JAAR 2003 nr. 2

Jaargang 107 nr 2 (april - mei - juni  2003)

INHOUD  (Onderlijnd = opgenomen op deze pagina)

Kruisje geven      

Spirituele tocht (9) Slaap kindeke, slaap          Lieven Dewaer 

Alcoholpop                                         red. 

De eerste missievlucht naar Kongo (15)           door: Jozef Boon CssR  

Uw woord is een lamp voor mijn voet  red.
Bijbel over huwelijk                               red.

Het heilig huis van Loreto                                Steven De Wachter  2

Litanie van Loreto (Litanie van Maria)   

Kleine ‘Broeder  Van’ en de Rozenkransmysteries      Amis de VAN  

Katechismus v.d. Kath.Kerk (24) Wederkomst, Oordeel, H.Geest. Résum. bvv 

Uitgenodigd (1)                                               Maria-Kefasgemeenschap 

Paulus (21) Weer verhoor en verdediging        Ben Van Vossel cssr

Decaloog (8) Heilig de Dag van de Heer          Ben Van Vossel cssr 

Misintentie

Overleden (E.P. Michiel Vanacker, Mw. Rachel De Weer, M.Maurice Smet, M.Cyriel Van Daele, Mw Ghislena Verhelst)    

Sluiting Klooster Longchamps, Kerk en Klooster Hopland  

Gezinsweekend Bonheiden (21-23 febr.03)     red.  0

Boekbespreking (J.Lévêque, Stem geven aan de Geest. Simon van Blokland, Rooms-katholieke kerken in Amsterdam. Anselm Grün, Bezielend leidinggeven.)

Uitnodiging Goede Week                                               Maria-Kefasgemeenschap  

Overleden Kongomissionarissen (1) Br.Gustaaf Hendrix red.  

Opening Onthaalruimte De Bremstruik te Roeselare  

Gerardus (23) Ongeletterde godgeleerde         Gabriël Dewilde cssr 

Uitgenodigd (3)                                               Maria-Kefasgemeenschap

NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

EEN KRUISJE GEVEN

Ben Van Vossel cssr


Sinds jaar en dag is het in katholieke gezinnen de gewoonte dat ouders hun kinderen ’s avonds zegenen door hen een klein kruisje op het voorhoofd te tekenen met woorden uit het Oude Testament (de zegen van Aäron): ‘God zegene en God beware u’. Bij het ingaan van de nacht, toen kinderen nog schrik hadden van het duister en de relatieve warmte van de woonkamer moesten verlaten was dat natuurlijk als een verlengstuk van de ouderlijke zorg en zekerheid die hen vergezelde. Maar de ouders vertrouwden hun kinderen ook toe aan de liefdevolle zorg van God, een liefde en zorg waar hun eigen ouderschap maar een flauwe afstraling van was. De laatste tijd geven kinderen aan hun ouders ook een kruisje voor het slapengaan. Eigenlijk niet zo’n mis idee. Ook zij zijn gedoopte (kleine) mensen, die door hun doopsel hun priesterlijke taak mogen vervullen om zegenend in de wereld te staan. In die zin mogen zij ook de zegen uitspreken over hun papa en mama; misschien staan zij nog iets dichter bij God. En dat echtgenoten elkaar in de kracht van hun doopsel en hun wederzijdse verantwoordelijkheid elkaar ook een kruisje geven zou ook iets heel normaal moeten zijn. “God zegene en God beware u. Dat zijn gelaat u met zijn glans verlichte. Dat Hij naar u zijn aangezicht wenden mag. Hij schenke u zijn vrede en genade” (naar Numeri 6,24-26).

En over zegenen gesproken: heb jij ook de gewoonte om wanneer je door de stad wandelt de voorbijgangers te zegenen? Natuurlijk niet om iedereen een kruisje te gaan geven op het voorhoofd, maar om een zegen uit te spreken in je hart: “Heer, zegen dat jonge koppeltje daar; zegen dat oudere echtpaar; zegen die spelende kinderen, geef dat ze Jou ook mogen leren kennen. Heer, zegen al deze mensen die mijn weg kruisen, laat ze eens bij Jou thuiskomen en leid nu reeds hun wegen naar de waarheid en het echte geluk. Zegen mijn buurvrouw die weer zo luid aan het kwaadspreken is dat ik het tot hier kan horen…”

Wij moesten er maar eens meer aan denken dat wij gedoopte mensen zijn, en de mensen van Jezus zijn geroepen en gezonden om als priesters de wereld te zegenen en te heiligen. Door ons doopsel delen wij in de hogepriesterlijke zendingsmacht van Jezus. Denk eraan.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

EEN SPIRITUELE TOCHT  

9de  etappe: Slaap kindeke, slaap (1)

door: Ben van Vossel cssr

Schaapjes tellen

Op een scheurkalender las ik volgend grapje: “Een man, op wandel in de polder, ontmoet er een schaapherder die met zijn kudde langzaam voorttrekt, net zoveel oplettend en dromend als zijn hond. Een wandelaar komt langs. Hij komt in gesprek met de herder en vrij spoedig stelt hij de beklemmende vraag naar het aantal schapen in de kudde. Antwoordt de herder: Ik zou het niet weten, telkens ik ze begin te tellen val ik in slaap.”

Schaapjes tellen dus. Ik weet niet of sommige mensen deze remedie in praktijk brengen om toch maar in slaap te geraken. Voor veel mensen is “de slaap vinden” een probleem. Voor sommigen enkel af en toe, voor sommigen een hele periode van hun leven, voor sommigen blijft het vanaf een bepaalde leeftijd een voortdurende kwaal. Nogal wat bejaarden hebben er last van, maar je kan ook een hoop zorgen hebben of een permanente onrust als het ware in je lijf dragen, of nog, het kan zijn dat bepaalde lichamelijke kwalen je kwellen, maag, darmen, lever, reuma… Slapeloosheid, een kwaal, omdat een mens nu eenmaal nood heeft aan slaap. Het is nochtans niet onze opzet de belangrijke functie van de slaap uit de doeken te doen. Wel even bekijken hoe de kwaliteit van de slaap misschien kan verbeteren door de slaap een plaats te geven in onze spirituele tocht.

Een die kon slapen en waken

In de Bijbel tref je mensen aan die blijkbaar heel rustig slapen en anderen die niet in slaap geraken.

37 Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep. 38 Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: ‘Meester, raakt het U niet dat wij vergaan? ‘ 39 Hij stond op, richtte zich met een dwingend woord tot de wind en sprak tot het water: ‘Zwijg, stil! ‘ De wind ging liggen en het werd volmaakt stil. 40 Hij sprak tot hen: ‘Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit? ‘ (Markus 4,35-40).

Jezus moet wel erg moe geweest zijn en anderzijds valt toch ook de rust op waarmee Hij dan wakker wordt en onmiddellijk het roer in handen neemt, maar zonder opwinding en zelfs verwonderd om de onrust van zijn leerlingen, nochtans doorwinterde vissers.

Ik zet hier maar onmiddellijk een ander voorval bij, dat misschien zelfs te maken heeft met die rust van Jezus, zijn vermoeidheid én zijn innerlijke rust:

35 Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden. 36 Simon en zijn metgezellen kwamen Hem achterop 37 en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt U.’ 38 Hij antwoordde hun: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe ben Ik immers uitgegaan.’ 39 Hij trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit (Mk 1,35-39).

Zoals we reeds eerder hebben gezien zocht Jezus hier contact met zijn thuisbasis: de permanente liefde van de Vader, en van daaruit ging Hij aan het werk

 

Je niet goed voelen in je vel

Niet iedereen kan zo goed slapen. Niet iedereen voelt zich goed in zijn vel of goed in zijn situatie. Denk aan wat Job verhaalt in het gelijknamige bijbelboek:

“Zo ken ook ik vruchteloze maanden en nachtenlang van getob.  ‘ s Avonds denk ik: ‘wanneer wordt het morgen?’ ‘s morgens: ‘wanneer wordt het avond? ‘ en zolang het licht is ben ik ziek van onrust” (Boek Job, 7,3-4).

Ja, was het maar al morgen dat ik die slapeloze nacht vol zorgen kon vergeten. Was het maar al avond dat ik kon gaan slapen en alle zorgen en drukkende omstandigheden vergeten… Een deugddoende, echt verkwikkende slaap. Maar die slaap is me niet gegund…

Er is veel dat je kan wakker houden. Zorgen om je relatie, zorgen om de kinderen, zorgen om je toekomst, om je gezondheid, om je werkzekerheid, om je goede naam, om een dwaasheid die je ooit hebt begaan. Ook zorgen omtrent je aanvaard worden. Je kan heel onzeker geworden zijn wegens allerlei andere redenen. Ja, je kan soms schrik hebben voor de dag van morgen. En dan kan je best Job begrijpen: Was het maar al avond. Was de dag maar al voorbij. Maar als het dan avond is, sta je voor een voorspelbare onrustige nacht omdat je al opziet tegen de dag van morgen… Een duivelskring.

Loodzware slaap

De apostelen vielen in slaap van vermoeidheid in de olijfhof, tijdens de doodstrijd van Jezus. (Mt 26,40-42). Ze hadden de indruk dat ze niets meer konden inbrengen, ze voelden zich onmachtig tegenover het probleem dat zich stelde. Wat Jezus doormaakte in zijn doodsangst leek hun te diep dan dat zij er bij zouden kunnen komen. Ze gaven het in feite op.  Heel de situatie verlamde hen, zodat ook dat ‘waken en bidden’ achterwege bleef.  Slaap. Slapeloosheid. Niet louter een modern probleem.

Slapen en sterven

Ontwaken uit de slaap is als het ware opnieuw tot leven komen. Ik denk aan de schepping van de vrouw uit de rib van de slapende Adam.  In die slaap, in dat onbewust zijn of in er-net-nog-niet-zijn, in dat pas tot leven komen heeft de mens contact met zijn schepper alleen. Een diep geheim. Net zoals een slapend kindje, rustend in de armen van moeder dat dan zijn oogjes opent en mama ziet. ‘Zoals een mantel om mij heen geslagen’. Helemaal geborgen. Zo hebben wij allen gerust in de armen van een liefdevolle God. En eigenlijk is de slaap dan een oefenschool voor de dood, of beter de dood is die diepe slaap waarin we bij het ontwaken opnieuw het liefdevolle gelaat ontwaren van Hem die ons het eerst heeft toegelachen, ja, wiens liefde ons tot leven  heeft gewekt.   Na de slaap van de dood wekt Hij ons nu tot het eeuwig leven. “Zachtjes ingeslapen”, zegt men soms. Dat is het laatste wat wij, mensen, aan een persoon zien gebeuren. De rest van het verhaal speelt zich af op een ander niveau. Tussen die persoon en God. Vooraleer te gaan slapen mogen wij ons toevertrouwen aan de zorgende liefde van de Vader, die ons draagt en die ons in leven houdt. Zo wordt ook de grote slaap, die de dood is, een gaan rusten en ontwaken aan het hart van God. “Ze is niet dood, ze slaapt”. In leven en dood, geborgen in God.

Kwetsbaar bestaan

Wakker zijn, actief zijn, presteren. Het lijkt erg moedig, erg stoer. We vliegen er tegenaan. Tegen de taak die ons wacht, tegen de ontmoetingen die we gaan hebben, tegen de uitdagingen van de werkdag. De wijze relativeert echter drukdoenerij. En wijs wordt je soms door tegenslag, zoals de man Job. Ons bestaan is zo kortstondig en wij zijn zo kwetsbaar. Het is prachtig dat we onmiddellijk willen gaan presteren, maar ocharme, we zijn zulke fragiele wezens. “Mijn dagen verschieten sneller dan een weversspoel, ze lopen af, de draad is ten einde. God, bedenk toch: niet meer dan een zucht is mijn leven, ik zal nooit geen geluk meer zien” (Job 7,6-7). Inderdaad, het leven is kort. Dat is nu eenmaal een realiteit die ook in de Petrusbrief opklinkt: “Want alle vlees is als gras en heel zijn luister als een veldbloem. Het gras verdort, de bloem valt af” (1 Petr. 1,24).

Hij draagt mij bij dag en bij nacht

Als een nieuwe Adam of Eva zouden we bij het ontwaken eerst door de knieën moeten gaan. Dankbaar voor de nieuwe dag zoals we dankbaar zijn voor het leven dat ons is gegeven.  Eigenlijk blijven we het leven ontvangen uit de hand van God, Hij blijft ons scheppen. Die realiteit helpt ons om onze eigen activiteit wat te relativeren, maar tegelijk geeft het een zekerheid dat ik niet de laatste verantwoordelijkheid heb. God zendt mij en ik tracht mijn dagelijkse taak dan ook zo goed mogelijk te doen. Maar eigenlijk geef ik het ook af aan Hem, dankbaar dat ik iets mocht doen. Het geeft een soort van gerustheid. Ik kreeg iets te doen vandaag, en ik heb getracht het zo goed mogelijk te doen. Hij die mij zond en die mij het leven en de kracht gaf om die taak te doen, Hij is blij met mij en met mijn bezig zijn. En Hij vergezelt mij ook in mijn thuiskomen, mijn rust, mijn ontspanning, mijn andere bezigheden, mijn slaap.

Pleisterplaats voor deze week

Vanuit het besef dat de slaap vaak in het verlengde ligt van de manier waarop ik leefde en bezig was tijdens de dag, wil ik mij erop toeleggen om het leven uit Gods hand te ontvangen, ook mijn dagelijkse taak, ook mijn ontmoetingen en ik wil naar Hem opkijken. Ik mag me gezonden weten door Hem, maar ook geborgen in zijn blijvende, liefdevolle aandacht. Dàt is de realiteit van waaruit ik mag leven. Ik wil er me deze week op toeleggen en me er op deze pleisterplaats diep van doordringen.

Logboek

Telkens deze week noteer ik een aandachtspunt waar ik me bewust wil worden van de zending door God en van zijn aandacht voor mij en mijn werk. Ik noteer een voornemen voor de volgende dag.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

ALCOHOLPOP

Het is een verzamelwoord voor een hele rits zoete drankjes, op basis van limonade, met een fris kleurtje en die gepromoot worden als veel minder gevaarlijk voor dronkenschap dan gewone alcoholhoudende dranken. Wij spreken dan bv. Over Bacardi Breezer, SmirnoffIce, Lawson Whisky. Zeer populair dus bij nogal wat jongeren op uitgangspad. Maar wat blijkt? Afgezien van het aanleren van alcoholgebruik maken deze “onschuldige” drankjes sneller dronken dan gewone alcohol. Wij zijn dat niet zelf gaan uitproberen, maar je kan het wel lezen op de website van de Nederlandse Vereniging voor Alcohol en Andere Drugproblemen (V.A.D.). Het Meander Medisch Centrum in Amersfoort kwam tot de vaststelling dat, waarschijnlijk door het hoge suikergehalte, de opname van alcohol in het bloed bevorderd wordt. Maar goed dus dat in 2002 de Belgische Senaat de verkoop van alcoholpops via drankautomaten verbood.  

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

DE BIJBEL ZEGT OOK

Het huwelijk is iets kostbaars;

laten we het allen in ere houden

en de trouw respecteren

                        (Hebr.13,4)

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

HET HEILIG HUIS VAN LORETO

door : Ben Van Vossel cssr

 

Het “heilig huis van Loreto” is een van de eerste internationaal bekende heiligdommen die aan Maria waren toegewijd; “gedurende verscheidene eeuwen is het een echt mariaal centrum geweest voor de christenheid”, zei Paus Paulus II ooit. De eeuwen door zijn er heel wat heiligen op bezoek geweest in dat Italiaanse Mariaoord, o.a. de redemptoristen Alfonsus van Liguori en Johannes Neumann, en verder Carolus Borromeüs, Franciscus van Sales, Ignatius van Loyola, Theresia van Lisieux, Franciscus Cabrini, ook kardinaal Newman en vele andere.

Maar wat is dat heilig huis van Loreto eigenlijk?  Sommige lezers van Geloof en Leven gaan serieus de wenkbrauwen fronsen, anderen zullen de bladzijde spoedig omslaan. Toch willen we in enkele artikels de geschiedenis ervan schetsen, ook de vragen die het bij hedendaagse mensen oproept en tenslotte wat de opinie is van de moderne wetenschap met respect voor de boodschap van Loreto. Even geduld dus om wat klaarheid te vinden.

Waarover gaat het?

De geschiedenis van Loreto, berust gedeeltelijk op overlevering en gedeeltelijk op historisch natrekbare feiten. Om het maar direct te zeggen: het huis van Loreto, dat zich situeert nabij de Italiaanse stad Recanati zou, volgens de traditie of de legende, het huis zijn dat Maria bewoonde in Nazareth.  Het huis dus waar ze de aankondiging kreeg dat ze moeder zou worden van de Messias, de Zoon van God.  Het huis waarin Jezus als kind en jongeman heeft geleefd. Volgens een mooie overlevering hebben de apostelen na de verheerlijking van Jezus van deze woonst een soort kerk gemaakt om niet te vergeten dat deze woning het begin had meegemaakt van de ‘volheid der tijden’, de verwezenlijking van Gods heilsplan.

Toen echter de Islamitische legers ook de heilige plaatsen bedreigden, zou dit huis  – aldus de overlevering - door de lucht naar Italië zijn overgebracht door engelen.  Ziedaar. Niet meer en niet minder. Eigenlijk nog wel iets meer want dat overbrengen gebeurde doorheen enkele tussenstations. Laat ons die legende of overlevering even op een rijtje zetten.

Een legende met historische hechtingspunten

Vooreerst maar zeggen dat het huis van Nazareth wel degelijk vereerd werd daar in het heilig Land. Dat huis, dat traditioneel voor Maria’s huis gehouden werd, bestond uit twee delen: een soort grot, waar tegenaan dan een stenen huis was gebouwd.  Als we verder over het huis van Loreto spreken, betreft het dat stenen gebouw buiten de rots. 

In 1291 werden de kruisvaarders voorgoed uit het heilig land verdreven.  Welnu, het is op dat tijdstip dat – volgens de legende - het ‘Huis van Maria’ door engelen (jawel, ‘angeli’ in het Latijn) werd overgebracht naar Illyrië (nl. Tersatto in het huidige Kroatië).  Het jaar daarop, 10 december 1294, werd het verder getransporteerd naar Loreto, na nog een tussenstop ergens anders.

Als modern mens trek je natuurlijk je wenkbrauwen op als je die transportgeschiedenis(sen) hoort. In de middeleeuwen en nog wat later vond men zo’n geschiedenissen echter fantastisch, in de zin van ‘fantastisch mooi’. Voor ons nuchter verstand is het dan wel ontnuchterend dat men een paar opmerkelijke vaststellingen deed in Loreto en Nazareth. Om te beginnen tref je zowel de structuur als de stenen van het huis van Loreto in feite niet aan in deze streek van Italië en ook de constructie van het huis is totaal vreemd aan de manier van bouwen daar.  Het is ook hoogst eigenaardig - zoals een moderne studie heeft aangetoond - dat de Nabateërs in Jezus’ tijd een speciale methode hadden om stenen te houwen en dat bepaalde stenen van het heilig huis van Loreto exact dezelfde specifieke sporen vertonen. Bovendien staan er talrijke graffiti op (kleine inkervingen) waarvan experten eens te meer oordelen dat ze duidelijk een Joods-christelijke oorsprong hebben en sterk gelijken op deze die men ook in Nazareth aantrof. Opmerkelijk!

Nog iets anders is echt treffend, namelijk dat dit heilig huis van Loreto en anderzijds de grot te Nazareth in Galilea goed in elkaar passen en elkaar goed aanvullen. Oorspronkelijk had het heilig huis ook maar drie muren, omdat de huidige Oostelijke zijde, waar nu het altaar staat, open was aangezien het huis aangebouwd was tegen de grot daar in Nazareth. De drie oorspronkelijke muren (die geen fundering hebben maar op een eeuwenoude weg staan) zijn maar een drietal meter hoog. Het metselwerk daarboven met stenen uit de omtrek werd later toegevoegd evenals de koepel (1536) opdat het geheel als een gebedsruimte zou kunnen gebruikt worden. Dit zijn allemaal factoren die erop wijzen dat dit heilig huis te Loreto inderdaad wel eens het heilig huis van de Moeder Gods zou kunnen zijn dat in vroeger tijden in Nazareth stond.

(Lees in volgend nummer: ‘De legende wat meer uitgesponnen’ – ‘Enige pausen en het heilig huis van Loreto’)

   

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

LITANIE VAN LORETO (Litanie van Maria)

De litanie van de Maagd Maria wordt ook de Litanie van Loreto genoemd omdat ze oorspronkelijk daar gebeden werd. In veel Rooms-katholieke gezinnen werd ze vroeger gebeden na het rozenhoedje en voor de 4 akten. Ze heeft veel bijbelse verwijzingen die op Maria worden toegepast.

 

Heer, ontferm U over ons.

Christus, ontferm U over ons.

Heer ontferm U over ons. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.

God, hemelse Vader, ontferm U over ons.

God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

God, heilige Geest, ontferm U over ons.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden,

Moeder van Christus,

Moeder van de kerk,

Moeder van de goddelijke genade,

Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschonden Moeder,

Onbevlekte Moeder,

Zeer minnelijke Moeder,

Zeer wonderlijke Moeder,

Moeder van goede raad,

Moeder van de Schepper,

Moeder van de Zaligmaker,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertieren Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel van gerechtigheid,

Zetel van wijsheid,

Oorzaak van onze blijdschap,

Geestelijk vat,

Eerwaardig vat,

Schoon vat van godsvrucht,

Geestelijke roos,

Toren van David,

Ivoren toren,

Gulden huis,

Ark des verbonds,

Deur des Hemels,

Morgenster,

Behoudenis der kranken,

Toevlucht der zondaars,

Troosteres der bedrukten,

Hulp der christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Aartsvaders,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

Koningin zonder erfzonde ontvangen,

Koningin ten hemel opgenomen,

Koningin van de Allerheiligste Rozenkrans,

Koningin van de vrede,

Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons Heer.

Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Bid voor ons, heilige Moeder van God,

opdat wij de beloften van Christus waardig worden

Laat ons bidden,

Geef, smeken wij, Heer God, dat wij, uw dienaren,

ons in een voortdurende welstand naar ziel en lichaam mogen verheugen

en door de glorievolle voorspraak van de heilige Maria altijd Maagd,

van de tegenwoordige droefheid bevrijd worden

en de eeuwige vreugden mogen genieten.

Door Christus onze Heer. Amen.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

KLEINE “BROEDER VAN”
EN DE ROZENKRANSMYSTERIES


Stilaan begint het zelfs in onze Vlaamse Kerk door te sijpelen dat we met de grote kerk in het jaar van de rozenkrans zijn, op uitnodiging van paus Johannes-Paulus. Van die gelegenheid maken we gebruik om iets te vertellen over de eenvoudige Vietnamese broeder-Redemptorist Van, die in een communistisch Noord-Vietnamees concentratiekamp om het leven kwam. “Het rozenhoedje, zo schrijft hij, was voor mij een intiem gesprek met de heilige Maagd Maria. Als ik haar iets wou zeggen, haar een gunst wou vragen of haar liefdevolle blik naar mij wou trekken, wist ik niet anders dan de paternoster te reciteren”. Oorspronkelijk had Van, die van zijn moeder geleerd had,  om het rozenhoedje te bidden, er nochtans veel moeite mee, zeker vanaf het moment dat men hem leerde dat hij zich moest bezinnen op de blijde, droeve en glorierijke geheimen uit het leven van Jezus. Hij kon gewoon zijn gedachten daar niet bij houden. Ziehier hoe hij dit oploste in zijn kinderlijke eenvoud. Wij citeren uit het ‘Bulletin des Amis de Van’, n° 29, janvier 2003 waar een gesprek tussen Van en Jezus wordt weergegeven uit augustus 1946 (Col 725-726).

Kleine Jezus, zopas heeft mijn Moeder Maria mij een meer gemakkelijke methode geleerd om de rozenkrans te bidden. Ik heb haar eerst gezegd: ‘Moeder, de mensen zeggen dat men, om de rozenkrans goed te bidden en aflaten te verdienen, men terwijl men de gebeden verricht het mysterie moet overwegen eigen aan ieder tientje. Het is me echter onmogelijk, Moeder, om op die manier de rozenkrans te reciteren, want ik kan helemaal niet mediteren. Ik probeer het, maar het lukt me niet’.

Welnu, zie wat Maria mij onderwezen heeft:

“In dat geval, mijn kind, biedt mij de weesgegroeten aan die je bezig bent te op te zeggen” (Ik was op dat moment bezig mijn rozenhoedje te bidden). Vervolgens voegde ze eraan toe: “Mijn kind, doe als volgt: Wanneer je een tientje begint, zeg me dan: ‘Moeder, ik bied je dit Onze Vader, en ook nog dit eerste weesgegroetje, de tweede weesgegroet, deze derde weesgegroet’ . Doe zo voort tot het einde van het tientje. Vervolgens, herbegin je zoals hiervoor.  Is het eerste tientje gedaan, biedt me dan het tweede aan, terwijl je zegt: “Moeder… enzovoort”. En je gaat zo altijd verder. Je hebt het dus niet nodig om te kunnen mediteren over dit of dat mysterie. De methode die me het meest aangenaam is en die ik zou willen zien gebruiken door de mensen boven alle andere is deze die er voor ieder in bestaat van me zijn gebeden en gedachten aan te bieden gedurende het bidden van de rozenkrans.”

Dat is alles, kleine Jezus. En sedertdien ondervind ik geen enkele moeilijkheid meer om mijn rozenkrans te bidden. Als ik mijn eerste weesgegroet beëindigd heb, offer ik haar de tweede, enzovoort tot de tiende weesgegroet en tot het Eer aan de Vader. Vervolgens ga ik over naar het tweede tientje terwijl ik dezelfde methode volg. Het is zeer gemakkelijk, kleine Jezus.

Mijn Moeder verwendt me zeer. Indien ze me zou verplichten de mysteries te overwegen, zou ik dat zeer moeilik vinden en ik zou er niet meer van houden de paternoster te bidden. Kleine Jezus, deze nieuwe methode zal ook zeer nuttig zijn voor de kinderen die doorgaans ook niet kunnen overwegen. Dankzij deze methode, zal het bidden van de paternoster ook voor hen zeer gemakkelijk vallen.

Genoeg. Ik zal me in het vervolg niet meer druk maken om te mediteren over de mysteries: ik zal er me tevreden mee stellen alles aan Maria te offeren zoals ze me onderwezen heeft, en zo zal het goed zijn…

   

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (24)

Samenvatting: Ben Van Vossel


Art. 7 “Vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden” (kkk 668-682)

 

I Hij zal wederkomen in heerlijkheid

“Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden” (Rom 14,9). Door zijn totale overgave aan de Vader is Jezus Heer geworden van alles en allen. In de Kerk is die heerschappij in kiem aanwezig. We mogen dan ook zeggen dat we nu in de laatste tijden leven.

In afwachting van het openbreken van dat rijk van Jezus mogen wij blijven bidden “Kom, Heer”, een bede die de Geest in ons hart legt (Apoc. 22,17.20). Het is nu de tijd van de Geest en de tijd om te getuigen van Gods overgrote liefde in de persoon van Jezus, maar het is ook een tijd van wachten en waakzaam zijn want het kwaad is nog volop aanwezig om ons heen en ons hart moet er aan weerstaan.

De komst van Jezus als verheerlijkte Messias kan elk moment plaatsgrijpen. In de Schrift zijn er toespelingen dat Israël Hem eerst zal moeten herkennen. Daarvan zijn soms tekenen te zien, maar het zijn christenen geweest die het gelaat van Jezus vaak verduisterd hebben voor Joodse mensen, denk aan de ‘pogroms’ in christelijke landen.

In de Schrift wordt ook vaak gesproken over een uiteindelijke beproeving, vervolgingen, valse profeten en een soort pseudo-messianisme waarin de mens zichzelf verheerlijkt in plaats van God en zijn Messias, die als mens verschenen is.

De uiteindelijke zege van het koninkrijk zal geen aardse triomf van de kerk zijn maar de overwinning van God op het kwaad. Na de laatste kosmische beving van deze wereld, die voorbijgaat, zal God zijn definitieve uitspraak doen over goed en kwaad (laatste oordeel).

II Om te oordelen de levenden en de doden (678-682)

Jezus heeft ooit een duidelijk teken gesteld voor het afwijzen van de genade en de goddelijke liefde, namelijk onze houding ten overstaan van de naaste. Het is goed daar ernstig rekening mee te houden.

God heeft het oordeel in handen van de Zoon gelegd, schrijft Johannes (5,22). Wij weten dat Jezus niet gekomen is om te oordelen maar om te redden. Het komt er op aan in ons leven de genade en de Geest van liefde niet af te wijzen, want dan veroordelen wij reeds onszelf. De verborgen gezindheid van de harten zal uiteindelijk duidelijk worden. God wil ons eeuwig geluk, laten wij zijn liefde niet van ons wegduwen.

 

DERDE HOOFDSTUK : Ik geloof in de Heilige Geest. (kkk 683-686)

 

Niemand kan zeggen ‘Jezus is de Heer’ tenzij door de Heilige Geest. Niemand bidt met Jezus tot God als zijn Vader (Abba) tenzij door de Geest. Door ons doopsel ontvingen wij persoonlijk (door de heilige Geest in de kerkgemeenschap) het geloof in Gods liefdevolle nabijheid in Jezus.

Zoals wij de Vader en de Zoon aanbidden en verheerlijken zo aanbidden en verheerlijken wij ook de heilige Geest (geloofsbelijdenis). Dat is het mysterie van de heilige Drievuldigheid. Pas in deze eindtijd zien we duidelijker hoe Gods Geest volop aan het werk is en het werk van Christus aan het voltooien is in de kerk, de gemeenschap van de gelovigen, de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam, het eeuwig leven.

Lees in volgend nummer: art. 8 “Ik geloof in de heilige Geest”

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

PAULUS (21)

Nog maar eens een verhoor en verdediging (Hand. 25-26)

door : Ben Van Vossel cssr

 

“Op de keizer hebt ge u beroepen, naar de keizer zult ge gaan.” Dat was het einde van het proces met de Joodse aanklagers er bij. Paulus bleef dus in afwachting in de gevangenis. Maar het wil wel lukken dat een paar dagen later reeds koning Agrippa II en zijn zus Bernice uit zijn Noordelijk gelegen tetrarchie (bij Cesarea van Filippus, zoon van Herodes, bij de bronnen van de Jordaan) in Cesarea komt om de nieuwe Procurator te feliciteren.

Een Romein die iets wil bijleren over Joodse kwesties

Waarom begint Festus nu tegen die koning over Paulus te spreken? Gewoon als interessante tijdvulling of omdat hij inderdaad verwacht dat Agrippa iets meer van dat soort zaken afweet dan hij, nieuwbakken Romeinse procurator? Dit laatste zou wel eens het geval kunnen zijn, want hij moest de zaak schriftelijk voorleggen aan Rome en dan noteer je best geen dwaze zaken. Als Agrippa zich dan laat ontvallen dat hij Paulus wel eens zelf aan het woord zou willen horen maakt Festus er een grootse zitting van in de audiëntiezaal. Hij laat Paulus voorleiden en legt het geval nog eens officieel uit aan Koning Agrippa. “ Daarom heb ik hem nu voor u doen brengen, in het bijzonder voor u, koning Agrippa, in de hoop na het onderzoek iets te kunnen schrijven. Het heeft, dunkt me, geen zin een gevangene door te zenden zonder tevens de beschuldigingen te vermelden die tegen hem zijn ingebracht” (Hand.25,27). Agrippa geeft Paulus dan de toelating om zich te verdedigen. Paulus steekt zijn hand op, zoals iedere redenaar dat deed bij het begin van zijn betoog.

Ik ben volgeling van Jezus, waarover de bijbel spreekt

En in zijn toespraak waarbij hij eerst Agrippa een pluim geeft om zijn kennis van de Joodse aangelegenheden, verhaalt hij dan hoe hij in het strenge Jodendom is opgevoed in Jeruzalem, ja, dat hij als farizeeër geleefd heeft, ‘de strengste richting van onze godsdienst’. Opnieuw legt hij er de nadruk op dat hij terecht staat omwille van zijn geloof in een eeuwig leven. Maar dan verhaalt hij verder hoe hij meende tegen de Naam van Jezus van Nazareth te moeten optreden en hoe hij de gelovigen heeft gevangen genomen en akkoord ging met hun eventueel doodsvonnis (cfr. Stefanus). “In alle synagogen heb ik ze herhaaldelijk door tuchtiging tot godslastering gedwongen, ja, in grote grenzeloze woede heb ik hen zelfs tot in de steden buiten ons land vervolgd” (Hand. 26,11). En dan brengt hij zijn bekering ter sprake: Hoe Jezus zelf hem tegemoet komt toen hij op weg was naar Damascus om ook daar christenen gevangen te gaan nemen, en hoe hij er letterlijk onderste boven van was. “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?  Ik zei: Wie zijt ge, Heer? De Heer antwoordde: Ik ben Jezus, die gij vervolgt.”  Hij deelt dan nog mee hoe hij door Jezus wordt opgeroepen om mensen tot het licht te brengen. Welnu, zegt Paulus, ik ben nooit ongehoorzaam geweest aan dat hemels visioen en heb de mensen opgeroepen om zich te bekeren tot God en daden van bekering te stellen. En dat is de reden waarom ze mij grepen in de tempel en mij trachtten te vermoorden.  Ik vertel nochtans niets anders dan wat Mozes en de profeten hebben verklaard dat gebeuren zou, namelijk dat de Christus (= de Gezalfde)  moest sterven en dat Hij als eerste uit de opstanding der doden het licht zou verkondigen aan het volk en aan de heidenen”.

Getuig, te pas en te onpas

Festus, de procurator kan al die (volgens hem)  Joodse nonsens niet uit elkaar houden en valt Paulus luidop in de rede.

“Ge zijt krankzinnig, Paulus, uw grote geleerdheid brengt uw hoofd op hol.” Paulus antwoordde: “Ik ben niet krankzinnig, hoogedele Festus: nee, ik spreek ware en verstandige taal. De koning (Agrippa) is ongetwijfeld van deze dingen op de hoogte en tot hem spreek ik dan ook zonder terughoudendheid. Dat iets van deze dingen voor hem verborgen is kunnen blijven geloof ik niet; het is immers niet in een uithoek gebeurd. Koning Agrippa gelooft gij aan de profeten? Ik weet dat gij aan hen gelooft.”

Agrippa zei tot Paulus: “Bijna zoudt gij mij door uw overtuigende woorden christen maken.” In dat ‘bijna’ ligt natuurlijk de tragiek van velen die flirten met het geloof maar niet de stap zetten tot echt vertrouwvol geloven.. Paulus voelt dat aan en zegt, niet zonder enige humor :  “Ik zou God willen bidden, dat vroeg of laat niet alleen gij, maar allen die mij heden aanhoren, zouden worden als ik ben, afgezien dan van deze boeien.”

Weer niets

Maar eigenlijk blijkt ook dit weer een zinledig gesprek te blijven. De koning staat op met de landvoogd en Bernice en het hele gezelschap. De zitting is achter de rug. Bij het heengaan zeiden ze tot elkander: “Die man doet niets wat dood of gevangenis verdient.” Agrippa zegt nog tot Festus: “Die man had al vrij kunnen zijn, als hij zich niet had beroepen op de keizer.” (Hand. 26,32) Spijtig dat Agrippa niet wat eerder op bezoek was gekomen bij Festus. Paulus zal toch naar Rome gebracht worden en daar zal hij te maken krijgen met keizer Nero, een onberekenbare despoot.

(vervolgt)

 

Bij mijn eerste verdediging

heeft niemand mij bijgestaan,

allen hebben mij in de steek gelaten.

Moge het hun niet worden aangerekend.

Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan

en mij kracht gegeven

om mijn ambt als prediker van het evangelie

ten einde toe te vervullen,

zodat alle volken ervan horen.

En ik werd verlost uit de muil van de leeuw.

En de Heer zal mij blijven beschermen

tegen alle boze aanslagen

en mij behouden overbrengen

naar zijn hemels koninkrijk.

Hem zij de heerlijkheid

in de eeuwen der eeuwen! Amen.

(Paulus in zijn 2de brief aan Timoteüs 4, 16-18)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

DECALOOG (8)

door: Ben Van Vossel cssr

3. Heilig de dag van de Heer

 

3.1. God, oorsprong en bestemming

Zondag. Zondagsplicht. Zondagsmis. Zondagsrust. Zondagsbezoek. Zondagse kleren. Zondagschauffeur. Zondagswandeling, zondagshumeur…

Zijn dat grotendeels woorden uit en ver of nabij verleden? Of zouden die ook nu nog in ons woordenboek voorkomen? En wat betekenen ze? Laten we het maar even hebben over het “Heilig steeds de Dag des Heren”. En laten we het niet te theoretisch houden maar het in ons leven plaatsen van mensen uit deze tijd. Ik zou bijna liever beginnen met onszelf alvorens het over de dag van de Heer te hebben. Toch gaan we dat niet doen, want we willen ons echt stellen in het licht van God. God is immers onze oorsprong en onze bestemming. Daarom vonden we het heel normaal dat we God ook eren als zodanig, dat we onszelf niet maken tot onze oorsprong en bestemming. Dat is alleen God!

3.2. De dag

We vonden het ook normaal dat we onze dag niet mogen leven zonder God daarin ter sprake te brengen, zonder Hem te eren en ons tot Hem te wenden in gebed. Om een normale christen te zijn, een normale gelovige mens. Je dag draait toch niet gewoon rond jezelf of rond je werk. Je leeft vanuit God en naar God toe. Daar kun je niet onderuit en dat is maar goed ook.

3.3. De week

Maar met onze week is er iets soortgelijks aan de hand. Het kan immers druk geweest zijn en dat was het vroeger ook. Onze oudere lezers hebben de tijd nog gekend dat de was moest gekookt worden in een grote ketel, daar moest je een hout- of kolenvuur voor stoken. Zelfs om koffie te zetten moest mijn grootmoeder een grote Leuvense kachel aanmaken; beeld je even in wat dat betekende in de zomer. Maar goed, hoewel het vroeger ook druk was, leefde men niet in zoveel werelden als wij met teevee en computer en snelle verplaatsingsmogelijkheden. Ze bleven iets normaler mens. ’s Zondags luidden de klokken en de meeste mensen trokken naar de kerk, vaak te voet of met de fiets, vaak van vrij ver. Want eens in de week wilden mensen wat meer tijd maken voor God. De zondagsmis was heilig. Dat was hen ingeprent. Vanwaar kwam die zondagsverplichting?

3.4. De zondag: de glans van de Paasmorgen

In het Oude Verbond lezen we over de sabbatverplichting. De motivatie om die dag niet uit te zijn op of te werken voor materieel voordeel klonk als volgt: God rustte ook de 7de dag van al het werk dat Hij tot stand had gebracht in dat grote scheppingswerk. Christenen hebben na enige tijd die aandacht voor de 7de dag verschoven naar de 8ste of  liever naar de eerste dag, en ze noemden hem de dag van de Heer. Zij bedoelden daarmee: de dag van de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus. De glans van de Paasmorgen geeft aan elke zondag een speciale belichting. Het wordt een dag van vreugde. Gods liefde heeft Jezus opgewekt na een leven in dienst van God en de mensen. Het is een dag van hoop. Want Jezus verrijzenis is een signaal voor allen die in zijn spoor leven en die dank zij zijn overwinning meegetrokken worden in zijn zege op de dood.

Op die dag mogen wij ons gerust eens op ons Paasbest vertonen, niet om als pauwen te paraderen, maar gewoon om uiting te geven aan ons christelijke vreugde over Jezus’ verrijzenis die vooruitwijst naar onze eigen verrijzenis.

3.5. De zondag: vierend samenzijn met de Jezusgemeenschap.

In Jezus’ Naam, Hij die de Levende is, komen zijn volgelingen samen. Wij komen Hem vieren: alles wat Hij voor God en in onze dienst en tot ons heil heeft verricht; zijn leven, zijn dood en verrijzenis en zijn terugkomst in heerlijkheid. Met Jezus vieren wij de liefde van de Vader. Wij komen Gods woord beluisteren en laten ons opbouwen tot een gelovig volk dat het woord wil laten vlees worden in het leven van elke dag. De communie betekent dat we Jezus ontvangen die zich als voedsel aanbiedt. Je kan geen reden vinden om je regelmatig aan dit samenkomen te onttrekken. Dit wekelijks samenkomen is voor de christelijke gemeenschap en voor de afzonderlijke christen levensnoodzakelijk. Het zou een armzalig samenkomen worden als men principiëel zou kiezen voor iets anders dan de Eucharistieviering, al blijft het belangrijk dat men ook samenkomt rond het woord van God. Voor de afzonderlijke christen betekent ‘wegblijven’ nog min of meer dat men zijn geloofsleven in groot gevaar brengt. Maar eigenlijk spreekt het van een ongehoorde ondankbaarheid ten overstaan van de vindingrijke liefde van de Heer, wanneer men wetens en willens de zondagseucharistie zou verwaarlozen. Omdat voor sommige christenen dit blijkbaar toch een bekoring was heeft de kerk van die zondageucharistie een zondags-”plicht” gemaakt. Samen God loven, zich onder zijn woord stellen, Jezus grote daden dankbaar gedenken, Jezus ontmoeten in het heilig sacrament. Wat een genade, wat een edele plicht!

3.6. De zondagsrust

Christenen zijn kinderen van hun (drukke) tijd. Maar zij hebben ook een kritische rol te spelen. Eerst en vooral toch maar zeggen dat Jezus soms werkte op sabbat en dat werd hem niet steeds in dank afgenomen. Hij relativeerde de sabbat, om de liefde te laten voorgaan; zo zien we hem af en toe een zieke genezen, iets wat niet mocht volgens de strenge observantie. Jezus was een vrij mens.

Maar van een ander standpunt uit moet een christen ook een vrij mens zijn, namelijk om alles eens rustig aan te doen in plaats van steeds maar gestresseerd slaaf van het werk te zijn. God rust op de zevende dag. Hij geniet van zijn scheppingswerk. Zo moet ook de christen een vrij mens zijn. Tijd kunnen geven aan God, zijn oorsprong en als kind van God ook tijd kunnen gunnen aan zichzelf; hij mag ook blij en dankbaar genieten van de schepping. Wij hebben nood aan die tijd voor God en aan de vreugde om die dag van de (verrijzenis van de) Heer, en wij hebben nood aan wat ontspanning voor geest en lichaam, zoals het Geloofsboek citeert uit het kerkelijk wetboek (can. 1247). De mens heeft nood aan die ontspanning en het contact met de natuur om psychisch gezond te blijven. Wij zijn geen slaven, maar vrije kinderen van God.

3.7. Zondagse activiteiten

Wat dan met het werk? Ik citeer uit het Geloofsboek: “Heel wat mensen hebben op zondag inderdaad allerlei diensten te verzekeren: in hospitalen, openbaar vervoer, de horecasector, de veeteelt, en het noodzakelijk onderhoudswerk. Zij dragen op hun manier bij tot de vrijheid van hun broeders en zusters. Christenen hebben daarom de opdracht aandacht te hebben voor wie op zondag dergelijke diensten waar moet nemen; zij moeten er voor zorgen dat zij niet ten onrechte nog méér belast worden” (p. 169).

Maar afgezien van dat soort onontkoombaar zondagswerk, biedt de zondag aan velen van ons de kans om wat meer aandacht op te brengen voor elkaar. Wat gratis tijd schenken aan elkaar, aan de kinderen in het gezin. Tijd voor een familiebezoek, voor een bezoekje aan een zieke uit de buurt; dat hoeft geen uren te duren. Iets vriendelijker en meer ontspannen omgaan met elkaar. Eens samenkomen met een of andere groep, jeugdbeweging. Wat gezelschapsspellen, een kaartje leggen… Wat kleur geven aan het leven. Vrije kinderen van God. Zondag. Zo’n dag! (vervolgt)

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

ZORG VOOR HET GEZIN

Meer dan twintig jaar legt de Maria-Kefasgemeenschap - waarvan zowel gezinnen als ongehuwden deel uitmaken - zich toe op de zorg voor het gezin. Het gezin dat zo onder druk staat in onze moderne samenleving, die af en toe goed de pedalen kwijt raakt. Speciaal voor de christelijke gezinnen wil de Gemeenschap zich dan ook inzetten opdat ze elkaar kunnen ontmoeten op halfjaarlijkse gezinsdagen en jaarlijkse weekends (soms zelfs een cyclus van 3 weekends), en tegelijk wil ze zorgen dat echtparen daar ook verdere vorming krijgen in het samen op weg gaan binnen het gezin.

Gezinsweekends

Van 21 tot 23 februari 2003 was er zo’n weekend te Bonheiden (opnieuw 7/8 febr.2004 Voskenslaan 56 Gent). Doorheen onderricht, tijd voor het echtpaar, gebed om vrijmaking en genezing van innerlijke kwetsuren, maar ook doorheen ontspannen samenzijn, gezamenlijke uitstap met de kinderen (en er waren er nogal wat) mochten we ervaren wat een enorme rijkdom huwelijk en gezin betekenen voor het echtpaar en de kinderen. En wat een geweldige energie ons geboden wordt door ons  christelijk geloof, het bewust beleefde sacrament van het huwelijk, het gezamenlijk gebed en het vieren van de Eucharistie.  Een grote dankbaarheid vervulde de echtparen om de genade van dit samenzijn met elkaar en met de levende Heer, die wonderen doet aan mensen en gezinnen. God laat het gezin niet vallen, al wordt het nog zo belaagd door de hedendaagse mentaliteit van (inter-)nationale politiek en media.

   

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

De weg naar Pasen in de Voskenslaan te Gent

Palmzondagviering om 18.30 uur..

Van deze viering willen wij een huldeviering maken van Jezus, onze Heiland, die voor ons zijn Pasen gaat voltrekken.. “Hij had de zijnen in de wereld liefgehad, nu gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe”.

Maandag in de Goede Week: Biechtviering om 20 uur.

Deze viering gebeurt gezamenlijk maar men kan in de viering naar een van de priesters gaan om nadrukkelijk om vergeving te vragen. Het sacrament van de verzoening is een intreden in de verzoening met God die Jezus voor ons bewerkt heeft. Het is een viering van de barmhartige liefde van de Vader. Het is een bij uitstek Paassacrament. Op Paasavond komt Jezus bij zijn vrienden en zegt: “Ontvang de heilige Geest. Wie gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven”.

Liturgisch morgengebed op Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag

Om 9 uur ‘s morgens zingen we samen de Lauden ( lofprijzing) op Witte donderdag, Goede vrijdag en Stille zaterdag in de weekkapel.

Witte donderdag (viering om 20 uur)

We gedenken de instelling van de Eucharistie tijdens het Laatste Avondmaal samen met de instelling van het priesterschap binnen de Jezusgemeenschap.  We willen dan ook bidden voor de priesters en voor priesterroepingen. Tegelijk willen wij onze beleving van het sacrament van de Eucharistie laten vernieuwen door het bewust vieren van de oorsprong ervan. In de loop van de avond laten wij ons ook diep doordringen van het teken dat Jezus stelt in de Voetwassing. Het voorbeeld van dienstbaarheid in plaats van anderen in onze dienst te stellen of te gebruiken, het thema van dit Pastoraal Jaar.

Die avond vieren we ook de aanvang van Jezus’ lijden,  zijn doodstrijd in de Olijfhof, zijn arrestatie,veroordeling, bespotting en opsluiting. We mogen Hem solidair zien met zovelen die onschuldig werden vervolgd, veroordeeld, bespot, opgesloten...

Goede vrijdag (viering om 20.00 uur)

Dit is de dag van onnoemlijk lijden van onze Heer. En van eenzaamheid. Hij kwam om te redden “maar de duisternis nam Hem niet aan”. “Gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een kruis”. “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”. Er is geen eucharistieviering, wél een communiedienst na de lezingen (met het Lijdensverhaal), de voorbeden en de kruisverering. Als je wil mag je  wat eenvoudige bloemen meebrengen.

Paaswake (viering op zaterdagavond om 20.00 uur)

Achtereenvolgens hebben we de wijding van het licht, de lichtprocessie met de Paaskaars, het bezingen van de Paaskaars als symbool van de verrezen Heer.  De lezingen helpen ons om Gods grote daden te gedenken in de schepping, in de redding van mensen (doortocht door de Rode zee) en vooral in  Jezus’ verrijzenis die het antwoord van de Vader is op zijn leven van liefde. In de liederen en de lezing van het evangelie klinkt de Paasvreugde door. Na de Paashomilie en de wijding van het (doop- of wij-) water,  vernieuwen wij onze doopbeloften om te weerstaan aan het kwaad en te leven volgens Gods verlangen. In het verder verloop van de Eucharistie gedenken we dan weer alles wat Jezus voor ons heeft volbracht en dat Hij verrezen is en terugkomt in heerlijkheid. De communie brengt ons in innig contact met Hem en zo met elkaar als kinderen van dezelfde Vader.

Paaszondag (vieringen om 9.30 en om 11.00 uur)

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

OVERLEDEN KONGOMISSIONARISSEN

1. Broeder Gustaaf Hendrix (1875-1902)

Gustaaf Hendrix werd geboren te Peer op 15 januari 1875. Op het bisschoppelijk college van Peer begon hij aan zijn humaniorastudies (Middelbaar) en trad dan in 1892 in bij de Redemptoristen in het noviciaat te Sint-Truiden. Na het noviciaat begon hij aan de voorbereidende studies op het priesterschap: filosofie en theologie. Spoedig bleek dit echter wat te hoog gegrepen. Toen hij inzag dat hij er inderdaad  niet de nodige capaciteiten voor had besloot hij om binnen de congregatie lekebroeder te worden. Een goede keuze zoals later bleek. Op 1 november 1896 deed hij zijn religieuze professie te Beauplateau, vlakbij het dorpje Tillet, niet al te ver van Marloie en Bastenaken. Zo gauw de Belgische Redemptoristen besloten om de Kongomissie over te nemen van de Gentse diocesane priesters vroeg broeder Gustaaf de gunst om er zich ook te mogen inzetten.

Naar Kongo

Hij kreeg inderdaad de toelating om te vertrekken. Samen met de paters Simpelaere en Veys en broeder Emile Bultinck vormde hij zo de 3de groep Redemptoristen-Missionarissen voor Kongo. 16 december 1899 vertrokken ze vanuit Antwerpen met de ‘Stanleyville’. Na de toen vrij lange boottocht, met onderweg het bezoek van Neptunus bij het overschrijden van de Evenaar, landden ze in Matadi op 11 januari 1900. Van de ene eeuw naar de andere. Onmiddellijk werd broeder Gustaaf naar Kinkanda gezonden, waar hij zeer vaak alleen zou blijven, belast met zorg voor de weeskinderen. Met hart en ziel zette hij zich voor die kleine zwarten in en met veel geduld en goedheid wist hij ze te vormen tot deugdelijke mensen en christenen. In de annalen wordt vrij kort aangegeven hoe hij op 23 april, bij zijn terugkeer van een broederretraite te Kinkanda, hevige koorts vertoonde en kort daarna, op 26 april overleed aan de gevolgen van een hersenkoorts.  Hij werd begraven op het kerkhof van Kinkanda. Broeder Gustaaf was toen 27 jaar en de allereerste Redemptorist die in Kongo overleed, de eerste van een lange rij. Slechts twee jaar had hij zich aan zijn missionaristaak kunnen wijden, maar zijn goedheid en toewijding hadden diepe indruk gemaakt op de kinderen voor wie hij de zorg kreeg toevertrouwd. En niet allen op hen. Getuige hiervan een brief van pater Billiau van 29 april 1902 die aan pater Provinciaal van de toenmalige Belgische Provincie een roerend beeld schetst van deze broeder:

Een roerend getuigenis

“Gij hebt reeds het droevig telegram ontvangen (nvdr op 6 mei, de brief deed er nog veel langer over), dat u de dood meldt van onze broeder Gustaaf. Hij is bezweken ten gevolge van een hersenziekte, zaterdag 26 april, feestdag van O.L.Vrouw van Goede Raad. Van al wie in de Kongo zijn, gewende hij zich het best aan het klimaat. Zijn koortsen waren licht, zijn onpasselijkheden en andere ongemakken, die de Afrikaanse lucht meebrengt, deden hem minder kwaad dan aan wie ook.

Nochtans, sedert een maand of twee (in het slecht seizoen) was hij wat vermoeid. Ik heb hem dan zijn grote retraite laten gaan doen in Kimpese, waar het niet zo heet is. Dan heb ik hem toegelaten zijn medebroeders van Tumka te gaan bezoeken. Helaas, zonder het te weten nam hij voor goed afscheid. Op 12 april keerde hij opgeruimd en goed uitgerust terug van zijn reis. Vol ijver hernam hij zijn werk, maar acht dagen later overviel hem een lichte koorts. Toen ik de 23ste te Kinkanda kwam vond ik hem bedlegerig. Vrijdagavond ontving ik een briefje van pater De Ronne die te Kinkanda is waarin hij mij liet weten dat volgens de arts de koors een slecht keer nam. Onmiddellijk begaf ik me weer naar Kinkanda. De broeder was heel ziek.Ik heb de hele nacht bij hem gewaakt. Hij was zeer onrustig, maar ‘s morgens week de koorts door de geneesmiddelen. Toch was ik er nog niet helemaal gerust in. Aangezien het ‘s anderendaags zondag was, moest ik terug naar Matadi. Om halfdrie kwam men mij zeggen dat de broeder ging sterven. Ik keerde terug, maar toen ik aankwam, was broeder Gustaaf juist gestorven, na de laatste hh. sacramenten ontvangen te hebben. 

Met de goede broeder Gustaaf verliezen wij een voorbeeldig broeder. Kinkanda is een moeilijke post. Elke acht dagen is er te Kinkanda een andere pater, maar de broeder is dezelfde, zodat alles op hem berust. Men leeft daar afgezonderd. De goede broeder maakte daar gebruik van om als Karthuizer te leven. Zijn biechtvader had hem waardig bevonden dagelijks te comuniceren (we zijn in 1900 nvdr). De minste verlangens van de paters die te Kinkanda kwamen werden uitgevoerd. Hij was een voorbeeld van regeltucht: hoewel hij overlast was door allerlei werk deed hij toch stipt al zijn godsdienstige oefeningen. Na het ontbijt ging hij naar het veld om het werk van de kinderen te leiden. Rond elf uur kwam hij terug en bracht, vóór het bijzonder (gewetens-)onderzoek, nog een bezoek aan het h. Sacrament. Ik herinner me niet dat hij daar ooit ontbroken heeft tijdens de acht maanden dat ik daar met hem gewoond heb. ‘s Namiddags deed hij de kinderen de katechismus opzeggen, en terwijl zij daarna hun les leerden, deed hij zijn geestelijke lezing. Nooit zou men de broeder ontmoeten, noch op het veld, noch in het gaan of terugkeren, zonder dat hij zijn rozenkrans in de hand had. Hij was het die onder de kinderen de mooie gewoonte ingevoerd heeft de rozenkrans te bidden wanneer zij naar het veld trekken. Volgens mij leefde de broeder als een heilige temidden van al zijn werk.  Wij betreuren zijn verlies voor onszelf, maar luid verklaar ik dat hij op korte tijd een schone kroon van verdiensten verworven heeft.

Wij hopen, zeer eerwaarde Pater, dat gij ons in zijn plaats iemand zult zenden, die hem waardig zal vervangen.

Joseph Billiau, Redemptorist.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -