Jaargang 106 (2002) NR 3

Een rozenkrans van brood Uit: Istvàn (Stefaan) Regöczi
Het ABC van Priester Edward Poppe
De media en de kerk de visie van Avery Dulles (naar E.Henau)
Ziekte aanpakken Johan Van Vossel
De eerste missievlucht naar Kongo (12) Jozef Boon CssR
Al-akbar – Dieu le veut – Gott mit uns God in wrekerstenue B.Van Vossel
Paulus (18) Een preek die niet goed overkwam (Handelingen 21,37 vv.) door : Ben Van Vossel cssr
Verbetering “De Vliegende Icoon” (Zie ons vorig nummer)
Echo uit een evangelisatieschool Sylvie Demey, Maria-Kefasgemeenschap
Gerardus (20) Brood van geduld door Gabriël Dewilde, cssr
Nieuws uit Oase in de Stad
Citaat “Lawaai” door H. Nouwen
Een spirituele tocht  6de etappe: Je oriënteren Door: Lieven Dewaer
Maria-Kefasgemeenschap Nieuwe verantwoordelijke
Katechismus van de katholieke kerk (21) Begraven… Verrezen Samenvatting: Ben Van Vossel
Qumran (5) door Ben Van Vossel cssr 3 Leer en levenswijze van de Qumrangemeenschap
Een onzichtbare en onhoorbare getuige  red.
In de vrede van de Heer (Achiel Van Ceulebroeck)
Legalisering van euthanasie onder bepaalde voorwaarden
Ingezonden boeken

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

HET ABC VAN PRIESTER EDWARD POPPE

Apostolaat is een leven, consequent met de waarheid.
Blijf gehoorzamen, betrouwvol en openhartig, dan wordt gij een heilige.
Caritas ‘est sese dare totum Deo’. Beminnen is zich aan God geven heel en gans.
Denk niet aan het goede, dat gij reeds deed, maar aan het goede, dat u nog ontbreekt.
Elke overwinning, elke glimlach, elk overwonnen woord is goud, kostbaar goud.
Fiat: moge dit uw gebed wezen.
God zendt u geen kruisen boven uw krachten, en de krachten die u nu te kort schieten, krijgt gij door het gebed.
Heer, leer me rekenen op uw Voorzienigheid en niet op de mensen noch op geld .
In Gods wil rust men best.
Jezus zal u minder vragen wàt gij doet, dan hóe gij het doet.
Kies niet! Een slachtoffer (vrijwillig toegewijd aan God) moet zich aan alles verwachten en Jezus meester laten.
Laat het kruis voor je zijn als een kus van de Gekruisigde.
Maria is mijn kracht en al mijn hoop en al mijn vertrouwen.
Nederig wordt men maar door vernedering, en heilig door beproeving en duisternis.
Ons Leven heeft geen zin meer, als wij geen slachtoffers blijven.
Parels blinken best in het donker. Wees gaarne klein en vergeten.
Quia te contemplans totum deficit. Oh! ’t Bezwijkt van vreugde, wijl het U aanschouwt.
Rust is een voortdurende hulde van betrouwen en geloof.
Sint-Jozef: Leer mij, hoe ik met Jezus en zijn Moeder moet omgaan om hen te behagen.
‘T werk der verbetering en der volmaaktheid gaat stap voor stap vooruit, steen na steen omhoog.
Uw eigen zelfverdediging weze het liefdevol zwijgen van Jezus.
Volmaaktheid is: Gods wil volbrengen in de wil van de overste.
Werken is veel, bidden is meer, u offeren en lijden is alles!
XYZovelen wensen de volmaaktheid, maar zijn benauwd van de middelen. Ik ken geen beter middel dan het kruis,
 vooral, het inwendige.
   Edward Poppe (Ingestuurd door Hilde Tusschans )

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

DE MEDIA EN DE KERK

de visie van Avery Dulles

Waarschijnlijk hebben we allen reeds de indruk gehad dat bij een of ander nieuws aangaande de kerk er steeds wat dissidente theologen of priesters voor de micro of het teeveescherm gehaald worden.  Je denkt dan wel eens: ‘hij is er weer’, ‘heeft hij dat nu nog niet door hoe ze hem daar misbruiken?’, ‘begrijpen ze nu nog niet dat die man eigenlijk alleen zichzelf engageert?’, ‘Wanneer laten ze eens een nieuwe theoloog aan het woord, eentje van na mei ‘68’?  De media en de Kerk dus.  Een probleem dat misschien niet anders dan een probleem kàn zijn.  Althans, die indruk kregen we bij het lezen van een excursus bij de colleges over “Kerk, Media en Geloofscommunicatie” (K.U.L.1998/1999) van professor doctor Ernest Henau die ons werd doorgespeeld door p. Ives De Mey. 

Prof. Henau geeft daar o.m. de visie van de Amerikaanse ecclesioloog, Avery Dulles, omtrent de fundamentele spanning tussen de media en de kerk of de religie.  Er zijn minstens 7 punten die duidelijk maken dat er altijd wel een blijvende spanning zal blijven tussen beide, immers:

1. Wat de Kerk aan de wereld brengt is het heilig mysterie van Gods aanwezigheid en de verlossende activiteit in Jezus Christus.  Zo’n mysterie benader je met grote eerbied.  De media echter zijn van nature onderzoekers, zelfs beeldenstormers.  Een totaal tegengestelde houding.

2. De kerk zoekt de continuïteit van Gods openbaring en van haar eigen gelovig verleden; ze heeft dus een zwak voor stabiliteit en schuwt eerder innovatie.  Media daarentegen drijven juist op het voortdurend nieuwe, het voortdurend andere.

3. De kerk zoekt eenheid en verzoening en minimaliseert verschil van mening en twist.  Media moeten het juist hebben van conflicten, spanning en het opkloppen ervan, dat jaagt de kijk-, lees-, luistercijfers omhoog.

4. De kerk tracht mensen in de gesteltenis te brengen om innerlijke genade te ontvangen met het oog op eeuwig heil.  Die zegeningen kan je onvoldoende concreet en zichtbaar maken.  Dat is niet interessant genoeg voor de media die de spirituele zijde van kerk en christendom dus volledig mislopen.  Doctrinele uitspraken zijn ook niet boeiend genoeg tenzij er weer een sensationele kant aan zit.  Zo krijg je dan vanuit de media de dwaze vaststelling dat de paus enkel geïnteresseerd is in seks, politiek en macht.  Totaal absurd, maar die mediajongens weten van niet beter.

5. In een democratische samenleving wordt een organisatie steeds beoordeeld met democratische criteria.  Een hiërarchische maatschappij - zoals de Kerk - waarin de leiders hun gezag niet verkrijgen van het volk maar langs de apostolische opvolging van Christus is voor hen gewoon onverteerbaar.  Het toetsen van de rechtgelovigheid door de kerk wordt gelijkgesteld met mediacensuur. De ongehoorzame priester en de dissidente theoloog daarentegen worden op de handen gedragen en krijgen voortdurend mediabelangstelling als ‘kampioenen van de vrijheid’.

6. De leer van de kerk inzake geloof en zeden is vaak ingewikkeld en subtiel en het vraagt grote aandacht om al die onderscheiden mee te volgen.  Dat geduld kunnen de media niet vragen van hun publiek dat om korte, eenvoudige, onderhoudende en spannende ‘stories’ vraagt.

7. De kerk tracht mensen te overtuigen van de waarheid van de openbaring en wil mensen brengen tot engagement in hun geloof en de navolging van Jezus.  Journalisten geven gewoon feiten (nou, ja) en ieder moet daar maar zijn conclusies uit trekken.

(E.Henau spreekt dan verder over de noodzaak van kerkgebonden en christelijk geïnspireerde media)

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

ZIEKTE AANPAKKEN

Door Johan Van Vossel

Aanpakken of bij de pakken blijven zitten?

Ook vandaag berusten mensen soms vlug bij allerlei ziekten, vooral bij vervelende ziekten en ziekten die van kwaad naar erger gaan.  Velen hebben dan de neiging om de moed te laten zakken en niets meer te ondernemen.  ’t Is dan maar zo.  Maar zo hoeft het misschien helemaal niet te zijn.  Het is goed eens terug te denken aan dat oude woord uit het eerste bijbelboek: “Toen bracht Jahwe God de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2,15).  De tuin bewerken en beheren is niet bij de pakken gaan zitten en maar hopen dat er ooit eens iets gebeurt, of dat God de zaken voor ons oplost.  God heeft de mens heel wat talenten gegeven van verstand en handigheid, van wetenschap en techniek, om de wereld te bewerken en meer bewoonbaar en leefbaar te maken.  Als ons iets negatiefs overkomt kunnen we zeggen: ‘’t Is Gods wil’.  Dat kan best zo zijn, al gebeurt er waarschijnlijk ook veel dat God niet wil en niet goed vindt.  Maar Gods wil is niet noodzakelijk dat we niet gaan zoeken naar een goede oplossing, naar een uitweg, naar een toekomst…  Zo is de strijd tegen ziekte zeker ook het verlangen van God.  Zoeken naar deugdelijker medicatie, betere pijnbestrijding, meer comfort voor mensen die getroffen worden door ziekte en allerlei ongemakken.

De medische wetenschap en praxis bleven niet stilstaan
Het is pas de laatste decennia dat bijvoorbeeld rond de laatste levensfase voor terminaal zieken de palliatieve afdelingen zijn opgericht: het levenseinde menselijker en draaglijker maken zonder zich daarom direct aan actief doden te begeven (euthanasie).  Voor tal van andere ziekten heeft men ook grote vooruitgang gemaakt in mogelijke medicatie of aangepaste zorg.

Internet als informatiesnelweg
Ik moet hier een korte uitweiding maken over Internet.  Naar het schijnt is er op Internet veel negatiefs en  gemeens te vinden.  Maar anderzijds is Internet ook een enorme bron van informatie die - vaak gratis - meegedeeld wordt aan wie het maar wil.  Zo ook met betrekking tot allerlei ziekten en hoe je ze best aanpakt.  Twee voorbeelden:

* Moeder heeft Parkinson en dat heeft een hoop lastige gevolgen.  Maar voor een paar maanden ontdekte een familielid op Internet dat er een relatief nieuw medicament op de markt was (Mirapexin 0,18 mg) dat minder bijverschijnselen had en dat de ontwikkeling van de ziekte sterk zou afremmen.  We hebben daar de dokter neuroloog over aangesproken en inderdaad, dat bestond en werd al toegepast.  Dit middel is natuurlijk geen wondermiddel waardoor iedereen zomaar genezen wordt of de kwaal totaal wordt stopgezet.  Ik kan enkel getuigen dat sedert moeder dit geneesmiddel krijgt, ze aanzienlijke vooruitgang heeft gemaakt, vooral wat het lopen betreft.  Hetzelfde hoorde ik over nog een andere Parkinson-patiënt. 

* Een tante die onlangs overleed, leed aan A.L.S. (amiotropische Lateraal Sclerose), een soort spieraandoening waardoor een deel spieren verlammen en o.m. de ademhaling (maar ook andere functies) stilaan problematisch wordt.  Je kan daar in berusten en menen ‘daar is niets aan te doen’.  Op Internet vonden we inlichtingen over allerlei hulpmiddelen (getest door een dokter die zelf met die kwaal moet leven), hulpmiddelen die zowel over de ademhalingsproblemen handelen, als over bezigheidstherapie, lichamelijke problemen, spraak- en zwelgproblemen en zelfs de geestelijke gezondheid (vanuit joods-christelijke inspiratie).  Deze hulpmiddelen betekenen opnieuw geen genezing, maar willen zorgen voor een totaal van omgevende therapieën waardoor het ziekteverloop vertraagd wordt en vooral de levenskwaliteit verbeterd wordt.

Aanpakken dus
Met deze twee voorbeelden willen we gewoon uitdrukking geven aan onze overtuiging dat wij ook als christenen geroepen zijn te bouwen aan een betere en meer leefbare wereld met alle gaven en talenten die we gekregen hebben en dankbaar gebruik te maken van wat anderen ontdekt en ervaren hebben.  “Toen bracht Jahwe God de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren”.  Natuurlijk blijft het persoonlijk contact en persoonlijke inzet steeds onvervangbaar.

Bemerking 1: In verband met de A.L.S. verwijzen we naar twee websites:  
- http://www.lougehrigsdisease.net (en dan de ‘als.pages’:) “als_ask the expert.htm” (ask the pharmacist, ask the respiratory therapist, ask the occupational therapist, ask the physical therapist, ask the health therapist, ask the mental health expert (lets open that cage), ask the speeck/swallowing therapist). 
- Nederlandstalige website: http://www.valscherm.nl/vlody.htm

Bemerking 2: We zijn geen medicus, gelieve dus de gegeven informatie met omzichtigheid te benaderen.  Wanneer u meent  dat ze u van dienst zou kunnen zijn, informeer u dan verder bij een arts, neuroloog, neuropsycholoog of psychiater.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

AL-AKBAR  -  DIEU LE VEUT  -  GOTT MIT UNS

God in wrekerstenue

Door Ben Van Vossel cssr

Gods Naam misbruiken
We leven natuurlijk in 2002, en als iemand in de metro van Milaan een grote gasfles tot ontploffing wil laten brengen (in de nacht van 11 op 12 mei j.l.) en op een briefje even verder de geloofsbelijdenis of strijdkreet staat “Allah (God) is de grootste”, dan knipperen we toch wel echt met onze ogen.  Wat een zieke geest kan geloven dat ergens een God zou verlangen dat men een bloedbad aanricht tussen onschuldigen?  Dit is een gemene Godslastering en een schandelijke projectie van een ontregelde geest.  Als iemand omwille van een andere politieke, ideologische of religieuze overtuiging meent een ander mens – die geen geweld tegen mensen predikt – gaat uitschakelen, dan moeten we dat afkeuren in naam van de menselijkheid en van ons menselijk samenleven.  Pim Fortuyn had te kennen gegeven dat hij een bepaalde wet op het kweken van pelsdieren met het oog op bontproductie wou versoepelen, of de milieuwetgeving wat minder streng zou maken voor de landbouw… en daarom werd hij neergeschoten met een vijftal kogels.  In Vilvoorde schiet een oudere man een Marokkaans echtpaar neer na de verkiezingsnederlaag van de Franse presidentskandidaat Jean-Marie Le Pen.  “Als zij het niet doen, moet ik het wel doen”.  In Amerika is het voorgevallen dat antiabortusactivisten het leven van abortusdokters gingen bedreigen.  In Bosnië en Kroatië hebben we het meegemaakt dat veel moslims de dood werden ingejaagd zowel door (Orthodoxe) Serviërs als (katholieke) Kroaten; een eeuwenoude vete tussen christenen en moslims (al wil ik mijn hand niet in het vuur steken voor de christelijke overtuiging van die ‘christenen’ die decennialang door het marxisme werden aangetast) en dit “in de naam van God”.  Zoiets zeggen is inderdaad een godslastering.  Zoals het ‘Gott mit uns’ op de koppelriemen van soldaten.  Het doet ons ook terugdenken aan de kruisvaarten met hun kreet ‘Dieu le veut’, ‘God wil het’.  Als het de kruisvaarders te doen was om de christelijke pelgrims te gaan beschermen in het heilig land, dan zou je het - in de context van die tijd -  nog kunnen verstaan.  Maar het ‘God wil het’ gaan misbruiken als een godsdienstoorlog,  dan gaan we God voor een opvatting spannen die vermoedelijk niet overeenstemt met wat God ècht wil.  En als in latere tijden bepaalde bevolkingsgroepen (joden, moslims, Albigenzen, Protestanten) omwille van hun geloof  worden vervolgd en zelfs uitgeschakeld, dan kunnen we daar vanuit onze hedendaagse opvatting op geen enkele manier een rechtvaardigingsgrond voor vinden.  God, Allah, Jahwe wil dat niet!  God, Allah, Jahwe vindt dat een gruwel!

Hun motieven
Maar wat steekt er achter zulk beroep op een God bij het plegen van (zelf-)moordaanslagen?

Een antiabortusactivist zou een heel duidelijke redenering kunnen naar voor schuiven: ‘een abortusdokter brengt het leven van veel ongeboren kinderen in gevaar, dus stel ik een goede daad als ik die dokter uitschakel of die abortuskliniek verniel’.  Men gaat dus een mens doden of een maatschappelijk onaanvaardbare daad stellen om iets goeds te bereiken.  Men gaat met andere woorden lijnrecht in tegen het recht op leven en tegen een algemeen aanvaarde maatschappelijke orde.  Men ondergraaft daarmee de grondslagen van de samenleving en – in feite – ook van eigen overtuiging die bescherming van het menselijk leven beoogt.

In het optreden van Bin Laden, de (geïndoctrineerde) zelfmoordacties in Palestina, de gewelddadige acties van milieuactivisten, de mislukte gasflesactie in de metro van Milaan staan we telkens voor mensen die onder de indruk zijn van het zware onrecht tegenover mensen (Palestijnen, de Arabische volkeren), tegenover de natuur of tegenover dieren en die geen andere mogelijkheid meer onderscheiden dan het brute geweld.  Dat daarmee de samenleving totaal ontwricht wordt is een kwaad dat ze erbij nemen en dat ze zelfs wensen.  Het onrecht dat henzelf (of hun die ze verdedigen) werd aangedaan is zo hemeltergend hoog dat al het andere daarvoor moet wijken. 

Gezonde reacties
Het is inderdaad belangrijk dat wij – desnoods te laat – die gronden van onrecht serieus bekijken en – zo mogelijk – en desnoods met veel geduld maar aanhoudend trachten er aan te verhelpen. 

Het trof me anderzijds wel dat bv. rond de moord op Pim Fortuyn (aan wie door sommige media racistische trekken waren toegeschreven) ook heel wat migranten reageerden tegen die aanslag.  “Dit was niet de manier en…  ook wij vinden dat er iets moet gedaan worden aan de onveiligheid in onze (Nederlandse) steden.  Wij voelen onszelf ook onveilig”. Ook naar aanleiding van aanslagen op synagogen tijdens de Israëlische agressie in de Palestijnse gebieden, naar aanleiding van de moord op een Marokkaans echtpaar in Schaarbeek en de gewelddadige reacties van jongeren in de daarop volgende nachten kwamen er oproepen vanuit de allochtone gemeenschappen om in vrede samen te leven.

Rechtvaardigingsgronden?
Ik heb verscheidene personen ontmoet die – vanuit een anti-Amerikaanse en anti-imperialistische en antiwesterse reflex – een rechtvaardigingsgrond zagen voor de 11 septemberaanslagen, namelijk de jarenlange uitbuiting en het jarenlang verwaarlozen van een rechtvaardige wereldorde (o.a. enerzijds de wereldwijde steun aan Israël en anderzijds het laten rotten van de Palestijnse bevolking in de vluchtelingenkampen), daar moest een reactie op komen en wel in het hart van de Westerse beschaving opdat het Westen eindelijk zou wakker schieten en iets zou gaan doen aan die situatie van onrecht.

Wat we ondertussen stukmaken is niet belangrijk, als er maar iets aan de grond van de zaak gaat veranderen!  De Marxisten hielden er steeds een soortgelijke redenering op na: laat ons alles nog maar erger maken zodat er revolutie komt en wij ‘onze’ wereldorde kunnen opdringen.  De vraag is of er sedert de 11 septemberaanslagen veel menselijkheid is gegroeid in deze wereld?  Sedert de aanslagen van het A.L.F. (Dieren BevrijdingsFront)? 

Volwassen verantwoordelijkheid
Ik krijg de indruk dat dit soort reacties onze wereld juist minder menselijk maken, de godsdienst wordt gedevalueerd tot een gemeen vernielings- en vernietigingswapen, (fundamentalistische of postmodernistische) gedachtestromingen en zelfs sociale gevoelens worden omgesmeed tot wapens waarmee men mensen ongelukkig maakt.  Laten wij in Godsnaam en in naam van ons menselijk samenleven die kringloop van geweld (ook in ons denken) stopzetten.  Laten christenen zich op alle nivo’s – ook op het politieke – met nog meer ijver inzetten voor een wereld waar het goed is om wonen en waarover het schriftwoord met recht kan uitgesproken worden: God zag dat het zeer goed was.  Het is nog een lange weg, maar elke dag mogen wij bouwen aan een wereld van verdraagzaamheid, aanklagen van situaties en relaties die op onrecht zijn gebouwd, beleven van inzet voor allen die het moeilijk hebben in deze wereld of op grote schaal in armoede moeten leven door onze overdreven welvaart.  Moge Gods Geest ons tot bekering brengen, ons bezielen en activeren in de goede richting van rechtvaardigheid en vrede - vrede door rechtvaardigheid.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

PAULUS (18)

Een preek die niet goed overkwam (Handelingen 21,37 vv.)

door : Ben Van Vossel cssr

In Jeruzalem werd Paulus, na zijn derde missietocht, herkend door een paar tegenstanders die hem ten onrechte verdachten dat hij heidenen in de tempel had gebracht.  Hij heeft geluk dat een paar soldaten hem naar de kazerne in veiligheid willen brengen.  Maar hij kan weer zijn mond niet houden.  Op het moment dat men hem de kazerne gaat binnendragen wendt Paulus zich tot de bevelhebber en vraagt - in het Grieks - of hij iets mag zeggen.  ’t Is goed, zegt de bevelhebber, ik ben al blij dat je niet die Egyptenaar bent die met zo’n vierduizend sicariërs de woestijn is ingetrokken.  Paulus deelt dan mee dat hij een Jood uit Tarsus in Cilicië is, “burger van een niet onaanzienlijke stad”.  Paulus gaat op de trappen van de kazerne staan en doet teken dat hij iets wil zeggen.  Het wordt stil.  En als ze horen dat hij hebreeuws spreekt luisteren ze nóg aandachtiger.  En hij begint zijn verdediging met te verwijzen naar zijn afkomst, zijn opleiding ‘aan de voeten van de bekende rabbi Gamaliël’ “volgens de strenge opvoeding van de voorvaderlijke Wet. Ik was een ijveraar voor God, zoals gij allen heden zijt, en heb deze Weg (de christelijke godsdienst) vervolgd ten dode toe, mannen en vrouwen in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen, zoals trouwens de hogepriester en de hele raad der oudsten van mij kunnen getuigen”.   Hij verteld dat zijn bekeringsgeschiedenis: zijn ontmoeting met de verrezen Heer in het visioen op weg naar Damascus (Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?), hoe hij bij Annanias terechtkwam en genezen van zijn plotse blindheid die hem zegt dat hij zal moeten getuigen van wat hij gezien heeft en uit Jezus’ mond (de rechtvaardige) gehoord heeft…  Hij verhaalt ook hoe hij zich dan liet dopen en zijn zonden afwassen onder aanroeping van Jezus’ Naam.  Maar dan komt een kritiek punt in zijn verhaal.  Ik was later eens in de tempel van Jeruzalem aan het bidden, zegt hij, en ik had een visioen: ik zag Jezus die mij zei van haastig uit Jeruzalem te vertrekken want daar zou men mijn getuigenis toch niet aannemen.  Maar Heer, zei ik, ze weten dat ik uw volgelingen vervolgd heb en ik was getuige toen Stefanus gestenigd werd, ik nam de klederen van zijn moordenaars in bewaring.  Jezus echter zei mij: Vertrek, want Ik zal u zenden, ver weg, naar de heidenen”.

Paulus had zijn preek vroeger moeten beëindigen, want dat die heidenen beter zouden zijn dan zij, de inwoners van de hoofdstad, dat konden ze echt niet hebben.  Ze beginnen luid te roepen en te tieren: “Sla die man dood!  Hij verdient niet langer te leven”.  Terwijl ze hun mantels afwierpen en stof in de lucht gooiden, liet de bevelhebber hem vlug de kazerne binnenbrengen om hem onder te toedienen van geselslagen een verhoor af te nemen en duidelijk te zeggen waarom die massa zo geweldig tekeer ging tegen hem.    Paulus beroept zich dan echter op zijn Romeins staatsburgerschap dat hij door geboorte heeft.  De bevelhebber werd dan bang omdat hij een Romein in de boeien had laten slaan.

Hij laat ’s anderendaags het sanhedrin een vergadering houden en Paulus moet erheen om verhoord te worden.  ‘Mannen, broeders, zo begint hij zijn verdediging, met een volkomen zuiver geweten heb ik tot op de dag van vandaag voor God geleefd’.  Het is de farizeeër die hier weer boven komt.  Jullie mogen allemaal een voorbeeld nemen aan mij.  De hogepriester gaf aan de mannen naast Paulus de opdracht hem op de mond te slaan.  Paulus is echter niet op zijn mond gevallen: “God zal ù slaan, witgekalkte muur!  Gij zit daar om recht te spreken volgens de Wet, en ge beveelt - in strijd met de Wet - mij te slaan”.  Als hij echter verneemt dat het de hogepriester is verontschuldigt hij zich.  Maar spoedig daarna ziet hij de kans vrij om de aanwezige Sadduceeën en Farizeeën tegen elkaar op te zetten:  “Mannen broeders, ik ben een Farizeeër en een zoon van Farizeeën. Om de verwachting en de opstanding der doden sta ik terecht”. 

Sadduceeën, die zowat tot de rijkere stand behoorden, hielden zich aan een strikte toepassing van de Mozaïsche wet en niet aan al die steeds maar talrijker voorschriften en bepalingen van o.m. de Farizeeën. Aangezien in de (joodse) Bijbel (Oud-Testament zonder de pseudo-canonieke boeken) geen uitgesproken geloof in de onsterfelijkheid stond, namen ze die dus ook niet aan evenmin als ze het bestaan van engelen aannamen.  De Farizeeën beriepen zich echter ook op een soort mondelinge traditie en geloofden wèl in de onsterfelijkheid van de ziel en in de opstanding van de doden. 

Die tegenstelling tussen Sadduceeën en Farizeeën treffen we ook bij Jezus aan en daar is het zelfs nog meer op de spits gedreven.  Jezus legt eerst de Farizeeën het zwijgen op (Mt. 22,21), daarna komen de Sadduceeën (Mt.22,23) en als Jezus hen ook op hun plaats gezet heeft, komen de Farizeeën weer op de proppen met een nieuwe vraag (Mt. 22,34-36).

De - voorlopige - slotsom van Paulus’ uitlatingen is dat een paar Farizeeën nogal nadrukkelijk zeggen dat ze niets kwaads vinden in Paulus (Hand. 23,9).  Maar dan begint het tumult pas.  Het wordt een over en weer geschreeuw.  Nu, van heel die woordentwist had de Romeinse bevelhebber geen verstand en omdat hij niet al te gerust was of Paulus daar wel zonder kleerscheuren zou uit geraken, gelastte hij de soldaten naar beneden te komen om onze predikant haastig uit hun midden weg te halen en opnieuw naar de kazerne te brengen (Hand. 23,10).  Een tegenvaller voor Paulus die meende nogal wat steun te krijgen van de daar aanwezige Farizeeërs zodat hij zijn werk zou kunnen voortzetten.  Nu zat hij opnieuw in verzekerde bewaring, hoewel zeker niet in een soort zware gevangenschap met ketens en dergelijke.  We zullen trouwens volgende keer zien dat hij zelfs bezoek krijgt van een van zijn neefjes.

Lees in volgend nummer: “19 Beschermd maar opgejaagd”

  NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

ECHO UIT EEN EVANGELISATIESCHOOL

Sylvie Demey, Maria-Kefasgemeenschap

Tijdens de samenkomst van de  Maria-Kefasgemeenschapop 2de Paasdag kwam er een E-mail aan van een van haar leden, Sylvie Demey, die haar job als verpleegster enige maanden onderbrak om een Evangelisatieschool te volgen in Nederland.

Zalig Pasen! De Heer is verrezen! Hij is waarlijk verrezen! Dat de vreugde van de opgestane Heer jullie helemaal mag vullen en dat je licht mag zijn voor anderen.
Dank je wel voor de mooie kaartjes en wensen! Het stukje muur dat ik ter beschikking heb in onze kamer is bijna voor de helft vol!

Graag zou ik jullie even mee laten proeven van wat ik hier allemaal beleef.  Een vrij complexe opdracht omdat hier heel intens geleefd wordt. We leven hier constant samen, we doen veel opdrachten in groep en er is ook gezamenlijk ontspanning, lofprijzing en Eucharistie.  Door al die mensen hier met veelal een andere nationaliteit, andere gewoontes, andere taal, door de onderrichtingen (gemiddeld 3 per dag), de werkopdrachten (ik neem de schoonmaak en de kinderopvang voor mijn rekening samen met teamleden), lofprijzing en intercessie, de deelgroepen, de boekbesprekingen... door dat alles beleef je in 1 dag evangelisatieschool meer dan een week thuis.

Maar het is de moeite waard!  Even een kort overzicht van de onderwerpen die we al aangesneden hebben en eventueel wat persoonlijke belevenissen erbij.
Nelly Ruiter (moeder van Harm) sprak ons over Intercessie. Nu begrijp ik pas dat intercessie is: je aansluiten bij het gebed van Jezus. Het was een zeer inspirerend onderricht en ik ben er enthousiast voor geworden. Vraag maar aan Veerle. We hebben dit al in praktijk gebracht door 1 maal in de week 1 uur intercessie te houden voor verschillende doeleinden.

Nu staat de outreach (missiewerk) op het programma. De kwestie is niet waar ik graag zou naar toe gaan maar waar de Heer mij wil hebben. We bidden dus voor een persoonlijk antwoord maar ook voor de groep. De verschillende evangelisatiemogelijkheden zijn: België (jawel), Nederland, Suriname, Tsjechië, Litouwen, Ierland, India.  Ik laat jullie het uiteindelijk resultaat weten en als je te weinig gebedsintenties hebt mag je hieraan altijd denken. Begin juni zouden we vertrekken naar ons missieland (mogelijkheid voor twee groepen wordt opengelaten).(nvdr.Het werd India).

Mike Oman sprak ons over ‘het Vaderhart van God’.  Het werd een sterke persoonlijke tijd. Ik ervaarde hoe koppig ik soms ben om verdriet aan Hem af te geven en er samen met Hem door te gaan.  Ik leer hier dus veel.  Heb goede gesprekken met mijn begeleidster.  Oman schreef ook een boek en ik heb het besteld. Ik kocht ook een engelse studiebijbel van ‘Jeugd met een Opdracht’. Er staan onderrichtingen in en er is een concordans.

Rob Clark sprak dan weer over ‘Hoe leerling van Jezus worden?’ en ‘Mag Hij Heer zijn in mijn leven?’. Daarbij kwam de uitdrukkelijke uitnodiging om te vergeven en ook praktische info daarover. Ook de uitnodiging om alles wat je als eigen recht beschouwt aan Jezus te geven. 

Mijn tijd zit er bijna op.  Ik wil de tieners (op de Gemeenschapsdag van de Maria-Kefasgemeenschap) nog speciaal groeten!  Allemaal welkom op de bezoekdag van 7 april. Het begint rond 12 u. met broodjes.  Je krijgt daarna wat uitleg over Jeugd met een Opdracht en de Kerygma-teams en nog andere organisaties.  Als afsluiting is er een eucharistie.

Ik bid hier voor jullie.  Nog een gezegende en vreugdevolle dag

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

 

 NIEUWS UIT OASE IN DE STAD

‘Oase in de Stad’ is het ‘Evangelisatie- en Vormingscentrum’ van de Maria-Kefasgemeenschap in het klooster van de Redemptoristen te Gent.  Twee Redemptoristen Ives de Mey en Ben Van Vossel werken er volop aan mee.  Er gaat nauwelijks een dag voorbij of Oase in de Stad krijgt volk over de vloer.  De werkzaamheden aan de Voskenslaan zelf hebben totnogtoe het functioneren van ‘Oase in de Stad’ niet geschaad zoals je hieronder kunt constateren:

* Op maandag (soms ook op vrijdag) komen stilaan wat groepen naar ‘Jij en Ik: een wonder!’.  Een degelijk team medewerkers tracht deze tieners evenwichtige seksuele opvoeding te geven en relatiebekwaam te maken vanuit een christelijke inspiratie; de ondervinding met eigen kinderen toonde aan hoe groot de nood is aan seksuele opvoeding waarbij de echte menselijke en christelijke waarden nog worden doorgegeven.  Wij wensen het team (Martine, Hilde, Bea, Kitty, Mireille e.a., mensen uit 4 verschillende nieuwe gemeenschappen) veel inspiratie en volharding bij deze uitdaging.

* Op maandagavond onthaalt p. Ives een jongerengroepje ‘Vuur in de Stad’ (V.I.S.); hij wordt geassisteerd door een paar jongeren (vnlk. Johan V.H. en Mieke D.).

* Dinsdag en donderdag onthalen we een of twee klasgroepen uit ASO, TSO of BSO.  In de loop van dit schooljaar waren er 58 Brondagen met 91 klasgroepen (33 dagen met 2 groepen).  De klassen varieerden van het 1ste tot het 7de jaar.  Het totaal aantal leerlingen bedroeg 1.750.  Verscheidene scholen moesten geweigerd worden omdat Oase volzet was.  Proficiat Wouter, Geertrui, Saskia, Ives en alle medewerkers. 

* Woensdagavond ging de Alphacursus (tien weken lang) door met p. Ives als begeleider en enige andere inleiders.  Het team werd deze keer aangevuld met Chris & Maaike en Leen.  Daarbij nog een paar medewerkers voor allerlei omgevende taken.

* Donderdagavond en Vrijdagvoormiddag ging af en toe een Vormingssessie door waarbij p. Ben Van Vossel bijgestaan werd door enige mensen van de Maria-Kefasgemeenschap.

* Vrijdagavond is er de prille GebedsOntmoeting (G.O.)met telkens een vormingsonderwerp. Sedert september 2002 werd deze gebedsontmoeting verplaatst naar woensdagavond.

* Zaterdag verzorgen we dan mee de avondmis van 18.30 en daarna zingen we de verrijzenisvespers; ondertussen gaat (op de tweede zaterdag) ook het Tienertreffen door met vnlk. Wouter en Geertrui, Sylvie en p. Ives.

* En als er op zondag geen Maria-Kefasgemeenschapsdag is, is het rustdag.  Jawel! Zelfs een ‘Oase in de Stad’ moet al eens op adem kunnen komen.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

EEN SPIRITUELE TOCHT  6de etappe: JE ORIËNTEREN

Door: Lieven Dewaer

Je oriënteren?  Je zal zeggen: zeg eens, ik zit hier NIET in de Sahara of in de oneindige ijsvlakten van noordpool, ik ben NIET verdwaald in een of ander uitgestrekt woud!  Waartoe me oriënteren? 
Nu, ook in een stad die je niet goed kent kan het wel eens nodig zijn je te oriënteren, natuurlijk. 
Maar we hebben het hier – je zal het je herinneren – over een spirituele, een geestelijke tocht, een tocht die heel ons leven en ons wezen omspant.

1 Het kompas van een kind wijst naar huis
Met de noodzaak om ons te oriënteren bedoel ik dan dat je je leven in de juiste richting wil brengen, de goede, de ideale richting.  ‘Juist’, ‘goed’, ‘ideaal’… het zal niet voor ieder van ons dezelfde lading dekken.  Ik wil hier even een hand reiken naar hen die het zinvol vinden om de spirituele tocht die we te gaan hebben, te laten verhelderen vanuit het licht dat Jezus van Nazareth heeft gebracht.  Hijzelf stond al in een hele traditie van mensen die hun leven in de goede richting wilden oriënteren, en die het daarom in relatie wilden brengen tot een persoonlijke God, in een houding van lofprijzing, aanbidding, dankbaarheid, toewijding en vraag om bijstand, een houding van gehoor-zaamheid vanuit de zekerheid dat Hij, die persoonlijke God, enkel maar het heil van de mens op het oog heeft.  In het evangelie lezen we dan hoe Jezus – het Licht van de wereld - van ’s morgens vroeg zijn leven in die goede richting oriënteerde:

“ Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden” (Mk. 1,35).  Wat gebeurde er daar op die eenzame plaats?  Heel eenvoudig: Jezus kwam daar thuis, thuis bij zijn oorsprong, zijn dragende grond waar Hij nooit uit weg was, maar in die eenzaamheid kon Hij zich ook als mens beter uiten.  Het was thuiskomen bij… zijn Vader.  Het was… zich koesteren in zijn identiteit van ‘geliefde Zoon’.

Elders stellen we vast hoe Hij ook na drukte of succes weer naar zijn diepste kern terugkeert.  “Hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden” (Lk.5,16).  “Toen de mensen het teken zagen dat Hij gedaan had, zeiden ze: ‘Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.’  Daar Jezus begreep, dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen” (Joh. 6,14-15). Als mens had Hij inderdaad te maken met succes, met ontgoocheling over mensen en over de gang  van zaken, het verdriet om het gebrek aan aandacht voor hun diepste levenskern: hun relatie tot de Vader.  Telkens trok Hij zich terug in de eenzaamheid om te bidden.  Zijn allerdiepste levensbehoefte.

Oefening 1
Een christen zal trachten om van ’s morgens vroeg zijn leven in de goede richting te oriënteren: het in relatie brengen tot God in een houding van lofprijzing, dankbaarheid, toewijding en vraag om bijstand. Een gelovig mens hoeft midden de grootstad of midden de drukte van het werk niet leeg te lopen, maar kan zijn leven tot een God welgevallig offer maken, een heilige liturgie.  Hij doet dat door God te eren in zijn hart, door zijn werk aan God op te dragen, door in korte ogenblikken of in een soort permanente onderliggende aandacht zijn spreken en handelen, zijn ‘onderweg zijn’, zijn contacten en zijn research toe te wijden aan God.  Jezus kon aan zijn vrienden getuigen: ‘Mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen’ (Joh. 4,34).  En met Charles de Foucauld kunnen wij bidden: ‘Vader, ik geef me gans aan U, ‘k leg heel mijn leven in uw hand; dat uw wil aan mij geschiede, mijn God, dat is al wat ik verlang’.

Wij kunnen ’s morgens eenvoudig bidden: ‘Vader, ik wil vandaag enkel maar doen wat U graag zou willen dat ik doe.  Alles wat ik vandaag doe, vertrouw ik U toe’.

2 Jezus’ kompas in de drukte
Ik zei daarjuist dat Jezus altijd bij zijn diepste kern aanwezig was; eenvoudig gezegd: Hij leefde in een permanente relatie tot de Vader.  We zien dat ook terloops gebeuren:

* Wanneer Hij ziet dat God ook eenvoudige mensen een taak toevertrouwt:
Mattheüs schrijft: “Op zeker ogenblik nam Jezus weer het woord en sprak: ‘Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze heb geopenbaard aan kleinen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren” (Mt. 11,25-27) (In Lukas 10,17-21 is dat wanneer de 72 leerlingen vol vreugde thuiskomen van een zendingstocht: Op dat uur jubelde Hij het uit, vervuld van de heilige Geest).

* Vóór een belangrijk optreden:
Toen namen zij de steen weg. Jezus sloeg de ogen ten hem en sprak: ‘Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort, maar om wille van het volk rondom Mij heb Ik dit gezegd, opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. ‘ Na deze woorden riep Hij met luider stem: ‘Lazarus, kom naar buiten ‘ (Joh. 11,41-43).
Jezus had – zoals wij dat meestal doen - zich geweldig kunnen  concentreren hoe Hij het aan boord zou leggen.  Maar in plaats daarvan wendt Hij zich tot de vader en dankt Hem voor wat Hij gaat doen.

* Bij de maaltijd zien we Jezus ook traditiegetrouw bidden, zich inkeren naar de Grond van zijn bestaan:
“ Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met de woorden: ‘ Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot een gedachtenis aan Mij” (Lk. 22,19).
“Toen nam Jezus de broden en na het dankgebed gesproken te hebben, liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde” (Joh. 6,11).

* Bij een beproeving die voor de deur staat:
“Nu is mijn ziel ontroerd. Wat moet ik zeggen? Vader, red Mij uit dit uur? Maar daarom juist ben Ik tot aan dit uur gekomen. Vader, verheerlijk uw Naam!‘” (Joh. 12,27-28)

* En dan hebben we die teksten uit het Lijdensverhaal waar Jezus zich ook bij herhaling tot de Vader wendt, van bij zijn doodsangst in de Olijfhof (Mijn Vader, als het mogelijk is…  maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede) tot op het kruis (‘Vader vergeef het hun...’, ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest’).

Zijn ‘kompas’ noemde ik het, maar het is eerder ‘de dragende Grond’ van zijn leven die Hem oriënteert: zijn relatie tot de Vader.  Men moet niet proberen Hem daarvan los te weken: niet de Satan in de woestijn en niet Petrus met zijn te menselijke bedenksels die Hem ook wil afhouden van zijn weg uit vrees voor het lijden dat Hem op die weg zou kunnen overkomen.  Volgens Petrus moest Hij maar een tijdlang onderduiken, zich wat koest houden, geen confrontatie zoeken. 

Oefening 2
Voor ons zit hier een sterke uitnodiging in om ook een sterke persoonlijke relatie op te bouwen met de Vader, met Jezus…  Ons er minstens voor open te stellen.  Overigens is het verlangen naar zo’n persoonlijke relatie veel sterker aan Gods kant dan aan onze kant.  “Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren… Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen” (Joh.14,21.23).

Pas vanuit het vertrouwen in Gods heilswil (namelijk dat God het met jou goed voorheeft) ga je je toevertrouwen aan Gods verlangen en ga je – met de hulp van de heilige Geest – doen wat God wil. 

Ik maak het even stil.  Leg mijn handen open op tafel, met de handpalm naar boven.  “Vader, U bent altijd bij mij.  U noemt mij uw kind.  Ik vertrouw op U.  Ik leg mijn leven in uw hand.  Ik ben zeker van U.  Ik weet dat U mij ook nabij bent wanneer het leven weegt, wanneer zich allerlei zorgen of zelfs angsten hebben vastgezet in mij…  Ik dank U om uw trouwe liefde.  Blijf me altijd nabij, in Jezus, uw geliefde Zoon”. 

Je logboek
Word als een kind.  Ga met je zorgen, je vreugde, je tevredenheid over wat je tot stand brengt eerst naar je Vader.  Daar hoor je thuis, daar moet je altijd weer heen en van daaruit word je telkens weer uitgezonden, met hernieuwde hoop en energie.  Het is de geheime kracht van jouw spirituele tocht.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

MARIA-KEFASGEMEENSCHAP

Nieuwe verantwoordelijke
Tijdens hun Pinkstersamenkomst op de vooravond van Pinksteren hebben de leden van de Maria-Kefasgemeenschap hun nieuwe verantwoordelijke onthaald (gekozen door de definitief geënggeerde leden), die - in opvolging van Mevr. Gina Ghijs-Geysen -  samen met zijn raad de Gemeenschap zal voorgaan.  Het betreft Ir. Alain Raick, echtgenoot van Mevr. Martine Van Egten en vader van 5 kinderen.  Mevr. Ghijs heeft gedurende zeer lange tijd de Gemeenschap geleid met toewijding, wijsheid en charisma.  De nieuwe raad die de nieuwe herder zal bijstaan: Gina Ghijs, Chris en Maaike Dessin, p. Ives De Mey, p. Ben Van Vossel.  Moge Gods Geest de Gemeenschap verder leiden op het pad van Kerkvernieuwing en Evangelisatie onder de bescherming van Maria.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (21)

Samenvatting: Ben Van Vossel

… en is begraven. (kkk nr.624-630)

Een korte tekst moesten we nog toevoegen aan onze samenvatting in vorig nummer.  De mensgeworden Zoon van God is gestorven en begraven.  Tijdens het verblijf in het graf bleef zijn goddelijke persoon zowel zijn ziel als zijn lichaam aannemen, al waren die door de dood van elkaar gescheiden.  Daarom heeft, zoals Petrus op Pinksteren verkondigd, het gestorven lichaam van Christus het bederf niet gezien.

Art. 5 “Jezus Christus is nedergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden”
§ 1 Neergedaald ter helle (631-637)
In dit artikel wordt in feite verwoord wat Petrus in zijn Paasbrief zegt: “Het evangelie is ook aan de gestorvenen verkondigd…” (1Petrus 4,6).  Het betreft de laatste fase van de Messiaanse zending van Jezus: zijn verlossingswerk breidt zich uit tot alle mensen van alle tijden en alle plaatsen.  Hijis ook voor de mensen van lang geleden “de Leidsman ten leven” (Hand. 3,15).  De vorst van de dood, de duivel is onttroond “en hen die door de vree”s voor de dood heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren heeft Hij bevrijd” (Hebr. 2,14-15).  De sleutels van de dood en het dodenrijk – om het nu maar eens in de apocalyptische taal van het boek van de Openbaring te zeggen – zijn voortaan in handen van de verrezen Heer Jezus.  Ook de dood hoeft ons geen angst aan te jagen: wij worden opgevangen door Hem die ons liefhad tot het uiterste.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

QUMRAN (5)

Ben Van Vossel cssr

3 LEER EN LEEFWIJZE VAN DE QUMRANGEMEENSCHAP

Nota over de aanduidingen van de gevonden teksten
Zoals in de 4 vorige afleveringen aangegeven, werden nogal wat teksten of tekstfragmenten gevonden in de 11 rotsen ten Noordwesten van de Dode Zee; ze  behoren tot ongeveer 800 handschriften uit de eerste twee eeuwen voor en de eerste eeuw na Christus.  Nog als aanvulling bij onze eerste aflevering en omdat we in deze vervolgreeks wel eens bepaalde technische afkortingen gebruiken willen we vooraf aangeven hoe al die teksten of tekstfragmenten aangeduid worden.  Men heeft daarvoor een methode ontworpen en we geven deze (de meest gangbare) hier enkel voor de speurneuzen die er het fijne van willen weten.  Ben je niet zo’n speurneus, sla dan dit stukje maar over.  Volgende zaken bepaalden mee de aanduidding van de teksten:

1 De vindplaats: De 11 grotten van Qumran krijgen gewoon het nummer van de grot (geordend volgens het tijdstip van de ontdekking) en de Q van Qumran, bv. 1Q of  4Q.
De grotten van Murabba’at krijgen als kenletter : M.
De grotten van Wadi en-Nar : N enzovoort.

2 De inhoud: Na de Q komt de titel van de rol, bv: 1QIsa = Uit de eerste grot van Qumran de eerste rol (=a) van Jesaja (=Isaïas) of 1QIsb (2de rol van Jesaja uit de eerste grot van Qumran).
Zo heeft men dus ook: 1QGen (het boek Genesis uit de eerste grot) enz…
Maar ook de apocriefen krijgen zo hun naam: 1QJub = fragmenten uit het boek van de Jubilea;

3 De grote nieuwe werken worden meestal aangeduid met de eerste letter van de hebreeuwse titel:

* De ‘Regel van de Gemeenschap’ = 1QS (Serekh hayyahad).  (Deze ‘Regel’ moet vergeleken worden met de Damascustekst van Caïro (CD) die vooral handelt over het ‘Nieuwe Verbond’ en waarvan er ook fragmenten werden teruggevonden in de 4de, 5de en 6de grot van Qumran.  Over de Damascustekst en een mogelijke ‘sekte van het Nieuw Verbond’ handelde onze vorige aflevering.
* De Hymnen = 1QH (Hodayoth)
* De Oorlogsrol = 1QM (Milhamat Bne’Or)
* De Tempelrol = 11QT (= 11de grot van Qumrân, Tempelrol)

4 Verdere sigels: Kleine ‘p’ en kleine ‘o’ vóór de plaatsaanduiding verwijzen naar het gebruikte materiaal en betekenen respectievelijk dat het handelt om een papyrus (p) of een ostracon (o), namelijk een scherf, een inscriptie op een stuk steen of aardewerk. 

Als de kleine ‘p’ echter na de plaatsaanduiding staat betekent het dat het gaat om een commentaar (in het hebreeuws ‘pesher’), bv. 4QpPs37 (= commentaar op Psalm 37, gevonden in Qumran in de 4de grot), 1QpHab (commentaar op Habakuk uit de eerste grot van Qumran).
De kleine ‘f’ betekent dat het om een fragment gaat, fragment nummer zoveel, of uit een bepaalde reeks fragmenten nummer zoveel, bv. 1Q35f7,2  (uit de 1ste grot van Qumran, fragmentengroep 35, fragment 7, lijn 2).
Wanneer het gaat over een amulet (talisman) dan staat er bv. Qphyl. (Qumran-phylactère, amulet gevonden in Qumran) of Mphyl. (amulet gevonden in Murabba’at).
Excuus voor deze wat technische uitleg.

§ 1 Organisatie van de Qumrangemeenschap

1 Toetreding en verplichtingen
Uit gegevens van Josephus (essènoi), Philo (essaioi) en Plinius (en Eusebius die verloren klassieke documenten weergeeft) leren we dat het om een gemeenschap ging met als concreet streefdoel: strenge religieuze reinheid, zedelijkheid en heiligheid.  De meeste leden waren celibatair en recrutering gebeurde door werving van leden of door adoptie van minderjarigen die in de geest van de gemeenschap opgevoed werden.  Toch was er ook een groep Essenen die uit gehuwde leden bestond.  En al was hun voornaamste nederzetting deze van Qumran (En-Gedi) aan de Dode Zee, ze waren ook in andere steden van Palestina terug te vinden waar ze leefden in grote broederlijke verbondenheid.

Toetreden tot de ‘orde’ betekende een hele beslissing en begon met een proeftijd van 3 jaar.  Het eerste jaar mocht men nog niet echt deelnemen aan het leven van de gemeenschap maar men kreeg wel als kenteken een bijl (symbool van de arbeid), een lendengordel en een wit kleed. Het volgend jaar mocht men deelnemen aan de rituele reinigingen, maar nog niet aan de rituele maaltijden.  Pas na nog 2 proefjaren kon men volledig lid worden van de gemeenschap. 

De kandidaat moest dan wel een plechtige ‘eed’ afleggen dat Hij God zou vrezen, en zijn plichten ten overstaan van zijn medemensen in acht zou nemen, niemand kwetsen of opzettelijk doden, de slechten haten en de rechtvaardigen bijstaan en loyaal zijn tegenover de overheid.  Ook verplichtte men er zich toe de geheimen van de medeleden niet te verraden en de boeken van de gemeenschap geheim te houden.  Bleef men ernstig in gebreke tegenover deze verplichtingen dan kon men uit de gemeenschap gezet worden.  Er was ook gemeenschap van goederen; wat men als loon verdiende werd in een gemeenschappelijke kas gestort.  Verder zorgde de gemeenschap voor de zieken en bejaarden, zoals een kind voor zijn ouders.  Alle mensen waren volgens hen gelijk, dus geen dienaars of slaven bij hen.  Hun werk bestond vooral uit landbouw, zeker geen handel drijven.  De sabbat onderhielden ze op doorgedreven wijze.

De ziel, afkomstig uit de fijnste ether, was volgens hen in het lichaam opgesloten en zou na de dood van het lichaam weer tot haar oorsprong terugkeren; de goeden zouden dan een zalig leven kennen, de kwaden eeuwige rampspoed in het duister.  Hoewel ze zelf niet deelnamen aan de offercultus in de tempel van Jeruzalem, stuurden ze er toch wijgeschenken heen.  Zij begroetten de opgaande zon, schonken veel aandacht aan waarzeggerij en zagen alles wat gebeurt als gevolg van een vooraf bestaand goddelijk plan.

2 Organisatie volgens de Regel, het Tweekolommendocument en het Damascusschrift:
De gemeenschap bestond uit priesters, levieten en leken..Aan het hoofd van de gemeenschap stonden twaalf mannen en drie priesters, wier levenswandel onberispelijk moest zijn en van wie ook een nauwkeurige kennis van de geopenbaarde wet geëist werd..  Samen met de stemrecht hebbende leden vormden zij de gewone raadsvergadering van de gemeenschap.  Aan het hoofd ervan was de opzichter (mebaqqër).  In elke onderafdeling die meer dan 10 leden telde moest een priester aanwezig zijn die voortdurend in de wet de wil van God moest leren kennen.  De gemeenschap was in gedeeld in groepen van duizend, honderd, vijftig en tien. 
Er bestond een uitgebalanceerde lijst van straffen voor grote en kleine misdragingen. 

Hoewel het tweekolommendocument oorspronkelijk vastgenaaid was aan de regel, wijkt het er toch wel wat van af en misschien gold het eerder voor de gehuwden.  Misschien betrof het Damascusgeschrift dan nog andere leden. 

Toch was Qumran het centrum van de gemeenschap, het hoofdkwartier; de ongehuwde leden daar leefden volgens de strenge regels van de ‘orde’, de over Palestina verspreide leden probeerden het zo goed mogelijk te doen volgens de omstandigheden.  Qumran kreeg ook hun voorkeur als begraafplaats, vandaar dat er ook vrouwen bijgezet zijn. 

§ 2 Leefwijze

De voornaamste zorg van de gemeenschap was de lofprijzing van God, het onderling raad geven en de viering van de gemeenschappelijke maaltijden.  Dit laatste doet haar meer gelijken op de oudste christengemeenten dan op de synagogen van de hellenistisch-Romeinse tijd.  Studie van de wet en schriftlezing was ook een voorname bezigheid, naast de handenarbeid om in de noden van de gemeenschap te voorzien.  In de jaarlijkse plechtige vergadering kreeg ieder de plaats toegewezen die op dat ogenblik aan zijn positie toekwam.  Men mocht geen contact hebben met niet-leden, niet met hen eten of drinken of geschenken van hen aannemen.  Als iemand van hun groep toch in contact gewest met personen van buiten de groep, dan was hij verplicht een reinigingsbad te nemen.

Uit de practische schikkingen binnen en buiten het complex kunnen we verscheidene zaken met betrekking tot hun leefwijze aflezen:

* Algemene schikking: Recente opgravingen door Hanan Eshel and Magen Broshi hebben, volgens Donald D. Binder, aangetoond dat de Essenen in Qumran in grotten en tenten woonden rondom het hoofdgebouw.  Dit zou dan suggereren dat het gemeenschapsgebouw, met zijn rituele badinrichtingen en schriftzaal, vooral het cultisch centrum was van de Essenen.  En door hun centrum zo met tenten te omringen gaven zij bovendien duidelijk aan dat ze de oude Israëlieten wilden navolgen die - tijdens hun omzwervingen door de Sinaïwoestijn ‘de tabernakel’ (de tent van het verbond) met hun tenten omcirkelden als het centrum van hun samenleving.  Dit komt bovenop hun ligging in de woestijn.  Zij voelen zich het volk van het Verbond.

Naast de vele baden en de schriftruimte voor het kopiëren van de ‘heilige geschriften’ was ook de refter een cultische plaats.  Locus 4 was een ruimte met rondom banken tegen de 4 muren (een soort van kapittelzaal?) en locus 77 was de eetzaal waar in de westelijke hoek een soort podium moet geweest zijn (men vond er althans de basis van terug); Flavius Josephus noteert in dat verband dat de Essenen in hun refter samenkwamen als in en heilige ruimte (hagion … temenos).

* De baden: Doorheen het complex liepen de buizen van een waterleiding, waardoor verschillende waterbekkens gevoed werden.  De 117 rituele baden zijn een opvallend verschijnsel in het gebouwencomplex .  Volgens Ronny Reich van het Israëlisch Instituut voor Oudheidkunde zijn ze identiek met deze van de tempelberg in Jeruzalem die gebruikt werden voor rituele zuivering (om van onrein weer rein te worden).  Alvorens te eten namen de sekteleden een bad; een soort obsessie van reinheid. 

*  De graven: Rachel Hachlili van de Haifa Universiteit zegt dat de 1200 ontdekte graven afzonderlijke graven waren en daardoor afwijken van de toen gangbare Joodse gewoonte om de doden in een familiegraf te begraven.  De  meeste skeletten waren van het mannelijk geslacht, wat dan weer de theorie ondersteunt dat de Essenen in hoofdzaak een sekte van celibataire mannen was.  Aan de oostkant zijn enkele vrouwengraven en op een meer noordelijk gelegen kerkhof heeft men mannen en vrouwen samen begraven.

De graven zijn alle in evenwijdige rijen in de richting van noord naar zuid aangelegd.  En bij de aanleg van de graven was er door een laag stenen boven de nis voor gezorgd dat er bij het instorten van de grafsteden geen aarde op het lijk kon vallen.  Bij de Parsisten die ook die gewoonte hadden, was het motief dat het als heilig beschouwde element van de aarde niet verontreinigd mocht worden.  In Qumran kan het ook een natuurlijke vrees geweest zijn om aarde te werpen op de dode die zonder kist begraven werd.  Het exacte motief kennen we niet.

§ 3 Leer

De leer van de Essenen konden we reeds aflezen uit wat we hierboven zegden naar aanleiding van de organisatie en de leefwijze.  De voornaamste geschriften geven ons verdere uitleg.

1 De Commentaar op Habakuk (1QpH).
Hij past telkens enkele zinnen uit het boek Habakuk toe op gebeurtenissen die zijn lezers kenden.  De ‘Leraar der gerechtigheid’ staat met zijn aanhang telkens aan de kant van het goede.  Als men tot de uitverkoren gemeenschap van het ‘Nieuwe Verbond’ wil behoren, dan moet men in de boodschap en de profetische waardigheid van deze figuur geloven.  De leraar der gerechtigheid wordt echter veroordeeld en ondergaat lichamelijke mishandelingen vanwege allerhande tegenstanders (de man van de leugen, de mannen van geweld en de trouwelozen), o.m. een goddeloze priester, waaronder deskundigen Alexander Janneüs verstaan (103-76 v. Chr.).
Wie er juist bedoeld is met de (vijandelijke) Kitieten (Grieken of Romeinen) is niet duidelijk.

2 De Oorlogsrol (1QM).
Deze beschrijft de Strijd van de zonen van het licht (de Essenen) tegen de zonen van de duisternis.  In een eerste fase beschrijft men waarschijnlijk de strijd tegen de Seleukieden; de zonen van de duisternis winnen 3 keer, de zonen van het licht ook 3 keer.  Bij de 7de stormloop winnen de zonen van het licht en ze veroveren daarmee de heerschappij in Jeruzalem.  De tweede fase van de strijd is eerder van profetisch gehalte: een grote eschatologische strijd tussen de goddelijke en antigoddelijke machten (hier komt wel wat dualisme om de hoek kijken en meteen Perzische invloeden; ook de sterke benadrukking van de bijstand van engelen wijst in die richting).  Om de goede zaak te doen zegevieren is de besliste en actieve medewerking van mensen echter onmisbaar.

3 De Dankpsalmen of Hymnen (1QH).
Zij beschrijven de nood van de dichter en dan ook de dankzegging voor Gods bijstand.  Volgens sommigen zou de Leraar der gerechtigheid de auteur zijn van deze psalmen, maar dat is niet noodzakelijk zo.

4 De Regel (1QS) of het ‘handboek van de tucht’. 
In dit vierdelig geschrift (lederen rol van 1m.80 lengte) worden de leden doorheen de inleiding, het onderricht, de statuten en de slothymne aangespoord om vroom en volmaakt te leven; ze moeten zich afkeren van de wereld en toetreden tot een streng georganiseerde en hiërarchisch ingedeelde gemeenschap waarin de priesters een opvallende rol spelen.  Een straffencodex moet de gemeenschap beschermen tegen alwie de geest van de gemeenschap tekort doet.  In dit geschrift wordt de leer over licht en duisternis sterk benadrukt en roept dan opnieuw vragen op rond de Iranese invloeden op het theologisch sisteem van Qumran.  Menselijke vrijheid en goddelijke voorzienigheid krijgen vooral aandacht in de slothymne.

5 Het Tweekolommendocument (1Q28a) of ‘Regel van de Gemeenschap’
Dit document was samen met de “regel” opgerold en vroeger misschien er aan vastgenaaid.  Men beschouwde het dan ook als een vervolg op de regel, maar volgens sommigen moet het ooit zelfstandig geweest zijn en misschien vooral gericht tot de gehuwde leden van de gemeenschap.  Men leidt dit af uit de voorwaarden die aan de gehuwden gesteld worden om tot de gemeenschap toe te treden.  In deze rol wordt ook de eindtijdelijke maaltijd beschreven waaraan ook de twee messiassen zullen deelnemen (nl. een hogepriesterlijke (geslacht van Levi) en een lekenmessias (geslacht van David).

6 Genesis-Apocryphon (1QpGen)
Dit bevat legenden o.m. rond het boek Genesis.  De hoofdfiguren vertellen er wat over hun leven.  Het geschrift (waarvan de 4 stukken leer practisch aan elkaar kleefden wat voor heel wat technische problemen zorgde om ze te kunnen ontcijferen) is inhoudelijk verwant met het boek Jubileën en het Ethiopische Henochboek.

7 Het Damascusgeschrift (CD)
Dit geschrift (zie in onze vorige editie p. 72-74) spreekt men over het ontstaan van de gemeenschap van het ‘nieuwe verbond’ te Damascus; dan komt opnieuw de tegenstelling aan bod tussen de door God uitverkoren vromen en de door Hem verworpen goddelozen waarna men ter illustratie verwijst naar de geschiedenis van Israël.  Dit loopt uit op een tafereel van de eindtijd.  Er volgen dan nog breed uitgesmeerde wettelijke bepalingen over het afleggen van de eed, het optreden als getuige, het ambt van de rechters, de heiliging van de sabbat, de plichten van de kampleider en de vermaning om de feesten toch nauwkeurig op de juiste termijn te vieren. 

Besluit bij dit paragraaf:

De Qumrangemeenschap beschouwt zich duidelijk als de ‘kleine rest’, het echte Israël, niet geleid door de Slechte Priester (de opvolgers van de Makkabese of Hasmonese koningen) maar door de echte zonen van de hogepriester Sadok. De ontaarde tempelcultus verwerpen ze.  Ze hebben een hoog idee van heiligheid en leggen zich toe op de individuele geestelijke volmaaktheid.  Als vanzelf ontstaat zo een uitverkoren Israël.  Het celibaat dat sterk naar voor komt in hun midden vloeit voort uit een diepe drang naar heiligheid en de bekommernis om elke cultische verontreiniging te vermijden; een sterk doortrekken van de wettische voorschriften in het Judaïsme.  Er leefden ook sterke apocalyptische verwachtingen in hun midden, een duidelijk messianisme, evenwel met 2 messiassen, een koninklijke (stam Juda) en een priesterlijke (stam Levi).

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten
 

EEN ONZICHTBARE EN ONHOORBARE GETUIGE

red.

Tegen Pinksteren aan kreeg ik een mooie tekst onder ogen van de pastoors en parochieteams van twee parochies.  Ik ben zeker dat je de tekst ook mooi zult vinden en wellicht onder de indruk zult zijn.  Toch gaat de commentaar niet over de heilige Geest, maar over onszelf die soms wat al te zwijgzame en onzichtbare getuigen zijn.

“Verrijzen is:
altijd weer opnieuw
bouwen aan je leven
met de stenen van je stoutste dromen
en met de stenen van je bitterste pijn.
En altijd weer opnieuw
geloven dat het kan:
de stenen van je dromen
en van je pijn bijeen te voegen
tot een huis van liefde”

Toen ik dit las had ik juist een verkorte uitgave doorgenomen van het levensgetuigenis van de Hongaarse priester Istvàn Regöczi, die als jongeman alleen en te voet naar Vlaanderen trok om er priesterstudies te doen.  Hij werd in Brugge priester gewijd (1943); daarna begon hij zich als jong priester vrij vlug het lot aan te trekken van weeskinderen, ‘de Arendjongskens’.  Honderden van die kinderen gaf hij onderdak en een thuis waar hij ze vormde tot mensen en tot christenen uit één stuk.  De Marxistische staatsideologie kon zoiets natuurlijk niet hebben en de communistische partijfunctionarissen trachten voortdurend zijn werk af te breken, de kinderen hun thuis te ontnemen, de priester en zijn medewerkers te intimideren. Een gemene geschiedenis.   Door zijn fantastisch Godsvertrouwen bleef hij echter overeind, ondanks 2000 dagen gevangenschap, vol pesterijen van de soort zoals je die in fascistische en communistische dictaturen aantreft.  Het zwaarst viel hem de afwijzing door priesters en bisschoppen die zich lieten ringeloren door de afdreigingen van ‘de (communistische) Partij’.  Tien priesterroepingen kwamen voort uit zijn Arendjongskens, negen kerken en kapellen mocht hij – met de onmisbare steun uit Vlaanderen en van zijn weeskinderen – opbouwen.  Een boek dat (naast bv. de Goelagarchipel van Solsjenitsin) een onuitwisbare kaakslag blijft voor de uitwassen van de communistische ideologie maar tevens een diepe inkerving in de muren van een 2000 jaar oude kerk waaraan wij ons allen mogen blijven inspireren.

En toen ik dan die mooie bovenstaande tekst las als Paasboodschap aan de christenen van die beide parochies dacht ik: is dit alles?  Geeft deze mooie tekst de kern weer van wat je op Pasen aan je medechristenen kan toewensen?  Ik geef je als mijn mening het volgende mee: als we op Pasen de ongelooflijke prestatie kunnen leveren om Jezus dood te zwijgen…  laat ons dan maar helemaal zwijgen, dan respecteren we tenminste de christelijke Paasboodschap.  Lieve medechristenen, CHRISTUS IS VERREZEN.  HIJ IS WAARLIJK VERREZEN!  De rest is poëzie, goedbedoeld overigens.

Voor je christelijk getuigen kan je wat inspiratie opdoen in het boek waarvan hierboven  sprake:
Istvàn (Stefaan) Regöczi, ‘Een zwerver voor God’.  Uitg. Tabor/Brugge, 1990.  Werd eerder uitgegeven als: ‘Wij kunnen niet zwijgen’. Uitg. “Het werk der Arendjongskens” v.z.w. Brugge (met 20 foto’s) 1969.

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  activiteiten

IN DE VREDE VAN DE HEER

Op 8 mei 2002 overleed te Gent pater Achiel Van Ceulebroeck, redemptorist.
Hij werd geboren te Brussel op 26 maart 1921, geprofest te Sint-Truiden op 15 september 1942; priester gewijd te Jette op 2 augustus 1947.  De uitvartdienst vond plaats in het Redemptoristenklooster, Voskenslaan 56 te Gent op 16 mei.
Onze christelijke deelneming voor zijn familie  en vrienden.

Pater Achiel heeft zeer veel huisbezoeken gedaan tijdens de huismissies om iedereen uit te nodigen tot deelname aan de grote missiepredikaties; hij was ook aalmoezeniers van een scoutsgroep en turnclub in het Antwerpse.  Later was hij vele jaren secretaris van de Pauselijke Nuntius te Den-Haag.  Daarna werd hij secretaris van de provinciaal overste te Jette en archivaris van de Provincie Vlaanderen van de Redemptoristen, evenals hoofdredacteur van het ‘Contactblad’ van de Vlaamse Redemptoristen. Vooral dat laatste deed hij met veel inzet en bekwaamheid en zorg; voor veel missionarissen was het een welgekomen ‘contact’ met de thuisbasis.

 

TER GELEGENHEID VAN DE GOEDKEURING OP 17 MEI 2002 DOOR DE (Belgische) FEDERALE KAMER VAN DE MEEST LIBERALE WET IN EUROPA BETREFFENDE DE LEGALISERING VAN EUTHANASIE ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN

Uit sympathie voor kardinaal Godfried Danneels, voor de verantwoordelijken van Caritas Catholica, voor artsen en verpleegkundigen die zich niet zullen lenen om in deze wet in te treden, en voor allen die op allerlei forums deze wet hebben veroordeeld en verworpen en op menselijk aanvaardbare alternatieven hebben gewezen...

Uit mededogen voor de zwaar zieken en bejaarden  die zich door deze wet onder druk voelen geplaatst om anderen niet meer tot last te zijn en om euthanasie te verzoeken, of die hun natuurlijk verzet tegen ziekte en dood gemakkelijker zullen opgeven...

In deernis met allen die zich hebben laten misleiden door kortzichtige politici, met allen die voor een gemakkelijkheidsoplossing kiezen in plaats van creatieve oplossingen met een surplus van menselijkheid, met allen die liefde verwarren met emotie, met allen die zich het recht toe-eigenen om over eigen leven of dat van anderen te beschikken … met allen die een bekrompen menselijke oplossing laten voor-gaan op Gods verlangen omtrent: ‘Gij zult niet doden’

 NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -