|
|
|
JAAR 2002 (jaargang 106) NR. 4 De
onderlijnde artikels zijn opgenomen op deze webpagina. Ons nabij gekomen in een kind Naar Han
Fortmann INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - 100 jaar geleden werd een meisje
vermoord De armoede van de
consumptiemaatschappij Het martelaarschap van Maria Goretti Maria NAAR TOP VAN DOCUMENT NAAR TOP VAN DOCUMENT Toespraak van paus Johannes Paulus II bij het Angelus van 7 juli 2002 1* Honderd jaar geleden, op 6 juli 1902, stierf Maria Goretti; de dag voordien had ze zware verwondingen opgelopen door het blinde geweld van haar overweldiger. Mijn vereerde voorganger, de Dienaar Gods Pius XII, heeft haar in 1950 heilig verklaard en stelde haar voor allen tot voorbeeld van moed en van trouw aan de christelijke roeping zelfs tot de uiterste gave van het eigen leven. Aan deze bijzondere verjaardag heb ik in een persoonlijke boodschap aan de bisschop van Albano (waartoe Nettuno behoort) willen herinneren. Daarin heb ik de actualiteit van deze martelares van de reinheid naar voor gebracht, en ik wens dat de opgroeiende jeugd en de jongeren haar beter zouden leren kennen. De heilige Maria Goretti is een voorbeeld voor de nieuwe generaties, die bedrogen worden door een mentaliteit van bandeloosheid en die het moeilijk hebben om het belang van die waarde te erkennen, waar tegenover men geen compromissen mag aangaan. 2* Ofschoon ze arm was en geen
schoolopleiding had, bezat deze nog niet eens tenvolle twaalfjarige een sterk en
rijk karakter, gevormd door een godsdienstige opvoeding die zij in het gezin
genoten had. Dat stelde haar in
staat, niet enkel om haar persoon met heldhaftige kuisheid te verdedigen, maar
zelfs om haar moordenaar vergiffenis te schenken. 3* Wij richten ons tot Onze lieve Vrouw, wier naam de heilige Maria Goretti droeg. Moge de Reinste onder alle geschapenen, de mannen en vrouwen van onze tijd en speciaal de jeugd helpen, om de waarde van de kuisheid nieuw te ontdekken en hun tussenmenselijke ontmoetingen te beleven in wederzijds respect en oprechte liefde.” Vertaald uit: Freundenkreis Maria Goretti e.V., Information, August 2002 nr. 77, p.3 NAAR TOP VAN DOCUMENT door: Ann Graham Ann Graham, de dochter van de bekende
Amerikaanse predikant Billy Graham, kreeg op de Teevee in “The early show”
door Hane Clayson de vraag voorgeschoteld naar aanleiding van allerlei pijnlijke
gebeurtenissen in de Verenigde Staten: “Waarom heeft God zoiets laten
gebeuren?” Wereldwijd hebben we heel wat droevige en afschuwelijke zaken te
verwerken. Ook wij vragen wel eens
“Waarom dit, waarom dat?” An
Graham heeft in haar antwoord geen blad voor de mond genomen.
En ook al voelen we sommige zaken anders aan, al zouden we niet zo scherp
spreken – het lijkt immers een
vloekprofetie - , en al zien we (nog) andere oorzaken, dan is haar analyse toch
de moeite waard om tot ons te laten komen. Denk
er wel bij dat dit voor Amerikanen werd geschreven. Ik geloof dat God diep bedroefd is door dit alles, net zoals wij, maar het is al jaren dat wij Hem vragen om onze scholen te verlaten, om onze regeringen te verlaten en uit ons leven weg te gaan. En aangezien God een gentleman is, geloof ik dat Hij gewoon gedaan heeft wat wij Hem vroegen. Hoe konden we zijn zegen en zijn bescherming verhopen als wij Hem vragen ons gerust te laten? “Ik weet dat er duizenden brieven op het (Inter)net circuleren omtrent de gebeurtenissen van 11 september (2001), maar wat hier volgt moet ons doen nadenken. Als je geen tijd hebt, lees het dan in vogelvlucht, want uiteindelijk zou het ons tot nadenken moeten brengen in het licht van recente gebeurtenissen (terroristische aanvallen, schietpartijen op scholen, enz…)” “Ik geloof dat het begonnen is toen Madeline Murray O’Hare (zij werd vermoord en onlangs is haar lichaam teruggevonden) verklaarde dat ze niet wilde dat er in de scholen gebeden werd, en men zei “Akkoord”. Vervolgens heeft iemand gezegd dat het niet wenselijk was de Bijbel te lezen in de scholen, de Bijbel die zegt: ‘Je zal niet doden, je zal niet stelen en hou van je naaste zoals van jezelf’. En men zei “Akkoord”. Vervolgens heeft Dr. Benjamin Spock gezegd dat men de kinderen geen straf zou moeten geven wanneer ze tekort kwamen in tucht, omdat dit de jonge persoonlijkheid zou misvormen en hun zelfachting zou schaden (de zoon van Dr Spock heeft zelfmoord gepleegd). En we hebben gezegd dat een expert toch zeker wel weet waarover hij spreekt, en men zei “Akkoord”. Vervolgens heeft iemand gezegd dat schooldirecteurs en leerkrachten hun leerlingen niet mochten bestraffen wanneer ze in tucht tekort kwamen. En de schoolbeheerders en de beheerders van de universiteiten hebben gezegd dat geen enkele leerling of student voorwerp mocht worden van disciplinaire sancties want dat zou de reputatie van het onderwijs schaden en men moest ook geen gerechtelijke vervolging riskeren. (Er is nochtans een groot verschil tussen tucht en het feit van te vernederen, te slaan of klappen uit te delen). En men zei: “Akkoord”. “Vervolgens heeft een wijs lid van een schoolcommissie gezegd: “Aangezien de jongens zijn zoals ze zijn en dat ze in ieder geval zullen doen wat wij weten, laten wij hun alle condooms geven die ze wensen opdat ze zich amuseren zoveel ze willen en ze het niet aan hun ouders moeten zeggen aangezien ze zich kunnen bevoorraden op school.” En men zei: “Akkoord”. Vervolgens hebben leden van onze verkozen regering gezegd dat het geen belang heeft wat men doet in zijn privé-leven, als het maar het werk niet schaadt. En, in akkoord met deze uitspraak, heeft men gezegd dat het geen belang heeft wat om het even welke persoon, de president incluis, in privé doet, zolang zijn job en de economie maar verder bolt. En men zei: “Akkoord”. “En iemand heeft ook gezegd: ‘Laten we tijdschriften drukken met foto’s van naakte vrouwen en laten we dat een gezonde en realistische expressie noemen van de vrouwelijke schoonheid’. En men zei: “Akkoord”. Iemand anders heeft deze appreciatie nog wat verder geduwd en heeft foto’s gepubliceerd van naakte kinderen en heeft ze beschikbaar gesteld op het Internet. En men zei: “Akkoord”. Vervolgens heeft de ontspanningsindustrie gezegd: ‘Laten we televisie-uitzendingen maken en godslasterlijke films die het geweld en ontoelaatbare seks tonen. Laten we muziek maken die aanspoort tot verkrachting, drugs, moord, zelfdoding en satanische thema’s’. En we hebben gezegd: ‘Och, het is maar vermaak, dat heeft geen enkel negatief effect en tenslotte, niemand neemt dat ernstig op, laten we dus maar begaan’. En men zei: “Akkoord”. “En vandaag vragen wij ons af: ‘Waarom hebben onze kinderen geen geweten?’, ‘Hoe komt het dat ze het verschil niet kennen tussen Goed en Kwaad?’ en ‘Waarom deert het niet meer om vreemden, klasgenoten en zichzelf te doden?’ “Misschien zal men, als men er voldoende en lang genoeg over denkt, het antwoord vinden. En het zou kunnen dat het in nauw verband staat met dit woord van de apostel Paulus: Men oogst wat men gezaaid heeft… (Galaten 6,7). “Alles wat we hier zegden kan samengevat worden in volgende dialoog die ik op het Net aantrof: 1° Anonieme vraag tot God: ‘Lieve God, waarom heb je het kleine meisje niet gered dat in haar klaslokaal werd gedood? Met hoogachting. Een ongeruste student. 2° Het antwoord: ‘Lieve ongeruste student. Ik heb niet meer het recht om in jullie scholen te zijn. Met hoogachting. God.” “Tenslotte is het wonder vast te stellen hoe gemakkelijk het is zich te ontdoen van God en zich vervolgens af te vragen hoe het komt dat ons leven tot een hel is geworden. Het is wonder vast te stellen hoezeer men gelooft wat in de kranten geschreven wordt, maar dat men twijfelt aan wat geschreven staat in de Bijbel. Het is wonder te zien hoezeer iedereen naar het paradijs wil gaan, op voorwaarde dat men niet moet geloven, denken, zeggen of doen wat in de Bijbel wordt gezegd. ’t Is wonder iemand te horen zeggen ‘Ik geloof in God’ maar je ziet hem Satan volgen, die, in feite ‘gelooft’ in God, hij ook. “Het is wonder te zien hoe gemakkelijk het ons valt te oordelen, maar hoe moeilijk te aanvaarden dat wij geoordeeld worden. Het is wonder hoeveel grappen men per E-mail kan verzenden, en ze verspreiden zich als een poeder, maar wanneer men berichten begint te verzenden die over de Heer spreken denkt men er twee keer over na om ze te verzenden. Het is wonder te zien hoezeer obscene, rauwe en vulgaire berichten (op Internet), ook vrij in de cyberspace hun rondgang doen terwijl publieke discussies over God uit de scholen en werkplaatsen verbannen zijn. Het is wonder te zien hoezeer een persoon, die op zondag zo vol ijver is voor Christus even zo onzichtbaar kan zijn de rest van de week. “Je lacht? Het is wonder te zien dat wanneer je ertoe zal komen om dit bericht te verspreiden, je het niet naar veel personen uit jouw adressenbestand zult zenden omdat je niet zeker bent wat ze geloven ofwel wat ze van jou gaan denken dat je hen dit toegezonden hebt. “Het is wonder te zien hoezeer ik me eerder kan ongerust maken over wat de anderen van mij zullen denken dat over wat God van mij denkt. Vind je ook niet?” NAAR TOP VAN DOCUMENT De mens die zich als eerste in een capsule in een baan om de aarde liet katapulteren, was de Sovjetrussische kolonel Yuri Gagarin. Dit vond plaats in 1961. Toen hij terugkeerde uit de ruimte sprak hij, als vertegenwoordiger van een toen atheïstische staat, de historische woorden: ‘Het heelal is donker, kameraden, ik zie geen God’. Nogal wiedes natuurlijk, of dacht hij misschien dat, als je maar ver genoeg de ruimte induikt, je daar ergens op God zou stoten op zijn hemelse troon? Dat voorwetenschappelijk wereldbeeld was toen ook niet meer aanwezig in het denken van de meeste gelovigen in onze streken. Maar daar gaat het ons hier niet om. Wel over een naamgenoot van hem van wie we een korte levensbeschrijving aantroffen in een oud boek over ‘bekeerlingen in de 19de eeuw’. Prins Gagarin, geboren in Moskou, kreeg heel zijn opleiding van zijn vader. Rond 1838 ging hij in de diplomatie en kwam als lid van de Russische ambassade in Parijs, waar hij zeer gezien en gevierd werd in de hoge Parijse kringen. Als predikant op de bekende preekstoel van de Notre-Dame had de Jezuïet, pater De Ravignan de Dominikanerpater Lacordaire opgevolgd. Deze pater de Ravignan had vrij veel invloed op die jonge attaché van de Russische ambassade en in 1841 ging de prins over van de grieks-orthodoxe naar de katholieke kerk. Nog twee andere Russische notabelen volgden zijn voorbeeld, prins Troubetskoï en graaf Schoevaloff, eveneens door de invloed van pater de Ravignan. Uiteraard verwekte deze bekering van prins Gagarin heel wat deining in het thuisland. Vader was woedend, maar dat kon de beslissing van de jonge bekeerling niet aan het wankelen brengen. Er was evenwel nog een ander gevolg. Volgens de Russische wet verloor wie de Staatsgodsdienst opgaf zijn burgerrechten en werden zijn goederen aangeslagen. Prins Gagarin liet zich ook daardoor niet beïnvloeden. Overigens interesseerde al dat materiële hem niet zozeer meer aangezien hij in 1842 intrad bij de Jezuïeten en zijn noviciaat begon in het klooster van Saint-Acheul nabij Amiens. Zijn theologiestudies deed hij te Laval en in 1849 werd hij filosofieleraar aan een Jezuïetencollege te Brugelette in Wallonië. NAAR TOP VAN DOCUMENT Samenvatting: Ben Van Vossel Art. 5 “Jezus Christus is nedergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden” § 2 Hij is de derde dag verrezen uit de doden (638-658) De verrijzenis van Jezus is de centrale waarheid van de eerste christengemeenschap en wordt samen met het kruis als wezenlijk onderdeel van het Paasmysterie verkondigd. I. Historische en transcendente
gebeurtenis (639 vg.) Het authentieke, werkelijke lichaam van Jezus draagt enerzijds nog de sporen van het lijden (“leg uw hand in mijn zijde”) maar heeft ook de kenmerken van een verheerlijkt lichaam; het is niet meer gebonden aan tijd en ruimte. Jezus’ menselijke natuur behoort alleen nog tot het goddelijk rijk van de Vader. De verrijzenis van Jezus is ook iets totaal anders dan sommige opwekkingsverhalen (bv. Lazarus of de zoon van de weduwe) waar de tot leven gewekte een gewoon aards leven terugkreeg. Het lichaam van Jezus deelt in het goddelijk leven door de staat van zijn heerlijkheid, zodat Paulus over Christus zal zeggen dat Hij “de hemelse mens” is. (1kor. 15,35-50). II. De verrijzenis – werk van de
heilige Drievuldigheid (648 vg.) III Zin en heilsbetekenis van de
verrijzenis (651 vg) Het Paasmysterie is tweeledig: door zijn
dood bevrijdt Christus ons van de zonde, door zijn verrijzenis verschaft Hij ons
toegang tot een nieuw leven. NAAR TOP VAN DOCUMENT Ben Van Vossel cssr 2 Gods Naam eren (1) In het Geloofsboek staat als tekst boven de tweede wegwijzer naar het geluk: Heilig is voor ons uw Naam, heilig is voor ons uw eer. Vroeger klonk het ook nog: Zweer niet ijdel, vloek noch spot. 2.1 De naam is de persoon 2.2 Een persoonlijke relatie Wij kunnen God ook eer betuigen door zijn naam te betrekken bij beloften, geloften en getuigenissen. Daarmee verlenen we grotere waarde aan die engagementen en we kijken God in de ogen om Hem die verbintenis toe te vertrouwen: Zo helpe mij God. Natuurlijk ga je zoiets niet lichtvaardig doen. Die beloften moeten dan ook gehouden worden en je mag er God bij roepen wanneer het moeilijk is, tenslotte ben je toch maar een mens. Dit te weten mag geen uitvlucht zijn om beloften te breken, maar juist om vaak beroep te doen op Gods bijstand. Tot slot hierbij toch nog aanmerken dat we Gods naam niet voortdurend moeten bijsleuren bij al onze uitspraken: “Uw ‘ja’ zij ‘ja’ en uw ‘neen ‘zij ‘neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze”, zei Jezus tot Oosterse mensen met hun eindeloos zweren. Laten ook wij Gods Naam niet tot een lachertje maken en gewoon eerlijk en oprecht zijn. 2.3 Hem zijn plaats geven Heer, neem uw plaats in in mijn leven! NAAR TOP VAN DOCUMENT Magda De Wilde Verantwoordelijke Gebedsgroep Maria-Kefas “What’s in a name?” schreef Shakespeare ooit. Zo zouden we de vraag kunnen stellen of we gelukkig zijn met onze voornaam. Veel ouders willen hun kindje immers een zinvolle naam meegeven voor het leven. En zeker christelijke ouders zullen het zoeken in de uitgebreide lijst van heiligennamen, of bijbelse namen. Mijn meter heette Madeleine, en ik werd dus Magda genoemd. Als tiener was ik niet zo gelukkig met mijn voornaam. De vraag ‘Mag-da?’ was vaak een bron van hilariteit. Met het voortgaan in het leven, ging ik
van die naam houden, omwille van mijn patrones, ‘Maria-Magdalena’ uit het
evangelie. Wat ik bij haar zo mooi vind, is dat ze helemaal niet volmaakt hoefde
te zijn, ze mocht zijn wie ze was is om dicht bij Jezus te komen en zijn volle
liefde te ontvangen. Ik moet dus niet op mijn tenen gaan staan om mij aan haar
te spiegelen. De feestdag van Maria-Magdalena valt op
22 juli. Op die dag ga ik de laatste jaren steeds naar de Eucharistieviering, en
ik heb al prachtige preken gehoord over haar. Zelfs één van Kardinaal
Danneels. Dit jaar hoorde ik in de
preek voor ’t eerst dat Magdala (de plaats waar Maria-Magdalena van afkomstig
was en waar haar naam naar verwijst) in het Aramees betekent ‘toren’.
Uit die preken over Maria Magdalena trek ik vaak ook een les, of een
troostwoord, een bemoediging, voor mezelf. Ik zie haar ook
vooral als een voorbeeld voor
mij van wederliefde tot God. “Haar
is veel vergeven, omdat ze veel heeft liefgehad”, zegt Jezus zelf over haar. 1 De tranen van spijt, van berouw, van bekering. Mensen hebben wel allemaal iets in hun leven, waar ze spijt over hebben, waar ze weenden om het verkeerde. “Moest ik dat nog eens kunnen overdoen..., ik zou het heel anders aanpakken.” Maar tranen van bekering , van berouw, raken het hart van God, en Hij vergeeft ons, zoals Hij Maria-Magdalena vergiffenis schonk. Dat lezen wij bij Lucas 7 (37-38) 2 En zo worden de bevrijdende tranen van
spijt en bekering, tranen van diepe vrede en van dankbaarheid en erkentelijkheid
tegenover God. 3 De vorming van het hart, van de ziel van Maria-Magdalena, gebeurde door het luisteren naar het Woord van haar Meester. Zittend aan zijn voeten nam ze zijn woorden op, ze raakten haar hart, tot tranen toe bewogen. Dat lezen wij bij Lucas 10,38-39. Zo kunnen wij ook ons hart laten raken en vormen, door het biddend lezen van Gods Woord in de Bijbel. 4 De tranen van verdriet bij het verlies van een geliefde, de pijn, het afscheid, de herinneringen. Het rouwproces, wie kent dit niet? Maria-Magdalena weent om haar gestorven broer Lazarus en ook Jezus weent om zijn vriend. Dat lezen wij in Johannes 11,32-35. 5 Naast haar tranen, laat Maria-Magdalena ook rijkelijk haar kostbaarste parfum voor Jezus vloeien. Dat lezen wij bij Marcus 14,3-9.. Wij mogen ook een stukje van onze kostbare tijd aan Jezus geven, in het gebed en liturgie, in aanbidding en Hem het parfum van onze wederliefde aanbieden. 6 In haar trouw aan Jezus, volgt Maria-Magdalena Hem gedurende zijn hele lijdensweg, tot op Calvarie. Dat lezen wij in Johannes 19,25. Haar tranen van medelijden met haar Verlosser hebben alle sporen van egoïsme weggespoeld. Door mededogen, door hulp aan lijdende mensen te bieden, komen wij ook los van ons egoïsme. 7 ‘Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar ze Hem hebben heengebracht.’ Het lege graf. De tranen van gemis en
verlatenheid. De tranen om het gemis
van onze geliefden, het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid.
En dan... Maria-Magdalena kijkt
weg van het graf en ziet haar Heer, Hij roept haar naam: ‘Maria’. Zij valt
op haar knieën en aanbidt Hem. Dat
alles lezen wij in Johannes 20,1-18. Door dit boekje “De mooiste tranen” leerde ik aan de hand van één figuur, in dit geval mijn patrones, Maria-Magdalena, op een andere manier biddend door de bijbel wandelen.
Lieven Dewaer 7de etappe: “Wolfijzers en schietgeweren!” We willen je niet in de waan laten dat je spirituele tocht steeds maar over rozen zal lopen. Er zijn valstrikken, ‘wolfijzers en schietgeweren’ zoals boswachters vroeger wel eens afficheerden om stropers af te schrikken. Die valstrikken kunnen uiterlijke omstandigheden zijn, maar vaak hebben ze met ons eigen (onszelf misleidend) innerlijk te maken dat die spirituele tocht wat al te egocentrisch en zoetsappig of buitenissig wil houden. 1 Wat ben ik toch een bijzonder
iemand Ik vind het grappig hoe mensen zichzelf
soms heel belangrijk gaan vinden omdat ze iets kennen van horoscopen,
(tarot-)kaart lezen, gedachtelezen of omdat ze meditatie pratikeren.
Ik vind het grappig en heb er ook wel wat kompassie mee.
Vooral als ze zich daardoor boven anderen verheven achten, als hoogmoed
hun hart binnenstroomt. Een
spirituele tocht die ons hoogmoedig en hard maakt, is geen door de Geest geïnspireerde
tocht. Hier worden we misleid naar
het beeld van de slang uit het verloren paradijs: 2 Knuffeldeknuffel 3 Onaantastbaar Kijk, misschien dat oprecht gelovige mensen die een ernstige spirituele tocht gaan dit wel eens zeggen. Maar het is goed mogelijk dat we bij dat alles ons hart hebben laten verharden. Van Teresa van Avila kan je moeilijk beweren dat zij geen geestelijke vrouw was. Maar zij was echt vrouw, charmant in de omgang met haar medezusters en anderen. Zij was helemaal geen onaantastbare. En Franciscus van Assisi, een vergeestelijkt man die op het einde van zijn leven vraagt dat Klara nog wat van die koekjes zou laten meebrengen die ze zo goed kon bakken. Mens blijven op je spirituele tocht! Heb je een ander voorbeeld nodig? Kijk gewoon naar Jezus in het evangelie, daar staat de spirituele mens ten voeten uitgetekend. 4 Louter ‘geest’.
Waw! 5 Ikke, ikke en de rest kan stikken 6 De o zo (hoog-)moedige Prometeüs 1 Een bedevaartslied. Van Salamo. Als de Heer het huis niet wil bouwen, Wij horen die woorden niet graag. God: de hemel, en wij: de aarde. Zo is het eerlijk verdeeld, vinden wij. Het klinkt moedig, het klinkt modern. Maar een christen leeft vanuit een andere werkelijkheid. Daarin laat God ons echt wel de wereld, hoor, maar Hij wendt zijn aangezicht niet van ons af, Hij wil ons nabij zijn met zijn Geest, Hij verlicht ons hart en onze geest en schenkt ons de bezieling die we nodig hebben. Hou je weg van die valkuil. Oefening Je dagboek NAAR TOP VAN DOCUMENT U hebt er reeds van gehoord hoe in een aantal landen van Afrika (en elders ?) kinderen soms gedwongen worden om mee op te trekken met legerfracties of rebellenorganisaties; die kinderen moeten mee vechten, dienen vaak als kanonnenvlees, de meisjes voor de keuken en voor de seksuele lusten van de militieleden. Onlangs kwam dit schrijnend probleem opnieuw in het nieuws door de doodsbedreigingen aan het adres van Els De Temmerman, die zich het lot aantrekt van die kinderen, met name in Oeganda. In de berichtgeving werd gezegd dat het vooral een christelijk-fundamentalistische beweging is, het ‘Leger van de Heer’, die voor die bedreigingen en ontvoeringen verantwoordelijk zou zijn. Enige dagen later evenwel (vrijdag 2 augustus) verscheen in Het Volk een verhelderende lezersbrief van Marc Joris uit Drongen. Hij zet de puntjes op de ‘i’ door aan te geven dat die groepering wel termen gebruikt uit de christelijke en bijbelse traditie, maar dat dit leger met zijn kindsoldaten in leven werd geroepen door de Libische leider Khadafi die zo zijn invloed in Oost-Afrika wou vergroten. Dat zogenaamde christelijk-fundamentalistische ‘Leger van de Heer’ vecht overigens ook in Soedan aan de kant van de moslimregering tegen een afscheidingsbeweging (van christenen en animisten) in de zuidelijke provincies (onlangs werd er weer een soort vrede getekend en een modus vivendi overeen gekomen). Alles samen blijkt opnieuw dat dit zogenaamde ‘Leger van de Heer’ een marionet is in handen van buitenlandse, Arabische en islamitische belan gen. Hiermee beweren we niet dat alle christenen heiligen zijn of dat sommige ‘christelijke’ leger- of rebellengroepen er geen onduldbare praktijken op nahouden, maar in het onderhavige geval blijkt de wind duidelijk uit een andere en duidelijke hoek te komen. NAAR TOP VAN DOCUMENT Beschermd maar opgejaagd (Handelingen 23,11 vv.) Ben Van Vossel cssr Paulus zit gevangen. Niet zozeer omdat hij van iets beschuldigd wordt, maar misschien nog meer om hem te beschermen tegen de volkswoede. De beschuldiging van de strenge joden ging over het feit dat hij heidenen zou binnengebracht hebben in het binnenste tempelhof, waar alleen joodse mannen mochten komen. Heidenen mochten enkel op de esplanade komen (waar sommigen van hen trouwens ook offers konden opdragen voor God). Zoals we in ons artikel nr. 17 vermeld hebben berustte de beschuldiging op verkeerde informatie. Paulus zit dus gevangen in Jeruzalem en er wordt door bepaalde Joodse volksgenoten tegen hem een samenzwering beraamd. We moeten namelijk bedenken dat Paulus volgens sommigen niet alleen wat afwijkende leerstellingen verkondigde, maar dat hij door zijn geleerdheid en zijn scherp verstand een gevaar betekende voor de ‘rechtgelovigheid’; men had tijdens zijn missiereizen trouwens al moeten vaststellen dat zijn verkondiging echt diepgaande invloed had. In hun ogen vormde hij dus een ernstige bedreiging voor hun godsdienst. Dat blijkt uit het feit dat een groep van 40 man een dure eed zwoer om niet te eten of te drinken totdat ze Paulus gedood zouden hebben. In de ‘Handelingen van de Apostelen’ worden vooraf wel gezegd dat Paulus in de gevangenis een verschijning van Jezus had die hem zei: “Hou goede moed; want zoals gij voor mijn zaak getuigd hebt in Jeruzalem, zo zult ge het ook in Rome moeten doen”. Dat het een heel ernstig komplot is blijkt uit hun afspraak met de hogepriester en de oudsten dat ze de romeinse bevelhebber en het sanhedrin (de hoge raad) moeten verzoeken om Paulus nogmaals naar hen te laten komen om de zaak verder uit te klaren: “Wij zullen dan klaar staan om hem te doden”. Gelukkig voor Paulus hoort de zoon van
zijn zus over deze hinderlaag die gespannen wordt (Hand. 23,16) en hij brengt
Paulus in de kazerne op de hoogte. Paulus
vraagt de officier (honderman) om zijn neef dringend bij de bevelhebber (de
tribuun) te brengen. Dit gebeurt, en
de tribuun luistert welwillend naar de jongen.
De jongen voelt zich gerustgesteld en doet zijn verhaal: “De Joden
hebben afgesproken u te vragen morgen Paulus naar het Sanhedrin te brengen,
onder voorwendsel hem nauwkeuriger te ondervragen.
Maar geloof hen niet, want meer dan veertig van hen bereiden hem een
hinderlaag en hebben zich onder ede verbonden niet te eten of te drinken, totdat
zij hem gedood hebben: en nu staan ze klaar in afwachting van uw toezegging”.
Voor Lysias is de maat nu wel vol. Hij
wil verhinderen dat deze Romeinse staatsburger iets overkomt, maar anderzijds
wil hij van al die opstootjes af, Jeruzalem geeft hem zo al genoeg te stellen. In Handelingen 23,26 vg. mogen we dan de brief meelezen die hij schreef aan Felix en waarin hij vooral naar die geplande aanslag verwijst om Paulus naar de landvoogd te zenden. De centurio’s voeren hun opdracht uit, brengen Paulus ’s nachts naar Antipatris en ’s anderendaags wordt hij door de ruiters naar Caesarea gebracht. De landvoogd verneemt van Paulus dat hij van Cilicië afkomstig is (Tarsus in het huidige Turkije) en zegt hem dat hij hem zal verhoren zo gauw zijn aanklagers aangekomen zijn. Ondertussen laat hij hem in het pretorium van Herodes vastzetten. Vijf dagen later is het zover: de hogeprieser Annanias dient zich aan samen met enkele oudsten en de advocaat Tertullus die de aanklacht zal naar voor brengen. Ondertussen is Paulus wel aan een zekere dood ontsnapt, dank zij zijn jonge neef en de welwillendheid van de bevelhebber Lysias. Lees in volgend nummer: “20 Een proces in schuifjes” NAAR TOP VAN DOCUMENT Heilige Gerardus, er worden van u veel
wondere dingen verhaald. Velen blijven u heel hun leven dankbaar, omdat ze door
u op zeer opvallende wijze Gods reddende goedheid hebben ondervonden. (We troffen dit gebed aan op een prentje zonder vermelding van de uitgever) NAAR TOP VAN DOCUMENT “Méér van Jezus in mijn leven!” Het was de belofte en de uitdaging van het Bronkamp van de Maria-Kefasgemeenschap 2002. 152 tieners stapten mee in de stapgroepen van dit Bronkamp waarvoor nog een 45 medewerkers zich engageerden voor logistiek, keuken en begeleiding. Verscheidene parochies of catecheseteams hadden ook publiciteit gemaakt op de thuisbasis. Méér van Jezus in mijn leven. Op het kamp mochten we in ieder geval dit méér ervaren, en natuurlijk, ondanks de zending blijft het steeds een opgave om naar de Heer te komen om dit méér ook te gaan ervaren in het heel gewone tienerbestaan. Maar is het bestaan wel zo gewoon als je met Jezus op weg bent? Daarom gaan we er voor. We willen ontsnappen aan het platvloerse media-ideaal en de uitdaging aanvaarden van het Blijde Nieuws dat Jezus bracht en waartoe de paus de 2,5 miljoen jongeren in Toronto uitnodigde. Together we are strong!
“Wij moeten nog melding maken van sommige personen die wegens feitelijke - vaak ongewilde - levensomstandigheden Jezus bijzonder na aan het hart liggen en daarom de genegenheid en de toegewijde aandacht van de kerk en vooral van de zielzorgers verdienen: het grote aantal ongehuwden. Velen onder hen hebben geen menselijk huisgezin, vaak vanwege armoede. Sommigen beleven hun situatie in de geest van de zaligsprekingen en dienen God en hun naaste op voorbeeldige wijze. Voor hen allen moeten de deuren van de gezinnen, de ‘huiskerken’, geopend worden, evenals de deuren van het grote gezin dat de kerk is. ‘Niemand is zonder gezin in deze wereld de kerk is thuis en gezin voor allen, vooral voor hen die ‘vermoeid zijn en belast’ (Mt. 11,28) zijn.
(Familiaris Consortio, Over het Gezin, nr. 85) NAAR TOP VAN DOCUMENT Ben Van Vossel cssr 4 RELATIE VAN ‘QUMRAN’ MET HET CHRISTENDOM EN MET CHRISTUS? 1. Het vroege christendom en de
documenten van de Khirbet Qumrân - Zijn leerling, de evangelist Johannes, toont in zijn Evangelie een Judese achtergrond, die sommige geleerden in relatie brengen met deze van Qumran. We treffen inderdaad dualistische opvattingen aan (bv. de tegenstelling Licht-duisternis) en dezelfde terminologie (wandelen in het licht, kinderen van het licht). Dit getuigt vooral dat het authentieke Judese en Palestijnse milieu van de Evangelist even waarachtig is als dat van Qumrân, maar weer betekent dit nog niet dat er een directe wederzijdse afhankelijkheid zou zijn . - De Qumransekte verschijnt als een echte kloostergemeenschap. Zou ze met haar Regel, haar gemeenschap van goederen, haar bijna canonieke organisatie, haar tucht en verbintenissen enige invloed gehad hebben op het religieuze leven van het beginnende christendom? Bij de eerste christengemeenschap die Lukas in de Handelingen van de Apostelen beschrijft ontmoeten wel een soort gemeenschap van goederen, maar men lijkt daar niet toe verplicht te zijn; men kan zonder dat ook tot de christengemeenschap behoren. - Sommige geleerden houden het voor mogelijk dat er een invloed zou zijn van Qumrân op de Kindsheidverhalen van Lukas en dat een vers uit de Handelingen van de apostelen zou kunnen wijzen op een mogelijke en belangrijke bekering van aanhangers van de gemeenschap van Qumran zoals we reeds aangaven: “Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof” (Hand. 6,7). - In verband met het messianisme van de Kindsheidverhalen en dat van Qumrân zouden beide nogal sterke nadruk leggen op de messiaanse rol van een profeet-voorloper (Lc. 1,16 vg.; 1QS 8n14-16 vg), op het belang van een zowel priesterlijke als davidische Messias in een liturgische omgeving (Lc. 1,32 en 2, 46 vgl. 1QS 9,11; 1Qsa). Maar het is helemaal niet zeker dat het vers uit Handelingen (6,7 zie hierboven) inderdaad handelt over leden van Qumran en ook de verwantschap met het Kindheidsevangelie van Lukas is verre van zeker. - Deze eerste vaststellingen zijn dus zeker niet overtuigend in hun relatie tussen het eerste christendom en de Essenen. Prof. Grossow vond wel parallellen tussen de beschrijving van de gemeenschap van het Verbond (in de Regel) en de christelijke notie van de Kerk, de beschrijving van de goddelijke Idee, instrument van de schepping en de Proloog van Johannes en dus ook de gelijkenis omtrent de gemeenschap van goederen; anderzijds is het toch wel opmerkenswaard dat het Evangelie van Markus en de eerste en grote brieven van Paulus veel minder parallellen tonen met Qumran. Het lijkt alsof op het moment van de eerste christelijke prediking de sekteleden nog niet het belang van de persoon en de boodschap van Jezus hadden opgemerkt of dat ze vooral de verschilpunten zagen. Gelijkenissen handelen niet over essentiële punten van het christelijk geloof maar eerder over het moreel onderricht en de organisatie van de gemeenschap of over toch minder belangrijke punten als de engelenleer (over dit laatste zie volgend nummer). - Prof. Vincent vermeldt ter illustratie
hierbij het verschil tussen een passage uit de (vroege) Brief van Paulus aan de
Galaten (vanaf hfdst. 3) en de Efesiërsbrief 4,17 en 5,20.
In de Galatenbrief richt Paulus zich tot de sekteleden van het Nieuw
Verbond van de zonen van Sadok die de onmacht van de Wet nog niet konden
aanvaarden, terwijl de schrijver van de Efesiërsbrief zijn aansporing richt tot
christenen die gekomen zijn uit het Essenisme of minstens Joden met Esseense
sympatieën, maar die omgevormd zijn en vernieuwd omdat ze steunen - Ook Van Segbroeck geeft in kort bestek enige punten van overeenkomst aan tussen de Qumrangemeenschap en de eerste Christelijke gemeenschap. We moeten er echter op wijzen dat gelijkenis nog geen rechtstreekse afhankelijkheid hoeft te betekenen. Qumran én de eerste (joods-)christelijke gemeenschap leefden immers vanuit eenzelfde gemeenschappelijke bron: de Oudtestamentische Bijbel en leefden in eenzelfde klimaat van eindtijdelijke verwachting. - Zowel de eerste christenen als de zonen van Sadok noemden zich ‘heiligen of ‘uitverkorenen’. Er is echter een groot verschil tussen die nogal enge nationalisten die iedereen moeten haten die niet denkt zoals zij; echt geen evangelische gezindheid. Als de christenen anderzijds spreken over ‘het Nieuw Verbond’, dan bedoelen zij geen vernieuwing van het verbond waarover sprake in Deuteronomium 29 en 30, maar het Nieuw Verbond dat steunt op het bloed van Christus. - Prof. Vincent geeft nog meer parallellen tussen de geschriften van Qumran en een aantal niet bijbelse, niet-canonieke en apocriefe ‘christelijke’ geschriften. Het zou wel eens kunnen dat de vroomheid van de Essenen mensen heeft voorbereid om later christen te worden. Het is echter duidelijk dat naast de gelijkenissen er heel wat verschilpunten zijn tussen het Essenisme en het christendom zoals we hierboven reeds aangaven. Ook zien we een groot verschil tussen de Leraar der gerechtigheid en Jezus en tussen de leer van Jezus en de leerstellingen van de Qumrangemeenschap. 2. Jezus en de ‘Leraar der
Gerechtigheid, Vrij algemeen wordt aanvaard dat het in de Qumrangeschriften zou gaan over de hogepriester Onias III, wiens dood in 171 een belangrijke datum betekende in de vervolging van Antiochus IV Epiphanes. Toch blijft het voor veel anderen nog steeds een vraag. In de Oorlogsrol en de Dankpsalmen wordt hij niet vernoemd (al wordt een deel van de Dankpsalmen aan hem toegeschreven). Hij speelt wel een rol in de commentaar op Habakuk en in het Damascusgeschrift. In de veronderstelling dat een deel van de Dankpsalmen van ‘de Leraar der Gerechtigheid’ zou zijn kan men natuurlijk iets weten over zijn jeugd (God neemt voor hem de plaats in van zijn ouders) zijn uitverkiezing en zending om geestelijke leider te zijn van velen. Omwille van vervolgingen moest hij in ballingschap gaan. Wat hem kenmerkt is zijn nederigheid, het bewustzijn van zijn nietigheid en Gods verhevenheid. In de twee genoemde geschriften wordt hij gezien als de leider van de gemeenschap. God geeft hem licht hoe de schriften en de profeten moeten verstaan worden. Hij moet zorg dragen over de strenge naleving van de wettische voorschriften. Hij is de laatste profeet die de eindtijd aankondigt. De goddeloze priester vervolgt hem en hij sterft (al of niet gewelddadig). In een latere ontwikkeling schijnt men op een wederkomst van de Leraar der gerechtigheid in de eschatologische tijd gerekend te hebben”. * Jezus, de Leraar der Gerechtigheid? Zoals de goddeloze priester de ‘Meester der gerechtigheid’ vervolgt en deze sterft zo werd ook Jezus vervolgd door de hogepriesters. Bij de Meester der gerechtigheid wordt echter niet gezegd dat hij gewelddadig om het leven kwam en nergens wordt ook maar met één woord gezegd dat hij aan een kruis zou zijn gestorven. In een latere ontwikkeling schijnt men op een wederkomst van de Leraar der gerechtigheid in de eschatologische tijd gerekend te hebben, maar ook hier wordt niets naar voor geschoven dat zou gelijken op de verrijzenis van Jezus. Naast de menselijke gestalte van Jezus zouden we het over zijn leer kunnen hebben, zijn wet van de liefde met die sfeer van vertrouwen in God, in de macht van de genade die in staat is de hele mensheid te redden waardoor hij mijlenver verschilt van het onderricht van de Leraar der Gerechtigheid. Vervolg en slot in volgend nummer NAAR TOP VAN DOCUMENT Enkele
woorden van Paus Johannes-Paulus tot de jongeren op de Wereldjongerendagen te
Toronto. Een oude, gehandicapte
paus met sterke woorden voor jonge mensen en wat oudere mensen met een
jong hart. Geen enkele wereldleider,
laat staan een van onze eigen politieke verantwoordelijken, geeft toegang tot
zoveel zinvolle diepte voor ieder mensenleven. “Als christenen weten wij dat het niet mogelijk is God af te wijzen of opzij te zetten zonder zich bloot te stellen aan het risico de mens omlaag te halen… Ik vertrouw jullie mijn hoop toe: jullie zijn deze bouwlieden (van de nieuwe beschaving van de Liefde)! Jullie zijn de mannen en vrouwen van morgen; in jullie harten en in jullie handen ligt de toekomst. God vertrouwt aan jullie de taak toe om met Hem mee te werken om de beschaving van de Liefde op te bouwen… In de mate waarin jullie vriendschap met Christus, jullie kennis van ‘zijn mysterie’ (Wie en wat Jezus echt is) en de gave van jezelf aan Hem echt en diep is, zullen jullie kinderen van het licht zijn en zullen jullie op uw beurt licht van de wereld worden…. Het gebed is het zout dat smaak geeft aan jullie bestaan en dat jullie toekeert naar Christus, die het waarachtige licht van de mensheid is…. Maak aan allen de schoonheid bekend van de ontmoeting met God die zin geeft aan jullie bestaan. Blijf niet achterwege in het streven naar gerechtigheid, in de promotie van de vrede, in de inzet voor broederlijkheid en solidariteit!” NAAR TOP VAN DOCUMENT door bvv Gezegende dagen waarin wij mogen leven met mensen onder de genadige blik van God. Niet van Hem afgesneden, maar in relatie en communicatie met Hem, de bron en bestemming van ons leven. Die lieve God. Hij blijft ons niet koesteren op zijn schoot maar zendt ons na een deugddoende vacantie opnieuw naar onze taak. We moeten onderscheiden of het dàt is wat Hij van ons verlangt. Hij vertrouwt ons die taak toe, en Hij laat ons er niet alleen. Met Allerheiligen en Allerzielen houdt Hij ons opnieuw voor dat Hij een God van levenden is, die mensen tot leven blijft roepen in gemeenschap met de verrezen Heer Jezus. Sinterklaas is een uitnodiging voor ons allen om meer attentie te hebben voor elkaar, vooral voor hen die het moeilijk hebben in het leven. Dat is ook de betekenis van Welzijnszorg tijdens de Adventstijd. Ja, Advent: blijven uitzien naar de komst van onze Heer, samen met Maria en heel de Kerk. En zien waar Hij ons tegemoet wil komen: Dit is mijn Lichaam... Wat je voor de geringste van mijn broeders hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan... Kerstmis. Gods genade, Gods liefde heeft zich tenvolle doen kennen in Jezus. Kijk veel naar Jezus. In de kribbe, op het kruis, in het evangelieboek, in de stilte van je hart na de communie, in de nood van mensen... Kijk naar Jezus, de Herder en behoeder van je ziel. Eindejaar. Nieuwjaar. Danken voor zijn genade heel het jaar door. Bidden om zijn genade heel het jaar door dat komt. Maar ondertussen zijn we zo ver nog niet.
Laat Hem niet los |