|
|
|
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - GRIEKSE KERK BAGDAD - WETENSCHAP - JEZUS - GEBED - SOCIALE INZET - GELOOF EN LEVEN JG. 2004 NR 3 Wat ‘Pinksteren’ betekent
Magda De Wilde, Gemeenschap Maria-Kefas Een preconciliaire zegen John Henry Newman De heilsverkondiging paus Johannes Paulus II De Franciscaan van Bourges (4) André Gérardy Gemeenschap Maria-Kefas Hij zag en geloofde (2) Een seminarist.
bvv
Het drama van Vlierbeek (2) Louis Vercammen cssr Vroegere Kongomissionarissen (5). p. Isidoor Goedleven door Hugo Gotink cssr Mededelingen Gemeenschap Maria-Kefas Lichaam en hart in onze relatie met God (2) Ben Van Vossel cssr Katechismus van de Katholieke Kerk (29) De Kerk is één. Résumé De “Passie” en de “Gospa”
Zr. Emmanuela (Gem. vd. Zaligsprekingen)
8 mei : “Samen
voor Europa” (Stuttgart 2004) naar notities
Boekennieuws Gerardus
Patroon van de kinderen en de moeders in
verwachting Kerk
en Antisemitisme Vaticaans
Concilie II (Nostra Aetate) Bidden voor Darfour… Magda De Wilde. Gemeenschap Maria-Kefas “Weet
u wat Pinksteren betekent”? De mensen in
Jeruzalem vroegen de apostelen: ‘Wat moeten wij doen mannen, broeders?’ En in hfdst 4 vers 31
staat: “Zij werden allen vervuld met de H.Geest en spraken het woord Gods met
vrijmoedigheid.” Mannen
, broeders, wat moeten wij doen? De apostelen zeggen hen wat ze moeten doen, zij preken, zij verkondigen het christelijk geloof, tot welzijn van hun naasten. En zij bidden met ongelovigen, leggen hun de handen op, staan hen geestelijk bij en op hun beurt worden die mensen vervuld met de H.Geest. Het
woord Gods spreken met vrijmoedigheid. En dan bots ik op die vraag: durf ik ook het woord Gods spreken met vrijmoedigheid tot hen die niet weten wat ze moeten doen?
John Henry Newman Rijkdom
van oude ceremoniëlen De
zegen met het 'Allerheiligste' paus Johannes Paulus II (22.11.2003) “De verkondiging van het heil dat eens en voor altijd aan het kruishout bewerkt werd en dat God aan ieder mens aanbiedt in de verlossende liefde van Christus moeten wij klaar en duidelijk laten horen”
DE
FRANCISCAAN VAN BOURGES (4) André Gérardy, Gemeenschap Maria-Kefas Deel 4: De uitstraling van Broeder Alfred In de drie eerste delen vernamen we hoe Alfred Stanke, broeder Franciscaan en bewaker in de Bordiotgevangenis, in allerlei omstandigheden en op risico van zijn eigen leven, vele gevangenen weet bij te staan. Een druppel op een hete plaat, in het verschroeide Europa van 1943? Of is er toch meer aan de hand ? Tastbare
veranderingen En toch zou er hier iets heel merkwaardigs gebeuren. De gevangenen waren meestal jonge mensen die gelovig opgevoed waren maar die tijdens de laatste jaren hun geloof op de achtergrond hadden laten glijden. De ontmoetingen met Alfred bewerkte bij een aantal onder hen een echte bekering, die zich na enige tijd ook manifesteerde naar andere gevangenen. Zo waren er gevangenen die men van ver hoorde zingen, of die een beeld van Christus op de wanden van hun cel begonnen te tekenen. Niet meteen wat men zou verwachten van iemand die als voedsel slechts om de drie dagen een klomp (beschimmeld) brood krijgt, en die wekenlang als enige gezelschap in zijn cel een aantal bijtende vlooien heeft. Deze authentieke uitingen van hoop maakten veel indruk op nieuwe gevangenen, versterkten het gemoed en de verbondenheid onder hen, en leidden soms zelfs tot de ontdekking van Christus bij mensen die helemaal buiten het christelijk geloof waren opgegroeid. Stilaan kwamen ook de Duitse bewakers meer en meer onder de indruk van hun collega Alfred, en van alles wat ze zagen, en begonnen van houding te veranderen. Ze brachten respect en begrip op voor de gevangenen, en lieten, al was het maar in de mate dat het onopgemerkt kon, de nazistische richtlijnen achterwege. Ze lieten bijvoorbeeld soms toe dat bezoeken van familieleden veel langer dan reglementair duurden, of trokken zich uit die ruimte terug. Maar niet enkel binnen de Bordiot gevangenis was er iets te merken, uiteraard ook vele familieleden en vrienden van de gevangen wisten van de “Franciscain de Bourges”, meestal via de gedetineerden zelf maar ook, in heel wat gevallen doordat het Broeder Alfred zelf was die hen in eerste instantie op de hoogte kwam brengen van de toestand van hun geliefde, van wie ze al zo lang zonder nieuws waren. Hierbij moest Broeder Alfred telkens eerst een muur van wantrouwen weten te doorbreken, wanneer hij als Duitse soldaat bij die mensen verscheen, en gehinderd dat hij was door zijn heel beperkte kennis van de Franse taal. Op 4 april 1944 slaat het nieuws als een ramp in de Bordiot gevangenis: Alfred wordt gemuteerd naar Dijon! En wel als gevolg van een promotie! Toch blijkt dit achteraf geen catastrofale gevolgen te hebben op de toestand van de gevangenen, gezien de duurzame band die Alfred tussen de bewakers en de gedetineerden heeft weten te smeden, integendeel, Alfred begint nu in de gevangenis van Dijon hetzelfde werk op te zetten. Gevangenbewaker
wordt gevangene 2. Een theologiestudent bvv Zoeken
naar uitweg uit geloofscrisis Ik liep die dagen rond met een zwaar hart, er was een lamp uitgegaan, de lamp van een God en Vader die je vertrouwen kunt, van een Heiland die voor mij zijn leven had gegeven om mij naar het geluk te voeren, van een kerk die - bezield door de Geest, de Helper - een rijkdom in haar schoot draagt van sacramenten en van te vertrouwen uitleg omtrent openbaringsgegevens. Een ‘vriendelijk licht’ was gedoofd. De wereld zat voor mij in het duister. Alles leek zo onzeker en betwijfelbaar. De
vanzelfsprekendheid van het evangelisch getuigenis En
het werd volmaakt stil... HET
DRAMA VAN VLIERBEEK (2) door Louis Vercammen cssr Wat
voorafging proces Kerkelijk
bezoek Inspectie Ontsnappingspoging Geen
onderwerping De
anderen Beslissende
fase van het proces (Vonnis en verdere afwikkeling in volgend nummer) OVERLEDEN KONGOMISSIONARISSEN (5) 5. Pater Isidoor Goedleven (1865-1919) door
p. Hugo Gotink in Mémorial 22 mars Pater Goedleven, Redemptorist, werd te Diest geboren op 13 augustus 1865 en overleed te Brussel op 22 maart 1919. Hij was de zoon van Livin Goedleven en Emilie Van Luyten. Zijn Humaniora begon hij aan het Klein Seminarie van Hoogstraten, maar na zijn 4de Middelbaar trad hij in bij de Redemptoristen (15 september 1884); hij deed zijn noviciaat te Sint-Truiden (Steenaert) waar hij op 8 december het kloosterkleed ontving. Op 2 februari 1886 legde hij de kloostergeloften af en werd in 1887 naar het studiehuis te Beauplateau (Tillet in de Ardennen) gezonden voor verdere vorming in het religieuze leven en de studie van filosofie en theologie. In Beauplateau ontving hij de priesterwijding op 4 oktober 1892. Na zijn studies werd hij benoemd aan het huis van Luik, daarna aan dat van Brussel waar hij met succes het “Werk der Militairen” bestuurde; nogal wat redemptoristen hebben zich trouwens bezig gehouden met apostolaat onder de militairen. Toen de Redemptoristen, in maart 1899, de missieposten overnamen die in Kongo bediend werden door priesters van het bisdom Gent, was pater Goedleven de eerste die op weg trok naar Kongo (6 februari 1899, hij was toen 33 jaar), samen met pater Paquay en broeder Gabriël (Jan Hubert Menten uit Sint-Truiden). Zij kwamen te Matadi aan op 2 maart en belasten zich onmiddellijk met de pastoraal onder de bedienden en arbeiders van de Spoorwegmaatschappij (Compagnie du chemin de fer). Zij bedienden ook het hospitaal van Kinkanda. Toch strekte zich hun invloed snel uit naar de inlanders, en vanaf 14 mei had pater Goedleven er enkelen voorbereid op het doopsel. In april 1900 deed hij, met twee catechisten, een vrij bewogen expeditie op de noordelijke oever van de Kongorivier (Zaïre), in de bergen die zich op ongeveer drie mijl van de stroom verheffen. Hij ontdekte er een prachtige hoogvlakte, waar zich meerdere dorpen bevonden die nogal bevolkt waren en oordeelde dat het de moeite loonde om daar een apostolaatspost te voorzien voor een nieuw evangelisatiecentrum. Hij had opmerkelijke ontmoetingen met de inlanders, die eerst wel wantrouwend waren maar vlug veroverd werden door de vriendelijkheid en de ruime geschenken van de missionaris. Een interessant verslag van deze tocht werd door pater Goedleven gepubliceerd in “Beweging tegen de Slavernij” (Mouvement antiesclavagiste) van 1900 tot 1902. De vermoeidheden van de reis waren zo groot dat onze ontdekkingsreiziger er bijna het leven bij inschoot. Een zonneslag velde hem in de brousse en hij ontsnapte er maar aan dankzij de toewijding en de bekwaamheid van zijn twee catechisten die hem met de hangmat lieten terugbrengen tot de stroom. Mooie resultaten bekroonden evenwel deze krachtinspanning: de oprichting van de missiepost te Kionzo. Op 26 oktober 1900, verzamelden zich de chefs van een tiental dorpen van de hoogvlakte op de plaats die gekozen werd voor een bijkapel en gaven plechtig, na lange palavers, hun toestemming; zij stonden ook 6 kinderen af aan de missie om daar opgeleid te worden. Vanaf 1902 kreeg Kionzo zijn residerende missionarissen en pater Goedleven werd er de eerste overste. Hij had mooie verwezenlijkingen op zijn actief, met name de organisatie van de scholen en de bouw van een klooster, dat lange tijd het voornaamste van de streek zou zijn. Uitgeput door een onafgebroken activiteit moest hij in september terugkeren naar Europa voor een paar maanden, die hij gebruikte om fondsen in te zamelen, maar ook materialen, machines en provisies en klederen voor zijn weeskinderen, zodanig dat hij, voor de terugreis, te Antwerpen inscheepte met 15 kisten met bestemming Kionzo. Die post werd een zeer belangrijk centrum van apostolaat; meer dan 20 bijkapellen hingen ervan af in 1905. Terwijl de nieuwe gebouwen werden opgericht en de invloedssfeer van de missionarissen zich zichtbaar verbreedde, verzekerde pater Goedleven zich van de genegenheid van de bevolking. Toen hij in september 1907 terugkeerde naar België, moest hij de voorzorg nemen de datum van zijn vertrek niet bekend te maken, om zo te verhinderen dat alle zwarten hem niet zouden escorteren tot de kade. Zijn terugkeer op 23 mei 1908 viel samen met de begrafenis van een ‘gemedailleerde’ chef. Toen de daar aanwezige menigte vernam dat de pater teruggekeerd was, verliet ze onmiddellijk het kerkhof om hem tegemoet te lopen en hem triomfantelijk terug te begeleiden naar de missiepost. Tijdens zijn verblijf te Kionzo zat pater Goedleven de vergaderingen van de chefs voor waar een verzameling werd gemaakt van de landswetten; het resultaat publiceerde hij in 1910 in de “Revue Congolaise”. In maart 1907, ten gevolge van de nieuwe periodieke benoemingen in de Belgische Provincie van de redemptoristen, had pater Goedleven trouwens de taak gekregen om de Missie van Matadi (de Kongomissie) te leiden. Hij kon de missie welvarend houden. In 1911, waren er 1250 christenen en 382 doopleerlingen (catechumenen), 305 doopsels en 38 christelijke huwelijken. Afgezien van de reeds bestaande werken, organiseerde pater Goedleven ook de Vereniging Concordia, die na de godsdienstige plechtigheden, de Senegalese en Gabonese christenen samenbracht in een soort club, die hun ‘deftige’ ontspanning bood. In de loop van die jaren vond hij bovendien de tijd om een interessante en grondige studie te publiceren over het huwelijk in Kongo. In 1915 werd hij bij de zesjaarlijkse benoemingen aangeduid als overste van Thijsstad. Hij was evenwel niet meer in staat er de prachtige activiteit te ontplooien die men van hem gewoon was. Hij was zonder rustperiode 16 jaar werkzaam in Kongo. Zijn sterk gestel, bevorderd door zijn moedig en optimistisch temperament, had tot dan toe stand gehouden, maar nu werden de tekenen van de slaapziekte meer en meer zichtbaar. Na enkele maanden was het nodig naar Europa terug te keren, maar aangezien België, tijdens ‘de grote oorlog’ bezet door de Duitsers, niet toegankelijk was, begaf hij zich naar Bordeaux. Een vol jaar bleef hij in behandeling in de Pasteurinstituut te Parijs. In mei 1917 kon hij die instelling verlaten. Zijn terugkeer naar Kongo werd door de oversten evenwel afhankelijk gemaakt van een periode van 8 maand zonder terugval. Die tijd bracht hij door te Mirabel, in de Gard, waar hij tijdens die periode de taak op zich nam van aalmoezenier in een opvangsthuis voor epileptici; hij zette zich veel liefde voor hen in maar keek ondertussen uit naar de dag waarop hij weer zou kunnen vertrekken. De kwaal kreeg hem echter opnieuw in haar greep en toen de wegen na de wapenstilstand (1918) vrij kwamen, was het naar de residentie van de Redemptoristen te Brussel dat hij zich moest begeven. En hij kon zich niet meer herpakken. Op 22 maart 1919 stierf hij, ver van de zwarten, waarvan de herinnering hem nooit meer verliet. Deze werker van het eerste uur die al de ontzeggingen moest verduren en alle gevaren had gelopen van de heldhaftige begintijd van de Missie, durvend initiatiefnemer en handig organisator, soms impulsief en veeleisend voor zijn medewerkers, maar steeds geleid door een brandend verlangen om het goede te doen, zal een van de meest opmerkelijke figuren blijven de van Kongolese Missie van de Redemptoristen van de toenmalige Belgische provincie. (Naar : Maurice de Meulemeester, “Les Rédemptoristes de la Mission Congolaise, décédés de 1902 à 1930”. Brussel, 1948, col. 9-12) LICHAAM EN HART IN ONZE RELATIE MET GOD (2) Ben Van Vossel cssr
Het klinkt bijna
onchristelijk om te zeggen dat het lichaam de mogelijkheid in zich heeft om een
grote toegangspoort te zijn tot God. Is God
immers niet de totaal Andere? 1. Het lichaam, materie, symbolen 1.1.
Het lichaam een taak geven 1.2.
De materiële omgeving afstemmen op God We plaatsen in ons gebedshoekje of vlakbij de deur van onze kamer een icoon, die we groeten bij het binnen- of buitengaan van onze kamer, als een groet van liefde en dank naar God toe. Met deze voorzieningen dwingen wij God niet om met ons in contact te komen, maar wij stellen onze hele persoon af op de ontmoeting met God. Wij mogen dit zien als een werkzaam zijn, een ademen van Gods Geest in ons, een door God zelf aangetrokken worden zodat wij meer beschikbaar, meer toegankelijk worden voor zijn werking. 1.3.
Bidden met symbolen 2. De leegte. 2.1.
Tijd vrijmaken Zo kunnen we bijvoorbeeld een dag van bezinning vastleggen elke maand of elke zondag, of ons eens een halve dag of een paar uur vrijmaken van alles en toewijden aan God. 2.2.
Ruimte scheppen in ons streven Maar die gerichtheid op Gods wil kan ook betekenen dat we heel wat afgeven, onze planning, onze goesting… . Sterven aan onszelf. Jezus noemde dat: “jezelf verloochenen door je kruis op te nemen en Mij volgen”. De weg naar het heil loopt over het kruis, inspanning, onthechting, luisteren. Daar kunnen moderne theorieën en psychologische bedenksel niets aan veranderen. Natuurlijk, ga je vernedering en ingaan tegen je menselijke verlangens niet zomaar cultiveren, niet zomaar tot een doel op zichzelf maken: het hoort thuis in dat overwelvende doel: God dienen door je in te passen in zijn verlangen. Binnen dat verlangen verwezenlijk je je eigen geluk en maak je je leven vruchtbaar voor je medemensen, in verbondenheid met Jezus, boven wiens leven geschreven staat: “Ik ben gekomen om uw wil te doen, uw wil te doen, o God, dat is mijn vreugde” (Hebr.10,7). “Niet mijn wil, maar uw wil geschiede”(Mk 22,42). “Heer, wat wilt Gij dat ik doe?” 2.3.
vasten, onthechting en versterving 2.3.1. Jezus en de
eerste christenen Anderzijds is er toch het verwijt van Jezus naar de Farizeeën? Dit is echter een onjuiste conclusie. Het verwijt van Jezus was dat ze vastten en baden en aalmoezen gaven “om door de mensen gezien te worden”. Ze deden het met een slechte, een onzuivere bedoeling, dat betekent: het was niet gericht om plaats te maken voor God in hun leven, maar om zichzelf in de kijker te plaatsen. Overigens zien we in de Handelingen van de Apostelen en in het leven van Paulus hoe versterving en onthechting daar ook echt hun plaats hebben: “In de gemeente van Antiochie waren er profeten en leraren: Barnabas, Simon die Niger genoemd werd, Lucius uit Cyrene, Manaen, jeugdvriend van viervorst Herodes, en Saulus. Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest: ‘Zonder Mij Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen heb geroepen.’ Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken (Handelingen13,1 ).” Jezus had trouwens zelf gezegd. “Jezus sprak tot hen: ‘De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen, dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten (Mt.9,15 ).” (Vervolg over het vasten: Maria in Medjugorje - Dorotheos van Gaza...) KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (28) Samenvatting: Ben Van Vossel cssr III De Kerk - tempel van de heilige Geest (797-810) Zoals de ziel voor het lichaam (in een tweedelig zicht op de mens) zo is de heilige geest voor het Lichaam van Christus. Hij bewerkt die mysterievolle eenheid met Christus en met elkaar. Hij bouwt de Kerk op en voorziet in alles wat ze nodig heeft. Wij mogen biddend uitzien naar het komen van de heilige Geest in de Kerk en in onszelf en Hem bewust een plaats geven in ons geestelijk leven. De bijzondere gaven van de Geest, de charismata, zijn in ieder geval bedoeld om het hele lichaam, de Kerk, te helpen, en te voorzien in de noden van de wereld. Wie speciale charismata ontvangt mag er blij om zijn maar ook de hele kerk. Zij geven immers een bijzondere rijkdom, apostolische vitaliteit en heiligheid aan het hele Lichaam van Christus. Ze moeten wel in eenvoud aanvaard worden als ‘gaven’ en gebruikt volgens de liefde, de maatstaf van de charismata. Hieruit blijkt dat onderscheiding van geesten (of het van God is ofwel iets kwaads beoogt of voor eigen glorie wordt aangewend) steeds nodig zal blijken opdat de charismata het welzijn van allen zou bevorderen. Ik geloof in de
heilige Geest 8 MEI 2004 “SAMEN VOOR EUROPA” Naar notities van deelnemers “SAMEN VOOR EUROPA” Zo luidde het thema van een samenkomst op 8 mei 2004 in Stuttgart van een groot aantal (127) christelijke bewegingen en kerken om de rol te onderlijnen die de christenen in het Europa van gisteren, vandaag en morgen te spelen hadden of hebben. Met 10.000 waren ze daar aanwezig, het aantal was beperkt gehouden. In 158 steden over heel Europa waren er echter samenkomsten waarop men op reuzenschermen per satelietverbinding de samenkomst ‘life’ kon meemaken. En het werd een deugddoende ervaring. Op het einde van de dag was je er dieper dan ooit van overtuigd dat Europa, zonder de christenen, een misbaksel wordt. Maar ik zou het positief willen stellen: wij christenen moeten onze schouders onder dit Europa van de 25 (in de toekomst nog meer) zetten, opdat het een creatie wordt die de moeite waard is. Wij mogen de uitdagingen niet ontlopen, wij mogen niet denken: het zal zonder ons ook wel gaan, wij vertegenwoordigen geen macht meer, wij hebben geen invloed, de kerk is op de terugweg… Alle aanwezigen hebben een slottekst aanvaard waarin ze beloven zich in te zetten voor de universele broederschap (zoals de stichteres van de Foccolarebeweging, Chiara Lubich het omschrijft) die we willen bezielen vanuit een evangelische ingesteldheid. Het is een boeiende uitdaging, een enthousiasmerend engagement. We geven hieronder enkele toespraken, telkens vanuit persoonlijke notities. 1 Boodschap van paus
Johannes Paualus II tot de christenen van Europa 1. BOODSCHAP VAN PAUS JOHANNES PAULUS II Het is mij een grote vreugde dat de Christenen van Europa samenkomen rond de christelijke wortels van dit Europa. Het nieuwe Europa werd gesticht, verlicht door het evangelie. Veel volkeren vonden zo aansluiting in een gemeenschap van lotsverbondenheid: Europa! Europa is niet enkel het verleden, ook het heden en de toekomst. Het ontstond uit een bittere menselijke nederlaag (W.O. II) en de vaders van de Europese eenheid werden vooral gevormd door het christelijk geloof. Zij hebben de basis gelegd van de eenheid tussen gewezen vijanden. Door de bezieling van hun geloof en hun eenheid van geest laten de christelijke gemeenschappen zien wat ze bedoelen met Europa. De ontelbare slachtoffers van de 20ste eeuw betekenen voor de christelijke leiders een inspiratie om solidair te zijn in liefde en ons hart te openen voor het evangelie. Ze laten zien aan hun medeburgers dat ze vanuit het evangelie het eng nationalisme laten vallen om zich ten dienste te stellen van de lotsverbondenheid. De Eukumenische dialoog van christenen van katholieke, evangelische en orthodoxe signatuur staat ook hier centraal. Een attente en open dialoog moet door het gebod van de liefde versterkt worden. Europa kan niet zonder de inzet van de christenen, vooral van de jongeren. Er is ook de plicht tot nieuwe inzet van de gelovigen om de uitdaging van de nieuwe evangelisatie te beantwoorden. De nieuwe evangelisatie geeft aan Europa een ziel, en helpt om niet alleen voor zichzelf te leven, maar verbonden in onderling respe. De nieuwe kerkelijke bewegingen moeten dat verwezenlijken : het leven respecteren en een edelmoedige aanwezigheid op het wereldtoneel. Ik schenk mijn zegen aan de bisschop en de bisschoppen en priesters in Stuttgart en groet van harte de deelnemers, organisators en allen die daar verenigd zijn in steun en gebed. Vader, zegen allen die het Blijde Nieuws verspreiden. 2. TWEE GROTE CHRISTENEN AAN HET WOORD (Verslag van “Samen voor Europa” door Magda De Wilde) Prof. Andrea Ricardi (Stichter van de Sint Egidusgemeenschap) had het over twee engagementen, die uit de gave van het Evangelie voortvloeien. * Europa kan niet leven voor zichzelf en het arme buurcontinent, Afrika, als de arme Lazarus, als een hond, aan de rijke tafel van Europa laten bedelen. * Het Europa van de Geest kent geen grenzen. Vrede voor de hele wereld . Een Europa van de Geest moet vruchten van de Geest opbrengen voor de nieuwe wereld. Prof. Romano Prodi (uittredend voorzitter van de Europese commissie) had het over de inhoud voor de politieke actie voor dit verenigd Europa: - Een maatschappij
uitgaande van de zwaksten; 8 mei betekende het einde van de 2de wereldoorlog (ontstaan in Europa!), het is ook de dag van de Bevrijding. Maar ondertussen leefde nog een groot deel Europeanen onder communistische dictatuur. Na de oorlog hebben mensen schuld bekend, zijn er ‘nieuwe bewegingen’ ontstaan. De heilige Geest heeft barrières neergehaald tussen christelijke kerken, tussen de Pinksterbeweging en de katholieke Charismatische vernieuwing, ook culturele barrières, de heilige Geest doet enorm veel overstijgen, en ook de barrière tussen clerus en leek. In 1998, op de vooravond van Pinksteren, drukte paus Johannes Paulus II zijn vreugde uit met de nieuwe bewegingen en hoopte dat ze hun gaven ten dienste van de Kerk zouden stellen. In 1999, bij de de ondertekening van de Verklaring over de rechtvaardigheidsleer, is er te Augsburg een netwerk van christelijke bewegingen ontstaan. Op 8 december 2002 kwamen christelijke bewegingen samen rond het thema: “Samen, hoe kàn het anders!” en ze sloten een pact van liefde en respect. Ze begrepen dat het atheïsme ook voor een deel het gevolg is van de scheiding tussen de verschillende kerken. Als we nieuwe liefde opbrengen voor elkaar zal er ook nieuwe kracht uitgaan van de christelijke groepen en kerken. 4. EUROPA HEEFT CHRISTUS NODIG! Onder deze titel hield Dominee Ulrich Parzany een toespraak op het congres te Stuttgart “Samen voor Europa”. Tegenover de manier van doen van vroegere nationale leiders die hun hele volk een bepaalde geloofsovertuiging oplegden (Cujus regio, illius et religio), en in tegenstelling tot de massale kerkverlating staan we nu voor de uitdaging te gaan naar de individuele mens. De deur staat open voor het evangelie, maar er zijn ook veel tegenstanders (1 Kor. 16,8-9 “Tot Pinksteren blijf ik nog in Efeze, want de deur staat hier wijd open voor mijn werk, en er zijn veel tegenstanders”). We gaan dus Christus’ naam bekend maken, maar er zijn o.m. 2 redenen waarom Europa Hem nodig heeft: 1° Jezus is de garantie voor de individuele waardigheid van de menselijke persoon! Ieder mens komt uit Gods hand en heeft als Beeld van God een onaantastbare waardigheid (Dan is er geen ruimte voor een behandeling van krijgsgevangenen zoals in Breendonk of in de Aboe Ghraibgevangenis. nvdr). Wie van God weggaat en zichzelf tot laatste doel maakt, denkt te kunnen beschikken over het menselijk leven. Het kruis van Jezus toont hoe waardevol ieder mens is “Zozeer heeft God de wereld liefgehad…” (Joh. 3,16). God sluit geen pact met het kwade. (Wij kunnen hier wellicht denken aan de abortus- en euthanasiewetten in de meeste Europese landen. nvdr) Als we in Europa een toekomst willen hebben, mogen we er geen jungle van maken. Christus garandeert de waarde van de individuele mens. 2° Jezus schept eenheid en gemeenschap tegen overdreven individualisme. “Als ieder voor zichzelf zorgt, is iedereen verzorgd”, dit is een ketterij. Wij moeten in Europa de angst voor ‘de vreemdeling’ overwinnen. Het recht moet de zwakke beschermen. Democratie heeft voorwaarden: je kan de mensen niet tot het goede dwingen, men moet de harten overtuigen tot recht en gerechtigheid. Mensen moeten een nieuwe ervaring krijgen van liefde en gerechtigheid van God, van Christus. Ik betreur het dat God in de ontwerptekst van de Europese Grondwet geen plaats kreeg. We moeten dat aanklagen. Als men niet luistert naar God zal het de mens vernietigen door mateloze arrogantie. Wij, christenen, moeten vrijmoedig getuigen, in woord en daad. Europa is de grote kans voor het volk van God in alle kerken en christelijke gemeenschappen; zo moeten we het zuurdeeg zijn. Let eens op Pinksteren: de apostelen spraken over Gods grote daden, over Christus weldoend rondgaan, en de mensen hoorden hen in hun eigen taal, namelijk in de taal van hun hart. Dit wonder zal de heilige Geest op zijn manier steeds weer doen. Mensen zullen dit opnieuw meemaken als wij, de getuigen van de gekruisigde en verrezen Heer dit doen in en buiten Europa. 5. TOESPRAAK VAN CHIARA LUBICH (1) Deel I “De universele
broederschap: noodzaak voor een verenigd Europa 2° Als eerste beminnen! Jezus’ liefde is belangeloos, Hij hield van ons en gaf zijn leven voor ons ‘toen wij nog zondaars waren’, dus eigenlijk vijandig stonden tegenover God. (“God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren” Rom. 5,8). Op 9 mei 1950 stelt Frankrijk (Schuman, een overtuigd christen) de EGKS voor aan Duitsland om de wederzijdse tegenstellingen te overwinnen. Christus’ liefde is immers niet platonisch, maar daadwerkelijk. Voor ons betekent dat: bezorgd zijn met de bezorgden, arm met de armen, ingaan tegen de uitsluiting van ongehuwde moeders, de kinderhandel, ook de uitbuiting door egoïsme. “… al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” (Mt.25,40). “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart” (Joh.13,34-35). Dit is niet enkel de roeping voor de afzonderlijke mens, maar ook een roeping voor de steden, staten, bewegingen. We moeten houden van de andere landen, steden, bewegingen… Dàt is nu de macht van het christendom! “Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden” (Mt.18,20). De heilige geest werkt door de christelijke gemeenschappen die hoop geven, al zijn hun leden maar arme mensen, als tegenweer tegen de secularisatie. Zo worden mensen bevrijd uit hun isolatie en doet Hij steeds grotere stukken broederschap ontstaan.
De stichters van Europa zagen een verenigd Europa niet als het uiteindelijk doel. De eenheid binnen die familie van volkeren moest er komen om zo bij te dragen aan de eenheid van heel de mensengemeenschap. Wat is de beste houding om gelijke tred te houden met God en de tijd? - Universele broederschap door onze liefde van elke dag. Er moet echter ook aandacht zijn voor de politiek. Het doel van de politici is steeds op geestelijk vlak te leven. De inzet in de politiek moet komen vanuit de liefde. We moeten niet enkel zelf beminnen maar ook de tegenstanders daartoe brengen en het vaderland van de ander liefhebben! Deze aspecten van de liefde vragen offerbereidheid. We moeten ons verenigen met het oog op een verenigde wereld. Het testament van Jezus (het gebod van de liefde) inspireert ons: de eenheid van de mensen is namelijk Gods verlangen en vloeit voort uit God. Daaruit volgt de afwijzing van het enge nationalisme en de discriminatie. Johannes Paulus II gaf in 1995 de opdracht om nieuwe wegen van broederschap te vormen. Daarom: bemin de andere volkeren als je eigen volk. Het vitale leven van de christelijke bewegingen moet als een magma door de aardkorst breken zodat de politieke wereld erdoor geschokt en gewijzigd wordt. 6. SLOTVERBINTENIS VAN DE DEELNEMERS AAN HET CONGRES Verplichting van Stuttgart voor een Europa van menselijkheid: “Wij willen werken
aan * Is dit ook geen
mooie opdracht voor jou? “Hieraan moeten de mensen kunnen zien dat jullie mijn leerlingen bent” “Wat je aan de geringste voor mijn broeders hebt gedaan, dat heb je voor Mij gedaan!” GOED ADRES http://www.nieuwsbronnen.com/katholieke/index.html DE KERK EN HET
ANTISEMITISME “Nostra Aetate”, § 4. (2de Vaticaans Concilie) “… Hoewel de Joodse gezagsdragers, met hun handlangers, Christus naar de dood geleid hebben, kan hetgeen gedurende zijn passie gebeurd is niet worden toegerekend, noch aan alle Joden, die toen leefden, noch aan de Joden van onze tijd. Hoewel het waar is dat de Kerk het nieuwe volk van God is, mogen de Joden niet worden voorgesteld als door God verworpen, noch vervloekt, alsof dit uit de Schriften zou kunnen worden afgeleid. Mogen allen bijgevolg, zowel in de catechese als in het verkondigen van het Woord Gods, er zorg voor dragen niets te onderwijzen dat niet in overeenstemming is met de waarheid van het Evangelie en de geest van Christus. Bovendien mag de Kerk, die alle vervolgingen van mensen afkeurt, wie ze ook mogen zijn, het patrimonium niet vergeten dat ze met de Joden gemeenschappelijk heeft. Ze betreurt dan ook, niet om politieke redenen maar omwille van de religieuze liefde van het Evangelie, de haat, de vervolgingen en alle vormen van antisemitisme, in om het even welke periode of vanwege gelijk welke dader, die tegen de Joden begaan zijn. Bovendien, zoals de Kerk steeds heeft gezegd en heeft volgehouden, heeft Christus zich, omwille van zijn immense liefde, vrijwillig onderworpen aan het lijden en aan de dood, omwille van de zonden van alle mensen en opdat alle mensen het heil zouden verwerven.” - 350.000 zwarte Afrikanen, waarvan een groot deel christenen, worden bedreigd door hongersnood en ziekte (International Crisis Group) na de etnische zuiveringen in de Darfoer-regio (West-Soedan) door het Soedanese regeringsleger en Arabische Janjaweed-milities te paard. Er zijn 1 miljoen ontheemden (o.m. in buurland Tsjaad); 30 duizend mensen kwamen reeds om in de burgeroorlog. |