en ons zendt om (dienende) koning, (voorsprekende) priester
en (getuigende) profeet te zijn en zo te delen in de waardigheid en de zending
van Jezus zelf. In om het even welke levensstaat (als kind of jongere, of als
gehuwde, of als geroepene tot het
vrijwillige of aanvaarde celibaat, geroepene tot het Godgewijde of religieuze
leven, tot het priesterschap… in
al die levensstaten of roepingen mogen wij ons door God geroepen voelen, bij de
hand genomen. Maar in al die levensstaten en roepingen worden wij ook gezonden
om koning, priester en profeet te zijn: dienend, voorsprekend, getuigend. En
het gaat hier dan niet over deze of gene, het gaat over jou! Kijk gerust in de
spiegel: het gaat over jou. Jij (!) bent geroepen en gezonden. In
de bijbel: God doet appèl op u! Als
we in de bijbel lezen ontmoeten wij daar heel wat mensen die door God geroepen
worden tot een bepaalde taak, of tot een bepaalde levensrichting. Er is de grote
roeping van de mensheid om de aarde te bevolken en te bewerken. Abraham wordt
geroepen om uit het veelgodendom weg te trekken en met God op weg te gaan. Dan
zijn er verschillende profeten, er zijn koningen die een verantwoordelijke taak
krijgen. Vaak is het een wereldlijke taak, een verantwoordelijkheid voor het
welzijn van het volk. Wij ontmoeten mensen die een speciale hoedanigheid hebben
en dan ook een taak krijgen die in de lijn ligt van hun talenten (denk aan de
kunstenaars die de opdracht kregen om mee te werken bij het maken van de
liturgische voorwerpen voor de heilige tent ). Ook in het Nieuwe Testament
krijgen mensen bepaalde opdrachten... die af en toe heel hun leven in beslag
nemen of bepalen. Maria wordt geroepen om moeder te worden van Gods Zoon, Jozef
wordt opgeroepen om bij Maria te blijven en zorg te dragen voor het Kind en zijn
moeder. Johannes de Doper zal waarschijnlijk ook niet gewoon op eigen houtje
zijn profetenrol op zich genomen hebben. Duidelijker zien wij mensen geroepen
worden waar Jezus zijn eerste apostelen uitkiest. Het valt zelfs op hoe
indringend zijn uitnodiging of appèl is: “Kom, volg Mij”. Zij lieten hun
netten in de steek om Hem te volgen. Het zelfde gebeurt met de tollenaar Levi in
zijn belastingskantoor: “Hij stond op en volgde Hem”. Mijn
goesting of mijn roeping? Als
je nu zegt: “Ik kies ervoor te trouwen”, of: “Ik kies ervoor om naar het
klooster te gaan”, “Ik kies om in een nieuwe Gemeenschap in te treden, om
vrij het celibataire leven op mij te nemen, ik kies om priester te worden…”
Dat is dan natuurlijk wel jouw keuze, maar het is niet zo zeker dat daar niets
aan vooraf gaat. Je kan wel menen dat trouwen iets heel gewoons is. Maar dan heb
je blijkbaar nog niet gehoord over het groot aantal echtscheidingen, het groot
aantal huwelijken dat mislukt of waar het behoorlijk vierkant draait. Dan heb je
nog niet gehoord over de problemen die zich stellen bij het opvoeden van de
kinderen… En om in het klooster te gaan of als ongehuwde te leven in vrij
gekozen celibaat, of om priester te worden… Dat zijn allemaal geen
lichtvaardige keuzes en bovendien zijn dit bijna stuk voor stuk keuzes die onze
krachten te boven gaan! En toch is er iemand (Iemand) die vertrouwen stelt in
ons en ons uitnodigt om die keuze te maken, Iemand die ons roept tot die weg of
levensrichting (die, zoals hoger gezegd ook een zending inhoudt). En stilaan, ja
stilaan wordt die Roep, die Stem duidelijker (als we tenminste kunnen luisteren
en als we bidden om licht: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’). Maar als we
dan “ja” antwoorden, dan is dat nog het einde niet. Het zou heel onwijs zijn
te geloven dat je maar hoeft te trouwen om elkaar en de kinderen trouw te kunnen
blijven en een goede echtgeno(o)t(e) te zijn, of priestergewijd te worden om een
goede en trouwe priester te zijn, of religieuze of geëngageerde leek of
ongehuwde. Dat zou zelfoverschatting zijn. Roeping beleef je dagelijks. En
dagelijks moet je contact houden met Degene die je geroepen en gezonden heeft.
Anders plot je engagement af. Je bezieling verzwakt en rot weg. En op de duur
ben je een graatmager koninkje, profeetje, priestertje, zonder veel uitstraling
en zonder veel bezieling. Je dienstbaarheid is onder nul gedaald, je gebedsleven
compleet verschraald of achtergebleven, je christelijk getuigenis betekent niets
meer. En je trouw wordt soms een lachertje. Als
christen moet je ook dit durven beschouwen Vinden
mensen het huwelijk toch de ‘normale’ weg, dan hoeven personen voor wie die
weg niet openvalt zich nog niet abnormaal te voelen. God roept ieder van ons en
zendt ieder van ons. Niemand valt buiten zijn aandacht en liefde. Hij heeft geen
tweederangskinderen. Maar
ik zou hier wel iets willen zeggen over de roepingen tot het religieuze leven,
tot het vrijwillige celibaat omwille van het Rijk Gods en tot het priesterschap.
Dat zijn in ieder geval roepingen die niet meer zo maatschappelijk
gewaardeerd worden, zelfs niet in redelijk christelijke milieus. Sommigen
zeggen: priesters zijn er niet meer nodig, met wat gebedsdiensten redden wij ons
wel, trouwens, de kerk kan toch aan leken ook toestaan dat ze voorgaan in de
Eucharistieviering. Ik laat deze profeten rustig hun toekomstvisie. Op dit
ogenblik voelen heel wat mensen, die nog bekommerd zijn om hun parochie, hun
gemeente wat een verlies het is geen eigen priester meer te hebben, of maar af
en toe een Eucharistieviering… Zij voelen het als een gemis. Op sommige kleine
parochies voelt men zelfs het gemis van geen eigen zusters meer te hebben in
ziekendienst, armenzorg, basisschooltje. En er is een gemis dat we niet zo
gemakkelijk zullen voelen: het engagement van missionarissen (priesters,
religieuzen, leken) in het buitenland, het engagement van contemplatieve
kloosterlingen en andere Godgewijden, de waarde van het ongehuwd zijn omwille
van het rijk Gods. Toch zijn dat allemaal heel belangrijke roepingen en
engagementen binnen de kerkgemeenschap, belangrijk voor het leven van de Kerk en
de maatschappij. Specifieke
roepingen tot Godgewijd leven vallen – normaal - niet uit de lucht Deze
roepingen blijven het vrije initiatief van God. Maar God zwaait niet voortdurend
met de toverstaf. Die roepingen ontstaan vaak waar er een gunstige grond voor
is, een goede voedingsbodem. Het gaat dan evenzeer over het milieu als over het
hart van de persoon in kwestie. In
een gezin waar niet gebeden wordt zal minder gemakkelijk een roeping ontstaan
waarin het gebed belangrijk is. In een gezin waarin weinig aandacht is voor
elkaar en voor mensen in nood zal minder gemakkelijk een roeping ontstaan
waarbij heel wat zelfvergetelheid en altruïsme komt kijken. Als een kind vaak
negatief hoort spreken over kerk, religieuzen en priesters zal dat kind of die
jongere zelf met authentieke kerkmensen, religieuzen en priesters in contact
moeten komen wil het ook enige openheid krijgen voor die levensroepingen. Als er
op een parochie geen dienstbaarheid leeft, weinig aandacht is voor de
eucharistievieringen, nooit aanbidding … is dat ook geen goede voedingsbodem. Maar
de persoon in kwestie heeft ook zijn eigen verantwoordelijkheden, al dan niet
geconditioneerd door het milieu waaruit hij/zij komt. En
natuurlijk: God kan recht schijven op kromme lijnen en roept sommigen ‘van wie
we het nooit zouden verwacht hebben’. God stoort zich niet aan statistieken en
allerlei menselijk-logische bedenksels. Zou
dat voor mij kunnen zijn? “Ik
voel in mijn hart wel iets voor het priesterlijk leven, maar dat lijkt
toch te hoog gegrepen… voor mij. Ik voel mij soms wel getrokken tot het
godgewijde celibaat, maar … ik moet er bijna om lachen, dat is natuurlijk niet
voor mij weggelegd, ik ben maar een heel gewoon iemand. Bij ons thuis zijn ze
eigenlijk niet zo buitengewoon christelijk, dat kan toch niet dat ik geroepen
zou zijn om als ongehuwde deel te gaan uitmaken van een nieuwe christelijke
Gemeenschap? Soms voel ik in mijn hart kompassie met zoveel jonge mensen die
niet geloven, jonge mensen aan de drugs, het doet me pijn dat mensen er maar op
los leven, ik zou iets voor hen willen doen, ik zou … Maar dat kan toch niet
dat God nu juist mij zou willen gebruiken om ‘evangelisator’ te zijn, of
‘priester’ of toegetreden lid van een evangeliserende Gemeenschap!” ‘k
Kan zijn dat God jou daar niet toe roept, tot die specifieke invulling van jouw
‘koning – profeet – priester’-zijn, maar als Hij jou nou toch eens
roept. Ja, schrik niet, als God dat nou eens van jou vraagt, wat dan? Hoe
kan ik dat ‘zeker’ weten? Dat
“zeker”, dat is natuurlijk al veel ineens vragen. Begin al met je af te
vragen: Hoe kom ik dat te weten, of God me roept of niet? Hoe ontstaat zo’n
specifieke roeping? Heel
gewoon meestal. Je bent bv. onder de indruk van mooie liturgische vieringen,
onder de indruk van mooie kerkelijke gebouwen. Of, heel anders, je bent onder de
indruk van het leven van sommige priesters, sommige nieuwe gemeenschappen van
religieuzen of van andere Godgewijden, je bent onder de indruk van sommige jonge
mensen die zich helemaal inzetten voor evangelisatie, of voor ziekendienst en je
zou je leven ook wel zo waardevol willen uitbouwen. Maar je vind jezelf maar zo
heel gewoon, niet zo heldhaftig, en eigenlijk, het celibaat, dat lijkt je toch
ook wel wat hoog gegrepen. Ga ik dat wel aankunnen? Wat gaan ze in mijn omgeving
zeggen, thuis, in mijn jeugdbeweging, mijn vriend(inn)en, . Wat
je moet doen: beginnen bidden! Veel bidden, maar het mag een heel eenvoudig
gebed zijn. “Heer,
(dit of dat) heeft me getroffen. Wat
kan ik nog doen om zeker te zijn? Al
is de roeping iets tussen God en jou, meestal gaat God ook mensen gebruiken om
je te helpen jouw roeping te onderscheiden. Ik bedoel daar mee: opdat je zou
kunnen onderscheiden of het wel echt de Heer is die je roept en of Hij je nou
echt tot die specifieke roeping (en zending) roept. Meestal is een priester de
aangewezen persoon om je te helpen onderscheiden omdat hij dat normaal met
kennis van zaken kan doen. Maar er zijn ook heel wat biddende èn wijze (best
die twee samen) christenen die naar jou willen luisteren en samen met jou willen
bidden en samen met jou willen luisteren naar wat God met jou zou kunnen
voorhebben. Het moeten personen zijn met een open geest (geen bekrompen
personen) en echte christenen. Overigens kan veel jou duidelijk worden tijdens
deelname aan een sessie met een (gezonde) christelijke gemeenschap met jongeren
of tijdens Wereld Jongerendagen enz… Ga
af en toe te biechten, neem regelmatig deel aan de Eucharistie en luister in je
hart naar wat Jezus je zegt… Lees in het nieuwe Testament Jezus’ woorden,
kijk naar Hem, leer van Hem houden… Hij wil jouw Herder zijn naar het echte
geluk. Vraag Hem waar dat voor jou ligt en vul je hart ondertussen niet met
teveel andere zaken. Broeder
Ludo Henderickx, Een
tijdje geleden had ik met twee jonge vrienden een rustige babbel met de vraag
van ‘Iedereen wil graag gelukkig worden, maar hoe dat te bereiken?’ En toen
trof ons het idee: “Ook God wil niets anders dan mij gelukkig te zien. Als ik
dus kan ontdekken wat God met mijn leven voorheeft, wat Hij verlangt dat ik doe,
en dan die weg volg, dat ten uitvoer breng… wel, dan vind ik mijn geluk”. Moge
de H. Geest ons leiden om dit jaar die weg nog scherper te ontdekken en
enthousiast te volgen. EXODUS
VAN DE ZUSTERS REDEMPTORISTINNEN Naar
een Nieuwjaarsbrief van de zusters Redemptoristinnen In
1841 kwamen de eerste Redemptoristinnen naar Brugge; sedert 1845
woonden ze in de Katelijnestraat. Zoveel zusters leefden en stierven op
die plaats, getekend door hun gebeden en offers. De zusters van Brugge hebben
ook veel bijgedragen aan de verspreiding van hun Orde over de hele wereld. Veel
mensen vonden, zelfs dagelijks, de weg naar hun kapel. Onder die mensen waren
ook hun trouwe en toegewijde vrienden, hun ‘familie’… In 2004 kwam een
einde aan het verblijf van de zusters in Brugge. Om
een lang verhaal kort te maken: onze zusters Redemptoristinnen (O.Ss.R) van
Brugge zijn verhuisd - zij noemen het hun ‘exodus’ - naar Heule en
Harelbeke. Het heeft zich in enkele stadia voltrokken. In het rusthuis van de
zusters van Liefde te Heule verbleven reeds vier bejaarde medezusters
Redemptoristinnen waar ze echt met goedheid en openheid ontvangen en verzorgd
werden. Op 21 mei 2004 zijn zuster Marie-Clement en zr. Marie-Agnès, na zoveel
jaren trouw in gebed en dienstbaarheid, hen daar gaan vervoegen. Op 5 augustus
werd onze oudste zuster, Marie-Imelda (96 jaar), evenwel door de Heer geroepen
tot de grote uittocht naar het Beloofde Land. Zelfs toen ze reeds 90 jaar was
zorgde ze nog voor onze zieke zusters. Pater Werner Vanmoerkerke, provinciaal,
E.H. Geerardyn en pater Hugo Deboutte (als Redemptorist-Missionaris vooral in Haïti
lange jaren werkzaam) gingen voor in de uitvaartdienst te Heule. Naast de twee
bovengenoemde zusters zijn daar nu nog drie Redemptoristinnen: zuster
Marie-Alfonse (sinds mei 2001), zuster Marie-Celeste en zuster Christa (sedert
november 2003). Op
17 november 2004 trokken ook zuster Marie-Hilde - die ondertussen werd herkozen
tot priorin - en zuster Marie-Aneta op Uittocht, evenwel niet naar Heule maar
naar Harelbeke. Na heel wat onderscheiding, ook door pater Generaal van de
Redemptoristen en pater Fiore, die op 16 mei 2004 op bezoek kwamen, vonden zij
een thuishaven in het gewezen priesterhuis van Harelbeke. Veel vrienden hebben
geholpen bij de verhuis, ook medezusters uit Slowakije (Sacurov) en Polen
(Bielsko). “Uittocht,
Exodus, betekent: achterlaten, betekent verscheuring en pijn, maar betekent
bovenal met veel vertrouwen de hand van de Heer vasthouden en met hem de weg
gaan die voor ons ligt. We zijn Hem dankbaar voor alles wat Hij ons geschonken
heeft in Brugge, wij danken Hem voor zijn trouw op dit moment, en dankbaarheid
leeft ook in ons hart voor allen langs wie Hij zijn liefde tastbaar geopenbaard
heeft. Beste mensen van Brugge, van Harelbeke, van Heule en van nog zoveel
plaatsen: wij vergeten u niet en dragen u in ons hart en in ons gebed! Wij
vragen ook u om gebed, want de aanpassing is toch zeer groot en er wacht ons nog
de opgave om gaandeweg te ontdekken hoe wij onze roeping van Redemptoristinnen
en contemplatieve zusters op creatieve en trouwe wijze kunnen beleven in heel
andere omstandigheden. Dank u wel!” “Wat
de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand; moedig
sla ik dus de ogen naar het onbekende land. Leer
mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed! Leer
mij slechts het heden dragen met een rustig- kalme moed!” Zuster
Hilde en Aneta: Gentsestraat 22 te
8530 Harelbeke De
andere zusters wonen in de Steenstraat 57A te
8501 Heule ROEPINGENPASTORAAL
IN BALTIMORE Naar:
Lettre à nos amis, In
de provincie van Baltimore zijn er vorige herfst zeer vroege zwaluwen
gesignaleerd. Zwaluwen die men niet meer verwachtte, althans niet in die
hoeveelheid. Wij hebben het over roepingen tot het religieuze leven in de
Redemptoristengemeenschap. Eind augustus boden zich 15 jongemannen aan voor
vorming tot priester of broeder. Dit heeft niet alleen vreugde, maar ook nieuwe
hoop gewekt. Het is voor de Redemptoristen een bron van nieuw enthousiasme
geworden voor hun zending. De verantwoordelijke voor de roepingenpastoraal meent
dat er voornamelijk drie redenen zijn tot dit positieve resultaat: 1°
Wij hebben een programma dat Crossroads heet (Kruispunten,Wegkruising,
Tweesprong of Beslissend moment). Het is een weekend van ontspanning en
retraite, en dit op twee niveaus. Één voor de studenten aan de hogeschool en
een ander voor de collegeleerlingen. Zo hebben we vier retraites per jaar. Ieder
niveau heeft twee sessies, een in de lente en een ander in de herfst. Door het
scheiden van die twee groepen hebben we de mogelijkheid om ons te concentreren
op het aanmoedigen van de jongeren van de hogeschool om het evangelie te beleven
en om op een of andere wijze van hun geloof te getuigen door een dienst in hun
parochiegemeenschap. Een weekend van de Crossroads is geen eenmalige retraite.
De deelnemers worden aangespoord om terug te komen voor een ander weekend.
Vooral op het niveau van de hogeschool worden de jongeren op de hoogte gebracht
van de levenswijze van de Redemptoristen. Dit brengt hen ertoe om ernstiger de
keuze van een roeping onder ogen te zien. 2°
Naast ‘Het Kruispunt’ hebben we een programma waarbij we allen die zich aan
ons interesseren uitnodigen op onze Vormingsresidentie St. Alfonsus te
Whitestone (NY). Het is een weekend van “Kom en Zie”, een daadwerkelijke
ervaring van het leven van een Redemptoristencommuniteit, met alle aspecten:
werk, studies, financies, rust en gebed. 3°
Een essentiëel aspect van het werk voor roepingen is de communicatie met de
Provincie over onze inspanningen. Wij houden de confraters op de hoogte, maar
evenzeer de ouders en de vrienden van de kandidaten, over hetgeen er gebeurt.
Vier keer per jaar publiceren wij “De Uitdaging” (The Challenge), een
nieuwsbrief van acht bladzijden die de Redemptoristen toont in hun onderscheiden
bedieningen, de studenten-kandidaten zelf en daarbij ook artikelen over het
roepingenwerk. “De Uitdaging” wordt gezonden naar confraters, weldoeners en
studenten; ze wordt uitgedeeld in de parochiemissies door onze confraters die in
dit dienstwerk actief zijn. Wij
geloven dat het succes komt door het feit dat het een procesgebeuren is dat een
geleidelijke inleiding aanbiedt in het Redemptoristenleven. Door
Hilde Tusschans, Gent S/Amandsberg Toen
ik veertien was, was ik plots zonder veel reden (tenzij een ijskoude tocht)
gedeeltelijk verlamd in mijn aangezicht. De
dokter beangstigde me toen bleek dat die bepaalde hersenzenuw verlamd leek te
zijn, en hij helemaal niet kon garanderen dat die verlamde zenuw zich ooit nog
zou herstellen. Zoals die ene zenuw
zo maar zijn werk niet meer deed, zo zou ik plots ook wel eens gewoon dood
kunnen zijn. Het was wellicht heel
ver gedacht, maar ik maakte me toen toch die bedenking. Ik
besefte plots hoe relatief alle dingen zijn.
Als ik dood zou zijn, zouden alle dingen waar ik toen belang aan hechtte
(mijn ouders, familie, de jeugdbeweging, de academie enz.) gewoon weg vallen.
Ik heb me toen gericht tot die God waarover zoveel gesproken was bij mijn
plechtige communie en bij wie er ook sprake was van eeuwig leven.
Ik heb toen - heel kinderlijk misschien- gebeden dat ik zou mogen blijven
leven. En als ik dan toch zou
sterven, was ik wel geïnteresseerd in dat eeuwig leven…
Het
maakte me heel dankbaar om wat ik wel nog kon.
Het liet me doorheen de dag danken omdat ik nog kon lopen en fietsen,
schrijven en tekenen enz. Zo heel
evidente dingen, maar als het plots niet meer kan…
Dat ziekzijn leerde me dan ook leven van dag tot dag; in het nu-moment.
Dankbaar om wat ik vandaag nog kon en me geen zorgen maken om wat ik
morgen misschien niet meer zal kunnen. Die
dankbaarheid richtte me tot Iemand die groter was dan mezelf.
Als ik er nu aan terugdenk, was dit het prille begin van gebed en van een
relatie met de levende Heer. Enkele
jaren later werkte ik als verpleegkundige op een heel drukke ziekenhuisafdeling.
Er werd heel veel tijd en energie gestoken in onderzoeken en
behandelingen van patienten. Maar
voor mensen die gingen sterven was er nauwelijks nog tijd en energie over. Toen
er eens een man belde om te melden dat hij dood zou gaan (hij was heel
kortademig en had een blauwe gelaatskleur) was er niemand die zijn of haar tijd
mocht of kon besteden aan hem. Dit
voorval was voor mij hartverscheurend en bezorgde me slapeloze nachten.
In die tijd kwam ik in contact ( via ‘Getuigenis van Gods liefde’)
met een boekje: ‘Een leven voor stervenden’
Het was het levensverhaal van Cicely Sanders, de grondlegster van
palliatieve zorg in Engeland. In dat
boekje werd verwoord wat er diep in mij leefde.
Toen er enige tijd later in Gent een afdeling Palliatieve Zorg werd
opgericht, mocht ik daar 5 jaar werken als verpleegkundige.
Ik ben heel dankbaar om deze tijd waar ik heel dicht bij stervenden en
hun familie mocht werken. Het was
mensen verzorgen, zoals ik het altijd al had willen doen.
Ik mocht de woorden van Jezus: ‘Blijf hier bij Mij en waak hier met
Mij’ dikwijls heel letterlijk beleven. Plots
kreeg ik een rugprobleem waardoor ik dit werk, dat ik als een roeping ervaren
had, niet goed meer kon doen. Het
heeft heel wat moeite gekost om mijn werk los te laten.
De Heer heeft me toen opnieuw echt geleid zodat ik in een
Bezinningscentrum kwam werken waar ik de eerder administratieve en onthalende
taken in sterke verbondenheid met de Heer mocht beleven.
Ik ben heel dankbaar om die tijd van verdere innerlijke vorming en waarin
ik ook voor mij verborgen talenten mocht ontdekken.
Ondertussen was ik de opleiding pastorale werkster begonnen.
Tot ik een telefoon kreeg waarin ik gevraagd werd om mijn ervaring als
palliatief verpleegkundige en pastorale werkster te combineren in een Woon- en
Zorgcentrum voor bejaarden. Zo mag
ik nu werken bij bejaarden waar ik mag ervaren hoe de Heer doorheen beperktheid
en doorheen heel eenvoudige gebedsvieringen werkzaam aanwezig wil zijn.
Zo mag ik nu mensen en hun familie begeleiden, voorbereiden op de grote
Ontmoeting met de Heer. Vanuit
de confrontatie met mijn eigen dood als tiener, heeft de Heer me geleid en
geroepen om te werken bij stervenden. Ik
ben heel dankbaar omdat ik in hen Hem mag ontmoeten en mag weten ‘Al wat gij
gedaan hebt aan één deze geringsten van mijn broeders hebt gij aan Mij
gedaan.’ Mt.25,40
DE
ROEPING VAN SECULIER PRIESTER Door
Tim De Mey, medepriester kathedraal Antwerpen De
seminaries van tegenwoordig zitten bij ons niet meer vol seminaristen. Toch
blijft het een mooie roeping om zich als seculier priester van heel nabij in te
zetten voor de mensen van deze tijd. Ze behoren niet tot een of andere
congregatie of orde, al lachend zeggen ze wel eens dat ze tot de ‘orde van de
heilige Petrus’ behoren. We laten hier een jonge parochiepriester aan het
woord, die tevens lid is van de Sint-Egidiusgemeenschap. Hij antwoordt op vragen
van Kira, Elena, Liesbeth en Jens, Wanneer
en waarom wou u priester worden? Ik
was ongeveer 22 jaar en bekommerd om het leven van de armen (kinderen, bejaarden
in verschillende ‘kansarme’ wijken in Antwerpen). Sinds mijn 16 jaar had ik
in de Sint-Egidiusgemeenschap een manier gevonden om mijn tijd, en ook mijn hart
te delen met vele mensen in nood. Van daaruit, zoekend naar een richting voor
mijn leven, begon ik een opleiding Maatschappelijk Werk (die heb ik ook
afgemaakt). Maar er was een meerwaarde die ik niet vond in het MW. Rond
diezelfde tijd kreeg ik een aanbod om een tijdje naar Rome te gaan. Daar kreeg
ik een eerste inleiding in de theologie (bijbelstudie, kerkgeschiedenis,
geschriften van de kerkvaders) en zo verstond ik stilaan hoe ik die meerwaarde
aan het maatschappelijk werk kon geven. Ik moest de armen geen institutionele,
administratieve hulp geven zonder ook hoop en liefde te schenken. In het
Maatschappelijk werk leerden we om dat juist niet te doen; als priester zijn dit
de eerste gaven die ik kan wegschenken. Wat
heb je in Rome geleerd? Ik
mocht en kon in Rome gaan studeren, eerst voor een jaar, uiteindelijk ben ik
drie jaar daar geweest. Dat was geweldig. Ik had al een paar vrienden in Rome,
ik heb er ongelofelijk veel bijgemaakt. Bovendien kwamen mijn medestudenten
werkelijk uit de hele wereld. Uit Brazilië en China, uit Mongolië, uit Roemenië,
uit Guinnea Bissau, uit.. Drie
jaar theologie. Wat staat er in de Bijbel, wat betekent dat voor ons vandaag en
wat heeft de kerk in de voorbije 2000 jaar gedaan, geleerd, geschreven. Daar heb
ik mij gedurende die drie jaar mee beziggehouden, in Rome kan je daar heel wat
van met eigen ogen gaan zien. Bovendien beleefde ik daar met de
Sint-Egidiusgemeenschap (Sant’Egidio) het Evangelie ook elke dag in de
praktijk. Tussen daklozen en zwaar zieke bejaarden, met vele vrienden, aan tafel
in de verschillende geweldige restaurantjes in Rome of ook stilaan zelf je weg
vinden in de Italiaanse keuken. “Eerwaarde” Ja,
zo noemen de bejaarden van de parochie mij. En ik weet wel, dat gaat niet om wat
ik kan of doe, zelfs niet om de persoon die ik ben. Ik ben priester gewijd, door
de handen van de bisschop, in navolging van een lange traditie, ik mag voorgaan
in wat de bejaarden dan noemen het ‘Heilig Misoffer’. Met mijn handen en
mijn mond, en met de hulp van de Heilige Geest wordt eenvoudig brood tot lichaam
van Christus. Daarvoor was een man alle ‘eer - waardig’...
Ik heb gekozen om mijn leven op de tweede plaats te zetten (of op de
derde en vierde zelfs). Eerst komt God, die in Zijn Zoon ons opnieuw de Liefde
met hoofdletter wil leren beleven. Dan komt de Naaste, denk maar aan de
barmhartige Samaritaan (Lc. 10). Dan kom ik zelf. Dat
is niet modern, maar, zoals mijn seminariedirecteur ooit zei, modern is al
voorbij, alles is post-modern. Mijn keuze is zeker ook geen economische keuze
met zijn marktwaarde. Het is een non-conformisme dat de eigenwaarde, egoïsme en
individualisme wil trotseren en kiezen voor de Ander, de zwakste en kleinste
eerst. Dat is de eerste keuze die ik gemaakt heb. Blij
dat u priester bent geworden? Waarom? Als
ik er niet blij om was, had ik er niet voor gekozen!! O.K., ik kies in de eerste
plaats voor God en voor mijn Naaste, maar dat doe ik omdat dat me blij maakt. Ik
ben een gelukkig priester, wat niet betekent dat ook ik geen momenten van schrik
of van twijfel ken. Ook ik wordt soms verleid door de hebzucht of de
eigenliefde. De grootste problemen met de seksualiteit liggen ook daar. Maar
priester zijn is misschien eerder een sport of een kunstvorm dan een beroep. Je
moet jezelf voortdurend trainen. Doe je dat niet meer dan verzwak je, dan
verflauwt je prestatie, in mijn geval mijn geloof. Ik lees elke dag in de
Bijbel. En elke dag vind ik daar boeiende dingen in, die mijn leven in vraag
stellen. Ik bid ook elke dag. “God, hier ben ik, met mijn moeilijkheden en
gebreken: Dank voor het geluk dat je me schenkt, voor de mensen die ik vandaag
mocht tegenkomen. Help mij, om een beter mens te worden, die niemand vergeet,
die bij de zieken, bij de kinderen, bij de bejaarden, bij... kan zijn om hen te
laten delen in mijn geluk”. Ik
ben ook blij priester te zijn omwille van de grote vrijheid, daar staan mensen
weinig bij stil. Er zijn zoveel manieren om er te zijn voor mensen. Ik kan elke
dag datgene doen dat ik echt belangrijk vind. Plannen
voor de toekomst? De
wereld veranderen natuurlijk, daar is al veel werk mee. Ik hoop dat mijn
toekomst lang genoeg duurt om daarvoor te zorgen. Ik hoop nog lang te mogen doen
wat ik nu doe. Spreken op scholen, bij veel mensen thuis op bezoek gaan,
vertellen over wat mij gelukkig maakt. Voorgaan in de liturgie natuurlijk. Daar
heb ik weinig over gesproken, maar het zijn bij de mooiste momenten. Een mooie,
verzorgde liturgie is werkelijk een venster op het eeuwig geluk, op de hemel. Ik
geef catechese aan vormelingen, ga met 14-15-jarigen op bezoek bij bejaarden,
Lees de bijbel met jonge vreemdelingen. Feesten en reizen en eten en ... zoveel
manieren om mensen samen te brengen. We leven veel te weinig samen, ieder doet
zijn ding, maar geluk vinden we niet als we alleen zijn, slecht voorbijgaand of
kunstmatig geluk. Daar wil ik nog veel en hard aan werken. Belangrijk
vind ik de mensen rondom mij, de mensen die mij zijn toevertrouwd. Maar ook het
verkondigen van de liefde en het geluk aan alle mensen. Dat zijn belangrijke
keuzes en die brachten mij ook bij het priesterschap. Waarom
de christelijke godsdienst? Ik
zei het al, ik ben erin groot gebracht, en later heb ik opnieuw christelijke
vrienden leren kennen, katholieken zelfs. Ik vond vreugde in mooie en verzorgde
eucharistievieringen (daar moet dan wel voor gezorgd worden). Ik begon, samen
met anderen, op mijn 15 jaar de bijbel te lezen. We verstonden er eerst niet
veel van, maar gaandeweg begrepen we, het zijn woorden die vandaag tot ons
spreken, maar 2000 jaar geleden geschreven zijn, hoe vertalen we dat? Hoe lezen
we vandaag een verhaal als de Barmhartige Samaritaan, de roeping van de
leerlingen, de genezing van lammen en blinden, de uitdrijving van demonen, ... Ik
heb de Islam bestudeerd, en ook het Jodendom, het boeddhisme en het Hindoeïsme.
Allemaal hebben ze vele mooie dingen, allemaal spreken ze over het belang van de
vrede, over de noodzaak van de aalmoezen (iets geven aan een bedelaar), over
algemeen respect voor het leven. Maar onze God, en dat is iets heel eigen aan
het Christendom, is een persoonlijke God. Jezus heeft mensen aangeraakt,
getroost, te eten gegeven, Hij wist wat het was om te lijden, om moeilijkheden
te doorstaan. Hij sprak met de mensen, kwam tot bij Hem. Vele andere goden uit
andere godsdiensten zijn afstandelijk. De onze niet, En het is de God van de
liefde!! Onze God weet wat mensen
nodig hebben om gelukkig te zijn, en kent tegelijkertijd de kwetsbaarheid van de
mensen. (timdemey@pandora.be)
ROEPING
TOT HET CHRISTELIJK HUWELIJK Ons
gelovig op weg zijn ….
een getuigenis Anneke
& Peter Dewulf – Van de Mergel Hoe we elkaar vonden Graag
brengen wij een klein getuigenis over onze roeping als gelovig gezin in de 21ste
eeuw. Het is zeker niet
spectaculair, maar wij geloven dat de Blijde Boodschap de weg is van de eenvoud
(zie : Teresia van Lisieux). Anneke Ik
ben 41 jaar, afkomstig van Zottegem. Op
een dag, ik was 27, ging ik met onze “gebedsgroep Oase” mee op weekend en
daar was Peter ook. Hij droeg er
‘s avonds enkele gedichten voor en meteen was er iets in zijn blik, in zijn
woorden, in zijn glimlach dat me aansprak. Peter Ik
werd in Ik
was toen ook actief in de focolare-beweging.
Ik organiseerde voor onze plaatselijke groep o.a. jaarlijks een stille
kersttocht. In oktober 1990 was ik
daarmee bezig toen er een artikel verscheen in Kerk & Leven over “Oase”.
Ik schreef naar “Oase” met de vraag of zij geen inspirerende
kerst-teksten hadden. Elkaar
dieper leren kennen
Op
het moment dat we echt voor elkaar gekozen hebben is ons leven grondig
veranderd. Uit
vorige relaties wist ik dat ik geroepen was om te huwen en vader te worden van
een gezin, maar dat het zo sterk zou zijn wist ik nog niet. Op
het moment dat ik Anneke leerde kennen had ik nogal wat activiteiten: ik werkte
op het provinciebestuur, was er actief in de personeelsvereniging, ik was ook
actief in de focolare en op de parochie, ik maakte deel uit van het bestuur van
de mutualiteit, ik zat ook in de vergaderingen van de vakbond en nam deel aan
allerlei acties voor de 3de wereld. Eens
we voor elkaar gekozen hadden, hebben we samen beslist om serieus te schrappen
in de eigen activiteiten om meer tijd te hebben voor elkaar om dingen samen te
doen: we gingen samen naar het toneel, naar concerten, wandelen, enz ... Anneke
was ook sterk geëngageerd in de Jongerengroep OASE die elke vrijdagavond
bijeenkomt en ook grote activiteiten onderneemt: daguitstappen, weekends, enz.
Vooral dat laatste was belangrijk omdat je elkaar pas echt beter leert
kennen door samen de dagelijkse dingen te doen : koken, afwassen, boodschappen
doen, ... We
hebben er bewust voor gekozen om niet ongehuwd te gaan samenwonen, maar om de
relatie rustig te laten groeien. Tijdens
onze verlovingstijd hebben we ook heel veel gepraat met elkaar Voor
veel van die gesprekken lieten we ons begeleiden door een priester. Deze
gesprekken waren voor ons heel belangrijk omdat je je als niet-gehuwde eigenlijk
nauwelijks realiseert hoe ingrijpend je leven verandert eens je een
levenspartner hebt ontmoet. Ik zei :
levenspartner : partner voor het leven : het is steeds, van bij het begin ons
doel, ons verlangen geweest om elkaar voor altijd, onvoorwaardelijk trouw te
blijven. Onze
motivatie om te huwen In
feite is het bij ons allemaal heel snel gegaan :
in januari 1991 hebben we elkaar voor het eerst ontmoet, in april hebben
echt ‘ja’ gezegd tegen elkaar, in september (nog steeds datzelfde jaar)
hebben we ons dan verloofd en het jaar daarop op 11 juli 1992 zijn we getrouwd. Met
ons huwelijksfeest wilden wij een getuigenis afleggen.
We wilden tonen aan onze familie en aan onze vrienden dat we het echt
meenden met elkaar en met God. Er
waren heel veel mensen aanwezig op ons huwelijk, zowel in de kerk, als op het
feest. We wilden onze vreugde delen
met onze familieleden, onze collega’s, onze buren, onze vrienden. Heel
kort enkele dingen die wij deden om er ook echt een feest van te maken : onze
huwelijksmis werd voorgegaan door een vriend-priester die onze heel goed kende
waardoor de mis iets heel persoonlijks werd, binnen het traditionele ritueel
hebben wij enkele persoonlijke elementen ingebracht en accenten gelegd, in de
mis werd er ook gedanst : één van Anneke’s hobby’s is nl. : religieuze
dans, er waren ook heel veel kinderen aanwezig waardoor het een jong, blij
gebeuren werd, daarna zakten we af naar de feestzaal waar er eerst een receptie
was voor de kennissen, geburen en kameraden. Voor
de maaltijd hebben we een speech gegeven waarin we iedereen hartelijk welkom
heetten en bedankten : onze ouders hebben we speciaal in de bloemetjes gezet en
aansluitend hebben we ook een persoonlijk gebed uitgesproken. We hebben het
bewaard en willen het graag delen, het kan ook dienen ter inspiratie
: Gebed
voor de huwelijksmaaltijd
Levende
God, Liefdevolle Vader, in
goede en kwade dagen. Zegen
nu deze maaltijd, de
eerste van ons huwelijk, en
alle komende maaltijden : dat
wij erdoor gesterkt mogen worden en
dat het steeds kansen zijn om
elkaar en andere mensen te ontmoeten. Wij
bidden Je, zegen
ook alle mensen hier aanwezig, dat
zij ook in de toekomst onze
gasten mogen zijn die
ons met raad en daad bijstaan. Amen. Kinderwens Beiden
hadden we een heel groot verlangen naar een gezin met enkele kinderen.
We wilden echt bouwen aan een kleine gemeenschap.
Na een kort verblijf in Velzeke bouwden we een gemeenschapshuis in
Assenede, samen met priester Daniël Neetesonne en Andrea, de moeder van Anneke.
Er waren ook enkele kinderkamers voorzien. We
volgden intussen in de Gemeenschap Maria-Kefas de cursus Natuurlijke
Familieplanning. Geert en Myrose
bezorgden ons een heel sterke ervaring. We
werden ons heel bewust van ons lichaam en van het wonderlijke van de schepping.
Hierdoor groeide onze liefde voor elkaar en voor de Schepper en steeg ook
het respect. NFP
is bedoeld als voorbehoedsmiddel, maar omdat je door een aantal waarnemingen van
lichaamstemperatuur, slijmen en opening van de baarmoederhals een zeer
nauwkeurig beeld krijgt van de cyclus van de vrouw weet je ook perfect wanneer
de vrouw het vruchtbaarst is. Wij
gebruikten NFP dus als methode om zwanger te worden. Anneke
raakte echter niet direct zwanger. Ons
geduld werd op de proef gesteld. We
worstelden hier enkele maanden mee. We
spraken erover met vrienden en deskundigen.
We hebben die periode ook veel gebeden.
Na enkele medische ingrepen mocht het wonder geschiedden en enkele weken
later wisten we dat we een kindje verwachtten.
Dit was voor ons een heel intense periode met heel veel uiteenlopende
gevoelens. Hoop en vreugde, maar ook
angst en twijfel. Op
22 september 1994 werd Benedikte geboren. Omdat
de mama een zwangerschapsvergiftiging opliep werd ze enkele weken te vroeg
geboren, woog ze slechts Want
inderdaad, na Benedikte mochten we nog twee kinderen ontvangen.
Dag op dag een jaar na ons eerste geschenk werd Francis geboren.
Nadien moesten we terug een lange tijd wachten.
Dit wachten was minder erg want we hadden onze handen vol.
Eigenlijk dachten we na enkele jaren dat onze gezin voltallig was.
Groot was dan ook onze vreugde toen tijdens de zomervakantie van 1999
Anneke zich wat onwel voelde. Enkele
weken later werd immers bevestigd wat we vermoedden en hoopten.
Er zou toch nog een derde kindje komen.
Onze millenniumbaby zou geboren worden op 1 mei, dag van de arbeid.
Het was echter wachten tot 9
mei om Teresa te verwelkomen. Benedikte,
Francis en Teresa. Onze kinderen
zijn heel bewust genoemd naar grote Heiligen. Wij zullen niets opleggen of
forceren, maar we hopen stilletjes dat die figuren hen mogen inspireren om van
hun leven een boeiende tocht te maken die ook iets Goddelijks omvat. (Vervolg
van dit getuigenis in volgend nummer van ‘Geloof en Leven’) door
Gina Ghijs-Geysen, St.-Amandsberg, De
Gemeenschap Maria-Kefas, te Gent opgericht op 22 augustus 1980,
Feest van Maria-Koningin, werd op 1 september 2003 door Mgr. Arthur
Luysterman, toenmalig bisschop van Gent, erkend als een ‘private vereniging
van christengelovigen’. Hieronder het getuigenis van een gehuwde over haar
roeping tot deze nieuwe christelijke Gemeenschap. Zij was jarenlang
hoofdverantwoordelijke. Christenen
moeten samen gaan Als
leek God radicaal toegewijd Samen
geroepen en … gezonden Verbintenissen Diepe
christelijke spiritualiteit Leefgroep Na
jaren van zoeken naar het geluk mogen we zeggen dat het toebehoren tot een
christelijke gemeenschap het grootste geschenk is dat we in ons leven gekregen
hebben en dat we er zeer dankbaar voor zijn. ONGEHUWD
OMWILLE VAN HET KONINKRIJK door
Sylvie Demey, Zwijnaarde Graag
zou ik jullie vertellen hoe God mij beetje bij beetje heeft laten weten wat Hij
voor moois voor mij voorhad. Stille
wenken Toen
ik postuleerde in de Gemeenschap Maria-Kefas (de proefperiode noemen we dat
daar) kreeg ik het woord van Paulus uit de brief aan de Filippenzen:
“Niet dat ik het al bereikt heb. Ik ben nog niet volmaakt! Maar ik
streef er vurig naar het te grijpen, gegrepen als ik ben door Christus Jezus”
(Fil.3,12). Ik begreep hierdoor meer hoe mijn verhouding tot God was: blijkbaar
was God graag bij mij en ik graag bij Hem. Ik
was daar heel blij mee om zo’n trouwe vriend te hebben. Maar meer moest dat
voor mij niet zijn. Ik
had voor ogen dat iedereen trouwde (je ziet dat ook het meest rondom je) en ik
dacht ook dat dit voor mij zo zou zijn. Als ik in een kerk kwam ’s zondags
vond ik dat zo romantisch. Ik dacht dat dit kwam omdat ik dan aan mijn
huwelijksmoment dacht, maar nu denk ik daar anders over. Een
drietal maanden heb ik een vriend (lief) gehad. Daarna heb ik met mijn broer
afgesproken dat we voor elkaar gingen bidden dat God ons de juiste persoon op
onze weg zou sturen. Die
tijd was niet gemakkelijk omdat ik me
soms alleen voelde, vooral als ik niet goed kon bidden. Iedereen om mij heen
trouwde, kreeg kinderen en soms dacht ik dat God mij vergeten was. Dat er voor
mij niets specifieks was. Stilaan
duidelijker onderscheiding Ik
begon een lijst te maken met alle
roepingswoorden die God mij al gegeven had. Maar nog altijd
zag ik geen duidelijk antwoord. Toen
stak een priester me eens een boek in mijn hand van Theresia van Lisieux:
“Alleen de liefde telt”. “Als je één boek moet lezen, is het dàt
wel”. Dit boek was mij door God gegeven want al naargelang ik erin vorderde
(ik ben niet zo’n lezer, dus ik heb er enkele maanden over gedaan) ben ik
enthousiast geworden om de Heer lief te hebben met heel mijn hart, wil en mijn
ziel. Ik proefde de blijdschap die Theresia van het kind Jezus had en dat was
hetgeen ik juist vroeger niet kon geloven! God
wil mijn geluk Even
na het kamp zat ik in de zetel thuis en toen kwam plots die gedachte in mij op:
het zou toch tof zijn om als godgewijde door het leven te gaan en samen met
anderen in vreugde voor Hem te leven! Ik
ben toen naar onze gebedsruimte gegaan en heb aan God gevraagd of Hij tot mij
wou spreken daarover, of Hij aan mij wou bevestigen hetgeen ik zojuist in mijn
gedachten kreeg. Ik kreeg toen het woord uit Hosea: “Ik zal je nemen als mijn
bruid, als mijn bruid voor altijd, in recht en gerechtigheid, in liefde en
trouw.” Toen is mijn relatie met Jezus sterker geworden. Dat
was Gods plan voor mij en ik ben Hem dankbaar dat ik zijn bruid mag worden en
dat Hij mij uitgekozen heeft! Ik ben ook zo blij dat Jezus zo zacht is en je
niet komt overvallen met zaken waar je nog niet aan toe bent. Hij is zo geduldig
en liefdevol. Hij
heeft ook al gezorgd dat ik sterke getuigen heb ontmoet, godgewijde vrouwen en
mannen die vertellen dat het zalig is om met de Heer te leven. Op
weg naar grotere klaarheid Ik
weet nog niet ten volle wat God specifiek van mij verlangt maar wat ik wel weet
is dat ik vruchtbaar wil zijn voor de wereld door in mijn beroepsuitoefening als
verpleegster te getuigen van de levende Heer door mijn ‘zijn’ en met
expliciete woorden daar waar het kan. Ik zie het ook als mijn taak om
intercessie te doen voor tieners en jongeren, voor priesters en voor roepingen,
voor de activiteiten en de mensen van onze gemeenschap, en voor Kerk en
wereld. Nu
wacht ik nog af en bid ik om licht in verband met de concrete vorm van mijn
roeping. Ik
wens jullie ook allemaal toe dat je ten volle je roeping zou kunnen beleven want
de wil doen van de Heer geeft de grootste vreugde! KATECHISMUS
VAN DE KATHOLIEKE KERK (30) Samenvatting:
Ben Van Vossel cssr Het
mysterie van de eenheid Die
eenheid bestaat in de band van liefde. Maar ook in de zichtbare banden: De
wonden van de eenheid. “Broeders,
ik doe een beroep op u in de naam van onze Heer Jezus Christus: weest allen
eensgestemd, laat er geen verdeeldheid onder u zijn; weest volkomen een van zin
en een van gevoelen” (1Kor.1,10 ). De katechismus haalt een sterk woord van
Origines aan: “Waar zonde is, daar is ook veelheid, schisma, ketterij,
conflict; maar waar deugd is, daar is ook een eenheid die bewerkte dat alle
gelovigen slechts één lichaam waren en één ziel” . De
katholieke kerk erkent de mensen die uit het geloof in het doopsel zijn
gerechtvaardigd als christenen en als broers en zussen in de Heer . Ook
buiten de grenzen van de katholieke eenheid ontmoeten we het geschreven woord
van God, het leven van de genade, geloof, hoop en liefde en andere innerlijke
gaven van de heilige Geest en ook zichtbare elementen. Al die elementen komen
van en leiden naar Christus en roepen op zich al op tot “katholieke
eenheid”. Op
weg naar eenheid In
nr. 821 worden een aantal praktische punten aangegeven op die weg van de eenheid
waartoe Jezus’ gebed om eenheid en de Heilige Geest ons uitnodigen: -
Een permanente vernieuwing van de kerk (= van ieder van ons) door een grotere
getrouwheid aan haar roeping. Dit
gaat dus de hele kerk aan en het is goed er steeds bij te bedenken dat de
eenheid geen mensenwerk zal zijn maar dat wij onze hoop moeten stellen op “het
gebed van Christus voor de kerk, op de liefde van de Vader en op de kracht van
de heilige Geest”. door
Julien De Kesel Julien
De Kesel is 88 jaar en schrijft over het thema: “Denk aan de uitersten: dood,
oordeel, hemel, hel”. Onze vroegere missiepredikanten zouden er jaloers op
zijn. Allen
zijn w’ aan ’t pelgrimeren, Onze
doortocht hier op aarde, In
elk mens schuilt wel de hunker, Wie
kan zich het onrecht denken, Neen
de dood is niet het einde, Gods
geboden zijn de wijzers, |