JAAR 2000 nr. 3

Jaargang 104 (juli – aug. – Sept.)

Enige artikels (onderlijnd). De niet onderlijnde vindt U in het Tijdschrift zelf

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

Inhoudsopgave

Pinksteren  (gedicht)  Chris de Boer o.s.a.

Herdenking pater Jozef Boon cssr door J. Van Landeghem cssr

Hallo wereld, hallo Kerk! Hoe gaat het ?         B.Van Vossel cssr

Katechismus Kath. Kerk (13) hemel en aarde

Teeveezieke regering door Désiré de Cammer

Drugs: Een donkere schaduw over de wereld  Kortverhaal door Ralph Bettens

+ uit het dagboek van Geo (Johan Heyrman)

Pelgrimstocht  Assisi – Rome   J-P & Marcella De Mey

Jubileumkerken bezoeken       

De Maria-Kefasgemeeenschap nodigt uit

Een jongere over ‘Leven na de dood’  door Sarah

Geloof en Leven 2 Jaar op Internet     

Paulus (11). De tweede missietocht (3) B.Van Vossel cssr

Gerardus Majella (13) Vals beschuldigd.  Gabr. Dewilde cssr 

Priester in het jaar 2000 Ives De Mey cssr      

Gebed om roepingen  Kard. Godfr. Danneels

Priesterwijding  Gedicht van Willy Verschaetse cssr

Een rijk gezin in de kerk.  Eddie Ogan, vert. Dieter Ghijs        

Het geloof brengt hoop  Mathias Dellaert        

De eerste missievlucht naar Congo (4)

Misdienaar in 2000      Els

Boekennieuws             bvv

Besproken boeken : TREFPUNT ZELFHULP, Zelfhulpgids.  Wegwijzer naar de zelfhulpgroepen en zelfhulporganisaties in Vlaanderen FORD, Michael -, Een gewonde profeet. Een portret van Henri Nouwen / DESMET, Marc - Is lijden mensonwaardig ? / GRUN, Anselm -, Wonen in het huis van de liefde. / WELCH, John -, o.carm., Wanneer de goden sterven.  Inleiding op Johannes van het Kruis. / VERMASSEN, Jean-Paul, Dat is pas leven.  Leefboek voor jongeren. 

Tekenverhaal: ‘Rondom de boerenkrijg’  Een vakantietrip naar Haasdonk Ó G & L

Kruisende woorden     Ó G & L        

 

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

PINKSTEREN  door: Chris de Boer o.s.a.

God geeft ons de tijd

om zijn mysteries te verteren,

een tijd van bidden,

waar angst en zwakheid heerst.

Het is een tijd van hunker en begeren.

Hij schenkt ons heel

Zijn god'lijk leven,

heel zijn Geest.

 

naar top document - naar allerlei thema's - naar uitzicht - naar thuispagina

 

Hallo wereld?  Hallo Kerk?  Alles goed?  (B.Van Vossel cssr)

Als je inderdaad soms meent dat het met de wereld een totaal verkeerde kant uitgaat en dat de Kerk haar laatste adem aan het uitblazen is, verwijs ik u naar een hefboom met drie namen waardoor u de wereld en de Kerk weer op het goede spoor kunt zetten : Gebed - Dienstbaarheid - Hoop !  In de engagementen die de Maria-Kefasgemeenschap, in het spoor van de Emmanuelgemeenschap, als de belangrijke waarden aan haar leden voorstelt wordt het wat anders verwoord : aanbidding - mededogen - evangelisatie.  Maar eigenlijk komt het op hetzelfde neer. 

Spiritualiteit ?  Men praat veel over spiritualiteit in bepaalde kerkelijke middens en men heeft het dan over een geheel van visie, inspiratie en beleving waarbij men ook nog wel de geestelijke dimensie, de directe relatie tot God vermeldt, maar eigenlijk heeft men de spiritualiteit verhorizontaliseerd en daarmee van haar eigenlijk energiebron afgesneden.  Het is gezonder de dingen bij hun naam te noemen.

Een sterke Godsverbondenheid.  Zonder diepe relatie tot God, zonder expliciete tijd voor God, gaat de binnenkerkelijke en binnenwereldse inzet vlug aan bloedarmoede lijden, gaat de echte diepe vruchtbaarheid ook afnemen, gaat men ten onder in overactiviteit of ontmoediging.  Een geïntegreerde spiritualiteit moet regelmatig getoetst worden op haar geestelijke authenticiteit.  Expliciete tijd voor God is daarbij van allergrootste belang.

Inzet voor menselijke nood.  Met dienstbaarheid of mededogen bedoelen we dat we vanuit onze relatie tot God niet anders kunnen dan ook aandacht opbrengen voor de nood van mensen.  De eerste Johannesbrief drukt het uit in deze trant: als je van God houdt, moet je ook van Gods kinderen houden.  Of, zoals Jezus het zegt: Wat je voor de geringste van mijn broeders (niet) hebt gedaan, heb je ook voor Mij (niet) gedaan.  In die zin begrijp je dat het inderdaad niet volstaat een sterke op God gerichte spiritualiteit te hebben, maar dat 'het tweede gebod gelijk is aan het eerste (de liefde tot God) : bemin je naaste als jezelf'.

Die menselijke nood is van velerlei aard.  In onze tijd (en in vele andere periodes, denkt aan het ontstaan van het Sint-Vincentiusgenootschap, of aan Poverello) gaat het om enige in het oog springende zaken: 1° de blijvende sociale achterstand van de 4de wereld en de onaangepaste opvang van vreemdelingen (met name de politieke vluchtelingen), 2° de vele slachtoffers van de eenzaamheid, het gebrek aan geborgenheid en de stress van het moderne leven in het algemeen en het werkmilieu in het bijzonder, de vele gekwetste mensen en 3° vaak ermee samenhangend: (het gebrek aan het zoeken naar) de diepere zingeving.  De taken van het OCMW hebben zich enorm uitgebreid en gebeuren op professionele manier; toch meen ik dat de bevolking als geheel gesensibiliseerd moet worden om zelf oog en aandacht te hebben voor de nood onder mensen.  Het is een uitnodiging tot ieder van ons.

Die aandacht moet ook uitgaan naar mensen die psychisch niet meer meekunnen met de concurrentieslag in het arbeidsmidden of die vanuit hun verleden met een hoop kwetsuren en blijven rondzeulen.  We moeten hen naar deugdelijke hulpverlening kunnen verwijzen en we mogen ook spirituele wegen aanwijzen om dat lijden te verzachten en hen mentaal sterker te maken.

Aanzeggen van hoop

Een derde aspect tot hulp voor menselijke nood is de evangelisatie: het aanzeggen van hoop en het aanreiken van de christelijke zingeving die ingebed moet zijn in een moderne mensvisie en een evenwicht van leven.  Een gezonde christelijke spiritualiteit zal steeds streven naar een goede relatie tot de natuur, de medemens, jezelf en God.  Het christelijk getuigenis zal de beste publiciteit zijn voor die mens- en wereldvisie.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

KKK 13  ... HEMEL EN AARDE  (KKK 325-354)

In de Schrift betekent "hemel en aarde" de hele schepping.  Hemel staat dan soms voor het uitspansel, de lucht boven de aarde, maar vaak ook als die realiteit waarin God zich situeert, de toekomstige heerlijkheid en de "plaats" waar zich de geestelijke schepselen situeren die God omgeven.

I De engelen

Schrift en Overlevering verwijzen naar het bestaan van geestelijke, niet lichamelijke wezens die meestal engelen worden genoemd.  Zij beschikken over intelligentie en wil en zijn onsterfelijk.  In de Schrift staan zij op verscheidene momenten ook in dienst van Christus.  Zij zijn er vanaf de schepping en in heel de heilsgeschiedenis.  Zij kondigen de Blijde Boodschap aan van de menswording en van de verrijzenis en zullen ook de wederkomst van Christus aankondigen.  Een deel uitwijdingen over de engelen komt voort uit de joodse tradities.

In de kerkelijke liturgie viert men de gedachtenis van de engelbewaarders en van de heilige Michaël, Gabriël en Rafaël.  Zij zijn als het ware de verlengarmen van Gods liefde en heil.

II De zichtbare wereld

Er bestaat niets dat niet zijn bestaan te danken heeft aan God.

En ieder schepsel heeft zijn eigen goedheid en volmaaktheid.  Ongeordend gebruik van het bestaande is dan ook een minachting van God, de Schepper.

Het bestaande staat in onderlinge samenhang en als het ware ten dienste van elkaar.

De schoonheid van de schepping weerspiegelt de oneindige schoonheid van de schepper en brengt ons menselijk verstand en wil tot respect en aanbidding van God.

In het verhaal van de zes scheppingsdagen ligt een soort volgorde uitgedrukt van het minder naar het meer volmaakte, zoals Jezus zegt: "Gij zijt meer waard dan een zwerm mussen" (Lc. 12,6-7).  De mens is duidelijk te onderscheiden van de rest van de schepping, hoewel er een grote solidariteit is onder alle schepselen, want alle zijn geroepen om Hem te eren.

De zevende dag (de sabbat) is een geschenk aan de mens om tot rust te komen, tot zichzelf te komen maar is ook de uitnodiging om God in het centrum van ons leven te plaatsen.

De christenen vieren dat op de achtste dag, omdat die hen bovendien dankbaar de verrijzenis van Jezus doet vieren, waarin het scheppingswerk zijn hoogtepunt vindt in het verlossingswerk, de herschepping.

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

Regering Teeveeziek  Désiré de (ros-)Cammer

Er was een kleine aardschok geweest in het land van Albert II; klein maar voldoende om de zendmasten van de Vlaamse teeveezenders uit te schakelen.  Het meest opvallende gevolg was de diepe depressie van tal van leden van de federale regering en de gewestregeringen doordat ze hun wekelijks of halfwekelijks teeveeoptreden moesten missen.  Hun impact op de bevolking verminderde met de dag en de mentale toestand van de regeringsleden werd zo erg dat bij hoogdringendheid een hele vleugel van een neutrale psychiatrische kliniek in Brussel moest ingericht worden voor de opvang van de depressieve paarsblauwe regeringsleden aangevuld met wat VU-ID-excellenties.  Pas na enige dagen hadden de psychiaters de oorzaken kunnen detecteren van deze veralgemeende regeringsdepressie maar dan werd ook vlug een geschikte therapie opgestart.  Minister Stevaert leek het meeste voordeel te hebben door te spelen met gratis treintjes en dito-bussen; een of andere groene minister vond dan weer het meeste baat door op Limburgse en andere regionale puzzels de slotkloosters te verwijderen en boomstukjes aan te brengen; de depressie van Magda Aelvoet stabiliseerde zich en leek zich ten goede te keren toen men haar tussen spiegels plaatste en ze zich kon vermeien in haar goed gearticuleerde, intelligente en progressieve standpunten; zij vond in haarzelf een heel attent en uiterst sympathiek luisteraar;  premier Verhofstadt vond zijn heil in een als kledingszaak ingerichte kamer met aangrenzende gang, eveneens uitgerust met heel wat spiegels, zodat hij heel de dag door van kleding kon veranderen en defileren in de gang.  Minister Michel had men ongeschoren op een podium geplaatst met tientallen (uiteraard niet functionerende) micro's voor zijn neus en op de achtergrond een CD met onafgebroken daverend applaus en gekletter van truwelen op bouwstenen...  Wij besparen u de therapieën die op de andere teeveezuchtige excellenties werden toegepast, maar kunnen u verzekeren dat, zo gauw de panne hersteld is, de ministers ongehavend hun teeveeoptredens zullen kunnen hernemen tot meerder ongenoegen en ergernis van tallozen in dit land en vooral van Désiré

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

Een jongere over ‘Leven over de dood heen’

Soms menen we dat jonge mensen niet meer open staan voor het christelijk getuigenis.  In het laatste jaar van het Middelbaar (Economische afdeling) kregen ze voor een schriftelijke godsdienstoverhoring o.m. als vraag voorgeschoteld: "Bespreek 1 ervaringsgebied waarvan jij denkt dat er een verwijzing of gerichtheid naar een leven na de dood kan in onderkend worden".  Sarah schreef het volgende:

"Mijn ervaringsgebied is niet echt iets dat ik zelf heb ervaren, maar het steunt op mijn geloof.  De verrijzenis van Jezus verwijst naar een leven over de dood heen.  Niet lang geleden wou ik eigenlijk bewijzen, ik steunde op getuigenissen van mensen met een bijna-dood-ervaring, ik geloofde enkel wat ik zeker kon horen of zien.  Maar ik heb geleerd dat ik ook kan geloven in iets wat ik zelf niet kan zien, maar door anderen doorgegeven en dat ik toch wil geloven.  Het is niet gemakkelijk, het is een langzaam proces, maar ik geloof nu wel in de verrijzenis van Jezus en door zijn liefde ook voor ons na de dood een eeuwig leven in zijn bijzijn.  Ik kan bijna niet anders dat het te geloven, het staat in de Bijbel en vele mensen zijn er zo vol van dat ze me kunnen overtuigen… Ik ben naar dat geloof gegroeid en het is de basis van mijn geloof; niet omdat dit doel het meest logisch is of het best te verklaren, maar omdat ik het zo wil geloven".

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

PAULUS (11)  DE TWEEDE MISSIETOCHT (3)

door : Ben Van Vossel cssr

Het evangelisatievirus

Ik ontmoet wel eens mensen die het evangelisatievirus in zich hebben.  Volwassenen en jonge mensen en zelfs reeds oudere gelovigen, die het erg vinden dat mensen zowat van alles en nog wat aanbidden of er veel tijd voor maken en er hun leven mee vullen; zij zouden die mensen dan willen wijzen op het Goede Nieuws dat Jezus is komen brengen en dat voor alle mensen van alle tijden is.  Als dat evangelisatievirus hun dan ook nog brengt tot daden, dan hebben ze wel iets van een Paulus.  Zo ontmoette ik onlangs iemand op de Alphacursus die het als haar plicht zag om op haar dorp huis aan huis de vastenkalender te gaan aanbieden.  Kijken wij nu eens naar wat Paulus zag en wat hij dan deed.

Paulus, rasechte evangelisator

Hij was door enige christenen naar Athene gebracht en daar wachtte hij nu op Silas en Timoteüs.  Bij het rondkuieren in de stad van het prachtige Akropolis, "werd hij pijnlijk getroffen door de vele afgodsbeelden die hij in de stad zag" (Hand. 17,16).  Als je nog niet helemaal afgestompt bent door het vele teeveekijken en de zorgen voor het leven en voor wat wij soms leven noemen, dan treft je wel eens de leegte van onze samenleving, de leegte van waaruit veel mensen leven.  Je bent dan blij dat je als christen vanuit een diepere zingeving mag leven.  Maar voor Paulus is dat niet genoeg.  Hij wil andere mensen in contact brengen met de diepe waarde van zijn geloof in Jezus; wat die personen er dan mee doen is hun zaak, maar hij acht het zijn plicht hen daarmee te confronteren.  "Hij ging nu disputeren niet alleen in de synagoge met de joden en de godvrezenden, maar ook dagelijks op de markt met de mensen die daar toevallig waren"(Hand. 17,17). 

Zoiets gaat een doorsnee christen niet doen natuurlijk.  Een evangelist wel.  Pater Cuyle zaliger kroop in de straten van Antwerpen op een stoel en begon aan de dokwerkers te spreken over Jezus en hoe zonder Jezus de wereld een echte jungle wordt.  In vroeger tijden gingen de redemptoristen tijdens een volksmissie ook van huis tot huis om de mensen uit te nodigen op de avondsermoenen.  En ze sloegen geen enkel huis over, ook niet de talrijke herbergen.  Iedereen had recht om in contact te komen met het Blijde Nieuws van Gods liefde. 

Captatio benevolentiae

Paulus begint dus in het publiek de Atheners aan te spreken om hen Jezus te verkondigen. Atheners waren op dat moment trouwens mensen die graag disputeerden, filosofeerden.  "Want alle Atheners en de vreemdelingen die in hun stad woonden, verdreven het liefst hun tijd met het vertellen en het aanhoren van de laatste nieuwtjes" (Hand. 17,21).  En die epicuristen en Stoïcijnen willen wel eens weten wat hij in de marge heeft; voor wat uitleg over die Jezus en de verrijzenis hebben ze wel even tijd.  En zo nodigen ze hem uit om op het podium te komen, de areopaag, een soort Londens free podium op de markt.

Dat moeten ze Paulus geen tweede keer vragen.  Zo'n kans krijgt hij misschien nooit meer.  Alleen zit hij met een probleem: hoe spreek je tot volslagen heidenen, of tot mensen die zo vol zitten van allerlei filosofieën ?  Paulus trekt de kaart van de natuurlijke aanleg van de mens tot het geloof en hij vangt aan met een serieuze 'captatio benevolentiae', eerst wat honing aan hun Atheense baard (of droegen de Atheners geen baard ?) smeren om daarna de eigenlijke christelijke boodschap te brengen. "Mannen van Athene, ik zie aan alles hoe diep godsdienstig gij zijt. Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert, ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift: 'Aan een onbekende god'".  

De eigenlijke verkondiging

"Welnu, wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is. Hij die de Heer is van hemel en aarde, woont niet in door handen gemaakte tempels. Ook wordt Hij niet door mensenhanden verzorgd, alsof Hij iemand nodig heeft, want Zelf geeft Hij aan ieder leven en adem, ja alles. Heel het mensengeslacht deed Hij uit een ontstaan, om de gehele oppervlakte van de aarde te bewonen, waarbij Hij de seizoenen vaststelde, en de grenzen van hun woongebied, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem misschien al tastende zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons. Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn; zoals sommige van uw eigen dichters hebben gezegd: Want wij zijn van zijn geslacht. Als wij dus tot Gods geslacht behoren, moeten we niet menen dat het goddelijke gelijken zou op goud of zilver of steen, op een voortbrengsel van menselijke kunde en vernuft. Zonder acht te slaan op die tijden van onwetendheid laat God thans aan de mensen de boodschap brengen, dat zij zich allen en overal moeten bekeren. Hij heeft immers een dag vastgesteld, waarop Hij de wereld naar rechtvaardigheid gaat oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd. Aan allen gaf Hij het bewijs daarvan door Hem uit de doden te doen opstaan" (Hand. 17,22-31).  Dat was heel zijn toespraak.

Resultaat, minimaal

Paulus dacht van hier een grote slag te slaan maar het wordt slechts een heel mager beestje.  Lucas vertelt : "... toen zij van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmee, terwijl anderen zeiden: 'Daarover zullen wij u bij gelegenheid nog wel eens horen' " (Hand. 17,32).  Paulus trekt dus met lege handen naar huis.  Hoewel.  Een paar mensen gaan met hem mee en komen tot het geloof: Dionysius de Areopagiet, een vrouw, Damaris en nog enige anderen.  Maar eigenlijk is die inpassing in de Atheense leefwereld geen succes te noemen.  Was het niet de goede methode ?  Niet de juiste strategie ?  Was het zijn dagje niet ?  Was zijn verkondiging inhoudelijk niet sterk genoeg en had het kerygma, de kern van de christelijke verkondiging, beter uit de verf moeten komen ?  Of, zoals iemand suggereert : is Paulus hier teveel als losstaand individu opgetreden, zonder een gelovige gemeenschap rondom zich waaraan mensen kunnen zien welk soort mensen die gelovigen wel zijn ?  Miste hij niet de kracht van een biddende en door haar leven getuigende gemeenschap ?  Of was de Atheense grond op dat ogenblik gewoon niet de goede grond om het zaad van het Woord Gods op te nemen ? Wie zich tot evangeliseren geroepen voelt kan er eens over nadenken.  Paulus acht het in Athene voor bekeken en hij trekt naar Korinthe.  Daar kan hij eindelijk eens goed doorwerken, zoals we volgende keer zullen zien.  (vervolgt)

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

Zijn er wel priesters nodig voor een nieuwe tijd?

Op de derde zondag van juli vieren de redemptoristen het hoogfeest van de allerheiligste Verlosser. Dit jaa 2000r (op 16 juli) wordt Ives De Mey dan priester gewijd. Dit gebeurt in de kerk van de Voskenslaan te Gent om 15 uur. Alle lezers van Geloof en Leven zijn hartelijk uitgenodigd mee te komen vieren.

Ives De Mey is redemptorist en lid van de Maria-Kefasgemeenschap. Naar aanleiding van de priesterwijding, geeft hij zelf een reflectie over het ‘nut’ van priesters in deze tijd.

Innige deelneming

Het gebeurt wel eens dat mensen me hun ‘innige deelneming’ betonen omdat ik ocharme in deze tijd priester moet zijn. Ik glimlach dan eens, want ik besef wel dat een priester in deze tijd niet op de grote stroom kan meedrijven. Al van toen ik als laatstejaarsstudent in de rechten aan mijn medestudenten meedeelde dat ik na het afstuderen aan een priesteropleiding zou beginnen, merkte ik telkens dat men niet goed wist hoe erop te reageren. Een priester, wat is dat nu eigenlijk voor iets? Je kan dat niet begrijpen wanneer je het alleen maar vanuit de menselijke realiteit bekijkt. Zonder God in het beeld te brengen, is een priester iets uit vervlogen tijden, of toch zeker iets raars. Je kan het niet verstaan buiten zijn context. En die context is het geloof. Een priester kan niet op de grote stroom van de maatschappij meedrijven, maar wel in de stroom van gelovige medechristenen. De Maria-Kefasgemeenschap is voor mij van begin af aan een omgeving geweest waarin ik me ondersteund weet om priester te worden in deze tijd. I.p.v. een ‘innige deelneming’ gevalt me een grote vreugde om samen met gezinnen, alleenstaanden en enkele jonge mensen kerk te kunnen vormen. Een kerk die door eenvoudig en normaal in de wereld te staan, een sprankel van hoop uitstraalt.

Gód roept

Sinds een dertigtal jaren is de kerk geweldig verrijkt doordat men de ‘roeping van de leek’ heeft herontdekt en hier en daar ook heeft geherwaardeerd. Bij de naamopgave voor mijn vormsel zei ik dat ik ‘een getuige van Gods liefde’ wilde zijn. Toen ik als tiener mijn toekomstig leven in dienst van God en de evangelisatie wilde stellen, kwam het helemaal niet in mij op om priester te worden. En dat moet ook niet. Ik wilde journalist worden, een journalist in dienst van het evangelie. Ik ben opgegroeid in een milieu waar het de gewoonste zaak van de wereld was dat leken missionarissen zijn, al dan niet voltijds, zonder dat dit in tegenstelling tot het gewijde ambt moet staan. Waarom dan toch priester worden? Ik kan het echt niet verklaren. Het heeft te maken met uitgekozen worden i.p.v. zelf uit te kiezen. Priester word je niet uit interesse of omdat het al dan niet een ‘aantrekkelijk aanbod’ is. Ik heb er nooit om gevraagd of naar geijverd. Het is een roeping die van God komt. En ik heb ja gezegd… omdat God me als het ware verleidde. Wie kan Gods liefde weerstaan?

Meteen werd het me duidelijk dat je geen priester wordt voor je eigen zielenheil of uit eigen keuze: vele mensen vertrouwden me toe dat zij al jaren in stilte baden om priesterroepingen. Een roeping werd al blij verwacht. En uit het meeleven van zovele mensen die ik helemaal niet ken, leerde ik dat een priester geen priester wordt voor zichzelf.

De priester: sacrament van Christus

Paulus omschrijft de liefde tussen man en vrouw als het sacrament van de liefde tussen Christus en de kerk (Ef. 5). Ouders zijn voor hun kinderen een sacrament van de vaderlijke en moederlijke liefde van God. Een sacrament betekent hier een ‘levend teken’. Mijn lichaam is het ‘levend teken’ van mezelf. Je kan mij niet zien of kennen zonder mijn lichaam, maar als je mijn lichaam helemaal opensnijdt en doorzoekt, zal je ‘mijzelf’ nooit tegenkomen. Ik ben meer dan mijn lichaam, maar je kan mij niet los van mijn lichaam zien of kennen. Wanneer je met iemand telefoneert, dan is die persoon door zijn stem als het ware ‘aanwezig’ bij je, ook al zie je hem of haar niet; en toch kan je niet zeggen dat die stem in de telefoon ‘slechts symbolisch is, maar niet echt’. Het is een écht of levend verwijzingsteken naar die persoon. Ik hoop met dit voorbeeld de term ‘sacrament’ of ‘sacramentaliteit’ wat duidelijker gemaakt te hebben.

Een priester is natuurlijk ook maar een mens, maar hij wordt door God geroepen en gezonden om ‘sacrament’ van Christus te zijn. Elke gedoopte is weliswaar geroepen om het werk van de Messias voort te zetten:

De geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een jaar van Gods genade te melden; om alle treurenden te troosten. (Jesaja 61,1-2 – Lucas 4,18-19)

Dat wordt het ‘gemeenschappelijk priesterschap’ genoemd of het doopselpriesterschap. Als gedoopten vormen wij samen het ‘lichaam van Christus’. Dat is een vergelijking die Paulus maakt in 1 Korintiërs 12. Samen zijn wij het lichaam en Christus is het hoofd. De zending van de gewijde priester (het ambtelijk priesterschap) is om Christus als hoofd van het lichaam te vertegenwoordigen. De priester ís niet het hoofd, maar hij is de ‘plaatselijke vertegenwoordiger’ van Christus in de plaatselijke gemeenschap. Hij is een ‘sacrament’ van Christus.

Soms denken we wel eens: ‘moest Jezus nu nog op aarde al weldoende rondgaan, dan zou het niet moeilijk zijn om te geloven dat God er voor ons is’. Wel, God zendt ook nu nog mensen die in zijn plaats woorden spreken van bevrijding of aansporing (homilie), mensen die namens God zieken genezen of opbeuren in het sacrament van de ziekenzalving of die namens God vergeving mogen uitspreken, mensen bezoeken, bemoedigen en verzorgen. En die namens God voorgaan in de gemeenschap van christenen die eucharistie viert. Dat zijn priesters. Uiterlijk doen priesters vaak hetzelfde werk als pastorale werkers, godsdienstleerkrachten, leken die evangeliseren, gevangenen bezoeken of gebedsdiensten leiden. Priesters blijven evenwel nodig om het sacramentele karakter van de kerk te tonen, schrijft kardinaal Danneels in de kerstbrochure ‘Instapkaart voor een nieuw millennium’ op blz. 15.

God komt naar de wereld

De kerk is niet enkel een groep van gelovigen. Het is meer dan een sociologische entiteit. Het is ook het lichaam van Christus. De kerk is het sacrament van Jezus. De aardse Jezus loopt niet meer rond op aarde, maar door zijn Geest leeft en handelt Hij in de kerk.

En dat is typisch aan het christendom: God komt naar ons. “Een tot het christendom bekeerde hindoe getuigt: ‘In een oosterse religie draait alles om de mens die op zoek gaat naar God. Als christen geloof ik dat het allereerst God zelf is die op zoek gaat naar de mens, om dan met die mens naar andere mensen toe te gaan.’

Daar gaat het in het christelijk geloof inderdaad om: ons láten vinden door God die ons tegemoetkomt, opzoekt en roept,” schrijft Marc Steen in zijn boek ‘Abba, Vader’ op blz. 49.

En God komt naar ons in aardse zaken die door de kracht van zijn Geest ‘vergoddelijkt worden’: de Geest kwam over Maria en zij baarde Gods Zoon. De heilige Geest kwam over de apostelen en zo werd met Pinksteren Christus’ kerk geboren, in de eucharistie bidden we dat God zijn Geest zou zenden over brood en wijn opdat ze lichaam en bloed van Christus zouden worden, dat Hij zijn Geest zou zenden over ons, de gelovigen, opdat wij het lichaam van Christus zouden zijn. Bij de wijding wordt vaak tot de Geest gebeden opdat die de wijdeling zou heiligen. Want zonder de heilige Geest is hij maar een zondig mens, en (jammer genoeg) gaat die oude natuur niet verloren: de priester blijft (gelukkig genoeg) mens, maar door Gods onbegrijpelijke creativiteit wordt hij tevens een weg voor God om tussen de mensen te komen. Onze God is blijkbaar niet vies van het menselijke en zondige om zijn volk te kunnen leiden en hoeden, om de schepping te redden en tot volmaaktheid te brengen.

Bidden voor roepingen

Het is voor ons allemaal een uitnodiging om vaak en veel te bidden voor heilige priesters en voor priesterroepingen. In een wereld waarin de mensen echt op zoek zijn naar geluk en waarin de mensen niet gewoon zijn om Gods stem te herkennen, hebben wij heilige priesters nodig die Gods stem krachtig en duidelijk kunnen laten klinken zodat alle mensen het diepe geluk bij God kunnen ontdekken. Bovendien moeten wij ook bidden dat Gods roepstem gehoord wordt door jongemannen. Dat ik Gods stem heb kunnen horen én dat ik er met vreugde ja op heb kunnen zeggen, is enerzijds te wijten aan dat gebed van zovelen en anderzijds is het te wijten aan het milieu waarin ik heb kunnen opgroeien. Zowel in mijn gezin als in de Maria-Kefasgemeenschap zag ik het voorbeeld van biddende mensen die gelukkig waren door Gods verlangen te doen.

Dat er in de laatste jaren bijvoorbeeld zoveel jonge mannen intreden bij de redemptoristen in Oekraïne, staat wellicht niet los  van het jarenlange stille gebed van de grootmoeders in de oude Sovjet-Unie.

Ives De Mey,

redemptorist en lid van de Maria-Kefasgemeenschap

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

Vissers van mensen voor een nieuwe tijd

God, onze Vader,

Gij hebt uw Zoon gezonden

om rond te gaan al weldoende,

om zieken te genezen,

om op te beuren en te troosten,

om ons van U te spreken.

En toen Hij dat alles had volbracht

is Hij naar U teruggekeerd.

Wie zal nu spreken in zijn plaats?

Wie zal zijn mond zijn en zijn lippen,

zijn handen en zijn voeten?

Daarvoor zijn nieuwe mensen nodig.

Zend nu uw heilige Geest

over uw Kerk,

zoals Gij eertijds hebt gedaan over Maria.

En wie vandaag uit haar geboren wordt

zal zeggen zoals Jezus:

“Hier ben ik, Vader, om uw Wil te doen.”

Heb medelijden met uw wereld.

Want ook in dit jubeljaar 2000

dwalen wij rond als schapen zonder herder.

Vader, wij smeken U,

hou toch niet op met roepen!

Amen.

Godfried kard. Danneels

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

EEN RIJK GEZIN IN DE KERK  Door Eddie Ogan, vertaling Dieter Ghijs

Een arm gezin

Pasen 1946 zal ik steeds blijven herinneren. Ik was 14, mijn kleine zus Simonne was 12 en mijn oudere zus Anny was 16. We leefden thuis met ons moeder, we wisten alle vier wat het betekende om met weinig rond te komen. Mijn vader was 5 jaar terug overleden. Hij liet moeder achter met 7 schoolgaande kinderen en… geen geld.

Enthousiast sparen voor de armen

In 1946 waren mijn oudere zussen reeds gehuwd en mijn broers waren het huis uit. Een maand voor Pasen kondigde de pastoor in de kerk een paasomhaling aan om een arme familie in de parochie te helpen. Hij riep iedereen op om nu reeds te beginnen sparen en offertjes te brengen.

Thuis praatten we over wat wij konden doen. We beslisten om 25 kilo aardappelen te kopen om er een maand van te leven. Zo konden we 600 fr. sparen op onze aankopen bij de kruidennier. Toen dachten we dat als we de lichten zoveel mogelijk uit lieten, en we niet naar de radio luisterden, we op onze maandelijkse rekening zouden kunnen besparen. Anny ging zoveel mogelijk gaan poetsen, en wij beiden gingen bij iedereen gaan babysitten. Voor 6 fr. konden we repen katoen kopen om drie bloempothouders te maken, die we voor 30 fr.  verkochten. We spaarden 600 fr. met de bloempothouders. Deze maand was een van de beste uit ons leven.

Elke dag telden we het gespaarde geld. 's avonds zaten we gezellig in het donker te praten hoe blij de familie zou zijn met het geld van de omhaling die de parochie hen zou geven. Iedere zondag herinnerde de pastoor er aan om te sparen voor de omhaling.  De dag voor Pasen, gingen Simonne en ik naar de winkel om ons geld te wisselen in 4 briefjes van 500fr.  en één briefje van 100fr.

We liepen vlug terug naar huis om het moeder en Anny te tonen. We hadden nooit zoveel geld gehad.

Die nacht waren we zo opgewonden dat we de slaap niet konden vatten. Het gaf niet dat we geen nieuwe kleren hadden voor Pasen , we hadden 2100fr. gespaard voor de omhaling.

De anticlimax

We konden niet vlug genoeg in de kerk zijn. Zondagmorgen regende het pijpenstelen. We hadden geen paraplu en de kerk lag 1 km van ons huis, dat we kletsnat in de kerk kwamen scheen ons niet te deren. We zaten fier in de kerk. Ik hoorde enkele tieners lachen met de meisjes Martens. Ik keek naar hun nieuwe kleren , en voelde me rijk.

We zaten op de tweede rij tijdens de omhaling, moeder gaf 600fr. en elk van de kinderen gaf  500fr..

Na de mis gingen we al zingend naar huis terug. Voor het middagmaal had moeder en verrassing voor ons. Moeder had eieren gekocht, we aten onze gekookte paaseieren met gebakken aardappelen.

Later in de namiddag kwam de pastoor langs, moeder ging opendoen en ze kwam terug met een enveloppe in haar hand. We vroegen wat er in zat, maar ze zei geen woord. Ze opende de enveloppe haalde een pak geld te voorschijn. Vier briefjes van 500fr., een briefje van 100fr. en twintig briefjes van 20 fr.

Moeder stak het geld terug weg. We spraken geen woord. We staarden naar de grond.  Daarnet voelden ons nog miljonairs  en nu voelden we ons arme sukkelaars.  Wij voelden ons als kinderen zo gelukkig, dat we het jammer vonden voor andere kinderen dat ze zo geen ouders hadden als ons pa zaliger en ons ma en een huis vol met broers en zussen en andere kinderen die op bezoek kwamen. Wij vonden het leuk ons bestek te delen en te zien of we deze keer een vork of een lepel zouden hebben. Ik wist dat we het niet zo breed hadden als andere mensen, maar nooit had ik gedacht dat we arm waren.

Deze paasdag kwam ik er achter dat we dus arm waren. De pastoor bracht naar ons het geld voor het arme gezin, we moesten dus wel arm zijn. Maar ik hield er niet van om arm te zijn. Ik bekeek mijn jurk, mijn versleten schoenen en voelde me beschaamd. Ik wou zelfs niet meer naar de kerk gaan. Iedereen zou daar reeds weten dat we arm waren.

We zaten een lange tijd in stilte. Toen het donker werd gingen we naar bed. De volgende week gingen we naar school kwamen terug en vertelden geen woord. Tot op zaterdag moeder ons vroeg wat we met het geld wilden doen. Wat doen arme mensen met geld? We wisten het niet. We wisten zelfs niet dat we arm waren. We wilden niet naar de kerk die zondag. Maar we moesten van moeder. Hoewel het mooi weer was, kwam er geen woord uit onze mond, op weg naar de kerk.

Een droom van een oplossing

In de kerk kwam een missionaris spreken. Hij vertelde dat kerken in Afrika gebouwd werden met in de zon gedroogde stenen, maar dat ze geld nodig hadden om daken te kopen. Hij zei dat 3000fr. nodig was voor een dak op een kerk. De pastoor vroeg of we deze mensen konden helpen. We keken naar elkaar en voor de eerste keer deze week lachten we naar elkaar. Moeder nam haar handtas en nam de enveloppe. Ze gaf hem door aan Darlene. Darlene gaf het aan mij en ik gaf het door aan Simonne die het in de schaal legde. Toen de collecte geteld was, zei de pastoor dat iets meer dan 3000fr. bedroeg. De missionaris was diep geraakt. Zoveel geld had hij van zo'n kleine parochie niet verwacht.  Hij zei: "Jullie moeten enkele rijke mensen hebben in de kerk."

Plotseling drong het tot ons door. Wij hadden 2500 fr. van de iets meer dan 3000fr. gegeven.

Wij waren het rijke gezin in de kerk! Had de missionaris dit niet gezegd? Vanaf deze dag heb ik me nooit meer arm gevoeld. Ik zal nooit vergeten hoe rijk ik ben, omdat ik Jezus heb!

 

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

DE EERSTE MISSIEVLUCHT NAAR KONGO  door p. Jozef Boon cssr

IV   DE GROTE REIS VANGT AAN

Antwerpen in de mist

Woensdagmorgen 20 oktober 1937 draagt pater Bradfer zeer vroeg het H. Misoffer op.  Rond 7 uur komt er beweging op de vlieghaven van Antwerpen.  Pater Jozef Boon ontmoet er reeds de bejaarde vader van pater Bradfer; deze komt zelf ook spoedig daarna aangereden.  Hij is eenvoudig gekleed: een koloniaal burgerpak uit grijze katoenstof.  Die eenvoud treft diep.  Geen enkel teken dat hij priester of kloosterling is, het priesterschap straalt van hem uit.

In de loods is men de vliegtuigen nog even aan het nazien.  Dan komt Edmond Dehart aan.  En even later ook instructeur Van Damme met vrouw en dochter.  Ook nog andere vrienden waaronder de befaamde Kongovliegenier Hansez en verscheidene leden van “Antwerp Aviation Club” waarvan pater Bradfer lid was.

’t Is een mistige oktobermorgen, maar de zon legt over alles een soort van doorschijnende sluier.  Een innige dag.  Er is een roerloze stilte op het plein; een kalme, warme sfeer als in een blije kerk vol gedempte vreugde en innigheid.

Rond 9 uur komt de oud-missiebisschop Mgr. Cuvelier aan, pater provinciaal Van de Steene, die dit project had goedgekeurd, en ook de huisoverste van pater Bradfer, pater Desamory, rector van Beauplateau.

Monseigneur Cuvelier wijdt de twee vliegtuigen, de Pelikaan 00-JHS en de Phaleen 00-MCE.  Indrukwekkend eenvoudig.  Vader is even zijn ontroering niet meester.

De mist klaart niet op.  Men vraagt nog naar weerberichten in Frankrijk.  De vlucht moet wat verlaat worden.  Ondertussen wordt alles opgeladen.  Ondermeer twee postzakken met 8.800 kaarten van vrienden die deze als aandenken willen bewaren.  Dan de vele rollen landkaarten die onderweg moeten dienen voor de reisroute; dan ook nog helpen, bagage, allerlei provisie.

Relatieve weersverbetering

Even na halfelf komt er beweging.  Pater Bradfer en pater provinciaal met Van Damme en Edmond Dehart komen te voorschijn op het plein: de berichten zijn bevredigend.  Men zal tot Lyon kunnen reizen, maar niet verder.  De Kongoreis zal dus één dag langer duren.  Pater Bradfer geeft vader een kruisje op het voorhoofd; een ontroerend afscheid.  Pater provinciaal zal met p. Bradfer meereizen tot Lyon.  Van Damme zal Edmond Dehart vergezellen in het andere vliegtuig.  “Daar komt nog een werkman aangelopen: Franske met zijn vrouw en zijn kindje.  Hij heeft veel lange dagen met die pater gewerkt, zij aan zij, als kameraad.  Vaarwel!  De moeder steekt het kindje naar de pater uit; hij zoent en zegent het.  De werkman is ontroerd, deze priester was zijn beste vriend! 

Het vertrek

Nu schuiven de vliegtuigen vooruit.  Een handwuiven van iedereen – maar er is kerkstilte.  Monseigneur staat daar alleen.  Ik zie hem na en voel me fel bewogen: de ontroering glijdt sterk over zijn gelaat.  Ik vergeet het beeld van deze grote man op dit ogenblik nooit; hij had me het wrede nieuws meegedeeld dat hij nooit meer naar Kongo zou mogen terugkeren omwille van ziekte, nooit meer naar zijn geliefd Kongo, waar pater Bradfer nu heenvloog.  Bradfers vader staat er als een sterke gebeeldhouwde gestalte en kijkt vol schone ontroering.  Ginder ver starten de vliegtuigen: eerst de 00-MCE.  Vaarwel!  Over onze hoofden heen!  Dan de 00-JHS.  Het is juist 11.05 uur.  Vaarwel!  Naar de glinsterende horizonten, vol diafaan oktoberlicht!” (vervolgt)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

uitzicht - overzicht onderwerpen - thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

Een blik op het misdienaar - zijn.  door Els

Precies elf jaar geleden startte ik aan mijn taak als misdienaar. Als kind vond ik dit maar normaal, aangezien mijn broers ook misdienaar geweest zijn.

Ik herinner me nog goed mijn eerste eucharistieviering als misdienaar. Met een bang en hevig kloppend hart stapte ik onze weekkapel binnen. Ik voelde mij trots omdat ik samen met meneer pastoor achter het altaar mocht staan.  Ik durfde mij niet te bewegen en ik lette goed op wanneer ik iets moest doen, want ik wou absoluut niet dat mijn eerste mis als misdienaar in het honderd zou lopen.

De jaren gingen voorbij en voor ik het wist, mocht ik al van meneer pastoor op een zondag de mis dienen.  Ik was enorm blij, omdat ik nu behoorde tot de grotere misdienaars. Ik werd ook ouder en de eucharistievieringen in de weekkapel liet ik over aan onze kleinste misdienaars. Zo kon ik me concentreren op de hoogdagen. Het bleef er niet enkel bij om op zondag de mis te dienen. Er kwamen al gauw een huwelijk, een begrafenis of een doopsel bij. Als je dan van voor staat en je kunt het geluk van de mensen hun gezicht aflezen, dan weet je dat je iets goed doet. Je draagt je eigen steentje bij aan de eucharistieviering.

Met dagen zoals Pasen en Kerstdag krijg je een apart gevoel. In de sacristie hangt er dan een speciale sfeer. Deze eucharistievieringen verlopen zeer plechtig, met wierook en met Latijnse gezangen. Op zulke dagen besef je waar het eigenlijk allemaal om draait. Je luistert naar het evangelie, je denkt na over de woorddienst en je krijgt een gevoel van verbondenheid met de hele kerkgemeenschap. Zelfs op de voorbereidingen voor deze vieringen voel je al hoe sterk de verbondenheid met Jezus aanwezig is. Denk nu maar aan de Goede Week. Als misdienaar groei je mee naar Pasen, naar Jezus’ verrijzenis. ’s Avonds tijdens de vieringen, beleef je de viering zo intens dat je het gevoel hebt alsof Jezus aanwezig is in de kerk.

Dan besef je wat Jezus allemaal voor ons heeft gedaan en dan weet je dat Hij er steeds voor je zal zijn. Dat je steeds bij Hem terecht kunt met al je problemen door enkel maar tot Hem te bidden. Het geeft je een goed gevoel om te weten dat er steeds iemand is die over je waakt en die je beschermt. En op momenten wanneer je in de put zit en er is niemand je lijden ziet, dan is Hij de vriend die je er weer bovenop helpt.

Zulke verbondenheid met Jezus groeit maar met de jaren. Als beginnend misdienaar besef je nog niet veel van de eucharistie. Maar hoe ouder je wordt, hoe vertrouwder je geraakt met Jezus.

Je kunt niet je hele leven misdienaar blijven en velen die gestopt zijn met mis te dienen, die zien we zelden of nooit meer terug in de kerk.

Maar er zijn altijd uitzonderingen. Sommigen van ons blijven actief in de kerk als lector of als catechist van de kindernevendienst. Hoewel ik nog steeds misdienaar ben, besloot ik om mee te werken aan een kindernevendienst in onze parochie. Ik vind het belangrijk dat kinderen van jongs af aan over Jezus leren, dat zij Jezus als hun vriend zien, net zoals ik dat doe. Ik hoop dat ik hiermee kan helpen om kinderen tot een goed christen te laten worden en dat hun verbondenheid met de parochiegemeenschap en met Jezus vanuit hun geloof mag groeien. 

    

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -