|
|
|
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN - HET ABC VAN PRIESTER EDWARD POPPE Apostolaat is een leven,
consequent met de waarheid.
de visie van Avery Dulles Waarschijnlijk hebben we allen reeds de indruk gehad dat bij een of ander nieuws aangaande de kerk er steeds wat dissidente theologen of priesters voor de micro of het teeveescherm gehaald worden. Je denkt dan wel eens: ‘hij is er weer’, ‘heeft hij dat nu nog niet door hoe ze hem daar misbruiken?’, ‘begrijpen ze nu nog niet dat die man eigenlijk alleen zichzelf engageert?’, ‘Wanneer laten ze eens een nieuwe theoloog aan het woord, eentje van na mei ‘68’? De media en de Kerk dus. Een probleem dat misschien niet anders dan een probleem kàn zijn. Althans, die indruk kregen we bij het lezen van een excursus bij de colleges over “Kerk, Media en Geloofscommunicatie” (K.U.L.1998/1999) van professor doctor Ernest Henau die ons werd doorgespeeld door p. Ives De Mey. Prof. Henau geeft daar o.m. de visie van de Amerikaanse ecclesioloog, Avery Dulles, omtrent de fundamentele spanning tussen de media en de kerk of de religie. Er zijn minstens 7 punten die duidelijk maken dat er altijd wel een blijvende spanning zal blijven tussen beide, immers: 1. Wat de Kerk aan de wereld brengt is het heilig mysterie van Gods aanwezigheid en de verlossende activiteit in Jezus Christus. Zo’n mysterie benader je met grote eerbied. De media echter zijn van nature onderzoekers, zelfs beeldenstormers. Een totaal tegengestelde houding. 2. De kerk zoekt de continuïteit van Gods openbaring en van haar eigen gelovig verleden; ze heeft dus een zwak voor stabiliteit en schuwt eerder innovatie. Media daarentegen drijven juist op het voortdurend nieuwe, het voortdurend andere. 3. De kerk zoekt eenheid en verzoening en minimaliseert verschil van mening en twist. Media moeten het juist hebben van conflicten, spanning en het opkloppen ervan, dat jaagt de kijk-, lees-, luistercijfers omhoog. 4. De kerk tracht mensen in de gesteltenis te brengen om innerlijke genade te ontvangen met het oog op eeuwig heil. Die zegeningen kan je onvoldoende concreet en zichtbaar maken. Dat is niet interessant genoeg voor de media die de spirituele zijde van kerk en christendom dus volledig mislopen. Doctrinele uitspraken zijn ook niet boeiend genoeg tenzij er weer een sensationele kant aan zit. Zo krijg je dan vanuit de media de dwaze vaststelling dat de paus enkel geïnteresseerd is in seks, politiek en macht. Totaal absurd, maar die mediajongens weten van niet beter. 5. In een democratische samenleving wordt een organisatie steeds beoordeeld met democratische criteria. Een hiërarchische maatschappij - zoals de Kerk - waarin de leiders hun gezag niet verkrijgen van het volk maar langs de apostolische opvolging van Christus is voor hen gewoon onverteerbaar. Het toetsen van de rechtgelovigheid door de kerk wordt gelijkgesteld met mediacensuur. De ongehoorzame priester en de dissidente theoloog daarentegen worden op de handen gedragen en krijgen voortdurend mediabelangstelling als ‘kampioenen van de vrijheid’. 6. De leer van de kerk inzake geloof en zeden is vaak ingewikkeld en subtiel en het vraagt grote aandacht om al die onderscheiden mee te volgen. Dat geduld kunnen de media niet vragen van hun publiek dat om korte, eenvoudige, onderhoudende en spannende ‘stories’ vraagt. 7. De kerk tracht mensen te overtuigen van de waarheid van de openbaring en wil mensen brengen tot engagement in hun geloof en de navolging van Jezus. Journalisten geven gewoon feiten (nou, ja) en ieder moet daar maar zijn conclusies uit trekken. (E.Henau spreekt dan verder over de noodzaak van kerkgebonden en christelijk geïnspireerde media)
Door Johan Van Vossel Aanpakken of bij de pakken blijven zitten? Ook vandaag berusten mensen soms vlug bij allerlei ziekten, vooral bij vervelende ziekten en ziekten die van kwaad naar erger gaan. Velen hebben dan de neiging om de moed te laten zakken en niets meer te ondernemen. ’t Is dan maar zo. Maar zo hoeft het misschien helemaal niet te zijn. Het is goed eens terug te denken aan dat oude woord uit het eerste bijbelboek: “Toen bracht Jahwe God de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2,15). De tuin bewerken en beheren is niet bij de pakken gaan zitten en maar hopen dat er ooit eens iets gebeurt, of dat God de zaken voor ons oplost. God heeft de mens heel wat talenten gegeven van verstand en handigheid, van wetenschap en techniek, om de wereld te bewerken en meer bewoonbaar en leefbaar te maken. Als ons iets negatiefs overkomt kunnen we zeggen: ‘’t Is Gods wil’. Dat kan best zo zijn, al gebeurt er waarschijnlijk ook veel dat God niet wil en niet goed vindt. Maar Gods wil is niet noodzakelijk dat we niet gaan zoeken naar een goede oplossing, naar een uitweg, naar een toekomst… Zo is de strijd tegen ziekte zeker ook het verlangen van God. Zoeken naar deugdelijker medicatie, betere pijnbestrijding, meer comfort voor mensen die getroffen worden door ziekte en allerlei ongemakken. De medische
wetenschap en praxis bleven niet stilstaan Internet als
informatiesnelweg * Moeder heeft Parkinson en dat heeft een hoop lastige gevolgen. Maar voor een paar maanden ontdekte een familielid op Internet dat er een relatief nieuw medicament op de markt was (Mirapexin 0,18 mg) dat minder bijverschijnselen had en dat de ontwikkeling van de ziekte sterk zou afremmen. We hebben daar de dokter neuroloog over aangesproken en inderdaad, dat bestond en werd al toegepast. Dit middel is natuurlijk geen wondermiddel waardoor iedereen zomaar genezen wordt of de kwaal totaal wordt stopgezet. Ik kan enkel getuigen dat sedert moeder dit geneesmiddel krijgt, ze aanzienlijke vooruitgang heeft gemaakt, vooral wat het lopen betreft. Hetzelfde hoorde ik over nog een andere Parkinson-patiënt. * Een tante die onlangs overleed, leed aan A.L.S. (amiotropische Lateraal Sclerose), een soort spieraandoening waardoor een deel spieren verlammen en o.m. de ademhaling (maar ook andere functies) stilaan problematisch wordt. Je kan daar in berusten en menen ‘daar is niets aan te doen’. Op Internet vonden we inlichtingen over allerlei hulpmiddelen (getest door een dokter die zelf met die kwaal moet leven), hulpmiddelen die zowel over de ademhalingsproblemen handelen, als over bezigheidstherapie, lichamelijke problemen, spraak- en zwelgproblemen en zelfs de geestelijke gezondheid (vanuit joods-christelijke inspiratie). Deze hulpmiddelen betekenen opnieuw geen genezing, maar willen zorgen voor een totaal van omgevende therapieën waardoor het ziekteverloop vertraagd wordt en vooral de levenskwaliteit verbeterd wordt. Aanpakken dus Bemerking
1: In verband met de A.L.S. verwijzen we naar twee websites: Bemerking 2: We zijn geen medicus, gelieve dus de gegeven informatie met omzichtigheid te benaderen. Wanneer u meent dat ze u van dienst zou kunnen zijn, informeer u dan verder bij een arts, neuroloog, neuropsycholoog of psychiater.
AL-AKBAR -
DIEU LE VEUT -
GOTT MIT UNS God in wrekerstenue Door Ben Van Vossel cssr Gods Naam
misbruiken Hun motieven Een antiabortusactivist zou een heel duidelijke redenering kunnen naar voor schuiven: ‘een abortusdokter brengt het leven van veel ongeboren kinderen in gevaar, dus stel ik een goede daad als ik die dokter uitschakel of die abortuskliniek verniel’. Men gaat dus een mens doden of een maatschappelijk onaanvaardbare daad stellen om iets goeds te bereiken. Men gaat met andere woorden lijnrecht in tegen het recht op leven en tegen een algemeen aanvaarde maatschappelijke orde. Men ondergraaft daarmee de grondslagen van de samenleving en – in feite – ook van eigen overtuiging die bescherming van het menselijk leven beoogt. In het optreden van Bin Laden, de (geïndoctrineerde) zelfmoordacties in Palestina, de gewelddadige acties van milieuactivisten, de mislukte gasflesactie in de metro van Milaan staan we telkens voor mensen die onder de indruk zijn van het zware onrecht tegenover mensen (Palestijnen, de Arabische volkeren), tegenover de natuur of tegenover dieren en die geen andere mogelijkheid meer onderscheiden dan het brute geweld. Dat daarmee de samenleving totaal ontwricht wordt is een kwaad dat ze erbij nemen en dat ze zelfs wensen. Het onrecht dat henzelf (of hun die ze verdedigen) werd aangedaan is zo hemeltergend hoog dat al het andere daarvoor moet wijken. Gezonde
reacties Het trof me anderzijds wel dat bv. rond de moord op Pim Fortuyn (aan wie door sommige media racistische trekken waren toegeschreven) ook heel wat migranten reageerden tegen die aanslag. “Dit was niet de manier en… ook wij vinden dat er iets moet gedaan worden aan de onveiligheid in onze (Nederlandse) steden. Wij voelen onszelf ook onveilig”. Ook naar aanleiding van aanslagen op synagogen tijdens de Israëlische agressie in de Palestijnse gebieden, naar aanleiding van de moord op een Marokkaans echtpaar in Schaarbeek en de gewelddadige reacties van jongeren in de daarop volgende nachten kwamen er oproepen vanuit de allochtone gemeenschappen om in vrede samen te leven. Rechtvaardigingsgronden? Wat we ondertussen stukmaken is niet belangrijk, als er maar iets aan de grond van de zaak gaat veranderen! De Marxisten hielden er steeds een soortgelijke redenering op na: laat ons alles nog maar erger maken zodat er revolutie komt en wij ‘onze’ wereldorde kunnen opdringen. De vraag is of er sedert de 11 septemberaanslagen veel menselijkheid is gegroeid in deze wereld? Sedert de aanslagen van het A.L.F. (Dieren BevrijdingsFront)? Volwassen
verantwoordelijkheid
Een preek die niet goed overkwam (Handelingen 21,37 vv.) door : Ben Van Vossel cssr In Jeruzalem werd Paulus, na zijn derde missietocht, herkend door een paar tegenstanders die hem ten onrechte verdachten dat hij heidenen in de tempel had gebracht. Hij heeft geluk dat een paar soldaten hem naar de kazerne in veiligheid willen brengen. Maar hij kan weer zijn mond niet houden. Op het moment dat men hem de kazerne gaat binnendragen wendt Paulus zich tot de bevelhebber en vraagt - in het Grieks - of hij iets mag zeggen. ’t Is goed, zegt de bevelhebber, ik ben al blij dat je niet die Egyptenaar bent die met zo’n vierduizend sicariërs de woestijn is ingetrokken. Paulus deelt dan mee dat hij een Jood uit Tarsus in Cilicië is, “burger van een niet onaanzienlijke stad”. Paulus gaat op de trappen van de kazerne staan en doet teken dat hij iets wil zeggen. Het wordt stil. En als ze horen dat hij hebreeuws spreekt luisteren ze nóg aandachtiger. En hij begint zijn verdediging met te verwijzen naar zijn afkomst, zijn opleiding ‘aan de voeten van de bekende rabbi Gamaliël’ “volgens de strenge opvoeding van de voorvaderlijke Wet. Ik was een ijveraar voor God, zoals gij allen heden zijt, en heb deze Weg (de christelijke godsdienst) vervolgd ten dode toe, mannen en vrouwen in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen, zoals trouwens de hogepriester en de hele raad der oudsten van mij kunnen getuigen”. Hij verteld dat zijn bekeringsgeschiedenis: zijn ontmoeting met de verrezen Heer in het visioen op weg naar Damascus (Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?), hoe hij bij Annanias terechtkwam en genezen van zijn plotse blindheid die hem zegt dat hij zal moeten getuigen van wat hij gezien heeft en uit Jezus’ mond (de rechtvaardige) gehoord heeft… Hij verhaalt ook hoe hij zich dan liet dopen en zijn zonden afwassen onder aanroeping van Jezus’ Naam. Maar dan komt een kritiek punt in zijn verhaal. Ik was later eens in de tempel van Jeruzalem aan het bidden, zegt hij, en ik had een visioen: ik zag Jezus die mij zei van haastig uit Jeruzalem te vertrekken want daar zou men mijn getuigenis toch niet aannemen. Maar Heer, zei ik, ze weten dat ik uw volgelingen vervolgd heb en ik was getuige toen Stefanus gestenigd werd, ik nam de klederen van zijn moordenaars in bewaring. Jezus echter zei mij: Vertrek, want Ik zal u zenden, ver weg, naar de heidenen”. Paulus had zijn preek vroeger moeten beëindigen, want dat die heidenen beter zouden zijn dan zij, de inwoners van de hoofdstad, dat konden ze echt niet hebben. Ze beginnen luid te roepen en te tieren: “Sla die man dood! Hij verdient niet langer te leven”. Terwijl ze hun mantels afwierpen en stof in de lucht gooiden, liet de bevelhebber hem vlug de kazerne binnenbrengen om hem onder te toedienen van geselslagen een verhoor af te nemen en duidelijk te zeggen waarom die massa zo geweldig tekeer ging tegen hem. Paulus beroept zich dan echter op zijn Romeins staatsburgerschap dat hij door geboorte heeft. De bevelhebber werd dan bang omdat hij een Romein in de boeien had laten slaan. Hij laat ’s anderendaags het sanhedrin een vergadering houden en Paulus moet erheen om verhoord te worden. ‘Mannen, broeders, zo begint hij zijn verdediging, met een volkomen zuiver geweten heb ik tot op de dag van vandaag voor God geleefd’. Het is de farizeeër die hier weer boven komt. Jullie mogen allemaal een voorbeeld nemen aan mij. De hogepriester gaf aan de mannen naast Paulus de opdracht hem op de mond te slaan. Paulus is echter niet op zijn mond gevallen: “God zal ù slaan, witgekalkte muur! Gij zit daar om recht te spreken volgens de Wet, en ge beveelt - in strijd met de Wet - mij te slaan”. Als hij echter verneemt dat het de hogepriester is verontschuldigt hij zich. Maar spoedig daarna ziet hij de kans vrij om de aanwezige Sadduceeën en Farizeeën tegen elkaar op te zetten: “Mannen broeders, ik ben een Farizeeër en een zoon van Farizeeën. Om de verwachting en de opstanding der doden sta ik terecht”. Sadduceeën, die zowat tot de rijkere stand behoorden, hielden zich aan een strikte toepassing van de Mozaïsche wet en niet aan al die steeds maar talrijker voorschriften en bepalingen van o.m. de Farizeeën. Aangezien in de (joodse) Bijbel (Oud-Testament zonder de pseudo-canonieke boeken) geen uitgesproken geloof in de onsterfelijkheid stond, namen ze die dus ook niet aan evenmin als ze het bestaan van engelen aannamen. De Farizeeën beriepen zich echter ook op een soort mondelinge traditie en geloofden wèl in de onsterfelijkheid van de ziel en in de opstanding van de doden. Die tegenstelling tussen Sadduceeën en Farizeeën treffen we ook bij Jezus aan en daar is het zelfs nog meer op de spits gedreven. Jezus legt eerst de Farizeeën het zwijgen op (Mt. 22,21), daarna komen de Sadduceeën (Mt.22,23) en als Jezus hen ook op hun plaats gezet heeft, komen de Farizeeën weer op de proppen met een nieuwe vraag (Mt. 22,34-36). De - voorlopige - slotsom van Paulus’ uitlatingen is dat een paar Farizeeën nogal nadrukkelijk zeggen dat ze niets kwaads vinden in Paulus (Hand. 23,9). Maar dan begint het tumult pas. Het wordt een over en weer geschreeuw. Nu, van heel die woordentwist had de Romeinse bevelhebber geen verstand en omdat hij niet al te gerust was of Paulus daar wel zonder kleerscheuren zou uit geraken, gelastte hij de soldaten naar beneden te komen om onze predikant haastig uit hun midden weg te halen en opnieuw naar de kazerne te brengen (Hand. 23,10). Een tegenvaller voor Paulus die meende nogal wat steun te krijgen van de daar aanwezige Farizeeërs zodat hij zijn werk zou kunnen voortzetten. Nu zat hij opnieuw in verzekerde bewaring, hoewel zeker niet in een soort zware gevangenschap met ketens en dergelijke. We zullen trouwens volgende keer zien dat hij zelfs bezoek krijgt van een van zijn neefjes. Lees in volgend nummer: “19 Beschermd maar opgejaagd”
ECHO UIT EEN EVANGELISATIESCHOOL Sylvie Demey, Maria-Kefasgemeenschap Tijdens de samenkomst van de Maria-Kefasgemeenschapop 2de Paasdag kwam er een E-mail aan van een van haar leden, Sylvie Demey, die haar job als verpleegster enige maanden onderbrak om een Evangelisatieschool te volgen in Nederland. Zalig Pasen!
De Heer is verrezen! Hij is waarlijk verrezen! Dat de vreugde van de opgestane
Heer jullie helemaal mag vullen en dat je licht mag zijn voor anderen. Graag zou ik jullie even mee laten proeven van wat ik hier allemaal beleef. Een vrij complexe opdracht omdat hier heel intens geleefd wordt. We leven hier constant samen, we doen veel opdrachten in groep en er is ook gezamenlijk ontspanning, lofprijzing en Eucharistie. Door al die mensen hier met veelal een andere nationaliteit, andere gewoontes, andere taal, door de onderrichtingen (gemiddeld 3 per dag), de werkopdrachten (ik neem de schoonmaak en de kinderopvang voor mijn rekening samen met teamleden), lofprijzing en intercessie, de deelgroepen, de boekbesprekingen... door dat alles beleef je in 1 dag evangelisatieschool meer dan een week thuis. Maar het is
de moeite waard! Even een kort
overzicht van de onderwerpen die we al aangesneden hebben en eventueel wat
persoonlijke belevenissen erbij. Nu staat de outreach (missiewerk) op het programma. De kwestie is niet waar ik graag zou naar toe gaan maar waar de Heer mij wil hebben. We bidden dus voor een persoonlijk antwoord maar ook voor de groep. De verschillende evangelisatiemogelijkheden zijn: België (jawel), Nederland, Suriname, Tsjechië, Litouwen, Ierland, India. Ik laat jullie het uiteindelijk resultaat weten en als je te weinig gebedsintenties hebt mag je hieraan altijd denken. Begin juni zouden we vertrekken naar ons missieland (mogelijkheid voor twee groepen wordt opengelaten).(nvdr.Het werd India). Mike Oman sprak ons over ‘het Vaderhart van God’. Het werd een sterke persoonlijke tijd. Ik ervaarde hoe koppig ik soms ben om verdriet aan Hem af te geven en er samen met Hem door te gaan. Ik leer hier dus veel. Heb goede gesprekken met mijn begeleidster. Oman schreef ook een boek en ik heb het besteld. Ik kocht ook een engelse studiebijbel van ‘Jeugd met een Opdracht’. Er staan onderrichtingen in en er is een concordans. Rob Clark sprak dan weer over ‘Hoe leerling van Jezus worden?’ en ‘Mag Hij Heer zijn in mijn leven?’. Daarbij kwam de uitdrukkelijke uitnodiging om te vergeven en ook praktische info daarover. Ook de uitnodiging om alles wat je als eigen recht beschouwt aan Jezus te geven. Mijn tijd zit er bijna op. Ik wil de tieners (op de Gemeenschapsdag van de Maria-Kefasgemeenschap) nog speciaal groeten! Allemaal welkom op de bezoekdag van 7 april. Het begint rond 12 u. met broodjes. Je krijgt daarna wat uitleg over Jeugd met een Opdracht en de Kerygma-teams en nog andere organisaties. Als afsluiting is er een eucharistie. Ik bid hier voor jullie. Nog een gezegende en vreugdevolle dag
‘Oase in de Stad’ is het ‘Evangelisatie- en Vormingscentrum’ van de Maria-Kefasgemeenschap in het klooster van de Redemptoristen te Gent. Twee Redemptoristen Ives de Mey en Ben Van Vossel werken er volop aan mee. Er gaat nauwelijks een dag voorbij of Oase in de Stad krijgt volk over de vloer. De werkzaamheden aan de Voskenslaan zelf hebben totnogtoe het functioneren van ‘Oase in de Stad’ niet geschaad zoals je hieronder kunt constateren: * Op maandag (soms ook op vrijdag) komen stilaan wat groepen naar ‘Jij en Ik: een wonder!’. Een degelijk team medewerkers tracht deze tieners evenwichtige seksuele opvoeding te geven en relatiebekwaam te maken vanuit een christelijke inspiratie; de ondervinding met eigen kinderen toonde aan hoe groot de nood is aan seksuele opvoeding waarbij de echte menselijke en christelijke waarden nog worden doorgegeven. Wij wensen het team (Martine, Hilde, Bea, Kitty, Mireille e.a., mensen uit 4 verschillende nieuwe gemeenschappen) veel inspiratie en volharding bij deze uitdaging. * Op maandagavond onthaalt p. Ives een jongerengroepje ‘Vuur in de Stad’ (V.I.S.); hij wordt geassisteerd door een paar jongeren (vnlk. Johan V.H. en Mieke D.). * Dinsdag en donderdag onthalen we een of twee klasgroepen uit ASO, TSO of BSO. In de loop van dit schooljaar waren er 58 Brondagen met 91 klasgroepen (33 dagen met 2 groepen). De klassen varieerden van het 1ste tot het 7de jaar. Het totaal aantal leerlingen bedroeg 1.750. Verscheidene scholen moesten geweigerd worden omdat Oase volzet was. Proficiat Wouter, Geertrui, Saskia, Ives en alle medewerkers. * Woensdagavond ging de Alphacursus (tien weken lang) door met p. Ives als begeleider en enige andere inleiders. Het team werd deze keer aangevuld met Chris & Maaike en Leen. Daarbij nog een paar medewerkers voor allerlei omgevende taken. * Donderdagavond en Vrijdagvoormiddag ging af en toe een Vormingssessie door waarbij p. Ben Van Vossel bijgestaan werd door enige mensen van de Maria-Kefasgemeenschap. * Vrijdagavond is er de prille GebedsOntmoeting (G.O.)met telkens een vormingsonderwerp. Sedert september 2002 werd deze gebedsontmoeting verplaatst naar woensdagavond. * Zaterdag verzorgen we dan mee de avondmis van 18.30 en daarna zingen we de verrijzenisvespers; ondertussen gaat (op de tweede zaterdag) ook het Tienertreffen door met vnlk. Wouter en Geertrui, Sylvie en p. Ives. * En als er op zondag geen Maria-Kefasgemeenschapsdag is, is het rustdag. Jawel! Zelfs een ‘Oase in de Stad’ moet al eens op adem kunnen komen.
EEN SPIRITUELE TOCHT 6de etappe: JE ORIËNTEREN Door: Lieven Dewaer Je oriënteren?
Je zal zeggen: zeg eens, ik zit hier NIET in de Sahara of in de oneindige
ijsvlakten van noordpool, ik ben NIET verdwaald in een of ander uitgestrekt
woud! Waartoe me oriënteren? 1 Het kompas
van een kind wijst naar huis “ Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden” (Mk. 1,35). Wat gebeurde er daar op die eenzame plaats? Heel eenvoudig: Jezus kwam daar thuis, thuis bij zijn oorsprong, zijn dragende grond waar Hij nooit uit weg was, maar in die eenzaamheid kon Hij zich ook als mens beter uiten. Het was thuiskomen bij… zijn Vader. Het was… zich koesteren in zijn identiteit van ‘geliefde Zoon’. Elders stellen we vast hoe Hij ook na drukte of succes weer naar zijn diepste kern terugkeert. “Hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden” (Lk.5,16). “Toen de mensen het teken zagen dat Hij gedaan had, zeiden ze: ‘Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.’ Daar Jezus begreep, dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen” (Joh. 6,14-15). Als mens had Hij inderdaad te maken met succes, met ontgoocheling over mensen en over de gang van zaken, het verdriet om het gebrek aan aandacht voor hun diepste levenskern: hun relatie tot de Vader. Telkens trok Hij zich terug in de eenzaamheid om te bidden. Zijn allerdiepste levensbehoefte. Oefening 1 Wij kunnen ’s morgens eenvoudig bidden: ‘Vader, ik wil vandaag enkel maar doen wat U graag zou willen dat ik doe. Alles wat ik vandaag doe, vertrouw ik U toe’. 2 Jezus’
kompas in de drukte * Wanneer Hij
ziet dat God ook eenvoudige mensen een taak toevertrouwt:
* Bij de
maaltijd zien we Jezus ook traditiegetrouw bidden, zich inkeren naar de Grond
van zijn bestaan: * Bij een
beproeving die voor de deur staat: * En dan hebben we die teksten uit het Lijdensverhaal waar Jezus zich ook bij herhaling tot de Vader wendt, van bij zijn doodsangst in de Olijfhof (Mijn Vader, als het mogelijk is… maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede) tot op het kruis (‘Vader vergeef het hun...’, ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest’). Zijn ‘kompas’ noemde ik het, maar het is eerder ‘de dragende Grond’ van zijn leven die Hem oriënteert: zijn relatie tot de Vader. Men moet niet proberen Hem daarvan los te weken: niet de Satan in de woestijn en niet Petrus met zijn te menselijke bedenksels die Hem ook wil afhouden van zijn weg uit vrees voor het lijden dat Hem op die weg zou kunnen overkomen. Volgens Petrus moest Hij maar een tijdlang onderduiken, zich wat koest houden, geen confrontatie zoeken. Oefening 2 Pas vanuit het vertrouwen in Gods heilswil (namelijk dat God het met jou goed voorheeft) ga je je toevertrouwen aan Gods verlangen en ga je – met de hulp van de heilige Geest – doen wat God wil. Ik maak het even stil. Leg mijn handen open op tafel, met de handpalm naar boven. “Vader, U bent altijd bij mij. U noemt mij uw kind. Ik vertrouw op U. Ik leg mijn leven in uw hand. Ik ben zeker van U. Ik weet dat U mij ook nabij bent wanneer het leven weegt, wanneer zich allerlei zorgen of zelfs angsten hebben vastgezet in mij… Ik dank U om uw trouwe liefde. Blijf me altijd nabij, in Jezus, uw geliefde Zoon”. Je logboek NAAR TOP VAN DOCUMENT Nieuwe
verantwoordelijke
KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (21) Samenvatting: Ben Van Vossel … en is begraven. (kkk nr.624-630) Een korte tekst moesten we nog toevoegen aan onze samenvatting in vorig nummer. De mensgeworden Zoon van God is gestorven en begraven. Tijdens het verblijf in het graf bleef zijn goddelijke persoon zowel zijn ziel als zijn lichaam aannemen, al waren die door de dood van elkaar gescheiden. Daarom heeft, zoals Petrus op Pinksteren verkondigd, het gestorven lichaam van Christus het bederf niet gezien.
Ben Van Vossel cssr 3 LEER EN LEEFWIJZE VAN DE QUMRANGEMEENSCHAP
1 De
vindplaats: De 11 grotten van Qumran krijgen gewoon het nummer van de grot
(geordend volgens het tijdstip van de ontdekking) en de Q van Qumran, bv. 1Q of
4Q. 2 De
inhoud:
Na de Q komt de titel van de rol, bv: 1QIsa = Uit de eerste grot van Qumran de
eerste rol (=a) van Jesaja (=Isaïas) of 1QIsb (2de rol van Jesaja uit de eerste
grot van Qumran). 3 De grote nieuwe werken worden meestal aangeduid met de eerste letter van de hebreeuwse titel: * De ‘Regel
van de Gemeenschap’ = 1QS (Serekh hayyahad).
(Deze ‘Regel’ moet vergeleken worden met de Damascustekst van Caïro
(CD) die vooral handelt over het ‘Nieuwe Verbond’ en waarvan er ook
fragmenten werden teruggevonden in de 4de, 5de en 6de grot van Qumran.
Over de Damascustekst en een mogelijke ‘sekte van het Nieuw Verbond’
handelde onze vorige aflevering. 4 Verdere sigels: Kleine ‘p’ en kleine ‘o’ vóór de plaatsaanduiding verwijzen naar het gebruikte materiaal en betekenen respectievelijk dat het handelt om een papyrus (p) of een ostracon (o), namelijk een scherf, een inscriptie op een stuk steen of aardewerk. Als de kleine
‘p’ echter na de plaatsaanduiding staat betekent het dat het gaat om een
commentaar (in het hebreeuws ‘pesher’), bv. 4QpPs37 (= commentaar op Psalm
37, gevonden in Qumran in de 4de grot), 1QpHab (commentaar op Habakuk uit de
eerste grot van Qumran). § 1 Organisatie van de Qumrangemeenschap 1 Toetreding
en verplichtingen Toetreden tot de ‘orde’ betekende een hele beslissing en begon met een proeftijd van 3 jaar. Het eerste jaar mocht men nog niet echt deelnemen aan het leven van de gemeenschap maar men kreeg wel als kenteken een bijl (symbool van de arbeid), een lendengordel en een wit kleed. Het volgend jaar mocht men deelnemen aan de rituele reinigingen, maar nog niet aan de rituele maaltijden. Pas na nog 2 proefjaren kon men volledig lid worden van de gemeenschap. De kandidaat moest dan wel een plechtige ‘eed’ afleggen dat Hij God zou vrezen, en zijn plichten ten overstaan van zijn medemensen in acht zou nemen, niemand kwetsen of opzettelijk doden, de slechten haten en de rechtvaardigen bijstaan en loyaal zijn tegenover de overheid. Ook verplichtte men er zich toe de geheimen van de medeleden niet te verraden en de boeken van de gemeenschap geheim te houden. Bleef men ernstig in gebreke tegenover deze verplichtingen dan kon men uit de gemeenschap gezet worden. Er was ook gemeenschap van goederen; wat men als loon verdiende werd in een gemeenschappelijke kas gestort. Verder zorgde de gemeenschap voor de zieken en bejaarden, zoals een kind voor zijn ouders. Alle mensen waren volgens hen gelijk, dus geen dienaars of slaven bij hen. Hun werk bestond vooral uit landbouw, zeker geen handel drijven. De sabbat onderhielden ze op doorgedreven wijze. De ziel, afkomstig uit de fijnste ether, was volgens hen in het lichaam opgesloten en zou na de dood van het lichaam weer tot haar oorsprong terugkeren; de goeden zouden dan een zalig leven kennen, de kwaden eeuwige rampspoed in het duister. Hoewel ze zelf niet deelnamen aan de offercultus in de tempel van Jeruzalem, stuurden ze er toch wijgeschenken heen. Zij begroetten de opgaande zon, schonken veel aandacht aan waarzeggerij en zagen alles wat gebeurt als gevolg van een vooraf bestaand goddelijk plan. 2 Organisatie
volgens de Regel, het Tweekolommendocument en het Damascusschrift: Hoewel het tweekolommendocument oorspronkelijk vastgenaaid was aan de regel, wijkt het er toch wel wat van af en misschien gold het eerder voor de gehuwden. Misschien betrof het Damascusgeschrift dan nog andere leden. Toch was Qumran het centrum van de gemeenschap, het hoofdkwartier; de ongehuwde leden daar leefden volgens de strenge regels van de ‘orde’, de over Palestina verspreide leden probeerden het zo goed mogelijk te doen volgens de omstandigheden. Qumran kreeg ook hun voorkeur als begraafplaats, vandaar dat er ook vrouwen bijgezet zijn. § 2 Leefwijze De voornaamste zorg van de gemeenschap was de lofprijzing van God, het onderling raad geven en de viering van de gemeenschappelijke maaltijden. Dit laatste doet haar meer gelijken op de oudste christengemeenten dan op de synagogen van de hellenistisch-Romeinse tijd. Studie van de wet en schriftlezing was ook een voorname bezigheid, naast de handenarbeid om in de noden van de gemeenschap te voorzien. In de jaarlijkse plechtige vergadering kreeg ieder de plaats toegewezen die op dat ogenblik aan zijn positie toekwam. Men mocht geen contact hebben met niet-leden, niet met hen eten of drinken of geschenken van hen aannemen. Als iemand van hun groep toch in contact gewest met personen van buiten de groep, dan was hij verplicht een reinigingsbad te nemen. Uit de practische schikkingen binnen en buiten het complex kunnen we verscheidene zaken met betrekking tot hun leefwijze aflezen: * Algemene schikking: Recente opgravingen door Hanan Eshel and Magen Broshi hebben, volgens Donald D. Binder, aangetoond dat de Essenen in Qumran in grotten en tenten woonden rondom het hoofdgebouw. Dit zou dan suggereren dat het gemeenschapsgebouw, met zijn rituele badinrichtingen en schriftzaal, vooral het cultisch centrum was van de Essenen. En door hun centrum zo met tenten te omringen gaven zij bovendien duidelijk aan dat ze de oude Israëlieten wilden navolgen die - tijdens hun omzwervingen door de Sinaïwoestijn ‘de tabernakel’ (de tent van het verbond) met hun tenten omcirkelden als het centrum van hun samenleving. Dit komt bovenop hun ligging in de woestijn. Zij voelen zich het volk van het Verbond. Naast de vele baden en de schriftruimte voor het kopiëren van de ‘heilige geschriften’ was ook de refter een cultische plaats. Locus 4 was een ruimte met rondom banken tegen de 4 muren (een soort van kapittelzaal?) en locus 77 was de eetzaal waar in de westelijke hoek een soort podium moet geweest zijn (men vond er althans de basis van terug); Flavius Josephus noteert in dat verband dat de Essenen in hun refter samenkwamen als in en heilige ruimte (hagion … temenos). * De baden: Doorheen het complex liepen de buizen van een waterleiding, waardoor verschillende waterbekkens gevoed werden. De 117 rituele baden zijn een opvallend verschijnsel in het gebouwencomplex . Volgens Ronny Reich van het Israëlisch Instituut voor Oudheidkunde zijn ze identiek met deze van de tempelberg in Jeruzalem die gebruikt werden voor rituele zuivering (om van onrein weer rein te worden). Alvorens te eten namen de sekteleden een bad; een soort obsessie van reinheid. * De graven: Rachel Hachlili van de Haifa Universiteit zegt dat de 1200 ontdekte graven afzonderlijke graven waren en daardoor afwijken van de toen gangbare Joodse gewoonte om de doden in een familiegraf te begraven. De meeste skeletten waren van het mannelijk geslacht, wat dan weer de theorie ondersteunt dat de Essenen in hoofdzaak een sekte van celibataire mannen was. Aan de oostkant zijn enkele vrouwengraven en op een meer noordelijk gelegen kerkhof heeft men mannen en vrouwen samen begraven. De graven zijn alle in evenwijdige rijen in de richting van noord naar zuid aangelegd. En bij de aanleg van de graven was er door een laag stenen boven de nis voor gezorgd dat er bij het instorten van de grafsteden geen aarde op het lijk kon vallen. Bij de Parsisten die ook die gewoonte hadden, was het motief dat het als heilig beschouwde element van de aarde niet verontreinigd mocht worden. In Qumran kan het ook een natuurlijke vrees geweest zijn om aarde te werpen op de dode die zonder kist begraven werd. Het exacte motief kennen we niet. § 3 Leer De leer van de Essenen konden we reeds aflezen uit wat we hierboven zegden naar aanleiding van de organisatie en de leefwijze. De voornaamste geschriften geven ons verdere uitleg. 1 De
Commentaar op Habakuk (1QpH). 2 De
Oorlogsrol (1QM). 3 De
Dankpsalmen of Hymnen (1QH). 4 De Regel
(1QS) of het ‘handboek van de tucht’. 5 Het
Tweekolommendocument (1Q28a) of ‘Regel van de Gemeenschap’ 6
Genesis-Apocryphon (1QpGen) 7 Het
Damascusgeschrift (CD) De Qumrangemeenschap beschouwt zich duidelijk als de ‘kleine rest’, het echte Israël, niet geleid door de Slechte Priester (de opvolgers van de Makkabese of Hasmonese koningen) maar door de echte zonen van de hogepriester Sadok. De ontaarde tempelcultus verwerpen ze. Ze hebben een hoog idee van heiligheid en leggen zich toe op de individuele geestelijke volmaaktheid. Als vanzelf ontstaat zo een uitverkoren Israël. Het celibaat dat sterk naar voor komt in hun midden vloeit voort uit een diepe drang naar heiligheid en de bekommernis om elke cultische verontreiniging te vermijden; een sterk doortrekken van de wettische voorschriften in het Judaïsme. Er leefden ook sterke apocalyptische verwachtingen in hun midden, een duidelijk messianisme, evenwel met 2 messiassen, een koninklijke (stam Juda) en een priesterlijke (stam Levi).
EEN ONZICHTBARE EN ONHOORBARE GETUIGE red. Tegen Pinksteren aan kreeg ik een mooie tekst onder ogen van de pastoors en parochieteams van twee parochies. Ik ben zeker dat je de tekst ook mooi zult vinden en wellicht onder de indruk zult zijn. Toch gaat de commentaar niet over de heilige Geest, maar over onszelf die soms wat al te zwijgzame en onzichtbare getuigen zijn. “Verrijzen
is: Toen ik dit las had ik juist een verkorte uitgave doorgenomen van het levensgetuigenis van de Hongaarse priester Istvàn Regöczi, die als jongeman alleen en te voet naar Vlaanderen trok om er priesterstudies te doen. Hij werd in Brugge priester gewijd (1943); daarna begon hij zich als jong priester vrij vlug het lot aan te trekken van weeskinderen, ‘de Arendjongskens’. Honderden van die kinderen gaf hij onderdak en een thuis waar hij ze vormde tot mensen en tot christenen uit één stuk. De Marxistische staatsideologie kon zoiets natuurlijk niet hebben en de communistische partijfunctionarissen trachten voortdurend zijn werk af te breken, de kinderen hun thuis te ontnemen, de priester en zijn medewerkers te intimideren. Een gemene geschiedenis. Door zijn fantastisch Godsvertrouwen bleef hij echter overeind, ondanks 2000 dagen gevangenschap, vol pesterijen van de soort zoals je die in fascistische en communistische dictaturen aantreft. Het zwaarst viel hem de afwijzing door priesters en bisschoppen die zich lieten ringeloren door de afdreigingen van ‘de (communistische) Partij’. Tien priesterroepingen kwamen voort uit zijn Arendjongskens, negen kerken en kapellen mocht hij – met de onmisbare steun uit Vlaanderen en van zijn weeskinderen – opbouwen. Een boek dat (naast bv. de Goelagarchipel van Solsjenitsin) een onuitwisbare kaakslag blijft voor de uitwassen van de communistische ideologie maar tevens een diepe inkerving in de muren van een 2000 jaar oude kerk waaraan wij ons allen mogen blijven inspireren. En toen ik dan die mooie bovenstaande tekst las als Paasboodschap aan de christenen van die beide parochies dacht ik: is dit alles? Geeft deze mooie tekst de kern weer van wat je op Pasen aan je medechristenen kan toewensen? Ik geef je als mijn mening het volgende mee: als we op Pasen de ongelooflijke prestatie kunnen leveren om Jezus dood te zwijgen… laat ons dan maar helemaal zwijgen, dan respecteren we tenminste de christelijke Paasboodschap. Lieve medechristenen, CHRISTUS IS VERREZEN. HIJ IS WAARLIJK VERREZEN! De rest is poëzie, goedbedoeld overigens. Voor je
christelijk getuigen kan je wat inspiratie opdoen in het boek waarvan hierboven
sprake:
Op 8 mei 2002
overleed te Gent pater Achiel Van Ceulebroeck, redemptorist. Pater Achiel heeft zeer veel huisbezoeken gedaan tijdens de huismissies om iedereen uit te nodigen tot deelname aan de grote missiepredikaties; hij was ook aalmoezeniers van een scoutsgroep en turnclub in het Antwerpse. Later was hij vele jaren secretaris van de Pauselijke Nuntius te Den-Haag. Daarna werd hij secretaris van de provinciaal overste te Jette en archivaris van de Provincie Vlaanderen van de Redemptoristen, evenals hoofdredacteur van het ‘Contactblad’ van de Vlaamse Redemptoristen. Vooral dat laatste deed hij met veel inzet en bekwaamheid en zorg; voor veel missionarissen was het een welgekomen ‘contact’ met de thuisbasis. TER GELEGENHEID VAN DE GOEDKEURING OP 17 MEI 2002 DOOR DE (Belgische) FEDERALE KAMER VAN DE MEEST LIBERALE WET IN EUROPA BETREFFENDE DE LEGALISERING VAN EUTHANASIE ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN Uit sympathie voor kardinaal Godfried Danneels, voor de verantwoordelijken van Caritas Catholica, voor artsen en verpleegkundigen die zich niet zullen lenen om in deze wet in te treden, en voor allen die op allerlei forums deze wet hebben veroordeeld en verworpen en op menselijk aanvaardbare alternatieven hebben gewezen... Uit mededogen voor de zwaar zieken en bejaarden die zich door deze wet onder druk voelen geplaatst om anderen niet meer tot last te zijn en om euthanasie te verzoeken, of die hun natuurlijk verzet tegen ziekte en dood gemakkelijker zullen opgeven... In deernis met allen die zich hebben laten misleiden door kortzichtige politici, met allen die voor een gemakkelijkheidsoplossing kiezen in plaats van creatieve oplossingen met een surplus van menselijkheid, met allen die liefde verwarren met emotie, met allen die zich het recht toe-eigenen om over eigen leven of dat van anderen te beschikken … met allen die een bekrompen menselijke oplossing laten voor-gaan op Gods verlangen omtrent: ‘Gij zult niet doden’
|