JAAR 2003 nr. 3

Jaargang 107 nr 3 (juli - aug. - sept  2003)

INHOUD  (Onderlijnd = opgenomen op deze pagina)

De Spekpater overleden                                  red.                            

De ‘vierde’ wereld  (1)                             Interview met André Duprez   

Nota over het Hopland (1)                 

Katechismus v.d. Kath.Kerk (25) De H.Geest Résum. Magda De Wilde
Een depressie te boven                                    Getuigenis F. De Geyter          

Groeten uit Zimbabwe                         Guido en Trees De Mulder

Paulus (22) Bewogen zeereis naar Rome         Ben Van Vossel     

Decaloog (9) Heilig de Dag van de Heer (2)    Ben Van Vossel cssr

Het heilig huis van Loreto         (2)                  Ben Van Vossel                

Spirituele tocht (10) Slaap kindeke, slaap (2)  BenVan Vossel              

Boekentafel (Jalics, Snippers van licht. Medwick, Teresa van Avila. Kushner, Joodse spiritualiteit voor christenen. Harris, De stille revolutie. Encyclopedie van de mystiek. Nouwen, Jezus. Louf, De genade kan meer). Zie boekbesprekingen 2003

Overleden (J.Lavrijsen, Jules Hendrickx-De Clercq, M-L. Kielemoes)            red.                        

Mededelingen: Bronkamp, Gezinsdag, Alphacursus, Vormingsreeksen

Gerardus (24) Aan Maria toegewijd    Gabriël Dewilde cssr

 
NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

DE SPEKPATER OVERLEDEN

Op 31 januari 2003 overleed te Bad Soden in Duitsland Pater Werenfried van Straeten, Norbertijnenpater van de abdij van Tongerlo. Hij was geboortig van het Nederlandse Mijdrecht. Hij was de stichter van Kerk-in-Nood / Oostpriesterhulp en van de Internationale Bouworde en medestichter met Moeder Hadewych van het Instituut der Dochters van de Verrijzenis (Bukavu, Kongo). 

In de gedachtenispublicaties door Kerk in Nood/Oostpriesterhulp komen enige sterke woorden naar voor van pater Werenfried, de bedelaar van God.

“Heer Jezus Christus, daar er met de hemel geen postverkeer bestaat, moet ik deze brief adresseren aan mensen in wier harten Gij woont. Reeds 50 jaar hebt Gij ons vertrouwen niet beschaamd. Steeds  hebt Gij goede vrienden bewogen onze handen te vullen, zodat wij konden geven wat wij om Uwentwille beloofd hadden. Steeds opnieuw komt Gij tot ons in de gestalte van de armen en strekt Gij uw hand naar ons uit; Nu hebben wij U teveel beloofd. Daarom sta ik aan uw deur en klop. Ik roep naar alle vensters van uw huis en vraag. Gij hebt gezegd: “Vraagt en gij zult verkrijgen, klopt en u zal worden opgedaan…”

Een andere van zijn slagzinnen:

“Niet alleen de mens, maar ook God is veel beter dan wij denken”.

 

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

DE VIERDE WERELD (1)

Interview met André Duprez

op 14/03/2003

Situering:

De twee-deling tussen Oost en West was de grote opdeling van de wereld zolang de koude oorlog duurde tussen de Westerse ‘democratieën’ en de communistische ‘volksdemocratieën’.  Ondertussen waren we echter een andere opdeling gaan zien, nl. de kloof tussen de rijkere landen en de zogenaamde ‘Ontwikkelingslanden’ (aanvankelijk noemden we ze zelf ‘onderontwikkelde’ landen), de Derde Wereld. Maar stilaan begonnen we ook opnieuw te zien dat in ons eigen midden er nog een 4de wereld aanwezig was, personen en bevolkingsgroepen die omzeggens totaal buiten de verworvenheden en mogelijkheden van de welvaartsmaatschappij vielen. Over die 4de wereld en de inzet ervoor had ‘Geloof en Leven’ een interview met André Duprez, die jarenlang als vrijwilliger werkte binnen een christelijk werk dat zich voor die wat ‘marginale’ wereld inzette.

Interview

G&L: Op een Gezinsdag van de Maria-Kefasgemeenschap (9 maart 2003) hadden we in de namiddag een soort van praatcafé waar we in enkele groepen het thema van de dienstbaarheid bespraken. Op een gegeven ogenblik hadden wij het in onze groep over de “duale” samenleving waarin wij ons situeren. Hiermee werd bedoeld dat het een maatschappij is waarin één spoor helemaal beneden het andere ligt, dat er namelijk mensen zijn die een zekere welvaart hebben en andere mensen die werkelijk beneden het “normale” welvaartsniveau leven. Mensen die we op de Gezinsdag niet zien, mensen die zich moeilijk kunnen vertonen in heel wat samenkomsten van de doorsnee bevolking. Het zijn mensen die we in onze kerken niet zien, die we in de schouwburgen niet aantreffen… Een hoop mensen die in feite naast de welvaart grijpen. Wij noemen dat ook wel de “vierde wereld”, en daarover maakten wij ons problemen, vooral omdat we ons afvroegen: Hoe geraken mensen daar uit en wat kunnen wij daar eventueel aan doen?

André: Ik heb een tijdje in de “vierde wereld” gewerkt als vrijwilliger en ik denk dat als je die mensen wil helpen dit moet gebeuren samen met hen, dat wil zeggen dat het zeker niet zo mag zijn dat in zo’n vereniging alles gedaan wordt door de vrijwilligers en niets door de kansarmen, want dan worden zij in de passiviteit gedrukt. Anderzijds mag ook niet alles gebeuren door de kansarmen en niets door de vrijwilligers. Die kansarmen zijn immers niet tot alles in staat wat je dan van hen verwacht. Zij zijn immers in die kansarmoede beland omdat ze in feite bepaalde capaciteiten of mogelijkheden niet hebben. Ik vrees dat men momenteel in een aantal verenigingen de filosofie gebruikt die men ook tegenover de derde wereld aanwendt. Daar zijn wèl mensen die intellectueel en op andere vlakken echt capabel zijn, maar in de kansarmoede ligt dat minder voor de hand en daarom moet het echt gebeuren in een samenwerkingsverband: de kansarmen samen met de vrijwilligers maar wel er op toezien dat zoveel mogelijk door de kansarmen zelf gebeurt. Waar de mensen een aantal zaken nog niet aankunnen moet het opgenomen worden door de vrijwilliger en dan verder uitgewerkt. Zo kan wat de kansarmen op het getouw zetten toch verwezenlijkt worden.

G&L: De vrijwilligers hebben dan vooral een stimulerende functie ? Wat richting wijzen ?

André: Niet zozeer richting wijzen, maar wat aangebracht wordt door de kansarmen, waar zij met hun problemen naar voor komen, dat moet dan bekeken worden, bijvoorbeeld in een groepswerking. Wat die mensen dan zelf aankunnen, dat kan dan gebeuren door de kansarmen zelf, maar in sommige gevallen zijn ze niet bekwaam, bvb. naar overheid enz. en dan moet dat opgenomen worden door vrijwilligers in samenwerking met de kansarmen. Bijvoorbeeld qua huisvesting, soms krijgen ze dat niet voor mekaar en moet er iemand bij zijn die dat ondersteunt en dat volgt, zodanig dat dat tot een goed resultaat leidt, maar ook andere zaken.

G&L: Dat handelt dan vooral om zaken in betrekking met de overheid, om sommige zaken in orde te krijgen?

André: Ja, maar niet alleen met de overheid, maar ook op cultureel vlak en zo. Die mensen gaan niet van hun eigen allerlei culturele manifestaties bijwonen, omdat ze de middelen niet hebben bvb.. Maar je kan zelf niets doen als het niet beantwoordt aan een behoefte van die mensen. Het heeft geen zin om zaken te gaan doen waar die mensen niet voor openstaan en waaraan ze niet geïnteresseerd zijn.

 G&L: Contacten met de overheid, allerlei paperassen invullen, culturele zaken mee stimuleren. Zijn er vanuit uw ondervinding binnen het vrijwilligerswerk nog andere vlakken waarop vrijwilligerswerk op zijn plaats is?

André: Ik herhaal dat er dus wisselwerking moet zijn. Ik neem het voorbeeld van het koken.  Iedere zaterdag was het koken samen met de kansarmen. Dat waren niet enkel de vrouwen, maar iedereen moest daarin meedraaien. Er was wel een beurtsysteem: één vrijwilliger met twee of drie kansarmen. Welnu, als je daar bij bent en je begeleidt dat, dan komen ze tot een goed resultaat. Dan is er ’s middags soep, zijn er patatten en is het vlees gebakken, groenten en zo. Maar van het ogenblik dat je ze alleen laat doen, dan heb je kans dat het vlees aanbrandt of dat er iets anders misloopt. Zolang zij niet de eindverantwoordelijkheid moeten nemen, lukt het min of meer. Ze hebben in feite nood aan een soort supervisie.

G&L: Maar de bedoeling is toch dat ze er uiteindelijk bij hen thuis ook in slagen om een maaltijd gereed te maken?

André: Dat is wel de bedoeling, maar in sommige gevallen zij die mensen psychisch dermate geschonden dat dat niet altijd lukt. Die komen dan naar die vereniging om toch een keer in de week eens een warme maaltijd te hebben. Ze helpen dus wel mee, maar je moet ze ondersteunen.

Een ander voorbeeld. Men was op het idee gekomen om in plaats van kasten te kopen, zelf kasten te maken. Een handig iemand had alles voorbereid en als hij kwam en de mensen waren er bij, hij als supervisor, wel, dan was er geen probleem. Ze deden voort en het lukte mits enkele aanwijzingen van zijn kant. Was hij daar niet, dan werd er niet voortgedaan of het mislukte. Zo begonnen ze eens die kasten te vernissen zonder dat hij er bij was en het resultaat was een complete mislukking, het was allemaal met vlekken. Ze hadden niet genoeg opgelet. En zo is dat met verschillende zaken. Zo startte men eens een fietsenatelier op, maar toen die vrijwilliger wegviel, verdween ook dat atelier. Het was nochtans een idee dat vanuit hen gekomen was toen ik hen een paar oude fietsen presenteerde. Als ze het zelf moeten doen, dan komen ze wel naar de vereniging, maar dat is om een potje koffie te drinken maar er gebeurt verder niets.

 

 (vervolg en slot in volgend nummer)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

 

NOTA OVER HET HOPLAND 
(Redemptoristenklooster te Antwerpen 1857- 2003)

Ben Van Vossel cssr

“Hopland” is een straat in Antwerpen, niet zover van de vogelmarkt. Het woord komt waarschijnlijk van ‘het hoppeland’: de wijk leverde in de oude tijden de hop aan de Antwerpse brouwerijen.  In deze ‘nota’ staat “Het Hopland” voor de residentie -  later het klooster en de kerk -  van de Redemptoristen en alles wat van daaruit georganiseerd en ondernomen werd. Het Redemptoristenklooster werd pas opgericht in 1857, na de cssr-kloosters van Doornik, Luik, Sint-Truiden, Bergen en Brussel, terwijl de Belgische Redemptoristen ondertussen ook al uitgezwermd waren naar Engeland en Amerika (Vice-Provincie van Baltimore).

Zoals we in vorig nummer meedeelden werd de kerk gesloten op 27 april 2003 en ook het klooster werd van de hand gedaan. We kunnen er niet onderuit om aan de geschiedenis van “Het Hopland” minstens enige artikels te wijden; er is van daaruit immers een enorme inzet geweest voor de evangelisatie van ons volk door generaties Redemptoristen.

1. Wat voorafging aan de stichting

Alfonsus gaat zijn medebroeders vooraf

De heilige Alfonsus de Liguori, stichter van de Redemptoristen te Napels in Italië, had zonder het te weten zijn volgelingen de weg gewezen naar Antwerpen. Reeds in 1790 werden zijn “Bezoeken aan het heilig Sacrament” er uitgegeven bij drukker Alexander Gebruers “op de Minderbroedersruye in St. Ignatius”. Ook na 1830 werd het nog geregeld herdrukt. In 1821 verschijnt bij drukker Jaak van Merlo de eerste Belgische uitgave van zijn Theologia Moralis in 9 grote boekdelen, waardoor Alfonsus ook vooral bij de clerus bekend werd. Alfonsus wordt zelfs patroon van de “Confrerie der Veertiendaagsche Berechting“ in St.-Jacobskerk die overigens in hun nopjes waren met die herdrukken van de “Bezoeken aan het heilig Sacrament”. Toen de pastoor van St.-Jacob relieken van Alfonsus ten geschenke gaf aan deze Broederschap stelde advocaat Theodore van Lerius aan de raad voor om Alfonsus, die zoveel hield van de Eucharistie, als patroon en beschermer van hun Broederschap te kiezen; dit gebeurde dan ook door de algemene en bijzondere raad in 1842.  Op de eerste zondag van mei werden die relieken na het lof ter verering aan de gelovigen aangeboden en daar was in 1710 door paus Clemens XI een volle aflaat aan toegekend. Kardinaal Sterckx, aartsbisschop van Mechelen kende aflaten toe aan het bidden van de litanie ter ere van Alfonsus (19 juli 1842) en in datzelfde jaar werd een mooi beeld van de hand van Jan-Baptist de Cuyper in de kerk geplaatst, in de kapel van “de bezoeking van Maria”. In het register van de Broederschap werd de naam van ieder lid ingeschreven en men kon die bladzijde zelf laten verluchten met een tekening; zo wordt Alfonsus daar ook 5 keer in weergegeven, onder meer met uitgestrekte armen in aanbidding voor het heilig sacrament. Rond 1850 verschijnen na de “Bezoeken” ook nog andere werken van Alfonsus in Antwerpen: “De Heerlijkheden van Maria”, Noveen van het heilig Hart”, “Noveen ter ere van de heilige Theresia”, de “Ware bruid van Jezus Christus”, het “Gebeden- en Meditatieboek”.  Het kon niet uitblijven of er zouden ook volgelingen van Alfonsus daar ter plekke komen. Een goede gelegenheid was het 100-jarig jubileum van de Sint Jacobskerk in 1851; pastoor Dierckx nodigde de redemptoristen uit om er van 2 tot 10 november 1851 een “missie” te komen prediken. Hoewel er heel wat antigodsdienstige propaganda was nam 2/3 van de bevolking aan de missie deel. De Redemptoristische volksmissionarissen hadden daarmee ook de sympathie van het volk verworven en men vraagt dat ze naar Antwerpen zouden komen. Dit gebeurde pas in 1857. Op 17 juni 1857 begon men met de bouw van de kerk die aan Alfonsus zou worden toegewijd. Toch werd Alfonsus ook nog verder vereerd in de St.-Jacobskerk, dank zij die eenvoudige parochiale Broederschap die de komst van de Redemptoristen, de verspreiding van de werken van Alfonsus en zijn verering, een grote dienst had bewezen.

Het Hopland van de Theresianen

In de kerk van de Redemptoristen (in Hopland te Antwerpen) die op 27 april 2003 gesloten werd bevond zich een gedenkplaat, gegraveerd door meester L. Senten (St.-Jacobsmarkt/Antwerpen) met volgende tekst: “Ter herinnering aan de drie kerken van Hopland. De kapel van de Engelse Theresianen 1 mei 1619 - 1 december 1794. De kerk van de Redemptoristen 1 december 1857 - 11 april 1971. De nieuwe kerk van de Redemptoristen ingewijd door Mgr. J.V. Daem 3 februari 1973”.

In Hopland, op de plaats waar later het Redemptoristenklooster zou gevestigd worden, bestond sedert 1619 inderdaad een Karmelietessenklooster. In de stad werden zij de Theresianen genoemd. We mogen hier tussendoor wel even aanstippen dat Alfonsus heel zijn leven een grote verering had voor de Spaanse stichteres van de hervormde Karmel, Theresia van Avila; ontelbare keren wordt ze in zijn werken geciteerd of wordt naar haar voorbeeld verwezen..

Het boek van Sister Anna Hardman vangt aan met hun eerdere stichting te Antwerpen: “Het eerste klooster van de Engelse Karmelietessen van de Hervorming van de H. Teresa van Avila werd gesticht op 1 mei 1619, te Hopland in Antwerpen. Tijdens de Franse Revolutie werd het klooster overgebracht naar Lanherne in Cornwall, de oudste Karmel in Engeland. In de annalen van Lanherne wordt die Antwerpse stichting wat plechtiger gesitueerd: “Dit klooster werd gesticht onder regering van Jacobus (James) I, koning van Engeland, en Philips III, koning van Spanje, toen de Infante Isabella en Albert, Groothertog van Oostenrijk, de Nederlanden bestuurden. Paulus V was toen paus, en de eerbiedwaardige broeder Dominicus van Jezus en Maria was generaal van de Orde”. Aan Moeder Anna van de Hemelvaart, priorin van het klooster in Hopland vertelde die pater generaal later dat hij de paus nooit voorheen zo tevreden had gezien, als toen hij hem sprak over de Karmelstichting in Hopland.

Bloei en sluiting van de Engelse Karmel

Dat Karmelietessenklooster kwam niet uit de lucht gevallen. Lady Mary Lovel(l), dochter van John Roper, baron van Feynham, was reeds vóór 1603 uitgeweken naar de Nederlanden. Zij droomde ervan een karmel te stichten voor Engelse religieuzen en dacht daarbij speciaal aan katholieke Engelse meisjes die uit hun land verbannen waren.  Haar biechtvader zette haar aan de raad in te winnen van de Provinciaal van de Karmelieten, Thomas van Jezus. Deze ging met die vraag naar Zuster Anna van Jezus, overste van de Karmel van Brussel. Zij duidde dan de eerste zusters aan voor Antwerpen, onder wie zuster Anna van de Hemelvaart, die de eerste priorin werd van het Hopland.

De eerste Eucharistie werd op 1 mei 1619 gevierd in een gehuurd huis in de Hofstraat. Pas het jaar daarop kwam de kleine gemeenschap naar Hopland, in een huis van Emmanuel Ximenez, ridder in de Orde van Sint Steven. Zo was de Karmelietenstichting nu gevestigd tussen de Meir en de Otto Veniusstraat (toen Vuylisstraat), Kolvenierstraat en Hopland. 1 mei zou steeds gevierd worden als de stichtingsdag.

Anna van de Hemelvaart (meisjesnaam Anna Worsley), de eerste priorin, behoorde tot een van de voornaamste aristocratische families van Engeland. Grootvader van moederszijde, Sir Nicolas Hervey, trad op als ambassadeur van koning Hendruk VIII bij keizer Karel V te Gent in 1532. Tijdens het bewind van koningin Elisabeth oordeelde de familie Worsley dat ze haar katholieke overtuiging niet meer vrij kon beleven en ze week uit naar de Nederlanden. De twee dochters, Anna en Elizabeth, verbleven eerst aan het prinselijk hof te Brussel, in dienst van aartshertogin Isabella, Infante van Spanje. Na een preek over het kloosterleven voelde Anna zich geroepen tot een leven van totale toewijding aan de Heer. Zij verliet het hof en trad in in de Karmel van Bergen, waar zij het kloosterkleed ontving op 15 mei 1608, feest van de Hemelvaart en ze kreeg dan ook de nieuwe naam: Anne of the Ascension. Ze werd later subpriorin te Mechelen en dus in 1618 priorin van de nieuwe stichting in Antwerpen. Ze was goed gevormd door de eerste gezelinnen van de heilige Teresa, nl. zuster Anna van Jezus (priorin te Brussel) en zuster Anna van St.-Bartholomeus (priorin van de Rosier te Antwerpen). Spoedig traden nieuwe kandidaten in, o.m. haar zus Elizabeth en in 1642 zelfs een lid van de Engelse koninklijke familie: Anna Somerset, dochter van markies Somerset. Het klooster van de Theresianen was een echt modelklooster: radicale toewijding aan God, strenge kloosterobservantie en tegelijk een grote naastenliefde binnenshuis. Anna van de Hemelvaart overleed op 23 december 1644. Ze werd begraven onder het koor van de kerk; op haar grafsteen staat: “Hier ligt begraven de eerbiedwaardige Moeder Anna van de Hemelvaart, van het adellijk geslacht Worsley in Engeland. Zij was de eerste priorin van het Engelse monasterium te Antwerpen, dat zij bestuurde gedurende 26 jaar. Zij stierf in faam van heiligheid, 56 jaar oud, 36 jaar na haar professie, op 23 december. Tussen 1619 en 1644 heeft Moeder Anna 50 novicen ingekleed.

Ook een tweede karmelietes moeten we toch vermelden, namelijk Mary Wake, zuster “Mary Margeret of the Angels”. Haar familie woonde in de Zwartzustersstraat te Antwerpen. Haar broer, door Pieter Pauwel Rubens Signor Lionello genoemd, had een tapijtenhandel en verzond heel wat schilderijen van Rubens naar Engeland. Rubens (die op de Wapper woonde) zou trouwens de Karmel van Hopland geregeld bezoeken. Mary Wake werd geboren te Antwerpen en gedoopt in de Walburgiskerk op 12 november 1617. 16 jaar was ze toen ze op 10 juni intrad in de Karmel van het Hopland onder de naam van Maria Margaretha van de Engelen. Spoedig bereikte ze een hoge graad van gebedsleven, volmaakte zelfbeheersing en gewetensvolle taakvervulling. Van 1655 tot 1671 was ze er priorin en later nog van 1677 tot haar dood op 21 juni 1678. 38 jaar na haar dood vond men haar lichaam ongedeerd terug in de grafkelder. De bisschop liet een onderzoek instellen door artsen en chirurgen, die een document opstelden. Het lichaam werd met een nieuw habijt gekleed en tentoongesteld in de kapel. De gouverneur van het Zuiderkasteel moest zelfs soldaten inzetten om de grote volkstoeloop ordentelijk te laten verlopen. De kist werd gesloten en opnieuw begraven. Ten tijde van de Franse Revolutie werd ze verborgen en later bijgezet in de crypte van de kathedraal, met de vermelding: R.M. (Reverend Mother) Maria Margarita ab Angelis, obiit 21 juni 1678.

De Antwerpse Engelse Theresianen stichtten kloosters te Brugge, Hoogstraten, Düsseldorf en Neuburg. Met de Franse Revolutie moesten ze het Hopland verlaten en zo vestigden ze dan de eerste Karmel in Engeland te Lanherne in Cornwall.

Tussen 1794 en 1857 werden de gebouwen van het klooster gebruikt als kazerne en opslagplaats. In “De Kronijk” noteerde men: “Op vrijdag 18 mei 1798 ging de publieke verkoping door van het klooster van de Engelse Karmelietessen, gelegen in het Hopland alhier, gebruykt geweest hebbende voor magazijn door de Franschen”.

De Redemptoristen komen aan in de Sinjorenstad

Dat er nog even wat jaren verliepen tussen de vraag om Redemptoristen in 1851 en de eigenlijke start in 1857 had hiermee te maken dat er pas 19 jaar verlopen was sinds de aankomst van de Redemptoristen in België en dat er ondertussen reeds meerdere kloosters opgericht waren zoals we in onze inleiding reeds vermeldden. Toen pater Mauron in 1855 evenwel tot algemeen Overste werd verkozen (Rector Major noemde men dat toen) verlangde hij dat zijn medebroeders spoedig nieuwe stichtingen zouden beginnen in de grote steden omdat daar zoveel “verlaten zielen waren die geestelijke hulp nodig hadden”; hij verzocht dan ook pater Noël, Provinciaal van België, zich erover te bezinnen om in Antwerpen een klooster op te richten.  Pater Jean Looyaard, rector te Boulogne-sur-Mer, werd aangesteld tot overste van het nog te bouwen klooster. Op zoek dus naar een goede locatie. In het Jodenstraatje waren de geldeisen te hoog en zo kwam men tenslotte in Hopland terecht. Het zouden ‘de paters van ’t Hopland’ worden en niet de paters van ‘t Jodenstraatje.   (vervolgt)

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (25)

Samenvatting: Magda De Wilde,

verantw. Gebedsgroep Maria-Kefas, Voskenslaan Gent

 

“DE HEILIGE GEEST”  (kkk nrs 687-747 & 1091-1109)

1 In de Geloofsbelijdenis zeggen we: “Ik geloof in de heilige Geest” (nr 687-688)

De Kerk, de gemeenschap die leeft vanuit het geloof van de apostelen en die het geloof doorgeeft, is de plaats waar wij de heilige Geest leren kennen.  Zij zegt dat Hij actief aan het werk is

- in de Schriften die Hij geïnspireerd heeft.

- in de overlevering, waarvan de Kerkvaders de steeds actuele getuigen zijn.

- in het leergezag van de Kerk, dat ons o.m. leert dat de heilige Geest bestaat.

- in de sacramentele liturgie, door middel van woorden en symbolen, waarin de heilige Geest ons in contact brengt met Christus.

- in het gebed waarin Hij voor ons ten beste spreekt en ons bijstaat.

- in de genadegaven (charismen) en de bedieningen waardoor de Kerk wordt opgebouwd.

- in de tekenen van het apostolisch en missionair leven

- in het getuigenis van de heiligen, waarin Hij zijn heiligingswerk laat zien en het heilswerk voortzet…

2 Vanuit de Drie-eenheid: de gezamenlijke zending van de Zoon en de Geest (nr. 689-690)

Hij die door de Vader in onze harten werd gezonden, de Geest van zijn Zoon, is werkelijk God.  Eén in wezen met de Vader en de Zoon, is Hij onlosmakelijk met hen verbonden, zowel in het diepste leven van de H. Drievuldigheid, als in zijn gave van liefde voor de wereld.

Christus is in de wereld zichtbaar verschenen, het zichtbare beeld van de onzichtbare God, maar het is de Geest die Hem openbaart. “Het bewijs dat gij zonen zijt: God heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader!”

3 Benamingen en symbolen van de heilige Geest (nr. 691-701)

- Heilige Geest, zo luidt de eigennaam van Hem die wij aanbidden en verheerlijken samen met de Vader en de Zoon.  De Kerk heeft deze naam ontvangen van de Heer Jezus zelf.

- De benamingen van de H.Geest: Paracleet,  Helper, vertrooster.  Jezus noemt de H.Geest: de Geest der waarheid.

- De symbolen van de H.Geest: water, zalving, vuur, wolk, licht, zegel, hand(oplegging), vinger (door de ‘vinger Gods’, de zachte aanraking van God, drijft Jezus duivels uit), duif (zondvloed, doopsel van de Heer); je treft dit alles ook aan als symbolen in de kerken, aan vroegere preekstoelen en aan het altaar.

4 De Geest en de tijd van de beloften (Oud Testament) (nr. 702-716)

In het Oude testament lezen we hoe de H.Geest de tijd van de Messias voorbereidt: in de schepping, in de gave van de Wet en vooral in het woord van de profeten. 

De H.Geest bereidt een volk voor op de komst van de Messias.  De ingesteldheid van deze “armen” komt tot uitdrukking in de psalmen: een hart dat is gezuiverd en verlicht door de H.Geest.  Uit deze “armen” vormt de Geest een welbereid volk voor de komst van de Heer Jezus.

5 De Geest van Christus in de volheid van de tijd (nr. 717-730)

In de volheid van de tijd komen alle voorbereidingen op de komst van Christus tot vervulling in Maria.  Door de werking van de H.Geest in haar, geeft de Vader aan de wereld de Immanuel, de “God-met-ons”, Jezus, onze Heer.

6 De heilige Geest en de Kerk (nr 731-741)

Na zijn dood en verrijzenis stort Jezus Christus vanuit zijn volheid de H.Geest uit over de apostelen en de Kerk.  Dat noemen we Pinksteren.

De heilige Geest, die door Christus, het Hoofd van de Kerk, wordt uitgestort over zijn ledematen, bouwt, bezielt en heiligt de Kerk.  De Kerk is het sacrament van de gemeenschap van de H. Drievuldigheid en de mensen.

7 De heilige Geest en de Kerk in de liturgie (nr 1091-1109)

In de liturgie van de Kerk wordt God de Vader gezegend en aanbeden als de bron van alle zegeningen van de schepping, en van het heil waarmee Hij ons in zijn Zoon heeft begiftigd, om ons de Geest van het Kindschap Gods te geven. Door de kracht van de heilige Geest wordt in de liturgie het heilsmysterie van Christus tegenwoordig gesteld.

Het Lichaam van Christus dat de Kerk is, is als het ware sacrament (= teken én instrument), waarin de heilige Geest het heilsmysterie schenkt.  De Kerk die onderweg is, ontvangt een voorsmaak van de hemelse liturgie. En de zending van de heilige Geest in de liturgie van de kerk bestaat hierin, dat Hij de verzamelde geloofsgemeenschap voorbereidt op de ontmoeting met Christus.  Dat Hij Christus in herinnering brengt en kenbaar maakt aan de verzamelde geloofsgemeenschap.  Dat Hij het heilswerk van Christus tegenwoordig stelt en actualiseert door zijn omvormende kracht.  En dat Hij in de Kerk de gave van gemeenschap vruchtbaar laat zijn. Geen enkele Jezusgemeenschap kan zonder Hem.

 

 

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

EEN DEPRESSIE TE BOVEN

Getuigenis door Francine DG

Een christen in depressie

Hoe en wanneer mijn depressie precies begonnen is, kan ik moeilijk weergeven. Ik zakte steeds dieper weg. Niets of niemand interesseerde me nog. Ik had geen aandacht meer voor mijn man en mijn kinderen. Ik deed niets meer, ik voelde me niet meer de moeite waard om te leven. Ik zag ook niet dat ik hulp nodig had. Tot ik op een dag aanvoelde dat het zo niet verder kon. Ik liet me opnemen in een ziekenhuis. Daar kreeg ik enkel medicatie, maar had weinig kans tot gesprek. Ik voelde me daar niet goed bij en besliste zelf om naar een andere, gespecialiseerde instelling te verhuizen. Daar had ik het geluk een heel begrijpende dokter te ontmoeten. Ook had ik goede gesprekken met de psycholoog, therapeut en verpleegkundige.

Na 4 weken opname wou ik naar huis terug, ik dacht dat ik alles weer aankon. Maar wat had ik me vergist! Het werd een grote teleurstelling en na 3 weken werd ik weer opgenomen. Ik was radeloos en had het gevoel van: ‘Hier raak ik nooit meer uit’.

Uit de diepten roep ik tot U

Toch ben ik al die tijd blijven bidden. Alhoewel ik niet direct Gods hulp voelde, bleef ik bidden. Ik wist dat ook andere mensen aan mij dachten in hun gebed en dat gaf me steun. Ook liet mijn man me aanvoelen dat hij nog echt van mij hield; dat sterkte me.

Ik begon ook neer te schrijven hoe ik me voelde en na verloop van tijd begon ik naar God te schrijven, een geschreven gebed zou je kunnen zeggen.

Heel langzaam verbeterde mijn toestand en mocht ik naar huis. Ik bleef 2 dagen per week op daghospitaal komen. Die periode had ik wel heel veel angst om te hervallen. Tijdens de groepsgesprekken kon een van de medepatiënten me overtuigen dat ik niet zou hervallen. Ik heb in die periode heel veel geweend.

Ik begon toen boeken te lezen. Zo ontdekte ik de waarschijnlijke oorzaak van mijn depressie in een boek van Derek Prince: ‘Gods antwoord voor afwijzing’. Een mens kan zich afgewezen voelen als gevolg van gebrek aan ouderliefde, misbruik, armoede, echtscheiding… Wat bij mij de oorzaak van dat gevoel van afwijzing was, vermeld ik liever niet. Wat voor mij belangrijker was, dat waren de 5 stappen om tot genezing te komen:

1. Laat de H.Geest u helpen ontdekken hoe en waar je door afwijzing verwond werd.

2. Vergeef de persoon die je gekwetst heeft.

3. Leg de verwoestende vruchten van de verwerping af, zoals wrok, haat en opstandigheid, zelfbeklag

4. God aanvaardt je en houdt van je

5. Aanvaard jezelf!


Groeiend licht

De eerste 4 stappen heb ik doorlopen, maar de 5de stap was wel de moeilijkste.

In die periode begon ik ook naar een gebedsgroep van de Katholieke Charismatische Vernieuwing te gaan. Ik voelde mij daar vlug thuis en werd opgenomen in de groep. Ik kon mezelf zijn. Ik haalde daar ook veel kracht uit. Geleidelijk aan ging het beter met me.

Ondertussen had ik ook mijn ‘geschriften aan God’ verstuurd naar een pater Jezuïet. Hij gaf daar een zinvol antwoord op en ik ben blijven verder schrijven. Telkens als ik antwoord ontvang, put ik daar weer nieuwe kracht uit.

Gedurende heel deze periode had ik heel wat contact met 2 vriendinnen, die me steunden en aanmoedigden. Zo werd mij ook aangeraden om een recollectie te volgen. Dat heb ik ook gedaan. Het was een deugddoend weekend van bezinning en stilte en lezingen uit de H. Schrift met wat uitleg erbij. Ik mocht daar ook de ‘rust in de Geest’ ervaren en aan het einde van een genezingsdienst werden ‘woorden van kennis’ gesproken. Zo werd ook gezegd dat er iemand aan het genezen was van een zware depressie. Ik had toen het gevoel dat het om mij ging en sindsdien voel ik me stukken beter. Ik voel nu ook dat God echt met me bezig is. De mensen die ik op mijn weg naar genezing ontmoet heb, zijn voor mij een geschenk van God.

Zo kreeg ik ook een uitnodiging om een Vormingsreeks ‘Kom, Heilige Geest’ te volgen. Daar mocht ik opnieuw ervaren dat God echt van me houdt en dat Jezus mijn redder is. Ik ben nu nog intenser beginnen bidden. Zo begin ik elke dag met wat lofprijzing, wat gebeden en ik haal daar kracht uit. Als ik niet kan verwoorden wat in me omgaat, dat zet ik het op papier.

Zo kreeg ik ook van iemand het boek: ‘De kracht van positief denken’ van Norman Vincent Peale. Ook daar haalde ik kracht uit en leerde ik opnieuw inzien dat onze kracht komt van God. Als kleine, kwetsbare mens kunnen wij het niet alleen. Ik besef nu dat ik deze depressie moest doormaken om de mens te worden die ik nu ben.

Zending

De psychiater en haar team had ik nodig om me op weg te zetten naar genezing. Maar mijn echte innerlijke genezing is er gekomen dank zij mijn geloof in God, in Jezus. Ik besef nu ook dat mijn lijden niet zinloos was. Ik ben er een ander mens door geworden en hoop dat ik in de toekomst andere mensen zal kunnen helpen.

 

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

GROETEN UIT ZIMBABWE

Guido en Trees De Mulder,

Maria-Kefasgemeenschap

Begin dit jaar trok Guido De Mulder naar Zimbabwe (vroeger ‘Rodesië) om wat te gaan helpen op een Missie van Adventisten van de 7de dag met wie hij reeds jaren samenwerkt. Hij geeft ons zijn motivatie en enkele ervaringen.

Waarom?

God heeft zijn Zoon gezonden om via Zijn kruisdood mij te bevrijden van mijn zonden, om de Waarheid te verkondigen en om ons te vertellen hoeveel de Vader van ons houdt. Jezus geeft ons ‘het leven’ door zijn Verrijzenis. Daaraan hebben we geen enkele verdienste! De verdienste is alleen van de Drie-ëne God. En waarom? Omdat Hij ons geschapen heeft om te leven en te beminnen en voor altijd gelukkig te zijn bij Hem. Omdat Hij een God van overvloeiende en diende Liefde is. Hij is Liefde. Wat is dan het enige besluit? “Bemin bovenal Mij en uw naaste als uzelf om Mij”. Het tweede gebod is evenwaardig aan het eerste. “Wat ge aan de geringste van mijn broeders hebt gedaan, hebt ge aan Mij gedaan.”

De armsten beminnen en helpen is ook Jezus beminnen. De eerste twee geboden vloeien in elkaar. Gods Geest maakt ons dat heel duidelijk en geeft ons de kracht om het te doen en te volharden.


Vechten tegen hongersnood en ellende

Afrika! Wie heeft er ooit niet gedroomd om missionaris of ontwikkelingshelper te zijn in het geheimzinnige “verloren” continent?

Zimbabwe! Brussel – Amsterdam – Sint-Johannesburg – Harare. Op 10.000 m. hoogte boven de evenaar hebben we de zonsopgang meegemaakt. Onwezenlijk mooi! Kleuren, groenzwart, bloedrood, blauwzwart en oranje, kleuren die langzaam uitdeinden vanuit het licht van de zon.  Ik hoor niet graag zeggen dat er geen goddelijke Macht is die alles geschapen heeft en alle dagen verder schept.

Harare, richting Mutare: 100 km. in de brousse: overal verspreide hutjes en soms kleine huisjes, geen dorpscentra maar posten.  Daar hebben we een kleine maand geleefd tussen onze zwarte medemensen.

Pauline, ze is aan opvolging toe, 70 jaar, heeft 7 à 8 jaar geleden een project uit de grond gestampt, d.w.z.: 17 ha. grond gecultiveerd voor voedingsgewassen en fruitbomen.  Ze heeft een dam en waterputten laten aanleggen door mensen van ter plaatse; inhoud ongeveer 12.000 m³ water.

Januari: heetste maand met 40 à 50° C. in de zon. Januari: regenmaand. In heel de maand januari 2003 heeft het éénmaal goed geregend. Resultaat: de dam is half volgelopen. Er is immers de noodzaak dat om het lange droogteseizoen te overwinnen de dam op het einde van het regenseizoen vol zou moeten zijn. En het doel is gewoon: overleving!  Het is het 3de jaar dat er in de streek te weinig water valt; dat is trouwens zo voor heel het zuidelijk deel van Afrika.

De vrouwen staan hoofdzakelijk in… voor alles: zorg voor de kinderen, zorg voor voedsel; enz.  Pauline slaagt erin alle dagen 300 schoolgaande kinderen en ongeveer 50 gezinnen voedsel te geven. Kinderen met hongeroedeem worden eruit gehaald en krijgen extra proteïnerijk voedsel. Mensen die niet ziek zijn moeten komen werken op het project in ruil voor voedsel of een beetje geld; ze dragen water aan, planten en verzorgen de gewassen…  Oude en zieke mensen worden geholpen volgens de mogelijkheden als ze te bereiken zijn.

Onze taak (Frank en ik) was om materiaal en voedsel te gaan halen in de stad en ons te laten zien op het project; er is immers bestendig toezicht nodig tegen diefstal en opdat er wat gewerkt wordt: ‘voedsel voor werk’ is het devies van Pauline. 

De hongersnood rukt op als een sluipend gif! Zeker in de brousse. Aids: 2 miljoen weeskinderen op 12 miljoen inwoners. De werkeloosheid beloopt 70%, en er is de droogte. Verder is er de politieke corruptie, de aanslagen op boerderijen van blanke boeren en andere oorzaken brengen het land op de rand van de afgrond.  Kleine velden in slechte toestand met een beetje maïs ziet men overal: weinig opbrengst, eenzijdige begroeiing en uitputting van de bodem. 

We brachten een bezoek aan 3 ziekenhuizen, waaronder een staatsziekenhuisje in de brousse: geen stromend water: dus geen enkele patiënt, wel enkele verplegers die met hun duimen draaiden. Verder bezochten we een katholiek ziekenhuis: geen medicamenten, geen enkele patiënt. Daar was een mooi kerkje en een klooster met enkele zwarte zusters. Pauline, Frank en ikzelf zijn met hen gaan praten; we hebben hun medicamenten beloofd en ook geleverd na aankoop in de stad. De zusters dankten ons zeer gemeend. Met sommige medicamenten konden ze 2 jaar verder.

Pauline zoekt naar alternatieve bestaansmiddelen. Er wordt een champignonkwekerij opgericht. Haar einddoel is een weeshuis oprichten. Terwijl wij er waren is men begonnen een koestal te bouwen voor inlandse dieren. Europese dieren hebben een kans om te overleven in de bush. Twee koeien werden door ons geschonken aan het project (voor de melk en het beploegen van het veld).


Eucharistie in de Brousse

Er zijn veel verschillende kerkgemeenschappen in Zimbabwe. Een eenvoudig kerkje alleenstaand in de brousse. Mensen komen te voet van heinde en ver om ’s zondags de Eucharistie te vieren die 2 uur duurt. De priester is een zwarte Nigeriaan, ongeveer 40 jaar, een beminnelijk man. Hij trekt met zijn jeep de brousse in, waar hij in 20 posten het Woord Gods verkondigt. Het kerkje stroomt vol; ongeveer 100 mensen, mannen vrouwen en kinderen. De mensen zijn ‘op hun zondags’ gekleed, in vrolijke stemming, ze verbergen hun armoede.

Links zitten de mannen, in het midden het zangkoor met daarachter de notabelen, rechts – in overvloed – de vrouwen en kinderen. De twee eerste groepen zitten op banken zonder leuning. De laatste groep (vrouwen en kinderen) zit op matjes op de grond. Waarom? Er is geen geld om banken te kopen. We hebben toen 12 nieuwe banken aangekocht (zes met leuning, zes zonder leuning). Die belofte werd onthaald met blijdschap en dankbaarheid; echt deugddoend aan het hart. De banken zijn ondertussen geleverd (door Pauline via e-mail gemeld). Ik ben voor 90% zeker dat de nieuwe banken bestemd zijn voor de mannen. U kunt dan zelf verder denken…

De priester komt binnen, voorafgegaan door zingende en dansende kinderen, bloemen in de hand, die God eren en prijzen. Heel het gebeuren is doorspekt met ‘charismatische bewogenheid’. “U bent een priesterlijk volk”, predikt de priester in een half uur durende homilie. De priester en de mensen loven en danken God luidop. Ze belijden hun fouten en vragen om kracht en genade; Ze leggen hun noden voor aan hun Heer en God. Kinderen zingen en dansen, een blijde gebeurtenis. Het koor blijft niet ten achter bij het zingen van hun ritmische liederen.  Na ongeveer 2 uur is de viering al gedaan. Spijtig, we gingen er zo in op.

De helft van de mensen laat over zich bidden door de priester met handoplegging.

Na afloop wordt er flink nagekaart. De mensen bestormen ons met vragen. Frank geeft antwoord. We moeten zeker terugkomen. Wie zijn we ? Wat komen we doen?

De daaropvolgende zondag gaan we terug. De priester komt er niet door! De brousse is ook zo uitgestrekt. Geen priester dus. De verantwoordelijke diaken houdt tezamen met de mensen een alternatieve viering, eenzelfde viering, maar dan zonder de consecratie. Men heeft Frank gevraagd om te prediken in het Engels. Dat heeft hij gedaan over de Goede Vader en de verloren zoon. Er was vertaling naar het Shona. Frank is Adventist van de zevende Dag. Oecumenisch? Ja toch!

Het was bitter koud in Vlaanderen toen we terugkeerden. Zimbabwe – Vlaanderen: een wereld van verschil. We geloven en dienen dezelfde Heer en Koning. Dit is een opdracht!

 

 

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

PAULUS (22)

Een bewogen zeereis naar Rome (Hand. 27)

door : Ben Van Vossel cssr

Paulus moet zich dus gaan verantwoorden bij de keizer, zoals hijzelf het gewild had. Met nog een aantal andere gevangenen komt hij in handen van de centurio van de cohort Augusta, Julius. Lucas verhaalt ons in de Handelingen van de apostelen deze bewogen zeetocht die ze te maken hadden, een hele onderneming in die dagen, met schepen van een beperkte tonnenmaat.  Naast Lucas was Paulus ook vergezeld van Aristarchus, een Macedonier uit Tessalonica, de christengemeente waar Paulus een paar brieven aan schreef.


Slechte vooruitzichten

De reis verliep in het najaar (de vasten voor Jom Kippoer, het verzoeningsfeest, was al voorbij) en ze kregen te maken met felle tegenwind en zelfs storm. Waarom ze zo laat op het jaar nog vertrokken, weten we niet. In zijn boek ‘Auf den Spuren des Paulus’, verwijst Wolfgang E.Pax naar een Joods volksgezegde “Als je de Lulav bindt, bindt dan je boot vast”. De Lulav was de palmtak die bij het Loofhuttenfeest (sukkot), dat op het Verzoeningsfeest volgde, gebruikt werd.

Het schip waarmee ze in zee gingen kwam uit Adramyttum en zou de kustplaatsen van Klein-Azië aandoen, Sidon en dergelijke.  In Sidon, het huidige Libanon, blijkt dat de honderdman Julius heel vriendelijk is voor Paulus, een romeins staatsburger, die misschien ook nog aanbevolen was door koning Agrippa. Paulus mag in Sidon zelfs enige vrienden gaan bezoeken om zich te laten verzorgen. We mogen niet vergeten dat hij een gevangenschap achter te rug had, gevangenenkost te verduren had gekregen… en eigenlijk was zijn gezondheid toch niet zo robuust. Toen ze weer uitvoeren bleen ze dicht langs Cyprus, om de wind wat te vermijden, en langs de kust van Cilicië en Pamfylië zetten ze voet aan wal te Myra in Lycië.

Met een graanschip in de storm

Nu maar zoeken naar een schip dat richting Italië uitging.  Julius kan een graanschip uit Alexandrië op de kop tikken dat op weg was naar Italië. Tot zover verliep alles nog vrij naar behoren.

Maar dan beginnen de problemen. Het schip geraakt bijna niet vooruit en ze geraken met moeite ter hoogte van Knidus. Dan maar onder Kreta doorgezeild, langs Salmone, wat ook al niet zonder moeite verliep en zo kwamen ze toch aan bij de stad Lasea, op een punt dat de “Goede rede” heette. Hier waarschuwt Paulus dat verder zeilen grote schade zou toebrengen aan lading en schip en aan de opvarenden. De honderdman had echter meer vertrouwen in de stuurman en de kapitein dan in Paulus ‘ woorden (Hand. 27,11). De meeste opvarenden wilden ook de reis verder zetten, mede omdat overwinteren in die bepaalde haven hen niet erg aanlokkelijk voorkwam. Dat zouden ze liever doen in Fenix, een haven op Kreta. Ze meenden het gelijk aan hun kant te hebben toen er een lichte zuidenwind opstak. De kapitein liet het anker lichten en beval onder de kust van Kreta te varen. Spoedig echter sloeg een stormachtige noordoostenwind op hen neer. Men probeerde nog de boeg op de wind te houden, maar dat mislukte. Het gevolg was dat ze het uiteindelijk opgaven en zich maar lieten meedrijven. Onder de beschutting van het eilandje Klauda (of Kauda), ten zuiden van Kreta, kan men de sloep aan boord hijsen en men sloeg als voorzorgsmaatregel kabeltouwen om de romp van het schip. Uit angst dat men op de Syrte, de Noord-Afrikaanse kust zou geworpen worden zette men zeil bij en zo lieten ze zich meevoeren.

De volle laag... en toch gered

Het was evenwel nog maar het begin van de ellende. De volgende dag was het opnieuw zwaar weer en men begon een deel zaken overboord te zetten; de derde dag kapten ze eigenhandig het tuig. Dagenlang zagen ze noch de zon noch de sterren en de storm duurde maar voort. Men had alle hoop op redding opgegeven en bijna niemand had nog zin in eten. Paulus zegt dan dat ze Kreta niet hadden moeten verlaten maar dat hij de verzekering had gekregen vanwege God dat niemand van hen verloren zou gaan maar alleen het schip. De veertiende nacht waren ze nog steeds op drift in de Adriatische zee maar rond middernacht kreeg de bemanning de indruk dat men land naderde. Maar dan vrezen ze weer op een klip te lopen. Daarom gooit men vanaf de achtersteven vier ankers uit. De bemanning wil zichzelf redden door de sloep uit te zetten maar Paulus zei tegen de honderdman en zijn soldaten dat de bemanning aan boord moet blijven want dat zij anders ook niet zullen gered worden. Paulus gaat dan rustig eten nadat hij een dankgebed tot God gericht heeft. De anderen vatten dan ook moed en nemen wat eten tot zich. Daarna gooiden ze het graan in zee. Toen het wat licht was geworden zagen ze een inham en ze wilden daar het schip aan de grond laten lopen. Ze maakten de ankers los, haalden de touwen van de roeren weg en hesen het voorzeil; de grote mast hadden ze waarschijnlijk reeds overboord gegooid. Het lukt min of meer. de voorsteven bleef onwrikbaar vastzitten maar het achterschip werd weggeslagen door de golven. Daarop wilden de soldaten de gevangenen doden opdat ze niet konden ontsnappen. De centurio verijdelt dat omdat hij Paulus wilde redden. Wie kon zwemmen moest overboord springen, de anderen werden met planken en met behulp van de bemanning aan land gebracht. Alle tweehonderdzesenzeventig opvarenden kwamen veilig en wel aan land. (vervolgt)

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

 

DECALOOG (9)

3. Heilig de dag van de Heer (2)

3.8. De zondagseucharistie van een zondagse christen

De zondag begint naar Joodse gewoonte op de avond ervoor: “Het werd avond en morgen,  de eerste dag”.  Daarom hoor ik niet graag spreken over de weekendeucharistie; ook op zaterdagavond gaan we naar de zondagseucharistie en beginnen we de dag te vieren van de verrijzenis van onze Heer.

Je hart voorbereiden

Naar die zondageucharistie leef je wat toe. Je kan dat uitdrukken in je kleding, maar belangrijker is het dat we er innerlijk  naar toe leven. En als gezin. Ik weet het, het is veel gevraagd. We zijn wellicht druk  bezig geweest – zeker als je op zaterdagavond naar de zondagseucharistie toe wil – en dan is het meestal wel wat haastig en gauw dat we trachten gereed te zijn om samen erheen te kunnen gaan.

Gelukkig is er nog zoiets als ‘onderweg’. Met de auto is dat natuurlijk kort meestal. We gaan eventjes niet vitten over kleinigheden of snel nog wat ruzie maken over een of ander. Laat het een prettige verplaatsing zijn. Er zit toch ook een stuk verkwikking in van de riem van het drukke bestaan eens te kunnen afleggen en eens iets heel anders te gaan doen.

Huis van God

Realiseer U bij het binnentreden van de Kerk of kapel de nabijheid van de Heer en wees blij met de personen die er reeds zijn; druk dat uit in uw vriendelijkheid. De aandacht voor de mensen hoeft ons nog niet weg te trekken van onze aandacht voor God. Maar begroet ook  met diepe innerlijkheid uw God. Zeg Hem dat je blij bent bij Hem te mogen komen. Hij draagt je leven. Hij heeft je tot leven geroepen. Kniel of buig voor Jezus, die we aanwezig weten in de heilige reserve, het heilig sacrament dat in de katholieke kerken bewaard wordt in het tabernakel. Richt je aandacht op het kruis, symbool van Jezus totale gave voor jou en voor de hele mensheid. Wees niet afkerig van wat heiligenbeelden die er misschien nog staan in jouw kerk: die beelden herinneren ons aan mensen die ons zijn voorgegaan in het geloof, die ons het geloof hebben doorgegeven en die in feite deel uitmaken van die grote kerkgemeenschap. Zij zijn reeds gearriveerd. Rustend aan het hart van God delen ze in zijn aandacht voor ons en spreken zij voor ons ten beste, naar het voorbeeld van Jezus, onze grote Herder.

Wees blij met uw priester, al is hij bejaard of al heeft hij niet alle talenten die je een priester zou toewensen. Bid voor hem. En bid voor allen om je heen, dat allen voldoende innerlijke aandacht zouden hebben voor het grote mysterie dat gevierd gaat worden.

De Woorddienst

“In de Naam van de Vader...” Vanaf de eerste woorden weten wij ons al in eenheid met de Drieëne God, die ons wil opnemen in zijn goddelijk leven. Bewust van onze kleinheid vragen wij Hem om barmhartig te zijn en samen willen wij Hem dan ook groot maken, feliciteren met zijn groot scheppings- en nog groter verlossingswerk. Laat ons zingen voor Hem die Liefde is. De priester gaat ons dan voor met een kort gebed en daarna luisteren wij naar het woord van God. Hier of daar zal ons een woord raken en wellicht zal ook een of ander woord van de homilie de weg vinden naar ons hart. Niet om daar te verstarren, maar om tot leven te worden in ons leven, ons denken, ons spreken, ons handelen.

Als een gebed willen wij ons geloof uitspreken, het is goed om weten – wanneer Gods woord ons geraakt heeft en verzameld – dat we ons gezamenlijk geloof uitspreken, het geloof van ons doopsel, het geloof van zoveel generaties voor ons. Solidariteit spreekt ook uit de voorbeden; hopelijk zijn ze niet te wereldvreemd, ook niet in hun verwoording. Bid voor de mensen uit jouw buurt, je familie, je collega’s, en de noden over de hele wereld…

De geldinzameling lijkt ver af te staan van de heilige handeling van de Eucharistie, maar eigenlijk is het een uitdrukking ten overstaan van God dat we erkennen dat we alles uit zijn hand hebben ontvangen en als teken van dat bewustzijn geven we iets van wat Hij ons schonk: ik geef U dit God, omdat ik me bewust ben dat al wat ik heb U toebehoort. Die gave, die tiende wordt aangewend voor de eigen kerk of voor allerlei noden.

Eucharistische dienst

Brood en wijn worden aan God aangeboden, we bieden ook die materiële gaven en onze eigen persoon aan opdat dat alles in eenheid met Jezus’ levensoffer geheiligd mag  worden.

Het grote dankgebed, met prefatie en loflied Heilig gaan vooraf aan de aanroeping van Gods Geest om in de gaven van brood en wijn Jezus’ heilbrengend bestaan aanwezig te stellen en ze voor ons te maken tot Lichaam en Bloed van Jezus. Na de consecratie vraagt de priester dat Gods Geest ook ons zou maken tot het Lichaam van Jezus: zijn volk dat in deze wereld van Hem mag getuigen door woord en leven. We gedenken onze overledenen en het huidige volk van God en we vragen om eens met onze zussen en broers, die nu reeds in de heerlijkheid zijn, Gods liefde te bezingen die Hij ons getoond heeft in de gave van zijn geliefde Zoon.

Nadat de priester expliciet Jezus heeft aangeboden aan de Vader bidden wij het Onze Vader. Dit gebed van Jezus staat goed op zijn plaats vooraleer we aan tafel gaan: het bewustzijn van Gods vaderliefde, de beslissing om zijn wil te doen en vooral onze medemensen vergiffenis te schenken. Wij vragen dat we ook innerlijk genezen worden en bevrijd van alles wat ons innerlijk gebonden houdt. God is groter dan ons hart en Jezus, het Lam Gods geeft ons de vrede. De vrede wordt ons toegewenst en we mogen die aan elkaar doorgeven; de vrede die Jezus zijn vrienden toewenste, vrede die de wereld niet kan schenken. Innerlijk goed voorbereid mogen wij dan Jezus ontmoeten, samen. Een korte samenspraak met de Heer is zeker op zijn plaats. Het is niet goed dit grote geheim zomaar aan ons voorbij te laten gaan door kleine afleidingen, door gedachten aan aardse zorgen of plannen… De priester richt zich nog even tot God en deelt ons Gods zegen mee.

Zending

Dan worden wij ‘gezonden’:” Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn”.

De rest van onze dag en onze week wordt een heilige ruimte waarbinnen wij gezonden worden. Gezegende zondag!

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

 

HET HEILIG HUIS VAN LORETO (2)

door: Ben Van Vossel

De ‘legende’ wat meer uitgesponnen

De legende is dus gedeeltelijk gesponnen op historische feiten. Zo zijn er documenten die vermelden dat het heilig huis in Nazareth nog intact was op een vrij late datum. De heilige Lodewijk, Koning van frankrijk woonde in 1253 de H. Mis bij in Nazareth in dezelfde ruimte waar Maria de Boodschap van de engel ontving.  Maar enige decennia later, in 1291 treffen volgens de legende Dalmatische herders een wonder uitziend gebouw aan in een veld te Tersatto (Slovenië), waar de avond tevoren nog helemaal geen gebouw was en evenmin bouwmateriaal. In het huis trof men een oud altaar aan, een Grieks kruis en een wonder beeld van Maria. De parochiepriester zei dat dit het huis van de heilige familie was en dat hij daarvan in een droom over ingelicht was. De gouverneur van Dalmatië zond een delegatie naar Nazareth die hem bij haar terugkomst meedeelde dat het  heilig huis daar inderdaad verdwenen was en dat de lengte en breedte van het huis in Tersatto dezelfde waren als die van de fundamenten ervan in de basiliek van de Aankondiging te Nazareth. Opvallend was verder dat het huis daar in Tersatto was gebouwd met een soort kalksteen, mortel en cederhout, materialen die wel gemeengoed waren in Nazareth maar die in Dalmatië helemaal niet verkrijgbaar waren. 

Nu, dat onderzoek moest wel snel gebeuren want (en het begint nu echt een speciale geschiedenis te worden) in 1294 staat het huis plots op de Italiaanse kusten van de Adriatische zee, in een woud dat Lauretum werd genoemd, in de omgeving van Recanati. Volgens een bepaalde traditie gebeurde het vertrek omdat het huis daar in Slovenië maar matig vereerd werd. Een andere bron vermeldt dat het gebeurde toen de moslims Albanië veroverden en er gevaar bestond van profanatie. Een bepaalde traditie verhaalt dat dit bos aan een voorname vrouw toebehoorde die “Loretha” heette (vandaar de naam ‘Loreto’; maar een andere traditie zegt dat die naam er gewoon op wijst dat dat bos een Laurierbos was). In dat bos werden de pelgrims en bezoekers evenwel vaak overvallen door rovers, en zo verplaatste het huis zich weer een eind verder, op een open plaats; volgens andere gegevens was het op een berg.. Het was nog niet het einde van de reis, want de twee broers, eigenaars van het terrein, maakten nogal hevig ruzie en het huis verdween dan opnieuw maar bleef dan tenslotte op een weg dicht bij de stad Recanati. Daar staat het nog. Omdat men deze kerk niet tot ruïne wou laten vervallen – ze had geen enkel fundament – liet men er een muur rond bouwen.

Loreto en de pausen

Ook paus Bonifacius VIII zond onderzoekers naar Tersatto, Nazareth en Loreto en als resultaat daarvan verklaarde hij dat de geschiedenis en de tradities van Loreto zeer geloofwaardig waren. De 10de december werd later het feest van de “Overbrenging van het Heilig Huis” gevierd.

Niet minder dan 47 pausen hebben gedurende hun pontificaat geknield in het heilig huis en nog veel anderen kwamen daar bidden voordat ze paus gekozen werden. In feite traden de pausen daar gewoon in het spoor van talrijke pelgrims van over de hele wereld.

Vooraleer het 2de Vaticaans concilie te openen trok paus Johannes XXIII op pelgrimstocht naar Loreto om aan O.L.Vrouw van Loreto de besprekingen van het concilie toe te vertrouwen : “Moge dit heiligdom van Loreto steeds geopend zijn naar de wereld om zielen terug te roepen tot de heiliging van het gezinsleven”.  Voordat hij voor zijn eerste bezoek aan de Verenigde Naties vertrok bezocht paus Paulus VI als pelgrim Loreto waar hij die belangrijke zending aan de zorg van O.L.Vrouw van Loreto toevertrouwde. Hij wees op de eenheid en de vrede van het heilig gezin van Nazareth, gesymboliseerd in de icoon van Loreto, als het volmaakte model voor de Familie van de Naties om het na te volgen in hun zoektocht naar eenheid en vrede.

Vermeldenswaard

Het is ook vermeldenswaard dat de litanie van Onze Lieve Vrouw (zie in vorig nummer), zowat de mooiste en meest poëtische uitdrukking van Maria’s deugden en haar betekenis voor de hemel en de aarde, de naam draagt van “Litanie van Loreto”. 

Verder opmerkenswaard is het feit dat het heiligdom omzeggens geen schade heeft ondervonden van al de oorlogen en revoluties die van de 13de tot de 18de eeuw Italië onveilig maakten. Terwijl de legers van Noord naar Zuid en van Zuid naar Noord trokken bleef deze heilige plaats onaangeroerd. Dit gaf het een nog groter aanzien en in de ogen van de christelijke pelgrims was het een teken bovenop dat het hier om iets ‘hemels’ ging. Het gebouw zelf staat daar nu al eeuwen, zonder echte fundamenten. Dit is des te opvallender omdat gedurende de tweede wereldoorlog nogal wat bombardementen plaatsgrepen die stevige huizen en zelfs kastelen vernielden, ook in de omgeving van Loreto, maar het Huis van Nazaret daar te Loreto weerstond zonder fundament al die aardschokken. Opmerkenswaard, inderdaad.

De franse revolutie heeft echter ook hier haar ontheiligende hand niet kunnen afhouden: alle schatten van het heiligdom werden geroofd, tot het Mariabeeld toe dat in Parijs werd uitgestald voor de kijklustigen. Napoleon III zou het later terugschenken aan paus Pius VII die het in 1802 terugbezorgde aan Loreto. Toch werd het – zoals we reeds zegden – in 1921 vernield door een brand; een ander Mariabeeld uit het cederbos van de Vaticaanse tuinen zou het vervangen.

De legende van de overbrenging door engelen (Relatio Teramani) zelf heeft oude wortels zoals in de Markuskerk in Jesu nabij Ancona waar een schilderwerk van rond 1350 twee rechtop staande engelen vertoont die het Heilige Huis (Santa Casa) dragen. Verder ook een fresco (eind van de 14de eeuw) in het Franciscanenklooster in Gubbio, waarop engelen de Santa Casa dragen met een Madonna in een stralenkrans (mandorla). In de H. Innocentiuskerk in Castelleto d’Orba (provincie Alessandria) bevindt zich een fresco van omstreeks 1400 waarop ook de overbrenging door engelen staat afgebeeld.

 

Kunstenaars

De muren van het heilig huis zijn nu omgeven door een soort marmeren kast, die door paus Julius II werd besteld en door gekende Renaissancekunstenaars werd aangebracht volgens een ontwerp van Bramante (rond de jaren 1507). Terwijl het mooie Mariabeeld uit de 14de eeuw verwoest werd door een brand, hebben anderzijds veel kunstenaars in de loop van de eeuwen hun talent gebruikt om het heiligdom te verfraaien.

Het is niet overdreven om te stellen dat miljoenen pelgrims het heiligdom bezocht hebben en het bekend gemaakt hebben over de hele wereld.

(vervolgt)

 

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 EEN SPIRITUELE TOCHT

door: Ben Van Vossel

10de  etappe: Slaap kindeke, slaap (2)

We gaan wat nadenken

Even een paar vragen om wakker te worden: Wanneer ontstaat je bewustzijn? Wanneer begin je na te denken over jezelf (je reflexief bewustzijn)? Och, dat kan al heel vroeg, over sommige kleine of grote zaken. En wanneer begin je in te zien dat je je leven in eigen handen moet nemen? En wanneer neem je maatregelen om dat inderdaad te gaan doen?

Het hoeft geen zware etappe te zijn op onze spirituele tocht nu we deze wat onverwachte vragen gesteld hebben. Geef het dus maar niet op.

Maar eerst even rusten

Zet je even rustig, binnenshuis, in de tuin of in de natuur, om het even… Laat je ogen rustig even hun rondgang maken… Laat ook de geluiden even tot je komen… Laat een glimlach op je lippen komen. Dank God voor het leven… Er zijn problemen natuurlijk. In je persoonlijk leven en in de wereld rondom. Maar nu mag je nog even die glimlach weer op je gelaat laten komen. God houdt van je. God houdt van de wereld. Jouw problemen en die van zovelen laten we op dit ogenblik even zinken in het hart van God. Daarmee zijn niet weg, maar je laat ze even rusten op een goede plaats. Straks komt God er zelf wel mee op de proppen, de juiste problemen op het juiste moment. Maar nu mag je echt ‘in vrede’ zijn. Je mag zelfs even je ogen sluiten. Als een kort deugddoend dutje.

De stormen zijn bedaard in mij

en vredig is mijn geest.

Zoals een kind op moeders schoot,

zo veilig voel ik mij. (Psalm 131)

Wegvluchten of op adem komen?

Okay. Heeft het deugd gedaan?

Maar nu willen we even wakker worden. We mogen wel zo eens op Gods schoot gaan zitten, maar daarna nemen we  buiten het cenakel onze taak weer op. Dat wij allen in ons korte bestaan hier op aarde wat geluk willen meemaken, is een normale zaak. Wij voelen ons uiteraard niet goed bij enkel wat troosteloosheid en mislukking. Soms zouden we wel op de vlucht willen slaan. Niet willen nadenken. Wegdromen. Anderen alle schuld geven. In het slechtste geval vluchten we weg in een of andere drug (vraag zelf aan de minister van justitie hoeveel gram of hoeveel slokken je dan best neemt). Teveel nadenken is niet goed, zegt men soms. Dat kan best waar zijn. Teveel is teveel. Maar te weinig nadenken brengt ook in de problemen. Daar kan je zelf ook heel wat voorbeelden bij bedenken. In het gewone leven moeten we niet teveel wegvluchten, wel moeten we een paar pauzes en een paar gezonde, deugddoende oases inlassen. In je persoonlijk leven en in het leven van je gezin.

Volwassen willen worden

Op adem komen, maar niet wegvluchten. Er niet maar op los leven, zonder nadenken, zonder je te laten aanspreken op je verantwoordelijkheid. Meedraaien met de massa. Ja-knikken. Profiteren. Je inkapselen. Zo heeft God jou niet bedoeld. We moeten verantwoording kunnen afleggen over onze daden, onze manier van leven. Dat is niet op de eerste plaats een verplichting, het is een kans, het is een geschenk van zelf verantwoordelijkheid te mogen dragen. Het biedt ons kansen tot groei in menselijkheid. Als je er over nadenkt zal je merken dat onverantwoord gedrag, de boel maar laten draaien, er maar op losleven, dat dit achteraf heel wat mensen wakker houdt. Een duidelijk voorbeeld is dat van een alcoholieker die zijn problemen wil verdrinken door onder te duiken in de (k)roes en zich een hoop problemen op de hals haalt en anderen meetrekt in zijn miserabele aftakeling. Onze spirituele tocht nodigt ons uit om af en toe eens halt te houden. Even nadenken houdt je niet wakker, niet nadenken kan je nadien ernstig wakker houden.

Een slaapplaats vol scherven

Ik had het daareven over een alcoholieker. Dat lijkt een straatje zonder einde, een doodlopend spoor. Tenzij op een dag (alleluja!) zijn of haar frank (of euro) valt en men beslist om er echt iets aan te doen. Dat men aanvaard dat men alcoholieker is en zich er naar gaat gedragen, geholpen door een goede A.A-groep. Maar ook in veel minder (?) erge gevallen, in onze gewone trein van het leven, moeten er ‘stops’ ingebouwd worden. Hebben we dat niet gedaan, dan kunnen we op een of ander moment wel eens raar opkijken. We bemerken plots hoe leeg en oppervlakkig het leven, mijn leven is. Plots bemerk ik dat ik zo ben opgegaan in het werk dat ik vrouw en kinderen niet zag staan en nu is er een afgrond gegroeid tussen ons. Of we zijn samen de weg van het knusse leventje gegaan, zonder engagement, zonder ons om de rest van de mensheid te bekommeren, of ik heb me zo voor dit of dat ingezet dat ik de rest van de realiteit niet heb gezien, en God al helemaal niet. Of… ik heb me zo voor iets godsdienstigs ingezet maar ben vergeten waar mijn sociale verantwoordelijkheid lag… En hier zit ik nu met de scherven van mijn kortzichtigheid en onbewustheid (Want alle vlees is als gras en heel zijn luister als een veldbloem. Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord des Heren blijft in eeuwigheid 1 Petr. 1,24-25).

Het opvangnet van God

Gelukkig is onze God een God van hoop,die altijd weer toekomst schept. Ik wil daarom weer even tot Hem komen en vragen mij te tonen waar mijn verantwoordelijkheid ligt. Ik wil Hem vragen dat Hij mij zijn heilige Geest schenkt, op een nieuwe wijze, opdat ik mijn verantwoordelijkheid niet zou ontvluchten en de kracht zou hebben mij in te zetten daar waar Hij mij zendt of de eenvoud zou hebben mij te laten helpen waar ik kan geholpen worden om weer bewust mee te bouwen aan een betere wereld. God onthaalt mij met mededogen en zendt mij opnieuw op weg. Meisje, sta op. Jongeman, Ik zeg je, sta op. Leven als wakkere mensen: en roeping voor ieder van ons. En als er soms een weg werd afgesloten? God opent nieuwe wegen, schept nieuwe kansen in een oude of nieuwe situatie. Leer zien hoe Hij met je gaat, wanneer je in eenvoud en vertrouwen naar Hem toekomt.

 

Logboek

Waar ontvlucht ik de werkelijkheid? Waar leef ik te oppervlakkig?

Waar bouwde ik noodzakelijke stops in in mijn dag, mijn week, mijn leven? Ik heb wat lichamelijke en geestelijke ontspanning nodig naast wat lichamelijke en geestelijke inspanning.

Hoe ga ik me herpakken?

Welke weg, welke mensen, welke gewoonten toont God me om meer bewust te leren leven?

 

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -