GELOOF EN LEVEN
JAAR 2001 nr. 1
Jaargang 105 nr 1 (januari -
februari - maart 2001)
Enige artikels uit het Tijdschrift
Ikoon
‘De Ontmoeting’ Opdracht van de Heer (2
febr.) door Gina Ghijs-Geysen
Gebed.
door Ludwig
Slechts
5 minuten oud (Biecht) G.K.Chesterton
G.K.
Chesterton Opgezocht
Kolpingwerk
1. 150 Jaar bvv
150
jaar Kolpingwerk 2 Hoe het verder ging.
Mevr. Sioncke
Directiecomité
van Jezus. ICCRES
Eukumenische
actie (optreden van Adrian Snell) bvv
Paulus
(13) 3de missietocht (1)
Ben Van Vossel cssr
Drugs
- Gedoogbeleid ?
Brief
DS. Peter Callens
Katechismus
v/d Kath. Kerk (15) Zondeval Resum. Ben Van Vossel
Klemens
Hofbauer (1) Ives De Mey cssr
Jezusgebed
Caffarel bvv
Burgerlijke wetten en christelijk geweten Tijdschrift Communio
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -
OPDRACHT VAN JEZUS IN DE TEMPEL
door Gina Ghijs-Geysen (Maria-Kefasgemeenschap)
“Wees gegroet, Begenadigde, Moeder Gods en Maagd, want uit u ging de
Zon der gerechtigheid op, Christus, onze God, om hen die in duisternis zijn te
verlichten. Verheug ook u,
rechtvaardige grijsaard, u draagt in uw armen de Bevrijder van onze zielen, Die
ons de opstanding biedt” (Troparion van 2 februari).
De iconografische voorstelling (hier een Kretenzische icoon van de 17de
eeuw) van de ‘Opdracht in de tempel’ van Jeruzalem volgt getrouw het verhaal
van het Lucasevangelie (Lc. 2,22-40). Volgens
het voorschrift van de joodse traditie brengen Maria en Jozef veertig dagen na
de geboorte hun kind, Jezus, naar de tempel, om het aan de Heer op te dragen
volgens het voorschrift van de Wet des Heren: Elke eerstgeborene van het
mannelijk geslacht moet aan de Heer worden toegeheiligd.
Daar ontmoette het Christuskind de grijsaard Simeon (Lc. 2,23).
In de Oosterse Kerk heet dit feest daarom ‘Ontmoeting’ (Grieks:
hypapante volgens Voordeckers e.a. nl.. van
hypapantaoo).
Het is de officiële ontmoeting van Jezus met zijn volk in de persoon
van de ‘rechtvaardige en vrome’ grijsaard Simeon. Nu de Godspraak die hij ontvangen heeft in vervulling is
gegaan, verkondigt hij Gods lof: “Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar uw woord
in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd, dat Gij voor alle
volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw
volk Israel” (Lc. 2,229-32). In
de traditie van de patristische interpretaties van dit evangelisch thema wordt
het accent op de eerste plaats gelegd op het symbolisch thema van de ontmoeting
tussen het Oude en het Nieuwe Verbond: “Hij die in de Oudheid aan Mozes de Wet
had gegeven op de berg Sinaï, onderwerpt Zichzelf vandaag aan het voorschrift
van de wet, en in zijn grote barmhartigheid voor ons, maakt hij zich aan ons
gelijk. Vandaag offert de ware God
- Kind geworden in een zeer zuivere schoot - zich aan God; Hij vernietigt zo de
vloek van de Wet en brengt onze zielen in het licht” (Johannes van Damascus,
Sticheron van het feest).” (Lc. 2,229-30).
De rechterkant van de afbeelding wordt in beslag genomen door Simeon, de
Godsdrager. Diep buigend, met
respectvol omhulde handen geeft hij het Christuskind terug aan zijn moeder.
Maria’s blik is op het kind Jezus gericht: met uitgestrekte handen
stapt ze naar Hem toe.
“Zie, dit Kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël,
tot een teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid van vele harten
openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord”
(Lc. 2,34-34).
Achter Maria zien we de hoogbejaarde profetes, Hanna, weduwe van
vierentachtig jaar die voortdurend in de tempel verbleef en dag en nacht God
diende door vasten en gebed. Ze
heeft een open boekrol in de hand waarop geschreven staat: ‘Dit Kind heeft
hemel en aarde geschapen’. Haar
andere hand steekt ze profeterend ophoog.
“Op dit ogenblik kwam zij naderbij, dankte God en sprak over het Kind
tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten” (Lc.2,36-38).
Jozef sluit de stoet af met in zijn beide handen een offerduif (Lc
2,24).
Het geheel speelt zich af onder een baldakijn, dat de tempel van
Jeruzalem suggereert.
Simeon herkent in de Christus, de Heiland en het nieuwe heil.
Daarom is ‘de opdracht’ een onverbrekelijk facet in de
heilsgeschiedenis geworden: Christus openbaar zich aan het volk Israël als Zoon
van God die het heil zal brengen, waarmee het aanbreken van de nieuwe heilstijd
bevestigd lijkt.
Reeds vóór de 4de eeuw werd in Jeruzalem het feest van de reiniging
van de Moeder Gods gevierd. Geleidelijk
aan noemde men het ‘Het feest van het Licht’.
In de Oosterse Kerk vierde men dit feest vanaf het begin van de 6de eeuw
op 2 februari, veertig dagen na de geboorte van de Heer.
Het sloot de Kersttijd af.
In de Westerse Kerk kunnen wij dit feest enerzijds zien als een
gezinsfeest waarop de ouders hun kinderen opnieuw toewijden aan God (in
navolging van Maria en Jozef) maar het mag voor ons alles ook een Christusfeest
zijn: een nieuwe gelegenheid om Jezus te begroeten als de glorie van Jeruzalem,
maar ook als het heil voor alle volkeren en om Hem opnieuw te erkennen als onze
persoonlijke Heiland.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
Ludwig Wauters deelnemer
Alphacursus
God had een mooie droom
bestemde mij tot grootse dingen
ik moest een lichtend voorbeeld zijn
voor d’ander stervelingen.
Maar ‘k deed alleen mijn eigen wil,
besliste zelf wat kon en mocht.
Koppig ben ik mijn weg gegaan
ik was toch sterk, en jong en verstandig.
Maar keer op keer greept Gij me vast,
hardhandig soms en ruw, vol pijn.
Gij bracht me telkens weer terug
op ‘t pad dat ‘t mijn moest zijn.
Nu sleep ik als een loden last
mijn leven dat ik naast U leefde.
Op de verkeerde plaatsen zocht ik U,
Vergat te leven in het nu.
Nog aarzel ik als kleine mens
mijn toekomst in uw hand te leggen;
‘k heb schrik om alles los te laten,
volmondig ‘ja’ te zeggen op uw wens.
O, Heer, mijn God, wees Gij mijn rots
En maak me ned’rig, zonder trots,
neem mij nu voor de tijd die rest
heel dicht bij U. Ik doe
mijn best.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
Haïti, mijn land. Voor
heel wat Vlaamse en Waalse
Redemptoristen is het een heel stuk van hun leven hun land geweest, hun volk,
waar ze van hielden, waar ze het beste van zichzelf gegeven hebben.
Ze hebben er hard gewerkt, geëvangeliseerd op allerlei manieren, ze
hebben er voor de armsten der armen gezorgd als voor hun eigen kinderen, als
voor hun eigen broers en zussen en ouders.
Ze hebben voor dat volk gebedeld, en er voor gezorgd dat, doorheen
dictaturen en Westerse uitbuiting door, er toch ook stilaan stevig onderricht
werd gegeven. Ze hebben er gebouwd
aan de toekomst van het land. Nu is hun aantal herleid tot twee: pater Jef Hendrickx (eind
november opnieuw vertrokken naar Haïti ‘voor mijn laatste term’) en pater
Hugo Deboutte (onlangs nog in Vlaanderen omwille van het overlijden van zijn
moeder en zijn broer). Je zou ze de
laatste der Mohikanen kunnen noemen, al is dat maar ten dele waar.
Onze Haïtiaanse missie hebben we overgedragen aan de Canadese
Redemptoristen; de Vlamingen werken er nog mee op vrijwillige basis.
Ondertussen werden er ook landeigen Redemptoristen gevormd die klaar
staan om de fakkel over te nemen. Zij
zijn jong en enthousiast en kunnen hun jonge en talrijke bevolking in de
vreugdevolle Eucharistievieringen met heel hun jonge en creoolse mentaliteit
tegemoet komen. Roepingen zijn er
in overvloed. Het is - zoals in
Kongo en elders in ontwikkelingslanden een kwestie van lange voorbereiding en
strenge selectie. Zeker 5 jaar
houden de paters de kandidaten in het oog.
Dan is er een kamp (in de school van p. Jef Hendrickx) waarin de jongens
(zo’n 35) nog eens speciaal beoordeeld worden.
Daarna moeten de overgeblevenen een psychiatrisch onderzoek door (dat ze
zelf moeten bekostigen, en dat vraagt van die meestal arme jongens een zwaar
offer). Daarna hebben de uiteindelijk geselecteerden 2 jaar pre-noviciaat,
gevolgd door het noviciaat. Zo zijn
er reeds een aantal deugdelijke jonge Haïtiaanse Redemptoristen, waarvan bijna
de helft broeders. Dit laatste is
wel opvallend omdat o.m. in Libanon de broederroeping niet zo in de achting
staat.
P. Jef denkt dat hij binnen een jaar zal kunnen terugkeren naar
Vlaanderen. De jonge Haïtiaanse
confraters lijken in staat om de missie over te nemen.
Tijdens zijn verblijf in Vlaanderen verving hem een inlandse confrater
als directeur van de school (lager en middelbaar met zo’n 3000 leerlingen).
Hij heeft zijn huis ook afgestaan aan de Canadese provincie zodat zich
daar nu een Redemptoristencommuniteit kan ontwikkelen.
Hij heeft de indruk dat hij kan vertrekken met opgeheven hoofd en dat de
inlandse Redemptoristen vrij hun eigen richting en hun eigen manier van werken
kunnen uittekenen.
Onze gemeende waardering voor deze twee laatste Vlaamse Redemptoristen
in Haïti en doorheen hen ook voor alle confraters die daar het beste van
zichzelf gegeven hebben. We zijn
blij en fier om alles wat jullie voor dat arme, getormenteerde volk hebben mogen
doen op sociaal, materieel en geestelijk vlak.
(Bvv)
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
Chesterton over de Biecht.
Als de mensen mij vragen: “Waarom ging je bij de Kerk van Rome?” is
het eerste essentiële antwoord, alhoewel gedeeltelijk elliptisch: “Om mijn
zonden kwijt te raken.” Want er
is geen ander godsdienstig stelsel, dat werkelijk beweert de zonden van de
mensen kwijt te schelden. Dat wordt
bevestigd door de logica, die velen ontstellend toeschijnt, waaruit de Kerk
afleidt, dat de zonde die beleden is en waar men genoeg berouw over heeft gehad,
werkelijk geabsolveerd is, en dat de zondaar werkelijk weer begint, alsof hij
nooit gezondigd had.
En dat bracht me weer terug tot die visoenen of fantasieën, die ik
behandeld heb in het hoofdstuk over mijn kindsheid. Ik sprak daar van de onbeschrijfelijke en onvernietigbare
zekerheid in de ziel, dat die eerste jaren van onschuld het begin waren van iets
waardigs, misschien iets waardigers dan één van de dingen, die er werkelijk op
volgden. Ik sprak over dat vreemde
daglicht, dat iets meer was dan het licht van een gewone dag, dat voor mijn
herinnering nog schijnt op die steile wegen van Campden Hill, waarvandaan men
het Crystal Palace uit de verte kon zien.
Nu, als een Katholiek uit de biechtstoel komt, stapt hij werkelijk (dat
is de juiste definitie) weer in die dageraad van zijn eigen begin en hij kijkt
met nieuwe ogen over de wereld naar een kristallen paleis, dat werkelijk van
kristal is. Hij gelooft, dat in dat
donkere hoekje en bij dat korte ritueel, God hem werkelijk opnieuw gemaakt heeft
naar Zijn Eigen beeld. Hij is nu
een nieuw experiment van de Schepper, hij is nu evenzeer een nieuw experiment
als toen hij werkelijk pas vijf jaar was. Hij
staat, zoals ik zei, in het witte licht aan het waardige begin van een
mensenleven. De opstapelingen van
den tijd kunnen niet meer afschrikken. Hij
moge dan grijs en jichtig zijn, hij is slechts vijf minuten oud.
G.K. Chesterton,De Geschiedenis van mijn Leven, p. 294-295
Uitgeverij Foreholte te Voorhout. 1937
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
Gilbert Keith Chesterton (1874-1936) was een Engels journalist, toneel-
en romanschrijver. In 1925 werd hij
katholiek en in 1934 werd hij door paus Pius de 11de geridderd.
Zijn werk is rijk en veelzijdig en hij had een heel originele manier van
de dingen te behandelen. Hij
“ontdekte in de verwarring van zijn tijd, de dwaasheid, de eenzijdige redering
(zoals die zich vertoont in de moderne wetenschap, in de politiek en de
sectarische godsdiensten met hun puriteinse levensafgekeerdheid) de mysterieuze
gecompliceerdheid van het gewone bestaan en van het gezonde verstand” (De
Kath. Encyclopaedie dl. 7, k. 220) Hij
komt tot de conclusie dat er een bindend leergezag nodig is als voorwaarde tot
de menselijke vrijheid.
Zijn diepe overtuiging heeft hij vooral uitgedrukt in zijn werk
‘Orthodoxie’ en zowel in zijn essays als in zijn romans verdedigt hij de
christelijke godsdienst. Sommigen
van ons zullen misschien nog ‘De avonturen van (de priester-detective) Father
Brown’ herinneren waarmee hij wilde laten uitschijnen dat het vanzelfsprekende
vaak niet wordt opgemerkt, juist omwille van zijn vanzelfsprekendheid.
De satirische kracht, humor en paradoxen van Chesterton maakten hem tot
een aan zijn tijd aangepaste lekenapologeet in dienst van het christelijk
geloof.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
HET
KOLPINGWERK 150 JAAR 1. Het ontstaan
Van 29 tot 1 oktober 2000 vierde het naar Hem genoemde ‘Kolpingwerk
Deutschland’ zijn 150-jarig bestaan. In
Duitsland behoren meer dan 275.000 jongeren, mannen en vrouwen tot het
Kolpingwerk en wereldwijd zijn ze met zo’n 500.000. Er waren zo’n 13.500 personen samengekomen op die drie
dagen. Twee socialistische ministers maar ook de jeugdbisschop Franz-Josef Bode,
Mgr. Jozef Homeyer (bisschop van Hildesheim) en de wijbisschop van Essen, Franz
Grave namen er aan deel. Bij de
sloteucharistie in het Müngerdorferstadion ging de Keulse kardinaal Joachim
Mesner voor, die ook Protector is van het Kolpingwerk en de voorzitter van de
Duitse bisschoppenconferentie terwijl Mgr. Karl Lehman van Mainz mee
celebreerde.
Wie was A. Kolping ?
Adolph Kolping (1813-1865) kwam uit een bescheiden boerengezin en kon
wegens financiële problemen geen hogere studies doen. Hij leerde voor schoenmaker en werkte op verschillende
plaatsen rond Keulen. De spirituele
en sociale miserie van de handarbeiders greep hem toen al sterk aan.
Van 1837 tot 1841 kreeg hij toch de gelegenheid voort te studeren en
tijdens die studiejaren ontstaat zijn priesterroeping.
In München studeert hij theologie en komt er in contact met
vooraanstaande persoonlijkheden van de katholieke vernieuwingsbeweging; zijn
verdere studies deed hij in Bonn en aan het seminarie van Keulen.
In 1845 werd hij priester gewijd.
Jonge christen: wees je bewust van je waarde en zet je in!
Als kapelaan in Elberfeld leert hij de jeugdvereniging kennen die Johann
Gregor Breuder opgericht had en hij werd er de geestelijke leider van.
Hij ontdekte er zijn levensopdracht in.
De vele jongeren die hij ontmoette leerde hij hun mogelijkheden zien èn
hun verantwoordelijkheid ten overstaan van de samenleving.
Op eigen aanvraag naar Keulen overgeplaatst (als Domvicaris) zorgde hij
daar voor de verdere uitbreiding van de katholieke jongerenvereniging.
Tegen 1865 bestonden er zo’n 400 verenigingen in talrijke landen.
Naast zijn vele reizen hield hij er een drukke briefwisseling en een
grote publicistische activiteit op na.
Heel deze activiteit, die we hier nauwelijks aanraakten stond in het
teken van zijn basisdoel: bijdragen tot een verandering van de wereld in de zin
van een christelijke vernieuwing van de menselijke levensomstandigheden.
Terwijl hij zich daar met heel zijn persoon voor inzette, had hij wat te
weinig aandacht voor zijn eigen gezondheid.
Hij was net geen 52 jaar toen hij stierf.
Zijn lichaam werd bijgezet in de Keulse Minorietenkerk, die men op zijn
aandringen aan het restaureren was. Op
27 oktober 1991 werd hij te Rome zaligverklaard door paus Johannes-Paulus II.
Bouw aan een betere wereld !
Vele decennia voordat bij ons Jozef Cardijn jongeren opriep tot
bewustzijn van eigen waardigheid en tot inzet voor hun jonge medearbeiders, riep
deze jonge Duitse priester de jongeren op om ook in huwelijk en gezin, in
bedrijf en arbeid degelijke christenen te blijven en hun verantwoordelijkheid op
te nemen. Het jongerenwerk dat hij
daartoe oprichtte was geen doel op zich, maar de mens stond centraal met zijn
noden en zijn concrete levenssituatie. Zelfhulp
en gemeenschapshulp werden sterk gestimuleerd.
De mens moet zichzelf behelpen en samen moet men de mistoestanden
aanpakken. Midden de opkomende en
ongebreidelde industrialisering kwamen de loonarbeiders onder zware druk te
staan; Kolping riep de christenen daarom op om ook buiten de muren van de kerk
en de klinieken zich in te zetten voor betere leefomstandigheden van de
arbeidende bevolking. Hij werd de pionier van het sociale katholicisme.
Het Kolpingwerk is nu in meer dan 50 landen verspreid en de opdracht
bleef dezelfde: onze tijd heeft bekwame christenen nodig die zich in gezin en
arbeidsveld, in Kerk en maatschappij bewijzen en zich verantwoordelijk voelen om
mee te werken aan een betere toekomst.
We kunnen maar hopen dat het Kolpingwerk, dat heel wat sociale taken op
zich heeft genomen steeds de begininspiratie blijft behouden en zich niet
verliest in tal van nevenactiviteiten waardoor het van zijn koers zou afwijken.
150
JAAR “KOLPING” 2 Hoe het verder ging .
Verslag
van Mevr. Sioncke
Het fundament
Köln (Keulen) 2000 : anderhalve eeuw mensen van goede wil in de
christelijke naastenliefde. Christus
kwam ons de weg tonen : ‘Bemint elkaar’.
Niet de liefde van glitter, profiteren, seks als louter lust.
Nee! Help uw naaste, bemin
uw naaste als jezelf. ‘Iets
doen’ zodat wij het samen goed hebben.
Kolping heeft als jonge parochiepriester de noden gezien en heeft de
jonge gezellen, die geen werk vonden en in armoede leefden, een stiel geleerd;
hij heeft de hongerigen opgenomen bij meer fortuinlijken, onderkomen en een bed
gezocht voor deze die ver van huis hun brood gingen verdienen.
Het werd in feite de grondslag van de sociale voorzieningen die we nu
kennen.
Oorlogsleed aanpakken
Na 1938-1945 heeft de
‘Kolping-Broederschap’ een nieuwe impuls meegemaakt. Inderdaad, de oorlog en mensonterende situaties brachten
golven ‘mitgefühl’ en daadwerkelijke hulp op gang voor de heimatlozen, de
zieken, de oorlogsslachtoffers. Met
een paar groepen hebben we het 50-jarig bestaan van die ‘broederschap’ mogen
meevieren. Enkelen van de
medestichters gaven hartverwarmende getuigenissen.
Zo iemand die T.B.C.-patiënt was geworden door de goede zorg van een
staatsbestel, dat enkel oog had voor overwinning maar geen achting had voor de
mens. Iedereen was toen een nummer,
een radertje, een oorlogsmachine. Daardoor
hadden ze alles verloren. Gezonden
kunnen opbouwend werken en anderen mee ophelpen.
Verval van de zeden daarentegen brengt totaal verval.
“Kolping” is: medemenselijkheid, christelijk geïnspireerde,
daadwerkelijke onderlinge hulp! “Wir
sind Kolping”, zingen ze bij iedere samenkomst.
Er gaat een warme genegenheid uit van bij de begroeting.
Een link naar Oostpriesterhulp
Eigenlijk hebben we hier in ons land reeds meer dan 50 jaar meegewerkt,
zij het niet onder dezelfde benaming. Pater
Werenfried Van Straeten richtte hier “Oost-Priesterhulp” op.
Hij was ook een Kolping. Hij
begon als ‘Spekpater’. Bij de
boeren eerst omdat op een boerderij meestal wel eten is en men zelfs kan
meedelen; een landbouwer werkt op het veld en produceert voedsel.
Medepaters die in een verwoest gebied werkten, bij ontredderde, verarmde
mensen (onmiddellijk na de oorlog) hadden nood, vooral omdat ze de grootste
sukkelaars wilden helpen. Zo
groeide het uit, tot de kapelwagens kwamen.
Zo’n kapelwagen (wellicht herinneren sommige van onze lezers het nog)
was een grote vrachtwagen met in het midden op een van de zijden een dubbele
openslaande deur; daar was een soort altaar opgericht, zodat de kerkdienst kon
doorgaan, zelfs midden het puin. Christus
werd zo naar de mens gebracht en in zijn ellende vond deze troost, een woord van
bevrijding, daadwerkelijke ‘hulp in nood’.
De hele verdere ruimte van die ‘kapelwagen’ was gevuld met voedsel en
de hoogst noodzakelijke hulpgoederen,die ter plaatse werden verdeeld.
Vrijwilligers
Kolpingwerking zijn de vele duizenden die zich inzetten voor een betere
samenleving, een betere wereld. Ze
werkten samen, gaven zelfs van eigen loon, maar vooral hun ‘kunnen’; ze
gaven van hun tijd en hielpen bij de heropbouw, totaal vrijwillig.
“Bouworde” waren mensen die hun vakantie gebruikten om in de verwoeste
gewesten te gaan bouwen. Zulke
personen waren er ook bij ons, echte wonderdoeners voor die sukkelaars, ver over
onze grenzen èn hier te plekke. Zo
hebben de Salesianen, paters en zusters van Don Bosco zeer veel gewekt met
leerlingen en goedwilligen. Hier
ter plaatse adopteerden veel leerlingen, één of meer bejaarden of behoeftigen
waar ze dan tijdens de weekends en vakantieperiodes hielpen met schilderwerk,
behangen, verhuizen, tuinwerk, boodschappen en allerhande karweien.
Een schooljaar lang trachtte men geld in te zamelen, zelf wat te
verdienen om tijdens de zomervakantie met materialen te gaan werken: schoolbouw,
gezinshuisjes, waterleiding, kerkenbouw of het herstellen of afwerken ervan.
Seminaristen-kerkenbouwers
In de stad waar wij zo’n 40 jaar geleden in kennis kwamen met het
gebeuren daar, werd de kerk gebouwd door de seminaristen van Brugge en Gent.
Op twee jaar tijd (de hele zomervakantie) kwam de “kruiskerk” klaar.
Eenvoudig, maar zeer stemmig. De
parochie bestond hoofdzakelijk uit ‘Verplaatste personen’.
Een zeer internationaal gezelschap, maar zeer geestdriftig en diep
christelijk. Het leken allemaal wel
broers en zussen.
Feest en inzet
Wat werd daar gevierd! 50-jarig
priesterjubileum, 20 jaar zusters Don Bosco, 30 jaar onderpastoor, home voor
gehandicapte kinderen en volwassenen, 10 jaar gaarkeuken met 3 aangepaste
dieetmaaltijden. Het eten werd
rondgebracht door vrijwilligers bij de bejaarden en de zieken thuis.
Dit gebeurde door een chauffeur (met eigen wagen) en een begeleider, die
even een woordje over had voor de persoon in kwestie.
Die behoeftigen zitten als het ware op de uitkijk; het is immers vaak het
enige contact met de buitenwereld. Ook
medicamenten worden langs deze weg bezorgd.
De sociaal geëngageerde parochianen (“Kolping”) brengen
huisbezoeken, zorgen voor een bloempje, een verrassing.
Samen parochie zijn is het motto, samen erop uittrekken al weldoende,
‘zoals Christus’.
Nog even terug naar 150 jaar Kolping.
Het was echt vieren daar. De
massa van ongeveer 40.000 personen was geestdriftig: bidden, en ingetogen samen
zoeken hoe we elkaar kunnen dragen en steunen zodat we allen gelukkig kunnen
verder leven, over eventuele moeilijkheden en persoonlijk verdriet heen.
Bij deze massale bijeenkomst was alles inbegrepen? organisatorisch was
het een prachtplan : vervoer, toegangen, onderkomen, eten, alles was voorzien in
de eenheidsprijs, waarbij je vooral hotel, motel, kamers enz… kon kiezen.
Zoals altijd en in alle omstandigheden werd het soms een zoekplaatje.
Maar de groepen hielpen elkaar onderling en ‘met de glimlach’ werd
zelfs de zwaarste regenbui een gave Gods. Zo
zei de kardinaal op een bepaald moment tijdens die viering in Keulen: Er is
niemand die zich kan beklagen, “de hemelsluizen voorzagen ons rijkelijk van
overvloedig ‘Keuls water’ (eau de cologne).
We hebben daar vele jongeren aan het werk gezien: muziekkorpsen,
dansgroepen… Het is een zeer
dynamische organisatie. We hebben
vastgesteld dat de groepen die het best gedisciplineerd waren ook de beste
prestaties leverden. Het was
heerlijk die gasten (meisjes en jongens) te zien evolueren: eens het aantreden
achter de rug was het een jolige bende, doch bij ’t eerste signaal was er
ernst in hun optreden en kregen we weer heerlijke muziek te horen.
Geen beroepsmensen, maar enthousiaste vrijwilligers die hun vrije tijd
mooi en nuttig vullen tot vreugde van de toeschouwers.
Van over de hele wereld waren er groepen die zich in hun eigen stands
voorstelden met hun verwezenlijkingen en met de vraag naar uitwisseling:
“Samen bouwen we aan een betere wereld”.
Eigenlijk zou dat het streefdoel van ons allen moeten zijn:
zelfvervolmaking die gericht is op dienstbetoon en medemenselijkheid.
De vrede van Kerstmis uitdragen is prachtig.
We mogen er mee beginnen daar waar we geboren zijn, waar we leven.
Dan kunnen allen daar goed leven, elkaar steunen en zo aan de toekomst
bouwen.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
HET DIRECTIECOMITÉ VAN JEZUS DOORGELICHT
Toen Jezus 12 apostelen koos had Hij eerst een nacht in gebed
doorgebracht. Na enige maanden
vroeg Hij aan een “Bureau voor Management” om eens een volledige
doorlichting en evaluatie te maken omtrent de feitelijke leiderskwaliteiten van
zijn splinternieuw bestuurscomité; Hij was nieuwsgierig wat zij van zijn keuze
zouden denken. Welnu, om eerlijk te zijn, het eindrapport van dat Bureau was
niet erg bemoedigend; men suggereerde Jezus zelfs om toch maar uit te zien naar
personen met een meer beloftevol potentieel.
Lees even mee in dat rapport:
“… Simon Petrus is eerder onstandvastig, en heeft regelmatig
woedeaanvallen. Andreas, sorry,
maar die heeft werkelijk niet de minste leiderscapaciteit. De twee broers, Jacobus en Johannes, hebben te weinig begrip
voor personen met een andere mening en ze plaatsen hun eigen belang boven dat
van de groep. Thomas stelt alles in
vraag en dat heeft een zeer negatieve invloed op de groepsmoraal.
Filippus is echt te traag van verstand, hij verstaat meestal niet wat er
gezegd wordt. Mattheüs staat op de
zwarte lijst van de verbruikersunie van Jeruzalem als woekeraar en inciviek, dat
maakt uw onderneming weinig aantrekkelijk.
Thaddeüs en Jacobus, de zoon van Alfeüs, hebben beide vrij radicale
oogmerken en beiden vertonen ze tekenen van depressie…”
Geef toe, alles samen een weinig hoopgevend rapport.
Toch stond er in het verslag aan Jezus ook nog iets positiefs, gelukkig,
toch één lichtpunt. De specialisten van het Bureau voor Management hadden
namelijk in een van Jezus’ directieleden een groot potentieel ontdekt;
misschien kan je al vermoeden over wie het gaat.
“Er is in uw groep een bekwaam man,
vol mogelijkheden, hij legt gemakkelijk contacten, heeft een aangeboren
zin voor commercie en financies en heeft bovendien contacten bij
hooggeplaatsten. Hij is zeer
gemotiveerd, heeft ambitie en voelt zich verantwoordelijk voor het financiële
bezit van de groep. Onze
aanbeveling is dus dat je Judas Iskarioth verantwoordelijke
zou maken en hem als vertrouwenspersoon en voornaamste medewerker zou nemen.
Indien deze ingreep niet op korte termijn wordt doorgevoerd vrezen we het
ergste voor uw onderneming…”
Jezus is bij zijn keuze gebleven. Het
resultaat kan je nalezen in het Nieuwe Testament.
(Vrij naar ‘International
Catholic Charismatic Renewal Services)
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
PROTESTANTEN EN KATHOLIEKEN SAMEN IN DE WEER
Ben
Van Vossel cssr
Adrian Snell, een Engelse Gospelsinger, en Mirella Baglio, Italiaanse
met Genkse wortels, wonend in Leuven, Franssprekend en presentatrice op de RTBF
maar ze vertaalt haar Engels in keurig Nederlands. Dàt was de affiche van een concertavond “Een reis van het
Hart’ die georganiseerd werd door Actie Mobilisatie (een wereldwijde
protestantse Evangelisatiebeweging, vooral bij jongeren) in samenwerking met
‘Oase in de Stad’, het Centrum voor Evangelisatie en Christelijke Vorming
van de Maria-Kefasgemeenschap. We
hadden niet veel publiciteit gemaakt en we verwachtten dus maar een kleine
opkomst, vast geen 100 personen. We
waren dus gelukkig dat er zo’n 150 aanwezigen waren in de grote zaal van het
klooster die p. Paul De Meyer ooit liet bouwen op de plaats van de vroegere
binnentuin van het Redemptoristenklooster in de Voskenslaan te Gent.
Het voorprogramma bestond uit enkele liederen die gebracht werden door
Mirella, begeleid door een Engels gitarist.
Zij zong over haar vorig jaar overleden vader, maar in hetzelfde lied
zong ze ook over haar Vader, de hemelse, die altijd bij haar is.
In dezelfde zin zong ze over het land en de stad waar ze van houdt,
waarheen ze op weg is en vanwaar ze zeker nooit meer wil terugkomen…
Dan begon Adrian Snell, een creatief kunstenaar op gitaar en piano en
elektronisch orgel. Al wat hij
bracht was eigen creatie. Hij zong
over zijn stad, een gitaarspel dat de sfeer ervan moest weergeven, hij zong over
het lijden en de vreugde van mensen, over God die van zijn mensen houdt en hen
uitnodigt om naar het echte geluk te zoeken en te blijven zoeken.
Hij zong over Jezus, over zijn liefde voor Gods Rijk, over zijn lijden en
sterven. Indrukwekkende weergave.
En zijn verrijzenis. De Heer
is verrezen. Hij is waarlijk
verrezen.
Pauze. En dan kwam een
sterk maar heel eigen muzikaal gedeelte, wat joods aandoend, over Jeruzalem.
De roeping van het joodse volk, Gods leiding, Gods liefde voor zijn volk.
Daar doorheen, ook Gods liefde voor elke verdrukte, elke verknechte, elke
gemartelde en vernietigde mens. Hoor
Israël, De Heer is God, Hij is de Enige. Izaak kwam aan bod en het Lam van God dat sterft in zijn
plaats. De tien woorden.
Mijn hart is niet verontrust, zoals een baby voel ik mij in de armen van
mijn God. Jeruzalem, Stad van
vrede. Sjaloom.
(Voor Adrians ‘Newsletter’ schrijf naar Serious Music/The Music
Works, P.O. Box 31, 3360 AA SLIEDRECHT, Nederland
- E-mail: seriousmusic@musicworks.nl
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
PAULUS (13) DE DERDE
MISSIETOCHT (1)
1 De twaalf leerlingen van Efese. door
: Ben Van Vossel cssr
Paulus blijft een tijdje te Antiochië, in de levendige christengemeente
van waaruit hij zijn missietochten opzette.
Heeft hij zich daar nog echt thuis gevoeld? Zag hij voor zijn geest niet telkens opnieuw al die gezichten
uit de missies die hem dierbaar geworden waren?
Leefde niet in hem die prangende zorg: hoe zouden ze het stellen in
Efese? Hoe zou het afgelopen zijn
in … Zouden de broeders nog volharden? Zouden
de pasbekeerden bij enige tegenstand of door de verlokking van hun vroegere
leven niet afgevallen zijn? Het
duurt waarschijnlijk niet zolang of zijn missionarisbloed begint weer te stuwen.
En hij doet wat een goede missionaris niet achterwege mag laten: het
bevestigen van wat is opgericht. Een
noodzakelijke activiteit, zelfs als hij voorlopig een of enkele
verantwoordelijken had aangesteld. Door
persoonlijk contact of door zijn brieven blijft hij de opgerichte gemeenten
volgen, bevestigen, bemoedigen, vermanen, kortom: hij wil ze bewaren als een
goede herder. Met de
christengemeente van Antiochië, zijn oorspronkelijke vertrekbasis zal hij
verder geen contact meer hebben (lente 53); we kunnen dat onrechtstreeks
afleiden uit wat hij schrijft in de brief aan de christenen van Filippi: “Gij
weet het zelf ook wel, Filippiërs: bij mijn vertrek uit Macedonië in het begin
van mijn evangelieprediking heeft geen enkele gemeente met mij een lopende
rekening geopend behalve de uwe” (Fil. 4,15).
Zo trekt hij om te beginnen naar Galatië en dan door Frygië om er alle
leerlingen te sterken in die gemeenten die hij gesticht had tijdens zijn eerste
en tweede missietocht. In Frygië
volgde hij een prachtige straat die langs de Meanderstroom liep; het woord
meander is waarschijnlijk daarvan afkomstig.
Hij komt door Kolosse, vandaag helemaal vergeten en arriveert dan in
Efese waar nogal wat christenen woonden.
In Efese had hij al gewerkt van 52 tot 55 (2 jarenhalf).
Het was toen de grootste stad van Klein-Azië en een zeer grote
havenstad. Al was Pergamon de
hoofdstad van de provincie, in Efese hield zich de Proconsul op.
Een zeer rijke handelsstad en… centrum van de Artemiscultus.
Artemis was ook een vruchtbaarheidsgodin, zowat de voorloopster van
Astarte. Met een tempel die nog
heel wat groter was dan de huidige Sint-Pietersbasiliek van Rome.
Nu was er in Efese een joods predikant aan het werk geweest, een
christen, die Jezus verkondigde maar die enkel het doopsel van Johannes kende.
Aquila en Priscilla (dat jonge christelijke echtpaar dat we reeds hebben
ontmoet in het gezelschap van Paulus) leerden hem het christelijk geloof beter
kennen. Apollo trok dan verder naar Korinthe.
Deze korte uitweiding heeft haar belang om een ontmoeting te begrijpen
van Paulus met enkele pasbekeerde christenen daar in Efese.
Hij misziet er iets aan, het komt hem voor dat ze iets missen..
Was het een gebrek aan vreugde, een gebrek aan ijver of durfden ze niet
voor hun geloof uitkomen? In ieder
geval hij stelt hun de vraag: “’Hebt gij de heilige Geest ontvangen toen ge
het geloof hebt aangenomen? ‘ Zij antwoordden: ‘Wij hebben niet eens gehoord
dat er een heilige Geest bestaat.’ Toen zei hij: ‘Hoe zijt ge dan gedoopt?
‘ Ze antwoordden: ‘Met het doopsel van Johannes.’ Paulus hernam:
‘Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering, maar zei aan het
volk, dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus.’ Toen zij dit
gehoord hadden, lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus. Nadat Paulus
hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen; ze spraken in talen
en profeteerden. Bij elkaar waren het een man of twaalf” (Hand. 19, 2-7).
Het is niet onze gewoonte bij deze Pauluskommentaar veel toepassingen te
maken. Maar hier wil ik de wat
moraliserende vraag stellen of Paulus ons als christenen zou kunnen
erkennen: aan onze vreugde, onze innerlijke vrede, onze manier van leven, onze
ijver in de evangelisatie…? Moeten
wij ook niet de raadgeving involgen die de Brugse bisschap Mgr. E.J. De Smedt
aan zijn vormelingen meegaf: “Heel je leven lang moet je deze drie woordjes
blijven herhalen: Kom, Heilige Geest”. Hebben
wij niet echt nood aan een nieuwe bezoeking van de Heilige Geest?
We hoeven niet tot Pinksteren te wachten om Hem te vragen: Kom, Heilige
Geest. Vernieuw mij in de genade
van mijn heilig Doopsel en Vormsel.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
Er is warm en koud geblazen in de regering met betrekking tot het
gedogen van Cannabisgebruik. Heeft men voldoende zijn gezond verstand
gebruikt en zijn verantwoordelijkheid genomen tegenover de jonge generatie?
Wij geven hieronder een lezersbrief
die op 5 december gepubliceerd stond in De Standaard onder de titel
“Cannabis (1). Er zullen ook wel
pro-stemmen aan het woord geweest zijn in de ingezonden stukken.
Het getuigenis dat hier volgt is in ieder geval van een insider: een
aanfluiting voor een mogelijk gedoogbeleid en voor allen die menen dat van het
een niet het ander komt.
“Mister Joint was jarenlang mijn grootste vriend.
Ik ontmoette hem ’s ochtends, bij het openen van mijn ogen, want dan
was zijn gezelschap het leukst. ‘Ha’,
hoor ik de nette heren en dames
hasjrokers al zeggen, ‘een hasjjunk aan het woord.
Maar zo is het niet bij ons!’ Ook
ik wist wel beter. Lekker
ontspannen! Zalig die muziek, de
reggaemasters in je kamer! En die
kleuren… de natuur!!!! ‘Niet
zaniken’, zei ik, ‘de wereld is mooi. Soft
drugs maakt mensen beter’.
Vandaag, vijf jaar na de laatste joint, achttien na de eerste, raak ik
stilaan weer in orde. Mijn geheugen
wordt beter, mijn woordenschat en taalgebruik zijn nog lang niet zoals voorheen,
maar dat komt nog wel, de karakterstoornissen zijn verdwenen, de agressie, de
luiheid ook, en zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Toch meen ik dat ik mezelf terugvind.
Het was ooit anders. Hennepgebruik
dompelde mijn ogen in een hooghartige, verdwaasde uitstraling, je kon me beter
mijden. Maar regelmatig gebruiken
doet nog veel meer. Ik vervreemdde van mijn (niet rokende) vrienden, familie, de
mensen op straat, de wereld. Cannabis
is een gewiekste slang die me vele jaren een plezant rad voor de ogen draaide,
die “aura” van onschuld en plezier is haar sterkste wapen.
Op een dag tref je ze aan je voeten, dat lieve, magische diertje.
Je maakt heel wat pret samen, lachsalvo’s bij de vleet.
Ik werd gauw een regelmatig roker en dacht nog steeds: The world is mine!
Inmiddels was de slang heel zachtjes rond mijn middel gekropen.
Je hebt hoegenaamd niets in de gaten, het is een erg leuke drug, een
partydrug voor geoefende gebruikers, vrijen in een roes, je denkt hemels te
denken, doorzicht, inzicht, kunst, o kunst!
Tot de dag dat de slang je keel heeft bereikt en je hersens gaat
beglijden met afhankelijkheid.
Ik veranderde, begon heel anders te denken, mij anders te gedragen,
sommige collega-gebruikers werden letterlijk gek, haast iedereen schichtig,
velen eenzaam. Iedere dag stoned,
je hebt wat te verbergen: je enige vriend, je meester, de hennepslang.
Klinkt dit niet zoals parasieten doen?
Alle drugs zijn geestelijke parasieten. Lieve, brave, verstokte
hasjrokers, bewijs jezelf dat je drie maanden zonder kan en denk dan na over je
zogenaamde onafhankelijkheid. Ik
vermoed, maar hoop niet, dat het je zweet en tranen kost.
Maak je vrij!” Peter
Callens, Willebroek.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (15)
DE ZONDEVAL (KKK nr.
385-421) geresumeerd door : Ben Van Vossel cssr
“En God zag dat het goed was”…
Maar zo is het blijkbaar niet gebleven.
Er is het lijden, onnoemlijk veel lijden en er is het morele kwaad, de
zonde. Er is ook de openbaring van
Gods barmhartige liefde die in Jezus hoogtij heeft gevierd, in Hem die het kwaad
heeft overwonnen.
I Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos.
De ware aard van de zonde kan je maar ontmaskeren als je de innige band
erkent tussen God en de mens, anders ga je aan de duistere aard van de zonde
voorbij, want dan ga je de zonde gewoon een gebrek aan groei noemen, een
psychologische zwakte, de schuld van de maatschappelijke structuur enz…
Hetzelfde met betrekking tot de erfzonde.
Hoewel het Oude Testament schrijft over de zondeval van de eerste mens,
wordt de echte betekenis van dat verhaal maar duidelijk vanuit de dood en
verrijzenis van Jezus Christus. Jezus
is de bron van genade zoals Adam de bron van zonde is.
Men kan de openbaring van de erfzonde niet aantasten zonder afbreuk te
doen aan het mysterie van Christus, de verlosser.
Doorheen de beeldende taal van dat verhaal uit Genesis, moeten we de
geloofsdimensie ervan begrijpen, nl. dat heel de menselijke geschiedenis
getekend werd door die zondeval.
II De val van de engelen.
In de Schrift wordt, mede beïnvloed door het jodendom, gesproken over
de zonde van engelen, geschapen geesten die in vrije keuze God en zijn Rijk
hebben afgewezen. Zij beïnvloeden
de keuze van de mens door misleiding. Toch
is de negatieve macht van de Satan beperkt omdat hij ook een schepsel is en
omdat ‘God in alles het heil bevordert van wie Hem (God) liefhebben’ (Rom.
8,28).
III De erfzonde
De mens stelde zich onafhankelijk op tegenover God en bracht daardoor
wanorde in eigen leven en in de menselijke samenleving.
Dit gebeurde vooral doordat hij God wantrouwde en tegen Gods verlangen
inging. Zo verspeelde de mens zijn
door God gewilde heiligheid, er groeide vrees tegenover God (door een verkeerd
beeld van God die zogenaamd zijn voorrechten zou moeten verdedigen).
De harmonie tussen de mensen ging stuk, de harmonie met de schepping.
Het wordt als een olievlek over de menselijke samenleving en de
schepping. Met de zonde doet ook de
dood haar intrede in het mensenleven. Omdat
de zonde en de dood universeel is, heeft ook Jezus’ verlossing universele
invloed. En daarom dient de Kerk het doopsel toe tot vergeving van de
zonden, ook aan jonge kinderen.
Ieder mens heeft de erfzonde opgelopen, maar de menselijke natuur is
niet geheel verdorven (405). Het
doopsel doet de erfzonde teniet maar de gevolgen vergen een geestelijke strijd.
IV Niet overgeleverd aan de macht van de dood
In Genesis krijgen we reeds de aankondiging van de verlossing te horen:
een kind van de vrouw zal de kwade verslaan.
In feite heeft God uit de zonde een nog groter goed laten voortkomen
‘Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos’ (Rom. 5,20), want
dankzij de schuld van Adam hebben wij onze Verlosser, Jezus, mogen begroeten.
Daarom zingt de Kerk in de Paasnacht: “Felix culpa: gelukkige schuld
die ons zo een Verlosser heeft geschonken!”
Studiedag over “Vergeving”
Op 15 december (te Leuven reeds op 9 december) gaf pater Constant
Goorden cssr in het Redemptoristenklooster te Gent een bezinnende bespreking van
het boek van de Canadese Dominicaan Jean Monbourquette “Comment pardonner ?
Pardonner pour geérir. Guérir
pout pardonner” (Hoe vergeven ? Vergeven
om te genezen. Genezen om te
vergeven). Monbourquette is
psycho-therapeut, maar ziet ook de spirituele nood van de mens met problemen,
dit in tegenstelling met de meeste psychologen en psychiaters bij ons die
meestal weinig of geen begrip en sympathie hebben als mensen over hun spirituele
noden spreken. Montbourquette
stelde integendeel de destructieve reacties vast bij heel wat cliënten op
beledigingen, afwijzing en de daaruit volgende kwetsuren.
Die destructieve reacties van agressie of vlucht ziet hij zich oplossen
waar mensen zich openstellen voor vergeving naar de agressor toe. Het gaat hier niet om een goedkoop ‘de spons vegen over’,
maar over een bevrijdende weg doorheen 12 stappen waarbij het zichzelf vergeven
zeker niet de minst belangrijke is.(bvv)
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
Klemens HOFBAUER, redemptorist
1 God staat aan het roer
door Ives De Mey, cssr
2001: Klemensjaar
Tweede kerstdag 2001 is nog ver weg, maar voor de redemptoristen is het
aanbreken van het jaar 2001 voldoende reden om de H. Klemens Maria Hofbauer een
jaar lang in het licht te zetten. Hij is immers op 26 december 1751 geboren in
Tasswitz (het huidige Tasovice in Tsjechië bij de Oostenrijkse grens) en dat is
dus 250 jaar geleden.
Geen saaie heilige
Ik heb Klemens’ levensbeschrijving met verbazing gelezen en wil u in
zes afleveringen wat van zijn gedrevenheid en Godsvertrouwen doorgeven. Hij
leefde van 1751 tot 1820 (werd dus 69 jaar oud) en dat is de periode waarin de
Verlichting hoogtij vierde. Jozef II, de keizer-koster, zwaaide de scepter in
Centraal-Europa. En met die scepter heeft hij het kerkelijk leven er kwistig van
langs gegeven. Onze brave Klemens kan ervan meespreken. Nu ja, zo braaf was deze
heilige niet altijd: hij ontsnapte uit de gevangenis, verkocht in zijn
woede-aanvallen wel eens een stevige mep aan de dichtsbijstaande confrater,
heeft een jaar lang in een diepe depressie geleefd en werd voortdurend
geschaduwd door de geheime politie. Hij was de eerste redemptorist buiten Italië
en is misschien nog best van al gekend als de patroonheilige van Wenen. Maar
laten we beginnen bij het begin.
Priester worden: een kinderdroom
Bij zijn geboorte in 1751 heet Klemens nog Johannes Hofbauer. Hij is 7
jaar wanneer zijn vader sterft. Zijn moeder bracht hem toen bij een stenen kruis
en zei: ‘Voortaan is Hij je Vader’. Dit heeft hem nooit losgelaten. Wanneer
de kleine Hofbauer een jaar later iemand de uitdrukking ‘de tijd doden’
hoort gebruiken, reageert hij bitsig: ‘wie niets anders te doen heeft, zou
beter bidden.’ Tegen zijn zestiende schieten er van de 13 leden van zijn gezin
nog maar 5 over. Zijn drie broers en ene zuster zijn getrouwd; Klemens leeft dus
alleen bij zijn moeder en moet gaan werken als bakkersjongen. Hij moet zijn
humaniorastudies stopzetten. Die was hij begonnen om later priester te kunnen
worden. Het zou een lange weg worden naar het priesterschap. Twee jaar later
combineert hij zijn werk als bakkersjongen en ober met zijn studies in de
nabijgelegen abdijschool. Maar voor de hogere cyclus moet hij elders gaan en
daar is geen geld voor.
Het geheim van St. Klemens: leven in Gods nabijheid
Klemens bergt zijn priesterplannen nogmaals op, besluit om zich als
kluizenaar aan de Heer te wijden en neemt de naam Klemens aan. Hij is nu 24 jaar
oud. Sinds zijn 18e heeft hij al meerdere malen een bedevaart (te voet) naar
Rome gemaakt, en dat blijft hij ook in die jaren als kluizenaar regelmatig doen.
Sommigen zeggen dat hij wel 13 keer de lange en gevaarlijke tocht maakte. Op die
bedevaarten heeft hij zich moeten verdedigen tegen rovers en wilde dieren. Toen
zijn tochtgenoot werd aangevallen door een wilde hond, bad hij met psalm 91
“Wie vertoeft in de schuilplaats van de Allerhoogste, zegt tot de Heer:
‘mijn toevlucht, mijn sterkte, mijn God op wie ik mij verlaat.’”. En de
hond droop af.
Deze tijd als afgezonderd kluizenaar is zijn noviciaat, de grote
vormingsperiode, waarin de heilige geboetseerd wordt. In de eenzaamheid van het
kluizenaarsleven leert Klemens te vertrouwen op God. Als kluizenaar bezit hij
enkel een bijbel, de catechismus, het boek ‘de navolging van Christus’ en de
kluizenaarsregel. Hier wordt de latere predikant gevormd: door zich biddend de
bijbel eigen te maken. Hij leert te werken voor zijn levensonderhoud en te
vertrouwen op Gods voorzienigheid. Klemens stelt zich als kluizenaar ook ten
dienste van de kerk door te helpen als koster in verschillende bedevaartsoorden,
waar hij ook catechese geeft aan de bedevaarders. Klemens liefde voor
overvloedige en mooie liturgie en zijn ijver om het volk te onderrichten, zal
nooit verminderen.
Leven in Godsvertrouwen
Keizer Jozef II vond dat de godsdienst bevrijd moest worden van alles
wat irrationeel was in zijn ogen. Kaarsen en liturgische gezangen bijvoorbeeld,
maar ook religieuze orden en kluizenaars. In 1780 besluit Klemens om samen met
een bevriende kluizenaar naar Italië te trekken waar hij nog 3 jaar als
kluizenaar leeft in Tivoli bij Rome. Dat waren de mooiste jaren van zijn leven:
het Italiaanse klimaat, de mooie natuur, het zegenrijke bedevaartsoord en het
genoegen om dicht bij God te leven in zijn vrede en goedheid. En toch neemt hij
in 1783 de beslissing om terug te keren naar Wenen. Hij heeft zich niet
behaaglijk genesteld in het heerlijke leven, maar is attent gebleven voor Gods
stem. Wanneer God hem roept om het hemelse leven op te geven en helemaal alleen
terug te keren naar Wenen om er op 32-jarige leeftijd, zijn priesterstudies
verder te zetten, dan luistert Klemens. Zijn vertrouwen op God is sterk genoeg
om zich niet door het onbekende te laten afschrikken.
Priester worden in een anti-kerkelijk milieu
En dit vertrouwen wordt niet beschaamd. Na de mis in de Weense
kathedraal, ontmoet hij ‘toevallig’ drie oudere dames die aanbieden zijn
studies te financieren. Met het geld van deze dames, kan God grote dingen doen.
Hij komt ook in contact met een genootschap van leken en priesters dat
zich ‘Christelijke vriendschap’ noemt. Het was gesticht door een Zwitserse
jezuïet en de leden leggen zich erop toe het christelijk geloof te verdedigen
tegen het Verlichtingsdenken. Zij zorgen voor de verspreiding van goede boeken.
Vooral de boeken van Alphonsus de Liguori, de stichter van de redemptoristen,
werden met veel ijver gepromoot in Wenen. Het wordt hen niet in dank afgenomen.
De stichter van het genootschap wordt enkele jaren later op straat in elkaar
geklopt en sterft. Zo sterk antikerkelijk was de geest van die tijd. En dat was
ook zo in de opleidingsscholen voor priesters. De professoren waren zo
antikerkelijk dat Klemens besluit zijn studies verder te zetten in Rome. Hij
weet zijn studiegenoot Thadeus Hübl te overtuigen mee te gaan.
Redemptorist en priester in 5 maanden
Op een dag besluiten ze naar de mis te gaan in de kerk die het eerst de
klokken luidt. Het is de St-Juliaankerk nabij de basiliek van Maria de Meerdere
(Santa Maria Maggiore). Na de mis vraagt Klemens aan de misdienaar wat voor
paters er leven in het kleine kloostertje. De jongen antwoordt: ‘Het zijn
redemptoristen en jij zal er ook één worden.’ Dit antwoord intrigeert
Klemens en hij wil meteen een gesprek met de overste. Nadat hij wat informatie
krijgt over deze nieuwe congregatie, wil hij meteen intreden. Hübl kon niet zo
snel beslissen. Nadat Klemens de hele nacht heeft gebeden voor zijn vriend,
beslist ook Hübl de volgende dag om redemptorist te worden. Op 24 oktober 1784
beginnen ze aan hun noviciaat in Rome, nauwelijks 5 maanden later spreken ze de
religieuze geloften uit en beginnen aan hun priesterstudies. Tot hun verbazing
worden ze 10 dagen later (29 maart 1785) plots priester gewijd. Klemens en
Thadeus Hübl blijven nog verder studeren in Italië tot oktober 1785. Klemens
heeft Alfonsus (die dan 89 jaar oud is) nooit ontmoet, maar heeft Alfonsus zeer
goed leren kennen door diens geschriften te lezen en te blijven herlezen.
Het scharnierpunt in Klemens’ leven
In deze eerste aflevering zijn we in sneltreinvaart door de eerste 34
jaar van St. Klemens gegaan. Hij groeit op als landbouwerszoontje, wordt
bakkersjongen, tafelknecht, scholier, kluizenaar, pelgrim, universiteitsstudent
en tenslotte redemptorist en priester. Een bochtig traject om priester te
worden. Maar ondertussen schrijft God recht op kromme lijnen. Want al deze
levenservaringen zijn de bouwstenen voor de volgende 34 jaar van zijn leven. Het
woord van Marcus 3,13-14 past perfect op Klemens’ leven: “Jezus riep tot
zich die Hij zelf wilde; en zij kwamen bij Hem. Hij stelde hen aan om Hem te
vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken.” De eerste 34
jaar van zijn leven was Klemens als kluizenaar ‘dicht bij Jezus’ en werd hij
geduldig voorbereid op zijn zending. Het ene jaar in Rome is het scharnierjaar
waarin alles zeer snel gaat: op enkele minuten beslist hij om redemptorist te
worden en een half jaar later is hij redemptorist en priester. Nog eens een half
jaar later (in oktober 1785) worden Klemens en Hübl door de algemene overste
van de redemptoristen uitgezonden om de congregatie te verspreiden ten noorden
van de Alpen. Wat een opdracht! En dit terwijl de keizer zware straffen heeft
bepaald voor wie deel uitmaakt van een buitenlandse kloosterorde (de
binnenlandse waren allemaal afgeschaft)! De tweede en laatste 34 jaar van
Klemens’ leven breken aan. En daarmee vergeleken, zijn de eerste 34 maar
kinderspel. Maar Klemens zegt altijd: ‘Vat moed want God staat aan het
roer!”
Tot volgende keer.
Deze levensbeschrijving is gebaseerd op het werk van P. Josef Heinzmann
“Das Evangelium neu verkünden: Klemens Maria Hofbauer” uit 1987.
uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina - Verwante links - activiteiten
“Wat dat betreft (nl. zonder ophouden tot Jezus op te gaan gedurende
de dag) zou ik nooit genoeg kunnen aandringen op het gebruik van wat men het
“Jezusgebed” noemt. Vanaf het
begin ben ik op een natuurlijke wijze geneigd geweest zijn Naam te herhalen heel
de dag lang - de kracht van dit gebed laat zich niet zozeer afmeten aan het
aantal keren dat men “Jezus” zegt, maar aan de kwaliteit van de liefdeblik
die met het gebed gepaard gaat. Wat
er ook van zij, juist gedurende onze dagelijkse bezigheden moeten we aan Jezus
denken, naar de tijd verlangen die wij Hem in gebed zullen aanbieden. Onze liefde zal onzichtbaar groeien, Jezus zal werkelijk
iemand voor ons worden, de levende God in ons.
We zullen leren heel de dag spontaan te spreken met Hem, Hij wordt degene
die onze eerste blik krijgt bij het ontwaken, in wie we ’s avonds inslapen.
Niet alleen degene tot wie we ons richten in uren van nood, maar die onze
vreugde deelt, die voor elk daarvan onze eerste dank ontvangt.
Als het zo is zal ons gebed niet zijn zoals een oase in een woestijn,
maar elk ogenblik van ons leven zal door het gebed ingenomen worden; aldus zal
het gebed onze dag doen stralen, wordt het de beloning voor onze inspanning…
(Henri Caffarel, Gedragen door God.
Overwegingen bij de briefwisseling tussen Camille C. en Henri Caffarel.
Carmelitana. p. 104-105. Zie
verder bij onze boekbesprekingen)
MENSELIJKE WETTEN EN CHRISTELIJK GEWETEN
(M. Quellet, De Gerechtigheid van het Verbond.
‘Ontoereikendheid van de menselijke gerechtigheid’
in Communio, Internationaal Katholiek Tijdschrift. Jrg.25 -
“Een
andere beperking van de menselijke gerechtigheid (naast de omringende cultuur
die beheerst wordt door filosofisch scepticisme en moreel relativisme, waarvan
de vrucht een antropologisch nihilisme is) is het gevolg van het zogenaamde
politieke realisme dat zich aan de
eisen van pluralisme, laïcisme en tolerantie tracht aan te passen. ‘Brede
lagen van de bevolking - schrijft Johannes Paulus II - rechtvaardigen bepaalde
misdaden tegen het leven in naam van de rechten van de vrijheid en beroepen
zich, vanuit dit vooroordeel, niet alleen op straffeloosheid, maar zelfs op de
toestemming van de staat, om deze misdaden in totale vrijheid, meer nog, met de
kosteloze medewerking van de gezondheidsdiensten uit te kunnen voeren”.
Uiterst zorgwekkend is de veralgemeende abortus- en euthanasiepraktijk
die getuigt van immorele wetten en de toenemende invloed van een ‘cultuur van
de dood’, symptomen van een zware morele inzinking.
Voor de Kerk riskeert de ontwikkeling van een wettelijke gerechtigheid
zonder andere grondslag dan de altijd voorlopige consensus van sociale en
politieke groeperingen op lange termijn niet alleen de gerechtigheid en de vrede
van samenlevingen en naties te compromitteren, maar ook de zin voor de mens en
zijn vrijheid.”
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -