INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -   GRIEKSE KERK BAGDAD -  WETENSCHAP - JEZUS - GEBED - SOCIALE INZET -

GELOOF EN LEVEN  2004 NUMMER 4
Onderlijnde artikels zijn hier opgenomen

- H. Margareta-Maria Alacoque            George Gernaert, Terneuzen, GGR-MK

- ‘Hij zag en … geloofde’ (3)                   Het getuigenis van A.Frossard

- Feestelijke herdenking van priester Poppe te Temse   Sacramentsdag 2004.

- Parochietips: Bedienaars -  vrijwilligers - diepgang. Citaat van Jan Peeters

- Aanbidding:de magische sleutel?          Een bezinning   Ben Van Vossel CSsR-Gent   

- De monstrans in de katholieke kerken    Citaat Scott Hahn

- Europa zonder christelijke wortels?    Poolse bisschoppen

- Ons lichaam: Belang van vasten en stilte in de relatie met God   Ben Van Vossel CSsR

- Eerste missievlucht naar Kongo (20) Jozef Boon CSsR       

- Geroepen tot heiligheid, geroepen tot innerlijkheid        Citaat Br. Stockman   

- Fatima 2004 Een reisverslag                Jean-Pierre en Marcella De Mey, GMK

- De Franciscaan van Bourges (5)          André Gérardy, Gemeenschap MK

- Affaire Fourniret: een vader dankt God voor de redding van zijn dochtertje

- Het drama van Vlierbeek (3)               Louis Vercammen CSsR -Essen         

- Bidden - Aanbidding                             Andrea Van - Braeckel GMK

- Christendom en democratie                 Citaat Gianni Vattimo

- Groeten vanuit Wereld-Missiehulp       Guido De Mulder, GMK        

- Gerardus (27) met de stille glimlach     Gabriël Dewilde CSsR-Gent   

- Bronkamp 2004                                      bvv

- JIL  Jongeren-Info-Life                          Peter Delanghe, - GMK

- Enige agendapunten                               red.

- Geboorte

- Onze overledenen       

- Boekennieuws (K.Waaijman, Mystiek in de psalmen / M.Ter Steeg, Wijsheid uit de Abdijen / Nieuwe Bijbelvertaling)

 

HEILIGE MARGARETA-MARIA ALACOQUE

George Gernaert, Gebedsgroep Maria-Kefas (Voskenslaan Gent)

“Zoals beloofd alsnog een kort artikeltje over de H. Margareta Maria Alacoque naar aanleiding van het bezoek van haar relieken aan de kerk in de Voskenslaan en de avond- en nachtaanbidding van het h. Sacrament. Ik vind het moeilijk “iets” over mijn eigen gevoelens daarbij te beschrijven. De voorbeeldigheid van de Heilige gaf zeker een extra cachet aan de nachtaanbidding. Naarmate het later en vervolgens weer vroeger werd vond ik het moeilijker worden er met heel mijn wezen “bij” te blijven. Ik twijfel er echter niet aan, dat God alleen al onze aanwezigheid als teken van liefde voor Hem zal hebben opgevat en gezegend. Dank dat ik samen met jullie de nachtwake mocht meemaken.” Terneuzen, mei 2004 

Ik blijf bij u  
Margareta Maria Alacoque werd op 22 juli 1647 in Paray-le-Monial, in midden-Frankrijk, geboren en overleed er op 16 oktober 1690. Als geroepene trad zij op 25-jarige leeftijd in bij de Congregatie van de Visitandinnen.

Tussen 1673 en 1675 verscheen Jezus haar om de verering van Zijn goddelijk Hart te bevorderen. “Het Hart, dat de mensen zozeer liefheeft en dat zo weinig dankbaarheid ondervindt”. Jezus wijst op de Heilige Eucharistie als het sacrament van Zijn Liefde. Hij belooft allen, die zich aan Zijn Heilig Hart toewijden bijzondere genaden.

Aanbidding van zijn liefde  
In het kader van de Heilig Hart-devotie werden van 13 tot 28 maart 2004 de relieken van de H. Margareta-Maria Alacoque op diverse plaatsen in België tentoongesteld.  Vanaf 13 maart jl. 21.30 u. tot 14 maart 09.15 u. gebeurde dat in de kerk van de Paters Redemptoristen aan de Voskenslaan in Gent. Tevens was er aanbidding van het Allerheiligst Sacrament en gelegenheid tot deelname aan het Sacrament van Verzoening (individuele biecht). Vele gelovigen hebben tot middernacht en ook gedurende de nacht en bij het ochtendgloren van deze bijzondere gelegenheden gebruik gemaakt. 

De verering van het Allerheiligst Hart van Jezus is substantieel de ervaring en verering van de liefde, die God voor ons heeft in Jezus en tegelijkertijd het daadwerkelijk beleven van onze liefde jegens God en de mensen. Aanbidding, lofprijzing, dankzegging en navolging brengen ons tot de volheid van liefde die ons verenigt met God en de naaste.

Alles en niets  
Margareta mocht in de stilte van haar kloostercel en de kapel Christus’ zichtbare aanwezigheid ondervinden. De Heer toonde haar enerzijds een leven vol vrede, innerlijke en uiterlijke vertroosting, gezondheid en voorspoed. Anderzijds legde Hij haar een arm, miskend leven voor van vernedering, verachting en door ziekte geteisterd. De Heer beloofde voor elk leven dezelfde genaden en gaf Margareta de vrijheid daaruit een keuze te maken.

Haar antwoord luidde: “Heer, Gij zijt mij genoeg, mijn God, doe wat U het meest behaagt voor mij en let niet op mijn belang”.  
Jezus zegende haar keuze: “Je hebt als Maria het beste deel gekozen. Het arme leven is Mij het liefste. Zo kan Ik Mijn plannen het beste uitvoeren en ga je het meeste op Mij gelijken. Dit blijft altijd je erfdeel”.  
Margareta’s biechtvader, Pater Claude de la Colombière , onderrichtte haar, dat God tegelijkertijd “alles” en “niets” vraagt.

Hij vraagt “alles”, want Hij wil over u heersen als in een gebied, dat Hem volkomen toebehoort, zodat Hij beschikt over alles, niets Hem weerstaat, alles buigt en gehoorzaamt op het minste teken van Zijn heilige Wil.  
Hij vraagt “niets”, want Hij wil alles zelf in u doen, zodat gij u met niets bemoeit en enkel en alleen Hij door u en in u werkzaam kan zijn, opdat alle glorie Hem toekomt en Hij alleen gekend, geprezen en eeuwig bemind zij.  
Daarom: Niet ik, maar Gij Heer moet groter worden; en ik kleiner, omwille van ons aller heil.

Margareta offerde het wereldse op voor het goddelijke om God volkomen toe te behoren. Dit ging - zoals aangekondigd - gepaard met aanvechtingen, verleidingen, vernederingen en, vooral in het begin, met vallen en opstaan. Niets menselijk was haar vreemd. God hield haar echter aan haar eenmaal genomen besluit. Wie veel (gaven) krijgt, moet ook veel geven.

Margareta groeide  gedurig in heiligheid en volbracht in alle nederigheid en eenvoud haar opdracht.  
God openbaarde zich aan Margareta; zij opende haar hart voor de Heer, onthechtte zich van het wereldse, werd door overgave en offerbereidheid ontvankelijk voor Gods Wil en verbond zich daardoor aan het goddelijke; zij werd waarlijk kind van God.

Laten we ons eveneens toewijden aan het Heilig Hart van Jezus en Hem ootmoedig bidden om kracht en genade, opdat we in navolging van de Heilige Marguerite-Marie en de Heilige Maria Magdalena, onze (doop)beloften overeenkomstig de Wil en Verlangens van onze Lieve Heer mogen nakomen.  
Dit alles tot Gods Eer en Glorie en in het besef, dat daarvoor ook van ons heldhaftige inspanning wordt verwacht.

Meer over Paray-le-Monial, de heilige Margaretha-Maria Alacoque en de Heilig-Hartdevotie. KLIK

 

“HIJ ZAG … EN GELOOFDE” (3)

3. Het getuigenis van André Frossard

Atheïst  
Frossard’s ouders waren actief socialist (grootvader Frossard noemde zichzelf een rode republikein). Frossard ging in het spoor van zijn vader (later eerste partijsecretaris van de Franse Communistische Partij), maar toonde slechts weinig karakter om zich ook actief voor de belangen van het proletariaat in te zetten. Zijn beroepsloopbaan werd wegens zijn luiheid en wispelturigheid een fiasco. Hij kwam omzeggens niet met God en godsdienst in contact, zeker niet met de katholieke kerk:  “niets heeft me tot de religie voorbeschikt, behalve het feit dat ik geen religie bezat” (147). Tot zijn twintigste jaar voegt hij zich in in de atheïstische overtuiging en beleving van zijn ouders (het protestantisme van zijn moeder kwam niet tot uiting).

Een christelijke vriend  
Op zijn twintigste komt hij in contact met een wat oudere jongeman, André Willemin, die kort daarvoor zijn katholiek geloof weer opgenomen heeft. Deze 25-jarige studeert tijdens zijn journalistenwerk op de krant verder medische wetenschappen. Op een bepaald ogenblik vraagt hij wat het ideaal is van Frossard. Deze weet niet anders te antwoorden dan ‘roeien’. Ze schieten allebei in een hartelijke lach. Frossard voelt evenwel aan dat er iets aan zijn leven ontbreekt. Zijn vriend duwt hem na een paar dagen een boek van Nikolai  Berdjajev in zijn handen ‘De nieuwe Middeleeuwen’, waarin op een nogal positieve wijze gesproken wordt over het geloof. Frossard vindt dat boek wel mooi, maar als volslagen ongelovige meent hij ook dat de schrijver wel gelooft in God, evenwel niet als wetenschappelijke hypothese, maar alsof hij werkelijk bestond, en “dit is nu juist wat moet bewezen worden”. Hij kan er dus niet over uitwisselen met zijn vriend. Deze nodigt hem uit op een etentje, maar onderweg vraagt hij aan Frossard om even te wachten terwijl hij een kerk binnenwipt. Frossard staat op de drempel van zijn bekering, maar hij weet het nog niet. Hij legt uit hoe weinig menselijke redenen er waren om zijn bekering logischerwijze uit te leggen: ‘ik was geen mysticus, ik had geen liefdesverdriet, ik had geen metafysische angsten, ik had geen zorgen en ik berokkende er geen aan anderen, ik had een goede gezondheid en voelde me gelukkig’. Hij wachtte op zijn vriend… “Ik voel niet de minste nieuwsgierigheid naar religieuze dingen, die in een ander tijdperk thuishoren. Het is zeventien uur tien. Binnen twee minuten zal ik christen zijn”.

God sloopt de atheïstische muur  
Hoewel zijn vriend pas drie à vier minuten binnen was, leek hem die tijd toch vrij lang en hij gaat op zijn beurt de kerk binnen. Enige zusters zijn psalmen aan het reciteren, terwijl vooraan het heilig sacrament (dat hij overigens niet kent) staat uitgesteld. Hij is in een kapel van de zusters van de “Eerherstellende Aanbidding” (een congregatie, gesticht als vroom antwoord op bepaalde uitspattingen van de revolutionaire lente van 1847). Op drie korte bladzijden van zijn getuigenisboek beschrijft hij dan wat hem overkwam, wat er zich in hem voordeed, totaal onaangekondigd, totaal onvoorbereid op menselijk vlak: de vanzelfsprekendheid van God, de vanzelfsprekendheid dat deze een Persoon is, de liefde van God, sterker dan alles; en tegelijk ontvangt hij in zijn hart ook de kerk, de katholieke kerk. Een maand lang leeft hij daarna als in de hemel: een nieuw ontdekte realiteit. Na die tijd verdween de sterkte van die bekeringservaring. Hij liet zich voorbereiden op zijn doop. Tijdens de catechese treft hem vooral de Eucharistie, onovertroffen middel van Gods liefde die juist brood koos om zichzelf mee te delen, het voedsel van de armen en de geliefde spijs van de kinderen. “Van alle gaven, die het christendom zomaar aan mijn voeten strooide, was deze de mooiste”.

Knipoog midden beproevingen  
Toen later twee van zijn kinderen stierven was dat wel een grote beproeving, toch bleef hij geloven dat God liefde is. Hij woonde later 500 kilometer van de plaats waar zijn bekering had plaats gevonden. Hij had zich op het kerkhof een locatie aangekocht voor zijn eigen graf. Toen hij deze voor hem bestemde plaats eens ging bezoeken zag hij dat het graf ernaast de grafkelder was van de zusters van de “Eerherstellende Aanbidding” in wier kapel, zover daar vandaan, hij zijn bekeringservaring had. Hij aanzag dit als een knipoog van God. Zijn boek eindigt hij met de woorden: “Liefde, om U uit te spreken zal de eeuwigheid kort zijn”.

NIET VERGETEN WIE DE PAROCHIE SCHRAGEN

“De (Nederlandse) nota (‘Samen Kerk’) stelt zonneklaar dat de pastoor de herder is, geassisteerd door zijn kapelaan en diaken(s). De pastoraal werk(st)er krijgt vooral de rol van catecheet toebedacht, zoals de Nederlandse bisschoppen eerder al besloten in de beleidsnota Meewerken in het pastoraat. Daarnaast lopen steeds meer vrijwilligers zich warm voor een aanstelling tot catechist en zal de vorming van overige vrijwilligers worden versterkt. Want al komt er meer nadruk op de leidende rol van de gewijde bedienaar, het welslagen staat of valt met een goed gevormd en gemotiveerd legertje vrijwilligers. En niet te vergeten de vele onopvallende maar onmisbare gelovigen die met aanbidding van het Allerheiligste en rozenkrans de parochies dragen.” (Citaat uit Katholiek Nieuwsblad, nr. 33, 14 mei 2004 p.9. Jan Peeters: Bisdom Haarlem wil van de nood een deugd maken.

 

AANBIDDING, DE MAGISCHE SLEUTEL? 
(Naar aanleiding van een Vormingssessie te PARAY-LE-MONIAL) 

door Ben Van Vossel cssr

Aanbidding is aktueel  
Bovenstaand citaat uit “Samen Kerk” eindigt met het benadrukken van het gebed (aanbidding van het Allerheiligste en de praktijk van de rozenkrans) en ook in het citaat van br. Stockman (verder in dit nummer) springt de noodzaak van spiritualiteit en gebed naar voor. In Temse feliciteerde bisschop Luk Van Looy de parochianen omdat ze van Sacramentsdag (10 juni 2004, zie relaas eerder in dit nummer) een dag van aanbidding hadden gemaakt en onlangs startte de Gemeenschap Maria-Kefas opnieuw met een maandelijkse langere aanbiddingstijd in de Voskenslaan (op de eerste vrijdag) om de evangelisatie vanuit Oase in de Stad te ondersteunen in haar inspiratie, diepgang en ijver. Is gebed en aanbidding dan een soort magische sleutel die de Kerk en haar verkondiging weer op het goede spoor moet zetten, die ervoor moet zorgen dat het geloof in Vlaanderen weer levend wordt, dat er weer beweging komt in de kerken, dat er weer (priester)roepingen komen, kortom, het gebed, de sleutel om van een verslenste kerk weer een levend en getuigend geheel te maken?

Diepe wortels voor de toekomst van de Kerk  
Tijdens ons verblijf op een Gezinssessie te Paray-le-Monial (ingericht door de Communauté de l’ Emmanuel voor honderden jonge gezinnen) voelde je zo aan dat in die vele jonge echtparen, kinderen en tieners de kerk zich daar aan het vernieuwen was. Naast degelijke onderrichtingen, enthousiaste liederen en mooie vieringen viel ook de aanbiddingstent op waaronder het Allerheiligste Sacrament aanwezig was en ’s nachts was er permanente aanbiddingsgelegenheid in de kapel van de Visitatie waar ooit Christus verscheen aan de heilige Margareta Maria (zie over haar het aanvangsartikel van George Gernaert in dit nummer). Maar tijdens de dag kon je ook veel mensen biddend aantreffen in de basiliek, in de verschijningskapel (Rue de la Visitation ) en in de kapel van de Colombière (zo genoemd naar de geestelijke leider van Margareta-Maria: de jezuïet Claude de la Colombière ). En dan voel je dat er iets gebeurt. Dan ervaar je zelf dat in je eigen leven er zaken veranderen, er oplossingen komen die je niet voor mogelijk hield, gewoon omdat je alles aan de Heer voorlegt en van Hem een oplossing verwacht, in plaats van zelf oplossingen te forceren. Op de grote weide, met de aanbiddingstent in het midden (met het uitgestelde H.Sacrament) mocht je als priester tijdens de vele uren van het biechthoren ook de kracht ervaren van de aanwezigheid van de Heer, die mensen tot bekering bracht en tot ingrijpende beslissingen omtrent hun leven.

Een uitnodiging naar ons?  
Moge het een aansporing zijn om zowel in je persoonlijk leven als met het oog op het spiritueel leven van je parochie, het gebed en de aanbidding (opnieuw) een plaats te geven. Ook in jouw leven, ook in jouw gezin, ook op jouw parochie of federatie is nog zoveel mogelijk! Het komt er op aan dat biddende mensen zichzelf, hun gezin en hun parochie gewoon toevertrouwen aan de Heer en van Hem de diepe vernieuwing verwachten die er nodig is. De Kerk zal zich vernieuwen!

 

DE MONSTRANS EN DE KATHOLIEKE KERK

Getuigenis van een bekeerling (Scott Hahn)

Op de meeste parochies in Vlaanderen komt de monstrans nog maar zelden te voorschijn. Vroeger gebeurde dat bijna dagelijks in ‘het Lof’ en in ieder geval in het Lof op het einde van de zondagsvespers. Scott en Kimberley Hahn waren een dominee-echtpaar dat zich bekeerde tot het katholicisme. In hun boek wordt de weg van hun ‘overgang’ naar de katholieke kerk beschreven. We geven een kort citaat met betrekking tot de eucharistische aanbidding:

“Tijdens een aanbiddingsuur in de Goede Week trof het me hoezeer de monstrans de katholieke Kerk symboliseerde. Zoals de meeste protestanten had ik het bezwaar gehad dat Maria, de heiligen en de sacramenten hindernissen waren die tussen de gelovigen en God in stonden en dat je er omheen moest gaan om bij God te komen. Ik dacht dat ze de omgang met God onnodig ingewikkeld maakten, zoals aangroeisels op gezonken schatten moeten worden verwijderd om bij het belangrijkste te komen.

Maar nu zag ik in dat het tegenovergestelde waar was. Het katholicisme was geen afstandelijke godsdienst maar een die gericht was op dingen die echt aanwezig zijn. De katholieken waren degenen die Jezus in hun kerken lichamelijk aanwezig hadden en die zichzelf na het ontvangen van de Eucharistie zagen als levende tabernakels. En omdat Jezus in de Eucharistie tegenwoordig is, vloeien, als we Hem in het centrum houden, alle zo rijke leerstellingen van de Kerk uit Hem voort als de mooie gouden stralen van de monstrans die van de Hostie af naar buiten waaieren”.

 

EUROPA ZONDER CHRISTELIJKE WORTELS?

Even was het actualiteit, en het lijkt nu reeds ver achter de rug: Overtuigde christenen wilden dat in de grondwet van het nieuwe Europa een verwijzing zou staan naar de culturele en dus ook christelijke wortels van Europa. Dat is niet gebeurd. Later drukten de Poolse bisschoppen hun verontwaardiging uit over het ontbreken van een Godsverwijzing in de “Europese Verdragsovereenkomst”. Ondanks de overtuiging van de meerderheid van de Europese bevolking, ondanks de oproep van de paus en de oproepen van verscheidene Bisschopsconferenties is inderdaad de vermelding van het christendom vermeden. De bisschoppen verklaren: “Wij nemen van deze zaak met verontwaardiging akte, als een vervalsing van de historische waarheid en als een openlijke marginalisering van het christendom, dat eeuwenlang de godsdienst van het overwegende deel van de Europeanen was en nog steeds is.”  Het “ideologische laïcisme” van enige Europese regeringen (o.a. België en Frankrijk nvdr) wekt bezorgdheid over het toekomstige lot van Europa. (rv).

 

LICHAAM EN HART IN ONZE RELATIE MET GOD (3)

Ben Van Vossel cssr

§ 2.  LICHAAM EN MATERIE: MOGELIJKE TOEGANGSPOORT TOT GOD

De waarde van het vasten als het scheppen van een leegte waarin we God beter kunnen ontmoeten (vervolg)

2.3.2. Uitnodigingen van Maria in de verschijningen van Medjugorje.  
Een van de uitnodigingen van Maria bij haar verschijningen in Medjugorje is dat men zou vasten op water en brood op woensdag en vrijdag.   
Reeds decennia lang nemen velen deze uitnodiging ter harte. Het is niet mijn bedoeling de betekenis van dat vasten hier te bespreken noch daar speciale publiciteit voor te maken. Ik vermeld het hier gewoon omdat in spiritualiteitsbewegingen vasten en ontzegging een betekenis toegeschreven krijgen in de geestelijke groei van de mens, de openheid namelijk voor de werking van de Geest,  en de vruchtbaarheid van het apostolaat.

2.3.3. Dorotheos van Gaza over de ascese  
Dorotheos van Gaza, geboren even na 500 na Christus, waarschijnlijk in Antiochië, is een van de vertegenwoordigers van het Palestijnse monnikendom rond Gaza. In die middens beoefende men het ascetisme soms op bijna gekke manier. Maar tegelijk had men scherp in het oog hoe men er hoogmoedig kon door worden.

Dorotheos geeft een paar voorbeelden, die ons, Westerlingen, misschien wat moeilijk liggen:  
“Als wij dus volmaakt onthecht en bevrijd willen zijn, moeten we leren onze wil af te snijden, en door zo langzaam aan met Gods hulp vooruit te gaan, zullen we tot de onthechting geraken…”

En hij geeft dan als voorbeeld:  
“… men kan in een kort tijdsbestek tien eigen willetjes afsnijden. Laat mij zeggen hoe: Iemand wandelt een beetje rond, en hij ziet iets. Zijn gedachte zegt hem: “Ga daar eens kijken”, maar hij antwoordt: “Neen, ik kijk er niet naar”. Hij snijdt zijn wil af en kijkt niet. Vervolgens komt hij enigen tegen die met elkaar praten (het gaat dus over monniken). Zijn gedachte zegt hem “Doe ook je woordje”. Maar hij snijdt zijn wil af en zegt niets; Een andere gedachte komt in hem op: “Ga aan de kok vragen wat hij aan het klaarmaken is”. Hij gaat niet naar hem toe, maar snijdt zijn wil af.  Hij ziet iets, wat dan ook, en het idee komt bij hem op te vragen wie dat gebracht heeft. Hij snijdt zijn wil echter af en vraagt er niet neer.  
Zo verwerft hij, door telkens zijn wil af te snijden, een gewoonte, en door te beginnen met onbelangrijke dingen snijdt hij ook met gemak de grote af…”

Gaan die ascetische inspanningen en het zich ontzeggen van allerlei zaken ons niet hoogmoedig maken? Nee, schijft Dorotheos:  
“Elke goede daad schrijft de monnik aan God toe, altijd dankt hij Hem en roept Hem aan, uit vrees dat hij deze hulp verliest en dat dan zijn zwakheid en zijn eigen onmacht aan het licht komen. Zo bidt hij door de deemoed en door het gebed wordt hij deemoedig, en door steeds het goede te doen wordt hij steeds meer deemoedig, en hoe deemoediger hij wordt, des te meer wordt hij geholpen en gaat hij vooruit door de deemoed”.

2.4. Stil zijn en luisteren

2.4.1. De stilte als vijand  
Naast het vasten kan ook de stilte ons dichter naar God toe brengen. Er zijn mensen die nie tegen het stilzitten kunnen, altijd iets om handen willen hebben, altijd bezig zijn. Zo kunnen wij het ook moeilijk hebben met de stilte als zodanig.  Altijd moet de radio opstaan, of een CD, of we zoeken gezelschap op om deel te nemen aan het gesprek en om zelf ons woordje te doen.

Natuurlijk kan stilte ook onvruchtbaar zijn en het zoeken van de stilte soms heel egoïstisch, je van mensen niets willen aantrekken, bijvoorbeeld.  Maar vaak kan ze heel rijk zijn, ja, ze heeft een eigen rijkdom:

2.4.2. De stilte als vriend  
* In de stilte hoor je namelijk wat echt belangrijk is. Zo hoor je bijvoorbeeld het geluid of de geluiden van de natuur: de wind, of beter de bladeren die aangeven dat de wind erdoor suist. Het geluid van de regen. Het gezang van de vogels… De geluiden van allerlei dieren ’s avonds of ‘s nachts… Het toont hoe rijk en bewoond de natuur eigenlijk is.  De natuur, uit Gods hand gekomen.

* De stilte opent ons ook voor God. Helpt ons om ons te concentreren. Ze kan een gelegenheid zijn voor Gods Geest om ons iets duidelijk te maken, om ons te richten naar wat echt waarde heeft. En van daaruit leren we onszelf beter kennen en ons juister te oriënteren.

De stilte, of zachte muziek…  
* Het helpt te luisteren. Stilte betekent ook vaak ‘ontvankelijkheid’. Als men steeds maar bezig is, steeds maar in het lawaai zit of zelf lawaai maakt… kan God zich soms niet goed kenbaar maken en zeggen wat Hij jou te zeggen heeft. Nu weet ik wel: als je in de drukte van het verkeer even kunt opkijken naar God, als je in de drukte van het wek even kunt opkijken naar God… des te beter. Maar als we het zelf te lawaaierig houden om ons heen, zullen we het moeilijk hebben ons op God te concentreren.

2.4.3. Onderscheiden  
Maar nogmaals: ik kan me best indenken dat iemand gemakkelijker tot gebed kan komen bij wat zachte muziek, zelfs bij deugddoende lofliederen… maar om je dan verder te bezinnen en bij God te verwijlen zal je bepaalde woorden, bepaalde gedachten of beelden tot in je hart moeten laten zinken, en of dan het lawaai of bepaalde muziek een dienst zijn of eerder iets dat je belet naar de diepte te komen, … dat moet je dan zelf maar ondervinden.

 

GEROEPEN TOT HEILIGHEID en INNERLIJKHEID

 “Misschien is dit vandaag wel het grootste probleem bij gelovigen: er is veel actie en inzet voor mekaar, maar tegelijk een leegte wat de zingeving betreft. Alle leegte wordt dan maar gevuld met actie, in plaats van deze leegte tot een woestijn te laten worden waar de Godsontmoeting kan plaatshebben. Christenen zouden specialisten moeten zijn van de ontwikkeling van een geestelijke cultuur. Alleen wanneer het oprecht zoeken naar God, het zich in gebed geduldig openstellen voor zijn liefde opnieuw de prioriteit wordt, zal de religieuze mens overleven. Er is geen andere weg. Mensen als Edward Poppe hebben ons dat getoond en kunnen ons vandaag helpen die weg te gaan: de weg van de spiritualiteit, van de ware Godsontmoeting, de weg van het gebed”. Citaat van Broeder René Stockman, ‘Zalige Edward Poppe en zijn kleine weg naar de heiligheid’, in: “De Stem uit Moerzeke”, Molenstraat 7, 9220 (Tel/Fax. 052 47 81 95), blz. 9.

 

DE FRANCISCAAN VAN BOURGES (5)

André Gérardy, Gemeenschap Maria-Kefas

Nabeschouwing  
De boodschap van Broeder Alfred voor ons vandaag

In enige afleveringen hebben wij het leven van de Franciscaan van Bourges geschilderd doorheen een paar situaties. Wat kwam daarin als sterke punten naar voor? Wat kunnen we onthouden van het levensgetuigenis van die eenvoudige broeder?

1. Zijn vertrouwen op God:  
Dagelijks gebed, gebed vóór de actie, gebed met mede-broeders (Franciscanen uit Bourges) en met andere priesters.  Een houding van vertrouwen:  daar waar menselijkerwijze geen plaats voor vertrouwen nog kan zijn, blijft hij op zijn post, al moet hij als soldaat zijn dienst doen, al moet hij bewaker zijn van een gevangenis, al is hij weer soldaat in een leger op de terugtocht: zijn grondhouding blijft dezelfde – enkel de omstandigheden veranderen. (de zee is zeer veranderlijk – het anker blijft stevig).

2. Zijn mee-lijden  
Hij heeft ontzettend veel geleden, kende verdriet, momenten van ontmoediging en gevaar voor zichzelf.  Hij ziet ieder mens als mede-mens, zowel de Franse gevangene als de gekwetste Duitse soldaat op de terugtocht, de Duitse gevangene nà de oorlog….Hij maakt ook geen onderscheid in functie van de geloofsovertuiging van de persoon (katholiek, protestants, joods, atheïst…), noch van de politieke overtuiging.  Zijn hulp aan de medemens-in-nood blijft overeind. Zijn houding wordt ook niet ingegeven door het bestrijden van het nazisme, het bevrijden van een land of dergelijke meer, maar is van een heel andere orde.

3. Zijn authenticiteit in zijn spreken en handelen.    
Zijn vertrouwen is communicatief, door zijn authenticiteit in woord en daad  wordt het overgedragen naar andere mensen.    Zijn mede-lijden is zeer voelbaar door de anderen, ze zien bv dat hij gehuild heeft, dat hij momenten heeft gekend van verzet, van ontmoediging.  Hij is een eenvoudig man, hij gebruikt zeer eenvoudige woorden (“Herr Gott”, korte citaten uit de schrift..).   Hij is uiterst consequent, doet niets dat fundamenteel indruist tegen zijn geweten maar overtreedt de wet wanneer deze de boodschap van Christus overtreedt.  De bron van zijn vertrouwen en van zijn mededogen laat geen enkele twijfel.  Heel zijn persoon en optreden zijn dan ook sterk evangeliserend, rechtstreeks en onrechtstreeks getuigend: bepaalde mensen zijn er zodanig door geraakt, worden zodanig bekeerd dat zij op hun beurt een bron van authentiek en evangeliserend geloof worden voor anderen.

In deze drie punten ligt een parallel met de drie fundamentele engagementen van“Aanbidding – mededogen – evangelisatie” die ook in die volgorde in de Gemeenschap Maria-Kefas als concretisering van de christelijke roeping beleefd worden.

Naar onszelf toe  
Meer praktisch wellicht kunnen we uit de houding van Broeder Alfred ook meer concrete elementen overnemen, al zal ieder in zijn eigen situatie in geweten en met gezond verstand moeten oordelen:

- op post blijven, juist waar het moeilijk is, is voor de authentieke christen echt nodig, dààr juist komt de kracht van het geloof bijzonder tot uiting.

- blijven vertrouwen, blijven bidden, ook het belang van het gezamenlijk gebed met anderen,  zich niet isoleren van andere mensen die dezelfde moeilijkheden kennen maar hen juist opzoeken en steun zoeken bij elkaar.

- het eigen geloof ondubbelzinnig naar buiten tonen, staat helemaal niet in de weg van respect voor andere overtuigingen, integendeel.

- zich kwetsbaar opstellen naar de beproefden toe

- geen onnodige confrontaties of discussies zoeken.  Het doel is niet held te spelen of in de belangstelling te komen, maar daadwerkelijk de beproefden bij te staan.

- zich niet laten gaan in opkomende negatieve gevoelens ten aanzien van  personen: wie vandaag van zijn macht gebruik of misbruik maakt is misschien zelf in nood (een gekwetst mens, een mens in de greep van het kwaad of verslaving).

- bereid zijn om persoonlijk de gevolgen van zijn daden te dragen, bijvoorbeeld indien de overheid reageert, ook en vooral op dit vlak vertrouwen op God, die aanwezig blijft en de nodige kracht zal geven om dit moedig te beleven. Dit is doorslaggevend als getuigenis naar buiten toe.

Besluit  
Broeder Alfred, onze Duitse ‘Franciscaan van Bourges’, stond in een “onmogelijke situatie”, verpletterd als het ware door een overmacht en menselijkerwijze was er geen enkele uitweg. Het weinige dat hij eventueel kon doen betekende haast niets naast het kwaad dat dagelijks verricht werd.  Hierin ligt wel degelijk een parallel met wat ook wij kunnen ervaren op sommige momenten. Te allen tijde kan iemand ervaren dat hij of zij zich  in een uitzichtloze situatie bevindt, in eigen milieu, in eigen gezin, in het persoonlijk leven.  In die zin is het leven van Broeder Alfred inspirerend in veel verschillende situaties.  

Toch lijkt mij zijn boodschap sterk van toepassing in onze tijd ivm ethische kwesties.  Verscheidene christelijke hulpverleners voelen zich soms gewrongen in situaties waarin zij moeten kiezen. Hoe kiezen volgens het geweten? Hoe kiezen volgens Gods verlangen? Daarom leek mij het voorbeeld van broeder Alfred niet zonder belang. We hoeven ons niet te wagen aan een vergelijking tussen onze tijd en de oorlogsituatie – dit zou m.i. een zinloze oefening zijn – maar het is een feit dat christenen die met name actief zijn in de verzorgingssector momenteel geconfronteerd worden met bijzonder moeilijke situaties, wanneer het respect voor het menselijk leven achterwege gelaten wordt, en vooral wanneer men van hen verwacht dat ze daden stellen die zij in geweten niet mogen stellen.  De boodschap van broeder Alfred was: in een onheilssituatie, in onmenselijke situaties toch echt mens blijven volgens Gods verlangen. Een opgave die  ieder van ons concreet zal moeten invullen naargelang de  concrete situatie.  

 

DE AFFAIRE FOURNIRET  
Een vader dankt God voor de ontsnapping van Marie

Op 26 juni 2003 werd de toen 13-jarige Marie Asunta Kirombo met een list in de bestelwagen van Fourniret gelokt en daar aan handen en voeten gebonden. Je hebt misschien ook wel een ingekort interview gezien op de VRT (1 juli 2004) waarin Marie Asunta Kirombo heel even de kans kreeg haar getuigenis te geven.  Je zag het meisje met het kruisje van een paternoster in de hand en ze getuigde hoe ze tijdens haar ontvoering door Fourniret begon te bidden, te bidden… Hij had toen al gezegd dat hij erger was dan Dutroux, en je zou het gaan geloven. Toen hij haar verplichtte om achteraan in zijn bestelwagen plaats te nemen is dat wellicht haar redding geworden. 

Haar vader getuigt: “Het was een waar mirakel. Marie heeft heel de tijd gebeden. God heeft haar gered.” En Gaspard Kirombo vertelt dan hoe Marie op een gegeven ogenblik vaststelde dat de koorden rond haar polsen en voeten niet meer zo strak gebonden waren. “Heel bizar, zegt Kirombo, Marie weet nog altijd niet hoe dat is kunnen gebeuren”. Toen Fourniret halt hield op het rond punt van Mesnil-Saint-Blaise in Beauraing is ze kunnen ontsnappen door de achterdeur die niet op slot was. Opgevangen door een automobiliste heeft ze de auto van Fourniret en hemzelf kunnen identificeren en zo kreeg de politie het nummer van de auto. Even later werd Fourniret opgepakt. Sindsdien verbleef hij in de gevangenis wegens die mislukte ontvoering. Tot dan op 30 juni, ongeveer een maand na die ontvoering, een week na het vonnis in de zaak Dutroux, de (3de) vrouw van Fourniret getuigde over 9 andere ontvoeringen en moorden door haar man.

Het eenvoudige geloof van Marie Asunción en haar vader is een uitdaging voor ons tot geloof in de kracht van het gebed. Heel wat gelovige mensen hebben toch geleden, de heilige Maria Goretti werd toch vermoord (zie Geloof en Leven, nr.), maar af en toe wil de Heer ons een teken geven omtrent de zinvolheid en de kracht van het gebed. Het blijft een uitnodiging voor ieder van ons om ons vertrouwen op Hem te stellen en in alle omstandigheden het gebed tot een basisgewoonte van ons leven te maken.

 

HET DRAMA VAN VLIERBEEK (3)  
een brokje kerkgeschiedenis

Louis Vercammen cssr

Abt Paradaens van de Benedictijnenabdij van Vlierbeek verkondigde Jansenistische theorieën die ingingen tegen de kerkelijke leer. Een bisschop moet hem tot betere gedachten brengen. Ons vorig nummer eindigde met de woorden: “Een week na aankomst, de 14de juli om half twaalf ‘s middags sprak Monseigneur de eerste vermaning uit. Een dag later om acht uur ‘s morgens nieuw gesprek en aansporing tot onderwerping. Hij week geen duimbreed, omdat hij de pauselijke leer niet kon overeenbrengen met de Schrift, de kerkvaders en de concilies. Daarop volgde een tweede vermaning. Vrijdag 16 juli om zes uur ‘s morgens laatste kans om in te binden. Vergeefse moeite. Nogmaals ontkende en verwierp hij alle beschuldigingen, nogmaals protesteerde hij met de grootste heftigheid, beriep zich op de hoogste instanties en eiste een algemeen Concilie bijeen te roepen. Derde en laatste vermaning. Hij kreeg nog twaalf uur de tijd om de afzettingsprocedure stop te zetten.”

vonnis  
Toen de tijd verstreken was, dezelfde dag om zeven uur ‘s avonds riep de bisschop de monniken samen in de kapittelzaal. Aan de abt werd gevraagd of hij halsstarrig bij zijn bekend standpunt bleef, hij antwoordde ja. Daarop sprak de voorzitter met pijn in ‘t hart de veroordeling uit. Gezien de afwijkende geloofsleer en onverzettelijke houding van Paradaens, ontnam hij hem elke rechtsmacht over de kloostergemeenschap met verlies van voorrechten en inkomsten. Als leek de communie ontvangen mocht hij niet meer. Indien hij zich niet binnen de drie maanden onderwierp, wachtten hem automatisch de zwaarste kerkelijke straffen : persoonlijk interdict en banvloek, die alleen door de paus konden worden opgeheven. Bij het buitengaan betuigde d’Espinosa aan de abt hoezeer het hem verdroot dergelijk vonnis te moeten uitspreken, waarop deze hem hooghartig antwoordde dat hij heel tevreden was. Hij tekende geen verzet aan.

Het afschrikwekkend voorbeeld deed de bisschop hopen dat de twee anderen De Moor en Stegemans tot inkeer zouden komen. Ook zij kregen drie vermaningen, ook zij bleven volharden in hun koppigheid. Daarom werd op zaterdag 17 juli voor de verzamelde gemeenschap hetzelfde vonnis over hen uitgesproken. De tekst werd gedrukt in het Nederlands en naderhand vertaald in het Frans.. Elke betrokkene kreeg een exemplaar. Cleymans werd bij verstek veroordeeld. Opdat hij later geen onwetendheid zou kunnen inroepen, werd het vonnis aan de deur van de kapittelzaal aangeplakt.

De nuntius en de regering waren voortdurend op de hoogte. Maandag 19 juli arriveerde de kanselier van Brabant Van der Hagen om maatregelen te nemen aangaande het tijdelijk beheer van de abdijgoederen. Het verbaasde hem dat de kas zo goed als leeg was, terwijl de knecht kort voordien nog 800 gulden had geteld. Het antwoord van de abt was vaag. En waarom ontkende hij zijn vroegere uitspraken tegen de constitutie, ondanks de onomstotelijke bewijzen en getuigenissen van het tegendeel? In een gesprek tussen vier ogen lichtte hij eindelijk het tipje van de sluier : “Het is waer, mynheer de Cancellier, dat ick verscheyde dinghen teghen die bulle geseijt hebbe, dat moet ick bekennen. Maer ick hebbe alles geloochent gelyck het my gevraeght is.” Delvaux die deze woorden citeerde in zijn brief van 22 juli, besloot : ‘Restriction dont il faut chercher la clef dans le cabinet des jansenistes.’ Niets is zo gevaarlijk als religieus fanatisme, omdat het zich boven wet, gezag en moraal stelt, ja zich de spreekbuis van God zelf waant. Daarmee zijn alle middelen goed te praten, meineed inbegrepen.

afloop  
Intussen was in Brussel beslist de gewezen prelaat huisarrest te geven in de benedictijnenabdij van Gembloers. Abt Pierre de Monceau kreeg van aartshertogin Maria Elisabeth op 20 juli bevel hem weliswaar met de passende eerbied en liefde te ontvangen, maar tevens met de meeste zorg erop te waken dat hij geen voet buiten de omheining zette.

‘s Anderendaags woensdag 21 juli werd de abt, vergezeld van twee confraters, in de karos gezet. Hij zou Vlierbeek niet meer terugzien. Als gids reed secretaris Wilmart te paard voorop, achteraan volgde een militaire escorte. Tegen half negen ‘s avonds kwam de stoet aan in Gembloers.

Prior Pieter van Hove, “qui a autant de fourberie dans le cœur que d’orgeuil”, hengelde naar de opengekomen plaats (abt), maar werd integendeel afgezet. Na diepgaand onderzoek en ruggespraak met de kanselier, benoemde de bisschop dezelfde dag ten voorlopigen titel Lenaart Lenaerts tot overste.

Vanuit zijn ballingsoord stuurde Paradaens een protestbrief aan de abt van Sint-Truiden, waarin hij zijn belevenissen vertelde in wat hij noemde ‘De tragedie van Vlierbeek’. Afgezien van zijn onwrikbaarheid, was zijn gedrag er als kloosterling voorbeeldig. Alleen ging zijn gezondheid zienderogen achteruit. De 30ste augustus verwittigde de abt van Gembloers de nuntius dat de zieke fel was verzwakt. De geneesheren vermochten niet het tij te keren, zodat een fatale afloop binnenkort te voorzien was. Hij voegde eraan toe ‘de arme abt is medelijdenswaardig, vooral omdat hij zich niet wil onderwerpen, hetgeen me veel pijn doet.’ De stervende zou in ‘t geniep van een bezoeker de laatste sacramenten ontvangen hebben. Op zaterdag 18 september 1728 stierf Pieter Paradaens, 72 jaar oud. De dag waarop de excommunicatie van kracht zou worden, had hij net niet gehaald.

Er was reeds op voorhand bedisseld wat met het lijk diende te gebeuren. Zijn eigen communiteit verzocht het stoffelijk overschot terug te laten komen. De nuntius gaf toe, mits het daar in ‘t grootst mogelijke geheim te begraven. De kist werd dus op 20 september overgebracht naar Vlierbeek en in een ongewijd graf ergens in de boomgaard zonder enige ceremonie in de grond gestopt.

De apostolische visitatie was afgelopen. In de nacht van 25 op 26 augustus lieten De Moor en Stegemans zich vanuit het raam met klokkentouwen zakken en met behulp van ladders klauterden zij over de tuinmuren. In een achtergelaten brief verklaarden zij het habijt niet te verlaten doch bang waren voor de gevangenis. Een zoekactie in hun geboorteplaatsen Turnhout en Geetbets leverde niets op, evenmin een aanhoudingsbevel door de meier van Tongeren. In burgerkleding bereikten ze veilig Maastricht, buiten de rechtsmacht van de Oostenrijkse Nederlanden. Ze troffen er Cleymans aan. Over hen werd later nooit meer iets vernomen.

Daar Mgr. d’Espinosa besefte dat hij zich op glad ijs bevond en zich geen uitschuiver kon veroorloven, heeft hij de nodige omzichtigheid en geduld aan de dag gelegd, om het proces zo sereen en zo correct mogelijk te laten verlopen. Nog tijdens de visitatie ontving hij op 16 juli 1728 het placet van de regering, waardoor hij bezit kon nemen van de bisschoppelijke zetel van Antwerpen. Op 29 juni 1729 werd Lenaart Lenaarts tot 36ste abt van Vlierbeek gewijd. Hier te lande ging men het jansenisme met wortel en tak uitroeien. Zeventien priesters van het aartsbisdom en dertien Leuvense professoren werden afgezet en vluchtten naar Holland. De anderen onderwierpen zich. Nog jarenlang woedde een hevige polemiek tussen voor- en tegenstanders. De laatsten beweerden, dat Lenaerts er niet voor teruggedeinsd was zijn overste vals te beschuldigen, om zijn plaats te kunnen innemen. Als oorzaak van diens ongeneeslijke maagkwaal, opperden kwatongen zelfs dat men de vorige abt had vergiftigd!

P.S. In de Biographie Nationale (t. 16, 610) krijgt Paradan (sic!) een erg lovend artikel, evenwel zonder concrete gegevens. Het enig vermelde jaartal 1754 is dan nog foutief. Over zijn opvattingen en veroordeling geen woord.

De voornaamste bron is het dossier in het aartsbisdom Mechelen (fonds Vlierbeek, farde 2). Door André Smeyers uitvoerig benut in : De abdij van Vlierbeek, Heemkundige Kring Vlierbeek 1955, 119-158.

In 1841 was het eeuwenoud archief van de inmiddels opgeheven abdij van Vlierbeek geklasseerd en zorgvuldig bewaard in de archiefkamer van de abdij. De laatste overlevende van vóór de Franse Revolutie, dom Jan van den Schoor, toonde het nog met fierheid aan de Leuvense stadsarchivaris. Edward van Even was erover in de wolken en verzekerde dat het van overgroot belang was voor de geschiedenis van de abdij en van Leuven. Nadien kwam het in handen van de eerste pastoor van Kessel-Lo, Victor van Schaeybroeck. Deze meende dat het allemaal jansenistisch spul was en verbrandde het vlak voor zijn dood in 1858 gedurende drie dagen helemaal. Een onherstelbaar verlies!

 

BIDDEN - AANBIDDING

Andrea Van Braeckel, Gemeenschap Maria-Kefas

Bidden  
Een korte tekst uit het evangelie waar Jezus zijn leerlingen uitnodigt om midden de drukte van het leven eens tot rust te komen, een woord dat daar in een heel concrete situatie werd uitgesproken, mag voor ons ook een uitnodiging zijn met betrekking tot het gebed:

“Kom nu eens zelf  mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.” (Marcus 6, 31)

Wat vraagt Jezus?  
1° Kom mee ….  Meegaan met Jezus, Hem volgen …  
2° Naar een eenzame plaats om alleen te zijn  …. Eenzame plaats en  alleen, weg van alle drukte… alleen met Jezus …  
3° En rust daar wat uit …   rusten aan het hart van de Heer.

U weet ook wel dat er verschillende manieren van bidden bestaan:  bidden met vaste formules of eerder met je eigen woorden, je hebt lofprijzing, zingen, smeek - en vraaggebed,  dankgebed; en dat kan telkens alleen of met verschillenden samen.  Zo is er ook het aanbiddinggebed. En hierover willen we het nu even hebben.

Aanbidden  
Het is moeilijk een definitie te geven van ‘aanbidding’. Toch wil ik een poging doen om te omschrijven wat ik bedoel als ik het woord  ‘aanbidding’ uitspreek of hoor.

- Aanbidden is zich verwonderen over God, die men vereert, over al zijn werken, zijn oneindige liefde voor ieder van ons….  Bewondering en dankbaarheid komen dan op in ons hart.  
- Het is zich zeer klein en arm voelen  tegenover Hem en toch geborgen zijn  in zijn liefde.  
- Het is alles verwachten van Hem, zoals een weerloos kind, met open handen, een ontvankelijk hart… Hij is er altijd voor mij…
- Het is heel je leven richten naar de verlangens van de Heer. Luisteren naar Hem, ja zeggen aan de Heer, met heel je leven, heel je hart en dat alles in liefde…

Aanbidden is nog veel meer: Het is vooral kijken en luisteren naar Hem. Als je toch woorden wil gebruiken ervaar je dat deze moeilijk te vinden zijn. Gewoon in stilte je bewust zijn van Gods aanwezigheid, bij Hem zijn kan een heel mooi gebed worden. Stil bij Hem zijn, je hart voor Hem open stellen.

Het aanbiddinggebed staat heel dicht bij het lofgebed. Beide drukken de verwondering en de liefde uit tegenover de Vader, de Zoon en de H. Geest.  
Het aanbiddinggebed legt meer de klemtoon op eerbied, je klein weten, stilte.  
Het lofgebed drukt meer je blijheid uit, is levendiger…Een kind dat kraait van blijdschap, vol bewondering en vreugde om zijn papa.

Wat zegt Jezus over aanbidden ?  
Bij de bekoring in de woestijn zegt Jezus: “Weg Satan, er staat geschreven :  de Heer uw God  zult ge aanbidden en Hem alleen  dienen” (Matt 4, 10).  De aanbidding van God was blijkbaar belangrijk voor Jezus. 

Bij zijn ontmoeting met de Samaritaanse aan de put van Jakob (Joh. 4, 20 – 24) zegt Jezus iets méér over de aanbidding:

“Onze vaderen aanbaden op die berg daar, zegt de Samaritaanse, en gij Joden, zegt dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet”. “Geloof  Mij vrouw, zei Jezus haar, er komt een uur dat gij noch op die berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden komt. Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden”.

Uit deze woorden van Jezus kunnen wij het volgende opmaken:  
De plaats van aanbidding is niet zo belangrijk. Een berg, een gebouw… het speelt geen doorslaggevende rol. De eigenlijke aanbidding gebeurt in “geest en waarheid”.

Dit betekent dat de echte aanbidding er komt met Jezus. Hij is de waarheid zelf… de waarheid over God en de schepping. Vanaf zijn heengaan uit de wereld zendt Hij ten volle zijn Geest… Wie de Geest van Jezus in zich opneemt kan echt aanbidden.

Iedereen kan een aanbiddinggebed ‘opzeggen’, maar het ‘echte’ aanbiddinggebed welt op uit het hart van de mensen die vervuld zijn van Jezus’ Geest.  Het is deze Geest die bidt in het hart van de mensen die bereidt zijn Hem te aanvaarden….die Hem vragen om in hen te bidden…

Zoals elk gebed is aanbidding en lofprijzing tevens een beslissing van de mens. Je stelt je er voor open, je zoekt er tijd voor, je beslist om even bij God te zijn, in je binnenkamer, zelfs midden de drukte van de tram of in het stadsgewoel, maar ook in een rustige ruimte bij je thuis (op sommige momenten is het er wellicht ook rustig) of in een kapel of kerk… (zie verder in dit artikel: ‘Plaatsen van aanbidding’)

Paulus schrijft in dat verband:  
- De Geest bidt in ons. Wij zelf weten niet eens hoe te bidden .(R 8, 26 –27)  
- Niemand kan zeggen: “ Heer Jezus  “ tenzij door de H. Geest. - 1  Kor 12, 3  
- Hetzelfde gebeurt tegenover de Vader. Paulus schrijft: Gij hebt een geest van kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: “Abba   Vader” (R 8, 15)

Houdingen van waaruit aanbidding mogelijk wordt.  
(
nl. Wat kan ons helpen om tot echte aanbidding te komen?)

1. De ware aanbidding  kan alleen gebeuren als je vol bent van de H. Geest. 

Deze Geest waait waarheen Hij wil. Hij is een gave, maar anderzijds kan je je openstellen zodat de H.Geest gemakkelijker in je leven zal binnenkomen. Hoe kan je dat o.m. doen?

1° Vragen om de komst van de H. Geest, dikwijls vragen, blijven vragen….  
2° Leven zodat de vrucht van de Geest in je leven vruchtbaar worden. Die vrucht is: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid.  -  Gal 5, 22.  Dit zijn geschenken van de H. Geest, maar we kunnen er ons voor openstellen en we kunnen er ons in oefenen, ze in praktijk brengen.

2. Hoe scheppen we de voorwaarden voor de aanbidding?  Waarop letten ?  Waaraan werken?

  Zoek de stilte op, niet alleen de uiterlijke stilte ( afwezigheid van lawaai )  maar ook de innerlijke stilte. Leg je zorgen neer aan de voeten van de Heer en tracht nu enkel op Hem gericht te zijn.  

  Leef in liefde, want God is liefde, Probeer lief te hebben zoals Jezus ons liefheeft. Zorg dat je in vrede leeft met jezelf, de anderen en God.

3° Besef je kleinheid. Laat God in jou bidden, laat God alle ruimte, een open hart is zeer belangrijk.Het LATEN vullen door Hem.

4° Leven volgens je inzichten: geef dus gevolg aan wat de Heer je zegt en duidelijk maakt. Anders maak je van je leven een leugen en is de echte vrede er niet.

5° Zoek de waarheid over God, leer Hem beter kennen. Leef in de waarheid

Vormen van aanbiddingsgebed.

1.  Met liefde en verwondering naar God kijken en ... luisteren.  

Je kunt dit doen door de natuur in te trekken en je te verwonderen over Gods scheppingswerk…  Laat de natuur tot je spreken. Luister, kijk, let op de geuren… Blijf een tijdje zitten, wandelen…. Je hart heeft tijd nodig om echt stil te worden en open te komen voor de dingen die je omringen .. Na een tijd van stilte kan je je plots één voelen met het mysterie dat je omringt en met Hem, de Schepper van dat alles. Dat doet je bidden “  Mijn Heer en mijn God, wat ben je machtig … “

Ook de bijbel kan ons brengen tot aanbidding. Je zoekt de stilte op, leest een zinnetje, herhaalt het heel rustig, … daarna blijf je stil… dat woord is voor jou…. Na een tijd kan je God misschien met een kort woord antwoorden, danken….

2. Gewoon stil zijn.

God aanwezig weten bij jou. Je bij Hem geborgen weten en er blij om zijn. Ik denk hierbij aan de boer van Ars die elke dag een paar uur in de kerk kwam zitten. De pastoor vroeg hem: Vriend, wat vertel je altijd aan God ? En de boer antwoordde : Niets, Hij kijkt naar mij en ik kijk naar Hem.

Zo ’n gebed is niet gemakkelijk, we zijn zo gemakkelijk verstrooid, maar toch de moeite waard om het te proberen.

3. Korte gebeden herhalen of liederen zingen.

Tijdens de aanbidding kan je heel rustig steeds een kort gebed herhalen. Bv. Vader, ik aanbid  U… Jezus ik aanbid U… H.Geest ik aanbid U…  Of gewoon zeggen : Vader, ontferm U over mij … Vader, woon in mij, Jezus leef in mij, H.Geest bid in mij…enz…

Plaatsen van aanbidding.

1. De natuur, zoals we hoger reeds aangaven

2. Een kerk, kapel of een andere stille voorbehouden plaats.

3. Thuis voor een kruisbeeld, een icoon. Het is goed om  enkele kleine hulpmiddelen te gebruiken om wat sfeer te scheppen: een kaars, een gedempt licht, een beeld of icoon …

4. De Eucharistie. De hoogste vorm van aanbidding. Hier is Jezus zelf aanwezig in het heilig brood. Jezus aanbidden in het heilig brood spreekt het hart aan. We geloven dat Jezus er werkelijk aanwezig is, meer dan elders. Wij mensen hebben iets nodig om te zien… zo is  het gemakkelijker om ons te concentreren. Voor het H.Sacrament is de beste plaats van aanbidding.

5. Je eigen hart. Eigenlijk moeten wij niet ver zoeken om God te aanbidden. Jezus woont in ons hart dat Hem toebehoort. Hij is aanwezig in ieder van ons, dus kunnen we Hem overal aanbidden…

Van aanbidding naar  liefde – van liefde naar aanbidding.

Het aanbiddinggebed kan alleen bij mensen die hun leven richten naar Jezus. Het echte aanbiddinggebed kan maar als je een diepere relatie hebt met God (dat kan natuurlijk ook een relatie zijn van iemand die zich bewust is van eigen kleinheid en zondigheid maar zich tot God wendt, bewust van Gods barmhartige liefde).  Daartoe is het ook nodig de Heer beter te leren kennen bv langs  de bijbel, boeken, gesprekken met mensen die leven volgens het evangelie, beluisteren van onderrichtingen, studie, enz… Aanbidden is meedoen met de H.Geest die waarheid en liefde is.

Ware aanbidding doet ons volstromen van liefde tot God en onze medemensen. Het is  “ ja “ zeggen aan de Heer en dan naar de anderen gaan, vervuld van zijn liefde….

 

GROETEN VANUIT WERELDMISSIEHULP (Boechout)

Guido De Mulder, Gemeenschap Maria-Kefas

In een vorig nummer (Geloof en Leven, jg. 107 (2003) nr. 3) publiceerde Guido reeds een verslag “Groeten uit Zimbabwe. Als u dat nog eens naleest zal je volgend artikel beter kunnen situeren.

Een grote nood  
Verleden jaar kreeg ik een smeekbede om hulp van het St.-Andrews-hospital, district Mutare, Zimbabwe. Het is een katholiek ziekenhuis waaraan een klooster verbonden is van inheemse zusters. De enige pomp waarmee zij water moesten optrekken was reeds versleten en bleek nu helemaal defect. Het is daar ook moeilijk om aan brandstof te geraken, die daar ook peperduur is. Men heeft ook een transformator nodig om electriciteit op te wekken in geval van nood. Men zou nieuwe elektrische leidingen moeten leggen. Een nieuwe boorput is noodzakelijk. Er moesten ook medicamenten aangekocht worden… Kortom, een hoge nood.

Samen met anderen  
We wilden wel helpen, maar we kunnen dat niet alleen aan. Na enige tijd ben ik bij Wereld-Missiehulp terecht gekomen waar ik zeer goed ontvangen werd. Men heeft een belangrijke som vrijgemaakt voor het project, waarover ik het hierboven had. Men liet me daar echter ook verstaan dat er handen tekort zijn. Naar zo’n soort instelling was ik eigenlijk op zoek om de allerarmsten in de wereld een beetje te kunnen helpen. Men had iemand nodig in de drukkerij, hoofdzakelijk om pamfletten en affiches te drukken die dan verzonden werden naar de missiekringen van onze Vlaamse parochies. De bedoeling is om hoofdzakelijk kleding, schoenen en andere bruikbare goederen in te zamelen en te verzenden naargelang de vraag van missionarissen en ontwikkelingshelpers. Rode kledingcontainers staan op heel wat parochies verspreid; ongeveer 5000 personen zijn betrokken bij Wereld-Missiehulp, waarvan zo’n 1200 in Vlaanderen.

Dienstbaarheid met respect en vanuit geloof  
Het is niet de bedoeling om in dit artikel de hele werking van Wereld-Missiehulp te beschrijven, maar toch dit: “Dienstbaarheid begint daar waar men Jezus Christus herkent in het gelaat van de armsten der armen, de hongerigen, machtelozen, zieken en gehandicapten, ongeletterden, stervenden en uitgestotenen van alle aard. Het handelt niet louter om sociaal werk of hulpverlening, maar belangrijker nog is het erkennen van de waardigheid van iedere mens” (Mgr. H.D’ Souza, aartsbisschop van Calcutta, India).

Hoe ik het zelf volhoud om 3 - 4 - 5 dagen in de week te gaan helpen? Ik vraag gewoon de hulp van Hierboven en die wordt me gegeven; uit eigen kracht zou ik het niet volhouden.

Wereldmissie-hulp helpt  
Het project in Mutare (Zimbabwe) kost al vlug verscheidene duizenden euro’s, naargelang de werken die worden uitgevoerd. We hebben een veilige weg gevonden om geld voor het project over te maken. Elke soms wordt integraal gestort en komt op de juiste plaats terecht van een erkende Amerikaanse kerkgemeenschap. Diezelfde personen houden dan ook toezicht op de uitvoering van de werken. Zimbabwese mensen zijn zeer dankbaar en uiten hun dank door voor hun weldoeners te bidden. Wereld-Missiehulp heeft me  toelating gegeven om gelden van weldoeners te ontvangen via hun bankrekening en die is: KBC 403 - 6054001 - 13 met vermelding : Project St Andrews Hospital, district Mutare - Zimbabwe. Wie nader kennis wil maken met Wereld-Missiehulp : Provinciesteenweg 400, 2530 Boechout (Tel. 03/4541415 - Fax 03/4541093, E-mail: <wmh@wmhelp.be> , website:<www.wereldmissiehulp.be>). Met dank

J.I.L.Jongeren Info Life  
Een leven is méér waard

Het menselijk leven in de waagschaal  

Stellen dat de waarden en normen in ons landen volledig vervaagd zijn, is een open deur instampen. Jongeren Info Life wil hier met een hedendaagse aanpak tegen ingaan.  
Sinds 1993 is het aantal abortussen in België blijven stijgen tot meer dan 16 000 vandaag. Ook het aantal tienerabortussen blijft toenemen, meer dan 2200 in 2001 of twee middelgrote scholen.

Niet alleen wordt zo jaarlijks het leven ontnomen aan een gemeente ter grootte van Tessenderlo of Middelkerke. Even zovele moeders en tieners – waarvan in 2001 er  75 nog geen 15 jaar oud waren – worden voor de rest van hun leven getekend door een onherroepelijke beslissing die vaak ook psychische letsels veroorzaakt. Intussen wordt dit alles haast als een vanzelfsprekendheid gezien. In tien jaar tijd is een stad groter dan Brugge gewoon van de aardbodem geveegd, en niemand geeft erom. Niemand?

Abortus is pas nu echt een taboe geworden. Niemand durft erover spreken, misschien omdat men angst heeft iemand te ontmoeten die zelf een abortus heeft ondergaan.

Jongeren Info Life wil dit taboe-onderwerp opnieuw bespreekbaar maken, en vooral hulp bieden, liefst vóór de fatale ingreep plaats vindt. Daarom heeft onze werkgroep een aantal prolife-organisaties van verschillende levensbeschouwingen samengebracht om hulp en informatie te bieden waar mogelijk.

Om zoveel mogelijk jongeren in scholen en verenigingen te kunnen informeren over het mooie van het leven – ondanks soms heel moeilijke momenten en omstandigheden – staan in de verschillende provincies groepen vrijwilligers klaar met moderne audiovisuele apparatuur. Zodat zij de jeugd – de toekomst van onze samenleving – op een aantrekkelijke manier zin in het leven kunnen geven.

Momenteel -nog in de startfase- bereiken we hiermee een vijfhonderd jongeren , maar het is wel degelijk de bedoeling om jaarlijks meerdere duizenden jongeren een positieve boodschap mee te geven.

Om het groot aantal scholen en verenigingen te kunnen bereiken heeft ‘jongeren info life’ (JIL) voortdurend nood aan vrijwillige voorlichters. Voel je je aangesproken door de kwetsbaarheid van het ongeborene en wens je mee te werken aan dit project, neem dan contact met ons op. Uiteraard is een bijdrage, groot of klein steeds welkom op rek. nr.: 979-0738058-87

Immers het allerzwakste leven is toch wel méér waard!

Namens “JIL”     
Peter De Langhe (algemeen coördinator), lid Gemeenschap Maria-Kefas  
Hagewindestraat 10, 9120 Beveren, 03/7554158