GELOOF EN LEVEN 
JAAR 2000 nr. 4

Jaargang 104 nr 4 (oktober- november- december 2000)

Enige artikels uit het Tijdschrift
 

‘Ja’ op het heden Michel Quoist

Seven social sins door Mahatma Ghandi

Jubileumjaar nadert einde

Het geloof erg aktueel in onze media  in negatieve zin

Woord van de paus Eucharistieviering in Amman (maart 2000)

Katechismus van de katholieke Kerk (14)  God, Schepper - geresumeerd door : Ben Van Vossel cssr

Paulus (12) De tweede missietocht (4) door : Ben Van Vossel cssr

Christenen vandaag  Lieven Dewaer

De christen en de trouw Citaat uit: Dr. Bernhard Häring, De wet van Christus.

Bisschoppen tegen 'synodalen' Een kerkje van eigen vinding

God, mijn oase De rest is fatamorgana

Zaligverklaringen (3 September 2000) Pius IX, Johannes XXIII, Dom Marmion

Kerkvaders in Baghdad  door  p. Vincent Van Vossel cssr

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

‘JA’ OP HET HEDEN

Zeg bij het aanbreken van elk nieuw ogenblik

‘ja’ op de uitnodiging van God,

dan zul je steeds volkomen in het heden leven.

Als je ‘ja’ zegt op het actuele ogenblik,

werk je mee aan de mystieke menswording

van de Zoon in jou.

Als je ‘ja’ zegt tegen het werk

dat je op een bepaald ogenblik te doen hebt,

werk je mee aan de vervolmaking

van de schepping in de Zoon.

Als je ‘ja’ zegt tegen de moeite

die het ogenblik van je vergt,

werk je mee aan de vervolmaking

van de Verlossing in de Zoon.

Michel Quoist , pr., ‘Maak iets van je leven’.

Uitg. Lannoo / Tielt 1963,  p. 124.

Uit het Frans vertaald door Jean H.P. Jacobs.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

SEVEN SOCIAL SINS

door Mahatma Ghandi

In het gastenkwartier van de Trappistenabdij van Orval las ik tijdens het Bronkamp van de Maria-Kefasgemeenschap (voor een honderdtal tieners) volgende tekst van Ghandi. 

Les racines de l’oppression:

* La politique sans principe

* La fortune sans le travail

* Le plaisir sans la conscience

* Le savoir sans humanité

* Le commerce sans morale

* L’ adoration sans le sacrifice de soi

 

Zeven Sociale zonden

“De diepe oorzaken van de verdrukking”

- Politiek zonder princiep

Een politiek die enkel macht en invloed als doelstelling heeft en niet het ware goed van de burgers, is een politiek die naar onderdrukking leidt, langsheen’ brood en spelen’, misleiding, vriendjespolitiek, corruptie, klassegerecht…  Voortdurende zelfkritiek en attente publieke kritiek is noodzakelijk.

- Fortuin zonder arbeid

‘Wie niet werkt, zal ook niet eten’ schreef Paulus, verwijzend naar mensen die uitzagen naar de terugkomst van de Heer Jezus en daarom niet meer werkten en maar op de kap van anderen leefden.  Wij wijzen nu soms beschuldigend naar werkelozen, migranten, en het kan zijn dat daar sommige zaken moeten rechtgetrokken worden.  Maar voor onszelf is het een uitnodiging om onszelf in te zetten, om niet te menen dat onze (materiële, geestelijke, psychische) rijkdom ons verheft boven medemensen, ons recht geeft om hen als slaven te gebruiken en zelf ongehinderd te genieten van iets waar we zelf niets voor gedaan hebben.

- Genot zonder geweten

God plaatste de mens in een paradijs verhaalt ons het eerste bijbelboek.  We lezen in die parabool dat de mens tot geluk geroepen is, voor de vreugde geschapen is.  Maar altijd volgens Gods verlangen, altijd in overeenstemming met de verheven roeping een bestemming van de mens als kind van God.  Als we genot enkel omwille van het genot nastreven zonder respect voor onze eigen menselijkheid en de persoon van de ander, staan we weer voor een bron van verdrukking van de mens, zowel van onszelf als van de ander.

- Wetenschap zonder menselijkheid

Wetenschap en kennis die zich niet in dienst stelt van de mensheid, de promotie van de mens, wordt voor de mens tot verdrukking.  De industriële revolutie heeft in haar beginfase de arbeider tot het radertje van een machine gemaakt, zonder aandacht voor de arbeider als mens noch voor zijn sociale verantwoordelijkheid voor zijn gezin.  Er zijn sociale revoluties nodig geweest om die verwording terug wat recht te zetten.  Sommige van die revoluties, zoals het marxisme, hebben de arbeider dan weer geweldig benadeeld door hem in dienst te stellen van een systeem.  Hoe anders klonk de stem van Jozef Cardijn: Jonge arbeiders, jullie zijn kinderen van God.  Jullie hebben recht op respect!

- Handel zonder moraal

In het Nieuwe Testament lezen we : “Wie goed zou kunnen doen maar het nalaat, doet zonde. En nu gij die rijk zijt: weent en jammert om de rampen die over u komen. Uw rijkdom is verrot, uw mooie kleren zijn door motten aangetast, uw goud en zilver is verroest. Die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw vlees verteren. Schatten hebt gij verzameld, terwijl het de laatste dagen zijn. Hoort, het loon dat gij hebt onthouden aan de arbeiders die uw velden hebben gemaaid, roept luid, en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer der heerscharen.. Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, gij hebt u vetgemest voor de dag van de slachting” (Jacobusbrief 5,1-5).

- Aanbidding zonder zelfoffer

Vroomheid zonder naastenliefde is God niet welgevallig lezen we bij verscheidene profeten.  Jezus (‘Leer wat het zeggen wil: barmhartigheid wil ik en geen offers’) en de schrijvers van het Nieuwe Testament laten daar ook geen twijfel over.  Vroomheid en godsdienstigheid waarbij de mens niet zichzelf gaat inzetten, zichzelf gaat invoegen in wat God ten diepste verlangt, blijft een lege vroomheid.  Men moet als het ware intreden in de gezindheid van God zelf, en dat gaat niet zonder zelfoffer.  Anders komt men terecht in een soort fundamentalisme ofwel magie waarbij men God koest houdt met wierook en uiterlijke godsdienstpraktijken maar niet tot diepe godsdienstigheid komt.  Als men God koest houdt, kan men zijn eigen wegen gaan en dat leidt altijd naar onheil voor de mensheid.

(commentaar: Ben Van Vossel cssr)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

JUBILEUMJAAR NADERT EINDE

We hebben - ook individueel - van het Jubileumjaar van onze verlossing waarschijnlijk heel wat mogen meemaken dat ons deugd heeft gedaan naar geest en ziel en lichaam.  In dit stukje willen we de deugddoende geur van het speciale Heilig Jaar vanuit Jeruzalem tot ons laten komen.  Paulus Johannes-Paulus was daar op bezoek, er was een ontmoeting tussen de drie grote monotheïstische godsdiensten. 

De boodschap naar de wereld was duidelijk. Terwijl de overal aanwezige corruptie, onrecht, schandelijke ongelijkheden, immoraliteit en gebrek aan respect voor het leven de mensheid oriënteren naar een cultuur van de dood blijven de drie monotheïstische godsdiensten verwijzen naar de 10 woorden van de Sinaï (de tien geboden) waarin de waarden van oprechtheid, gerechtigheid en solidariteit blijvend vervat liggen. De wereldwijde economie vormt vaak een bedreiging voor de menselijke waarden, nogal wat mensen zoeken soelaas in drugs, alcohol (ook voor jongeren) en occulte praktijken (de helft van de Fransen consulteren geregeld hun horoscoop! Overigens zijn er in Frankrijk meer dan 20.000 (!) waarzeggers, helderzienden en astrologen aan het werk.  Moet er soms zand zijn?). 

Naast de oproep tot die diepmenselijke waarden was er ook de oproep tot de eenheid tussen de christenen.  Dat is een stap van bekering.  In Jeruzalem ligt de onenigheid tussen de christenen als het ware uitgestald, maar wij kennen ook Ierland (en de onverzoenlijke haat tussen sommige katholieke en protestantse christenen); en wat met de problemen tussen Uniaten en Orthodoxen in de vroegere Sovjet-Unie?  De oosterse en westerse vleugel van de christelijke kerken kunnen elkaar bevruchten: enerzijds met de zin voor het mysterie en anderzijds met de zin voor secularisatie en zelfverantwoordelijkheid van de mens waardoor heel wat scheppende krachten zich manifesteren, die nu echter de mens op zijn honger laten.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

HET GELOOF ERG ACTUEEL IN DE MEDIA

Het is wat sarcastisch bedoeld, beste lezer, want het gaat echt niet over het feit van de honderdduizenden jongeren die naar Rome trokken voor de Wereldjongerendagen, ook niet over het feit dat in een aantal landen het priesterbestand langzaam maar zeker toeneemt, nee, ik heb het over onze media, over onze teerbeminde reporters en nog ‘tederder’ geliefde ’bekende Vlamingen’.  Voortdurend brengen ze, ongevraagd (en overigens ook ongewenst) het geloof ter sprake, namelijk op deze manier: dat ze gelovige ouders hadden, dat ze een godsdienstige opvoeding hebben gekregen maar (en nu komt het) dat ze dat geloof hebben afgezworen.  Dat moesten ze echt even kwijt: nu ze tot de jaren van verstand gekomen zijn (we hopen dat dit het geval is, want soms heb je daar wel enige twijfel omtrent) hebben ze het geloof van die simpele mensen afgelegd.  Nu zijn ze ‘rationeel’ bezig.  Als ‘verlichte’ mensen.  Ze zijn dan wel gedoopt.  Maar geen nood.  Sinds wijlen Johan (Anthierens) de Ontdoper kan je dus een briefje naar de bisschop of de pastoor sturen met de vraag om je naam te laten schrappen uit het doopregister.  Hopelijk zijn die rationalisten zo nuchter om te weten dat er niets zo brutaal is als een feit.  Gedoopt zijn ze en blijven ze natuurlijk.  Daar kunnen zij niets aan veranderen, al gaan ze nog zozeer op hun achterste poten staan.  Maar kom, misschien prijkt hun naam dan niet langer in de statistieken van de gedoopten of van het (zich als) gelovige (bekennende) deel van de bevolking.  Maar ik wijk te ver af.  Ik weet niet of die door hun verleden blijkbaar zo gefrustreerde BV’s zich door hun uitlatingen kunnen wreken op hun onverwerkte (gelovige?) verleden, of zich bevestigd voelen door het applaus van hun al even gefrustreerde mede-BV’s.  Misschien zouden ze beter gewoon gewoon doen en uitkomen voor wat ze zijn (dat doen ze ten overvloede hoor en daarom zijn onze media zo oppervlakkig) in plaats van voortdurend te onderlijnen dat ze in feite afvallige christenen zijn.  Is dat nu echt zo’n eretitel om te pas en ten onpas mee te pronken ?  Ik heb steeds meer de idee dat een groot deel van hen nooit echt gelovig geweest is.  Wat valt er dan nog te pronken?

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

WOORD VAN DE PAUS

Toespraak van paus Joannes-Paulus II tijdens Eucharistieviering in Amman/Jordanië op 21.03.2000

(Vertaald uit: INFORMATION, Freundeskreis Maria Goretti, nr. 71, augustus 2000 p. 14)

“Aan de bisschoppen en priesters zeg ik: wees goede herders naar het hart van Christus!  Leid de u toevertrouwde kudde op de weg, die naar de groene weiden van zijn Rijk voert!  Stel uw vertrouwen op de Heer, ook temidden van de moeilijkheden van uw ambt.  Kom Hem nabij in gebed, dan zal Hij uw licht en uw vreugde zijn…

Tot de leken zeg ik: vrees niet om uw specifieke plaats en uw verantwoordelijkheid in de Kerk op te nemen!  Wees onverschrokken getuigen van het Evangelie in uw gezin en uw vriendenkring!  Op deze Moederdag in Jordanië wens ik de hier bijeengekomen moeders geluk en ik nodig alle moeders uit, om heropbouwers te worden van een nieuwe beschaving van liefde.  Hou van jullie gezin.  Breng hen de waardigheid van elk leven bij; leer hen de weg van de eendracht en de vrede; leert hen de waarde van het geloof en van het gebed en van de goedheid!

Beste jongeren; De levensweg opent zich voor jullie.  Bouw jullie toekomst op op het stevige fundament van de liefde van God, en blijf altijd verbonden met de Kerk van Christus!  Help de wereld rondom jullie te veranderen, door in dienst aan de anderen en aan uw land het beste te geven.

En aan de kinderen die de eerste heilige communie ontvingen zeg ik: Jezus is uw beste Vriend; Hij weet wat er omgaat in uw hart.  Blijf dicht bij Hem, en als je bidt, bid dan ook voor de Kerk en de paus.”

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (14)

geresumeerd door : Ben Van Vossel cssr

Ik geloof in God, Schepper van de mens  (kkk, nr. 355-384)

In dit 6de paragraaf gaat de Katechismus uit van het Schriftwoord: “En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hem” Genesis 1, 27).  Hieruit volgt:  1° Dat de mens, als ‘beeld van God’, een unieke plaats heeft in de schepping, 2° In zijn wezen verenigt hij ook de geestelijke en de stoffelijke wereld; 3 Hij is ‘man en vrouw’ geschapen en 4° God heeft hem in zijn vriendschap aangenomen.

I “Als het beeld van God”.  Van al het zichtbare is enkel de mens in staat zijn Schepper te kennen en lief te hebben, Hij is om zichzelf gewild door God en door kennis en liefde mag hij delen in het leven van God. Daartoe is hij geschapen.  Het mysterie van de mens en zijn grote waardigheid als persoon vindt ten diepste zijn verklaring in het licht van het mensgeworden Woord, de komst van Jezus in ons menselijk bestaan.  Door zijn gemeenschappelijke oorsprong vormt het menselijk geslacht een eenheid en zijn we samen verantwoordelijk voor elkaar.  “Deze wet van menselijke solidariteit en naastenliefde verzekert ons ervan dat, zonder de rijke verscheidenheid van personen, culturen en volken uit te sluiten, alle mensen werkelijk broeders en zusters zijn” (361)  Samen zijn we ook geroepen tot God als ons uiteindelijk doel.  In Christus worden allen wedergeboren als kinderen van God.

II “Eén naar lichaam en ziel”

De mens in zijn geheel is door God gewild (Gen 2,7).  ‘Ziel’ staat in de schrift voor ‘het menselijk leven’, ‘de hele menselijke persoon’, maar hij duidt ook op wat hem het meest op God doet gelijken: het geestelijk beginsel in de mens.  Het lichaam heeft echter ook deel aan de waardigheid van ‘het beeld van God’.  De mens vormt één geheel.  De ziel wordt rechtstreeks door God geschapen, is onsterfelijk en vergaat niet bij de dood.  Zij zal zich opnieuw met het lichaam verenigen bij de uiteindelijke verrijzenis.

III “Man en vrouw schiep Hij hen”

Volmaakt gelijk als menselijke personen hebben man en vrouw toch hun eigenheid.  Zowel in hun man-zijn als hun vrouw-zijn weerspiegelen mensen de wijsheid en de goedheid van de Schepper.  God zelf is noch man noch vrouw, Hij is zuiver geest, in wie geen plaats is voor verschil van geslacht. (370)  Samen geschapen zijn man en vrouw voor elkaar gewild door God om elkaar tot hulp en opbouw te zijn.  Door als ouders het leven door te geven werken ze op een unieke wijze mee aan het werk van de Schepper.  Samen worden ze ook verantwoordelijk gesteld voor de wereld die God hun heeft toevertrouwd.

Ook celibatairen helpen op hun specifieke wijze als man en vrouw mee aan de opbouw van en de zorg voor andere personen en de schepping.

IV De mens in het paradijs

De  mens was goed geschapen; leefde in vriendschap met God, een fantastische gave, en in harmonie met zichzelf (niet uiteengerukt door begeerte van het vlees, begeerte naar bezit en ongeordende zelfbevestiging) en in harmonie met de schepping.  Deze toestand wordt enkel overtroffen door de nieuwe schepping in Christus. 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

PAULUS (12) DE TWEEDE MISSIETOCHT (4)

door : Ben Van Vossel cssr

Hierna vertrok Paulus uit Athene en kwam in Korinthe (Handelingen 18,1) waar hij anderhalf jaar zal werken (tussen 49/52 of 50/53 na Christus). 

De stad Korinthe lag op een hoogte (in de schaduw van een stevige citadel met daar bovenop de  beroemde en rijke Afroditetempel). Ze had door haar ligging op de landengte zowel toegang tot de Egeïsche als tot de Adriatische zee. Uiterst voordelig voor overzeese handel. Verwoest in 146 werd de stad door Caesar heropgebouwd en overtrof in schoonheid Athene en herbergde het provinciebestuur van Achaia. In de bovenstad lag de reusachtige Apollotempel uit de 6de eeuw voor Christus.   Paulus kon er niet naast kijken en bovendien zag hij de duizenden ‘gelovigen’ die zich tot de verering van Apollo aangetrokken voelen.  Nu nog staan er zeven zuilen van die tempel overeind.   In Korinthe trof men allerlei mensen aan, van Romeinse aristocraten tot staatloze armen.  Misschien is Paulus nog langs het graf van de filosoof Diogenes gewandeld; deze was zo ontgoocheld over de gedachteloosheid en oppervlakkigheid van de Karinthiërs dat hij op klaarlichte dag met een lamp op straat liep al roepend: ‘Ik zoek een mens’.  Met alle sympathie voor Diogenes stelde Paulus zich echter niet tevreden met diens ‘zelfgenoegzaamheid’ maar trachtte hij een christelijke gemeenschap van broers en zussen op te bouwen die in liefde met elkaar verbonden waren.

Bij zijn aankomst in Korinthe ontmoet Paulus het joods-christelijke echtpaar Aquila en zijn vrouw Prisca (of Priscilla).  Vanuit Pontus waren ze naar Rome uitgeweken maar door het edict van Claudius waren ze in 49 uitgewezen.  Ze vertelden Paulus honderduit over de christengemeente in Rome.  Het kwam nog goed uit dat ook zij  tentenwevers waren zodat ze konden samenwerken en veel konden uitwisselen over het reilen en zeilen van de kerk.  Ondertussen kwamen ook Silas en Timoteüs aan met positief nieuws uit Tessalonica waar de christenen toch standhielden.   Paulus schreef dan zijn eerste brief aan die christenen van Tessalonica (rond 52 na Christus, het oudste geschrift van het Nieuwe Testament).

Hij was natuurlijk ook weer begonnen met verkondiging in de synagoge en na de aankomst van zijn twee medemissionarissen ‘wijdde Paulus zich voortaan geheel aan de prediking en legde voor de Joden getuigenis af, dat Jezus de Messias was’: ‘Crispus, de overste van de synagoge, nam met heel zijn huis het geloof in de Heer aan, en ook vele Korinthiërs die naar hem luisterden, geloofden en lieten zich dopen’; maar omdat er toch weer wat tegenstand kwam keerde Paulus zich af van de synagoge en ze kwamen dan verder samen in het huis van Titius Justus, een ‘godvrezende’ (= sympathisant van de Joodse godsdienst) die naast de synagoge woonde.  Dit was misschien wel een op het eerste zicht lepe zet om mensen van de synagoge af te snoepen, maar tenslotte bleek het een averechts effect te hebben; het is immers begrijpelijk dat het succes van de christengemeente de naijver opriep bij mensen die zich sterk met de synagoge (vlak ernaast) verbonden voelden.  Toen er een nieuwe Romeinse proconsul werd benoemd voor Achaia, Junius Anneüs Gallio (broer van de Romeinse filosoof Seneca), daagden zij Paulus voor de rechterstoel. “Zoals deze man mensen overhaalt om God te dienen, dat gaat in tegen de Wet (van Mozes)” (Handelingen 18,13).  Paulus wilde daar iets op zeggen maar Gallio was hem voor.  In dat soort joodse kwesties rond de joodse Wet wilde hij geen rechter zijn en hij stuurde hun daar weg.  Sostenes, de synagogebestuurder, kreeg dan een goed pak slaag van de opgehitste aanklagers, kwestie van zich wat af te reageren.

In ieder geval blijft Paulus daar nog geruime tijd tot hij tenslotte inscheept voor Syrië, samen met Aquila en Priscilla.  In de oostelijke haven van Korinthe, Kenchreeën laat hij zijn hoofdhaar afknippen.  Dit was geen louter bezoek aan een kapper; hij moet een belofte aangegaan zijn voor de goede afloop van een moeilijke opdracht; men noemde dat een naziraatsgelofte (om een tijdlang het haar niet af te laten knippen).   In Efese neemt hij afscheid van het bevriende echtpaar en in de synagoge neemt hij contact met de joodse gelovigen maar hij heeft op dat moment niet de tijd daar te blijven, hoewel men er hem om verzocht.  “Als God het wil kom ik nog eens bij u terug” (Hand. 18, 21).  Hij gaat de christenen in Cesarea nog begroeten en reist dan naar Antiochië, de christelijke thuisbasis van waaruit hij vertrokken was.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

CHRISTENEN VANDAAG

Lieven Dewaer

Wie zijn toch die christenen?  Je ontmoet ze soms.  Ze lijken niet heel talrijk te zijn. Toch waren er nog niet zo lang geleden ergens in Rome wel 2 miljoen jonge christenen bij paus Johannes-Paulus. Maar blijkbaar zijn christenen wat uit het straatbeeld verdwenen.  Op zondag zie je nog wel enkele groepjes een kerk binnengaan.  Meestal wat oudere mensen.  Af en toe eens een jonger iemand.  Aan hun kerken hangt nog wel eens een deugddoende,- soms wat wereldvreemd aandoende - tekstaffiche… Alles samen lijkt hun zaak niet erg succesvol.

Hun invloedrijke sociale, educatieve en culturele organisaties zijn ze grotendeels kwijtgeraakt. De worm zat aan de wortel. De diepe christelijke bezieling, met name de verbondenheid met Jezus Christus en zijn bevrijdend nieuws was verloren gegaan. Nu worden ze door de media door het slijk gehaald. Ongestraft overigens.  La folie au pouvoir!  Media in dienst van goedkoop (= goed betaald) succes.

En toch heb je het vermoeden dat er achter die wat marginale groep een sterkte, hoop  en vrede schuilgaan waar de wereld zo’n nood aan heeft.  Ze vallen niet op, het is waar.  Maar echte christenen vechten voor hun relatie, hun gezin. Ze vechten voor hun kinderen.  Met hun overtuiging en levensstijl staan ze haaks op mediocriteit, permissiviteit, perversiteit: uithangborden van onze verworden samenleving.  Tegelijk steunen zij al het positieve: verdraagzaamheid, openheid, wereldwijde zorg voor mens en milieu.  Zij doen niet mee met alle New-age-gelul rond geestelijke krachten en stralingen, zelfredzaamheid  maar zij houden hun denk- en leefwereld open op God, die zich in Jezus openbaarde als een God van mensen, die Hij riep tot nog ongedroomd geluk. 

Christenen zijn kwetsbaar tegenwoordig in hun relatieve onmacht, maar misschien is dat juist hun kracht.  Want echte christenen leven vandaag opnieuw vanuit een persoonlijke relatie met de ware Bron van leven en geluk.  Een avontuur van liefde.  De verborgen hefboom voor onze verloren maatschappij.  Het is weer boeiend om christen te zijn.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

DE CHRISTEN EN DE TROUW

“De verplichting tot huwelijkstrouw (vooral onder christenen, maar ook in het algemeen) is niet alleen maar een kwestie van de deugd van rechtvaardigheid.  Deze trouw is meer dan rechtvaardigheid en heeft diepere wortels, want het gaat hier niet louter om prestatie en tegenprestatie, maar in de eerste plaats om de onherroepelijke binding van de ene persoon aan de andere. 

Het jawoord van het huwelijkssacrament is niet louter het woord van een verbintenis, het is een plechtige act van godsverering.  Het is instrumentele werkoorzaak en tevens echo van hun door Christus bezegeld sacramenteel verbond in de trouw van Christus en de Kerk.  Daarom is schending van de huwelijkstrouw niet alleen een grote zonde tegen de rechtvaardigheid, maar ook trouwbreuk tegenover Christus, die zich met zijn trouw voor dit huwelijk heeft ingezet, op een zelfde wijze als Hij het gedaan heeft voor zijn kerk (vgl. Ef. 5,21v).

De godgewijde maagdelijkheid schept een nog inniger verhouding van trouw aan Christus dan het huwelijk  Het priesterlijk celibaat mag niet opgevat worden als louter vervulling van een wettelijke bepaling (de maagdelijkheid als evangelische raad is immers helemaal niet geschikt om wettelijk opgelegd en als wettelijk voorgeschreven vervuld te worden), maar moet beschouwd worden als een in vrijheid en liefde aangegaan verbond van trouw tussen Christus en zijn priester.  Overal waar echt godsdienstige maagdelijkheid beoefend wordt, heeft God een hele reeks roepinggenaden geschonken, die God van zijn kant nooit onderbreekt, en op deze roepinggenaden antwoordt de geroepene door zijn trouw.  Zo is de verplichting tot trouw niet alleen gebaseerd op het speciale woord van de belofte, maar ook op de versmelting van de door God aangeboden en door de mens aanvaarde roepinggenade.  De door God en zijn Kerk bekrachtigde geloften zijn de bekroning van een reeks uitnodigingen van Gods kant tot een leven van bijzondere liefde en funderen een verbond van trouw waarvan het zwaartepunt meer aan de kant van God dan aan die van de mens ligt.  Juist de ernst van de aanvaarde verplichting scherpt het oog van hem die de geloften heeft afgelegd, voor de grootheid van dit aspect.

Het verbond van trouw tussen God en de gedoopte mens, dat het sacramentele huwelijk en de maagdelijke staat heiligt, moet ook alle andere vormen van trouw onder mensen heiligen: de trouw van kinderen, ouders, verloofden, vrienden enzovoort." 

Citaat uit: Dr. Bernhard Häring, De wet van Christus.  Een katholieke moraaltheologie voor priesters en leken.  Deel II, p.459-460.

Spectrum / Standaard 1962.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

BISSCHOPPEN TEGEN ‘SYNODALEN’

Een aantal katholieke priesters en leken komen op voor een democratische kerk waarbij gemeenschappen hun eigen voorgangers kiezen.  Sommige woordvoerders trokken nogal fel van leer tegen de hiërarchische structuren.  Volgens de bisschoppen is de hiërarchische structuur nu juist een gegeven van de leer en de praktijk van de katholieke Kerk. 

Van de gelegenheid maakten de bisschoppen ook gebruik om te reageren tegen het optreden van de vereniging ‘Rent-a-priest’; deze vereniging van uitgetreden en geschorste priesters wil sacramenten toedienen aan wie erom vraagt.  Daarover zeggen de bisschoppen: ‘Sacramenten horen thuis in het hart van de Kerk en kunnen alleen worden toegediend in volle ‘communio’ met de bisschop.  Daarbuiten zijn ze in alle gevallen – behalve in situaties van levensgevaar – onwettig.”  De bisschoppen vragen daarom aan alle gelovigen “geen beroep te doen op deze vereniging voor sacramentele handelingen”.  Ze vragen tevens aan gelovigen en priesters, in het bijzonder aan de pastoors, om geen kerken of kapellen ter beschikking te stellen voor dergelijke vieringen.  Daarom ontzeggen ze op voorhand de pastoors de bevoegdheid “om deze priesters huwelijksdelegatie binnen hun ambtsgebied te verlenen”.  “Dit wel doen is onverzoenbaar met hun pastoorsambt”, waarschuwen de bisschoppen.

De bisschoppen vragen tenslotte aan alle gelovigen om mee te werken “om diegenen die deze beide initiatieven hebben genomen of steunen te laten inzien dat hun onderneming schadelijk is voor de ‘communio’ binnen de Kerk, maar daarenboven op termijn ook heilloos en zonder toekomst is”.

De bisschoppen kan men dit keer niet verwijten dat ze geen geduld gehad hebben met deze personen die al of niet bewust hun steen(tje) hebben bijgedragen aan de Kerkafbraak, en anderzijds hebben onze bisschoppen met deze mededeling tenslotte definitief en duidelijk de initiatiefnemers en aanhangers van “de synodale katholieken” en de “rent-a-priest-beweging” terecht gewezen en grondig afgekeurd.  Bovendien sporen zij ons aan deze bewegingen geen kans te geven om verder hun ondermijningswerk binnen de kerk voort te zetten.  Overigens hebben normaaldenkende katholieke mensen reeds lang de indruk dat we hier te doen hebben met personen die – misschien vanuit een aanvankelijk zeer medemenselijke bedoeling – met hun overtuiging met open armen onthaald worden bij de kerkvijandige media en bij elke zich voordoende gelegenheid zendruimte krijgen aangeboden. 

Persoonlijk komt het mij over dat deze mensen zich al of niet bewust hebben ingeschakeld in het zootje kerkvervolgers van alle tijden.  De schade die ze de laatste jaren aan de Vlaamse Kerk hebben toegebracht is niet te overzien.  Vanuit allerlei kwetsuren hebben ze de Kerk de rug toegekeerd; toen ik eens iemand uit die stroming zei dat ze de kerk veel schade toebrachten, zei hij schouderophalend: ‘welke kerk ?’.  Een typerend antwoord, want in feite hebben ze de Kerk reeds lang in hun hart de rug toegekeerd en leven ze vanuit een andere groep.  Niet meer in communio, niet meer in gemeenschap met de bestaande Kerk.  Voor soortgelijke mensen, eens dat ze de media gehaald hebben is een terugkeer uiterst moeilijk.  Zoals men zegt: De weg naar Canossa is zeer eenzaam.  Mensen die mediasucces geproefd hebben, kunnen blijkbaar niet meer zonder.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

 

GOD MIJN OASE

Voor enige maanden kwam ik in Hoogstraten tijdens een seminarie van de katholieke Charismatische Vernieuwing in ‘het Spijker’.  Er stond op het domein een aanbiddings- of bezinningstent en ik ben daar een tijdje gaan zitten.  Er hing een cirkelvormige symbolische afbeelding van de Heilige Drievuldigheid en er stonden ook enige grote platen met teksten.  Een korte tekst trof mij: “God is mijn oase.  Al de rest is fata morgana”.  Ik dacht: dat komt waarschijnlijk uit het wondermooie boekje van Phil Bosmans (zie onze boekbespreking).  En toen dacht ik: “al de rest fata morgana”, dat is toch nogal sterk gezegd, misschien zo sterk dat het niet meer waar is.  Maar het is het wel waar… 

God staat aan de oorsprong van alles.  En alles moet vanuit Hem bekeken worden wil het bestaan en ons bezig zijn moeite waard zijn.  Zijn zicht op alles maakt alles waardevol, anders is het inderdaad maar fata morgana.  ‘God is mijn Oase, al de rest is fata morgana”.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

ZALIGVERKLARINGEN (3 SEPTEMBER 2000)

 

* Paus Pius de 9de

Giovanni Maria Mastai-Ferretti was afkomstig uit de Italiaanse adel.  Hoewel hij als bisschop vrij vooruitstrevend was, veranderde dat vrij snel na zijn pauskeuze (1846) omdat hij  - wellicht geschokt door de revolutie van 1848 - nogal koos voor de autoritaire bestuursvorm in de maatschappij.  Dit leidde hem ook naar een sterke centralisatie van het kerkelijk bestuur in het pausambt.  Op het vlak van de volksvroomheid en de vernieuwing van het priesterschap en het religieuze leven toonde hij zich van zijn beste zijde. Hij riep het eerste Vaticaans Concilie (1869/70) samen en kondigde er het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid af voor de geloofsleer en de moraal.  In 1854 had hij ook het dogma afgekondigd van de ‘Onbevlekte Ontvangenis van Maria’.

* Paus Johannes de 23ste. 

Angelo Roncalli kwam uit een arme landbouwersfamilie, werd later bisschop van Venetië en op 28 oktober 1958 werd hij tot paus gekozen.  Hij bleef een eenvoudig, minzaam en vroom man, met groot respect voor ieder persoon.  Zijn dagboek (dat hij van zijn 14 jaar af bijhield tot zijn dood) getuigt van zijn diepe vroomheid. Hij riep het tweede Vaticaans concilie samen en men noemde hem de “paus der goedheid”, een beetje in tegenstelling tot zijn nogal streng ogende voorganger paus Pius de 12de.  Hij kwam over als een goede bompa en hoewel hij wat als overgangspaus gekozen was heeft hij het aangedurfd om de ramen van de Kerk open te zetten op de moderne wereld.  Dat dit een hoop problemen heeft meegebracht en nog heel wat voeten in de aarde zal hebben, neemt niets weg van de grote genade die deze paus voor de Kerk en de wereld is geweest.   Op 3 juni 1963 overleed hij aan kanker.  Zijn opvolger, Paulus de 6de zou het concilie verder leiden.

* Abt Joseph Marmion, benedictijn. 

Deze Ierse priester trad in 1886 in in de abdij van Maredsous (Wallonië).  In 1899 herstichtte hij samen met enkele andere monniken de abdij van Keizersberg (Leuven).  Hij was o.m. biechtvader van kardinaal Mercier maar in 1909 werd hij abt van Maredsous.  Hij was een echte meester in de christelijke spiritualiteit en oefende een zeer grote invloed uit op een hele generatie christenen, vooral priesters en religieuzen, die hij bracht tot een intieme relatie met God en Jezus.


KERKVADERS IN BAGHDAD

p. Vincent Van Vossel cssr

Naast onze gewone bezigheden in de theologische faculteit en de parochies, heeft ieder van de Redemptoristen ook een eigen studiekring.  Pater Lucien Cop leidt sinds jaar en dag een bijbelgroep in “Het Centrum”, pater Bashar tracht een soort “cercle” voor moraal-problemen op te starten en ik begon 2 jaar geleden met een centrum voor de studie van de kerkvaders.  Ongelooflijk, maar er bleken mensen aan geïnteresseerd.  In een zaal van de grieks-katholieke kerk worden de vergaderingen gehouden, minstens één per week, op woensdagavond van 17-19 (20) uur, telkens 2 à 3 lessen door verschillende professoren gegeven.  Het is een doorlopende cursus van 3 jaar, met als onderwerpen voor jaar 1: de apostolische vaders, de apologeten, de Syrische vaders, er darbij ook de geschiedkundige achtergrond van de eerste eeuwen met de martelaren en heiligenfiguren.  Voor jaar 2: de vaders uit de school van Antiochië met de christologische strijd in de 5de eeuw, enkele byzantijnse vaders en ook de opkomst en de verspreiding van het monnikendom in Oost en West.  Jaar 3: de Alexandrijnse school en de grote Cappadociërs en dan ook enkele moderne “vaders”-theologen.  In de loop van deze 3 jaar worden er ook inleidingen gegeven op de Chaldese en Syrische liturgie.  Alles samen een zwaar programma, maar het eerste jaar waren er 60 inschrijvingen, waarvan 50 deelnemers trouw de lessen volgden, zelfs met geestdrift.  Het tweede jaar hadden we meer inschrijvingen maar de aanwezigheid was minder sterk.  Films en archeologische uitstapjes zorgen voor afwisseling.  Hoofdbedoeling en hoofdthema van de onderneming is: terug naar onze eigen (Syrische) tradities.  Tot nog toe draait deze "vadermolen" goed.

 

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -