GELOOF EN LEVEN 
JAAR 2001 nr. 2

Jaargang 105 nr 2 (april - mei - juni  2001)

INHOUD (ONDERLIJNDE artikels = opgenomen op deze pagina)


 
Pasen met Psalm 118
 
Onthaasten 
                                                         Magda De Wilde, mkg    

Thuiskomen bij je diepste identiteit                 B.Van Vossel cssr          

Uitnodiging tot een spirituele tocht      id.

Getuigenis: noodzaak van gebed.                    Andrea Van Braeckel mkg

Paulus (14)  De derde missietocht (2)  In de school van Tyrannus  Ben Van Vossel cssr       

Citaat over modernisme                                          G.K. Chesterton           

Meimaand: Mariamaand                                         red.

Katech. Kath. Kerk (KKK-16) Ik geloof in Jezus Christus comm. : B.Van Vossel cssr

Getuigenis: God ervaren in gebed en Gemeenschap. Magda De Wilde mkg

Gerardus (16) In de grootstad Napels   Gabriël Dewilde cssr5

Een spirituele tocht (1ste etappe)                                B.Van Vossel cssr          

Ik zoek U  (Gedicht)                                               L. Wauters

De eerste missievlucht naar Kongo (7)  Jozef Boon cssr

De dekaloog (1) Bovenal bemin één God (1) bvv

Klemens Hofbauer (2)                                         Ives De Mey cssr              

Ingezonden boeken (Guy Van Gestel, Myriam Van Moeffaert, Kopzorgen, Benoit Standaert, De Jezusruimte, Mike George, Op zoek naar innerlijke vrede.

Jij en Ik: een Wonder!                                               Martine Raick mkg

Pasen                                                                    Gebed uit Pasliturgie

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

PASEN (PSALM 118)

Breng dank aan de Heer, want Hij is genadig,

eindeloos is zijn erbarmen! -

Herhaal het, dienaren van de Heer:

eindeloos is zijn erbarmen! -

Ik riep tot de Heer vanuit mijn ellende,

Hij heeft mij gehoord en bevrijd.

Zij stootten mij weg en sloegen mij neer,

maar Hij heeft mij ondersteund.

Mijn kracht is de Heer en mijn lofzang:

Hij heeft mij redding gebracht! -

Nu klinkt er gejuich van feest en geluk

in alle tenten der vromen.

De Heer greep in met krachtige hand, +

de hand van de Heer heeft mij opgericht,

de hand van de Heer was machtig.

Ik zal niet sterven maar blijven leven

en alom verhalen het werk van de Heer.

Ik dank U, dat Gij mij verhoord hebt

en dat Gij mij hebt gered. -

De steen die de bouwers hebben versmaad,

die is tot hoeksteen geworden.

Het is de Heer, die dit heeft gedaan,

een wonder voor onze ogen.

Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt,

wij zullen hem vieren in blijdschap.

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

ONTHAASTEN

Magda De Wilde, Maria-Kefasgemeenschap

Vandaag, een dag eind januari, voor het eerst een lentegevoel gehad. Tijdens mijn middagpauze, zelfs een uurtje in ’t zonnetje kunnen zitten.  En het deed goed, die eerste zonnestralen van ’t jaar.  Terwijl ik daar zo zat, las ik in een foldertje deze anonieme tekst: (zie hiernaast)

Mens, neem toch tijd voor het Woord.

Daar zittend in de zon, met zicht op ’t parkje, drong het tot mij door hoe waar dit is.  Hoe zeer ikzelf ook altijd drukdoende ben  en soms mezelf en de tijd voorbij hol.  Hoe belangrijk zijn de momenten als deze, even tot rust, tot mezelf komen, mijn dieper zelf, en deze woorden overdenken!

‘En zij hadden geen woord om een gesprek te beginnen. ’

Het gesprek van de vriendschap, van het luisteren naar elkaars verhaal. Het gesprek waarin ik iets van mijn vreugde en verdriet mag weven, waarin ik iets van mijzelf mag geven. Het gesprek waarin ik de ander ook ontvang en naar hem luisteren kan.

Onze Turkse collega is overvol van haar nakend huwelijk.  Zij vertelt over de voorbereidingen, de tradities, het feest, de gastvrijheid.   Zij is geen vreemdelinge meer.

De bejaarde dame in ’t ziekenhuis, is moe, gesloten, en soms agressief.  Eén inlevend woord, en  gans het verhaal komt los, dat van een bejaarde moeder, die haar kind verloor.  Zij is geen verwarde meer.

Het kaartje dat ik van mijn buurvrouw ontving, heeft mij ook veel plezier gedaan. Een woordje vanuit haar vakantie op Tenerife.   Zij schrijft dat ze er mij een cadeautje kocht. Een licht roze bloesje, zeer mooi, zoals de bloemen op het eiland, schrijft ze. Zij is een kunstenares, met een fijn gevoel voor schoonheid, het is een verrijking af en toe met haar eens in gesprek te gaan.

‘Mens, neem toch tijd voor het Woord. ’

Het Woord, met een hoofdletter. Een vergeten Woord?

Als ik voor dat woord, het Woord van God, tijd neem, dan is God geen verre, vreemde meer.

Ik lees dus dagelijks een stukje uit de Bijbel. Ik luister naar Gods Woord in de zondagse Eucharistieviering. En éenmaal in de week, neem ik ook een uurtje de tijd, om samen met anderen, in de gebedsgroep, naar Gods Woord te luisteren en er mee te bidden.

En dat Woord geeft mij vaak nieuwe kracht, hoop, troost. Zo overwogen wij de voorbije week het volgende Bijbelwoord:

‘Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben er van overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die er is in Christus Jezus onze Heer. ’(Rom. 8,35-39)

Op TV beluisterde ik het verhaal van een Kongolees gezin.  De moeder verhaalde van hun gevangenschap, onvrijheid, honger, maar ook van hun geloof en vertrouwen op God. Toen kwam dat woord uit de brief van Paulus aan de Romeinen, weer in mijn gedachte: ‘Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?’

Duizenden doden bij aardbevingen in El Salvador en India. Een mega-natuurramp, wat moeten wij mensen daarmee?

Maar bij God ligt onze redding, hij geeft ons zijn Woord, om van te leven.  Ik denk aan Jezus Christus die tot ons zegt: ‘In het huis van mijn Vader is er plaats voor velen.’  Geen mens gaat verloren bij God, Hij geeft eeuwig leven.  Gods woord geeft mij een verrijking en inzicht die uitstijgt boven het menselijke. Ik zou het niet meer kunnen missen of wegdenken uit mijn leven.

Het zonnetje is al lang onder wanneer ik nog even luister naar Radio Klara (KLAssieke RAdio). Mooie muziek: monniken zingen  de goddelijke liturgie  volgens de oosterse ritus.  En wat zegt de speaker achteraf?  ‘Onthaasting is het sleutelwoord voor elke ritus,vooral voor de Oosterse. ’

(Dit cursiefje werd  geschreven een maand voordat minister Oncelinckx ‘onthaasten’ wou promoten)

 

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

THUISKOMEN… BIJ JE DIEPSTE IDENTITEIT

Ben Van Vosel cssr

Is dat alles?

Wij verwijten aan onze moderne (westerse) wereld de jacht en de stress, de ontwaarding van zoveel waarden, het gevoel van onbehagen bij zeer velen, de indruk van “Is het dat maar?  Ik had het leven toch heel anders gedroomd!”  We denken daar wel eens over na.  We trachten terug wat in onze voegen te komen door wat vakantie te nemen, zelfs meer en meer snippervakantietjes in te lassen, een comfortabeler fauteuil en bed…  Men tracht de gevolgen van een en ander wat  recht te trekken of eraan te verhelpen.  Meer en meer mensen zoeken ook hun heil in allerlei heilstherapieën, ontspanningstrainingen, oriëntaalse meditatietechnieken die de hemel op aarde beloven.

Thuiskomen in de onvermoede werkelijkheid

Als christenen lopen we vaak voorbij aan de heilsweg die we vanuit ons geloof aangewezen kregen.  We zijn miljonnairs die het zelf niet weten.  Die heilsweg heeft echter niet op de eerste weg een gevoel van welbehagen als doel, maar heeft als eerste doel ons te wijzen op wat we ten diepste zijn: kinderen van een liefhebbende God.  En ons leven als christen heeft ook weer niet als eerste doel: gelukkig worden, maar: God liefhebben.  Niet interessant?  Als we ons opnieuw bewust worden dat we kinderen zijn van die liefhebbende, persoonlijke God en als we opnieuw God trachten lief te hebben, dan volgt daaruit automatisch dat we tot de diepe vrede komen, die de wereld ons niet kan schenken.  We leven dan immers in harmonie met de diepste bedoeling van ons bestaan.

Het gaat in de eerste plaats om ‘Hem’

Dit is een weg die zelfs het verre Oosten ons niet kan schenken.  In veel oriëntaalse stromingen immers krijgt God (Jahwe = ‘Hij die ons helpend en reddend nabij is’) geen naam, blijft Hij zelfs iets onpersoonlijks (een soort energetische kracht of hoe men dit dan ook gaat noemen).  Uit dat onpersoonlijke is mijn bestaan opgerezen, vaak dan nog doorheen vele (re-)incarnaties.  En de vrede, het geluk moet ik puren uit het stil aanwezig blijven bij mijn diepste kern (wat dat dan ook moge zijn).  In de meeste oriëntaalse stromingen gaat het dan ook uitsluitend over mijn eigen (gevoel van) welbehagen.

Het gaat in die stromingen meestal over “de weg naar binnen”.  Dit is een belangrijke weg.  Naast andere wegen.  Franciscus van Assisi bijvoorbeeld vond langs het beschouwen van zon en maan en de aarde,  van de vruchten, het vuur en het water de weg naar God, zijn Vader en het deed hem dansen van vreugde.  Maar eigenlijk was hij dan ook reeds een eind op de weg naar binnen.  Hij was al vol van God.  Hij leefde daaruit, Hij beleefde dat.  Hij zag God en zijn werk overal weerspiegeld.  Hij zag de schepselen als zijn broeders omdat Hij God als zijn Vader zag.

In mijn diepste kern ontmoet ik ‘Hem’

De “weg naar binnen” is geen voor de handliggende weg voor moderne mensen.  Zij zijn immers nooit thuis.  Nooit thuis bij zichzelf.  Misschien komt dat omdat ze niet meer weten wat een thuis is.  Want ook thuis is het een komen en gaan, een teeveelawaai dat zich overal komt mengen in de huiselijke intimiteit, de B.V.’s zeggen immers wat je moet denken en hoe je gedragen, de federale ministers gieten dat in wetten…  Wij hoeven niet meer na te denken, wij hoeven enkel maar te werken en in het rijtje te lopen, zij zorgen wel voor welvaart.  Voor de rest ben je vrij.  Profiteren dus maar.   Nee, de “weg naar binnen” ligt niet voor de hand.  Maar het is binnen in ons, in ons diepste wezen dat God aanwezig is.  Niet als onpersoonlijke macht, niet als onpersoonlijke Grond van mijn bestaan, maar als persoonlijke, goddelijke Aanwezigheid, als persoonlijke dragende kracht van mijn bestaan.  Een Aanwezigheid vol liefde, vol goede bedoelingen, vol kracht naar de toekomst, vol barmhartigheid naar het verleden, vol bemoediging voor het heden.  “Jij bent mijn welbeminde zoon, mijn welbeminde dochter”.

Kind, kom naar huis!

Je kan dat hier zo lezen en je kan dat beamen, er ‘ja’ op zeggen.  Maar komen tot dat diepe besef en er vanuit gaan leven vereist een lange weg naar binnen.  Trachten thuis te komen bij wat je ten diepste bent: kind van God.  Trachten te gaan leven vanuit die allesomvattende liefdevolle Aanwezigheid van God, jouw Vader.  In Jezus heeft Hij zijn liefde ten overvloede getoond.  Elk kruis mag je weer thuisbrengen bij jouw diepste kern: God die jou kent en … liefheeft! 

En stilaan, stilaan, en af en toe heel plots en duidelijk, gaat er licht doorbreken in je leven en voel je je omgeven door die warme aanwezigheid van die persoonlijke God die jou persoonlijk liefheeft.  En diepe vrede.  Je komt thuis bij jezelf terwijl je thuiskomt bij God.  Maak wat tijd voor Hem.  Wees niet bang van de stilte.  Meen niet dat je je tijd verliest terwijl je even een stil hoekje opzoekt, of even opkijkt naar het kruis, of wat in je bijbel leest, of gewoon maar stil blijft tijdens die afspraak met God.  De voornaamste afspraak van je leven.  De dagelijkse afspraak.  Daar voltrekt zich de grote ommekeer in je leven.  In die momenten van aanwezig komen voor de altijd Aanwezige.  En dan stoort het niet dat je gedachten afdwalen, of dat je zit te knikkebollen.  Zeg in je hart “Jezus”, of “Abba, mijn Vader”.  Zeg het vaak…

Maar zoek die stilte niet om haarzelf, of om jezelf, om wat er voor jou aan vastzit aan positieve resultaten van innerlijke rust, vrede, een diep gevoel van geborgenheid.  God is het meer dan waard dat je tijd maakt voor Hem.

Midden onze potten en pannen

En nog iets.  Vanuit die diepe vrede, vanuit de koestering door God wordt je gezonden.  Je blijft niet op zijn schoot zitten, Hij leert je lopen en boodschappen doen voor een ander.  Hij zendt je naar anderen.  Hij zendt je uit het cenakel om Goed Nieuws te brengen naar jouw medemensen en naar al wat is.  Dat “Goede Nieuws” is nog altijd onveranderd: “God houdt van jou”,”God is liefde!”.  Wij blijven niet op de Tabor zitten: in het dal krioelt het van mensen, mensen met vragen, mensen met noden, mensen die zoeken naar zin.  Daartussen mogen wij leven, als in een Oase in de Stad.  Maar midden die drukte blijven wij opzien naar de dragende kracht van ons leven.  Er komt een tijd dat wij bijna altijd thuis zijn, ook als wij midden onze zending staan, midden onze potten en pannen, midden het college geven, midden het kantoorwerk.  Misschien is het gewoon maar een diep gevoel van vrede, een wazig gevoel van geborgenheid.  En soms, ik wil het niet verdoezelen, zit je als het ware in de woestijn in plaats van in de oase.  Dan is het geloof de baken, en je hart dat tot liefde is geschapen, en hier en daar een mens, of een groep, die vanuit hetzelfde heimwee leeft…

Willen we het eens proberen?  Die weg naar binnen?

Lees dan verder: Uitnodiging tot een Spirituele Tocht.

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

UITNODIGING TOT EEN SPIRITUELE TOCHT

Ben Van Vossel cssr

Een paradijs voor de mens

Een mooi beeld in de joods-christelijke godsdienst is het beeld van God die bij het opkomen van de middagwind wat komt rondwandelen in de tuin van Eden, in die paradijselijke omgeving waar ook zijn laatste schepping, man en vrouw, zich ergens bevinden (Genesis 3,8). God had immers, om het in de woorden van het tweede scheppingsverhaal te zeggen een tuin aange- legd “in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had.  De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten.  Midden in de tuin stonden de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad.  In Eden ontspringt de rivier die water geeft aan de tuin…”  (Genesis 2, 8-10).  Een heerlijk tafereel.  Paradijselijk.

Even schitterend trouwens is het beeld van het nieuwe Jeruzalem, waarover we lezen in het laatste boek van het Nieuwe Testament: Een stad opgericht met goud en edelstenen van allerlei soort.  “De stad heeft het licht van zon en maan niet nodig, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en haar lamp is het Lam…  Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het Lam.  Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing” (Apocalyps 21-22,2).

Zoektocht naar echt heil

Over leven en licht gaat het in de Schrift, over echt leven en echt heil.  En daar zijn we als mensen naar op zoek.  Langs allerlei wegen.  Vaak zoeken we het nog in het materiële.  Maar nogal wat personen kwamen tot het inzicht dat bezit en aanzien je uiteindelijk geen volledig en blijvend geluk garanderen.  Je bent vaak alleen en er is zo’n onbestemde honger in je hart naar méér.  Verwonder je daarover niet.  Iemand heeft die honger in jou gelegd.  Iemand die jou het eerst in de ogen heeft gekeken, tot diep in je hart, tot in je diepste wezen.  En daar is Hij aanwezig gebleven.  En jouw hart zal onrustig blijven, totdat het rust in Hem. 

Andere wegen

Velen gaan tegenwoordig een spirituele weg, of zijn er naar op zoek.  Zij komen een eindweegs ver, zij hebben soms sterke ervaringen en vaak noemen zij het spirituele ervaringen.  Het zijn personen die vroeger nog contact hadden met een of andere christelijke kerk,  of personen die nooit veel gehoord hebben over God, over Jezus Christus of het christendom.  En langs persoonlijke contacten, langs bepaalde lectuur, soms naar aanleiding van een buitenlandse reis kwamen ze in contact met oosterse gedachtestromingen, met personen die beweren dat zij het geheim kennen van de weg naar het geluk of personen (soms wel eens charlatans hoor) die hen spreken over energiestromen, allerlei kosmische stralingen, astrologie en tarotkaarten, mediums enz…  Sommige personen komen sterk onder de indruk van deze zaken omdat ze een soort zekerheid en geluk aanzeggen waar mensen, ook vandaag, naar op zoek zijn.  En het lijkt nog te kloppen ook.  Bepaalde verschijnselen lijken te bevestigen dat hier wel degelijk iets gaande is, dat je daar met een kennis en krachtbron in contact bent die realiteit is en waar je je dus aan durft toevertrouwen.

Mysterievol en toch levensnabij

Ik zou je in deze artikelenreeks een soortgelijke en tegelijk totaal andere weg willen aanwijzen.  Het gaat daar ook om een mysterie, een diep geheim, maar niet om geheimdoenerij.  Het gaat daar niet om iets dat alleen door enkele krachtpatsers of wereldvreemden kan bereikt worden, maar een deur die wagenwijd openstaat voor allen.  Dat ontgoochelt je toch niet?  Het gaat om iets dat diep spiritueel is en tegelijk heel levensnabij, heel gewoon binnenwerelds.  Je hoeft geen uren op je hoofd te gaan staan, je niet blind te staren op één punt, geen computerprogramma’s over astrologie uit te vlooien.  Nee, je mag gewoon mens blijven, met je twee voeten op de grond, levend tussen gewone mensen, zelfs midden de drukte van het moderne leven, in de - voorlopig - nog stinkende uitlaatgassen, de - nog altijd - overdreven dioxineuitstoot van sommige fabrieksschouwen, midden het lawaai van teevee en de leegte van zoveel woordenkramerij (“Hoe meer woorden, hoe meer onzin.  En wat heb je daaraan”, zegt Prediker 6,11).  Maar midden die drukte kan je toch een geestelijke tocht ondernemen.

Uitnodiging tot een spirituele tocht

Als je het zou wensen kunnen we samen een tocht maken naar het ‘paradijs’, waar Hij met jou wil wandelen, waar Hij tot jouw hart kan spreken en jij tot het Zijne.  Zo heel erg moeilijk kan het niet zijn, want Hij kent jouw hart beter dan jij het zelf kent.  Gaan we even op weg naar dat paradijs ?  Naar de rivier met levend water?   Naar de levensboom?  Zint het je?

Of nee.  Laten we nog even wachten.  Ja, laten we nog even eerlijk bekijken wat die spirituele tocht je gaat kosten.  Ik heb ooit een  mevrouw gekend die in het kader van een spirituele ontdekkingstocht zo ongeveer haar hele hebben en houden kwijtspeelde.  Allerlei kostelijke cursussen volgde ze.  Je zou het een verslaving kunnen noemen.  De goeroe moet immers ook leven en sommigen willen nog wel eens iets méér.  Een van de laatste zaken die zij wou leren was ‘vliegen’.  En inderdaad, op het eind kon ze zoals een kikvors met enkele sprongen een zaal oversteken.  Fantastisch niet!  Fantastisch?  Nou, ik heb er zo mijn idee over.  Laat me in ieder geval duidelijk zijn omtrent dat ‘hebben en houden’.  Het gaat ons hier om een innerlijke tocht, die je zelf te gaan hebt en het gaat je niet meer kosten dan de moeite om deze artikelenreeks door te nemen.  Daarna is het jouw werk.  Okay?

Jouw werk?  Ja, maar niet alleen joùw prestatie.  Dan zouden we nog maar op het niveau zitten van een of andere asceet of yogi, en ik zou je toch wel wat verder willen brengen, naar een diepere spirituele ervaring.  Van bij het begin is er dus ook Iemand anders in het spel.  Maar daarover hebben we het nog.  Even geduld.

… om voller te leven

Ik zou het ook nog willen hebben over de bril die je moet opzetten.  Een spirituele bril namelijk.  Ik bedoel dit: zolang je blijft staan bij ‘ervaring’, bij ‘gevoelen’, bij ‘deugddoend’ zitten we nog wat aan de oppervlakte.  De realiteit is wat er echt gebeurt aan jou tijdens die spirituele tocht, wat er echt gebeurt tussen jou en die Iemand.  De ‘juiste bril’ is met andere woorden een soort ontnuchtering waardoor je niet meer uit bent op wat spirituele ervaringen die jou moeten ophelpen uit je angsten, je onvoldaanheid, je teleurstellingen, je zorgen, je moedeloosheid.  Een spirituele tocht heeft dat alles niet als eerste doel, wel als resultaat.  Een spirituele tocht heeft als drijfkracht het verlangen om in de realiteit terecht te komen, om je eigenheid en je persoon niet te laten wegsmelten in de ‘onmiddellijkheid’, in het direct grijpbare, het direct tastbare, het direct nuttige, het direct genot schenkende.  Deze spirituele tocht vereist reeds een soort innerlijke sterkte, een beslissing die je doet kiezen voor een weg, die wellicht wat moeite zal vragen, maar waarvan je vermoedt dat daardoor het diepste van jezelf kan openbloeien.  Daardoor zal je je inderdaad beter kunnen situeren en handhaven in dat stukje wereld dat jouw leefwereld is.

Na deze bedenkingen kunnen we nu wel op weg gaan.  Als het je zint, natuurlijk.  Denk er eens over.  En lees dan desgevallend het eerste artikel op blz. 68 .  Wellicht durf je de eerste etappe van die spirituele tocht wel aan.  Het zal je niet berouwen.

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

GETUIGENIS: NOODZAAK VAN GEBED

Andrea Van Braeckel

Maria-Kefasgemeenschap

Ik werkte als verpleegster op de afdeling “intensieve zorgen”.  Er was vaak overvloed van werk.  Ik presteerde dan ook nogal wat uren, maar ik deed dit werk heel graag, het was mijn leven.  Alleen,  teveel is te veel.  Voor gebed bijvoorbeeld was er in mijn leven dikwijls geen tijd..  Een paar mensen hadden me al meermaals aangeraden wat minder te werken, zodat ik terug meer tijd kreeg voor gebed. Dat was in mijn ogen echter onmogelijk, het werk dat er was “moest” volgens mij ook gebeuren.. Tot op een zondag, ik vergeet die dag nooit, het was 4 oktober, ik zat heel verwonderlijk ‘s middags in de kliniekkapel, en daar ik wat schrik had van de stilte nam ik een klein boekje, ik sloeg het open en las daar het volgende: “Als je heden (= nu!) Gods stem hoort, doe wat Hij je zegt, doe het zonder uitstel en je vreugde zal volkomen zijn”.

Deze woorden maakten me stil...  En die avond heb ik lang bij Hem gezeten, woordeloos, van Hart tot hart ... een zeer grote vrede en vreugde kwam over mij.

Vanaf die dag is er veel veranderd in mijn leven. Ik kon mijn werk gemakkelijker loslaten,  ik legde het in Zijn handen. Ik werkte veel vlotter, blijer, soepeler; ik was enorm veranderd, ook tegenover de verpleegsters waar ik mee samenwerkte.  Ik mocht ervaren hoe Hij altijd bij mij was!  Ik werkte minder uren en toch was al mijn werk gedaan. Ik mocht Hem leren kennen als een LEVENDE Heer die er altijd is.  Ik verlangde om stil bij Hem te zijn. De mensen waar ik mee samen leefde en werkte begrepen er niets van, ze vroegen wat er met mij gebeurd was. Ik kon alleen maar antwoorden: “vroeger deed ik mijn goesting, ik schikte alles en nu neemt Hij de leiding van mijn leven in handen.”  Het was een grote genade voor mij en voor allen waar ik mee samenwerkte, want ik kon er niet over zwijgen. Ik ben er de Heer echt dankbaar voor.

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

PAULUS (14)  DE DERDE MISSIETOCHT (2)

In de school van Tyrannus

door : Ben Van Vossel cssr

Zijn driejarig verblijf te Efese (van 52 tot 55 na Christus) begon Paulus, naar zijn gewoonte, met eerst te prediken in de synagoge.  Hij kreeg nogal wat volgelingen die zijn leer (‘de Weg’) aannamen.  Maar een deel van de personen die naar het gebedshuis kwamen begon het christelijk onderricht te belasteren.  Paulus oordeelt dan dat hij best afzonderlijk kan vergaderen met ‘zijn leerlingen’ (Handelingen 19,9).  Hij huurt daartoe een zaal in de school van een zekere Tyrannus.  Gedurende twee jaar houdt hij daar dagelijks onderrichtingen.  Zowel joden als ‘heidenen’ uit Efese en de wijde omtrek komen erheen.  Een multiculturele kerkgemeenschap.

Niet enkel zijn woorden maken indruk.  Handelingen 19 vermeldt dat God buitengewone wonderen deed door Paulus; sommigen bewaarden zelfs als een soort relieken de zweetdoeken en kleren die hij gedragen had; door het aanraken van die relieken werden zieken genezen en demonen (psychische ziekten of kwade beïnvloeding) uitgedreven.  Dit charisma van genezing was wel wat verbonden met de persoon van Paulus zelf, want toen enige rondtrekkende joodse duivelbezweerders ook een boze geest trachtten uit te drijven met  “Ik bezweer u bij de Jezus, de Paulus predikt” kregen ze van de bezetene ten antwoord : “ Jezus ken ik, wie Paulus is weet ik ook; maar gij, wie zijt gij?”  “Toen sprong de man waarin de boze geest huisde, op hen toe, overweldigde hen allen en zijn kracht was zo groot, dat ze naakt en overdekt met wonden uit dat huis moesten wegvluchten. Dit werd bekend aan alle Joden en Grieken die in Efese woonden; heilig ontzag overviel hen allen en de naam van de Heer Jezus werd hoog geprezen”. (Handelingen 19,17)

Met toverij en esoterische praktijken wou Paulus zich echt niet inlaten.  Alleen vanuit het geloof wilde hij kracht ontvangen.  Dit houdt een boodschap in voor hedendaagse christenen, die zowel met Christus als met tal van esoterische zaken op weg willen gaan.  Sommige Christenen van Efese zaten met soortgelijke vlooien geplaagd.  Pasbekeerde christenen hadden vaak nog een zware rugzak vol met al die niet-christelijke rommel: talismannen, tovermiddelen, amuletten, hele verzamelingen van toverformules, handboeken over tovenarij…  Als ze zich bekeerden moesten ze die rugzak uitladen: je kiest voor Christus, of je stelt je hoop op al die prullen die je koestert.  Een deel van hen bracht al die verafgode zaken en boeken bijeen en maken er een publieke brandstapel van. “Men berekende de waarde ervan en kwam tot een bedrag van vijftigduizend zilverstukken. Zo nam het woord des Heren onweerstaanbaar toe in kracht” (Hand. 19,19-20).

Een hedendaags christen wordt ook voortdurend voor de keuze gesteld:  Bouw ik op God of op de horoscoop, op stenen met zogenaamd kosmische straling, op Yomanda, … (vul zelf maar in).  Iemand bracht me haar tarotkaarten om te verbranden; ze wou vrij komen en zich onder de heerschappij van Jezus plaatsen.  Een andere keer kwam een waarzegster vragen dat ik over haar wou bidden, want er was een grote angst over haar gekomen.  Ik vroeg haar: “Geloof je zelf in je waarzeggerij vanuit die kaarten?”  “Natuurlijk niet, zei ze.  Wanneer iemand binnenkomt voor een sessie, dan zie ik al wat die persoon mankeert, en als ik hem dan wat gesproken heb, weet ik hoe ik die kan helpen; daar heb ik die kaarten niet voor nodig”.  “Waarom help je die mensen dan zo niet, zonder dat kaartleggen?” “Dan zou ik het niet kunnen”. Deze vrouw had  nog geen echte keuze gemaakt.  “Want gij moogt geen andere god vereren. Jahwe heet immers de jaloerse, Hij is een jaloerse God”, wist het Oude testament reeds (Exodus 34,14 ).  Wij hoeven dan echt niet alles te gaan stukslaan zoals de Taliban in Afghanistan deden met wereldberoemde Boeddhabeelden of zoals de Israëlieten in Exodus werd opgedragen (‘Gij moet hun altaren afbreken, hun heilige zuilen stukslaan en hun heilige palen omhakken’ Ex.34,13) of zoals ook de missionarissen deden bij het begin van de christianisering van onze gewesten.  Voor onszelf echter moeten wij duidelijke keuzen maken, want anders blijven we gif dragen in ons hart en dat zaaien we (bewust en onbewust) bij anderen uit.

Om tot Paulus terug te keren: in de voormiddag werkte hij voor zijn levensonderhoud.  Een rabbijnse vermaning zei immers: “Als de studie van de Thora niet met arbeid gepaard gaat,  leidt ze uiteindelijk tot nalatigheid en mondt ze uit in de zonde” (Abot 2,2).  In de vroege namiddag leidde hij zijn leerlingen op en predikte hij voor allen die in de zaal van Tyrannus kwamen.  Hij ontving daarna heel wat volk uit de hele provincie en hij gebruikte die tijd ook om aan zijn ‘kinderen’ te schrijven: Galaten, Filippenzenen, Korintiërs.  De christelijke zaak gedijde in Efese en Paulus meende dat anderen zijn werk konden overnemen.  Zelf wou hij de christengemeenten van Macedonië en Achaia gaan bezoeken.  Jeruzalem en Rome stonden ook nog op zijn agenda.  Hij zond zijn helpers Timoteüs en Erastus voor naar Griekenland en wou dan zijn verblijf hier in schoonheid besluiten.  Maar het liep heel anders af, of wat had je gedacht? (Volgende keer meer hierover).

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

MEIMAAND: MARIAMAAND

Een maand om ons te herbronnen rond het mysterie van Maria, een mysterie dat we maar onbevangen kunnen benaderen, wanneer we het ontvingen van de heilige Geest, of langs de gebeden, feesten en liederen van de Kerkgemeenschap.  Maria is de ‘verwijzende naar Jezus’: ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’. 

 

KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (16)

resumé en commentaar : Ben Van Vossel cssr

 

Hoofdstuk 2  Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God  (KKK nr.422—455)

In de huidige evangelisatie komen we vaak niet verder dan te zeggen dat God van ons houdt, dat Hij het geluk wil voor de mens. Je kan dat op sommige ogenblikken sterk ervaren, op momenten van geluk en ontroering bijvoorbeeld en we vernemen het ook uit woorden van de profeten en de geschiedenis van het Godsvolk.  Maar pas in Jezus Christus, de Zoon van God hebben we het in volheid mogen vernemen en ervaren.  En evangeliseren zal dus vooral het verkondigen van Jezus zijn in Wie God zich volledig heeft uitgesproken en zich heeft doen kennen als een God van liefde en trouw. Vanuit Jezus krijgen wij contact met de Vader, vanuit Jezus ontvangen wij de heilige Geest die ons samenbrengt rond Jezus.  Onze liefdevolle kennis van Jezus maakt ons tot getuigen van God.

Het tweede artikel van onze christelijke geloofsbelijdenis gaat dan ook over Jezus: “Ik geloof in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer”.

I  Jezus.

Voor christenen is 4jezus’ een naam die ons raakt tot in ons hart.  Een naam die we graag uitspreken.  Het is een wondermooie naam: ‘Jesjoea’ en hij betekent: “Jahwe, God, is redding”.  Jezus is immers gekomen om ons te redden uit onze zonden, uit een weg van onheil, een doodlopende weg.  Dat is dus heel wat meer en gaat veel dieper dan een redding van uitwendige vijanden (zoals het Oud-testamentische Godsvolk het nogal eens verstond).  In de zonde zegt een mens aan God: Ik ga mijn eigen weg, ik zal zelf mijn geluk wel zoeken want Jou vertrouw ik niet.  In Jezus treedt God zelf ons tegemoet; alleen in Hem vinden wij ons heil als mens (Handelingen 4,12).  Jezus heeft de zonde van de wereld gedragen, in Hem heeft God ons met zich verzoend.

In de verheerlijking van Jezus heeft God getoond dat in Jezus’ Naam Gods Naam overal geprezen wordt.

Jezus’ Naam staat centraal in het christelijk gebed.  Omzeggens alle gebeden van de liturgie eindigen met het formule “door onze Heer Jezus Christus”.  En zelfs het mariale gebed, het weesgegroet, vindt zijn hoogtepunt in de woorden “en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot”.  De Oosterse christenen laten hun hart onophoudelijk het Jezusgebed bidden : “Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar”.  Ook in hun sterven hebben veel christenen Jezus’ Naam op de lippen.  “Jezus”, “Mijn Jezus, barmhartigheid”.

II  Christus

‘Christus’ is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse “Messias”, gezalfde, de uitverkorene van God, de gezondene van de Vader.  Gezonden om Gods rijk definitief te stichten.  Jezus zelf aanvaardde die benaming wel, maar soms met wat huiver, omdat sommigen - zoals we reeds aangaven -  een al te aardse Messias verwachtten, die het Joodse volk zou bevrijden van het juk van de Romeinse bezetter (zo was het in Jezus’ tijd).

Jezus maakte duidelijk dat Hij van bij de Vader kwam  (de Mensenzoon) en dat zijn weg doorheen het lijden zou gaan.  Pas na zijn verrijzenis zal Petrus het Messiaanse koningschap van Jezus uitroepen tegenover het volk: “Voor heel het huis van Israël moet dus onomstotelijk vaststaan, dat God Hem en Heer en Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekruisigd hebt” (Handelingen 2,36).

III Eniggeboren Zoon van God

Zoon van God betekent in het geval van Jezus veel meer dan dat Hij aan God toebehoort, het gaat om een openbaring die je niet door menselijke kennis verkrijgt (niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard) maar door openbaring van God (Mt 16,17).  Dat klinkt ook door in een zegswijze van Jezus als Hij over God spreekt als over “Mijn Vader en uw Vader” (Joh. 20,17), het gaat over een ander soort relatie: de Eniggeborene van de Vader (Joh. 3,16; 1,14; Rom. 1,4).

IV Heer

De hebreeuwse naam voor God, Jahweh (JHWH) wordt in het Grieks vertaald met Kyrios, Heer (Denk aan ‘Kyrie eleison’).

In bedekte termen geeft Jezus zichzelf ook deze benaming o.m. In Mt. 22,41-46) en ook wel expliciet (Gij noemt mij Heer en Meester en dat ben ik ook).  We hebben ook de mooie geloofsbelijdenis van de ‘onge- lovige’ Thomas ‘Mijn Heer en Mijn God’ die vele generaties christenen uitspraken bij de opheffing van Brood en Wijn na de consecratie.  Zo moet geen enkel mens zich aan iets of iemand op absolute wijze onderwerpen, tenzij aan God, de Vader en aan de Heer Jezus Christus.  Van in de eerste eeuw baden christenen : “Maran atha” (de Heer komt) of “Marana tha” (Heer, kom!).  Amen, Kom, Heer Jezus (einde van de Apocalyps 22,20).  Anderzijds benadrukt Paulus dat “niemand kan zeggen ‘Jezus is de Heer’, tenzij door de heilige Geest” (1 Kor. 12,3).

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

GETUIGENIS : GOD ERVAREN IN GEBED

EN IN DE CHRISTELIJKE GEMEENSCHAP

Magda De Wilde

Met het Paasfeest vieren wij de Verrijzenis van Jezus Christus. Hij is de Levende Heer.  Met het Pinksterfeest vieren wij dat de Heilige Geest, door de Vader en Jezus tot ons is gezonden. Hij is de Helper om altijd bij ons te blijven.

Als christen, is het toch belangrijk daar even bij na te denken. En mij de vraag te stellen: weet ik dat, ervaar ik dat Jezus de Levende is?  Weet ik dat de Heilige Geest mijn Helper is, en doe ik een beroep op Hem?  Het gaat dus over de ervaring van God  in mijn leven.

Als kind bad ik als een kind. En een kind bidt eigenlijk heel spontaan; misschien omdat het nog zo dicht bij zijn Schepper staat, zei onze pastoor onlangs.

Zo weet ik nog hoe wij speelden in de sneeuw, maar er was iets meer dan dat spel: een spontane dankbaarheid voor de Gever van die sneeuw, de Schepper van hemel en aarde. Ook toen wij lofliederen zongen in de kerk, met al de klassen samen, zong ik die liederen met vreugde; heel spontaan ging mijn hart uit naar God.

Eigenaardig genoeg is het daarna allemaal wat moeilijker geworden.  Jarenlang ben ik naar de Eucharistieviering geweest zonder echt contact met God. Gewoon wat formulegebeden aframmelen, zonder bewust te bidden.  In feite een heel dorre periode.  Zouden wij, mensen, die periodes soms nodig hebben om het verschil te kennen?  Het is een verschil als tussen dag en nacht, wanneer de Levende God in ons leven komt.

Het gebed, dat een bewust contact met God is, is als een gave van de Heilige Geest in mijn leven gekomen. En wel op een moment, dat het heel somber was. Op jeugdige leeftijd, geconfronteerd met lijden en dood, zocht ik reeds vroeg naar de zin van het lijden.  Ik verzamelde in die tijd mooie teksten. Mijn eerste echte bewust gebed, werd dit gekende gedicht van Felix Timmermans uit zijn ‘Adagio’:

 

Met U zijn er geen verten meer

en alles is nabij

Des levens aanvang glinstert weer

Geen gisteren en geen morgen meer

Geen tijd meer en geen uren

Geen grenzen en geen muren

En alle angst voorbij

Verlost van schaduw en van schijn

Wordt pijn en smart tot vreugd verheven

Hoe kan het leven hemel zijn

met U, o  kern van alle leven!

Hier hervond ik het bewuste contact, met de Levende, Eeuwige, en toch nabije God. Ik heb heel lang enkel dit gebed gebeden.

In mij groeide ook het verlangen om met andere mensen te kunnen bidden en op een dieper niveau met mensen te kunnen samen zijn. Het was wel een grote stap die ik moest zetten, vanuit mijn geslotenheid, naar anderen toegaan. Maar zo mocht ik dan ook, als een genade, de Levende Heer ervaren in de christelijke gemeenschap, waar Hij krachtig werkzaam is, met en doorheen mensen. Langs een paar omwegen, leerde ik de “Maria-Kefas”-gemeenschap kennen. Hier mag ik samen met ‘zussen en broers’ groeien in Godsvertrouwen, in gebed, in het luisteren naar Gods Woord.  Ook groeien in engagement voor Gods werk: de evangelisatie.

Één van de grootste ontdekkingen die ik in de gemeenschap deed, was het leren om in mijn leven op weg te gaan met Gods Woord in de Bijbel.  Ik volgde een cursus: ‘leven in de H.Geest’. Wij kregen korte Bijbelteksten mee om iedere dag te lezen en even te overwegen.  Bijbelteksten?  Ik herinnerde mij dat bij mijn oude schoolboeken nog een Nieuw Testament moest liggen.  Ik begon er in te lezen en een nieuwe wereld ging voor mij open. In Gods Woord vond ik wijsheid, waarheid, schoonheid, de betekenis van ware liefde en het antwoord op vele vragen. Het is de Heilige Geest die de woorden en daden van Jezus Christus in de Bijbel echt levend maakt voor ons, mensen. Hij maakt ze actueel, ook voor mijn eigen leven. Het grote verschil met vroeger is, dat wanneer er iets niet goed gaat, en ook als het soms een paar dagen moeilijk is om te bidden, ik altijd teruggrijp naar het Woord van God.  Echt waar, daarin vind ik steun, troost, bemoediging, geloof, hoop en liefde.

De kerkvader Augustinus, zegt dat wij door de vreugde die van de Heilige Geest komt, gedreven worden om de geestelijke dingen lief te hebben.  Deze ervaring van Gods aanwezigheid in geestelijke dingen, in de liturgie, heb ik ook leren smaken. Wanneer wij samen in de “Maria-Kefas”-gemeenschap, de Heer loven en prijzen, omdat Hij onze God is.  Of wanneer wij Hem aanbidden in het Heilig Sacrament, de Verrijzenisvespers zingen op zaterdagavond.

En natuurlijk wanneer wij samen Eucharistie vieren.  Straks mogen wij dat weer heel intens doen, ook samen met de Paters Redemptoristen. 

Het is een grote genade om de drie heilige dagen :Witte donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag, samen als christelijke gemeenschap te kunnen beleven.  Op het grootste feest van het kerkelijk jaar, Pasen, mogen wij dan ook, in vreugde en geloof samen met de hele Kerk zingen:

“De Heer is waarlijk opgestaan! Alleluia!”

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

geloofenleven@skynet.be

U kan hier uw reacties of vragen kwijt

 

EEN SPIRITUELE TOCHT (1ste etappe)

Ben Van Vossel cssr

Een woord over onze pleisterplaatsen

In onze reeks over de spirituele trektocht waartoe we je uitnodigden, willen we eerst iets zeggen over de pleisterplaatsen.  Een wat gek begin voor een trektocht.  Maar we gaan de verschillende etappes inderdaad onderbreken door enkele rustplaatsen die ook wel eens oefenplaatsen kunnen zijn of een picknick,  de spieren wat loslopen of eerder wat aansterken als in een trainingsschool; soms eerder wat ontspannings- en ademhalingsoefeningen of wat rustig, languit op de rug, de ogen laten rusten in het helder blauw van de lucht.

Het best kan je een goed tijdstip kiezen voor de etappes van deze spirituele tocht.  Voor sommigen zal dat best ’s morgens kunnen (desnoods wat vroeger opstaan! Is het je dat waard?), voor anderen zal dat eerder later op de dag kunnen als de jongere kinderen naar bed zijn, of in de voormiddag of rond de middag of direct na het werk in een kerk of kloosterkapel of in een park of in de natuur tussen de akkers.  Bij de beschrijving van de oefeningen gaan we er evenwel van uit dat ze thuis gebeuren.  Zorg dan voor een rustige ruimte, misschien richt je een kleine gebedshoek in: een icoon of kruisbeeld, een kaarsje (dat veilig genoeg is om geen brand te stichten als je het vergeet uit te blazen).  Zachte instrumentale muziek mag op de achtergrond (bv. wat Noord-indische citer) of wat Gregoriaanse of Byzantijnse liturgische muziek; het mag echt niet afleidend zijn, niet in het minst.

1ste etappe: Kind van de Vader

Onze eerste etappe in de spirituele tocht gaat over de zelfkennis, de kennis van jouw wezen.  Alvorens we ons op tocht begeven kijken we eerst en vooral eens naar onszelf,  hoe het met onszelf gesteld is.  Een gezonde christelijke mensvisie leert dat wij ‘geschapen’ zijn naar het beeld van God (Genesis 1,26-27).  Dat zal ons helpen om daarna de goede richting uit te gaan.  De blijvende basis van ons bestaan is de liefdevolle wil van God, de barmhartige, om ons tot het bestaan te roepen.  Dat geldt voor ieder mens, ook voor jou.  Jouw bestaan is diep geborgen in de heilvolle wil van God.  En je bent uniek, énig!  Zelfs als een of andere dolgedraaide wetenschapper zou overgaan tot het klonen van mensen, dan blijven die allen toch uniek, enkel en alleen al omdat hun relatie tot God uniek is.  Niemand kan jouw plaats innemen.  Je hebt je eigen leven te leven.

“Jij, God, hebt mijn diepste wezen geschapen,

mij geweven in de schoot van mijn moeder.

Dank voor het ontzagwekkend wonder dat ik ben,

voor het wonder van uw werk; hoe ga ik U ter harte!”

 (psalm 139)

1ste Pleisterplaats: “Abba”

We gaan welbewust naar de plaats waar we onze spirituele tocht gaan beginnen.  Er mag vreugde en zelfs ontroering zijn in je hart.  Iets van de vreugde waarmee in Jezus’ tijd de gelovige joodse mens optrok naar Jeruzalem en bij het zicht van de tempel de ontroering groot was, iets dergelijks als de moslimpelgrims als ze Mekka naderen, of zoals mensen die op bedetocht gaan naar Medjugorye, wanneer ze de toren zien staan.  Jouw Jeruzalem is jouw gebedshoekje of de natuur waarin je je bevindt, maar bovenal is het de diepte van je hart. 

Zet je gemakkelijk. Op een knielbankje of een gemakkelijke stoel.  Je kan even naar de icoon kijken, een Chris- tusicoon of de icoon van de H. Drievuldigheid van Roeblev of naar de je omgevende natuur.  Voel je als in een gewijde ruimte.  God ziet naar jou.  Voel je gelukkig onder zijn blik.  Je spirituele tocht vangt nu aan.

Sluit je ogen.  Zelfs als je nog niet helemaal geconcentreerd bent, wanneer geluiden van buiten jou tot je komen, of wanneer je nog verstrooid bent, dat wil zeggen, geconcentreerd op om het even welke zaken of personen :op dit ogenblik neem je de beslissing om tot God te komen, God, aanwezig in jou.  Je hoeft je daarbij niets voor te stellen, geen gelaat.  Laat je aandacht gaan naar je diepste wezen, zo diep als je ademhaling wanneer je langzaam diep uitademt en je daarbij je buik wat intrekt.  En zeg dan in stilte, zonder dat je lippen dat uitspreken, gewoon innerlijk: “Abba, Vader”.  Het is het mooiste woord dat Jezus in de mond nam, een woord dat altijd in zijn hart leefde: “Abba, Vader”. 

Ik heb eens een man gekend, het was op een retraite, die het woord ‘vader’ niet kon uitspreken, ook niet wanneer het over God ging, omdat hij zijn vader (en zijn moeder trouwens ook) alleen maar had gekend als een dronkaard, een geweldenaar, een kwaadaardig iemand, schreeuwend en vloekend.  Tijdens die retraite kreeg hij als een soort genezing het woord “herder”, waarmee hij dan op weg kon gaan, tot hij misschien ooit eens vanuit nieuwe ervaringen toch “Abba-Vader” zou kunnen zeggen.  Als jij ook minder goede ervaringen zou gehad hebben als kind, tracht je dan in te leven in wat er in Jezus omging wanneer Hij tot God bad.  God was zijn diepste thuis, waar Hij van alle eeuwigheid bemind was, uit wiens liefde Hij geen ogenblik weg was, de dragende kracht, het merg van zijn leven.  Dàt is God ook voor jou.  Telkens je traag uitademt, laat in die uitademing die naam aanwezig zijn : “Abba - Vader”.  Je bent niet alleen, Jezus bidt met jou mee.  “Abba - Vader”, het was ook zijn diepste ademhaling.  Tot in zijn doodstrijd (Markus 14,36), tot op het kruis (Lucas 23,46).  “Abba - lieve Vader”.  O nee, je bent niet alleen. “Gij hebt een geest van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba, Vader! De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest, dat wij kinderen zijn van God” (Rom. 8,15-16).  Gods geest was al in jou aan het bidden vooraleer jij aan deze spirituele oefening begon.  Nu laat je Hem maar verder bidden en je stemt je stem op Hem af: “Abba - Vader”.  Het is het gebed van Jezus dat Hij in jou wil bidden.  Abba, Vader, oorsprong van mijn leven.  Van alle eeuwigheid heb Jij me lief.  En tot in alle eeuwigheid zul Jij van mij blijven houden.  In Jezus noemt Jij me ook Jouw geliefd kind.  “Abba - mijn Vader”, ik dank U voor dit moment waarop ik me bewust mag worden van jouw eeuwige liefde voor mij.  Ik prijs U, Jij die van alle eeuwigheid bent en aan de oorsprong staat van alles wat is.  “Abba - Vader”. 

* Tracht minstens een halfuur op deze pleisterplaats te blijven.  Laat het een rustplaats zijn in  jouw diepste thuis, het hart van de Vader.

* Je uitademing mag stilaan vervuld worden van kleine toevoegingen, maar maak het niet te kunstmatig door naar allerlei woorden te gaan zoeken.  Gewoon Gods Geest in jou laten bidden: “Abba - Vader”, “Vader - mijn God”, “Vader -  ik dank U”, “Vader, ik aanbid U”, “Vader, mijn oorsprong”, “Vader, mijn toekomst”, “Vader, mijn thuis”, “Vader van Jezus”, “Vader, ik bemin U”.

* Deze pleisterplaats “Abba” mag je gedurende een week (of langer) regelmatig terug opzoeken.  Het moet de inhoud van je ademhaling worden, je hartslag… tot je de genade ontvangt dat het inderdaad de thuis wordt van waaruit je leeft en waar je telkens naar terugkeert zonder ervan weggeweest te zijn.  Zo was het bij Jezus.

* Adem niet te snel, anders krijg je teveel zuurstof binnen en vermoei je je hart.  Zeker als je hartpatiënt bent, doe dan wat voorzichtig aan; niet te diep inademen.

Je logboek

Na deze rustplaats diep je even een klein notitieboekje op (ik bedoel dit letterlijk) en je noteert er de antwoorden in op deze vragen:

1- Hoe voelde ik mij vooraleer ik bij deze pleisterplaats aankwam?

2- Wat ben ik gewaar geworden of wat heb ik ervaren of geleerd tijdens dit oponthoud?

3- Hoe voel ik me nu?

4- Wat raap ik op uit deze rustplaats, iets dat ik waardevol vind voor mijn verdere tocht?

* Je zal zelf ook wel stilaan opmerken dat deze rust- of pleisterplaatsen in feite de echte tocht zijn, of dat ze je toerusten om de echte tocht te maken doorheen het gewone leven.  Wees er dankbaar om en keer gedurende de dag en de week geregeld terug naar die pleisterplaats “Abba”, ook midden je werk, midden een kleine verplaatsing van het ene lokaal naar het andere.  Als je moet zuchten, zucht dan in je hart “Abba - mijn Vader”. Voel je thuis.  Laat een glimlach op je gelaat komen.

In volgend nummer: 2de etappe: “Bewoond door God”

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

IK ZOEK U

L. Wauters

Ik zoek U tevergeefs, mijn God,

en ‘k vind U nergens.

Het is alsof G’ afwezig zijt

in deze steden vol mensen,

in huizen van beton

en eenzaamheid.

Ik zocht U in bomen en bloemen,

in vlinders en vogels,

in mensen rondom mij.

Maar hoe ‘k ook speurde,

‘k bleef doof en blind

voor Uw aanwezigheid.

Deemoedig zink ik op de knieën,

’t is al zo grauw en onvolmaakt.

Misschien moet ik zover niet zoeken

maar eerder luisteren naar Uw roepen

heel diep vanbinnen, diep in mij.

Laat mij niet los, o Heer,

stuur mij Uw Geest,

die in een flits

U zichtbaar maakt in ieder ding.

Dan zal ik jubelen en U prijzen,

gelouterd, badend in Uw licht,

U overal te vinden in elk wezen

dat opbloeit voor Uw aangezicht.

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

DE DECALOOG (1)

Ben Van Vossel cssr

Toen ik het onlangs met een confrater had over het succes van allerlei New-age-toestanden kwamen we tot de slotsom dat onze kerkgemeenschap vroeger misschien wel wat te eenzijdig de moraal had beklemtoond en te weinig de zingeving, de waarde van waaruit je kan leven, de spirituele nood en het onbegrensde gebied van de christelijke mystiek, de rijkdom van het christelijk geloof.  Ik vond het een uitdaging om de onbekende rijkdom van het christendom wat in het licht te stellen.  Maar tegelijk vond ik het een uitdaging om dat te doen aan de hand juist van de decaloog, die ook tot de essentie van de christelijke moraal behoort.  Is het mogelijk om rond geboden en verboden iets van de rijkdom van het christelijk geloof te laten oplichten en tevens de verheven roeping om op weg te gaan met die God, die leven is, levensnabij, oneindig menslievend?  Ik wil dit samen met jullie proberen.  U mag altijd schrijven als u meent ook een en ander te kunnen bijbrengen in het doorbreken van de heidense en hedonistische dogma’s van een zogenaamd humanistische cultuur, waarvan de kwalijke geur langs alle kanten begint op te stijgen: stijging van de tienerzwangerschappen, stijgende abortuspraktijk in die gevallen (volgens een nieuwsbericht van 12 maart j.l.), een versoepelende en verwarrende drugpolitiek, een antiaids-campagne die nog altijd niet heeft begrepen hoe belangrijk een humane seksuele en relationele opvoeding is, een uit de band springende feitelijke euthanasiepraktijk waarover de pers enige maanden geleden berichtte, en nu weldra de nieuwe euthanasiewetgeving (we schrijven dit op 22 maart 2001).. 

1 Bovenal bemin één God (1)

Hij heeft ons het eerst bemind

Het christendom begint echter niet met een moraal, met wetten, met ‘dit moet je doen’, ‘dat mag je niet doen’.  Dat ze zich voortdurend hoorden veroordelen op de preekstoel heeft veel mensen van de kerk en de godsdienst verwijderd: “Je bent slecht!  Je leeft niet volgens wat de Kerk leert!  God ziet jou niet graag!” 

Dit betekent niet dat het geloof geen gevolgen heeft naar de moraal toe.  Maar het eerste van het christendom en van elke ware godsdienst is dat God ons gaarne ziet.  “Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen” (1 Joh. 4,10).  Dat is het eerste.  Ons bestaan, ons hele bestaan ligt als een baby veilig geborgen in de armen van een liefhebbende God.  We mogen op de schoot zitten van God, die als een moeder van ons houdt en zijn leven veil heeft voor ons geluk. 

En als een onschuldige lijdt?

Voor sommige mensen zal hetgeen we zegden over Gods liefde als een vloek in de oren klinken, want zij zien dan voor hun ogen de duizenden en duizenden mensen die honger lijden, kinderen, jonge mensen, ouderen; ze zien moeders die zelf geen melk meer hebben om hun baby borstvoeding te geven.  ‘Waarom moest ons kind sterven?’  ‘Waarom moest mijn man zo vroeg ‘heengaan’?’  ‘Waarom moesten kinderen in handen vallen van pedofielen, waarom moesten Julie en Mélissa door een Dutroux misbruikt en gedumpt worden?’ ‘Waarom gebeurde die volkerenmoord in Rwanda en op andere plaatsen?’  Moest dat?  Moest dat van God?  Nee, natuurlijk niet, maar waarom liet Hij dat toe? Als Hij dan toch zo’n goede vader of moeder is!  Als Hij toch almachtig is?

Hier worden gelovigen met hun neus op feiten geduwd waar ze geen hocus-pocus antwoord te voorschijn kunnen toveren.  Dat God al die treurige zaken niet wil, daar zijn we het met zijn allen wel over eens.  Maar waarom Hij niet tussenkomt, waarom Hij dat niet verhindert, dat begrijpen we niet goed.  Vooral het lijden van onschuldigen, vooral het lijden van onschuldige kinderen.  Daar komen we niet uit.  Ik moet toegeven dat ik daar ook geen antwoord op heb.  Met wijlen dokter Jan Vermeire van Poverello, wil ik dan opzien naar het kruis, waaraan de meest onschuldige mens van de wereld doodgebloed is, Jezus, Zoon van God.  Dat is ook niet te begrijpen.  Waarom is God daar niet even op voorhand tussengekomen?  Waarom moest Jezus die afschuwelijke Romeinse doodstraf ondergaan?  ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’  God zwijgt op veel van onze waarom’s. 

Of misschien zien en horen we zijn antwoord niet.  Want het kruis van Jezus heeft een vervolg gekend: “Door zijn dood heeft Hij de dood gedood en gaf Hij ons het leven”, zingen we in een charismatisch lied.  En op Pasen zingen wij in de Byzantijnse liturgie de steeds herhaalde Paasboodschap: “De Heer is verrezen uit de dood, Hij overwon de dood en geeft aan ieder die gelooft ’t leven weer”.  Met andere woorden het lijden en de dood van Jezus waren niet zinloos: het was zijn overwinning op de zonde en de dood.  Omdat Hij niet achteruit is gedeinsd en zijn blij nieuws is blijven brengen werd Hij door het kwaad bij de keel gegrepen en naar de executiepaal gesleurd.  Dat is inderdaad gebeurd, maar dat was niet het laatste woord over zijn leven.  Als christenen spreken wij dan ook over verrijzenis, en over verlossing en heil voor de hele mensheid.  En als christen kan ik alleen maar over onschuldig lijden denken als ik ook mag denken over verrijzenis en heil, in relatie tot wat Jezus heeft doorstaan en bewerkt. 

Dit zijn geen woorden die op het gevoel werken, ik weet het, dit is een geloofsinzicht dat God zelf in ons hart moet leggen en waarvoor wij ons kunnen openstellen of afsluiten.  Het lijden van elke onschuldige, ook van die daar echt niet om vroeg en die onder grote angst en gehuil de mishandeling heeft ondergaan, dat lijden is niet het laatste woord, al is het een smet op de schepping.  In verbondenheid met Jezus’ lijden ontvangt het zin en kan het juist de wereld mooier maken.  De slachtoffertjes van Dutroux zijn niet tevergeefs gestorven, zelfs al zijn de witte marsen uitgedoofd en ook veel van de goedgemeende maar oppervlakkige emoties.  Toch zijn er een aantal maatregelen genomen (denk aan Child Focus) en is er een klimaat gegroeid waardoor een aantal spijtige zaken minder gebeuren en waardoor vlugger hulp geboden wordt bij verontrustende verdwijningen van kinderen en jongeren.  Onze eigen inzet en onze attente verdediging van de zwakke jongeren en ons optreden tegen een - ook door de media beïnvloede - ontwaarding van de menselijke seksualiteit en anderzijds het promoten van een humane seksuele opvoeding en relatievorming zijn een positief gevolg van het offer van die onschuldigen.

Er zijn andere hinderpalen

Dat we niet van God kunnen houden of dat we te veel van het andere houden, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat onze ogen niet al te best zijn.  Misschien gaan  we wat al te veel op in wat voorbijgaat.  De Vastentijd is - naast broederlijk delen en sober omgaan met aardse goederen - een fantastische kans om wat stil te worden, om ons niet leeg te gieten in het absoluut willen vernemen van het laatste nieuwtje en dat allerlaatste nieuwtje absoluut ook nog te willen vertellen. Wij werden verslaafd aan het lawaai en aan de drukte omdat we schrik hebben van de stilte.  Nochtans is de stilte en de rust drager van nieuw leven.  Daar openbaart zich ook de diepte van het leven.  Als we het wat stil kunnen maken in ons,  kunnen we de zaken gemakkelijker naar waarde schatten.  We komen dan tot de slotsom dat hoe mooi, lekker, heerlijk, sterk, lief veel is van wat we hier op aarde ontmoeten, het uiteindelijk toch niet blijvend is.  Je kan je daarbij neerleggen.  Of je kan je afvragen: Is er nog iets meer?  Wat is er dat blijft?  Wat verliest zijn waarde nooit?

“Ik ben er”

Ik heb hierboven een oriënterend woord gezegd over ‘onschuldig lijden’, laten we nu eens kijken naar onszelf, naar het echte houvast dat we hebben.  Want noch al het materiële, noch zelfs onze geliefden redden ons uit de diepte van onze bestaansangst en uit het brutale feit van de dood.  Duik ik dan onder in de aantrekkingskracht van de leegte van de oriëntaalse zingevingswegen?  Er bestaat een beter adres.  Dat klinkt op uit de brandende braamstruik, waarvoor Mozes zijn sandalen uittrekt.  Hij vraagt naar de naam van Hem die daar spreekt over bevrijding.  Het antwoord luidt: “Ik ben die er is”.  Hij is er wanneer ik Hem roep met heel mijn wezen.  Zelfs als mijn leven stukgaat, als iedereen mij in de steek laat, als ik me eindeloos verloren weet: Hij is er.  Hij is de oorsprong en de bestemming.  De enige thuis.  Hij is liefde.

En om Hem mogen we dan ook blij zijn.  Hem mogen we dan ook bezingen, met een blij hart van kinderen die onbekommerd mogen leven binnen de geborgenheid van hun ouders.  Hem mogen we liefhebben, als mensen die bewust zijn van zijn heerlijkheid en zijn onbegrensde liefde. Hem mogen wij ons leven toewijden en voor Hem ons leven heiligen als een geestelijke offergave aan Hem, die ons alles gaf.  Alleen voor Hem wil ik mij in aanbidding buigen.  Niet uit angst, maar in liefde, in de kracht van de Geest. “Bovenal: bemin één God”. (Geloofenleven@skynet.be)

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

KLEMENS HOFBAUER, redemptorist (2)

Sint Klemens bouwt een bloeiend centrum op in Warschau

Wat eraan voorafging

Klemens Hofbauer, de heilige en redemptorist die 250 geleden geboren is, was een man met een opvliegend temperament. Maar ook iemand met een vurige passie voor God. Om God was hij tot alles bereid. In de eerste aflevering over zijn leven hebben we de lange zoektocht naar wat God wil doen met zijn leven, meegemaakt. Na vele omzwervingen en hindernissen wordt in zijn vierendertigste levensjaar zijn droom waar: hij is priester. En nog in datzelfde jaar wordt hij uitgezonden om de congregatie van de redemptoristen ten noorden van de Alpen te verspreiden. Nu begint een nieuwe zwerftocht van 34 jaar met nog veel meer moeilijkheden: hij zal in de gevangenis belanden, een diepe depressie doorworstelen, verbannen worden, de ene mislukking na de andere opstapelen. Maar hij geeft nooit op.

Tegenkantingen

Samen met zijn studiegenoot en confrater Thadeus Hübl vertrekt Klemens naar zijn vaderland Oostenrijk. We zijn in de herfst van 1785. Een jaar lang maken ze plannen en zoeken naar open mogelijkheden, maar in het rijk van de keizer-koster Jozef II is er geen plaats voor religieuze congregaties: ze zijn er bij wet verboden. En volksmissies doen - evangelisatie onder de armsten en meest verwaarloosden - daarvan kan zeker geen sprake zijn. Dus vertrekken ze richting Rusland. Vier maanden later duiken ze op in Warschau waar ze gevraagd worden de zorg over te nemen voor de (voornamelijk Duitstalige) immigranten en –weeskinderen in het armtierige St-Benno-kerkje. 20 jaar lang zal dit Klemens’ uitvalsbasis blijven. 20 jaar waarin Polen nu eens door Russen, dan weer door protestantse Pruisen wordt veroverd. Op een dag slachten Russische soldaten 16.000 burgers af in de nabijheid van het kerkje. Poolse patriotten zijn niet minder bloeddorstig in hun weerwraak. Niet bepaald het gunstigste klimaat om als Duitstalige te zorgen voor Duitse, Russische en andere immigranten! Intussen woedt de Franse Revolutie. Niet bepaald het gunstigste moment om het katholiek geloof te verspreiden. Tenslotte wordt Polen veroverd door Napoleon die St-Benno laat sluiten.

Zorg voor de armsten

Klemens bouwde de school verder uit: ze stond open voor alle arme kinderen, ongeacht hun geloof of nationaliteit, zo’n 500 kinderen kregen er les. Klemens was ooit zelf een leerjongen, die probeerde verder te studeren. Nu geeft hij Latijn (elders in Warschau voorbehouden voor de hogere klasse) voor hen die het willen. Om jonge meisjes uit gedwongen prostitutie weg te houden, start hij een vakopleiding voor meisjes. Intussen zorgden de redemptoristen ook voor een veertigtal wezen. Samen met de 20-30 jonge redemptoristen, is dat een grote familie om te onderhouden. De behuizing is armtierig en veel te klein. Voor eten en geld moet vaak gebedeld worden. En als dat niets opbrengt, gaat Klemens kloppen aan de deur van het tabernakel: ‘Heer, ’t is nu het moment om te helpen!’

Zorg voor het verwaarloosde geloof

Ook in Warschau is het verboden de stad in te trekken om te gaan verkondigen (parochiemissies). Bovendien zijn ‘de Bennonieten’ zoals Klemens en zijn medewerkers genoemd worden, al snel het mikpunt van spot en gehoon, tot in de pers, de theaters en bij de overheid toe. Maar Klemens hoeft de stad niet in te trekken. Al snel is het kerkje van St-Benno het hart van het kerkelijk leven in Warschau. Omdat er maar een duizendtal mensen in het kerkje kunnen staan, zijn er dagelijks vijf sermoenen in Pools of Duits! Klemens is ook een liturgist: de catechese is opgebouwd volgens de liturgische cyclus van het kerkelijk jaar, er wordt uitgebreid gezongen (met koren en orkesten, niet voor het oor van de mensen, maar ter ere van God), er is veel licht, kaarsen, wierook, processies,… En dit in een tijd waarin ook de kerk ijvert naar ‘rationalisatie’ en tegen ‘devotionalisme’. Klemens verdedigt zijn aanpak met de woorden: “mensen luisteren meer met hun ogen dan met hun oren.” Naast het continue biecht horen, organiseert men ook catechese voor de vele Joden en protestanten die katholiek willen worden, bezinningen voor vrouwen die uit de prostitutie stappen, opvang van labiele priesters en begeleiding van religieuzen die meer diepgang willen.

Klemens’ medewerkers: toegewijd aan Gods Rijk

Uiteraard draagt Klemens dit werk niet alleen. In Wenen had zijn voormalige mede-kluizenaar zich al bij Klemens en Hübl aangesloten. Later voegen zich nog andere jongemannen uit diverse Europese landen bij hen (waaronder Passerat uit Frankrijk, die 40 jaar later het huis in Doornik zou stichten, waar hij begraven ligt). Uiteindelijk zijn er ook enkele Poolse roepingen.

Vanaf het begin werkt Klemens ook aan de vorming en opleiding van leken-missionarissen: oblaten (letterlijk: toegewijden). Ongehuwde leken die enerzijds in gemeenschap leven om krachtig aan God toegewijd te zijn en die anderzijds aan de mens toegewijde apostelen zijn in de wereld. Hun apostolaatsveld is voornamelijk het verspreiden van goede religieuze literatuur, hun spiritualiteit is het volgeling-zijn van Christus in het getuigenis van een radicale levensstijl van toewijding. Via deze vereniging die zich verspreidt over heel Centraal-Europa wordt Klemens een belangrijk kerk-hervormer.

Klemens wil verder!

Klemens heeft ook zijn beperkingen. Kort na zijn aankomst in Warschau wordt hij tot plaatsvervangend algemeen overste benoemd voor de redemptoristen ten noorden van de Alpen. In deze leidinggevende functie speelt zijn opvliegend karakter hem dikwijls parten. Hij is waarschijnlijk vaak te ruw tegen zijn confraters of te veeleisend voor het apostolaat, want het regent (of druppelt) klachten in Rome bij de algemene overste. Klemens beantwoordt alle brieven van zijn overste oprecht en rechtuit. Hij neemt geen blad voor de mond. Dank zij die open communicatie en zijn loyaliteit aan de congregatie, komt het nooit tot een breuk.

Zijn menselijke beperktheden en het vele werk in Warschau weerhouden Klemens Hofbauer er niet van om verder te blijven dromen van de uitbreiding van de congregatie naar andere landen in Europa en Noord-Amerika. Na 8 jaar in Warschau is het hem duidelijk dat de haat, de oorlogsomstandigheden en de tegenkantingen van de overheid hem vroeg of laat zullen dwingen St-Benno op te geven. Hij moet tijdig andere huizen stichten.

En dus gaat onze zwervende missionaris weer op tocht…

(Vervolg in volgend nummer)

Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann “Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.

 

naar top document

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

JIJ EN IK: EEN WONDER!
Vormingscyclus voor tieners rond seksualiteit en relatievorming
vanuit een katholieke visie op de menselijke seksualiteit

Martine Raick en Hilde Van Troos

Maria-Kefasgemeenschap

Een nieuw initiatief dat op zijn tijd komt

- Hoe kan ik nu weten of ik vruchtbaar ben vandaag; waarom heb ik zoveel puistjes?

- Dat mijn lichaam zo mooi in mekaar zit, dat wist ik niet; waarom heeft niemand mij dat ooit verteld?

- Een jongen weet nog niet wat een meisje is, hoe zou hij dan respect hebben voor haar?”

Een greep uit de vele vragen en bedenkingen die onze tieners zich maken rond hun vruchtbaarheid en seksualiteit. Wij voelden dat onze jeugd het recht had om een juiste en positieve informatie te krijgen rond hun vruchtbaarheid.

Hoe verloopt de cyclus van een vrouw? Een paar dagen menstruatie, en dan niets meer tot de volgende menstruatie? Een zwart toneel, waarbij het rode  gordijn op het einde valt?

Neen, er gebeurt veel meer. Een prachtig verhaal speelt zich achter het gordijn af, een boeiend, kleurrijk en fantastisch gebeuren.

Dit verhaal vertellen we stapsgewijs met  behulp van creatief materiaal, we ontdekken verwonderd welke rol onze hormonen spelen om nieuw leven mogelijk te maken, hoe elke maand opnieuw ons lichaam klaar staat om, als het ware, een  belangrijk iemand te onthalen.

Dat ons lichaam zo prachtig in mekaar zit, dat alles tot in de details voorzien is, daar worden we stil van en denken we na over het wonder van de schepping van ons lichaam en dat van de andere; we voelen dat we respectvol moeten omgaan met die schat.

Ook de jongens gaan ontdekken hoe mooi hun vruchtbaarheid in mekaar zit

Maar wie is dat meisje? Wat denken de jongens over de meisjes?  Hoe gaan jongens en meisjes met mekaar om?

Spelenderwijs delen we over vragen rond relaties, de opbouw van een duurzame relatie, waarom verschillen jongens en meisjes zo van mekaar en welke zijn die verschillen, fysisch en psychisch…? Hoe kunnen we respectvol omgaan met mekaar?

Na zo’n boeiende dag leeft in ons een grote dankbaarheid voor onze Schepper, en het verlangen om zorg te dragen voor wat Hij ons heeft toevertrouwd.

Vanaf september 2001 zal het project “Jij en ik, een wonder” doorgaan in “Oase in de Stad” Voskenslaan 56 te 9000 Gent op maandag, van 9u tot 16 u..  Klassen en groepen van tieners van 12 tot 14 jaar zijn welkom.

Voor meer inlichtingen mag u contact opnemen met Martine Raick tel. 09/251 80 86   of Hilde Van Troos tel. 09/380 01 48, of via e-mail Martine.vanegten@pandora.be

 

UIT DE PAASLITURGIE

 

God,

Gij verlicht deze hoogheilige nacht

Door de glorievolle verrijzenis

van de Heer.

Wek in uw kerk de Geest

Die ons tot uw kinderen maakt

En ons vernieuwt naar hart en ziel,

Zodat onze dienstbaarheid aan U

volkomen wordt.

 

 

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -