JAAR 2001 nr. 4

Jaargang 105 nr 4 (oktober - november - december  2001)

INHOUD  (Onderlijnd = opgenomen op deze pagina)
 

Hemel     Magda De Wilde    
Advent (reikt de hemel de aarde de hand) red.   

Qumran (2) Een Joods klooster  bvv          

Een spirituele tocht (3)  Ben Van Vossel cssr   

‘Ik verloor 2 kindjes’ (God geneest harten) Kitty  

Paulus (16) 3de missietocht (4)  Ben Van Vossel cssr       

Klemens (4) Happy End     Ives De Mey cssr    7

In de vrede van de Heer (Willy Verschaetse, Jan De Laat, Clem Devos, Piet Van Thuyne, Frans Huysmans, Maria Audenaert)   

De eerste missievlucht naar Kongo (9)  Joz. Boon cssr           

De Decaloog (3) Fund.Moraal   B. Van Vossel cssr     

Bronkamp voor tieners    (foto’s)   

Kerk in Nood - Oost-Priesterhulp   Echo der Liefde 

Katech. Kath. Kerk (18) Ontvangen, Geboren     Resum. Ben Van Vossel  1

Geloof & Leven op Internet                   

Medjugorje 20 jaar    G.& M. Gernaert   

Vormingssessies in ‘Oase in de Stad’     red.  

Alphacursus      red.    

Gerardus (18) De Wonderdoener   G. Dewilde cssr  

Uitnodiging      Maria-Kefasgemeenschap  

De Christelijke Hoop    Naar een video-opname 

Boekenmand (MUILEKOM, Bep van -, Sub Rosa / VANISTENDAEL, Stefan -, Gelukkig zijn we onvolmaakt / CHALMERS,  Joseph - en SMITH,  Elizabeth -,  Ontmoeting met God / STROHM, Leo -, 20 eeuwen Christendom / DANNEELS, Kard. Godfried - , Is God een alleskunner? / S. Van Calster en G. Wilkens (Red.), Diaconaat en Diaconie / JAN VAN HET KRUIS, Donkere nacht)

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

   

HEMEL

Bezinning door Magda De Wilde, Maria-Kefasgemeenschap

De hemel op aarde

Soms kunnen wij zo genieten, opgaan in iets moois,in reizen,in samenzijn met vrienden, bij voorbeeld, dat wij wel zouden willen dat de tijd even bleef stil staan, dat die goede momenten wat langer zouden duren.“’t Is hier de hemel op aarde”,  klinkt het dan. Zalig!

‘De hemel op aarde’.  De hemel wat is dat?  Staan wij daar nog bij stil?  Is het niet een woordje achteloos uitgesproken?  En toch, als we ingaan op dat gezegde, zou het in de hemel beter moeten zijn dan hier op aarde.  “Er is nog nooit iemand teruggekeerd om het ons te zeggen hoe het daar is”,  horen wij echter ook vaak.  Wie kan mij iets, in waarheid zeggen over de hemel?

Allerheiligen

Nog even geduld en het is weer Allerheiligen / Allerzielen.  Wij staan dan even stil bij de hemel.  Als ik op die dagen goed luister, naar de liturgie, naar Gods woord, dan kan ik in waarheid iets te weten komen over de hemel.  In de Apokalyps, hoofdstuk 7,verzen 9-14 lezen wij:

“Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand stonden zij voor de troon en voor het Lam. En zij riepen allen luid: ‘Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!’  En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen  zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God, zeggend: ‘Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte, aan onze God in de eeuwen der eeuwen, Amen!’”

En toch…Op een wat gelijkaardige wijze kunnen wij, mensen, nu reeds voeling krijgen met de hemel.  Door de AANBIDDING!

Aanbidding

Vóór een paar jaar was ik in Hoogstraten, waar jaarlijks de vijfdaagse om het geloof te vieren plaatsvindt, ingericht door de Katholieke Charismatische Vernieuwing (een van de vernieuwingsbewegingen binnen de Kerk van na het 2de Vaticaans Concilie).  In de St. Catharinakerk, was er gelegenheid tot nachtaanbidding. Die ervaring vergeet ik nooit.  In de donkere, gotische kerk, (vroeger leerde ik dat die verticale lijnen naar boven, naar God moeten verwijzen) wel wat ik toen leerde ervaarde ik nu als waar: het besef dat in de Kerk, alles, zelfs het kerkgebouw, ons moet spreken van Gods  grootsheid, schoonheid, eeuwigheid. In die grote kerk dus, alleen het H. Sacrament uitgesteld in een mooie monstrans, prachtig met kaarsen verlicht, wierook die ten hemel stijgt. Het gezang van enkele stemmen.  En dan diepe stilte... Als ik daar zo’n uur in aanbidding was, kon ik een beetje begrijpen wat eeuwigheid  in Gods aanwezigheid wil zeggen. Hoe toepasselijk was hier de psalm 19:

“De hemel verkondigt Gods heerlijkheid,

Het uitspansel toont ons het werk van zijn handen.

De dag roept het toe aan de volgende dag,

De nacht geeft het door aan de nacht

Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt,

Geen enkel geluid is te horen;

Toch klinkt over heel de aarde hun roep,

Hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.”

Het is waar: Gods boodschap wordt enkel vernomen in een diepe stilte, in aandacht voor Hem.  Als ik echt luister naar die Boodschap, ook op de begrafenis van een geliefde, dan zal ik iets van de vrede, en zelfs van de vreugde, van Gods Liefde, van het eeuwige leven in de hemel vernemen en  ervaren.

... Reikt de hemel de aarde de hand

Elke zaterdagavond om 19.30u. vieren wij in de Redemptoristenkerk te Gent, samen met mensen van de ‘Maria-Kefas’-gemeenschap, de Verrijzenisvespers.  En dan gebeurt het opnieuw: de schoonheid van de liturgie, de ruimte van het kerkgebouw, het uitgestelde Allerheiligste, spreken van onze hemelse roeping. Vaak komt de voornoemde tekst uit de Apocalyps mij in gedachte. Het is dan zelfs niet moeilijk, om in aanbidding geknield, aan te sluiten bij die grote menigte, die niemand tellen kan (en waaronder ik dus ook dierbare overledenen mag rekenen), die zich diep in aanbidding buigt voor het Lam op de troon, en Hem alle lof en dank toezegt.

In de aanbidding van het uitgestelde H.Sacrament ‘reikt de hemel de aarde de hand’!

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

QUMRAN (2)

B: Een Joods klooster komt aan de oppervlakte

In november/december 1951 vindt er een gezamenlijke opgraving plaats van de kleine ruïne van Khirbet Qumrân door de Jordaanse dienst van de Oudheden, het Franse Archeologisch instituut van Jeruzalem en van het Palestijns Archeologisch Museum.  De ruïne was reeds lang bekend, maar pas na de ontdekkingen van de manuscripten daar vlakbij ging o.m. pater De Vaux de zaak van naderbij onderzoeken.  Meest opvallend was een rechthoekig gebouw van 37 op  meter, ten Westen 2 kleine waterbekkens, in het Zuiden een groot waterbekken dat gevoed werd door een aquaduct, een goed bewaarde pottenbakkersoven met toebehoren toont aan dat de schotels ter plaatse werden gemaakt.  In de noord-westhoek moet een stevige verdedigingstoren gestaan hebben.  Maar je krijgt evenwel de indruk dat het hier niet gaat om een woonst, maar om een gemeenschapsgebouw, waar men samenkwam, waar een schriftzaal was en waar men rituele baden nam (voor rituele reiniging).  Teksten trof men er niet aan, uitgenomen een potscherf met alfabetische tekens in vierkant hebreeuws schrift.  Daarentegen vond men er muntstukken uit de jaren 5/6 en 7/8 onder Augustus, 17/18 of 18/19 onder Tiberius, 42/43 onder Agrippa I, en 67/68 bij het begin van de eerste Joodse Opstand.  Het aardewerk was uit de 1ste eeuw na Christus en men vond ook een ongebroken kruik die volkomen identiek was aan deze die men in de eerste grot van de manuscripten had ontdekt.

Er moet een aardbeving geweest zijn (je merkt het aan de trappen die gescheurd zijn en niet meer in elkaar passen).  Later werd het gebouw hersteld en werd het gemeenschapsaspect nog meer benadrukt.  In een van de zalen bevond zich een lange schrijftafel van 5 meter lang en een halve meter hoog (het scriptorium).  Waarschijnlijk ging het hier om een gebouw voor de algemene diensten van de Gemeenschap, terwijl de leden in de omgeving verspreid leefden.  Er waren vergaderzalen, een gemeenschappelijke eetzaal en een groot waterbekken voor de rituele reinigingen.

Wanneer was het klooster bewoond?

Het laagste niveau van de opgravingen (niveau I) bevatte keramiek uit de hellenistische periode, niveau II bevatte archeologisch materiaal uit de eerste eeuw van onze tijdrekening tot aan de eerste Joodse opstand; Niveau III leverde keramiek op tot aan het einde van de eerste eeuw.  Deze bevindingen corresponderen met de gevonden muntstukken.

1- Waarschijnlijk werd het gebouw opgericht tijdens de regering van Johannes Hyrcanus (133-104 voor Christus). Het was in ieder geval bewoond onder Alexander Janneus (103-76 voor Chr.).  Deze eerste periode duurde minstens tot de laatste van de Asmoneeërs, Antigonus-Mattatias (40-37 voor Chr.).  Periode I eindigde door de aardbeving die Flavius Josephus ons nogal nauwkeurig aangeeft, nl. het 7de jaar van Herodes de Grote, d.w.z. in de lente van het jaar 31 voor Chr..

2- Men vond geen muntstukken uit de periode van Herodes wat betekent dat het gebouw een tijd onbewoond bleef.  Volgens de muntstukken (numismatiek) gebeurde de restauratie tijdens de regering van Herodes Antipas (4 vóór tot 39 na Chr.) en wel door eenzelfde soort gemeenschap want ze lieten het concept van het gebouw ongewijzigd.  Periode II valt dus samen met het begin van onze tijdrekening en dus van het optreden van Jezus.  De laatste muntstukken van Nivo II zijn afkomstig uit het tweede jaar van de Eerste Joodse Opstand in 67-68.  Het gebouw werd verwoest door de oorlog, de muren neergehaald, er zijn sporen van brand en ijzeren pijlen.  Josephus, de Joods-Romeinse geschiedschrijver verhaalt: in juni 68 daalde Vespasianus vanuit Cesarea naar de Vallei van de Jordaan tot aan Jericho; hij bracht een bezoek aan de Dode Zee en liet een garnizoen achter in Jericho.  De veldheer Titus liet in 69 het 10de legioen optrekken van Jericho naar Jeruzalem.  We kunnen dus besluiten dat het gebouw van Qumrân in juni 68 werd verwoest door de soldaten van het 10de legioen.  Er moet dus weerstand geweest zijn vanuit het klooster.  Maar omdat de bibliotheek al was weggeborgen in de omliggende grotten mogen we veronderstellen dat de gemeenschap daar al was weggetrokken en dat misschien een kleine groep het gebouw wilde verdedigen.  het is echter ook mogelijk dat heel de Gemeenschap was weggetrokken (zoals overigens de bevolking van Jericho) bij het naderen van de Romeinen en dat anderen daar de Romeinen hebben weerstand geboden (in 68 waren de sicariërs actief in Masada en Engaddi.  3 muntstukken van “Judaea Capta” (Verovering van het Jodenland) getuigen dat diezelfde soldaten van het 10de legioen de ruïne bezetten tijdens de regering van (keizer) Titus na 79; zo konden de Romeinen de oevers van de Dode Zee bewaken en de ravitaillering van het garnizoen van Massada verzekeren.

3- Er werden geen muntstukken gevonden van na het einde van de eerste eeuw; wellicht waren die Romeinse soldaten toen weggetrokken.  Maar 30 of 40 jaar later werd de ruïne dan weer gebruikt door de opstandelingen van de Tweede Joodse Oorlog (132-135).  Juist zoals de grot van Murraba’at was Qumrân een van de weerstandsnesten van de Joden.  Dit vormt dan evenwel de laatste episode van het gebouw.

Nog even aanmerken dat ten Westen van de Khirbet zich een begraafplaats bevindt van zo’n duizend graven (sommige bronnen spreken van 1700).  De graven zijn goed geordend, er zijn geen resten van dodenoffers aangetroffen of enig spoor van kleding, de lichamen zijn begraven met het hoofd naar het Zuiden en er werden ook meerdere skeletten van kinderen en vrouwen aangetroffen.

Waarom die late restauratie?

Blijkbaar heeft men pas 30 jaar na de aardbeving het gebouw weer hersteld.  Waarom zo laat en waar zat de gemeenschap dan?  Waarschijnlijk had men het gebouw toen niet nodig.  Het is vermoedelijk zelfs zo dat men niet vertrokken is omwille van die aardbeving (men woonde immers niet in het gebouw maar in hutten en grotten in de omtrek)

De relatie tussen het gebouw en de teksten

Men legde spoedig de link tussen de gevonden documenten en tekstfragmenten enerzijds en anderzijds dit gebouw en de teksten van enige schrijvers uit de Oudheid die het vrij uitvoerig hadden over de “Essenen”.  Over de Essenen en over de sekte van Het Nieuw Verbond te Damascus bracht pater M.-J.Lagrange o.p. in zijn nog steeds degelijk boek “Le Judaïsme avant Jésus-Christ” een uitvoerige bespreking.  Zijn conclusies zijn opmerkenswaard als men bedenkt dat dit boek reeds in 1931 werd gepubliceerd, meer dan 15 jaar vóór de eerste vondsten (met uitzondering van de documenten die in 1910 in een Egyptische synagoge ontdekt werden en waarin sprake was van een gemeenschap die zichzelf de naam gaf van “Het Nieuw Verbond”).

De gevonden documenten - afgezien van de Bijbelboeken - verhalen vooral over het leven van een heel bepaalde religieuze groep, een gemeenschap.  De opgravingen te Qumrân sluiten daar nauw bij aan omdat ze blijkbaar de materialisering toonden van hetgeen in de gevonden documenten en in het relaas van Caius Plinius Secundus Major (“Historia Naturalis”) , Philo van Alexandrië (“Apologie van de Joden”, “Tractaat over de vrijheid van de wijze”), Flavius Josephus (De “Joodse Oorlog” en de “Oudheden”), en van Dion Chrysostomus wordt beschreven.

(Meer over de Essenen en de Sekte van het Nieuwe verbond

in volgend nummer van ‘GELOOF & LEVEN). 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

EEN SPIRITUELE TOCHT 

3de etappe: Een christelijke antropologie

Ben Van Vossel cssr

Vandaag wordt het een dagtocht.  Een hele dag op stap.  Even doorbijten dus.  De volgende keren worden het meer aangename uitstappen.

1 Een hoge roeping

In de bijbel, in het verhaal over de oorsprong, wordt gezegd dat de mens door God geschapen werd naar zijn beeld en gelijkenis.  Je mag dus gerust zeggen dat ons fundament in God ligt.  Het is onze roeping om te groeien van beeld naar gelijkenis.  In het Oude Testament staan al sterke uitspraken zoals “Ik ben Jahwe uw God; zorg dus dat gij heilig zijt.  Wees heilig, omdat Ik ben heilig”.  In deze tekst uit Leviticus 11 gaat het over Gods geboden, maar ook over spijswetten bv. het verbod om kruipende dieren te eten; de uitnodiging is: ga niet doen zoals de heidenen, gij behoort aan Mij toe en moet u dus anders gedragen, zoals Ik anders ben, afgescheiden van het zondige en onvolmaakte in de schepping.

Jezus gaat nog verder.  Hij zegt: (in Mt. 5,48) “Wees dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is”.  Bij Hem gaat het over een ver doorgetrokken en verfijnde morele opvatting, niet gewoon het uiterlijk rekening houden met wat geboden en verboden.  In diezelfde lijn lezen we in de eerste Petrusbrief, een Paasbrief,  :  “Hij die u geroepen heeft, is heilig. Weest heilig zoals Hij, in heel uw gedrag; want er staat geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig” (1 Petr. 1,15-16).

Pleisterplaats of oefening: ‘geroepen tot heiligheid’

Blijf even stilstaan bij bovenstaande evangelieteksten.  Bij die hoge roeping zou je kunnen denken: nu ga ik mij eens eventjes inspannen om die gelijkenis van God in mij te realiseren.  Probleem daarbij is dat je 1° daar maar matig zult in lukken en 2° dat je wel eens ernstig hoogmoedig zou kunnen worden en beroep gaan doen op beloning vanwege God.  Wij kunnen beter aan God vragen: “Heer, doe in mij wat Gij verlangt.  Voltrek uw plan van liefde aan mij”.

2 Wie ben ik ?

Als we  luisteren naar wat de Schrift en de Kerkvaders over de mens zeggen, dan vernemen we dat de mens geroepen wordt tot een innige eenheid en eenwording met God.  Mijn geschiedenis moet een “gewijde geschiedenis” worden.   Wat een gekdraaiende wetenschap ook al klonend zou tot stand brengen, ieder mens mag wetend dat hij/zij voor God uniek is, want onze relatie met Hem is uniek: niemand kan in mijn plaats leven.  En deze relatie met God mag tot een lofprijzing worden zoals in Psalm 139: “Want wat er in mij is hebt Gij geschapen,  Gij hebt mij als een weefsel in de moederschoot gevormd.

Ik dank U voor het wonder van mijn leven, voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt”.

Zie je jezelf als een wonder?  Zelfs midden al je miserie en al je kleine kanten?  Je identiteit ligt immers in je relatie tot God: “Ik ben maar wat ik ben onder de blik van God”, zei Moeder Teresa van Calcutta.  En in ons hebben we die stempel van de Heilige Drievuldigheid.  Inderdaad, in het centrum van ons wezen treffen we de afdruk aan van de Heilige Drie-eenheid: “God sprak: `Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend” (Genesis 1,16).  Dit brengt met zich mee dat we gemaakt zijn voor de liefde, geconditioneerd voor de liefde.

Pleisterplaats: Mijn identiteit

Blijf wat stilstaan bij het hierboven gegeven woord van Moeder Teresa.  De blik van God, het enig bepalende voor mijn oorsprong, het enig bepalende voor mijn bewuste gedrag?  Besteed wat tijd aan deze bezinning. Spreek wat met God.

 

3 Wat ben ik ?

Er zijn mensvisies zoals de materialistische die de mens enkel zien als materie, een geëvolueerd dier, zoals veel jonge mensen menen nadat ze een paar - minder goed begrepen - lessen kregen over de evolutieleer; alles wordt bekeken vanuit het lichaam, de hersenen zijn de zetel van het denken…  Je kan ook een platonische (of Griekse) visie hebben over de mens, waarbij het lichaam (Swma - sooma), de zetel van de negatieve driften als het ware een gevangenis is voor de ziel, de zetel van de goede driften.  Het lichaam ziet men dan als een paard dat je moet temmen en met de zweep bewerken.  In de Freudiaanse visie maakt men wel onderscheid tussen lichaam ziel (psychische) en geest.  Maar de geest is die plaats waarin alles teruggedrongen wordt dat te pijnlijk is om te beleven; in feite het onderbewuste.  Esoterische visies spreken ook over een geestelijke wereld; de geest is dan goddelijk.  Maar over welke god heeft men het dan?  Een kosmische god, een god-oceaan, een onpersoonlijke God in feite.  Men moet immers zichzelf verlossen.

In het christendom ziet men de mens ook als drievoudig: lichaam, ziel (Yuch - psychè) en geest.  Het ene aspect beïnvloedt het andere.

Merktekenen van de Drieëne God

Een mooie christelijke visie op de mens zegt dat heel ons wezen het merkteken draagt van de aanwezigheid van God in de kern van ons wezen.  De Vader (V) is het geheugen, want Hij is aan de oorsprong van alles.  De Zoon (Z) is het verstand (NouV - Noes).  De heilige Geest (G) de Liefde.  We onderkennen die aanwezigheid in de drie samenstellende delen van ons wezen: lichaam, ziel en geest.

1 Het merkteken van de Vader in mij : het geheugen.

1- Er is mijn lichamelijk geheugen dat er gewoon IS.  Eerst en vooral het ‘gekregen’ geheugen, de kleur van mijn ogen, gelijkenis met grootvader.  Daarnaast is er ook het ‘verworven’ geheugen, bv. het lichaam dat reageert op bepaald virus…

2- Het psychisch geheugen uit zich vaak in psychosomatische toestanden (vb. astmacrisis kan in bepaalde gevallen als verdrongen woede fungeren).  Dit is een onbewust geheugen.  Het kan ook bewust gebeuren op intellectueel vlak, vb. leren onthouden.  Samenhangend met het affectieve zijn er bepaalde smaken of geuren die ons aan iets doen terugdenken.  Ook nog onbewuste uitingen tonen zich in psychosomatische klachten en je treft ze aan in uitdrukkingen zoals ‘dat heb ik nog niet verteerd’, ‘dat ligt nog op mijn lever’…

3- Geheugen op het vlak van de geest is het ontologische geheugen, nl. op het vlak van het zijn.  Het is het geheugen van het “Beeld” (geschapen naar Zijn beeld), nl. dat ik kind van God ben.  Dat is mijn nieuwe naam, mijn diepste identiteit.  Dit geheugen doet me in dat goddelijk gezin leven.

2 Het merkteken van de Zoon in mij: de wijsheid, het verstand, het denken.

1- Wijsheid op lichamelijk vlak is er het gedrag volgens de situaties, volgens de ervaringen die men meemaakt; het gedrag past zich aan op zo goed mogelijke wijze.

2- Wijsheid op psychisch vlak: heel het domein van het denken, de verbeeldingswereld, het inbeeldingsvermogen dat opbouwend of afbrekend kan zijn.

3- Wijsheid op geestelijk vlak: hier gaat het om de wijsheid van God.  Niet om intellectuele kennis, maar een kennis van het hart, waardoor ik het Woord van God innerlijk begrijp, zodat het me ‘iets doet’.

3 Het merkteken van de heilige Geest, de Liefde, treffen we ook weer aan bij de drie componenten van ons wezen:

1- Op het vlak van het lichaam spreken we van de gevoelige liefde (EroV - eros).  Als deze enkel maar doel wordt in plaats van middel kan ze erotisme worden.

2- Op het vlak van de psyche situeert zich het domein van de vriendschap (filia).  Ik hou van je omdat je van mij houdt; hangt samen met de affectiviteit en hangt af van mijn partner.

3- Op geestelijk vlak spreken we van de Agapè (Agaph): dit is de onvoorwaardelijke liefde.  De bron ervan bevindt zich in de Geest en daarom kan ik je liefhebben, zelfs als jij niet van mij houdt.  Het is de wil van de goddelijke liefde - samenhangend met mijn vrijheid - om iets te doen waar mijn lichaam en psyche geen zin in hebben.  Toch is het niet louter voluntarisme (enkel uitgaand van de wil) maar een keuze om alles op te roepen en te ordenen volgens het doel dat ik gekozen heb (vb. trouw aan gebedstijd, ook doorheen dorheid, verstrooidheid, gevoel van zinloosheid, ontmoediging, tegenslagen…).

Pleisterplaats of oefening: ‘naar zijn beeld, op Hem gelijkend’
In de kern van mijn wezen situeert zich de aanwezigheid van de Drieëne God.  Zijn beeld (geheugen, wijsheid, liefde) heeft zich uitgedrukt in de samenstellende delen van mijn wezen (lichaam, psyche, geest).  Bewoond door God, gelijkend op God is heel mijn wezen gericht op God.  Mijn roeping is die gelijkenis zo gelijkend mogelijk te houden door me zoveel mogelijk bloot te stellen aan de goddelijke beïnvloeding.  Ik wil dat nu doen op deze pleisterplaats.  Dan zal dat wat ik ben aanwezig zijn in mijn denken en ook uitstralen naar buiten in mijn gedrag, mijn verschijning, mijn relaties, mijn spreken en handelen in de mij omringende wereld.  Onze spirituele tocht kan nu ècht beginnen.  Om het verblijf op deze pleisterplaats te besluiten vul ik mijn logboek in.

Je logboek:

Hoe voel ik me nadat ik dit alles overwogen heb?  Kan ik met een of ander inzicht iets doen?

Ik formuleer in mijn logboek een dankgebed voor de genade zo nauw betrokken te zijn bij het goddelijk leven in mij.  Een dankgebed tot de Drieëne God.  Probeer het eens, met Gods genade.  Je kan het ook in een tekening of schilderijtje uitdrukken of in enkele korte verzen.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

PAULUS (16)

DE DERDE MISSIETOCHT

(4)  Op weg naar Jeruzalem.  Een emotioneel afscheid.

door : Ben Van Vossel cssr

Rome blijft het doel

Rond 58 na Christus schrijft Paulus zijn Romeinenbrief (in Korinthe) en daaruit vernemen we dat hij in Macedonië en Achaia (Griekenland met vooral Korinthe) geld inzamelde voor de noodlijdende christengemeente van Jeruzalem.  Het is een mooi gebaar van hulp aan die christenen, het is ook vooral een teken van eenheid: heidenchristenen helpen joodchristenen. Daar was Paulus veel aan gelegen.  Maar volgens zijn brief aan de Romeinse christenen had hij toen al het inzicht om naar Spanje en Rome te reizen.  Herinner je hoe we  in onze 7de Paulusepisode verwezen hebben naar zijn zendingsstrategie aan de hand van een tekst  van H.V. Morton : “Al heel vroeg in zijn leven heeft Paulus geweten dat deze (Cilicische) Poorten de toegang tot een andere wereld ontsloten; dat dit de pas was, waarop wegen van Bagdad en Antiochië uitkwamen die regelrecht naar Efese voerden en vandaar over de zee naar Rome - het grote wereldhart - leidden” . 

Maar eerst Jeruzalem helpen

Maar eerst dus op weg naar Jeruzalem.  Hij zeilt van Neapolis naar Troas waar hij zijn vrienden oppikt die vooraf vertrokken waren uit Filippi (in Asia).    Waarom Paulus na een verblijf van zeven dagen zo nodig te voet naar Assus wou gaan, terwijl de meeste van zijn vrienden per schip gingen, is niet duidelijk.  In Assus stijgt hij ook in de boot en dan varen ze over de Egeïsche zee met de diepblauwe lucht boven zich.  Een rustig moment voor die jonge missionarissen.  Ze doen even Mytilene aan. 

Vandaar zeilen ze verder naar de grote haven van Lesbos en ’s anderendaags  bevinden ze zich ter hoogte van het mooie eiland Chios (met de grote Kybele-tempel).  Ze varen Efese voorbij om geen tijd te verliezen in Asia; Paulus wou met Pinksteren in Jeruzalem zijn.  De volgende dag gaat het richting Samos (Thuishaven van de wiskundige Pythagoras) en nog een dag later bereiken ze Milete.  In Milete was een grote Joodse gemeente en de Romeinse gouverneur stond sterk op de godsdienstvrijheid; in het openluchttheater was zelfs een deel plaatsen voorbehouden voor de “godvruchtigen” die zich niet mochten verontreinigen.  Blijkbaar waren de diasporajoden toch wel wat ruimdenkender dan in het thuisland.   Vanuit Milete zendt Paulus een bode om de oudsten (presbyters) van de christengemeente van Efese te ontbieden. 

Afscheid van de christenen van Efese

Als ze aangekomen zijn houdt Paulus zijn afscheidsrede, want hij is ervan overtuigd dat hij zijn Efesiërs niet meer zal terugzien.  Hij vermaant de verantwoordelijken om zijn voorbeeld na te volgen, om zich niet te hechten aan materiële voordelen maar voor eigen onderhoud en hulp aan noodlijdenden in te staan.  Wat me in Jeruzalem te wachten staat weet ik niet, maar de heilige Geest lijkt erop te wijzen “dat boeien en kwellingen mij wachten.  Maar aan mijn leven hecht ik voor mijzelf niet de minste waarde, als ik mijn loopbaan maar ten einde breng en de taak die ik van de Heer Jezus ontvangen heb om getuigenis af te leggen van het Evangelie van Gods genade.  En nu weet ik, dat gij mijn gelaat niet meer zult zien, gij allen bij wie ik rondgegaan ben om het Koninkrijk te prediken” (Hand. 20,24-25).

“Na deze woorden knielden hij met allen neer en bad.  Allen begonnen luid te wenen, vielen Paulus om de hals en kusten hem, vooral bedroefd omdat hij gezegd had, dat ze hem niet meer zouden terugzien. Daarna deden ze hem uitgeleide naar het schip”. (Hand. 20,36-38).  

Paulus wil Jood-christenen helpen

Jeruzalem is het doel.  Paulus is er door geobsedeerd en zal niet echt gelet hebben op de plaatsen waar ze langs kwamen.  In de Handelingen van de apostelen worden deze kort opgesomd: Kos (thuisland van Hippocrates, de vader van de geneeskunde; op Kos was een heiligdom en sanatorium toegewijd aan de ‘genezingsgod’ Asklepios), Rodos (waar ze gewoontegetrouw iets langer zullen gebleven zijn; boven de bocht van Lindos waar ze waarschijnlijk landden bevond zich de Akropolis met de beroemde tempel van Athena Lindia gebouwd boven een ‘heilige’ grot) en tenslotte meren ze aan in  Patara in Lykië.  Nu een vergeten plaats, bezat het toen een Apollotempel die te vergelijken was met deze van Delphi.  Paulus en zijn gezellen verlaten hier het kustschip en stappen op een wat omvangrijker schip dat naar Fenicië voer.  Ze varen Cyprus voorbij en in Tyrus (Syrië in Fenicië) wordt het schip uitgeladen.  Paulus moet vroeger al in Fenicië geweest zijn en er bestaat zelfs een traditie die beweert dat hij op een kleine baai te Noorden van Beiroet aangestuurd zou hebben. 

Lees in volgend nummer: Donkere wolken boven Jeruzalem

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

KLEMENS: EEN ‘HAPPY END’ NA EEN MOEILIJK LEVEN

Door: Ives De Mey cssr

Wat eraan voorafging

Klemens Hofbauer, 250 jaar geleden geboren, heeft 34 jaar lang allerlei hindernissen moeten overwinnen om priester te worden. Hij kreeg de taak om de congregatie van de redemptoristen ten noorden van de Alpen te verspreiden. Dat zal nog eens 35 jaar duren (tot na zijn dood). De eerste 10 jaar daarvan bouwde hij in Warschau een bloeiende stadspastoraal op. De volgende 13 jaar heeft hij over heel Europa rondgezworven op zoek naar een plaats om de congregatie ten noorden van de Alpen te vestigen. De vorige aflevering eindigde in de diepste mislukking: 23 jaar na de opdracht om de congregatie te vestigen in Noord-Europa, zit Klemens in Wenen in de cel met welgeteld één confrater die overschiet. We zijn in 1808, Klemens is 57 jaar oud.

Apostel van Wenen

Door toedoen van de bisschop wordt Klemens na drie dagen vrijgelaten. Maar de politie zal hem in die laatste 12 levensjaren niet uit het oog verliezen. De eerste 5 jaren doet hij niet meer dan wat biecht horen. De grote predikant en harde werker keert terug naar het kluizenaarsleven van zijn jeugd: hij gaat naar de diepte. Een weg die altijd loont. Zeker in de verzwakte kerk van Oostenrijk. De hervormingen van keizer-koster Jozef II hebben de kerk de kracht van het geloof ontnomen: de liturgie moet arm en onaantrekkelijk zijn, het geloof is herleid tot een zedenleer. De kerk werd herleid tot een maatschappelijk dienstencentrum. Klemens zal weer een ziel steken in de Oostenrijkse kerk. Het getuigenis van zijn laatste 7 levensjaren zal Klemens de titel opleveren van ‘Apostel van Wenen’. Tot op vandaag is Klemens de patroonheilige van Wenen.

Ziel-zorger

Klemens werkt geen project uit, hij maakt geen planning of moet geen gebouwen inrichten. Hij woont in een klein appartementje op de tweede verdieping met een slaapkamer en een voorkamertje. Dit is zijn evangelisatiecentrum, kapel, conferentieruimte... Talloze mensen komen hier of in enkele kerken waar hij de mis doet, biechten. Kunstenaars, wetenschappers, studenten, politici, vooraanstaanden en zelfs een toekomstige koning komen tot bekering in de biechtstoel van Klemens. De geestelijke begeleiding door Klemens gaat zonder omwegen naar de kern. In hooguit een tiental woorden geeft hij zijn advies. En wanneer dat niet voldoende is, zegt hij: “de heilige Geest zal u de rest wel zeggen.”

Niet alleen de elite weet Klemens wonen. Dagelijks bezoekt hij de achterbuurten van Wenen en zijn eigen huis staat steeds open voor hen. Klemens zelf, de vicaris-generaal van de Redemptoristen, kookt en bedient hen.

Klemens begeleidt in die 7 jaren zo’n 2000 stervenden en rouwenden. Niet als een psycholoog, maar als een echte ‘zielenherder’. Een man die de kerk de rug had toegekeerd, joeg Klemens uit zijn sterfkamer. Klemens bleef aan de deur staan toekijken. De man brult dat Klemens moest weggaan. Klemens antwoordt dat hij graag eens wil zien hoe iemand sterft die zich niet met God wil verzoenen. De man barst in tranen uit en laat zich met God verzoenen.

Predikant

Preken was in Wenen alleen toegelaten op hoogfeesten. Klemens maakt echter van iedere zondagsmis een feest door de liturgie en de preek. Al snel is het kerkje van de zusters te klein. Jong en oud raadt kennissen en vrienden aan eens te komen meevieren in het kerkje. Klemens’ preken zijn eenvoudig, maar steeds bijbels en erop gericht de toehoorders persoonlijk in contact te brengen met Gods vergevende liefde. Of zoals Klemens het uitdrukt: ‘In de preek schudt je aan de boom, daarna haast je je naar de biechtstoel om de vruchten te verzamelen.’

Kerk-vernieuwing

Klemens staat in alle omstandigheden ter beschikking van God en daardoor kan hij steeds ‘roeien met de riemen die hij heeft’. In Warschau organiseerde hij een lekenvereniging en een redemptoristen-opleiding; hier in Wenen moet hij op een andere manier medewerkers verzamelen. Een nieuwe kloosterorde opstarten in het land is immers verboden. Maar al gauw verzamelen zich op een niet-georganiseerde manier tal van leken rond zich. Op een informele manier ontstaat er zo toch een ‘Klemens-kring’ die een grote invloed zal uitoefenen op de Oostenrijkse kerk.

De deur van zijn appartementje staat steeds open, ook als hij er niet is. Klemens nodigt voortdurend mensen uit aan zijn eenvoudige tafel. Vooral studenten verzamelen zich in zijn kamer om er te discussiëren, te bidden, catechese of bijbelstudie te krijgen. Soms neemt Klemens hen mee voor een avondwandeling of een mini-bedevaart. Zijn missionaire ingesteldheid straalt op hen af zodat zij op hun beurt apostels worden in hun omgeving.

Heel wat leidende figuren veranderen hun levensstijl en vieren dagelijks mee de eucharistie. Onder hen bevinden zich zes schrijvers en vier journalisten die op aansporen van Klemens hun pen ter beschikking stellen van de vernieuwde kerstening van Oostenrijk. Zij brengen ook een eigen tijdschrift uit. Klemens start ook met een eigen school voor gegoede kinderen om zo de maatschappij te doordesemen van het evangelie. Maar een eerste poging wordt gekelderd door een lastercampagne in de media. Een tweede poging zes jaar later, net voor zijn dood, lukt wel. Van de vele mensen die zich rond Klemens verzamelen, zullen er later 7 bisschop worden. Men kan zich wel inbeelden dat Klemens’ invloed diepgaand is geweest in de Oostenrijkse kerk en samenleving.

Vicaris-generaal van de redemptoristen.

Ondertussen blijft Klemens werken aan zijn zending: de congregatie van de redemptoristen gestalte geven ten noorden van de Alpen. Hij stuurt (vergeefs) priesters uit naar verschillende landen in Oost-Europa en kan heimelijk op de hoogte gebracht worden van de pogingen van P. Passerat die uit Polen naar Zwitserland was verdreven. Hij wordt herhaaldelijk bij de politie op het matje geroepen op verdenking dat hij contacten zou onderhouden met een buitenlandse kloosterorde. Spionnen infiltreren zich voortdurend in de ‘Klemens-kring’. Het politiedossier ‘Klemens’ is zeer lijvig. Wanneer keizer Franz de indrukwekkende (valse) verklaringen onder ogen krijgt, kan hij niet anders dan Klemens het land uit te zetten. Klemens kan bedingen dat de uitwijzing pas na de winter effectief wordt (hij is immers 68). Ondertussen is de keizer echter op audiëntie bij paus Pius VII, die Klemens persoonlijk gekend heeft. De paus vraagt hoe het met Klemens gaat en in het gesprek wordt het duidelijk dat Klemens niet die staatsgevaarlijke is zoals de politierapporten laten uitschijnen. De keizer reist ook nog door naar Napels om er kennis te maken met de redemptoristen. Na zijn terugkomst in Wenen heeft de keizer een onderhoud met Klemens. Klemens krijgt de toezegging dat de orde van de redemptoristen in Oostenrijk erkend zal worden en dat hen de Maria-am-Gestade kerk zal worden gegeven. Koortsachtig begint Klemens alle nodige formaliteiten in orde te brengen.

De triomf… eindelijk

Maar in maart 1820 wordt hij te zwak en hij sterft op 15 maart. Martin Stark, de enige redemptorist in Wenen, is zelf ook ziek en beveelt van op zijn bed dat Klemens de volgende dag een eenvoudige begrafenis moet krijgen, zoals hij steeds eenvoudig heeft geleefd. Maar onverwacht laat iemand een dure doodskist afleveren en op de begrafenis de volgende dag zijn er duizenden aanwezigen, de plechtige poorten van de kathedraal blijken geopend te zijn en de hele kathedraal waadt in een zee van kaarslicht. De ongeorganiseerde begrafenis wordt een nationaal eerbetoon dat uitgebreid in de media wordt besproken. Er volgen lofredes van bisschoppen, pauselijke nuntii, de algemeen overste van de redemptoristen, en de keizer zelf.

Vijf weken later wordt de congregatie van de redemptoristen officieel erkend en bieden zich talloze kandidaten aan. Op twee jaar tijd zullen 50 mannen effectief lid worden van de eerste redemptoristische provincie buiten Italië.

Klemens: geen droge heilige

Deze korte levensbeschrijving geeft ons een te droog beeld van de heilige Klemens Maria Hofbauer. Daarom wil ik tot slot twee kenmerken in het licht zetten.

Klemens was een zeer ‘menselijke’ man. Hij wist mensen op te beuren met kleine attenties zoals een bloemetje. Zijn preken en gesprekken waren ongekunsteld en doorspekt met een grote dosis humor en zelfrelativering. Hij was ook zeer impulsief. Toen hij eens voor de rechtbank zijn naam, woonplaats en religie moest opgeven, antwoordde hij dat iedereen onderhand wel weet dat hij katholiek is. De rechter gaf hem een berisping waarop Klemens het welletjes vond. Hij wou niet meer meedoen aan die onzin en stapte doodleuk weg. De rechters konden niet anders dan beteuterd kijken.

Na een huiszoeking en een drie-uur durend verhoor zette de politie Klemens onder druk. Hij kon kiezen: zijn congregatie verlaten, of het land. Klemens koos voor het laatste. Toen de politiemannen vertrokken, vroeg Klemens of ze klaar waren. Ze knikten. Hij schudde het hoofd en zei: “Er blijft nog één ding over – het laatste oordeel”.

Klemens liet zich volledig door God leiden. Daarvan getuigt zijn levensverhaal en het gebed dat hij voortdurend bad: “Wat God wil, zoals God het wil en wanneer God het wil”

Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann “Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

DE DECALOOG (3)

Ben Van Vossel cssr

1 Bovenal bemin één God

3 Fundamentele moraal

In lessen over moraal of ethiek komt er altijd eerst een stukje over ‘moraal in het algemeen’, men gaat dan de grote principes uit de doeken doen van waaruit men vertrekt.  Zo zou het ook kunnen gebeuren dat, terwijl we hier ons hier aan het bezinnen zijn over Gods liefde in het kader van de decaloog, we ook zo’n stukje algemene of fundamentele moraal aan het opzetten zijn.  Vorige keer waren we geëindigd met de vraag : “Hoe kan ik Gods wil kennen en als ik die ken: hoe kom ik er dan toe om dat verlangen van God ook te doen?”

We hebben wel ergens een aanvoelen!

Als je reeds lang oprecht christen bent, dan zul je in de meeste gevallen wel weten wat God wil, wat Hij van jou verlangt in concrete omstandigheden.  Wel blijft het nodig af en toe je leven eens serieus te bekijken, je relaties thuis en buitenshuis, je omgang met de mensen, de tijd die je aan God geeft… en je af te vragen of alles wel volgens Gods verlangen verloopt.

Hoe komt het dat je in de meeste gevallen wel zult aanvoelen wat God verlangt?  Omdat je door je doop en je vormsel de heilige Geest hebt ontvangen die jou innerlijk leidt; Jezus noemde Hem ‘de helper en trooster’.  Bovendien ben je als normaal christen ook beïnvloed door je contact met God in het gebed, en door de schriftlezing (persoonlijk of in de eucharistievieringen), en door het onderricht van de Kerk, en door je contacten met andere overtuigde christenen (dat is iets heel anders dan ‘bekrompen’ christenen).    Maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat ook niet-christenen en zelfs niet-gelovigen een aanvoelen hebben van wat God wil, van wat goed of slecht is; en een aantal van hen zal dan ook keuzen maken die in de richting van het goed en tegen het verkeerde ingaan.

Men sprak dan soms van een alarmbelletje dat begint te rinkelen wanneer het kwaad zich aan ons presenteert als weg naar het geluk.  Kard. Danneels drukt het ook wat eenvoudig uit in zijn boekje voor tieners (zie verder in dit nummer bij de boekbesprekingen): “We hebben een innerlijke radar die ons zegt wat goed is; je moet vooral eerlijk zijn.  Dan voel je vanzelf wat kwaad en goed is.  (maar) Zelfs als je weet wat goed is, kan het gebeuren dat je je innerlijke radar niet volgt - je hebt immers de vrije keuze.  Die radar noemt men het geweten.  Het is iets mysterieus - het zit daar en we weten niet hoe het er komt”

De vrije mens: Gods beeld en gelijkenis

De mens is vrij, althans voor een goed deel.  Want we zijn natuurlijk ook op vrij ondoorzichtige wijze beïnvloed door ons voorgeslacht, onze opvoeding, onze leefomgeving, onze ontmoetingen en ervaringen.  Als vrij mens kunnen wij kiezen voor het goede of het verkeerde, wij kunnen Gods verlangen doen of ervoor kiezen onze eigen wil te doen.  Je kunt echter dat woordje ‘vrij’ ook strikter bekijken en zeggen :

- Iemand die bv. gewoon al zijn impulsen of driften involgt, is niet vrij, maar is slaaf van zijn driften. 

- Iemand die zijn oordeel of handelwijze enkel laat afhangen van die van anderen is evenmin een vrij mens.

- “Ik trek me daar niets van aan, ik wil me daar niet mee bemoeien”.  Dit kregen we te horen bij een handtekeningeninzameling tegen abortus.  Ik wens dan in feite niet te komen tot een persoonlijke en verantwoorde beoordeling en tot een persoonlijk en verantwoord handelen.  Dat is dan ook geen goede aanwending van de ”gewetensvrijheid".  

In het tweede scheppingsverhaal (de ongehoorzaamheid van Adam en Eva) zie je hoe de mens God wantrouwt, zich tegen Hem keert door zelf de normen van goed en kwaad te gaan bepalen.  In feite wil hij zichzelf tot god maken.  Het gevolg is de duisternis, het grote onheil.

Kard. Danneels tracht het als volgt uit te leggen aan enkele tieners: “De wortel van het goede is God: Hij woont in ons.  Daarom voelen we een aantrekkingskracht tot alles wat goed is: liefde, goedheid, vergeving, solidariteit, behulpzaamheid…  De bijbel drukt dat uit door te zeggen: je bent gemaakt naar het beeld van God.  Er is iets in ons dat verwijst naar Hem.  We lijken in wat we zijn op Hem, niet zomaar van buitenaf.  Hij woont in mij, voorzover ik Hem in mij lààt leven en handelen en spreken.  In feite zit dus de wortel van het kwaad in ons, maar de wortel van het goede buiten ons.  Als ik kies voor het goede, is het God die mij pusht.  Als je ja zegt, is het dankzij Hem, als je nee zegt, is het uit eigen opstandigheid.  Het is een mysterie waarom wij geneigd zijn nee te zeggen.  Je kunt het uitleggen vanuit onze vrijheid.  Hij wil dat we vrij ja zeggen, dus moet Hij ons ook de mogelijkheid geven om nee te zeggen”.

De vrije mens komt tot het licht

Om gewetensvol te handelen is het nodig dat ik zo goed mogelijk ingelicht ben omtrent wat ik moet doen en laten en dat ik dan ook het goede kies (voor zover mijn vrijheid niet door fysisch geweld, dreiging of psychisch onvermogen niet beknot is).  Maar dit brengt allereerst met zich mee dat ik mijn geweten ook wat wil vormen (dat ik me dus laat inlichten omtrent het morele karakter van mijn keuze).

1 Er is allereerst mijn eerste aanvoelen.  Daarover hadden we het even en we mogen dat niet onderschatten.

2 Vervolgens kan ik wat nadenken over wat de mensen zeggen en wat de mensen voor goed of verkeerd houden.  Je kunt daarbij ook best eens zien naar de resultaten (Aan de vruchten ken je de boom, zegde Jezus).

3 Je kunt dan ook beroep doen op wat wijze en eerlijke mensen de eeuwen door hebben gezegd en geschreven (de profeten van alle tijden).  Wij moeten trouwens ook nu kunnen onderscheid maken tussen goedkope propaganda, sensatie en anderzijds degelijke literatuur.

4 Als christen laat je je vervolgens ook aanspreken door wat Jezus deed en verkondigde en door wat de Kerk onderwijst.

5 Tenslotte sta je zelf dan voor het persoonlijk oordeel over wat volgens jou de juiste weg is in concrete gevallen.  Hier stel je je persoonlijk tegenover God, en in alle eerlijkheid kies je wat volgens jou Zijn verlangen is.

Wat heeft dit nog te maken met God en met God bovenal liefhebben?

God heeft een droom gehad over ons leven, een droom die ook vandaag nog bestaat.  Zijn verlangen is het dat wij gelukkig zouden zijn.  Die droom van God hebben we al vaak stukgeslagen door kleine en grote misstappen.  Maar Hij laat zich niet ontmoedigen.  En vandaag schuift God zijn droom weer naar voor.  Hij noemt onze naam, jouw naam, en Hij zegt : ‘word gelukkig!  Dat is mijn diepste verlangen’.  Dàt zegt God tot jou.  Als je op dit moment van inzicht positief wilt reageren dan antwoordt je aan God: ‘gelukkig worden, God, dat is ook mijn diepste verlangen’.  Gods verlangen en jouw verlangen vallen samen in jouw geluk.  Om het nog anders te zeggen: gelukkig worden betekent dat ik God ook blij maak.  Door Gods verlangen te doen bewerk ik mijn geluk en toon ik mijn liefde voor God.

Dit is een beslissing van dit moment.  Maar je zal dagelijks moeten bidden dat je aan die beslissing trouw zou blijven, dat je zou inzien wat die beslissing inhoudt op elk concreet moment en dat je je zou inspannen om volgens Gods verlangen te leven.  Vraag deze week aan God dat Hij je zou helpen om zijn verlangen te kennen en volgens dat verlangen te leven.

“Heer Jezus, ik wil gelukkig zijn.  Ik geloof dat de Vader mijn geluk wil.  Help me zien wat God van mij verlangt op dit moment”.

Dagelijkse keuzen in relatie met God

We kunnen dan wel het juiste inzicht hebben, maar er is nu nog het probleem dat we dan ook de juiste keuze moeten maken: het juiste inzicht in praktijk brengen.

Wat Jezus beleefde is ook voor ons het meest belangrijke : dat we in voortdurend contact blijven met de Vader.  Gods stem vernemen is een groot geschenk en het is ook een recht voor elk kind van God.  De Vader wil zijn kinderen leiden.

Elders zegt Jezus: “Ik ben de weg naar het echte leven…  Wie Mij volgt wandelt niet in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten”.

Op een vormingsavond in ‘Oase in de Stad’  zei een deelnemer : ‘We moeten vaak bidden om de bekering van onze wil, zodanig dat we van harte en met doorzetting Gods wil gaan doen’.

Inderdaad: waar halen we de kracht om volgens Gods Woord te leven, bv. om anderen boven mezelf te plaatsen ?  “De christen groeit in vrijheid door zijn trouw aan de genade van zijn doopsel en zijn vormsel”, zegt het Geloofsboek.  “Door die sacramenten wordt Jezus steeds meer in mij geboren.  Zijn liefde krijgt meer armslag in mij en daarom wordt mijn geweten van dag tot dag een gevoeliger kompas”.  Voor christenen is dit gevoelige kompas niets anders dan het stille bewegen van Jezus’ geest, de heilige Geest die hen haast onhoorbaar naar het goede wijst” (Geloofsboek p. 155)  Het is door dat geregelde contact met God dat we ook de sterkte krijgen niet enkel om gewetensvol te oordelen maar ook om gewetensvol te handelen.

God doet ons zijn plan van liefde kennen, maar dat vraagt vooral een sterke relatie met God, de bereidheid om te luisteren en ook de vraag om geholpen te worden in die beslissing.

Belangrijkst is de vorming doorheen het gebed en doorheen de kleine keuzen die we maken en waarin we rekening houden met Gods verlangen.  Zo wordt het juiste kiezen een soort habitude, iets dat ons eigen wordt, een gewone manier van doen waarbij we niet telkens hoeven na te denken.

God bovenal beminnen, God plezier doen door zelf de weg naar het geluk te kiezen, is dat niet de moeite waard om je met hart en ziel op die weg te begeven?

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

KERK IN NOOD / OOST-PRIESTERHULP

Ooit heeft Humo gemeend de ‘Spekpater’, Werenfried Van Straeten en zijn werk door het slijk te moeten halen; begrijpelijk als je ziet wat dat werk tot op de dag van vandaag doet voor de wereldwijde evangelisatie en de materiële zorg voor de Kerk.  Langs deze weg willen we dan ook een oproep doen om dit belangrijke werk te steunen.  De internationaal gerenommeerde accountants Ernst & Young, hebben de gegevens en de jaarbalans van het jaar 2000 gecontroleerd en geattesteerd.

De inkomsten bedroegen 66.234.504 Euro (waarvan 4.327.327 uit België, een stijging van 19%, terwijl Nederland eenzelfde daling maakte).  Grootste gevers zijn Frankrijk, Duitsland en Zwitserland.  (De Euro werd berekend aan 40,3399 Bef.).

61% kwam  van individuele giften, 13.8% van misintenties, 2,9% van collecten, 13.8% van nalatenschappen en 8,0% langs diverse kanalen.

Giften in België kunnen worden overgemaakt op rekening 417-6014491-76 van Kerk in Nood/Oost-Priesterhulp v.z.w., Oevelsedreef 1, 2260 Tongerlo.  Tel. 014-53 88 60. Weldoeners hebben recht op een gratis abonnement van het Tweemaandelijks Tijdschrift ‘Echo der Liefde’.

Kerk in Nood / Oost-Priesterhulp helpt ook op sociaal vlak maar heeft toch als doel om vooral een burcht in de branding te zijn voor de specifiek kerkelijke noden, namelijk overal waar christenen het moeilijk hebben om hun geloof  trouw te blijven, waar ze vervolgd worden of waar de evangelisatie bij gebrek aan financiële hulp zich niet kan doorzetten.  Daarom geven we hier graag de door bovengenoemde accountants gecontroleerde bestemming van de middelen die Kerk in Nood in 2000 besteed heeft:

Bouwhulp 28% (meestal kerken, retraitehuizen, kloosters ook in landen waar de kerk het moeilijk heeft), Media-apostolaat (vooral in ontwikkelingslanden)16%, Caritatieve hulp 1%, Bestaanshulp 4%, Geestelijke literatuur 13%, Misintenties (in feite steun aan arme priesters) 14%, Theologische opleiding (arme seminaries en seminaristen)18%, Motorisering (om verspreide missieposten te kunnen bereiken) 6%.

Christenen die het met de kerk goed menen, zullen dit werk een goed hart toedragen.  Moge deze sympathie ook brengen tot gebed èn tot daadwerkelijke hulp.  Het is het overdenken waard of we ook het geld dat ons overblijft op het moment dat we helemaal geen geld meer nodig hebben, door een legaat niet kunnen bestemmen voor dit uitnemend werk.  In de bovenvermelde cijfers kunt u vaststellen dat de nalatenschappen 13.8% uitmaken van de in 2000 ontvangen gelden.

Maak uw liefde voor de kerk en voor de uitbreiding van het Rijk van God tastbaar door uw geldbeugel edelmoedig te laten meepraten. 

U merkt het: de spekpater leeft nog.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (18)

resumé  : Ben Van Vossel cssr

 

HFDST. 2  Art. 3 “Jezus Christus … (kkk nrs. 484-511)

§ 2  Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria

I Ontvangen van de heilige Geest.

‘Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?’, vroeg Maria.  De Schrift antwoordt: “De heilige Geest zal over U komen … en daarom zal wat geboren wordt heilig genoemd worden, Zoon van God”.  Gods Geest bewerkt dit mysterie van heiliging van Maria en dat Gods Zoon ontvangen wordt in een menselijke natuur die uit Maria voortkomt.  De eniggeboren Zoon van de Vader die als mens in de schoot van de maagd Maria is ontvangen is ook heel en al aangeraakt door de heilige Geest, al zal dit zich maar stilaan openbaren.

II Geboren uit de maagd Maria

De figuur van Maria krijgt haar licht vanuit Christus, maar wat Gods woord over Maria leert werpt ook licht op Christus.

In het Oude Verbond ontmoeten we allerlei vrouwen, waaronder zeer veel eenvoudige mensen die een rol zullen spelen in heel die aanloop tot het heil.  In haar, het dienstmeisje van de Heer, bereikt het plan van heil zin volheid.

Door Gods gezant wordt ze de “totaal begenadigde” genoemd, vol van genade.  Gods liefde maakt het haar mogelijk om in te stemmen met Gods plan dat zich doorheen haar ‘ja’ zal voltrekken.  Die begenadiging omvat ook haar onbevlekte ontvangenis.  Dit betekent een bijzondere genadegave van God “met het oog op de verdiensten van Christus Jezus, de Verlosser van het menselijk geslacht, waardoor ze gevrijwaard is van elke smet van de erfzonde” (Pius IX in 1854 bij de afkondiging van deze geloofswaarheid).  Deze genade verkrijgt ze vanuit Jezus.  Door Gods genade is Maria haar leven vang vrij gebleven van iedere persoonlijke zonde.

In geloofsgehoorzaamheid heeft Maria haar fiat, haar “ja” aan Gods plan gegeven.  Heel har persoon kwam zo in dienst van Gods heilsplan.  Als kerkvaders zeggen: “De dood kwam door Eva, het leven door Maria”, bedoelen ze dat zij ons Jezus gegeven heeft, die ons Heil is, ons Leven en Verrijzenis.

Wij noemen Maria de Moeder Gods (Theotokos in het Grieks, de Godbarende), waarmee wordt bedoeld dat haar Zoon, die zij als mens zal baren, niemand anders is dan de eeuwige Zoon van de Vader.  Daarmee zeggen we echter ook duidelijk dat zij niet aan de oorsprong staat van de goddelijkheid van Jezus Christus, als Zoon van God, die van alle eeuwigheid is voortgekomen uit de Vader.

Vanouds heeft de kerk geloofd in de maagdelijkheid van Maria bij de geboorte van Maria, maar ook dat ze blijvend maagd is gebleven.  De Schrift spreekt wel over de broeders en zusters van Jezus, wat de kerk steeds verstaan heeft als verwanten (bijvoorbeeld, Jakobus en Jozef in Mt 13,55 worden ‘broeders van Jezus’ genoemd, maar zijn in feite zonen van een Maria, een leerlinge van Jezus, die veelbetekenend aangeduid wordt als ‘de andere Maria’ (Mt 28,1).   Het maagdelijk moederschap van Maria in Gods heilsplan heeft redenen die zowel de persoon en de verlossende zending van Christus betreffen als het aanvaarden door Maria van deze zending voor alle mensen.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht
- overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

20 jaar Mariaverschijningen in Medjugorje

Getuigenis van George en Marleen Gernaert, Zeeuws-Vlaanderen.

 (In het Parochieblad van 22 augustus 2001 stond een vrij negatief artikel van Erik De Smet over de verschijningen te Medjugorje onder de titel “Twintig jaar Medjugorje, Verhaal van onenigheid en ongehoorzaamheid”.  De titel klinkt nog negatiever dan het artikel zelf en is niet rechtvaardig.  In het artikel wordt immers toch gewezen op de onmiskenbare positieve vruchten. Er wordt verder in gezegd dat het hoogste kerkelijk gezag de verschijningen nog steeds niet ‘bovennatuurlijk’ heeft verklaard en dat men dus niet de indruk moet geven alles te legaliseren.  Er wordt verder gewezen op de vrij koele en zelfs afwijzende houding van de twee opeenvolgende bisschoppen van Mostar.  Vooral echter wordt de ongehoorzaamheid in het licht gesteld van de franciscanen ten overstaan van het bisschoppelijk gezag en hun eigen oversten.  Dank zij de sympathie van maarschalk Tito hebben de paters jarenlang vrij kunnen evangeliseren in die streek maar nu vraagt de bisschop onderwerping aan het bisschoppelijk gezag en de overdracht van een aantal parochies aan diocesane priesters.  Binnenkerkelijke discussies dus blijkbaar, waarbij het onze persoonlijke overtuiging is dat onderwerping aan de bisschop, in overeenstemming met de Vaticaanse richtlijnen nog steeds de beste oplossing is, zelfs wanneer het duidelijk zou zijn dat de bisschop zich vergist.  Achteraf blijkt zoiets vaak de meest vruchtbare manier van reageren vanwege een katholiek christen.  Ondertussen zijn er onmiskenbaar veel positieve geestelijke vruchten van Medjugorje en daarom onderstaand getuigenis.  P.S. In het blaadje ‘Koningin van de Vrede, juli/augustus 2001 lezen we op. blz. 2 ‘Meer en meer bisschoppen brengen een bezoek en geven positieve getuigenissen.  De bisschop van Mostar spreekt zijn waardering uit over het werk van de nieuwe ploeg parochiepriesters te Medjugorje’)

Gebed - Sacrament van de verzoening

“Het is maandag 25 juni 2001 bijna 18.00 uur in de namiddag. De temperatuur wijst meer dan 35 graden. We hebben enige beschutting gezocht bij een rij druivenstruiken in het open veld, gelegen achter de fraaie met dubbele torens geflankeerde St.- Jacobuskerk van Medjugorje.

Vóór ons is het hele veld bezet door bedevaartgangers; van jong tot oud en afkomstig uit werkelijk de gehele wereld. De meesten zitten in het gras; enkelen op stoeltjes of bankjes; sommigen devoot geknield. Allen zijn we gericht op de direct achter de kerk geplaatste halfopen glazen kiosk, waarin zich ruim 250 priesters hebben verzameld voor de H. Eucharistie.  Zowel de kerk zelf als de voor- en zijkanten ervan zijn eveneens gevuld met mensen.  In de biechtstoelen, bijeengebracht in een langwerpig gebouw, onder parasols op het grasveld bij de Sacramentskapel en op diverse andere plaatsen  wordt doorlopend biecht gehoord.   Volgens schattingen zijn er ruim 100.000 bezoekers aanwezig, waaronder voor zover na te gaan hooguit zo’n 100 tot 150 Nederlanders en Vlamingen; maar toch…. ze zijn er.

Rozenkrans - Eucharistie - Aanbidding

Gewoontegetrouw begint voorafgaand aan de dagelijkse Eucharistieviering van 19.00 uur om deze tijd het Rozenkransgebed. Elk “tientje” van de Rozenkrans wordt in een andere taal voorgebeden, terwijl gezamenlijk in de eigen landstaal wordt nagebeden. Om 18.40 uur zal een korte onderbreking plaatsvinden ter overweging van de dagelijkse Mariaverschijning aan de zieners. Na afloop van de H. Mis is er - begeleid door lofprijzingmuziek - aanbidding van het Allerheiligste. Ieder zoekt dan naar innerlijke stilte en rust, opdat in gebed de vereniging met de aanwezige God op bijzondere wijze ervaren mag worden.

Maria de verwijzende

Het is vandaag precies 20 jaar geleden, dat Maria voor het eerst aan 6 jongeren (10 tot 15 jaar) verscheen in Medjugorje; destijds een klein armoedig dorpje in Bosnië-Hercegowina.   De Gospa, zoals Maria in het Kroatisch wordt genoemd, presenteert Zich als de Koningin van de Vrede. De Heilige Maagd vraagt de kinderen om toewijding aan Haar Onbevlekte hart, opdat Zij ons kan aanbieden aan het Heilig Hart van Jezus. Zij noemt deze tijd een tijd van  Gods Genade en nodigt ons (door de kinderen) uit ons voor deze genade open te stellen. 

Boodschap van Medjugorje

De boodschappen van Medjugorje vormen een hedendaagse verkondiging van het Evangelie. De Blijde Boodschap van Verlossing, die je binnentreedt door geloof en overgave aan God, door gebed, dat alles vermag en door vrede en liefde in jezelf, met God en met je naaste. Onze Hemelse Moeder nodigt “haar kindertjes” en daarmede ons voortdurend en met nadruk uit tot het dagelijkse gebed (“Bidt, Bidt, Bidt, met het hart ..”), het lezen van de H. Schrift, het bijwonen van de H. Eucharistie (“waarin Christus echt aanwezig is”), het ontvangen van het sacrament van de biecht en het vasten (“om sterk te staan tegen het kwaad”).   Centraal in al de boodschappen van de Moeder Gods staat Jezus en Zijn Oneindige Liefde. Tenminste elke 25e van de maand wordt een boodschap wereldkundig gemaakt.

Spirituele vernieuwing

Volgens de zieners zegt Maria Medjugorje te hebben uitgekozen, omdat het gebed  er (nog) echt wordt beleefd. Vast staat, dat in de afgelopen 20 jaar in deze streek van de Balkan veel rijke vruchten zijn voortgebracht. Wonderbare gebeurtenissen vinden er plaats. Talloze bezoekers hebben er bekering en ervaringen van zuivering en geestelijke vernieuwing ondergaan. Ter plaatse zijn religieuze gemeenschappen, gebedsgroepen en opvanghuizen voor verslaafden en weeskinderen gesticht. Er mag met recht van een genadeoord worden gesproken. Wij kunnen getuigen van de welhaast tastbare aanwezigheid van de H. Geest.

Heimwee naar vernieuwing van de Kerk

Het valt dan ook te begrijpen hoe zwaar de terugkeer naar huis kan zijn, waar - vooral in onze landen - in zovele parochies van een dergelijke vorm van spiritualiteit nauwelijks nog iets te bespeuren valt. Ook hier mogen wij evenwel ons vertrouwen stellen op God.

Voorlopig verblijven wij nog enkele dagen in Medjugorje. We vormen met nog tien personen uit Zeeuwsch-Vlaanderen,  tien van elders uit Nederland en vijf mensen uit België, waaronder de priester, die ons geestelijk begeleid, een groep. Naast Eucharistie- en gebedsvieringen staan ons nog de beklimming van de Kruisberg en de Verschijningsberg, alsmede conferenties van zieners en bezoeken aan bijzondere plaatsen te wachten. 

Inmiddels hebben de klokken de aanvang van het Rozenkransgebed ingeluid. Er heerst nu een volledige en overweldigende stilte. Ieder concentreert zich op zijn Rozenkrans en het gebed dat komt en gaat. Elk met zijn eigen intenties en gevoelens. ‘Heer, mogen onze gebeden van deze gedenkwaardige avond hier in Medjugorje ook voor allen zijn die dit lezen !’”

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -