il

JAAR 2002 (jaargang 106) NR. 4

De onderlijnde artikels zijn opgenomen op deze webpagina. 
Je kan je abonneren op het driemaandelijks tijdschrift 'Geloof en leven' door storting van 12,5 € op PCR 000-1717715-39 van VZW Geloof en Leven, Voskenslaan 56, B - 9000 GENT

Ons nabij gekomen in een kind Naar Han Fortmann
Maria Goretti: 100 jaar geleden werd een meisje vermoord
De waarde van de kuisheid nieuw ontdekken  paus Johannes Paulus II
 “... en men zei: Okay” door: Ann Graham
Gagarin
Katechismus van de katholieke kerk (22) "verrezen uit de doden” Samenvatting: Ben Van Vossel
Decaloog (6) 2 Gods Naam eren (1) door Ben Van Vossel cssr
Maria-Magdalena door Magda De Wilde Verantw. Gebedsgroep Maria-Kefas
Een spirituele tocht  (7) : “Wolfijzers en schietgeweren!” Lieven Dewaer
Christenen en kindsoldaten
Paulus (19) Beschermd maar opgejaagd (Handelingen 23,11 vv.) Ben Van Vossel cssr
Gerardus (21) Haastig naar de poort   Gabriël Dewilde cssr
Gebed tot Gerardus Majella
Bronkamp
De eerste missievlucht naar Kongo (13) door: Jozef Boon CssR
Ongehuwden in ons midden (Familiaris Consortio, Over het Gezin, nr. 85)
Qumran  (6) Relatie met het christendom en Christus (1) Ben Van Vossel cssr
Vormingskansen In ‘Oase in de Stad’
Kom meevieren met de Maria-Kefasgemeenschap
Vorming door de paus
Boekennieuws
Gezegende tijd  red.

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 MARIA GORETTI

100 jaar geleden werd een meisje vermoord
Op 5 juli 1902 werd in het Italiaanse gehucht Ferriere di Conca (nabij Nettuno) een tienermeisje van nog geen 12 jaar dodelijk getroffen door messteken en overleed ’s anderendaags aan haar verwondingen.  Deze moord gebeurde omdat ze niet wou toegeven aan de seksuele drift van een jonge nietsnut uit haar onmiddellijke omgeving.  Talloze andere meisjes en vrouwen hebben in de loop van de voorbije 100 jaar soortgelijk martelaarschap ondergaan.  Tot de dag van vandaag krijgen we bijvoorbeeld berichten over jonge Algerijnse meisjes die jaarlijks bij honderden worden ontvoerd door terroristen die zich in de bergen schuilhouden; door tientallen bruten worden ze verkracht, dag na dag.  Worden ze ziek of zwanger dan worden ze onverbiddelijk gewurgd…  Algerije?  Wat hebben we in eigen land niet meegemaakt sedert een en ander boven water kwam met de affaire Dutroux!  Maar is de mentaliteit en de voedingsbodem sindsdien ingrijpend veranderd?  Kwam onlangs weer niet een top van een ijsberg boven in Engeland met Holly en Jessica?  Afschuwelijk!

De armoede van de consumptiemaatschappij
In onze Westerse wereld vindt men inbreuken op de menselijke vrijheid erg, ook op het respect voor de seksuele integriteit.  Anderzijds heeft onze ontspoorde samenleving de waarden als kuisheid, eerbied voor het menselijk lichaam, zelfbeheersing op het vlak van seksualiteitsbeleving gewoon van tafel geveegd als restanten van een verwenst verleden.  In zeker opzicht kan je die ontsporing begrijpen, als reactie namelijk op een al te schroomvallige en soms zelfs negatieve houding ten opzichte van de seksualiteit en alles wat ermee samenhing, tot de hele menselijke lichamelijkheid toe.  Wat we nu echter meemaken, ook en vooral in de openbare zeden en het aanbod in de media, is een oeverloze en waanzinnige race om het menselijk lichaam en de seksualiteit grondig uit te buiten als puur genotsartikel.  Meestal ontbreekt zelfs het relationele aspect, is het een louter egoïstisch genieten, los van de opbouw van een ander mens.  In een samenleving dus, waarin langs media jongeren zelfs worden aangespoord om ongebreideld hun seksuele verlangens te voldoen, met als enig oogmerk het onmiddellijk voldoen van een gevoel van lust of het ontlopen van enig gevoel van onbehagen, in zo’n samenleving kom je wat ongelegen en wereldvreemd  met het verhaal van een meisje dat niet wou toegeven aan de verlangens van een ontspoorde jongeman en hem zei: ‘”Doe dat niet. Dat is een zonde.  Je zal naar de hel gaan”.  De hel?  Zonde?  Vergeten woorden!  Doe dat niet?  Waarom niet?  In een zesde leerjaar zei een meisje in het groepje vriendinnen hoe leuk ‘het’ was en dat ze het ook maar eens moesten doen… 

Het martelaarschap van Maria Goretti
Toch brengen we even het martelaarschap van Maria Goretti in herinnering.  Het is een verhaal van armoede in het gezin van Luigi en Assunta.  Op zoek naar wat zekerheid voor hun gezin komen ze tenslotte terecht op erg onvruchtbare gronden in de Pontijnse moerassen.  Na een jaar zwoegen is Luigi ondermijnd door moeraskoorts; Assunta haalt er een priester bij en samen bidden ze de rozenkrans.  De jonge Maria (geboren op 16 oktober 1890) waakt bij haar vader maar op 6 mei 1900 overlijdt hij.  Maria is dan 10 jaar.  Zij neemt haar taak op in het gezin.  Haar verlangen is haar eerste communie te kunnen doen, maar het communiekleed kan haar moeder niet betalen en… tien jaar is te jong.  Maar Maria ‘wil niet meer zonder Jezus zijn’.  Assunta brengt haar dan bij de aartspriester van Nettuno die haar op het vlak van kennis en van oprecht verlangen gereed vindt voor de eerste communie.  Er zijn getuigenissen over haar dat ze veel bad.  Sedert het overlijden van vader delen ze het werk op de hoeve en ook de woonst met het gezin Serenelli waarvan de psychisch gestoorde vrouw overleden is.  De man is een leegloper en dronkaard.  De 19-jarige zoon Alessandro is gemeen en genotziek; zijn kamer hangt vol obscene prenten. Moeder Assunta heeft niet de financiële mogelijkheden om elders heen te trekken.  Maria is bang van Alessandro die haar wil verleiden tot seksuele spelletjes.  “Dat is een zonde, zegt zij.  God verbiedt dat”.  Hij bedreigt haar dat als ze er iets van zegt aan haar moeder, hij haar zal doden.  Maria zoekt dan haar toevlucht in het gebed: Jezus-Hostie, Maria, de heilige Jozef, beschermer van de kuisheid”.  Als Maria op 5 juli 1902 toezicht houdt over haar jongste zusje Teresa die sluimert in haar wiegje, trekt Alessandro Maria mee in de keuken; met zijn voet trapt hij de deur dicht.  Maria roept om hulp, maar niemand hoort haar.  Hij probeert haar de mond te snoeren maar ze rukt zich los en roept: “Nee, nee, doe dat niet, God wil dat niet.  Als je dat doet, zal je naar de hel gaan”.  Woedend haalt Alessandro een groot mes te voorschijn en steekt brutaal toe in haar onderlijf en haar rug.  Maria blijft zich verzetten. “Wat doe je, Alessandro?  Je komt in de hel”.   Maria schreeuwt nog: “Mijn God!  Ik sterf. Mama, mama”.  De bruut meent dat Maria dood; als hij evenwel toch nog gerucht hoort keert hij terug naar de keuken en brengt haar weer enkele messteken toe.  Nu is ze dood en zal niets kunnen verklappen, meent hij.  Hij werpt het mes weg achter een kast en gaat zich in zijn kamer opsluiten.  Ondertussen begint de kleine Teresa te huilen waarop vader Serenelli binnenkomt en Maria zieltogend aantreft.  Hij roept Assunta.  Als deze bij haar dochter neerknielt, zegt Maria: “Mama, het is Alessandro.  Hij wou me een grote zonde laten doen.  Ik heb niet gewild.”  De bijgeroepen arts oordeelt dat de kwetsuren zo ernstig zijn dat ze onmiddellijk naar het hospitaal van Nettuno overgebracht moet worden.  Ondertussen voeren twee gendarmes Alessandro geboeid weg; ze moeten hem beschermen tegen de woede van de dorpsbewoners. 

Maria
Om 20 uur was men in het ziekenhuis te Nettuno.  Maria heeft op die anderhalve dag nog een hele lijdensweg te doorstaan.  Bij de operatie in de kliniek stelde men 14 grote steekwonden vast: acht in de buik en zes in de rug die het hartzakje, de rechtse hartkamer, de linker longkwab en het middenrif verwond hadden, naast nog andere kwetsuren.  De twee uur durende operatie gebeurde zonder narcose omdat haar toestand al te ernstig was.  De ziekenhuiskapelaan hoorde eerst haar biecht.  Door geweldige dorst geplaagd vroeg Maria om water,  maar de artsen verboden  het omwille van de gekwetste darmen.  Tijdens haar bezoek aan het ziekenhuis kon moeder Assunta even met haar dochter spreken en vernam ze van de artsen dat haar dochter niet verkracht was.  Maria’s ogen waren tijdens de lange uren van haar verblijf in het ziekenhuis op het Mariabeeld gericht en de kapelaan stelde voor haar in de Mariacongregatie op te nemen en hij gaf haar de gezegende medaille.  In de voormiddag (6 juli) ontving Maria de heilige communie (viaticum) en de ziekenzalving.  Even tevoren had de kapelaan haar uitgenodigd om haar moordenaar te vergeven zoals Jezus deed op het kruis: “Ja ik schenk hem vergiffenis; ik wil dat hij met mij in het paradijs zal zijn”.  In de namiddag van die 6de juli 1902, goed 24 uur na de aanslag, overleed deze jonge martelares van de kuisheid in het ziekenhuis van Nettuno.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

DE WAARDE VAN DE KUISHEID NIEUW ONTDEKKEN

Toespraak van paus Johannes Paulus II bij het Angelus van 7 juli 2002

1* Honderd jaar geleden, op 6 juli 1902, stierf Maria Goretti; de dag voordien had ze zware verwondingen opgelopen door het blinde geweld van haar overweldiger.  Mijn vereerde voorganger, de Dienaar Gods Pius XII, heeft haar in 1950 heilig verklaard en stelde haar voor allen tot voorbeeld van moed en van trouw aan de christelijke roeping zelfs tot de uiterste gave van het eigen leven.  Aan deze bijzondere verjaardag heb ik in een persoonlijke boodschap aan de bisschop van Albano (waartoe Nettuno behoort) willen herinneren.  Daarin heb ik de actualiteit van deze martelares van de reinheid naar voor gebracht, en ik wens dat de opgroeiende jeugd en de jongeren haar beter zouden leren kennen.  De heilige Maria Goretti is een voorbeeld voor de nieuwe generaties, die bedrogen worden door een mentaliteit van bandeloosheid en die het moeilijk hebben om het belang van die waarde te erkennen, waar tegenover men geen compromissen mag aangaan. 

2* Ofschoon ze arm was en geen schoolopleiding had, bezat deze nog niet eens tenvolle twaalfjarige een sterk en rijk karakter, gevormd door een godsdienstige opvoeding die zij in het gezin genoten had.  Dat stelde haar in staat, niet enkel om haar persoon met heldhaftige kuisheid te verdedigen, maar zelfs om haar moordenaar vergiffenis te schenken.
Haar martelaarschap herinnert eraan, dat de mens zich niet realiseert door de bevrediging van het streven naar genot, maar doordat hij zijn bestaan beleeft in liefde en verantwoordelijkheid.
Ik weet goed, lieve jongeren, hoezeer jullie voor dit ideaal ontvankelijk bent.  In afwachting dat ik jullie over twee weken in Toronto tref, wil ik jullie vandaag opnieuw toeroepen: Sta niet toe, dat de cultuur van bezit en genot jullie geweten doet inslapen!  Wees waakzame en opmerkzame wachters, om echte voorlopers te worden van een nieuwe menselijkheid.

3* Wij richten ons tot Onze lieve Vrouw, wier naam de heilige Maria Goretti droeg.  Moge de Reinste onder alle geschapenen, de mannen en vrouwen van onze tijd en speciaal de jeugd helpen, om de waarde van de kuisheid nieuw te ontdekken en hun tussenmenselijke ontmoetingen te beleven in wederzijds respect en oprechte liefde.”

Vertaald uit: Freundenkreis Maria Goretti e.V., Information, August 2002 nr. 77, p.3

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 “... EN MEN ZEI: OKAY”

door: Ann Graham

Ann Graham, de dochter van de bekende Amerikaanse predikant Billy Graham, kreeg op de Teevee in “The early show” door Hane Clayson de vraag voorgeschoteld naar aanleiding van allerlei pijnlijke gebeurtenissen in de Verenigde Staten: “Waarom heeft God zoiets laten gebeuren?” Wereldwijd hebben we heel wat droevige en afschuwelijke zaken te verwerken.  Ook wij vragen wel eens “Waarom dit, waarom dat?”  An Graham heeft in haar antwoord geen blad voor de mond genomen.  En ook al voelen we sommige zaken anders aan, al zouden we niet zo scherp spreken – het lijkt immers  een vloekprofetie - , en al zien we (nog) andere oorzaken, dan is haar analyse toch de moeite waard om tot ons te laten komen.  Denk er wel bij dat dit voor Amerikanen werd geschreven.
We vertalen uit: ‘Familles Unies’ van maart 2002-05-01
. 

Ik geloof dat God diep bedroefd is door dit alles, net zoals wij, maar het is al jaren dat wij Hem vragen om onze scholen te verlaten, om onze regeringen te verlaten en uit ons leven weg te gaan.  En aangezien God een gentleman is, geloof ik dat Hij gewoon gedaan heeft wat wij Hem vroegen.  Hoe konden we zijn zegen en zijn bescherming verhopen als wij Hem vragen ons gerust te laten?

“Ik weet dat er duizenden brieven op het (Inter)net circuleren omtrent de gebeurtenissen van 11 september (2001), maar wat hier volgt moet ons doen nadenken.  Als je geen tijd hebt, lees het dan in vogelvlucht, want uiteindelijk zou het ons tot nadenken moeten brengen in het licht van recente gebeurtenissen (terroristische aanvallen, schietpartijen op scholen, enz…)”

“Ik geloof dat het begonnen is toen Madeline Murray O’Hare (zij werd vermoord en onlangs is haar lichaam teruggevonden) verklaarde dat ze niet wilde dat er in de scholen gebeden werd, en men zei “Akkoord”.  Vervolgens heeft iemand gezegd dat het niet wenselijk was de Bijbel te lezen in de scholen, de Bijbel die zegt: ‘Je zal niet doden, je zal niet stelen en hou van je naaste zoals van jezelf’.  En men zei “Akkoord”.  Vervolgens heeft Dr. Benjamin Spock gezegd dat men de kinderen geen straf zou moeten geven wanneer ze tekort kwamen in tucht, omdat dit de jonge persoonlijkheid zou misvormen en hun zelfachting zou schaden (de zoon van Dr Spock heeft zelfmoord gepleegd).  En we hebben gezegd dat een expert toch zeker wel weet waarover hij spreekt, en men zei “Akkoord”.

Vervolgens heeft iemand gezegd dat schooldirecteurs en leerkrachten hun leerlingen niet mochten bestraffen wanneer ze in tucht tekort kwamen.  En de schoolbeheerders en de beheerders van de universiteiten hebben gezegd dat geen enkele leerling of student voorwerp mocht worden van disciplinaire sancties want dat zou de reputatie van het onderwijs schaden en men moest ook geen gerechtelijke vervolging riskeren.  (Er is nochtans een groot verschil tussen tucht en het feit van te vernederen, te slaan of klappen uit te delen).  En men zei: “Akkoord”.

“Vervolgens heeft een wijs lid van een schoolcommissie gezegd: “Aangezien  de jongens zijn zoals ze zijn en dat ze in ieder geval zullen doen wat wij weten, laten wij hun alle condooms geven die ze wensen opdat ze zich amuseren zoveel ze willen en ze het niet aan hun ouders moeten zeggen aangezien ze zich kunnen bevoorraden op school.”  En men zei: “Akkoord”.  Vervolgens hebben leden van onze verkozen regering gezegd dat het geen belang heeft wat men doet in zijn privé-leven, als het maar het werk niet schaadt.  En, in akkoord met deze uitspraak, heeft men gezegd dat het geen belang heeft wat om het even welke persoon, de president incluis, in privé doet, zolang zijn job en de economie maar verder bolt.  En men zei: “Akkoord”.

“En iemand heeft ook gezegd: ‘Laten we tijdschriften drukken met foto’s van naakte vrouwen en laten we dat een gezonde en realistische expressie noemen van de vrouwelijke schoonheid’.  En men zei: “Akkoord”. 

Iemand anders heeft deze appreciatie nog wat verder geduwd en heeft foto’s gepubliceerd van naakte kinderen en heeft ze beschikbaar gesteld op het Internet.  En men zei: “Akkoord”. 

Vervolgens heeft de ontspanningsindustrie gezegd: ‘Laten we televisie-uitzendingen maken en godslasterlijke films die het geweld en ontoelaatbare seks tonen.  Laten we muziek maken die aanspoort tot verkrachting, drugs, moord, zelfdoding en satanische thema’s’.  En we hebben gezegd: ‘Och, het is maar vermaak, dat heeft geen enkel negatief effect en tenslotte, niemand neemt dat ernstig op, laten we dus maar begaan’.  En men zei: “Akkoord”.

“En vandaag vragen wij ons af: ‘Waarom hebben onze kinderen geen geweten?’, ‘Hoe komt het dat ze het verschil niet kennen tussen Goed en Kwaad?’ en ‘Waarom deert het niet meer om vreemden, klasgenoten en zichzelf te doden?’

“Misschien zal men, als men er voldoende en lang genoeg over denkt, het antwoord vinden.  En het zou kunnen dat het in nauw verband staat  met dit woord van de apostel Paulus: Men oogst wat men gezaaid heeft… (Galaten 6,7).

“Alles wat we hier zegden  kan samengevat worden in volgende dialoog die ik op het Net aantrof: 1° Anonieme vraag tot God: ‘Lieve God, waarom heb je het kleine meisje niet gered dat in haar klaslokaal werd gedood?  Met hoogachting.  Een ongeruste student.  2° Het antwoord: ‘Lieve ongeruste student.  Ik heb niet meer het recht om in jullie scholen te zijn.  Met hoogachting.  God.”

“Tenslotte is het wonder vast te stellen hoe gemakkelijk het is zich te ontdoen van God en zich vervolgens af te vragen hoe het komt dat ons leven tot een hel is geworden.  Het is wonder vast te stellen hoezeer men gelooft wat in de kranten geschreven wordt, maar dat men twijfelt aan wat geschreven staat in de Bijbel.  Het is wonder te zien hoezeer iedereen naar het paradijs wil gaan, op voorwaarde dat men niet moet geloven, denken, zeggen of doen wat in de Bijbel wordt gezegd.  ’t Is wonder iemand te horen zeggen ‘Ik geloof in God’ maar je ziet hem Satan volgen, die, in feite ‘gelooft’ in God, hij ook.

“Het is wonder te zien hoe gemakkelijk het ons valt te oordelen, maar hoe moeilijk te aanvaarden dat wij geoordeeld worden.  Het is wonder hoeveel grappen men per E-mail kan  verzenden, en ze verspreiden zich als een poeder, maar wanneer men berichten begint te verzenden die over de Heer spreken denkt men er twee keer over na om ze te verzenden.  Het is wonder te zien hoezeer obscene, rauwe en vulgaire berichten (op Internet), ook vrij in de cyberspace hun rondgang doen terwijl publieke discussies over God uit de scholen en werkplaatsen verbannen zijn.  Het is wonder te zien hoezeer een persoon, die op zondag zo vol ijver is voor Christus even zo onzichtbaar kan zijn de rest van de week.

“Je lacht?  Het is wonder te zien dat wanneer je ertoe zal komen om dit bericht te verspreiden, je het niet naar veel personen uit jouw adressenbestand zult zenden omdat je niet zeker bent wat ze geloven ofwel wat ze van jou gaan denken dat je hen dit toegezonden hebt.

“Het is wonder te zien hoezeer ik me eerder kan ongerust maken over wat de anderen van mij zullen denken dat over wat God van mij denkt.  Vind je ook niet?”

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

GAGARIN

De mens die zich als eerste in een capsule in een baan om de aarde liet katapulteren, was de Sovjetrussische kolonel Yuri Gagarin.  Dit vond plaats in 1961.  Toen hij terugkeerde uit de ruimte sprak hij, als vertegenwoordiger van een toen atheïstische staat, de historische woorden: ‘Het heelal is donker, kameraden, ik zie geen God’.  Nogal wiedes natuurlijk, of dacht hij misschien dat, als je maar ver genoeg de ruimte induikt, je daar ergens op God zou stoten op zijn hemelse troon?  Dat voorwetenschappelijk wereldbeeld was toen ook niet meer aanwezig in het denken van de meeste gelovigen in onze streken.  Maar daar gaat het ons hier niet om.  Wel over een naamgenoot van hem van wie we een korte levensbeschrijving aantroffen in een oud boek over ‘bekeerlingen in de 19de eeuw’.

Prins Gagarin, geboren in Moskou, kreeg heel zijn opleiding van zijn vader.  Rond 1838 ging hij in de diplomatie en kwam als lid van de Russische ambassade in Parijs, waar hij zeer gezien en gevierd werd in de hoge Parijse kringen.  Als predikant op de bekende preekstoel van de Notre-Dame had de Jezuïet, pater De Ravignan de Dominikanerpater Lacordaire opgevolgd.  Deze pater de Ravignan had vrij veel invloed op die jonge attaché van de Russische ambassade en in 1841 ging de prins over van de grieks-orthodoxe naar de katholieke kerk.  Nog twee andere Russische notabelen volgden zijn voorbeeld, prins Troubetskoï en graaf Schoevaloff, eveneens door  de invloed van pater de Ravignan.

Uiteraard verwekte deze bekering van prins Gagarin heel wat deining in het thuisland.  Vader was woedend, maar dat kon de beslissing van de jonge bekeerling niet aan het wankelen brengen.  Er was evenwel nog een ander gevolg.  Volgens de Russische wet verloor wie de Staatsgodsdienst opgaf zijn burgerrechten en werden zijn goederen aangeslagen.  Prins Gagarin liet zich ook daardoor niet beïnvloeden.  Overigens interesseerde al dat materiële hem niet zozeer meer aangezien hij in 1842 intrad bij de Jezuïeten en zijn noviciaat begon in het klooster van Saint-Acheul nabij Amiens.  Zijn theologiestudies deed hij te Laval en in 1849 werd hij filosofieleraar aan een Jezuïetencollege te Brugelette in Wallonië.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (22)

Samenvatting: Ben Van Vossel

Art. 5 “Jezus Christus is nedergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden”

§ 2 Hij is de derde dag verrezen uit de doden (638-658)

De verrijzenis van Jezus is de centrale waarheid van de eerste christengemeenschap en wordt samen met het kruis als wezenlijk onderdeel van het Paasmysterie verkondigd. 

I. Historische en transcendente gebeurtenis (639 vg.)
Het nieuwe Testament verhaalt ons het mysterie van de verrijzenis als een gebeuren waarvan men de manifestaties kon vaststellen, zoals o.m. Paulus belijdt: “… dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag volgens de Schriften, en dat Hij is verschenen aan Kefas (=Petrus) en daarna aan de Twaalf” (1 Kor. 15,3-4). 
Het lege graf is een van die manifestaties waarbij de verschijningen van de Verrezene als verdere invulling komen.  Enkele vrouwen waren de eerste boodschapsters van de verrijzenis van Christus.  Dan Petrus en daarna de Twaalf.

Het authentieke, werkelijke lichaam van Jezus draagt enerzijds nog de sporen van het lijden (“leg uw hand in mijn zijde”) maar heeft ook de kenmerken van een verheerlijkt lichaam; het is niet meer gebonden aan tijd en ruimte.  Jezus’ menselijke natuur behoort alleen nog tot het goddelijk rijk van de Vader.  De verrijzenis van Jezus is ook iets totaal anders dan sommige opwekkingsverhalen (bv. Lazarus of de zoon van de weduwe) waar de tot leven gewekte een gewoon aards leven terugkreeg.  Het lichaam van Jezus deelt in het goddelijk leven door de staat van zijn heerlijkheid, zodat Paulus over Christus zal zeggen dat Hij “de hemelse mens” is. (1kor. 15,35-50).

II. De verrijzenis – werk van de heilige Drievuldigheid (648 vg.)
De verrijzenis is een transcendent (een bovennatuurlijk) ingrijpen van de Drie-Ene God, vandaar dat in de Bijbel nu de een dan de ander der goddelijke personen als handelend wordt aangegeven.  ‘De goddelijke persoon van Christus bleef verenigd met zijn door de dood van elkaar gescheiden ziel en lichaam; de verrijzenis komt tot stand wanneer de gescheiden delen weer verenigd worden’.

III Zin en heilsbetekenis van de verrijzenis (651 vg)
Als Christus niet verrezen is, dan is onze prediking zonder inhoud en ons geloof eveneens, schrijft Paulus (1 Kor. 15,14).  Het is immers de bevestiging van alles wat Christus zelf gedaan en geleerd heeft.  Het is ook de vervulling van de beloften van het Oude Testament (zie Hand. 13,32-33).  De godheid van Christus wordt er ook door bevestigd: “Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult gij inzien dat Ik ben” (Joh. 8,28).

Het Paasmysterie is tweeledig: door zijn dood bevrijdt Christus ons van de zonde, door zijn verrijzenis verschaft Hij ons toegang tot een nieuw leven.
Dit nieuw leven houdt in: overwinning op de dood als gevolg van de zonde en een nieuw deelhebben aan de genade.  Dit leven maakt ons tot Gods kinderen door aanneming.
De verrijzenis van Christus is, zoals de verrezen Christus zelf, oorsprong en bron van onze toekomstige verrijzenis.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

DECALOOG (6)

Ben Van Vossel cssr

2 Gods Naam eren (1)

In het Geloofsboek staat als tekst boven de tweede wegwijzer naar het geluk: Heilig is voor ons uw Naam, heilig is voor ons uw eer.  Vroeger klonk het ook nog: Zweer niet ijdel, vloek noch spot.

2.1 De naam is de persoon
Het is duidelijk dat een naam de persoon zelf wil uitzeggen.  Dit is Jaak, dit is Myriam.  Dan bedoel ik heel hun persoon.  Gelieve hen te aanvaarden met al wat ze zijn.  Heb respect voor hun eigenheid.  Vroeger stak dat eigene ook duidelijker in de naam.  Zegt Mozes tot God in Exodus 3,13 “Als ik nu bij de Israelieten kom en hun zeg: De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen: Hoe is zijn naam? wat moet ik dan antwoorden?” 14 Toen sprak God tot Mozes: “Ik ben die is.” En ook: “Dit moet gij de Israelieten zeggen: Hij-is zendt mij tot u.’ 15 Bovendien zei God tot Mozes: “Dit moet ge de Israelieten zeggen: Jahwe (Hij-is), de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, zendt mij tot u. Dit is mijn naam voor altijd. Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door”.   God noemt zichzelf : Hij die er is, Hij die altijd helpend nabij is.  Als Jezus zijn vrienden leert bidden, zegt Hij “Als jullie bidden, zeg dan: ‘Onze Vader’”.  Daar hoeft niet veel aan toegevoegd te worden.  Of luister anders maar wat naar zijn parabels over de verloren zoon, de goede Herder enz…  Of kijk gewoon naar wat Jezus zelf is en doet en zegt.  Dan snap je wel wat er met ‘God is uw Vader’ bedoeld wordt.

2.2 Een persoonlijke relatie
Als gelovig mens wordt er verondersteld dat je een persoonlijke relatie hebt met God, met de Heer Jezus.  Je gaat die naam van God of Jezus niet te pas en ten onpas gebruiken, gewoon om wat kracht aan je uitspraken te geven.  Nee, juist met grote eerbied spreek je die heilige namen uit.  Je tekent jezelf met het kruisteken omdat je wilt uitspreken dat je van Jezus’ bent die voor jou zijn leven heeft gegeven, en je spreekt woorden uit waardoor je je stelt onder de zegen van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Zo begin je je dag, zo begin je je werk en zo eindig je er ook mee: In de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.  Je mag je geborgen weten en voortdurend ook geappelleerd, opgeroepen, aangesproken door de Drieëne God, mysterie van liefde.

Wij kunnen God ook eer betuigen door zijn naam te betrekken bij beloften, geloften en getuigenissen.  Daarmee verlenen we grotere waarde aan die engagementen en we kijken God in de ogen om Hem die verbintenis toe te vertrouwen: Zo helpe mij God.  Natuurlijk ga je zoiets niet lichtvaardig doen.  Die beloften moeten dan ook gehouden worden en je mag er God bij roepen wanneer het moeilijk is, tenslotte ben je toch maar een mens.  Dit te weten mag geen uitvlucht zijn om beloften te breken, maar juist om vaak beroep te doen op Gods bijstand. 

Tot slot hierbij toch nog aanmerken dat we Gods naam niet voortdurend moeten bijsleuren bij al onze uitspraken: “Uw ‘ja’ zij ‘ja’ en uw ‘neen ‘zij ‘neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze”, zei Jezus tot Oosterse mensen met hun eindeloos zweren.  Laten ook wij Gods Naam niet tot een lachertje maken en gewoon eerlijk en oprecht zijn.

2.3 Hem zijn plaats geven
God eren doen we op de eerste plaats door Hem te erkennen voor Wie Hij is,  Hem zijn plaats te geven in ons leven.  Welke plaats krijgt Hij bij mij?  Hoeveel plaats?  Dé plaats?  Stel ik me aan zijn voeten om te vragen wat Hij van mij verwacht?  Dàt zou de juiste houding zijn, een houding van vertrouwen dat Hij het goed meent met mij en mij op de beste weg naar het geluk wil leiden.  Dit is een fundamentele houding voor een christen.  Hierover moeten wij ons telkens en telkens weer bezinnen en er onszelf op bevragen.

Heer, neem uw plaats in in mijn leven!  

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

MARIA-MAGDALENA

Magda De Wilde Verantwoordelijke Gebedsgroep Maria-Kefas

“What’s in a name?”  schreef Shakespeare ooit.  Zo zouden we de vraag kunnen stellen of we gelukkig zijn met onze voornaam.  Veel ouders willen hun kindje immers een zinvolle naam meegeven voor het leven.  En zeker christelijke ouders zullen het zoeken in de uitgebreide lijst van heiligennamen, of bijbelse namen.  Mijn meter heette Madeleine, en ik werd dus Magda genoemd.  Als tiener was ik niet zo gelukkig met mijn voornaam.  De vraag ‘Mag-da?’ was vaak een bron van hilariteit.

Met het voortgaan in het leven, ging ik van die naam houden, omwille van mijn patrones, ‘Maria-Magdalena’ uit het evangelie. Wat ik bij haar zo mooi vind, is dat ze helemaal niet volmaakt hoefde te zijn, ze mocht zijn wie ze was is om dicht bij Jezus te komen en zijn volle liefde te ontvangen. Ik moet dus niet op mijn tenen gaan staan om mij aan haar te spiegelen.
In de christelijke gemeenschap leerde ik beter de liturgische tijden volgen en met het getijdenboek bidden. De gebeden zijn aangepast aan de heiligen die herdacht worden op bepaalde kalenderdagen. Zo ga je dan ook van je vrienden en van jezelf, de feestdag, de naamdag kennen. Het is mooi en zinvol om voor familieleden en mensen die we kennen op hun naamdag te bidden, op voorspraak van hun naamheilige (patroonheilige).

De feestdag van Maria-Magdalena valt op 22 juli. Op die dag ga ik de laatste jaren steeds naar de Eucharistieviering, en ik heb al prachtige preken gehoord over haar. Zelfs één van Kardinaal Danneels.  Dit jaar hoorde ik in de preek voor ’t eerst dat Magdala (de plaats waar Maria-Magdalena van afkomstig was en waar haar naam naar verwijst) in het Aramees betekent ‘toren’.  Uit die preken over Maria Magdalena trek ik vaak ook een les, of een troostwoord, een bemoediging, voor mezelf. Ik zie haar ook  vooral  als een voorbeeld voor mij van wederliefde tot God.  “Haar is veel vergeven, omdat ze veel heeft liefgehad”, zegt Jezus zelf over haar.
Op 23 juli dit jaar viel mij nog een onverwacht cadeautje in de hand. Tijdens een boekensorteerbeurt in de bibliotheek van ‘Oase in de stad’’ trof ik een  heel klein boekje  aan van het jaar 1923, met als titel: ‘Les plus belles larmes’ (De mooiste tranen).  Het was geschreven door een zekere François BERNARD.  Het boekje staat stil bij de  verschillende evangeliestukjes die handelen over Maria-Magdalena.  En natuurlijk bij haar tranen.

1 De tranen van spijt, van berouw, van bekering. Mensen  hebben wel allemaal iets in hun leven, waar ze spijt over hebben, waar ze weenden om het verkeerde. “Moest ik dat nog eens kunnen overdoen..., ik zou het heel anders aanpakken.”  Maar tranen van bekering , van berouw, raken het hart van God, en Hij vergeeft ons, zoals  Hij Maria-Magdalena vergiffenis schonk. Dat lezen wij bij Lucas 7 (37-38)

2 En zo worden de bevrijdende tranen van spijt en bekering, tranen van diepe vrede en van dankbaarheid en erkentelijkheid tegenover God.
Maria-Magdalena bewijst haar wederliefde en dankbaarheid aan Jezus, door Hem samen met nog enkele andere vrouwen, trouw te volgen en vanuit eigen middelen voor  Hem te zorgen. Dat lezen wij bij Lucas 8 (1-8)
Wij mogen ook onze trouw bewijzen aan God, er zijn zovele manieren om dat te doen: als aan onze wekelijkse zondagseucharistieviering  trouw blijven, dagelijks eens bidden, ook materieel misschien iets doen voor de Kerk en voor priesters die wij kennen.

3 De vorming van het hart, van de ziel van Maria-Magdalena, gebeurde door het luisteren naar het Woord van haar Meester. Zittend aan zijn voeten nam ze zijn woorden op, ze raakten haar hart, tot tranen toe bewogen.  Dat lezen wij bij Lucas 10,38-39.  Zo kunnen wij ook ons hart laten raken en vormen, door het biddend lezen van Gods Woord in de Bijbel.

4 De tranen van verdriet bij het verlies van een geliefde, de pijn, het afscheid, de herinneringen. Het rouwproces, wie kent dit niet?  Maria-Magdalena weent om haar gestorven broer Lazarus en ook Jezus weent om zijn vriend. Dat lezen wij in Johannes 11,32-35.

5 Naast haar tranen, laat Maria-Magdalena ook rijkelijk haar kostbaarste parfum voor Jezus vloeien. Dat lezen wij bij Marcus 14,3-9..  Wij mogen ook een stukje van onze kostbare tijd aan Jezus geven, in het gebed en liturgie, in aanbidding en  Hem het parfum van onze wederliefde aanbieden.

6 In haar trouw aan Jezus, volgt Maria-Magdalena Hem gedurende zijn hele lijdensweg, tot op Calvarie. Dat lezen wij  in Johannes 19,25.  Haar tranen van medelijden met haar Verlosser hebben alle sporen van egoïsme weggespoeld.  Door mededogen, door hulp aan lijdende  mensen te bieden, komen wij ook los van ons egoïsme.

7 ‘Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar ze Hem hebben heengebracht.’

Het lege graf. De tranen van gemis en verlatenheid.  De tranen om het gemis van onze geliefden, het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid.  En dan... Maria-Magdalena   kijkt weg van het graf en ziet haar Heer, Hij roept haar naam: ‘Maria’. Zij valt op haar knieën en aanbidt Hem.  Dat alles lezen wij in Johannes 20,1-18.
Diegene die door Maria-Magdalena werd aanbeden, Jezus Christus, is de overwinnaar op de dood. Hij doorbreekt voor ons elke vorm van verlatenheid, van eenzaamheid, als wij maar naar Hem opkijken en bij Hem komen met alles wat we zijn en voelen.

Door dit boekje “De mooiste tranen” leerde  ik aan de hand van één figuur, in dit geval mijn patrones, Maria-Magdalena, op een andere manier biddend door de bijbel wandelen.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

EEN SPIRITUELE TOCHT  (7)

Lieven Dewaer

7de etappe: “Wolfijzers en schietgeweren!”

We willen je niet in de waan laten dat je spirituele tocht steeds maar over rozen zal lopen.  Er zijn valstrikken, ‘wolfijzers en schietgeweren’ zoals boswachters vroeger wel eens afficheerden om stropers af te schrikken.  Die valstrikken kunnen uiterlijke omstandigheden zijn, maar vaak hebben ze met ons eigen (onszelf misleidend) innerlijk te maken dat die spirituele tocht wat al te egocentrisch en zoetsappig of  buitenissig wil houden.

1 Wat ben ik toch een bijzonder iemand
Een spirituele tocht is voor nogal wat personen een verre lokroep die het leven wat inhoud moet geven, of liever, die hun het gevoel moet geven met iets bezig te zijn waar anderen aan voorbij lopen, waar anderen niet aan toe komen.  Het geeft aan henzelf de indruk, het gevoelen, de zalige (?) gedachte dat zij, zij althans, met het echte leven bezig zijn en dat zij tot die happy few behoren die ‘ziende’ zijn. 

Ik vind het grappig hoe mensen zichzelf soms heel belangrijk gaan vinden omdat ze iets kennen van horoscopen, (tarot-)kaart lezen, gedachtelezen of omdat ze meditatie pratikeren.  Ik vind het grappig en heb er ook wel wat kompassie mee.  Vooral als ze zich daardoor boven anderen verheven achten, als hoogmoed hun hart binnenstroomt.  Een spirituele tocht die ons hoogmoedig en hard maakt, is geen door de Geest geïnspireerde tocht.  Hier worden we misleid naar het beeld van de slang uit het verloren paradijs:
“Maar de slang zei tot de vrouw:
‘U zult helemaal niet sterven!
God weet dat uw ogen open zullen gaan als u eet van die boom,
en dat u dan gelijk zult worden aan God,
door de kennis van goed en kwaad’” (Genesis 3,4-5).
Een spirituele tocht om je verheven te voelen boven anderen, of stilaan de hoogmoed en zelfgenoegzaamheid je hart voelen binnensijpelen…  Wees op je hoede.

2 Knuffeldeknuffel
Een spirituele tocht heeft evenmin als bedoeling ons gewoon goed te voelen.  Doe me niet zeggen dat je je niet goed mag voelen.  Wie zich heel goed voelde in zijn lijf was Jezus.  De relatie met de Vader en de vreugde in zijn dienst te staan gaf Hem de innerlijke kracht om vanuit die basis het leven met genoegen aan te vatten.  Maar godsdienst is er niet gewoon om je goed te voelen.  ’t Was een schone eucharistieviering, want er is veel gezongen.  ’t Was een goede viering want de preek was goed.  ’t Was er echt gezellig.  Een fantastische gebedsavond, een diepingrijpende sessie…
Och we zijn mensen, en dit zijn allemaal factoren waardoor we ons goed voelen, ook als christenen.  Maar we moeten opletten dat we de godsdienst niet maken tot een knuffelgodsdienst, God tot een knuffelgodje die ons het leven aangenaam maakt en ons alles uit handen neemt zoals een al te goedhartige papa die ons bederft. 
Ben ik meer afgesteld op het verlangen van God, voel ik me uitgenodigd om daadwerkelijk zijn wil te doen?  Dàt is de maatstaf van een goede spirituele tocht. 

3 Onaantastbaar
Ik heb genoeg aan mezelf.  Ik ben toch zo geestelijk op weg.  Ik wordt niet meer beroerd door al te menselijke zaken, al te menselijke aangelegenheden.  Ik ben niet meer geïnteresseerd in menselijke beroerselen, ik ben nog nauwelijks geïnteresseerd aan mijn omgeving.  Alles is immers schijn.  Het enig waardevolle is mijn spirituele opgang. 

Kijk, misschien dat oprecht gelovige mensen die een ernstige spirituele tocht gaan dit wel eens zeggen.  Maar het is goed mogelijk dat we bij dat alles ons hart hebben laten verharden.  Van Teresa van Avila kan je moeilijk beweren dat zij geen geestelijke vrouw was.  Maar zij was echt vrouw, charmant in de omgang met haar medezusters en anderen.  Zij was helemaal geen onaantastbare.  En Franciscus van Assisi, een vergeestelijkt man die op het einde van zijn leven vraagt dat Klara nog wat van die koekjes zou laten meebrengen die ze zo goed kon bakken.  Mens blijven op je spirituele tocht!  Heb je een ander voorbeeld nodig?  Kijk gewoon naar Jezus in het evangelie, daar staat de spirituele mens ten voeten uitgetekend.

4 Louter ‘geest’.  Waw!
Een stapje verder ligt immers de valkuil van de onderwaardering van het lichaam en het lichamelijke.  Op mijn geestelijke tocht doet het lichamelijke immers niet meer terzake.  Fout!  Toegegeven, christenen zijn kinderen van hun tijd en er is een tijd geweest dat christenen wel eens al te zeer het lichaam voor minderwaardig hielden ten overstaan van ‘de ziel’.  Maar er is ook een tijd geweest dat mensen meenden dat het lichaam een kerker was die onze ziel gevangen hield en waaruit wij ons zo vlug mogelijk moesten bevrijden door zoveel mogelijk te onderdrukken.  Opnieuw moeten we hier naar Jezus wijzen, het Woord van God dat mens is geworden.  Hij heeft ons bestaan gedeeld, was mens zoals wij, met een lichaam zoals wij.  Met zijn hart bij de Vader voelde Hij zich thuis op de aarde.  Hij at en dronk en feestte en was moe en viel in slaap in de boot en genoot van de vriendschap van zijn apostelen, de eenvoud van de kinderen, de dankbaarheid van mensen…  Vrouw, geef me te drinken.  Hebben jullie soms wat vis?  Zie eens naar de bloemen!  Let eens op de vogels.  Kijk eens hoe wit de tarwevelden staan…
De materie en het lichaam zijn schepselen Gods.  De menswording van Jezus heeft voor altijd uitgesloten dat we het aardse en het lichaam zouden opzij drukken.  Blijf bij je spirituele tocht met je beide voeten op de aarde, en wees er dankbaar voor.

5 Ikke, ikke en de rest kan stikken
Een lelijke valkuil voor iemand die een geestelijke tocht gaat is de gerichtheid op zichzelf. Het is te dwaas om te denken dat je een spirituele tocht zou gaan waarbij je enkel op jezelf zou bedacht zijn en je hart zou sluiten voor de medemens.  Voor zijn echte geluk en voor alles wat je voor hem/haar zou kunnen doen.  Een spirituele tocht heeft immers met God van doen – de rest is larie en apekool of gewoon verblinding.  Welnu, God is in wezen ‘gemeenschap’, relatie.  En we zijn echt naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt om zelf ook in relatie en gemeenschap te leven.  In aandacht, oprechte altruïstische aandacht voor anderen en voor hun diepe geluk.  Dat heel geestelijke enkel op mezelf gericht zijn is gewoon platvloerse zelfmisleiding die nergens toe leidt en zeker niet de weg is die God in ons wezen heeft ingeschreven.

6 De o zo (hoog-)moedige Prometeüs
Er bestaat nog zoiets als ‘genade’.  Dat is de typisch christelijke wijsheid.  Die gulden middenweg tussen engagement en vertrouwen op de genade, tussen inzet en gebed, of zoals ze in Taizé zeggen: strijd en inkeer.  In dit zesde punt willen we de valkuil vermijden waarin hij valt die enkel maar rekent op eigen kunnen, eigen aktie, die zich idealistisch inzet voor mensen, en zelfs voor het Rijk van God…  maar die vergeet daarbij te rekenen op ‘de hemelse dauw’, op de genade, de bevruchting door de heilige Geest.  Het is een van de nare uitschuivers van de secularisatie dat het gebed gedevalueerd wordt tot bezinning, maar niet echt meer wordt tot lofprijzing en ook tot nederig God erbij roepen en alles (heel die in eigen ogen zo belangrijke inzet, die moeite die men doet, het halve nachten doorwerken, het de benen van onder je lijf lopen voor de goede zaak in dienst van mensen) aan Hem toevertrouwen.  Je bent wel mans genoeg.  Niet waar!  Luister naar de bijbeloude waarheid uit psalm 127 :

1 Een bedevaartslied. Van Salamo.

Als de Heer het huis niet wil bouwen,
vergeefs zwoegen daaraan de bouwers;
wil de Heer de stad niet bewaken,
vergeefs staat de wachter op wacht.
 
2 Vergeefs is het dat gij vroeg opstaat,
vergeefs dat ge laat pas u rust gunt,
dat gij het brood eet der smarten:
Hij toch schenkt die Hij lief heeft de slaap.

Wij horen die woorden niet graag.  God: de hemel, en wij: de aarde.  Zo is het eerlijk verdeeld, vinden wij.  Het klinkt moedig, het klinkt modern.  Maar een christen leeft vanuit een andere werkelijkheid.  Daarin laat God ons echt wel de wereld, hoor, maar Hij wendt zijn aangezicht niet van ons af, Hij wil ons nabij zijn met zijn Geest, Hij verlicht ons hart en onze geest en schenkt ons de bezieling die we nodig hebben.  Hou je weg van die valkuil.

Oefening
Ga met ieder van die valkuilen op weg in je bezinningstijd.  Zie ze helder afgetekend voor je.  Ze zijn bedekt met een mooi mostapijt, zacht aan je voeten.  Maar daaronder loert het bederf, je ondergang.  Gedaan je spirituele tocht!  Realiseer het je heel scherp.  Leg jezelf op de rooster.  Noem niet langer ‘spirituele tocht’ waar je in feite in een van die valkuilen bent neergetuimeld.  Neem elke dag een bepaalde valkuil onder ogen en omschrijf duidelijk wat ze inhoudt.   Onderzoek jezelf eerlijk maar vraag op voorhand om het licht van de Geest van God, de Spiritus Domini.  “Kom, heilige Geest, verlicht de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde”. 

Je dagboek
In je dagboek noteer je wat de Heer je leerde met betrekking tot een of andere valkuil…  Of vond je er nog andere?  Noteer het kort.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 CHRISTENEN EN KINDSOLDATEN

U hebt er reeds van gehoord hoe in een aantal landen van Afrika (en elders ?) kinderen soms gedwongen worden om mee op te trekken met legerfracties of rebellenorganisaties; die kinderen moeten mee vechten, dienen vaak als kanonnenvlees, de meisjes voor de keuken en voor de seksuele lusten van de militieleden.  Onlangs kwam dit schrijnend probleem opnieuw in het nieuws door de doodsbedreigingen aan het adres van Els De Temmerman, die zich het lot aantrekt van die kinderen, met name in Oeganda.  In de berichtgeving werd gezegd dat het vooral een christelijk-fundamentalistische beweging is, het ‘Leger van de Heer’, die voor die bedreigingen en ontvoeringen verantwoordelijk zou zijn.  Enige dagen later evenwel (vrijdag 2 augustus) verscheen in Het Volk een verhelderende lezersbrief van Marc Joris uit Drongen. Hij zet de puntjes op de ‘i’ door aan te geven dat die groepering wel termen gebruikt uit de christelijke en bijbelse traditie, maar dat dit leger met zijn kindsoldaten in leven werd geroepen door de Libische leider Khadafi die zo zijn invloed in Oost-Afrika wou vergroten.  Dat zogenaamde christelijk-fundamentalistische ‘Leger van de Heer’ vecht overigens ook in Soedan aan de kant van de moslimregering tegen een afscheidingsbeweging (van christenen en animisten) in de zuidelijke provincies (onlangs werd er weer een soort vrede getekend en een modus vivendi overeen gekomen).  Alles samen blijkt opnieuw dat dit zogenaamde ‘Leger van de Heer’ een marionet is in handen van buitenlandse, Arabische en islamitische belan gen.  Hiermee beweren we niet dat alle christenen heiligen zijn of dat sommige ‘christelijke’ leger- of rebellengroepen er geen onduldbare praktijken op nahouden, maar in het onderhavige geval blijkt de wind duidelijk uit een andere en duidelijke hoek te komen.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

PAULUS (19)

Beschermd maar opgejaagd (Handelingen 23,11 vv.)

Ben Van Vossel cssr

Paulus zit gevangen.  Niet zozeer omdat hij van iets beschuldigd wordt, maar misschien nog meer om hem te beschermen tegen de volkswoede.  De beschuldiging van de strenge joden ging over het feit dat hij heidenen zou binnengebracht hebben in het binnenste tempelhof, waar alleen joodse mannen mochten komen.  Heidenen mochten enkel op de esplanade komen (waar sommigen van hen trouwens ook offers konden opdragen voor God).  Zoals we in ons artikel nr. 17 vermeld hebben berustte de beschuldiging op verkeerde informatie. 

Paulus zit dus gevangen in Jeruzalem en er wordt door bepaalde Joodse volksgenoten tegen hem een samenzwering beraamd.  We moeten namelijk bedenken dat Paulus volgens sommigen niet alleen wat afwijkende leerstellingen verkondigde, maar dat hij door zijn geleerdheid en zijn scherp verstand een gevaar betekende voor de ‘rechtgelovigheid’; men had tijdens zijn missiereizen trouwens al moeten vaststellen dat zijn verkondiging echt diepgaande invloed had.  In hun ogen vormde hij dus een ernstige bedreiging voor hun godsdienst.  Dat blijkt uit het feit dat een groep van 40 man een dure eed zwoer om niet te eten of te drinken totdat ze Paulus gedood zouden hebben.  In de ‘Handelingen van de Apostelen’ worden vooraf wel gezegd dat Paulus in de gevangenis een verschijning van Jezus had die hem zei: “Hou goede moed; want zoals gij voor mijn zaak getuigd hebt in Jeruzalem, zo zult ge het ook in Rome moeten doen”.  Dat het een heel ernstig komplot is blijkt uit hun afspraak met de hogepriester en de oudsten dat ze de romeinse bevelhebber en het sanhedrin (de hoge raad) moeten verzoeken om Paulus nogmaals naar hen te laten komen om de zaak verder uit te klaren: “Wij zullen dan klaar staan om hem te doden”. 

Gelukkig voor Paulus hoort de zoon van zijn zus over deze hinderlaag die gespannen wordt (Hand. 23,16) en hij brengt Paulus in de kazerne op de hoogte.   Paulus vraagt de officier (honderman) om zijn neef dringend bij de bevelhebber (de tribuun) te brengen.  Dit gebeurt, en de tribuun luistert welwillend naar de jongen.  De jongen voelt zich gerustgesteld en doet zijn verhaal: “De Joden hebben afgesproken u te vragen morgen Paulus naar het Sanhedrin te brengen, onder voorwendsel hem nauwkeuriger te ondervragen.  Maar geloof hen niet, want meer dan veertig van hen bereiden hem een hinderlaag en hebben zich onder ede verbonden niet te eten of te drinken, totdat zij hem gedood hebben: en nu staan ze klaar in afwachting van uw toezegging”.  Voor Lysias is de maat nu wel vol.  Hij wil verhinderen dat deze Romeinse staatsburger iets overkomt, maar anderzijds wil hij van al die opstootjes af, Jeruzalem geeft hem zo al genoeg te stellen. 
Hij ontbiedt twee centurio’s en draagt hen op om tijdens de nacht met tweehonderd soldaten naar Caesarea te trekken, samen met zeventig ruiters en tweehonderd slingeraars om Paulus veilig bij landvoogd Felix te brengen.

In Handelingen 23,26 vg. mogen we dan de brief meelezen die hij schreef aan Felix en waarin hij vooral naar die geplande aanslag verwijst om Paulus naar de landvoogd te zenden.  De centurio’s voeren hun opdracht uit, brengen Paulus ’s nachts naar Antipatris en ’s anderendaags wordt hij door de ruiters naar Caesarea gebracht.  De landvoogd verneemt van Paulus dat hij van Cilicië afkomstig is (Tarsus in het huidige Turkije) en zegt hem dat hij hem zal verhoren zo gauw zijn aanklagers aangekomen zijn.  Ondertussen laat hij hem in het pretorium van Herodes vastzetten.  Vijf dagen later is het zover: de hogeprieser Annanias dient zich aan samen met enkele oudsten en de advocaat Tertullus die de aanklacht zal naar voor brengen.  Ondertussen is Paulus wel aan een zekere dood ontsnapt, dank zij zijn jonge neef en de welwillendheid van de bevelhebber Lysias.

            Lees in volgend nummer: “20 Een proces in schuifjes”

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

GEBED TOT GERARDUS

Heilige Gerardus, er worden van u veel wondere dingen verhaald. Velen blijven u heel hun leven dankbaar, omdat ze door u op zeer opvallende wijze Gods reddende goedheid hebben ondervonden.
Ook wij zijn in nood.  Maar de ervaring van zovelen, die door u werden geholpen, bemoedigt ons en geeft ons vertrouwen.  Wij verwachten uitkomst door u.  Laat ook ons behoren tot de velen, die lof en dank brengen aan God, om wat ze door u verkregen.  Geef ons vooral de genade van de inwendige vernieuwing.  Laat ons van nu af weer meer gaan leven in die echte liefde, waarvan uw leven het stralend voorbeeld is.  Bid, dat het leed, dat we samen dragen, ons dichter bij elkander brengt en ons weer meer bereid maakt om voor elkaar een steun te zijn in alle omstandigheden.  En verkrijg ons de kracht, ons bij alles te onderwerpen aan de beschikkingen van Gods voorzienigheid, ook als ons gebed niet verhoord wordt op de wijze, die we zelf graag zouden willen.  Amen.

(We troffen dit gebed aan op een prentje zonder vermelding van de uitgever)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

BRONKAMP

“Méér van Jezus in mijn leven!”  Het was de belofte en de uitdaging van het Bronkamp van de Maria-Kefasgemeenschap 2002.  152 tieners stapten mee in de stapgroepen van dit Bronkamp waarvoor nog een 45 medewerkers zich engageerden voor logistiek, keuken en begeleiding.  Verscheidene parochies of catecheseteams hadden ook publiciteit gemaakt op de thuisbasis.  Méér van Jezus in mijn leven.  Op het kamp mochten we in ieder geval dit méér ervaren, en natuurlijk, ondanks de zending blijft het steeds een opgave om naar de Heer te komen om dit méér ook te gaan ervaren in het heel gewone tienerbestaan.  Maar is het bestaan wel zo gewoon als je met Jezus op weg bent?  Daarom gaan we er voor.  We willen ontsnappen aan het platvloerse media-ideaal en de uitdaging aanvaarden van het Blijde Nieuws dat Jezus bracht en waartoe de paus de 2,5 miljoen jongeren in Toronto uitnodigde.  Together we are strong!

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

ONGEHUWDEN IN ONS MIDDEN

“Wij moeten nog melding maken van sommige personen die wegens feitelijke - vaak ongewilde - levensomstandigheden Jezus bijzonder na aan het hart liggen en daarom de genegenheid en de toegewijde aandacht van de kerk en vooral van de zielzorgers verdienen: het grote aantal ongehuwden.  Velen onder hen hebben geen menselijk huisgezin, vaak vanwege armoede.  Sommigen beleven hun situatie in de geest van de zaligsprekingen en dienen God en hun naaste op voorbeeldige wijze.  Voor hen allen moeten de deuren van de gezinnen, de ‘huiskerken’, geopend worden, evenals de deuren van het grote gezin dat de kerk is. ‘Niemand is zonder gezin in deze wereld de kerk is thuis en gezin voor allen, vooral voor hen die ‘vermoeid zijn en belast’ (Mt. 11,28) zijn.

            (Familiaris Consortio, Over het Gezin, nr. 85)  

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

QUMRAN (6)

Ben Van Vossel cssr

4 RELATIE VAN ‘QUMRAN’ MET HET CHRISTENDOM EN MET CHRISTUS?

1. Het vroege christendom en de documenten van de Khirbet Qumrân
- Sommigen meenden een speciaal verband te moeten leggen tussen de Gemeenschap van Qumrân en Johannes de Doper die ook in de Judese woestijn woonde en vlakbij de Jordaan doopte.  Johannes was geen Esseen uit Qumran (ook de leermeester van Flavius Josephus was dat niet hoewel ook hij een soort kluizenaar was in de woestijn) maar hij gelijkt er wel op.  Het doopsel in de Jordaan typeert echter zijn optreden, het wordt genoemd ‘het doopsel van Johannes’ en voor de Farizeeën en Sadduceeën heeft hij harde woorden. 

- Zijn leerling, de evangelist Johannes, toont in zijn Evangelie een Judese achtergrond, die sommige geleerden in relatie brengen met deze van Qumran.  We treffen inderdaad dualistische opvattingen aan (bv. de tegenstelling Licht-duisternis) en dezelfde terminologie (wandelen in het licht, kinderen van het licht).  Dit getuigt vooral dat het authentieke Judese en Palestijnse milieu van de Evangelist even waarachtig is als dat van Qumrân, maar weer betekent dit nog niet dat er een directe wederzijdse afhankelijkheid zou zijn .

- De Qumransekte verschijnt als een echte kloostergemeenschap.  Zou ze met haar Regel, haar gemeenschap van goederen, haar bijna canonieke organisatie, haar tucht en verbintenissen enige invloed gehad hebben op het religieuze leven van het beginnende christendom?  Bij de eerste christengemeenschap die Lukas in de Handelingen van de Apostelen beschrijft ontmoeten wel een soort gemeenschap van goederen, maar men lijkt daar niet toe verplicht te zijn; men kan zonder dat ook tot de christengemeenschap behoren.

- Sommige geleerden houden het voor mogelijk dat er een invloed zou zijn van Qumrân op de Kindsheidverhalen van Lukas en dat een vers uit de Handelingen van de apostelen zou kunnen wijzen op een mogelijke en belangrijke bekering van aanhangers van de gemeenschap van Qumran zoals we reeds aangaven: “Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof” (Hand. 6,7).

- In verband met het messianisme van de Kindsheidverhalen en dat van Qumrân zouden beide nogal sterke nadruk leggen op de messiaanse rol van een profeet-voorloper (Lc. 1,16 vg.; 1QS 8n14-16 vg), op het belang van een zowel priesterlijke als davidische Messias in een liturgische omgeving (Lc. 1,32 en 2, 46 vgl. 1QS 9,11; 1Qsa).  Maar het is helemaal niet zeker dat het vers uit Handelingen (6,7 zie hierboven) inderdaad handelt over leden van Qumran en ook de verwantschap met het Kindheidsevangelie van Lukas is verre van zeker. 

- Deze eerste vaststellingen zijn dus zeker niet overtuigend in hun relatie tussen het eerste christendom en de Essenen.  Prof. Grossow vond wel parallellen tussen de beschrijving van de gemeenschap van het Verbond (in de Regel) en de christelijke notie van de Kerk, de beschrijving van de goddelijke Idee, instrument van de schepping en de Proloog van Johannes en dus ook de gelijkenis omtrent de gemeenschap van goederen; anderzijds is het toch wel opmerkenswaard dat het Evangelie van Markus en de eerste en grote brieven van Paulus veel minder parallellen tonen met Qumran.  Het lijkt alsof op het moment van de eerste christelijke prediking de sekteleden nog niet het belang van de persoon en de boodschap van Jezus hadden opgemerkt of dat ze vooral de verschilpunten zagen.  Gelijkenissen handelen niet over essentiële punten van het christelijk geloof maar eerder over het moreel onderricht en de organisatie van de gemeenschap of over toch minder belangrijke punten als de engelenleer (over dit laatste zie volgend nummer).

- Prof. Vincent vermeldt ter illustratie hierbij het verschil tussen een passage uit de (vroege) Brief van Paulus aan de Galaten (vanaf hfdst. 3) en de Efesiërsbrief 4,17 en 5,20.  In de Galatenbrief richt Paulus zich tot de sekteleden van het Nieuw Verbond van de zonen van Sadok die de onmacht van de Wet nog niet konden aanvaarden, terwijl de schrijver van de Efesiërsbrief zijn aansporing richt tot christenen die gekomen zijn uit het Essenisme of minstens Joden met Esseense sympatieën, maar die omgevormd zijn en vernieuwd omdat ze steunen 
   
op de navolging van God waarvan de christenen de kinderen zijn (Ef. 5,1)
   
op de gehoorzaamheid aan Christus die hun leidsman en verlosser is (Ef. 20-21; 4,32; 5,2) en tenslotte op de trouw aan de heilige Geest waarvan ze het zegelmerk ontvangen hebben (5,3).

-  Ook Van Segbroeck geeft in kort bestek enige punten van overeenkomst aan tussen de Qumrangemeenschap en de eerste Christelijke gemeenschap.  We moeten er echter op wijzen dat gelijkenis nog geen rechtstreekse afhankelijkheid hoeft te betekenen.  Qumran én de eerste (joods-)christelijke gemeenschap leefden immers vanuit eenzelfde gemeenschappelijke bron: de Oudtestamentische Bijbel en leefden in eenzelfde klimaat van eindtijdelijke verwachting. 

- Zowel de eerste christenen als de zonen van Sadok noemden zich ‘heiligen of ‘uitverkorenen’.  Er is echter een groot verschil tussen die nogal enge nationalisten die iedereen moeten haten die niet denkt zoals zij; echt geen evangelische gezindheid.  Als de christenen anderzijds spreken over ‘het Nieuw Verbond’, dan bedoelen zij geen vernieuwing van het verbond waarover sprake in Deuteronomium 29 en 30, maar het Nieuw Verbond dat steunt op het bloed van Christus. 

- Prof. Vincent geeft nog meer parallellen tussen de geschriften van Qumran en een aantal niet bijbelse, niet-canonieke en apocriefe ‘christelijke’ geschriften.  Het zou wel eens kunnen dat de vroomheid van de Essenen mensen heeft voorbereid om later christen te worden.

Het is echter duidelijk dat naast de gelijkenissen er heel wat verschilpunten zijn tussen het Essenisme en het christendom zoals we hierboven reeds aangaven.  Ook zien we een groot verschil tussen de Leraar der gerechtigheid en Jezus en tussen de leer van Jezus en de leerstellingen van de Qumrangemeenschap.

2. Jezus en de ‘Leraar der Gerechtigheid,
* De Leraar der Gerechtigheid
In verscheidene geschriften van Qumran (of gevonden in Qumran) is er sprake van de Meester der Gerechtigheid, die verdreven wordt en uiteindelijk gedood.  In de eerste jaren na de ontdekking van de Qumrangeschriften vroegen nogal wat mensen zich af of die ‘Leraar van de Gerechtigheid’ geen beschrijving was van Jezus of wel of Jezus geen illustratie was van die Meester der Gerechtigheid. 

Vrij algemeen wordt aanvaard dat het in de Qumrangeschriften zou gaan over de hogepriester Onias III, wiens dood in 171 een belangrijke datum betekende in de vervolging van Antiochus IV Epiphanes.  Toch blijft het voor veel anderen nog steeds een vraag.  In de Oorlogsrol en de Dankpsalmen wordt hij niet vernoemd (al wordt een deel van de Dankpsalmen aan hem toegeschreven).  Hij speelt wel een rol in de commentaar op Habakuk en in het Damascusgeschrift.

In de veronderstelling dat een deel van de Dankpsalmen van ‘de Leraar der Gerechtigheid’ zou zijn kan men natuurlijk iets weten over zijn jeugd (God neemt voor hem de plaats in van zijn ouders) zijn uitverkiezing en zending om geestelijke leider te zijn van velen.  Omwille van vervolgingen moest hij in ballingschap gaan.  Wat hem kenmerkt is zijn nederigheid, het bewustzijn van zijn nietigheid en Gods verhevenheid.  In de twee genoemde geschriften wordt hij gezien als de leider van de gemeenschap.  God geeft hem licht hoe de schriften en de profeten moeten verstaan worden.  Hij moet zorg dragen over de strenge naleving van de wettische voorschriften.  Hij is de laatste profeet die de eindtijd aankondigt.  De goddeloze priester vervolgt hem en hij sterft (al of niet gewelddadig).  In een latere ontwikkeling schijnt men op een wederkomst van de Leraar der gerechtigheid in de eschatologische tijd gerekend te hebben”.

* Jezus, de Leraar der Gerechtigheid?
Het was natuurlijk verleidelijk om in de ‘Leraar de gerechtigheid’ een soort voorafbeelding te zien van Jezus en Jezus dan als een soort reïncarnatie van die Meester.  Vincent citeert een sterke tekst van Dupont-Sommer, waarin deze juist de sterke verschillen aangeeft tussen de Meester der Gerechtigheid en Jezus.  Terwijl de Leraar der Gerechtigheid priester is, een zoon van Levi, is Jezus geen priester maar ‘zoon van David’.  De Leraar der Gerechtigheid wordt genoemd ‘Messias van Aaron en van Israël’ terwijl Jezus gewoon ‘de Messias’ wordt genoemd.  De Leraar lijkt in Judea te verblijven, Jezus was Galileeër en trad vooral op rond het meer van Galilea.  De Leraar der Gerechtigheid wordt nogal sterk onderscheiden van de volgelingen en met een haast superstitieuze verering omgeven zodat men zelfs zijn naam niet uitsprak; Jezus was eerder een leraar die gemoedelijk omging met zijn apostelen en die zich door de menigte liet benaderen en wiens naam helemaal geen secreet was.  De Leraar komt naar voor als een gestreng iemand, terwijl Jezus (in tegenstelling tot Johannes de Doper) iemand was ‘die wèl eet en drinkt’ (Mt. 11,18-19).  Terwijl de Leraar der Gerechtigheid eerder naar voor komt als iemand die een geheime kennis (gnosis) openbaarde aan geïnitieerden, zo was Jezus vooral een volkspredikant, die voortkwam uit een midden van gewone mensen en die zich uitdrukte in een eenvoudige taal met levensfrisse vergelijkingen.

Zoals de goddeloze priester de ‘Meester der gerechtigheid’ vervolgt en deze sterft zo werd ook Jezus vervolgd door de hogepriesters.  Bij de Meester der gerechtigheid wordt echter niet gezegd dat hij gewelddadig om het leven kwam en nergens wordt ook maar met één woord gezegd dat hij aan een kruis zou zijn gestorven.  In een latere ontwikkeling schijnt men op een wederkomst van de Leraar der gerechtigheid in de eschatologische tijd gerekend te hebben, maar ook hier wordt niets naar voor geschoven dat zou gelijken op de verrijzenis van Jezus.

Naast de menselijke gestalte van Jezus zouden we het over zijn leer kunnen hebben, zijn wet van de liefde met die sfeer van vertrouwen in God, in de macht van de genade die in staat is de hele mensheid te redden waardoor hij mijlenver verschilt van het onderricht van de Leraar der Gerechtigheid.

            Vervolg en slot in volgend nummer

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 VORMING DOOR DE PAUS

Enkele woorden van Paus Johannes-Paulus tot de jongeren op de Wereldjongerendagen te Toronto.  Een oude, gehandicapte  paus met sterke woorden voor jonge mensen en wat oudere mensen met een jong hart.  Geen enkele wereldleider, laat staan een van onze eigen politieke verantwoordelijken, geeft toegang tot zoveel zinvolle diepte voor ieder mensenleven.

“Als christenen weten wij dat het niet mogelijk is God af te wijzen of opzij te zetten zonder zich bloot te stellen aan het risico de mens omlaag te halen… Ik vertrouw jullie mijn hoop toe: jullie zijn deze bouwlieden (van de nieuwe beschaving van de Liefde)!  Jullie zijn de mannen en vrouwen van morgen; in jullie harten en in jullie handen ligt de toekomst.  God vertrouwt aan jullie de taak toe om met Hem mee te werken om de beschaving van de Liefde op te bouwen…

In de mate waarin jullie vriendschap met Christus, jullie kennis van ‘zijn mysterie’ (Wie en wat Jezus echt is) en de gave van jezelf aan Hem echt en diep is, zullen jullie kinderen van het licht zijn en zullen jullie op uw beurt licht van de wereld worden….  Het gebed is het zout dat smaak geeft aan jullie bestaan en dat jullie toekeert naar Christus, die het waarachtige licht van de mensheid is….  Maak aan allen de schoonheid bekend van de ontmoeting met God die zin geeft aan jullie bestaan.  Blijf niet achterwege in het streven naar gerechtigheid, in de promotie van de vrede, in de inzet voor broederlijkheid en solidariteit!”

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 GEZEGENDE TIJD  

door bvv

Gezegende dagen waarin wij mogen leven met mensen onder de genadige blik van God.  Niet van Hem afgesneden, maar in relatie en communicatie met Hem, de bron en bestemming van ons leven.  Die lieve God.

Hij blijft ons niet koesteren op zijn schoot maar zendt ons na een deugddoende vacantie opnieuw naar onze taak.  We moeten onderscheiden of het dàt is wat Hij van ons verlangt.  Hij vertrouwt ons die taak toe, en Hij laat ons er niet alleen. 

Met Allerheiligen en Allerzielen houdt Hij ons opnieuw voor dat Hij een God van levenden is, die mensen tot leven blijft roepen in gemeenschap met de verrezen Heer Jezus.

Sinterklaas is een uitnodiging voor ons allen om meer attentie te hebben voor elkaar, vooral voor hen die het moeilijk hebben in het leven.  Dat is ook de betekenis van Welzijnszorg tijdens de Adventstijd.

Ja, Advent: blijven uitzien naar de komst van onze Heer, samen met Maria en heel de Kerk.  En zien waar Hij ons tegemoet wil komen: Dit is mijn Lichaam...  Wat je voor de geringste van mijn broeders hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan...

Kerstmis.  Gods genade, Gods liefde heeft zich tenvolle doen kennen in Jezus.  Kijk veel naar Jezus.  In de kribbe, op het kruis, in het evangelieboek, in de stilte van je hart na de communie, in de nood van mensen...  Kijk naar Jezus, de Herder en behoeder van je ziel.

Eindejaar.  Nieuwjaar.  Danken voor zijn genade heel het jaar door.  Bidden om zijn genade heel het jaar door dat komt. 

Maar ondertussen zijn we zo ver nog niet. 

            Laat Hem niet los
            en het worden gezegende dagen.
            Het is de wens van “Geloof en Leven” voor u en de uwen!.

 INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -