JAAR 2003 nr. 1

Jaargang 107 nr 1 (januari - februari - maart  2003)

INHOUD  (Onderlijnd = opgenomen op deze pagina)
 

Mag er nog licht zijn? Door: Anneke Duym

Het een doen en het ander niet verwaarlozen  (Lk.11,42) Evenwichtig christelijk denken

De eerste Missievlucht naar Kongo (14) door: Jozef Boon CssR Eenzame uren

Evangelizare pauperibus  Het Blijde Nieuws brengen aan de armen Maria-Kefasgemeenschap

Katechismus van de Katholieke Kerk (23) Samenvatting: Ben Van Vossel

De Rozenkrans van de Maagd Maria Naar Paus Johannes-Paulus II

De Lichtende Mysteries

Gerardus (22). Moeder en kind. door p. Gabriël Dewilde cssr

Wat Tieners op het hart ligt  Brondagen november 2002

Paulus (20)  Een proces in schuifjes (Handelingen 24-26) door : Ben Van Vossel cssr

In de vrede van de Heer

Wat ik bijleerde op de relatiedag

Decaloog (7) 2 Gods Naam eren (vervolg) Ben Van Vossel cssr

Korte gebeden van tieners  Tienertreffen van 9 november 2002 in ‘Oase in de Stad’.

Qumran (7) Relatie met het christendom en met Christus  (vervolg en slot) door: Ben Van Vossel cssr

Een spirituele tocht  8e etappe: Waarheen de reis? door: Lieven Dewaer

Redemptorist wordt Trappist

Meegedeeld door de Maria-Kefasgemeenschap : Verhuis Gemeenschap en Gebedesgroep

Vormingsreeks  “Bidden en Getuigen”

Boekbespreking (RADCLIFFE, Timothy - , Vrienden van God. LOUF, André -, Met Gods genade. HELDERENBERG, Gery -, Een boog in de wolken.  GRÜN, Anselm -, Beelden van Jezus. STINISSEN, Wilfried  -, Zorg om de ziel.  Over spirituele begeleiding. WEST, Elisabeth -, Gelukkig zijn, hier en nu.  BROERS, Arjan, Dwarsliggers in naam van God.  DRIESSEN, Iny – en DE WILDE, Anna-Maria -,  Bij dag, bij nacht.  Psalmen herschreven). 

 

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

  MAG ER NOG LICHT ZIJN?

 

Door: Anneke Duym

God is niet dood

We horen het meer en meer… kerken lopen leeg, de ‘jeugd van tegenwoordig’ kent geen waarden meer en geloof zit gewoon niet meer in de lift…

En dan zie je een enorm aantal jongeren van over heel de wereld naar Canada trekken om daar hun geloof te vieren gewoon omdat de paus hen daar had uitgenodigd.  Voor mij was er ook nog de vraag: Hoe ga ik om met de interesse die mijn leerlingen tonen als ik hen vertel over God en de bijbel? Dat betekent toch iets!

Nee, ik ben niet te idealistisch als ik zeg dat jongeren een heel sterk religieus gevoel hebben. Ze zijn wel degelijk op zoek naar meer. Toegegeven, ze moeten niets hebben van voorgekauwde ideeën, lege begrippen en schijnheiligheid, maar ze staan wel open voor dat Licht. Sommigen kunnen het misschien niet definiëren of plaatsen. Ze weten misschien niet goed hoe ze ermee om moeten, maar het is er wel en het doet vragen rijzen. Elke dag opnieuw… En zo is het ook bij mezelf.

Op zoek naar God

Elke dag opnieuw ben ik op zoek naar die Ene, die een woordeloze diepte is. God, die ervoor zorgt dat we onszelf kunnen overstijgen. Die Andere, die diep in ons hart woont en toont wie we ECHT zijn. Iemand die met een eindeloze liefdesblik naar ons kijkt. God, voor wie ik nu eens uitbundig wil dansen en zingen en dan weer wil danken door het heel stil te maken en te luisteren naar zijn stem, die fluistert in de wind, murmelt in het beekje of het gewoon uitschreeuwt in de Niagara-watervallen. Die liefde die ons één maakt en leert vergeven.

Die zoektocht bracht me dus naar Canada… Ik had geen flauw benul van wat ik mocht verwachten, maar ik vertrouwde erop dat het mooi zou zijn. En mooi is echt helemaal niet het juiste woord om te beschrijven wat ik daar gezien en gevoeld heb. Woorden zeggen niet genoeg en schieten gewoon tekort  om het beeld weer te geven dat me daar zo intens geraakt heeft. Toch misschien een poging…

Sluit je ogen en beeld je alvast veel warmte in. Warmte die voortvloeit uit een stad vol vriendschap… een traan, een lach, muziek, een knuffelpartij, veel leute, stilte, diepgang, respect, geduld, maar vooral aanvaarding. Het maakte niet uit wie je was, waar je vandaan kwam of hoe je eruit zag… je behoorde gewoon tot deze familie van duizenden jongeren.

Ik heb Hem gevoeld

Met een wijdopen hart heb ik me laten vollopen en genoot ik met volle teugen van deze intense, tedere en milde sfeer, die me deed beseffen dat het voor God was dat we daar waren en dat Hij het was die onze gedachten zo dicht bij elkaar bracht. Ik heb Hem nabij gevoeld … soms zo overweldigend sterk dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg…soms zo helend zacht dat ik er heel erg stil van werd!

Uit mijn dagboek:

Lieve God, Ik heb me nog nooit zo dicht bij Jou gevoeld. Eerst heel wat afgelachen aan tafel met mijn medepelgrims om een stom grapje. We kwamen niet meer bij. Heerlijk om nog eens zo te kunnen lachen. Na onze maaltijd moesten we ons alweer heel erg haasten om tijdig te kunnen vertrekken naar de kerk, waar de mis zou doorgaan.

Zulke intensieve en wonderlijke vieringen heb ik nog maar zelden meegemaakt. Zoveel vreugde die Jij in mijn hart legde. Ik heb er geen woorden voor. Ik waande me in de hemel en meende te vragen aan één van de Canadezen of het niet eeuwig zou kunnen doorgaan op die manier. Want zo wil ik best mijn leven slijten. Dicht bij Jou, met zoveel liefde en warmte in mijn hart… (19 juli ’02)

Oh God, Ik voel me zo goed. Ik wil hier blijven. De sfeer die hier hangt, heb ik nog nooit van mijn leven gevoeld. Mensen van over heel de wereld die samenkomen om te vieren wat ze geloven. God, we vieren dat Jij geweldig bent. Al deze mensen zijn zo prachtig en dat komt door hun uitstraling. De Canadezen vinden de stomste Vlaamse liedjes fantastisch. Je voelt gewoon dat ze ons appreciëren voor wie we zijn, voor wat we zijn. Ik heb geen woorden om te beschrijven wat me hier overkomt. Ik leef zowat in een roes. Ik geniet zo intens. ... Tranen van geluk, God. Geluk dat ik nog lang wil vasthouden. Ik was zo blind en doof… Ik wil mijn talenten voor Jou gebruiken. Talenten waarvan ik misschien zelf helemaal geen benul heb. Talenten die anderen en mezelf gelukkig maken. Ik wil helemaal geen heldin zijn in de ogen van de commerciële wereld, maar ik wil een held zijn in Jouw ogen. Jouw oneindige liefdesblik die op mij gericht is, zal me wel beschermen op mijn missie. Mijn missie om mensen te vertellen hoe grandioos Je wel bent. Ik ben zot… zot van God. Jij neemt mijn adem niet weg. Nee, Jij bent mijn adem. De adem die mijn leven waardig maakt. Adembenemend, Adem… (20 juli ’02).

Na deze prachtervaring kwam ik naar huis met gemengde gevoelens en met een heel speciale opdracht: “Wees het licht voor de wereld!”

NVDR Anneke Duym zong een CD vol met liederen die ze zelf maakte, liederen die spreken over God en over het vreugdevolle van het menselijk bestaan: “Lost Water”. Info: Burgstraat 66, 2960 Sint-Job, gsm 0497 54 41 75.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Evangelizare pauperibus  Het Blijde Nieuws brengen aan de armen. 

Door : Maria-Kefasgemeenschap

Armen? Je vind ze overal!

Redemptoristen worden gezonden naar de armen, de meest verlatenen. Als jonge advocaat trof de stichter, Alfonsus van Liguori, verlatenen aan in het ‘huis van de ongeneeslijken’ waar hij op bezoek ging. Als jonge priester trof hij armen aan in de heuvels van Scala  in de geestelijke verlatenheid van die ruwe schapenhoeders, in de steek gelaten door priesters die liever in de steden bleven waar ze allerlei materiële voordelen konden genieten (de geborgenheid in hun rijke families en de prebenden, geldelijke voordelen verbonden aan een bepaalde functie). De meest verlatenen. Eigenlijk vind je ze overal. Zij hebben zoveel gezichten. Ze lopen langs je heen. Als je oplettend bent merk je hun pijn, hun nood en vaak ook hun leegte. Het doet je pijn aan je hart hen niet steeds te kunnen helpen.

Gehuwden

Zo waren wij op een bepaald moment erg getroffen door de nood in de gezinnen, christelijke gezinnen nog wel, waar zich ook zoveel problemen stelden, relatieproblemen, problemen in de opvoeding van de kinderen; we ontmoetten er ook het probleem dat christelijk gehuwden niet meer de rijkdom, de inspiratie en kracht kenden van hun huwelijkssacrament. Denkend rond die nood, en na de eigen vernieuwende ervaringen en  inzichten, zijn enkele echtparen samengekomen om die inzichten en ervaringen ook mee te delen aan andere echtparen. Dit werd de aanvang van de Gezinsdagen die de Maria-Kefasgemeenschap sedert 23 jaar organiseert. Wij hebben gedurende al die jaren heel wat echtparen mogen ontmoeten die getuigen hoe deugddoend deze ontmoetingen zijn die tweemaal per jaar plaatsvinden.

Na contacten met de Franse Emmanuelgemeenschap zijn we ook weekends “Liefde en waarheid”, later omgedoopt tot ‘Samen op Weg’-weekends, gaan inrichten. Af en toe ook een losstaand Gezinsweekend (zoals van 21 tot 23 februari 2003 in Bonheiden). Ook de Actie ‘Adventskransen maken’ hoort thuis in dit mededogen met de nood van onze gezinnen. Wij willen het gezin opnieuw in contact brengen met de rijkdom van het kerkelijk leven, de huiskerk meelevend met de grote Kerk.  En in het gezin troffen wij ook jonge mensen aan…

Jongeren

De meest verlatenen hebben we inderdaad ook sterk aanwezig gezien in die duizenden gezichten die elke schooldag voorbij het klooster in de Voskenslaan komen; jonge gezichten, heel die schoolgaande jeugd. Duizenden… Met wat een armoede, wat een leegte, wat een geestelijke nood moeten al die welvaartskinderen door het leven, met wat een menigte misleiders en uitbuiters aan de kant van de economie, media en zelfs de politiek! Huurlingen in plaats van herders.  In welke onvrijheid worden ze geduwd door hun vrienden, welke oppervlakkigheid is hun deel! Waar zijn de opvoeders en begeleiders die nog overkomen en die ook nog echt iets (kunnen en willen) meegeven aan levenswaarden en waardevolle normen?  Wie wijst hen de weg en deelt hen  de rijkdom van het evangelie mee?  Als je dat vergelijkt met wat jongeren vroeger meekregen aan vorming, uitdagingen tot een edelmoedig leven en inzet, tot idealisme, zijn zij werkelijk aan hun lot overgelaten. Wij hebben in hen het Gelaat van de verlaten Christus gezien, of de verlatenheid van die menigte die Jezus aantrof: “Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.” (Marcus 6,34).  Dat was immers Jezus’ oorspronkelijke zending, het in praktijk brengen van het zendingswoord dat zijn publiek optreden typeerde: “De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” (Lk 4,18-19)

Vanuit de ervaring dat deze jonge mensen en tienduizenden anderen echte verlatenen zijn, overgelaten aan hun lot, zijn we in de voorbouw van het Redemptoristenklooster gestart met ‘Oase in de Stad’, nadat we biddend een jaar lang om licht en leiding hadden gevraagd. 

- Elke dinsdag en donderdag tijdens het schooljaar geeft Wouter Ghijs vanuit de Maria-Kefasgemeenschap ‘Brondagen’ voor schoolgaande jongeren, daarbij geholpen door een of andere medewerker en met de logistieke steun van de Gemeenschap. Op deze wijze treden we in het spoor en het charisma van Alfonsus van Liguori met zijn gevoeligheid voor de spirituele nood van medemensen. (Enige reacties van jonge deelnemers tref je elders in dit nummer aan op p. 17)

- Naast de ‘Brondagen’ richt de Maria-Kefasgemeenschap maandelijks ook een Tienertreffen in in Oase in de Stad (zie enige gebeden van tieners elders in dit nummer op p. 24).

- zet ze zich in voor een Jongerengebedsgroep ‘New Generation’ in Wevelgem,

- organiseert ze een Bronkamp in de zomer en het ‘Op en Top’ winterkamp.

De nood is groot!

 ‘De oogst is groot’ en op dit woord zijn velen opgestaan om U te volgen. Wij bidden U, zend in de tijd, uw Geest die stuwkracht is.”

- Na herhaalde ervaringen van ouders dat op het vlak van seksuele opvoeding en relatievorming enormiteiten werden begaan of niets ondernomen werd op veel – ook katholieke – scholen, is in ‘Oase in de Stad’ eveneens het project “Jij en ik: Een wonder!” van start gegaan sedert september 2001. Daarvoor houden we de lokalen vrij op maandag en vrijdag. De armoede en misleiding van jonge mensen op bedoeld niveau was voor ons een dringende uitnodiging van de Heer om daar iets aan te doen. Enige mensen van de Maria-Kefasgemeenschap en enige andere personen zetten zich daarvoor in vanuit hun christelijke inspiratie (zie enkele getuigenissen van jonge deelnemers verder in dit nummer p. 21)

De ‘armen’ zijn overal.  Hoe hun hart raken?

Wat voor jongeren geldt op het vlak van onwetendheid over de christelijke levensbeschouwing en de heel beperkte mate waarin men in contact komt met de christelijke waarden en de christelijke levensvisie… dit alles gaat evenzeer op voor onze samenleving als geheel.

- Binnen die leegte en betreurenswaardige onwetendheid en armoede, afgezien dan nog van de overvloed van misleiding en atheïstische beïnvloeding, wilden enkele mensen van de Maria-Kefasgemeenschap ook daar een steentje bijdragen om “de armen te evangeliseren”, ze op nieuwe wijze in contact te brengen met het Blijde Nieuws van het evangelie.  We hebben gezocht langs allerhande wegen, allerlei methoden aangewend, reeds sedert de apostolische brief van paus Paulus VI over de “Verkondiging van het Evangelie” en van de oproep van paus Johannes-Paulus II tot de ‘nieuwe evangelisatie’. We hebben ons laten bekwamen door mensen van de Emmanuelgemeenschap, de Engelse ‘Upperroomcommunity’, de ‘Pauluscursus’ e.a. en momenteel zijn we bezig met een 11de Alphacursus te geven. 

- De ‘Alphacursus’ is een basiscursus in christelijk geloven. Ook voor de meest eenvoudige mens, helemaal in de trant van de Redemptoristentraditie. Op een tiental avonden en in een wat langer samenzijn wordt de basisinhoud van het christendom naar voor gebracht en aan aantal middelen die je kunnen helpen om van binnenuit te groeien in de rijkdom van het Blijde Nieuws dat Jezus bracht. Een gezellige maaltijd opent de harten en in ongecompliceerde deelgroepen kan je beluisteren en zeggen wat er in moderne mensen leeft.  Ondertussen lijkt Gods Geest werkzaam te zijn en groeit er een soort van sympathie tegenover wat aan christelijke waarden naar voor komt. Binnen onze huidige samenleving is evangeliseren geen sinecure en we zijn reeds tevreden met weinig resultaat, tevreden wanneer enkele mensen hun leven op een wat andere manier gaan inrichten, wat tijd gaan maken voor gebed, zich wat meer gaan inzetten voor medemensen, terug aanhaken bij de kerkgemeenschap, zij het soms nog aarzelend… Misschien toont de Heer ons later andere wegen, betere methoden of technieken om zijn Blij Nieuws naar de moderne arme te brengen. Wij blijven ons openstellen en bidden dat we bezield mogen zijn om zelf echt te leven van wat we zo graag willen doorgeven.

- De armoede omtrent de geloofskennis heeft ons ertoe gebracht om geregeld “Vormingscursussen” te beleggen en af en toe een “Groeiavond” om personen opnieuw te doordringen van het deugddoende van het christelijk geloof en leven en op die manier mensen ook zelf actief te maken in het verheven werk van de Evangelisatie, het “Brengen van Goed Nieuws aan de armen”. Dat je ondertussen veel leert van die ‘armen’ is een van de beloningen van de evangelisator. Kardinaal Suenens zei dat door de verkondiging je eigen geloof sterk wordt opgebouwd.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Katechismus van de Katholieke Kerk (23)

Samenvatting: Ben Van Vossel

Art. 6 “Jezus is opgestegen ten hemel, Hij zit aan de rechterhand van God de almachtige Vader” (kkk. 659-667)

“Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God” (Mk 16,19).  Het lichaam van de Heer Jezus is verheerlijkt vanaf het moment van zijn verrijzenis. Dat blijkt uit de bovennatuurlijke eigenschappen die zijn lichaam sindsdien bezit. Toch beschrijft het Nieuw Testament hoe Jezus nog een tijdlang – men spreekt daar van 40 dagen – aan hen verscheen. De laatste verschijning van Jezus eindigt dan met het onomkeerbare binnengaan van zijn menselijke natuur in de goddelijke heerlijkheid, wat gesymboliseerd wordt door de wolk en door de uitdrukking dat hij ‘naar de hemel is waar hij voortaan gezeten is aan de rechterhand van de Vader’. De verschijning aan Paulus noemt de KKK ‘uitzonderlijk en uniek’.

De historische maar vooral transcendente (ze heeft namelijk een bovennatuurlijke betekenis) gebeurtenis van de Hemelvaart geeft de overgang aan van de ene verschijningsvorm (na de verrijzenis) van de verrezen Heer naar de andere (na de Hemelvaart).

Deze laatste fase (Jezus’ verheerlijking ‘aan de rechterhand van de Vader’) staat in nauw verband met de eerste, nl. zijn menswording. Alleen de Zoon van God heeft toegang tot de heerlijkheid van de Vader.  En toch zijn wij niet zonder hoop: “Waarheen Hij ons is voorgegaan, zullen wij eenmaal volgen” (Prefatie van de Hemelvaart). Enkel Jezus kan ons naar de Vader toe trekken.  Door zijn kruis is Jezus, als een hogepriester, het rijk van God binnengegaan om voor altijd voor ons ten beste te spreken.

‘Zitten aan de rechterhand van de Vader’ betekent dat de Zoon van God, vóór alle eeuwen als God bestaande en gelijk in wezen aan de Vader, na zijn leven hier op aarde, ook lichamelijk deelheeft aan die eeuwige waardigheid, nadat ook zijn lichaam verheerlijkt is. Wij mogen Hem verheerlijken en onze hulde brengen, tot eer van God, de Vader.

(In volgend nummer: Vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

De Rozenkrans van de Maagd Maria

Naar Paus Johannes-Paulus II

Tijdens de algemene audiëntie van 16 oktober hield Paus Johannes-Paulus II een toespraak ter gelegenheid van het begin van het 25ste jaar van zijn pontificaat. In die toespraak stelde hij de apostolische brief voor ‘Rozenkrans van de Maagd Maria’ (Rosarium Virginis Mariae).  Hij verhaalt hij hoe hij tijdens zijn laatste reis in Polen zich tot de heilige Maagd heeft gewend met de woorden:

“Allerheiligste Maagd… verkrijg voor mij de lichamelijke en geestelijke krachten om de zending die de Verrezene me heeft toevertrouwd tot het einde toe te vervullen.  Aan u geef ik de vruchten van mijn leven en mijn dienstwerk; aan U vertrouw ik het lot van de Kerk toe … en in U heb ik vertrouwen en nogmaals verklaar ik: Totus tuus, Maria! Totus tuus! Amen (Ik ben geheel van U)

Het centrum van ons geloof is Christus, de Verlosser van de mens;  Maria werpt geen schaduw op Jezus en evenmin op zijn reddingswerk. Met lichaam en ziel ten hemel opgenomen is de Maria de eerste die de vruchten smaakte van het lijden en de verrijzenis van haar Zoon.  Welnu,  zij is het die op de meest zekere manier ons geleidt naar Christus, die het uiteindelijke doel is van ons bezig zijn en ons bestaan. In zijn apostolische brief  ‘Novo millennio ineunte’ bij het einde van het Jubileumjaar richtte de paus tot de hele Kerk de aansporing van Christus “om naar het diepe te varen” en de paus voegde daaraan toe dat de heilige Maagd ons op die weg zou begeleiden. Aan haar heeft hij (samen met talrijke bisschoppen) het derde millennium toevertrouwd. “Toen ik de gelovigen uitnodigde om onophoudelijk het gelaat van Christus te beschouwen, heb ik diep verlangd dat Maria, zijn Moeder, voor ons allen de meesteres van deze contemplatie zou zijn (…). Maria wil ons in haar school het gelaat van Christus leren beschouwen.  Ik verklaar het jaar dat loopt van oktober 2002 tot oktober 2003 tot jaar van de rozenkrans.”

De paus wil met dit jaar van de Rozenkrans Maria vragen om de genaden van het heilig jaar van onze Verlossing vrucht te laten dragen. De paus geeft dan wat uitleg over de rozenkrans, hoe je hem zo vruchtbaar mogelijk kunt bidden en hij deelt mee dat hij aan de Blijde, droeve en glorievolle mysterie nog een reeks (van 5 tientjes) wil toevoegen, de “lichtende mysteries” of de “mysteries van het licht” die over Jezus’ openbaar leven gaan van de doop in de Jordaan tot (de vooravond van) zijn heilig lijden met de instelling van de heilige Eucharistie.

“Dit jaar van de heilige Rozenkrans, dat we samen zullen beleven, zal zeker heilzame vruchten dragen in het hart van allen, het zal de werking van de genade van het grote jubileum van het jaar 2000 vernieuwen en intensifiëren en het zal een bron van vrede worden voor de wereld. Moge Maria, koningin van de heilige Rozenkrans, zoals we haar hier zien in het mooie beeld dat in Pompeï vereerd worden, de kinderen van de Kerk geleiden tot de volheid van de vereniging met Christus in de heerlijkheid!”.

Met aandrang vraagt de paus dat afzonderlijke christenen en de gezinnen dit eenvoudige maar krachtige gebed opnieuw zouden ter harte nemen. “Laat mijn oproep geen dode letter blijven”. De rozenkrans is een gebed waarin we, geleid door Maria, het gelaat van Christus contempleren doorheen de mysteries van zijn leven (blijde, droeve, lichtende, glorierijke) zoals ze ons door de heilige Schrift worden voorgesteld.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

De Lichtende Mysteries

De 5 nieuwe mysteries die de paus aan de rozenkrans wil toegevoegd zien betreffen het openbaar leven van Jezus.  Als je erover nadenkt ontbrak dat inderdaad nog aan de rozenkrans: De lichtende mysteries (of de mysteries van het Licht) waarbij Maria meestal slechts op de achtergrond is, stellen inderdaad Jezus op de voorgrond, hoe Hij als het licht van de wereld, als de Redder, de Zoon van God, het Woord van God, de Gezondene, de Gastheer en het Voedsel voor ons leven verschijnt.  Het gaat om volgende mysteries uit Jezus’ leven.

1 De doop in de Jordaan

2 De zelfopenbaring in Kana

3 De aankondiging van het Rijk en de uitnodiging tot bekering

4 De gedaanteverandering

5 De instelling van de Eucharistie, sacramentele uitdrukking van het Paasmysterie.

* Bij de doop in de Jordaan stelt Jezus zich solidair op met ons, zondige mensen. Hij wil gehoor geven aan de oproep van Johannes om nieuwe wegen te gaan. Jezus verschijnt reeds bij het begin van zijn publiek leven als het Lam van God, totaal onschuldig, de Dienaar Gods, die de zonden van de mensheid op zich neemt.  Hij wordt door de heilige Geest toegerust voor zijn Messiaanse zending en de Vader, verschijnt er als de onzichtbare bezielende relatie die heel het leven van Jezus doordringt.

* In Kana openbaart Jezus zich als de Heiland die overvloed van geluk en vreugde wil brengen aan wie tot Hem komt. Hier treedt Maria ook op met die ook voor ons nog sterke woorden: “Doe maar wat Hij u zeggen zal”.  Kan het christologischer?

* De verkondiging van Jezus, vooral in de Bergrede, en daarmee samenhangend die sterke oproep tot bekering om Jezus en zijn woord binnen te laten in ons leven

* In de gedaanteverandering stelt de Vader ons als het ware weer zijn Zoon voor door Wie Hij ons wil leiden, redden, leven geven.  Niemand kent de Zoon tenzij de Vader… Als we naar Jezus luisteren en zijn weg volgen, zullen ook wij Gods stem vernemen: Dit is mijn welbeminde zoon, mijn welbeminde dochter! “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen” (Joh.14,23).

* De instelling van de heilige Eucharistie. Jezus’ Pasen, zijn doortocht blijvend gedenken en vieren. Weten dat Hij doorheen het kruis de overwinning heeft behaald op zonde en dood. Ook voor ons is het de weg naar het leven, het zaad zelfs voor het eeuwig leven dat in ons wordt gezaaid. Zoals Maria Jezus in haar schoot heeft gedragen, zo mogen wij de Heer van hemel en aarde op onze handen ontvangen en onthalen met heel ons wezen. Wat een vreugde! En met wat een dankbaarheid mogen wij bezield zijn.

Laat Maria je maar verder binnenleiden in de diepte van deze 5 nieuwe mysteries van Jezus’ leven terwijl je het weesgegroet reciteert alleen of met anderen; dit korte gebed met in het centrum de heilige naam van Jezus.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Wat Tieners op het hart ligt

Uit briefjes die ze anoniem toevertrouwen aan het kruis (Brondagen november 2002)

- Ik wil vooruit, maar het gaat niet vlug genoeg. De toekomst is onduidelijk.  Ik weet niet of ik de juiste keuzes maak en zal maken. Ik weet niet wat ik later wil doen en of alles in orde zal zijn.

- Overal is zoveel haast bij. Het leven wordt blijkbaar niet door jezelf geregeld, maar door anderen, de maatschappij.  De mens is niet vrij.

- Soms voel ik mij niet helemaal bij de groep, dan voel ik me wat uitgesloten.

- Ik vind het erg dat ik bijna geen familie heb die me steunt.

- Waarom zijn er mensen die elkaar kwetsen en pijn doen?  Waarom leven we?

- Ik zou graag de dood van mijn peter kunnen verwerken, dat de pijn wat overgaat. En dat de dood van mijn grootouders mij niet zoveel verdriet meer doet.

- Ik kan mijn vader na zoveel jaren nog altijd niet vergeven wat hij mama, mijn zus, mij en nog vele anderen heeft aangedaan; ik heb hem zelfs meerdere keren de dood toegewenst. Ik vind dat van mijzelf verschrikkelijk en vraag er vergiffenis en steun voor.

- Ik heb geen echte vrienden.

- Ik wil niet meer verlegen zijn, meer zelfvertrouwen hebben, me goed voelen in mijn vel.  Ik wil normaal leven.

- Ik vind het erg als ik uitgelachen word omwille van mijn uiterlijk.

- Ik ben soms alleen omdat ik het gevoel heb dat niemand mij begrijpt.

- God, wilt U me een nieuwe kans geven tegenover mijn ouders! Ik moet meer leren.  Geef me a.u.b. het karakter. Geef me a.u.b. ook een kans om mijn vrienden niet te gebruiken.

- Wat op mij weegt zijn de problemen thuis, dat ik niet aanvaard word, dat ik me niet goed in mijn vel voel. Dankjewel, begeleiding, jullie hebben me goed geholpen. Merçi!

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

PAULUS (20)

Een proces in schuifjes (Handelingen 24-26) 

door : Ben Van Vossel cssr

Wat voorafging: Er werd in Jeruzalem tegen Paulus een complot gesmeed; een neef van hem kan dat voorkomen en Paulus wordt veiligheidshalve door de verantwoordelijke bevelhebber naar Caesarea gezonden, de feitelijke hoofdstad van de provincie Judea waar de Romeinse procurator, Felix,  zetelde.  Een kleine week later komen de aanklagers van Paulus aan.

Paulus werd voorgeroepen voor de rechtszaak. De advocaat smeert met mooie woorden eerst goed wat siroop aan Felix’ baard en begint dan Paulus aan te klagen: “Hij is een pest en iemand die oproer verwekt onder alle joden in de hele wereld; een van de kopstukken van de Naroreeën en die zelfs trachtte de tempel te verontreinigen”.  De rest van de Joden die zijn meegekomen betuigen hun akkoord met deze aanklacht.  Paulus krijgt dan van Felix de gelegenheid om zich te verantwoorden.  Paulus kent ook zijn wereld en spreekt zijn vertrouwen uit in de rechtelijke wijsheid van de landvoogd. “Er is niemand die mij heeft zien redetwisten in de tempel of daar een volksoproer veroorzaken of in een synagoge of in welke stad dan ook. Wèl dien ik de Heer volgens de Weg (die zij een sekte noemen), maar ondertussen blijf ik geloven alles wat in de Thora en de profeten geschreven staat. Dat ik na mijn (wettelijke) reiniging offers opdroeg in de tempel kan niemand mij kwalijk nemen.  Men heeft me ten onrechte beticht van ongeregeldheden en ik geloof toch niet dat het een misdaad is dat ik heb uitgeroepen ‘Om de opstanding uit de doden sta ik heden voor u terecht”.

Felix leek op de hoogte van alles wat de Weg betrof maar hij stuurde allen voorlopig wandelen: “Wanneer de bevelhebber Lysias komt, zal ik een beslissing nemen in uw aangelegenheid”. Dat was een klare Romeinse praktijk: geen veroordeling zonder een duidelijke bewijzen.  Ondertussen blijft Paulus wel onder arrest, maar met heel wat vrijheden.

Felix had een Joodse vrouw Drusilla en samen met haar komt hij naar Paulus om naar hem te luisteren. Hij was nogal geïnteresseerd in de filosofie achter Paulus denkbeelden.  Paulus echter begint over gerechtigheid, zelfbeheersing en het komende oordeel en dat valt nogal zwaar op de maag bij Felix. Lucas noteert in de Handelingen dat Felix Paulus ook wel kwam spreken in de hoop dat hij hem geld kon aftroggelen. Paulus had immers ook verklapt dat hij geld had ingezameld voor de hongerlijdende christenen van Jeruzalem. Paulus gaat er waarschijnlijk niet al te gretig op in en zo blijft hij daar twee jaar gevangen.  Een laffe streek eigenlijk van Felix die best wist dat Paulus onschuldig was, maar ja, hoger belang? Gelukkig kon Paulus in die twee jaar toch heel wat christenen uit Samaria en Galilea ontvangen en mensen van Caesarea.  Na twee jaar wordt Porcius Festus door keizer Nero tot landvoogd benoemd in plaats van Felix. Wanneer hij van Caesarea naar Jeruzalem reist komen de hogepriester en de volksleiders weer met hun aanklacht tegen Paulus aandraven. Zij vragen dat hij Paulus opnieuw naar Jeruzalem zou laten komen. Festus gaat niet in op hun wens maar nodigt hen uit op een rechtszitting in Caesarea waar zij opnieuw hun aanklacht kunnen indienen. Weer wordt Paulus voorgeleid, weer komen zijn aanklagers rond hem staan en schreeuwen hun niet bewezen beschuldigingen uit. Paulus hield vol dat hij noch tegen de Joodse Wet, noch tegen de tempel, noch tegen de keizer iets misdreven had. De pasbenoemde Felix wil echter de Joden wat paaien en vraagt daarom aan Paulus of hij zich niet in Jeruzalem wil gaan verantwoorden, weliswaar in tegenwoordigheid van Festus zelf. Op dit punt blijft Paulus echter onverzettelijk; als zijn aanklagers zelfs sluipmoordenaars hun werk hadden laten begaan, dan wenst hij in ieder geval niet voor onnozel schaap te spelen: “Ik sta hier voor de rechtbank van de keizer en hier moet over mij geoordeeld worden. Tegen de Joden heb ik niets misdreven, zoals ook gij zelf heel goed weet. Indien ik werkelijk schuldig ben en iets gedaan heb waar de doodstraf op staat, weiger ik niet te sterven, maar als van hun beschuldigingen niets waar is, dan heeft niemand het recht mij bij wijze van gunst aan hen uit te leveren. Ik beroep mij op de keizer”. Ja, daar moet Festus toch even met zijn raad van gedachte wisselen. Het verdict luidt: “Op de keizer hebt ge u beroepen, naar de keizer zult ge gaan.”  Dit kan hier al gelden als een officiële beslissing die uitvoering zal geven aan de wens van Paulus en het zal hem, na de nodige lotgevallen, tot Rome brengen. Hij zal niet eeuwig verkommeren in het paleis van Herodes.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Wat ik bijleerde op de relatiedag

Wat ik nooit zal vergeten en wat heb ik bijgeleerd op deze relatiedag ’Jij en ik, een wonder ‘

-Doorheen het gebeuren van deze dag leerde ik mijn lichaam beter kennen, maar ook mijn gedachtegang en mijn persoonlijkheid.

-Ik zal deze plek hier nooit vergeten, het is hier zo rustig en stil.

-Ik zal nooit vergeten dat we veel respect voor mekaar moeten opbrengen, of het nu jongens of meisjes zijn.

-Ik zal nooit vergeten hoe mooi we geschapen zijn, dat ons lichaam zo mooi in elkaar zit, alles gebeurt precies op tijd, niets te vroeg, niets te laat.

-Iedere persoon is uniek, we moeten allemaal respect hebben voor elkaar.

-Ik heb ontdekt dat een mooie relatie opbouwen nog kan in deze tijd, als we het samen stap voor stap doen.

-Ik ben het resultaat van de ontmoeting van die ene zaadcel uit 700 miljoen en die ene eicel,die uitverkorene,  het geschenk van de liefde tussen mijn vader en mijn moeder, dat zal ik nooit vergeten

-Mijn ouders zijn gescheiden, hier heb ik ontdekt dat liefde nog mogelijk is, als we er dag na dag samen aan bouwen

-Het doet deugd open en eerlijk te mogen praten over seksualiteit en relatie zonder dat daarmee wordt gelachen of gespot.

-Hier kreeg ik nieuwe kracht om te aanvaarden dat liefde nog mogelijk is. 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

DECALOOG (7)

Ben Van Vossel cssr

“… weet ge wel dat moraal en dogma

uit elkander (voort-)vloeien? 

Het dogma is de kaars

waarop de vlam van God komt branden.

Als een der twee mankeert is ’t duisternis”

Felix Timmermans,

(in: De Pastoor uit den Bloeyenden Wijngaerdt, p.44)

2 Gods Naam eren (vervolg)

2.4 Be connected (blijf verbonden!)

Als God God is voor jou, je oorsprong en bestemming, Die heel je leven in stand houdt op elk moment, dan ga je die relatie ook gestalte geven door in persoonlijk contact te treden met Hem.  Door Hem in gebed, te eren en te danken.  Je kan je eigen woorden daarbij gebruiken vanuit wat je mocht ervaren, je kan ook woorden gebruiken van andere gelovige mensen, of woorden uit de bijbel, psalmwoorden die je kunnen inspireren.  Je moet maar vaak in gebed zijn.  In een wat langere tijd van gebed, maar ook gedurende de dag vaak eens naar God opkijken, Hem even aanspreken: een woord van dank, je vreugde uitspreken, Hem om hulp vragen.  Onze Vader wil niet buiten ons leven gehouden worden.  Een kind doet dat niet.  Eer God, je Vader, door met Hem te spreken, door naar Hem te luisteren.

2.5 Geef Hem gehoor!

God eren zal je vooral moeten doen door je leven op Hem af te stemmen.  Dat is pas het echte ‘luisteren’, het gehoor geven aan zijn verlangen door zijn woord in praktijk te brengen.  Zijn Woord?  Wel ja, het woord van de Schrift, de woorden van Jezus.  Het woord dat de Kerk voor ons breekt; niet een of andere wat eigengereide priester of pastor, maar het woord van de Kerk.  Daarin spreekt God ook tot ons.  En Hij wil je ook in je hart een en ander duidelijk maken.  Leer gevoelig worden voor wat Gods Geest in de stilte van je hart, als in een flits of stilaan, soms duidelijk wil maken, een uitnodiging, een goede raad, een vermaning… We moeten vaak zeggen als Samuël (die het ook heeft moeten leren) : “Spreek Heer, uw dienaar luistert”.  En dan echt ‘luisteren’ natuurlijk.  Zo breng je eer aan God, die jou alles heeft gegeven en voor jou alles wil zijn.

2.6 Gericht naar zijn verlangen

Opkomen voor Gods eer betekent op de eerste plaats dat we door ons gedrag van Hem getuigen, van Wie en wat Hij voor ons is: Degene door en voor wie we leven.  Ons leven zal daarvan moeten getuigen.  Dat we ons richten naar zijn verlangen.  Zeggen zoals Jezus: “Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen” (Hebr 10,9).   Dat heeft heel wat gevolgen.  Daar moet je zelf maar eens over nadenken.  Je leven zal niet door hoogmoed maar juist door gehoorzame dienst moeten geleid worden. 

2.7 Niet door kracht of geweld maar door  mijn Geest

Opkomen voor Gods eer zal niet met geweld gebeuren.  Allerlei gelovige mensen hebben dat toch soms gedaan, ook christenen.  De laatste tijd zien we dat ook vooral fundamentalistische moslims en fundamentalistische Hindoe’s menen hun geloofsovertuiging met geweld te moeten verdedigen en opdringen.  Dit kan nooit de houding zijn van een christen die de evangelische mentaliteit heeft begrepen.  Wij, mensen, zijn immers zo beperkt in ons inzicht.  Terwijl we menen Gods eer te verdedigen gaan we soms in tegen zijn verlangen.  Denk maar aan Paulus die de christenen vervolgde, denk aan de godsdienstoorlogen tussen christenen onderling, denk aan de vreselijke moorden in Algerije, de waanidee van zelfmoordterroristen die menen daarmee God van dienst te zijn.

Jezus heeft een mooie parabel verteld over het onkruid tussen de tarwe, een parabel waar geen enkele landbouwer (tenzij misschien een uiterste geval van biologisch landbouwerschap) waardering voor zal hebben, maar een parabel die ons uitnodigt tot grote voorzichtigheid bij het veroordelen van mensen.  Je loopt heel groot gevaar van met het kwaad ook het goede uit te rukken. Het oordeel is van God. Dit houdt dus in dat we om God te eren geen mensen naar het leven mogen staan die anders denken over geloof. God eren doe je zelf en je mag het best tonen door je leven, maar je gaat het niet met de hamer inkloppen in mensen die andere denkbeelden hebben. 

 Enige schriftwoorden tot bezinning:

“Dezen kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden. Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze: ‘ Heer, wilt Gij, dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen? ‘ Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht” (Lucas 9,52-55).

 “Toen kwamen zij naar voren, grepen Jezus vast en maakten zich van Hem meester. Maar een van Jezus’ gezellen greep naar zijn zwaard, trok het en sloeg met een houw de knecht van de hogepriester het oor af. Toen sprak Jezus tot hem: ‘Steek uw zwaard weer op zijn plaats. Want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. Of meent ge soms dat Ik niet de hulp van mijn Vader kan inroepen, die Mij dan aanstonds meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?”(MT.26,50-53).

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Korte gebeden van tieners

Korte gebeden die tieners en jongeren op een groot blad hadden genoteerd op het Tienertreffen van 9 november 2002 in ‘Oase in de Stad’.

- God, dank U voor de mooie natuur en voor het vertrouwen dat ik in U gekregen heb.

- Dank U, Heer, voor alles wat ge voor mij gedaan hebt.  Dank U voor de leuke momenten maar ook voor de mindere dagen waar Ge mij steeds doorhaalt. Dank U ook voor de toffe bezinning in Tongerlo.

- Dat de operatie goed verlopen is en merçi voor de paar echte vrienden die ik heb!! Die geven me veel steun en zo hou ik het hier uit.

- Dank je God voor alle liefde die we zo vaak mogen ervaren in de regenboog van mensen om ons heen.

- Dank je, Allerliefste Vader dat je er altijd voor me bent als ik je nodig heb.  Dankjewel voor je eeuwige liefde!!!! voor mij!!! Dank je ook allerliefste heilige Moeder Maagd Maria dat je als een moeder voor me zorgt en dankwel voor nog zooooveel meer!!!!

- Bedankt dat U me x. gaf.  Ook bedankt dat mijn ouders zo vriendelijk zijn en dat Ge me steeds opnieuw nieuwe kansen geeft.

- Dank je voor me te troosten als het nodig was.

- Dank U, Heer voor al mijn vrienden en mijn ouders en dat ik naar het Tienertreffen kan komen waar er zoveel jongeren zijn.

- Ik ben God dankbaar voor al mijn vrienden en al wat ik aan hen heb.  Voor al de vriendschap, die ik van hen krijg en al de fun die we samen hebben.  Dank U.

- Dank U, God, dat  Ge mij elke dag uw liefde wil schenken.

- Dankjewel dat U er altijd bent, in de tijden dat het niet zo goed gaat maar ook – en dan mogen we U niet vergeten – in de tijden die wel goed zijn.  Dankjewel omdat U van me houdt terwijl U me door en door kent: mijn hele Ik, positieve en slechte (minder goede) dingen.  Omdat U er gewoon bent en me laat voelen dat U van me houdt in kleine en grote dingen.

- Ik wil Je danken omdat Je me altijd vergeeft en zo verdraagzaam bent.  Je geeft me altijd goede vrienden en Je hebt mij toffe zussen gegeven.

- Dank U, Heer, voor het luisteren maar ook voor x. die een mooi! cadeau is om veel tegen te vertellen.  Help haar dan alsjeblieft ook bij haar problemen. Dank U 1000x.

- Dank U, Heer, voor uw voortdurend vertrouwen, uw warme, hoopgevende, liefdevolle glimlach.  Vergeef me nogmaals opdat ik U ooit in persoon zal ontmoeten als nooit tevoren.  Uw arme zondaar.

- Dank U, voor de mensen waarin wij U kunnen ontdekken en herkennen.  Dank U voor de kleine momenten waarin U ons eraan herinnert hoe mooi het leven is dat wij van U kregen.

- Jezus, dank U omdat U mij zoveel gegeven hebt door mijn ouders.  Het zijn schatten die voor mij schitteren met uw licht.

- Heer, ik wil U danken voor alles wat Gij voor ons hebt gedaan, voor alles wat Gij nu nog doet. Daarom dank ik U.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Qumran (7)

Relatie van ‘Qumran’ met het christendom en met Christus  (vervolg en slot) 

door: Ben Van Vossel cssr

3. Nog een paar verschilpunten tussen Jezus en Qumran

3.1 Een algemene notitie.  Aanvullend bij wat we schreven over de identificatie of imitatie van Jezus ten overstaan van de ‘Leraar der Gerechtigheid noteert Prof. J. Van Der Ploeg (in zijn kritiek op de beweringen van de gewezen priester Dupont-Sommer en de Brit J Allegro): “Als men het goed beziet is de verhouding van de gemeente van Qoemraan, respectievelijk de Essenen, tot de Leraar der gerechtigheid en die der kerk tot Jezus van Nazareth een van de punten waarin het diepgaande onderscheid tussen beide gemeenschappen het duidelijkst naar voren komt, zoals de bekende nieuwtestamenticus O.Cullman heeft gezegd.  In de Kerk is Jezus immers naast God de centrale figuur en voorwerp van het geloof der Christenen.  Zij vereert Jezus als Zoon van God en als diens Gelijke, naar Hem zijn de leden der Kerk ‘Christenen’ genoemd.  Zonder Jezus Christus is de Kerk die Hij heeft gesticht ondenkbaar, is haar liturgie van haar ziel beroofd.  Wat de apostelen predikten, is het evangelie, de blijde boodschap door Jezus gebracht; zijn verrijzenis was voor hen de bevestiging van de leer die zij anderen te geloven voorhield, Jezus was voor hen de vervulling van de voorspellingen der profeten van het oude verbond, de Messias, welke Hij zelf verklaard heeft t zijn.  Met de Leraar der gerechtigheid is het geheel anders gesteld…”. 

3.2. Naar aanleiding van enige toespelingen op engelen zien we opnieuw hoe Jezus zich onderscheidt van Qumran.

- Op een bepaald moment zegt Jezus: “Meent ge soms dat Ik niet de hulp van mijn Vader kan inroepen, die Mij dan dadelijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen” (Mt. 26,53).  W.Quintens wijst op het ironische van deze uitspraak van Jezus.  In Qumran immers bereidden de leiders hun leden voor op de zogeheten eindstrijd, die in de “Oorlogsrol” (IQM) tot in de details beschreven wordt.  De ‘Kinderen van het Licht’ zijn volgens Qumran de Essenen zelf, zij zijn de uitverkorenen en het zijn ‘legioenen engelen’ die hen zullen beschermen en hun de overwinning bezorgen op de miljoenen ‘Kinderen van de duisternis’.  Maar als Jezus in de Hof van Olijven zijn al te onstuimige vrienden zegt: “Steek het zwaard weer op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen” (Mt. 26,52), dan stellen we onmiddellijk daarna vast we dat Hij in feite alleen de strijd zal aangaan tegen de duisternis en dat er maar één enkele engel van God Hem komt troosten.

- Overigens komen de legioenen engelen nogal veel voor in de geschriften van Qumran, waarschijnlijk vanuit een Perzische achtergrond waar een hele engelencultus bestond (een deel van de Joden verbleef in Perzië alvorens ze onder Kuros konden terugkeren).  Wanneer in het evangelie de ‘donderzonen’, Jakobus en Johannes, de bliksem willen afroepen over een dorp dat hen niet gastvrij onthaald, dan bedoelen ze dat er weer engelen (in de Bijbel vaak Godzonen geheten) de bliksem moeten laten neerknetteren over die Samaritanen die geen plaats wilden maken voor Jezus en zijn vrienden. Ook hier komt Jezus opnieuw tegenin. 

- Bij de geboorte van de Heer heffen de engelen ook geen strijdlied aan dat het begin van de eindtijdelijke verschijning van de Messias moet inluiden, integendeel, zij zingen: “Eer aan God in de Hoge en Vrede op aarde onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft”.  En het teken dat de herders krijgen is een pasgeboren kind, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.  Het Blijde Nieuws is bovendien niet enkel voor een klein groepje uitverkorenen, maar “bestemd voor heel het volk” (Lc 2,10).  Niets ophefmakends en militaristisch, niets elitairs bij Jezus!

3.3. In verband met een gelijkenis tussen eventuele heilige maaltijden van de Essenen en de christelijke Eucharistie, schrijft Prof. Van Der Ploeg: “Het is mogelijk dat de Essenen heilige maaltijden hebben gekend naar analogie van de heilige offermaaltijden der Joden; met de Eucharistie der Christenen is tot dusverre nog geen overeenstemming vast te stellen en het lijkt ook niet voor de hand te liggen dat dit nog zal gebeuren”.

3.4. Waar Jezus een heel andere weg gaat:

- Jezus zegt in Mt. 5,43v. “Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten…”.  Leviticus 19,18 gebiedt echter alleen om je naaste te beminnen, niet om je vijand te haten.  ‘Qumran’ echter beveelt herhaaldelijk de vijanden te haten.  In feite mogen we dan zeggen dat Jezus het volgens Mt. 5 opneemt voor Mozes, en ingaat tegen wat Qumran van Mozes maakt.  Als Jezus zich in de Bergrede dus toont als de nieuwe wetgever, de nieuwe Mozes, stelt hij zich niet zozeer boven Mozes, maar boven de ‘Leraar der Gerechtigheid’ als de voornaamste leider in de geschiedenis van de Qumransekte, die alle Oudtestamentische boeken op eigen manier had bewerkt en gecommentarieerd. Zoals Jezus zich afzet tegen de compromissen van de schriftgeleerden Farizeeën, zo aanvaardt Hij dus evenmin de nieuwe Wet van Qumran.

- De Bergrede vindt zeker in de terminologie gelijkenissen bij Qumran, maar tegelijk gaat Jezus in tegen Qumran, dat de Wet herschrijft net zoals hij optreedt tegen de Farizeeën, die de Wet verarmden door er de geest uit weg te nemen; mensen die de Wet veranderen of ze opheffen en zo de mensen onderwijzen zullen de geringsten geacht worden in het Rijk der hemelen.  Zijn conclusie is: Wees volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is, dus niet naar het voorbeeld van de Farizeeën, maar ook niet naar de wijze van de sekte van Qumran, die de goeden van slechten scheidt.  De Vader laat het immers regenen en laat zijn zon opgaan over de goeden en de slechten.  Als Jezus dan zegt “Mijn juk is zacht en mijn last is licht”, dan zullen zijn toehoorders er misschien bij gedacht hebben: “Hun juk (van Farizeeën en Qumran) is keihard en hun last is ondraaglijk”. 

- Waar Jezus in Mc. 8,15 waarschuwt voor het ‘zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van de Herodianen’, dan slaat ‘Herodianen’-  althans volgens Mgr. Quintens - duidelijk op de mensen van Qumran, die in de gunst stonden van Herodes.  Quintens geeft aan de hand van de Nieuw-Testamentische geschriften verscheidene andere concrete gelijkenissen èn tegenstellingen in de geestesgesteldheid van Jezus en de eerste christenen en deze van de Essenen. 

Het besluit van Mgr. Quintens is dat Johannes de Doper Qumran zeer goed gekend èn bestudeerd heeft want hij polemiseert voortdurend met hen.  We hebben geen bewijs dat Jezus een leerling is geweest van Johannes en we zien dat Hij op belangrijke punten sterk afwijkt van Qumran. Door zijn volgelingen werd Hij heel anders gezien dan de Leraar der Gerechtigheid in de geschriften van Qumran.  En in ieder geval hebben de volgelingen van Qumran, net zoals de volgelingen van Jezus zelf, na zijn verrijzenis en op grond daarvan, moeten kiezen voor of tegen Jezus, de Messias, groter dan Mozes, groter dan de ‘Leraar der Gerechtigheid’.

“Historisch gezien heeft een hechte levensband bestaan tussen twee belangrijke joodse bewegingen die veel gemeen hadden, maar die noodzakelijk van mekaar moesten weg groeien: die van de Essenen en die van de Rabbi uit Galilea”.

Geraadpleegde werken en artikelen.  Chronologisch gerangschikt.

LAGRANGE, M.-J. - o.p., Le Judaïsme avant Jésus-Christ.  Gabalda, Paris 1931. Vooral hfdst 13, §4 en de appendix over ‘La nouvelle Alliance au Pays de Damas’.  Maar ook o.m. in hfdst. 7 en hfdst. 12 de apocriefe geschriften en verder o.m. hun relatie tot Herodes, enz.

BONSIRVEN, J. -, La Bible apocryphe en marge de l’ Ancien Testament. Paris 1953.

Albert VINCENT, Les documents du Désert de Juda et la Bible, in: Bible et vie chrétienne, n° 8, déc.1954/févr.’55, pp. 105-112.

Albert VINCENT, Les Manuscrits du Désert de Juda, in: Bible et vie chrétienne, n° 7, sept./nov.1954, pp. 122-127.

Albert VINCENT, Les Manuscrits Hébreux du désert de Juda, Paris 1955

PLOEG, Prof. Dr. J. VAN DER -, Vondsten in de woestijn van Juda.  De rollen der dode zee. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, Prismauitgave 1956, 194 pp.

DEBRABANDERE, J. -, Had Jezus wel een originele boodschap?  In: Objektief.  Tijdschrift voor godsdienstige vorming van volwassenen, jg. 5, 1970, pp. 49-54.  Deze schrijver heeft het over 7 rollen.

 BRANT, Walter -, Wie was Jezus van Nazareth.  Wat zeggen ons de Dode Zeerollen?  (Minder orthodoxe beschouwingen rond de figuur van Jezus.nvdr)

MAYER, Rudof - / REUSS Joseph -, Dodezeerollen en Bijbel.  Uitg. J.J. Romen & Zonen, Roermond en Maaseik 1960.  244 pp.

MESSORI, V. -, Hypothéses sur Jésus. Mame, 1978.

VAN HOOF, Guido -, Dode-Zeerollen fascineren.  Jezus was geen man van Qumran.  Interview met Mgr. Quintens.  De Standaard.

QUINTENS, Mgr. Werner -, in: De Standaard der letteren 1992.  Hierin spreekt men over 8 rollen.

QUINTENS, Mgr. Werner -, Het Nieuwe Testament vijfenveertig jaar na de ontdekking van de Dode-Zeerollen, in: Collationes (Vlaams tijdschrift voor theologie en pastoraal), jg. 22 (1992), pp. 129-147.

SEGBROECK, Frans Van - , Qumran en de oorsprong van het christendom, in: Sacerdos, 60 (1993), 2, 95-105.

PAZZINI, Massimo -, ofm, Qumrân et le nouveau Testament.  In: La Terre Sainte, La revue des Lieux Saints, nov.-déc. 1995, pp.306-313.  Bespreekt een artikel (uit 1972 in Biblica nr. 53)  van de Spaanse Jezuïet José O’Callaghan van het pauselijk Bijbelinstituut die 3 fragmenten uit grot 7 meent de identificeren als komend uit het Nieuw Testament; stelling die door de meeste experten betwijfeld wordt.

FITZMYER, Joseph A. -, De Rollen van de Dode Zee en het vroege christendom, in: Collationes, jg. 28 (1998) pp. 5-27. Vert. P. Schmidt.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

Een spirituele tocht  8e etappe: Waarheen de reis? 

door: Lieven Dewaer

Herfst – winter – Allerheiligen – een overlijden in je omgeving – begraafplaats…  Het kan best allemaal wat triestig over komen. 

‘Kerkhofblommen’, een graf…  Is dat het einde van onze reis?

1. Toch is er de zon!

Veel bloemen zie je niet meer in de natuur in oktober en november, maar juist in dat grijze jaargetijde en wanneer de takken hun bladeren lossen, merk je dat er nog vruchten zijn en wordt je getroffen door de vele kleuren en allerlei tinten van de bladeren.  Maar even later is alles toch gezegd. De natuur lijkt uitgeteld. De bladeren leveren nog wat kompost, de bomen kraken van de jicht en er zit weer wat meer rottend hout onder de schors.

Gelukkig is er de zon.  Er rijden in dit jaargetijde misschien wel wat minder mensen naar de kust om zich te zonnen, maar de zon blijft sterk aanwezig.  Ze valt onmiddellijk op in het doodse landschap wanneer het even wat helder weer is of ze laat zich vermoeden achter nevel en mist.  Ze is er, nog steeds.

Pleisterplaats

Zie je tekenen van leven, van hoop in de winterse natuur?  Hoe stelt uw orchidee het in je woonkamer? Draagt ze reeds nieuwe bloemen en dat voor lange maanden?

2. Er zijn mooie momenten

Je kan al eens vermoeid zijn. Je kan het al eens moe zijn. Er kan soms wel het een en ander op je drukken, een probleem, iets dat je angstig maakt, een wat depressieve bui… 

Maar dan merk je iets moois, iets prettigs, dan verneem je een bemoedigend woord, dan treft het je dat ook in de samenleving en in de wereld er nog heel wat goeds en deugddoends aanwezig is, en je hart wordt er warm door, er stroomt vrede in je hart om de zorgen heen. Wees er maar blij om. Blijf er wat mee bezig.

Pleisterplaats:

Wat heeft je vandaag blij gemaakt?  Welk positief en deugddoend nieuws hoorde je vandaag? (Als je wil kan je hier ook al je logboek even gebruiken om iets te noteren; kwestie van je bewust te worden van het goede in het leven en de wereld).

3. Er zijn deugddoende ontmoetingen

Hoe gaat het met het leven in je wijk?  Hoe gaat het met het leven in je gezin? Toch ook wel mooie momenten hoop ik? Heb je deugd beleefd aan de eindejaarsfeesten en vooral aan de ontmoetingen met familie en vrienden? Denk er eens aan terug, geniet er nog wat van. Er is ook leven in en zelfs na de winter.

Pleisterplaats:

Denk met genoegen terug aan de deugddoende ontmoetingen, contacten, gesprekken van de laatste tijd, opbouwende momenten in je relatie of in het gezin.  Laat het tot je komen…  Blijf er even bij stilstaan.

Diepe dankbaarheid mag ons hart vervullen wanneer we mogen merken dat doorheen kou, pijn, angst, onenigheid er opnieuw warmte, zekerheid en vreugde doorbreekt, zij het gelouterd en zelfs met nog wat pijn op de achtergrond.

4. Maar als alles wegvalt?

Maar eens komt toch een moment waarop het leven ons lijkt te laten vallen en dat zelfs de liefde van onze meest geliefde ons moet loslaten. Het leven glipt ons uit de handen.

Worden dan de metaforen werkelijkheid van ‘na regen komt zonneschijn’, ‘na de winter de dooi’? Als alles ons ontvalt op het moment van onze dood, komt ook dan nog een nieuwe lente, zoekt het leven zich onderhuids een nieuwe uitweg waarbij we nog persoonlijk bestaan? Of is dit het absolute einde van onze spirituele tocht, van onze tocht zonder meer?

Pleisterplaats:

Jongeren zeggen wel eens dat ze in reïncarnatie geloven, maar vaak menen ze het niet echt. Stel je dus eens voor dat bij de dood alles gezegd is, de dood die we nog ver weg wanen, maar ook vlakbij kan zijn… Welk soort afscheid wordt het als je weet dat bij de dood alles gedaan is?  Of dat er zo’n soort wedergeboorte zou zijn in ik weet niet welke vorm?

5. Een trouwe Liefde blijft mij dragen

Als God ons tot leven heeft gezoend, als Hij in relatie is getreden met ons, hoe denken we dan over zijn liefde? Laat Hij ons dan zomaar vallen wanneer ons lichaam het leven niet meer dragen kan? Wanneer ons hart breekt en onze adem stilvalt, onze hersenen afsterven? Amen en uit? Het klinkt als een vloek tegen God, de levende God, de God van liefde. Er is een moment dat de liefde van mijn nabije naasten mij niet meer in leven kan houden, maar God, Hij draagt mij gewoon verder in de eeuwige lente van zijn liefde, zoals Hij het altijd al gedaan heeft.

Pleisterplaats:

Rust nu even uit met een van volgende teksten:

“maar Iemand heeft gesproken, die

‘k verstaan kon, in mijn oren:

‘Wees zon voor Mij,

wees blom voor Mij

en steun op ons verdrag,

ofschoon gij eenmaal sterven zult,

geen dood en zal u storen”.

Guido Gezelle, Mortis Imago

 

“En wat de verrijzenis der doden betreft,

hebt ge niet gelezen wat door God tot u gezegd is:

Ik ben de God van Abraham,

de God van Isaak en de God van Jakob?

Hij is geen God van doden

maar van levenden.”

Jezus in: Mattheüs 22,31-32)

“Ook wat gij zelf zaait

moet eerst sterven

voor het tot leven komt,

en wat gij zaait

 is slechts een graankorrel

of iets dergelijks,

en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen.

God geeft er een lichaam aan

zoals Hij dat gewild heeft,

en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. (…)

Zo is het ook met de opstanding van de doden;

 wat gezaaid wordt in vergankelijkheid,

verrijst in onvergankelijkheid;

wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte,

verrijst in heerlijkheid en kracht.

Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid,

een geestelijk lichaam verrijst.”  Paulus in 1 Kor. 15,36-38.42-44

Je logboek

In je notitieboekje noteer je de antwoorden op deze vragen:

1- Hoe voelde ik mij vooraleer ik bij deze pleisterplaats aankwam? Wat leefde er in mij?

2- Wat ben ik gewaar geworden of wat heb ik ervaren of geleerd tijdens dit oponthoud?

3- Hoe voel ik me nu?

4- Wat raap ik op uit deze rustplaats, iets dat ik waardevol vind voor mijn verdere tocht?

5- Hoe ga ik het onthouden en er echt mee op weg gaan?

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

 Meegedeeld door de Maria-Kefasgemeenschap

Verhuis Gemeenschap Maria-Kefas

De stapsgewijze verhuis van de Gemeenschap naar de Voskenslaan teGent is tenslotte voltooid toen ook de inboedel van Convent ten Hove (Groot Begijnhof St.-Amandsberg) en ons archief, secretariaat en de bibliotheek overgebracht werden naar ‘Oase in de Stad’, ons nieuwe onderkomen en Evangelisatiecentrum in de voorbouw van het Redemptoristenklooster.  We zijn de paters Redemptoristen heel dankbaar voor het onthaal en hun verdraagzaamheid tegenover alle drukte en lawaai die onze activiteiten wel eens met zich meebrengen. We rekenen erop dat de Heer deze plaats van evangelisatie en christelijke vorming volop zal blijven zegenen.

Voor inlichtingen, inschrijvingen e.d. gebruik je best deze gegevens:

Maria-Kefasgemeenschap, Voskenslaan 56 – 9000 GENT. Tel/Fax 09 228 09 56;  (REK 441-9600991-79)

Verhuis Gebedsgroep Maria-Kefas

Samenhangend met de verhuis van de Maria-Kefasgemeenschap naar de Voskenslaan te Gent heeft de charismatische Gebedsgroep Maria-Kefas, die na haar ontstaan in de crypte van Onze-Lieve-Vrouw-Sint-Pieter (vandaar de naam Maria-Kefas) een tijdlang samenkwam in het Crombeen en daarna vele jaren in Convent ten Hove van het Groot Begijnhof te Gent, zich nu in twee gesplitst:

een groep komt samen in ‘Oase in de Stad’, het Vormings- en Evangelisatiecentrum van de Maria-Kefasgemeenschap (Voskenslaan 56 te 9000 Gent; vlakbij het St-Pietersstation maar met de auto voorlopig enkel bereikbaar langs de Sterre), een andere groep komt samen in de kapel van het Groot Begijnhof te St.-Amandsberg (vlakbij station Dampoort); dag en uur van samenkomst voor beide groepen: elke woensdag om 19.30 u.

Een nieuw jaar met moed beginnen

Het is gemakkelijk elkaar goede gezondheid en een gelukkig jaar toe te wensen, wanneer je het zelf goed stelt. Het doet in ieder geval deugd wanneer mensen zich om jou bekommeren en je het beste toewensen. Het schept een sfeer van warmte en geborgenheid om je heen. Het doet zoveel meer deugd dan wanneer mensen je kwaad bekijken, je bang maken, je bedriegen... Er zijn mensen die jou gaarne zien en bij wie je mag thuiskomen of met wie je mag feestvieren, al is het dan maar eens of een paar keer in het jaar...

Er is iemand (Iemand) die jou ook ‘sterkte’ toewenst, en heil en dat zijn vreugde jouw deel zou zijn (en dat is zo in de mate waarin je ze wilt aanvaarden).  Die God van liefde, die in Jezus heel zijn liefde is komen tonen en ons op sporen heeft gezet naar het echte geluk, die God is om je heen, ja, “zoals een mantel om me heen geslagen”, en als je je ogen opent, als je wat tijd maakt, wat stilte, om bij Hem te zijn, dan kan je het leven weer aan, dan weet je immers waarvoor (voor Wie) je leeft en van waaruit. Hij is jouw basis, “mijn vaste burcht”, bad de psalmist.

En daarom kan je met moed beginnen. Ondanks de zorgen die er nog zijn, ondanks de pijn (lichamelijk of innerlijk, of beide) die er nog is.  Met Hem kan je overleggen, aan Hem kan je alles uitspreken, Hij wacht er op, omdat Hij jou gaarne ziet. God is zo’n fantastische God, dat je erbij zou gaan wenen. Want zoiets kan geen mens zich inbeelden of voorstellen. Daarom is Hij dan ook God. Dank zij Jezus hebben we Hem mogen kennen. (bvv) Zalig en gelukkig 2003 De mensenliefde van God is onder ons verschenen !

NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -