INHOUD GELOOF EN LEVEN 1998 nr. 2

Hieronder worden enige artikels weergegeven

Tehuis voor ex-gevangenen Interview met aalmoezenier G. Peeters van Leuven-Centraal door Ives De Mey

Oase in de stad door: Wouter Ghijs

Katechismus der Katholieke Kerk (4) (De H. Schrift) Commentaar door: B. Van Vossel cssr

Naar het land van de grote ceders (Libanon) door: Jef Hanssens cssr

De Titanic: een parabel door: Ives De Mey, cssr

Paulus in Damascus door: Ben Van Vossel cssr

Kleine Hans of: De waarde van de 'versterving'

Naar top van document

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

Andere artikelen (hier niet opgenomen):

GODS GEEST IS AAN ’T WERK! Bezinning over de H.GEEST door: Ben Van Vossel cssr

UIT HET DAGBOEK VAN EEN MOEDER (1) door: Greet Lodewijckx-Depuydt

BOEKENNIEUWS (1998/2)

BEZINNING "In de synagoge te Nazareth" door: Ben Van Vossel cssr

ROEPT GOD NOG MENSEN VANDAAG? Europese Congres over roepingen

UNIVERSELE ROEPING TOT HEILIGHEID Europese Congres over roepingen

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

TEHUIS VOOR EX-GEVANGENEN

Interview met aalmoezenier Guido Peeters van Leuven-Centraal

door: Ives De Mey

Het gevangeniswezen is de laatste maanden nauwelijks uit het nieuws geweest. Stakende cipiers, een ophefmakend wetsvoorstel voor de hervorming van het gevangenissysteem, criminelen die geïnterviewd worden of wekelijks hun dagboek publiceren. Sinds het Dutroux-spektakel, hebben de media met vernieuwde aandacht haar schijnwerpers op justitie, magistratuur en criminaliteit gericht. De journalisten kamperen om zo te zeggen permanent in het justitiepaleis. De beklaagden zijn voorpaginanieuws, tot het doek valt. De veroordeling is uitgesproken, ze is te licht of te zwaar, of verzacht het aangedane leed niet. En dan verdwijnt die veroordeelde uit het zicht van de maatschappij. In de gevangenis moet hij dan maar ‘in het reine’ zien te komen met zijn verleden. In de gevangenis van Leuven Centraal tracht aalmoezenier Guido Peeters met deze mensen een eind de weg mee te gaan. Wanneer de veroordeelde ‘zijn straf heeft uitgezeten’, gaan de poorten weer open. Daar staat hij dan.

Guido Peeters: "Vanaf het begin dat ik gevangenisaalmoezenier was, voelde ik al aan dat er hier een nood was. Voor heel wat ex-gevangenen bestaat er geen goede opvang. Zonder hulp is het moeilijk om een nieuw leven op te bouwen."

"Als redemptorist was ik op dat ogenblik overste van het klooster te Leuven in de Brabançonnestraat nr.97. Het rijhuis naast het klooster was eigendom van de congregatie. Vroeger, toen ook de talrijke jonge redemptoristen-in-opleiding en hun professoren er woonden diende dat huis als woonst voor de kok of conciërge. Beter dan het lege huis te laten verkommeren of te verhuren aan twijfelachtige huurders, werd het in orde gebracht om er mannen op te vangen die net de gevangenis hebben verlaten. Nu telt het vier studio’s. Ze zijn niet luxueus ingericht, maar bieden toch de nodige privacy en comfort. Ikzelf woon er ook."

Geloof & Leven: Wat kan jij dan voor hen doen?

G.P.: "Het belangrijkste is niet wat ik doe, maar dat ik er ben. Ik bied hun een plaats en omgeving aan van waaruit ze hun leven in de maatschappij kunnen heropstarten. De ex-gevangene die niet bij familie of vrienden terecht kan, vindt bij mij gratis onderdak voor de eerste zes maanden. Dat geeft hem de kans om zich in orde te stellen met het OCMW, de VDAB, de mutualiteiten. Omdat hij zich dan ook laat inschrijven op een ‘gewoon’ adres, geraakt hij al iets gemakkelijker aan werk. De laatste maanden van hun straf kunnen ze ook vanuit de gevangenis sollicitatiebrieven sturen, maar met ‘Leuven Centraal’ als woonadres, wordt je meestal wel afgewezen. Wie een kamer wil huren, moet meteen al drie maanden waarborg bovenop de eerste huishuur kunnen betalen. Terwijl ze bij mij inwonen, kunnen ze dat geld bijeensparen."

G&L: Moet je deze mannen ook begeleiden in het leven ‘buiten de muren’?

G.P.: "Uiteraard sta ik 24 uur per dag ter beschikking met raad en daad. Ik toon ze de kortste weg naar de verschillende diensten van de bureaucratie. En alle dagen kunnen ze hun verhaal bij mij kwijt. Wie wil, schuift mee aan tafel. In de gevangenis hebben ze altijd in hun eentje op de cel moeten eten. Soms kookt iemand eens wat lekkers, en nodigt de anderen uit. Op die manier wordt het leven ook echt leven."

"Maar ik treed niet in de plaats van de maatschappelijke assistenten. Elke gevangene die voorwaardelijk vrijgelaten wordt, krijgt een voogd aangesteld. Die begeleidt hen professioneel. Die taak behoort mij niet toe. Ik houd het bewust kleinschalig, op ‘familiaal niveau’. Ik werk zonder subsidies waardoor dit apostolaat niet gebonden is aan allerlei voorwaarden."

"Bovendien mag ik hen ook niet teveel onder de vleugels houden. Ze hebben mij al die jaren al gekend als hun aalmoezenier. Nu wordt het tijd dat ze leren op eigen benen te staan. In de gevangenis is het leven gereglementeerd. Hier in huis is er slechts een minimumreglement. Er is geen uur waarop ze binnen moeten zijn. Ze hebben elk een sleutel van het huis en van hun kamer. Jaren lang was de sleutel hun vijand, nu is het een symbool van hun vrijheid: zelf over de huissleutel te beschikken! Ik vraag hen enkel om de orde niet te verstoren. Om problemen te vermijden, is het verboden grote sommen geld op de kamer te bewaren. Ze moeten dus niet komen beweren dat ze bestolen zijn op de kamer. Ze moeten ook niet met drugs of vrouwen afkomen."

"Als iemand zijn zaken maar op zijn beloop laat, of als er een onverstandig bezig is, durf ik hem wel eens te vermanen, als hij daarvoor open staat."

G&L: Heb je wel eens tijd voor jezelf?

G.P.: "Overdag sta ik in de gevangenis ter beschikking. Ik doe dat niet als mijn beroep, zoals een ‘9-tot-5-jobje’. Ik laat ‘de mannen’ niet vallen eens ik buiten kom. En ook niet eens dat zij buiten komen. Het is mijn roeping om ter beschikking te staan. Dat is niet meer dan logisch. Natuurlijk heb ik ook mijn private kamer in huis, en moet ik ook voor mezelf zorgen. Maar dat begrijpen ze wel.

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

OASE IN DE STAD

door: Wouter Ghijs

Ook volgend jaar biedt het Bezinningscentrum OASE IN DE STAD Brondagen aan voor klassen uit het Middelbaar. We zien het als een moderne vorm van Evangelisatie naar jongeren die steeds maar minder echte waarden krijgen aangereikt en steeds maar meer tussen de onzin van de mediabrouwsels en de soms allesbehalve opbouwende sociale relaties hun weg moeten vinden.

De klasgroepen krijgen een keuzeaanbod voorgeschoteld dat ze op voorhand even kunnen bekijken. Die thema’s worden dan op een creatieve manier uitgewerkt aan de hand van gesprek, spel, filmfragmenten, muziek, expressie, getuigenis…

Hopelijk schrikken volwassenen niet al te zeer van deze thema’s:

1 Masks and mirrors (Wie ben ik ? Moet ik mezelf bewijzen? Vertrouwen, als zuurstof zo belangrijk, Bemind zoals je bent).

2 Survive your life (Op de trot, Rondjes lopen, Opgelet voor onderkoeling, Tochtgenoten).

3 Je leven, het leven waard (Eet meer gras, dat bevordert de kuddegeest, Gelukkig… omdat ik me bemind voel, En als mijn wereld in elkaar dreigt te stuiken…, De rots en het zand).

4 Liefde, relatie… (Onverzadigbare honger, Als liefde je lief is, God is liefde, Zinvolle seksualiteit).

Omzeggens alle leerlingen en begeleidende leerkrachten zijn tevreden met wat geboden wordt en de manier waarop het wordt uitgewerkt. Zelf vinden we het een uiterst zinvolle manier van begeleiding van jongeren; de drempel is niet te hoog en toch wordt er voldoende degelijke en evangelisch geïnspireerde waarden aangeboden.

De Brondagen gaan door in het Redemptoristenklooster, Voskenslaan 56, 9000 Gent op dinsdag en donderdag (9u. tot 15.30u.). Per dag kunnen we één of twee (klas)groepen ontvangen. Wanneer groepen samengesteld zijn uit verschillende klassen, zijn 25 leerlingen per groep een maximum.

Inlichtingen en boeking op adres: "Oase in de stad", Voskenslaan 56, 9000 GENT. Tel. (09) 229 25 85, gsm. (095) 34 33 51, Fax (09) 228 87 19.

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

DE KATECHISMUS DER KATHOLIEKE KERK (4)

 Commentaar door: Ben Van Vossel cssr

ARTIKEL 3 DE HEILIGE SCHRIFT (pp.37-43, nrs. 101-141)

Ik mocht onlangs op een kleine parochie 28 vragen beantwoorden van de 28 jongens en meisjes die zich voorbereidden op hun heilig Vormsel. Een van de vragen was: hebt u al eens heel de heilige Schrift gelezen? Toen ik zei dat ik dat al verscheidene keren gedaan had was er een reactie van "Amaai zeg!". De Bijbel, uit de grondtekst vertaald (Willibrordvertaling, geheel herziene uitgave 1995), omvat zo'n 1920 bladzijden (inleidingen en tabellen inbegrepen), 800.000 of meer woorden. Maar de Catechismus zegt het kort en goed: "Door alle woorden van de heilige Schrift heen zegt GOD slechts één Woord: zijn enig Woord waarin Hij zich geheel uitspreekt". Doorheen al die vele woorden van de heilige Schrift spreekt GOD zijn Woord van liefde, waarvan JEZUS de belichaming is.

De Kerk vereert het Woord van de Schrift zoals ze het Lichaam van DE HEER vereert in de Eucharistie. In de heilige Schrift vindt de Kerk dan ook onophoudelijk haar voedsel en kracht; het is immers het Woord van de hemelse Vader die zijn kinderen met liefde tegemoet treedt en met hen spreekt. De Kerk is niet enkel de verzamelde gemeenschap van gelovigen, het is ook elke christen, elk mens, die in geloof Gods Woord tot zich laat spreken bij het lezen van de Schrift, bij het beluisteren van dat Woord wanneer het wordt voorgelezen in de kerk of het gezin. Het is goed het Woord van de Schrift te bestuderen op een wetenschappelijke wijze of erover te discussiëren in bijbelgroepen, maar enkel wanneer we het benaderen als het Woord van de levende GOD voor ons, hier en nu, wordt het ook echt heilzaam en mogen we zijn levengevende kracht ervaren.

Wie is de auteur van de heilige Schrift. David? Salomo? Profeten- of priesterscholen? Paulus en wat Evangelisten? Daar hebben nogal wat mensen hun bijdrage in gehad. Maar de Catechismus zegt kort en goed dat GOD de auteur is van de heilige Schrift: de geopenbaarde waarheid die erin ligt en die wordt voorgehouden "is er onder ingeving van de HEILIGE GEEST aan toevertrouwd". GOD heeft mensen en de menselijke taal en de heel eigen manier waarop deze of gene schreef gebruikt om uit te drukken wat Hij wilde. Toch gaan we het christelijk geloof geen "godsdienst van het boek" noemen. Het christendom is de godsdienst van het mensgeworden, levende Woord.

Door de HEILIGE GEEST maakt CHRISTUS, het eeuwige Woord van de levende GOD, onze geest toegankelijk voor het begrijpen van de schriften. Anders zouden ze immers dode letter blijven. Zo is het voor ons en zo was het voor de leerlingen van Emmaüs en de andere volgelingen van JEZUS. Als JEZUS ons verlicht door de HEILIGE GEEST gaan onze harten branden door de ervaring van zijn aanwezigheid (Lc. 24,45). Met wat een respect en liefde mogen we de heilige Schrift omgeven in ons gezin, op onze kamer, in ons gebedshoekje, maar ze ook echt ter hand nemen als het Woord van Leven. Een mooie kaft, een goede plaats en … dat heilige Boek ook vaak ter hand nemen!

Als Gods Geest ons alles moet duidelijk maken, is het bestuderen van de heilige Schrift dan overbodig? Nee, het is goed dat we leren zien of een bepaalde tekst eerder geschiedkundig van aard is, of profetisch of dichterlijk of als een soort godsdienstig verhaal om mensen tot een beter leven op te wekken. Verder kunnen we nog rekening houden met de tijdsomstandigheden en de cultuur, de manier van spreken en schrijven in de tijd van de afzonderlijke auteurs. Maar hoe nuttig dit alles ook is, "de heilige Schrift moet worden gelezen en verklaard in het licht van dezelfde Geest, door wie ze geschreven is".

Het tweede Vaticaans Concilie gaf 3 criteria aan voor een verklaring van de Schrift overeenkomst de GEEST die haar geïnspireerd heeft:

1° Veel aandacht schenken aan de inhoud en de eenheid van de hele Schrift. Je moet alles lezen vanuit JEZUS, vanuit zijn verrijzenis.

2° Je moet de Schrift lezen binnen de levende Overlevering van heel de Kerk en

3° letten op de samenhang van de geloofswaarheden onderling en hoe ze thuishoren in het totale heilsplan van de openbaring. De Schrift lees je dus niet met de nieuwsgierigheid van iemand die eens op iets totaal nieuws wil stoten, iets dat de Kerk nog nooit gezien heeft, iets dat een totaal ander plan van GOD toont. Dit soort kleine profeetjes ontmoet je wel eens, maar die komen en gaan met de wind en brengen geen echt nieuw leven aan; enkel wat onkruid zaaien en wat lawaai maken en graag wat in de belangstelling komen, of zich wat bezig houden met beuzelarijen. Ik ontmoette eens een "getuige van Jehova", een baas van een grootwarenhuis die me met veel omhaal kwam vertellen dat ze op hun laatste bijbelstudie vernomen hadden dat JEZUS waarschijnlijk ook in India was gaan preken; hij vond dat adembenemend nieuws. Ten eerste heeft dat geen enkele historische grond, en ten tweede brengt dat toch niets bij aan ons geloof. Het zijn van die weetjewatjes die we kunnen missen.

Heeft de bijbel soms verschillende betekenissen? De bijbelgeleerden zoeken naar de letterlijke betekenis. Daarbuiten kan er soms ook nog een geestelijke betekenis zijn. Deze laatste betekenis of manier van verstaan deelde men nog in 3 soorten in:

1° De allegorische betekenis: vanuit CHRISTUS ontdek je soms een diepere zin achter de gebeurtenissen, bv. de doortocht door de Rode Zee zag men vaak als een teken van de overwinning van CHRISTUS op de machten van zonde en dood. Dit soort toepassing treffen we aan in de Schrift zelf, bij de oudvaders en kerkvaders en in de liturgie. Maar als om het even wie zich daar gaat aan begeven, dan kan men zo alles en nog wat achter de gebeurtenissen gaan zoeken. Sommige oudvaders waren volgens onze smaak reeds wat al te zeer behept met het zoeken van een dieperliggende betekenis. Best houden wij ons aan wat in de Schrift zelf en in de blijvende liturgische toepassingen naar voor komt.

2° De morele betekenis. Sommige gebeurtenissen uit de Schrift die een letterlijke betekenis hebben kunnen soms ook ons gedrag in goede zin beïnvloeden. Dat de Israëlieten door hun ongehoorzaamheid en hun gemor tegen GOD werden gestraft ziet Paulus "als een waarschuwing voor ons" (1 Kor. 10,11).

3° De anagogische betekenis: sommige werkelijkheden of gebeurtenissen kunnen we zien in hun eeuwige betekenis, bv. de kerk als beeld van het hemelse Jeruzalem.

Maar nogmaals, in al deze betekenissen moeten we ons laten leiden door wat de Kerk erover zegt, "die de goddelijke opdracht en de taak heeft om het woord van GOD te bewaren en te verklaren". "Ik zou het Evangelie niet geloven, als het gezag van de katholieke Kerk mij er niet toe aanzette", schreef de heilige Augustinus.

Deel V

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

NAAR HET LAND VAN DE GROTE CEDERS

 Jef Hanssens cssr

Tezamen met pater Walter Corneillie, Provinciaal van de Vlaamse Redemptoristen, én pater Elie Sader, een Libanese Redemptorist, was ik van 16 tot 21 juli (1997) in Libanon. Doel van de reis: in samenspraak met de plaatselijke verantwoordelijken een toekomstplan voor onze voormalige missie uittekenen.

Van bij onze aankomst op de internationale luchthaven van Beiroet werden we opgevangen en gepiloteerd door "de Vrienden van Sint Alfonsus" – een groep geëngageerde leken -, die ons verblijf in het "land van de ceders" tot een onvergetelijke ervaring zouden maken. Op minder dan geen tijd loodsten zij ons doorheen de veiligheidspolitie en de douane en waren we op weg naar Jdeidet-el-Metn, een buitenwijk van Beiroet én bakermat van onze inzet in Libanon.

Hier doet sinds 1954 een kleine groep Vlaamse Redemptoristen aan socio-pastoraal werk bij voornamelijk Chaldese en de Maronitische Christenen. Hun activiteiten zijn echter altijd kleinschalig gebleven, omdat op die post nooit meer dan 3 paters en een tweetal broeders konden ingezet worden. Op het ogenblik van ons bezoek waren nog alleen pater Timon De Cock en broeder Christiaan Speybrouck aan Jdeidet verbonden. Ondertussen is de laatstgenoemde broeder, na een inzet van meer dan 35 jaar, omwille van ziekte definitief naar Vlaanderen teruggekeerd.

Maar sinds kort doet zich in deze schijnbaar "uitgetelde" missie een verrassende kentering voor. Toen namelijk de jonge Maronitische priester-monnik, Elie Sader, concreet de vraag stelde om te mogen aansluiten bij onze Congregatie, bleken de roepingen voor de Redemptoristen plots "in de lift" te zitten; twee jongemannen zullen dit jaar hun noviciaat beëindigen in Canada en 4 andere staat klaar om eraan te beginnen.

Om deze roepingen veilig te stellen en ze in een sfeer van stilte en studie te laten gedijen, na hun noviciaat, heeft ons Generalaat in Rome ons gevraagd voor hen een studiehuis te bouwen in de Beeka-vallei. Het is een streek waar vele voor de burgeroorlog gevluchte christenen een onderkomen hebben gevonden en waar dus voor onze toekomstige jonge Redemptoristen een enorm apostolaatsveld te wachten ligt. Ondertussen werd hiervoor een geschikt terrein aangekocht en ontvingen we de desbetreffende plannen en begroting. Wij kunnen dus van start gaan!

Het spreekt voor zich dat de financiële kant van deze opstart voor onze Vlaamse provincie een zware dobber betekent. Wij zijn er echter van overtuigd dat onze lezers hun steentje willen bijdragen om deze fantastische onderneming tot een goed einde te brengen. Het rekeningnummer terzake luidt:

863 – 6523371 – 40 van

ACTIE REDEMPTOR

Jetselaan 225

1090 Brussel

met vermelding: "voor Libanon"

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

 DE TITANIC: EEN PARABEL

door: Ives De Mey

Titanic, de film. De duurste film aller tijden is niet de verwachte grootste flop aller tijden geworden. Integendeel. Sommigen zeggen dat het een kaskraker wordt die het verdient vermeld te worden in het Guiness Book of Records.

Titanic, de boot. De échte Titanic kende in zijn korte bestaan ook alleen maar uitersten: de onzinkbare boot zonk. Het grootste bewegende bouwsel van die tijd werd de grootste zeeramp.

Titanic, de poen. Sinds het wrak op 1 september 1985 gevonden is, is het lichtjes leeggeplunderd. Nu scheppen slimme jongens poen met het verkopen van allerlei gadgets.

De Titanic en wij. Een kort onderzoek op het Internet deed me duizelen van de Titanic-weetjes. Als Geloof en Leven zijn naam eer wil aandoen, kan het toch niet achterblijven. Je raadt het al: hier komt een ‘weetje met een boodschap’!

We zullen hier geen kilobytes verspillen om te vertellen dat het bootje bijna 300 m lang was en meer dan 30 m hoog. En dat er ongeveer 2227 opvarenden waren voor de enige reis.

Maar wel hoe het komt dat 705 mensen de ramp in de nacht van 14 op 15 april overleefden.

Op het moment van de ramp hoorden een drietal schepen in een straal van 100 km de noodsignalen.

Het eerste was de "Sampson" op zo'n 10 km. Ze zagen de witte rookpluimen ten teken van gevaar, maar omdat de bemanning illegale zeehonden had gejaagd en niet gepakt wilde worden, maakte men rechtsomkeer en haastte zich weg van de Titanic.

Het volgende schip was de "Californiër". Dat schip was slechts op 20 km afstand van de Titanic, maar ze waren omringd door ijsschotsen. De kapitein zag de witte rooksignalen, maar omwille van de ongunstige omstandigheden en omdat het donker werd, besloot hij weer te gaan slapen en te wachten tot de morgen. De bemanning probeerde zichzelf ervan te overtuigen dat er niets aan de hand was.

Het laatste schip was de "Karpaat". Dit schip was eigenlijk 90 km verder zuidwaarts van de Titanic aan het wegvaren toen ze de noodsignalen over de radio hoorden. De kapitein van dit schip bad tot God en vroeg Hem wat te doen.

Hij wist dat hij moest helpen en liet het schip rechtsomkeer maken. Het stoomde dwars door de ijsvelden aan een bangelijke snelheid van 17 ½ knopen terwijl het eigenlijk maar 14 ½ knopen aankon. Dit schip redde de 705 overlevenden van de ramp. Toen de kapitein 's morgens omkeek naar de ijsvelden waar ze door gevaren waren, zei hij dat Gods hand dit schip moet hebben beschermd!

En wat is nu de betekenis van deze "parabel"?

De Titanic gelijkt op de grote kerk die in moeilijkheden is en hulpsignalen uitzendt. JEZUS heeft aan de apostelen de opdracht gegeven het goede nieuws van Gods reddende barmhartige nabijheid overal bekend te maken. Wie komt die taak van de kerk verder zetten?

De "Sampson", het eerste schip, zijn wij en mensen zoals wij wanneer we zo druk bezig zijn met het kijken naar onszelf, naar de zonden in ons leven en onze beperktheid, zodat we niet (wensen te) zien waar anderen in nood zijn.

De "Californiër" stelt dezen van ons voor die zeggen dat ze op dit ogenblik niets kunnen doen. De gunstige omstandigheden zijn er niet en dus wachten we tot de perfecte omstandigheden er zijn alvorens uit te rukken.

De "Karpaat" tenslotte beeldt diegenen van ons uit die tot God bidden om leiding. En dan zonder aarzeling gaan. Los door de ijsschotsen heen. Met onvermoede kracht. In de kracht van de Heilige Geest.

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

PAULUS IN DAMASCUS

 Ben Van Vossel cssr

Aan de hand van het boek St. Paulus van Van Tichelen brachten we in vorig nummer een aanschouwelijk tafereel van wat Paulus in Jeruzalem en omstreken uitrichtte in de christengemeente. In Damascus weet de verrezen HEER JEZUS hem uit het zadel te lichten en hem het ware licht mee te delen. "Van dat ogenblik af was Paulus een bekeerd man. Alles wat hij voortaan bedacht, alles wat hij beraamde, alles wat hij deed, had verborgen draden die terugliepen naar dit ogenblik. Hij was vol van God en stond tot zijn dienst bereid."

 Paulus verliest daar zijn hart aan de HEER en sindsdien wil Hij alleen nog JEZUS kennen, staat hij uitsluitend en volledig in dienst van JEZUS. Niets anders wil hij kennen dan JEZUS, de Gekruisigde. Met een nog grotere ijver waarmee hij de christenen vervolgd had, gaat Hij nu in het hele Romeinse rijk het Blijde Nieuws van JEZUS uitdragen. "Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig".

Over dat bepaalde verblijf in Damascus staan enige interessante gegevens in het boek "In de voetstappen van Paulus" van H.V.Morton, een van die pioniers die alle bijbelse gegevens ter plekke zijn gaan natrekken. Morton begint met te zeggen dat Paulus vanuit Jeruzalem waarschijnlijk niet de noordelijke weg heeft genomen doorheen de Jordaanvallei. Die loopt langs de Zuidelijke kust van het meer Gennezaret en vandaar verder langs de bergwegen, die de steden Decapolis en Damascus verbinden. ’s Zomers moet dat een verschrikkelijk hete en moeilijk begaanbare weg zijn die diep beneden het zeepeil ligt. Paulus zal eerder de langere weg genomen hebben die nu nog naar Damascus leidt, nl. door Samaria en Galilea en naar de voet van de Hermonberg. Alle samen toch zo’n 140 km. De toenmalige toestand van de wegen in aanmerking genomen mogen we veronderstellen dat hij daar 10 tot 14 dagen over gedaan heeft. Onderweg zal hij het meer van Gennezaret gezien hebben in de diepte en de synagoog van Kafarnaüm.

Vlakbij Damascus heeft hij die alles omvormende ontmoeting met JEZUS. Men leidt hem aan de hand de stad binnen. En men brengt hem naar het huis van een volgeling van JEZUS, Judas, die in de "Rechte straat" woonde (of in de buurt ervan). Naar dat huis zal door een visioen ook een andere volgeling van JEZUS gestuurd worden: Annanias. Hij sprak tot Paulus:

"Saül, broer, de HEER heeft mij gezonden, JEZUS, die u op de weg hierheen verschenen is, opdat gij het zicht terug zoudt krijgen en met de Heilige Geest vervuld zoudt worden".

Paulus voelde de hand van die vreemde in zijn hand. Tranen liepen uit zijn ogen. Hij zag hem staan, Annanias, en naast hem Judas.

"De God onzer vaderen heeft u voorbestemd om zijn wil te kennen; gij hebt de Rechtvaardige mogen zien en Hij heeft tot u gesproken. Ge zult zijn getuige zijn en Hij zal u tonen hoeveel gij omwille van zijn Naam moet lijden."

Lijden, lijden… Paulus zou vroeger opgesprongen zijn tegen al dat negatieve dat mensen kan overkomen. Vooral kon hij het niet hebben dat de Gezalfde van GOD, de Messias, de CHRISTUS zou moeten lijden, een ergernis was het, wanneer de volgelingen van JEZUS van Nazareth hun "Gekruisigde" voorstelden als "de CHRISTUS". Maar sinds JEZUS aan Hem verschenen was, was er iets gebroken in hem, of beter, er was iets in hem geboren. Hij had de Gekruisigde ontmoet als de Levende, die juist omwille van zijn totale gehoorzaamheid verheerlijkt was door GOD. De Levende CHRISTUS had hem nu aangeraakt en Paulus zou zo sterk in de Messias gaan geloven dat Hij niets of niemand meer wilde kennen dan CHRISTUS, en die Gekruisigd. "Ik wil CHRISTUS kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden. Niet dat ik het al bereikt heb. Ik ben nog niet volmaakt! Maar ik streef er vurig naar het te grijpen, gegrepen als ik ben door CHRISTUS JEZUS" (Brief aan de christenen van Filippi, 3,10-12).

Paulus van Tarsus, die we in vorig nummer in Jeruzalem zagen aankomen en als de soldaat van Jahwe’s rechten naar Damascus zagen hollen, is totaal veranderd. Hij heeft zijn leven uit handen gegeven, hij heeft zich overgeleverd in de handen van die JEZUS, die hij vervolgd had en die hij nu zal dienen met de inzet van heel zijn leven. Er zal een tijd komen dat hij de eenvoudige lieden van Galatië zal toeroepen: "Ik leef, nee, ik leef niet meer maar CHRISTUS leeft in mij!" (Gal.2,20).

Die Levende CHRISTUS is vandaag nog steeds dezelfde. Die Levende HEER wil ook met jou op weg gaan, Hij wil zich ook aan jou openbaren, in een persoonlijke relatie met jou. Dat hoeft echt niet op een spectaculaire manier te gebeuren zoals bij Paulus. Je kan gewoon in de stilte van je huis (op een moment dat het er wat stil is) naar Hem opkijken, zelfs tussen je werk door even naar het kruis opzien en je realiseren, zoals Paulus het zich realiseerde: "De liefde van CHRISTUS laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen" (2Kor.5,14-15).

1 Paulus in Jeruzalem - 2 Paulus in Damascus - 3 Paulus in Arabië - 4 Paulus weer in Jeruzalem

5 Paulus in Tarsus en Antiochië - 6 Paulus in Cyprus - 7 Paulus. Zijn evangelisatiestrategie

Deel III

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

BEZINNING
"In de synagoge te Nazareth"

door: Ben Van Vossel cssr

 Als in de Schrift de synagoge van Nazaret ter sprake komt, zie ik in gedachte deze in het Bijbelmuseum te Nijmegen. Ik ben toen diep getroffen geweest. Ik zag als het ware JEZUS op dat spreekgestoelte, ik zag de plaats, als een soort tabernakeltje waar de bijbelrollen bewaard werden, ik zag de plaats waar de mannen zaten en hoe de vrouwen achteraan ook hun plaats kregen. Ik ging zitten en keek op naar het spreekgestoelte, waar JEZUS zou gaan spreken. "Aller ogen waren gespannen op Hem gevestigd", schrijft Lukas.

In het evangelie van Markus wordt alles wat eenvoudiger verhaald, zonder veel woorden, eigenlijk wordt niets vermeld van wat JEZUS verkondigde in dat gebedshuis van Nazaret. Lees maar even:

"Hij ging vandaar weg om zich naar zijn vaderstad te begeven en zijn leerlingen gingen met Hem mee. Toen het sabbat was, begon Hij te onderrichten in de synagoge. De talrijke toehoorders vroegen verbaasd: 'Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? En wat zijn dat voor wonderen, die zijn handen verrichten? Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons? ' En zij namen aanstoot aan Hem. Maar JEZUS sprak tot hen: 'Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.' Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. Hij stond verwonderd over hun ongeloof. JEZUS ging rond door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf" (Mk.6,1-6).

Markus zegt kort en scherp waarover het gaat: nl. dat JEZUS niet in geloof aanvaard wordt. Dat heeft zich daar afgespeeld en de gevolgen worden erbij vermeld. Opdat wij er iets mee zouden doen. Als wij ons hart niet openen voor de HEER kan Hij ook in en door ons weinig verrichten zoals Hij daar in Nazareth geen wonderen kon doen. "Hij stond verwonderd over hun ongeloof". Zo staat de HEER niet begrijpend met zijn hoofd te schudden wanneer wij na een samenkomst met andere christenen, een bezinnings- of gebedsavond of een Eucharistieviering, gewoon naar huis gaan en ons hart verder voor Hem gesloten houden. Er gebeurt niets omdat we geen kleine stappen zetten waaraan Hij zou kunnen zien dat Hij welkom is met zijn Woord van Leven.

Naar top van document

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

KLEINE HANS

of : De waarde van de "versterving"

Ben Van Vossel, cssr

Als je dit leest is de christelijke Vastentijd al lang achter de rug. Toch wil ik even de waarde onderlijnen van "zich iets kunnen ontzeggen". Het klinkt niet modern. Eigenwijze pastors lachen er wel eens mee, met als motief dat er veel andere motieven zijn om de Veertigdagentijd op te baseren. Er zijn echter van die diepgewortelde menselijke gegevenheden waaraan wat modern getheoretiseer niet veel verandert. Door ons even wat achter onze tekstverwerker te zetten gaan we niet even de wijsheid van eeuwen onder tafel vegen. Nieuwe inzichten moeten het waardevolle uit het verleden ook weten te waarderen.

In deze tijd (eigenlijk al heel wat jaren) ontmoet je mensen die van Medugorgië terugkeren en die het zich stilaan tot een gewoonte maken om elke woensdag en vrijdag te vasten op water en brood. Nee toch? Jawel! Meer en meer kom je zulke mensen tegen. Je kan nog even proberen om jezelf wijs te maken dat ze dat doen om zich een psychologische basis te scheppen voor hun ouderwetse ideeën. Maar zoiets is al te goedkoop. Hiermee zeg ik niet dat we automatisch akkoord moeten gaan met alles wat die mensen dan vertellen of met alle devoties die ze vanuit Medugorgië importeren en zeker niet met alle theorieën die hun overdevote reisleiders hun onderweg aansmeren. Maar de diepmenselijke en ook christelijke waarde van "zich eens wat kunnen ontzeggen" is niet aan te vechten en is volop actueel.

Aan al wat menselijk is zit ook een dubbelzinnige kant. Je kan eenzelfde daad vullen met verkeerde motieven. Je kan gaan vasten en versterving doen omdat je schrik hebt van GOD, om jezelf belangrijk en een goed christen te voelen, om iets af te dwingen van God… Maar je kan het ook gewoon doen om jezelf wat los te weken van al te directe bevrediging van je verlangens en om soepeler te kunnen ingaan op uitnodigingen vanwege GOD. Dat zijn dus heel verschillende motieven. Deze laatste motieven evenwel zijn nog steeds goed dienstbaar voor Gods Rijk in en rondom ons.

Een klein voorbeeld van een op zich klein feitje dat mogelijks heel vergaande invloed had. In "Echo der Liefde" van "Kerk in Nood/Oostpriesterhulp vertelt pater Werenfried van Straaten (de "Spekpater") over een kleine jongen, Hans, uit Paderborn. Toen pater Werenfried daar in de jaren vijftig als bedelpredikant door Duitsland trok had die kleine jongen , na een korte aarzeling, heel zijn (magere) spaarpot in de "miljoenenhoed" geledigd. Tientallen jaren later loopt de "Spekpater" die kleine Hans weer tegen het lijf. Hij ontmoette hem namelijk als pater Franciscaan in Brazilië, als een vader van veel verloren zonen en redder van aan drugs verslaafde jonge mensen. In acht grote hoeven wonen jongens en meisjes gescheiden in groepen van tien tot twaalf bijeen. Seks, nicotine, alcohol en drugs zijn er ten strengste verboden. In landbouwbedrijven en fabriekjes die pater Hans oprichtte voorzien die jongeren nu zelf in hun levensonderhoud en zorgen ze voor de lopende kosten van heel dit project. Tachtig procent van deze jongeren geraakt er weer bovenop. Een prachtig resultaat. Naast afgekickte drugverslaafden werken ook andere priesters en twee religieuze congregaties mee aan het project. Jonge seminaristen doen hun pastoraal jaar in deze "Fazenda da Esperança". Ik heb zo’n idee dat o.m. die daad van zelfvergeten liefde van de kleine Hans, de grote inzet van pater Hans heeft voortgebracht.

Ik schrijf dat omdat ik in andere gevallen gezien heb hoe een kleine daad van edelmoedigheid, van "zich iets ontzeggen", een kleine daad van trouw aan een leven een richting kan geven. Ook en vooral in het leven van kinderen en jonge mensen kan een kleine daad van radicale edelmoedigheid of om zich iets te ontzeggen hun leven op een spoor zetten dat hun leven nieuwe en blijvende waarde geeft.

Ter inlichting: Giften voor "Kerk in Nood/Oostpriesterhulp" kunt u storten op rekening 417-6014491-76 van KIN.OPH. v.z.w., Oevelsedreef 1, 2260 Tongerlo (Voor vrijstelling van belastingen (vanaf 1000 BEF), op rekening 417-6010001-48 van Hulp en Hoop, 2260 Tongerlo

Naar top van document

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -