INHOUD GELOOF EN LEVEN 1998 nr. 1

Hieronder worden enige artikels weergegeven

En toch gelukkig ("een rolstoel-priester getuigt") door: Roger Dhont CSsR

Katechismus (3) commentaar B. Van Vossel cssr

Paulus in Jeruzalem naar Th. Van Tichelen, pr.

Tafelgebed Ben Van Vossel, cssr

Gesprek op een huwelijksjubileum (getuigenis)

Jongerentreffen te Essen: "Komt en ziet"

Hoe blijf ik jong? door: Ives De Mey, CSsR

Onze nieuwe generaal aan het woord

NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

EN TOCH GELUKKIG Getuigenis van een "rolstoel-priester"

Roger Dhont CSsR

Sinds ongeveer 11 jaar, als zwaar gehandicapte (priester-Redemptorist, 68 jaar oud), na kankeroperatie aan het bekken, een jaar verblijf in de kliniek, nooit zonder pijn omwille van de 5 nagels in het bekken… en toch gelukkig in mijn situatie.

Veel, heel veel is mij stilaan "ontnomen": mijn werk op ons Generaal Secretariaat (sinds 1963), de zorg voor het Secretariaat voor onze contemplatieve zusters Redemptoristinnen (van 1972 tot begin 1978), veel dierbare mensen op een heel grote parochie (ong. 20.000 inwoners.) waar ik 22 jaar lang elke zondag preekte. Dan rolstoelpatiënt (sinds 1987) met alle gevolgen vandien; stilaan ook geen T.V. meer en geen lectuur meer omwille van groeiende vermoeidheid en nu wordt ook het schrijven van brieven uiterst moelijk.

Gelukkig kan ik nog mensen ontvangen en troosten en dit is mijn grootste vreugde: troosten met de troost waarmee ikzelf getroost word (cf. St. Paulus). Verder kan ik nog allerlei diensten bewijzen aan de communiteit als telefonist, als verzorger van bloemen voor de tuin enz…

Er zijn wel moeilijke momenten… en het gebeurt dat ik dan de laatste woorden van de Apocalyps bid: "Kom, Heer JEZUS, kom…". Maar steeds heb ik nieuwe moed gevraagd én gekregen om mijn situatie moedig en blijmoedig te beleven.

Het innigste en meest krachtgevende moment voor mij als priester wordt steeds meer de ontmoeting van DE HEER JEZUS in de Eucharistie die ik nog dagelijks mag vieren, samen met zo'n 20 à 30 gelovigen. Daar ik vele uren op mijn bed lig, omwille van de 5 nagels in mijn bekken, heb ik veel meer tijd dan vroeger en kan ik uren liggen bidden en aanbidden, mij terugtrekken in stille aanbidding zoals JEZUS deed. Als de pijn zich wat meer laat voelen kan ik mij in de geest op het altaar leggen want er is wel altijd ergens een Eucharistie. Dan kan ik ook een bezoek brengen aan de tabernakels waar JEZUS steeds liefdevol aanwezig is. Dan kan ik rustig het rozenhoedje bidden, soms tot 2-3maal toe. Dan kan ik bidden danken en lovend bidden voor mensen die een gebed gevraagd hebben, voor de mensen die me zo liefdevol nabij zijn en bidden voor mij.

Voor het nieuwe jaar kan ik slechts zeggen: Dank U, Heer voor wat voorbij is en Ja voor wat komt, tot meerdere eer en glorie van U, Vader, Zoon en Heilige Geest en dit alles onder de bescherming van de Moeder van Altijddurende Bijstand.

Roger Dhont, Redemptorist - Rolstoelpatiënt (9/1/1998)

Voskenslaan 56, 9000 GENT, Tel. (09) 222 32 53

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

DE KATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK (3)

 Wat voorafging:

DEEL I: DE GELOOFSBELIJDENIS

EERSTE SECTIE: IK GELOOF – WIJ GELOVEN

HOOFDSTUK I: HET ZOEKEN VAN DE MENS

HOOFDSTUK II: GOD KOMT DE MENS TEGEMOET

ARTIKEL 1 DE OPENBARING VAN GOD

ARTIKEL 2 HET DOORGEVEN VAN DE GODDELIJKE OPENBARING

Het is moedig dat u aan de lezing van dit artikel begint. Het zijn vaak zo’n vreemde woorden "doorgeven van de Goddelijke Openbaring" voor wie dat soort lectuur niet zo gewend is. Onze bedoeling blijft om dit prachtige document iets meer leesbaar te maken.

God wil immers dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen, dat wil zeggen dat ze Jezus Christus leren kennen. Daarom moet Christus aan alle volken en aan alle mensen verkondigd worden. Dit is heel iets anders dan wat sommigen vroeger en nu beweerd hebben, nl. "laat ieder in zijn eigen geloof". Maar natuurlijk: Christus verkondigen aan alle mensen mag ook niet betekenen dat dat onder dwang moet gebeuren, zoals in sommige perioden op sommige plaatsen wel eens is voorgevallen. Geloof moet vrij beaamd worden, niet onder dwang, dat zou immers iets zijn als een huwelijk onder dwang en dat heeft eigenlijk geen zin.

De Catechismus spreekt hier niet over hoe het moet met de christelijke opvoeding thuis. Moet of mag je de kinderen wel je christelijke overtuiging doorgeven? Sommigen vragen zich zelfs af of je je kind wel mag laten dopen, nl. zonder dat het er zelf voor gekozen heeft.

Een paar gedachten willen we hierbij weergeven. Christelijke ouders zullen zoals goede ouders aan hun kind het beste meegeven dat ze hebben en ze opvoeden op de best mogelijke manier. Ze zullen aan hun kinderen dus ook de waarden meegeven die zijzelf echt goed en belangrijk achten. Dat is gewoon hun ouderlijke plicht. Als voor henzelf het geloof heel belangrijk is en als ze vinden dat het voor hun kind zowat het mooiste geschenk is dat ze kunnen doorgeven, waarom zouden ze dat dan niet doen. Overigens, in verband met de kinderdoop kunnen we zeggen dat die al zeer vroeg in de kerkgemeenschap bestond. Christelijke ouders vonden het toen ook al normaal dat hun kind ook deelde in die grote genade van aan Christus toegewijd te zijn.

Maar natuurlijk, kinderen blijven niet klein. Kinderen worden puber en jonge mens en zoals in heel het opvoedingsstramien van stilaan meer vrijheid geven, zal ook op godsdienstig vlak de jonge stilaan zelf gaan kiezen wat voor hem of haar belangrijk is, welke richting hij/zij met zijn/haar leven uitwil. Kortom, er komt een moment dat de jonge mens zelf zal moeten kiezen of hij/zij christen wil blijven en op een persoonlijke manier voor Christus wil kiezen. Normaal zou dat bij het Vormsel moeten gebeuren, maar eigenlijk zijn de meeste kinderen op dat moment nog niet tot zo’n heel persoonlijke en bewuste keuze in staat.

Concreet betekent dit alles dat ouders hun kinderen zoveel mogelijk trachten door te geven op een zo goed mogelijke manier, maar tenslotte zal hun kind ooit zelf moeten kiezen. Maar zelfs als het kind de ouders dan niet meer volgt in hun godsdienstige keuzen, ook dan nog mogen ouders hun kind niet gewoon laten vallen; het is goed dat ze voor hun kind blijven bidden en zelf hun eigen christelijk levensgetuigenis blijven geven. God heeft die kinderen aan jou toevertrouwd, ze blijven jouw kinderen.

Keren we nu terug naar de Katechismus van de Katholieke Kerk. (nr.75)

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

I DE APOSTOLISCHE OVERLEVING OF TRADITIE

De apostelen hebben van Jezus, in wie God zich definitief heeft uitgesproken, de opdracht ontvangen om de heilswaarheid (wat men moet geloven) en de zedenleer (hoe men moet leven) te verkondigen aan alle mensen. "Ga en verkondig de Blijde Boodschap aan alle mensen en leert hun te onderhouden…"

Het doorgeven van het evangelie gebeurde door de mondelinge prediking, voorbeelden en instellingen en ook schriftelijk door die apostelen en mensen uit hun omgeving die onder invloed van de H.Geest die heilsboodschap opgetekend hebben.

De apostelen hebben bisschoppen als hun opvolgers aangeduid aan wie zij het leergezag overdroegen om de Overlevering levend door te geven. Zo verschilt de "Overlevering" van de H.Schrift, hoewel zij daar nauw mee verbonden blijft.

Toch stelde dit wel eens een probleem voor sommige mensen en o.m. de christenen uit de "Hervorming" hebben wel een moeite met die overlevering. Bij hen klinkt het "Sola Scriptura" (alleen de Schrift!) wel eens heel luid door. In nr. 80 gaat de Katechismus daar even op in.

 

II DE RELATIE TUSSEN DE OVERLEVERING EN DE HEILIGE SCHRIFT

Moeten we nu meer luisteren naar wat de H.Schrift zegt, of moeten we eerder luisteren naar wat de Kerk zegt?

De Overlevering én de Schrift komen uit dezelfde goddelijke bron en het is de Kerk die beide doorgegeven heeft.

Maar de wijze van doorgeven verschilt (nr. 81) en het is duidelijk dat beide gebeuren onder de werking van de heilige Geest. De Kerk heeft echter de opdracht om de Openbaring door te geven en te interpreteren en ze put haar zekerheid omtrent de Openbaring niet enkel uit de heilige Schrift. Zowel de heilige Schrift als de Overlevering moet men met liefde, eerbied en respect aanvaarden en vereren.

Twee problemen kunnen zich hier stellen: enerzijds dat nogal wat theologen tegenwoordig wel heel wat argumenten halen uit de moderne Schriftverklaring en verder vanuit het hedendaagse denken of hedendaagse modetrends maar niet genoeg hun denken laten beïnvloeden door de Geloofstraditie, en anderzijds kan het Leergezag wat al te zeer behoudsgezinde visies op dezelfde hoogte stellen als de eigenlijke Geloofstraditie.

Buiten die apostolische Overlevering kunnen ook allerlei theologische, leerstellige, liturgische of devotionele overleveringen bestaan of nog ontstaan. Deze moeten getoetst worden door de grote Overlevering en ze kunnen daarom ook gehandhaafd, veranderd of afgeschaft worden onder leiding van het leergezag van de Kerk.

Deel IV

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

MET PAULUS OP TOCHT

1 Paulus in Jeruzalem - 2 Paulus in Damascus - 3 Paulus in Arabië - 4 Paulus weer in Jeruzalem

5 Paulus in Tarsus en Antiochië - 6 Paulus in Cyprus - 7 Paulus. Zijn evangelisatiestrategie

8 Een noodzakelijk debat - 9 Tweede Missietocht (1) - Tweede Missietocht (2) - zie verder KLIK HIER

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

 

PAULUS IN JERUZALEM

naar Th. Van Tichelen, pr.

In het boek van Th. Van Tichelen "St. PAULUS" lezen we op hoe Paulus in Jeruzalem aankomt om bij Gamaliël zich beter te laten inleiden in het joodse geloof. Zijn eerste contact met Jeruzalem is vrij ontgoochelend, een veel rustiger en zelfs vadsige stad in vergelijking met het bedrijvige Tarsus, waar hij vandaan kwam. Maar dát was het eigenlijke Jeruzalem niet. Jeruzalem is in de tempel. Daar woont God, daar bloeit de Wet, daar klopt het hart van zijn volk, daar staat de bakermat van ’t verspreide Jodendom". Van Tichelen beschrijft hoe Paulus op het wijde tempelplein komt, de binnenvoorhof, het wemelende heidenenvoorhof en al die verschillende mensenrassen gadeslaat, de boerenmensen en leurders, redekavelde Alexandrijnen, de dieren aan de Oosterzuilengang, de zuilengang van Salomo; erger dan op een veemarkt wordt daar geloofd en geboden, getierd en gescholden door kooplui en offeraars. En dan laat Van Tichelen even iets doorklinken, een eerste contact met mensen die hij later tot de dood zal vervolgen en bij wie hij zich even later zal aansluiten: volgelingen van Jezus.

"In die gaanderij is veel volk bijeen. Een karavaan pelgrims wellicht, die van verre kwam uit Galilea? Want op elke bank zit een Galileër, maar zonder mes onder zijn gordel; mannen hurken en liggen om hem op de vloer; terzij zit een groepje Galilese vrouwen, die haar witte sluier op de rug laten hangen. Al die mensen luisteren stil, met gerokken halzen; de mannen op de banken vertellen iets over Pilatus en oer een kruis; en ook over een ledig graf en over verrijzenis. Farizeeën wellicht, echte broeders, want die alleen geloven aan de verrijzenis der doden… Een der mannen spreekt zelfs in het Grieks, met de tongval van Cyprus…".

Paulus zal dan Wetstudie volgen bij Gamaliël. Hij zal er veel bij opsteken, maar de gematigdheid van Gamaliël zal hij er niet leren.

De apostelen worden gegeseld, hoewel Gamaliël zijn volksgenoten had opgeroepen om hen te laten betijen. Als hun optreden niet van God is zal de zaak zo wel leegbloeden. Paulus is een ander idee toegedaan en bij de steniging van de diaken Stafanus is hij zelfs de getuige aan wiens voeten de voltrekkers van het vonnis hun mantels neerlegden.

"Paulus zag hoger en wijder dan de laatdunkende Sadduceeën, de koppige Farizeeën en het windhanerig volk. Voor hem had Stefanus (in zijn toespraak) de grond der sekte blootgelegd en het gevaar voor ’t jodendom: Jezus zou de Rechtvaardige zijn, de Christus! … Een gruwel was die prediking voor God en voor Israël."

Dan volgt een voorbeeld van hoe hij het aan boord legde om "de mensen van de weg" te vervolgen.

"Aan Gamaliëls voeten kwam hij niet meer zitten; zijn weefgetouw in zijn kosthuis stond stil.

De tempelhoofdman had hij aangesproken, en dienaren van hem meegekregen. Veel Nazareeërs kende hij bij naam of van ziens: dag in, dag uit had hij ze op het tempelplein aangetroffen; veel Nazareeërs waren door hun buren gekend, want voor niemand hadden zij zich verdoken gehouden. Honderden konden op ettelijke dagen gevat worden.

Op de markt en in de belendende straten, waar het vol oudkleerkopers, ketellappers, schrijnwerkers, wevers en volders zat, kwam Saül met zijn mannen, en haalde de Nazareeërs weg van bij hun uitgehangen mantels, tussen hun koperen vaten, achter hun schaafbank, op hun weefgetouw of uit hun verfkuip. Gewillig lieten zij hun handen op de rug binden en gingen mee naar de gevangenis.

In de nauwe steegjes van Ophla, bij de gewone volk van dagloners en bedelaars, moest bij omzeggens huis aan huis binnenvallen. Nijdige buren wezen de verdachten aan. De kinderen stoven schreeuwend uiteen, als hij met zijn wachters de deur opengooide. De man en de vrouw verschrokken, werden lichtelijk bleek en beefden, als Saül hun boos vroeg: "Gelooft ook gij in Jezus van Nazareth, dat Hij de Christus is?" Allen bleven standvastig en antwoordden rustig: "Dat geloven wij!"…

Naar zijn mes greep geen enkel man of jongeling, zij hadden er ook geen onder hun gordel; tegenpruttelen of smeken deed geen enkele vrouw. Allen lieten begaan, als hun handen op de rus gebonden werden, en bogen tussen de dienaars de lage deur uit. Schreiende kinderen hingen wel aan moeders rok; de wapenlieden rukten dit gebroed af, stampten het terug het huisje in of kletsten hen de straat over. Gedwee gingen de geboeide ouders mee, alsof zij met Petrus naar de tempel meegingen.

Op de eerstvolgende sabbat trad Saül in de synagoog der Ciliciërs en Aziaten het verhoog op: "Zonden van Israël! Er zijn mannen onder ons, die de God onze vaderen leugenachtig maken, door Jezus van Nazareth als de Christus te erkennen. Van Godslastering beticht ik hen allen, en daag hen voor het tribunaal der synagoog..."

De mensen sprongen recht, tierden, huilden… "Gij, Simon! Gij, Parmenas! Gij zijt Nazareeër! Gij, Jason!". Rond zes, zeven Nazareeërs hoopte de menigte tegaar gelijk beienzwermen. Vuisten en armen staken omhoog en wemelden en grepen.

De overste der synagoog, van bij zijn zetel, riep om stilte. De dienaar drong door de banken heen, duwde en sloeg de warrelende mensenophopingen uiteen, haalde de Nazareeërs uit hun handen en stootte ze de trap af, nar de kerker der synagoog. Ze stribbelden niet tegen en gingen. Morgen zouden ze op de vloer uitgestrekt worden, naakt, met handen en voeten aan ringen gebonden, en gegeseld dat het bloed over hun rug liep…

"Ze zullen dan hun Jezus van Nazareth wel vervloeken! … Ze zullen hun Christus lasteren! …" Zo menen het de lieden als zij na de dienst op de straat staan te spreken en te twisten, te roepen en te schelden, luid en heftig, en in hun handen kletsen. Plots echter valt het gepraat stil, als Saül de synagoog uitkomt en door het volk heen weg stapt. Met ontzag zien zij op naar die jongeman met zijn fonkelende ogen, de grote ijveraar voor de God van Israël.

Maar waar zitten thans al de overige Nazareeërs? Als Saül en zijn mannen weer door Ophla trekken, zijn de straatsjes leef en doods. Kippen alleen pikken op de grond of liggen te vluggen in de zon. De huisdeuren staan aangeduwd. Binnen is niemand meer; man en vrouw en kinderen zijn weg. Het lijken sterfhuizen waar een muffe, oude geur in hangt. Als een vlucht mussen, waar een knaap met een steen onder gooit, is de sekte uiteengevlogen… In de stad zelf nestelen zij niet meer, dat zou uitlekken van zulke menigte. Over het land verspreid, naar Judea, Samaria, Galilea en wellicht verderop?

De spraak echter gaat onder het volk dat de leiders der Nazareeërs gebleven zijn. Johannes is gezien geweest, bij ’t vallen van de avond. Jakobus en Petrus in volle dag. Waar zij schuilen, weer niemand aan te wijzen. Om het even! De taak niet opgeven! Kan hij er geen meer vatten te Jeruzalem, hij zal verder gaan, de wereld door. Jezus hebben de oversten van Jeruzalem gedood; Jezus’ jonge gemeente zal hij doden, hij Saül van Tarsus".

Zo trekt Paulus "ziedend van woede" naar Damascus. Maar daar vliegt hij tegen de lamp. Hij botst er tegen Jezus zelf aan die hem vraagt "Waarom vervolgt gij Mij?". Van vervolger wordt hij de grote propagandist van Jezus, de Christus, de gezondene van de Vader.

Deel II

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

TAFELGEBED

Ben Van Vossel, Cssr

GOD, onze Vader,

wij mogen als uw kinderen genieten van het goede van uw schepping

en het werk van mensenhanden.

Zegen deze maaltijd. Laat ze ons lichaam ten goede komen

en onze samenhorigheid.

Zegen allen die onvoldoende hebben

om als mens te kunnen leven.

Hou onze harten open op de nood

van zovelen in de wereld.

Wij danken U, in JEZUS' Naam.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

GESPREK OP EEN HUWELIJKSJUBILEUM

Ben Van Vossel C.Ss.R.

 Tijdens het 25-jarig huwelijksjubileum van een van mijn zussen kwam ik in gesprek met een man, die ik vroeger nog goed gekend had, maar ik herinnerde me niet meer of het nu op de lagere school was of later in de K.S.A.. Het bleek geen van beide te zijn, maar het was wel iemand uit onze buurt. Een van zijn zussen, een chiroleidster was religieuze geworden in een actieve congregatie voor verpleging en onderwijs.

Hij vertelde van zichzelf dat hij geen kwezel was geworden, zijn vrouw ook niet.

 "We waren nog wel katholiek, maar we deden er niet veel aan dood. En op een goede dag, ge moet u dat eens goed inbeelden, komt ons dochter ons zeggen: 'Vader, moeder, ik zou willen intreden bij de Karmelietessen in Moerzeke'. Ik dacht dat ik iets kreeg; ik duizelde ervan. Ik voelde er niets voor om mijn dochter voor altijd opgesloten te zien zitten in een klooster van waarschijnlijk vooral oude zusters. Toch niet meer in deze tijd zeker. Anderzijds leefde er in mij wel zoiets van: als GOD iemand echt roept, moet ge u daar maar best niet teveel tegen verzetten. Maar ik dacht, laat ik mijn verantwoordelijkheid maar opnemen en wat gezonde klap vertellen. Ik zei haar: 'Christine, van mij moogt gij dat gerust doen, maar wacht nog een of twee jaar tot ge wat van de wereld gezien hebt en het leven wat beter hebt leren kennen, zodat ge met kennis van zaken kunt kiezen of dat leven daar bij die contemplatieve zusters wel echt iets voor u is'. Ik vond dat van mezelf nogal goed gezegd, heel redelijk. En ik hoopte dat ze ondertussen wel van gedacht zou veranderen. Maar die kinderen van vandaag zijn niet vlug van hun stuk te brengen. Ze diende me direct van antwoord: 'Papa, in het klooster weten ze over de wereld en het leven evenveel af als daarbuiten. Dat is niet meer gelijk vroeger hee! En bovendien, kan ik u dit zeggen: Als ge mij afstaat aan ons HEER, gaat Hij u daar honderd keer voor belonen. Ge gaat dat zien'.

Wel, wat kunt ge daar nu op antwoorden. Ze was zo overtuigd van haar zaak dat ik, noch mijn vrouw, daar nog veel zijn tegenin gegaan. We hebben haar afgestaan, al was het schoorvoetend. Er was nog veel twijfel in ons hart en de onuitgesproken hoop dat ze misschien toch na korte tijd zou terugkeren.

Maar nu, na die paar jaar, moet ik zeggen dat haar woorden helemaal uitgekomen zijn. Het is ongelooflijk hoeveel wij terug gekregen hebben van GOD, sinds het moment dat we haar aan Hem hebben afgestaan. Om te beginnen zijn wij opnieuw tot geloof gekomen en dit keer is het een echt geloof. Wij bidden opnieuw en met overtuiging. Ik zit niet meer tegen mijn goesting in de Mis, maar ik leef dat echt mee en de woorden van die lezingen en de homilie, die spreken me echt aan. Wij zamelen veel goederen in en om de twee jaar brengen we dat naar Tsjechië, naar arme contemplatieve kloosters; ons dochter heeft ons daar de adressen van gegeven. Het ander jaar rijden we naar Medugorgie; daar hebben we trouwens onze klop van de hamer gekregen. Sindsdien zijn we andere mensen geworden. We leven niet meer voor bezit en plezier; wij vinden onze vreugde en ons geluk in ons geloof. En wat er bij mij ook veranderd is: ik durf nu voor mijn geloof uitkomen. Ik zou vroeger meegelachen hebben met de groep als op mijn werk iemand de kerk of het geloof aanviel of belachelijk maakte. Nu kan ik rustig mijn overtuiging meedelen en het is maar zelden dat men daarmee lacht."

Dit alles stond Freddy mij uit te leggen terwijl we - tussen twee pla's- een van de kadokes stonden te bewonderen die mijn zus en schoonbroer gekregen hadden: een kleine bron waaruit het water opborrelde dat dan terechtkwam in een klein arduinen bekken. Ook vandaag is JEZUS nog de Bron van levend water. Hij maakt het leven van mensen nieuw, totaal nieuw. Ik hoorde en zag het daar bij iemand die ik goed gekend had.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

JONGERENTREFFEN te ESSEN : "KOMT EN ZIET"

 "Oase in de stad" kennen onze lezers stilaan, het bezinningscentrum in het redemptoristenklooster in Gent waar redemptoristen en mensen van de Maria-Kefasgemeenschap zich voor inzetten. "Eiland in het groen" noemt men het redemptoristencollege in de Antwerpse Kempen, te Essen. In 1911 werd het college van Sint-Truiden naar Essen overgebracht. Het was lange tijd een juvenaat, hoofdzakelijk bedoeld voor jongens die zich wensten voor te bereiden op het priesterschap. Later werd het een college; aanvankelijk nog met enkel de grieks-latijnse humaniora maar stilaan breidde het studierichtingenaanbod zich uit. In 1974 werden ook de eerste meisjes ingeschreven. Per 1 januari 1997 telde het college 64 leerkrachten, 577 leerlingen (301 meisjes, 176 jongens).

Van 3 tot 7 augustus 1998 heeft in en rond het college van het Eucharistisch Hart een internationaal jeugdtreffen plaats waar honderden jonge mensen uit heel Europa elkaar zullen ontmoeten. Het is de voorzetting van eerdere samenkomsten: Pagani (1987), El Espino (1988), Eggenburg (1991), Durham (Noord-Engeland 1994). Essen ligt ten Noorden van Antwerpen, vlakbij de Nederlandse grens (richting Breda, Roosendaal). "Eiland in het groen" betekent inderdaad dat het zich situeert in een streek met nogal wat duinen en bosgebieden, landbouw… Enige parken en sportvoorzieningen bieden de technische onderbouw voor deze Europese jongerenontmoeting. Alle jongeren zijn natuurlijk welkom, vooral zij die op een of andere wijze betrokken zijn of geïnteresseerd zijn in wat Redemptoristen en de Lekenmissionarissen van de Allerheiligste Verlosser doen in het brengen van het Goede Nieuws aan de armen. Het thema van dit Jongerentreffen is: "KOM EN KIJK": Zie hoe wij christenen leven.

"Of we het nu willen of niet, Europa is een feit. Maar het is eerst een economisch feit, dan pas een politiek feit, en dan pas de rest. In augustus 1998 willen we jongen uit heel Europa samenbrengen om over de rest na te denken.

We zouden willen uitwisselen wat er goed en schoon is aan onze verschillende culturen. Wij zouden willen praten over ons geloof, over onze twijfels, over ons zoeken.

Wij zouden willen duidelijk maken dat ons geloof in Jezus ons niet van de werkelijkheid verwijdert, maar integendeel probeert haar te veranderen, opdat ze menselijker zou worden. Wij willen uitwisselen wat ons beweegt, wat ons verontwaardigt, wat we willen, wat we wensen, maar vooral wat we hopen.

We willen elkaar inspiratie schenken, en bidden dat de geest van JEZUS ons de nodige kracht en moed daartoe geeft.

En dan zullen we niet meer anders kunnen dan uiterst kritisch staan tegenover een maatschappij waar er geen plaats meer is voor de zwakken, waar het individuele of groepsegoïsme niet meer de minste aandacht heeft voor de andere. Wij willen de solidariteit herstellen en een diepe zin geven aan elk menselijk leven.

En zo zullen we echt kunnen zeggen: komt en ziet hoe wij, christenen, proberen voor de andere te leven. Zo willen we bouwen aan het Rijk Gods."

Er beginnen zich in Essen stilaan allerlei werkgroepen te vormen rond keuken, financies, organisatie enz.. Wie zin heeft om mee te doen of te helpen kan zich aanmelden op het adres van het college: Pater Harry, Rouwmoer 7, B-2910 ESSEN

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

HOE BLIJF IK JONG?

Ives De Mey CSsR

Een artikel voor jonge mensen.

Hoe blijf ik altijd jong, fris, en… nieuw?

Een nieuw jaar, een nieuwe politieke cultuur, een nieuwe formule of nieuwe smaak, een nieuw autosalon, nieuwe PC’s, nieuwe mode, nieuwe CD’s, nieuwe uitdagingen, een nieuwe generatie,… Alles moet nieuw zijn of het is het oude. (Nogal logisch)

Je raadt het al: dit artikel gaat over nieuw zijn.

Je kent die radiospot misschien nog wel: de quizmaster zegt: ‘Je mag niet antwoorden met ja of nee. Bent u er klaar voor?" Antwoordt die man: ‘Ja! Euh…. Nee!" En het publiek lacht.

Zielig, niet? Gelukkig krijg je dankzij het nieuwste Lotto-product nog een tweede kans. En zelfs een derde of vierde. (Maar dan is de pret op, tenzij je weer 200 fr. betaalt).

"Niets moet, alles kan" zegt een bank. Dat zal dan wel zo zijn… voor de anderen. Want op sommige dagen lijkt het alsof jij alles moet en niets kan.

Je hangt vast in je imago. Ofwel heb je jezelf een bepaald imago aangemeten, en moet je elke dag weer met dat masker rondlopen. Ofwel hebben anderen je een imago opgeplakt: volgens hen ben je een seut, of een nerd, of een gabber, freak, blokbeest, fuifbeest, luilak, dik of dun,… Je bent altijd iets, maar nooit iemand, laat staan jezelf.

En dan droom je dat je eens opnieuw kon beginnen. Onder een andere naam, met een ander uiterlijk en natuurlijk begaafd, knap en sympathiek tegelijkertijd.

Of je hebt een stommiteit gedaan. Wie doet dat niet? Maar wat je ook doet –zelfs als je toegeeft dat je stom handelde– blijf je zitten met de gevolgen: je ouders vertrouwen je minder, je vrienden willen niet meer van je horen, je geraakt niet uit de rode cijfers,… Een stommiteit verdient toch niet levenslang? Zelfs de grootste stommiteit niet.

Je mag en moet blijven dromen van een nieuw begin!

Wat hebben we nodig om een nieuw begin te maken?

‘Voornemens’ zegt men. Met nieuwjaar moet je voornemens maken. Goede voornemens bij voorkeur. Maar velen doen dat niet meer. "Er komt toch niets van in huis!"

Misschien moeten we bemoedigd worden. Iemand die probeerde te stoppen met roken, vroeg me hem te bemoedigen. Ik deed het, maar hij rookt nog altijd…

Toch ken ik wel iemand anders die gestopt is met roken. Zijn verloofde hield niet van rokers.

Een banaal voorbeeld om te zeggen dat liefde mensen verandert. En dat zie ik vaak gebeuren. Ik zie hoe liefde mensen nieuw maakt, omdat ze nieuwe kansen krijgen.

Een nieuw mensenrecht: iedereen moet nieuwe kansen kunnen krijgen.

Hoe zou je anders lang en gelukkig kunnen leven, als je al je oude gewoontes, misstappen,… moet blijven meesleuren. Hoe zou een gezin, vriendengroep, klas of samenleving kunnen blijven bestaan, als er geen vergeving bestaat. Want zonder vergeven te worden, kan je geen nieuwe kansen krijgen.

Daarom denk ik dat er nog een ander nieuw mensenrecht moet zijn: elke mens heeft het recht te horen dat God alle mensen nieuwe kansen wil aanreiken. Zonder onderscheid van ras, geslacht, leeftijd, rijkdom of ‘palmares’ (of strafblad). Niet één of vier nieuwe kansen. Maar niet minder dan 70 keer 70 per dag.

Ziedaar dé formule. Laat je telkens weer verzoenen. Blijf niet slepen met die misstappen of kleine verslavingen. Erken je dat je er naast zat? Geloof je dat God je door Jezus een nieuwe kans geeft? Vraag ze dan. En ontvang ze. En begin dan met een nieuwe lei.

Zo word je iemand die ook anderen kan vergeven. Zo word je iemand die een nieuwe samenleving mogelijk maakt.

Eer en glorie aan Christus, die gekomen is om een nieuwe mens te scheppen naar hart en geest.

NAAR TOP VAN DOCUMENT

naar uitzicht - naar overzicht onderwerpen - naar thuispagina  - Verwante links  - activiteiten

ONZE NIEUWE GENERAAL AAN HET WOORD

 DE DROOM VAN JONGE MENSEN

"Sommige kwesties waarmee Alfonsus te maken kreeg zijn ook deze waarmee jongeren van vandaag worstelen: Wat ga ik doen met mijn leven? Hoe ga ik me realiseren? Wat zou me gelukkig maken?

Alfonsus had de keuze op de baan van het succes en zou een succesvol advocaat worden. Maar hij had de indruk dat dit niet genoeg was voor hem. Hij koos voor iets meer. En ik geloof dat vandaag er ook een deel jonge mensen zijn die voor "iets meer" kiezen".

DE HOOP

"De hoop bevindt zich in het hart van ons bestaan. Als zij verdween dan geloof ik dat we niets meer zouden zijn, helemaal niets. Alfonsus nodigt ons uit om naar de juiste plaatsen te kijken, waar de hoop te vinden is. Er bestaat een lied dat ik nogal eens gebruik bij de predikatie en dat zegt: "Liefde zoeken op de verkeerde plaatsen". Zo zou ik ook willen zeggen dat je de hoop kunt zoeken waar ze niet te vinden is. Alfonsus leert ons dat we in GOD automatisch de hoop zullen vinden. En we vinden GOD niet ergens in de wolken, maar hier in ons midden (among us)".

GOED NIEUWS BRENGEN

"Jongeren kunnen ons helpen te ontdekken wat het evangelie vandaag betekent. Evangelie betekent immers "Blijde Boodschap", "Goed Nieuws". Dat komt van een Grieks woord. Meestal horen de mensen van de kerk alleen maar slecht nieuws en de jongeren zeggen dan: de Kerk zegt me niets, JEZUS zegt me niets. Wat Alfonsus deed voor de mensen van zijn tijd: hij maakte het Evangelie opnieuw tot Goed Nieuws en ik meen dat de redemptoristen dat samen met de jongeren ook vandaag nog kunnen doen".

CHRISTELIJKE HOOP

"Alfonsus heeft in JEZUS CHRISTUS de uiteindelijke hoop ontdekt voor elke vrouw en elke man. Hij heeft moeten vechten tegen het beeld van een strenge GOD. Dat was vooral het gevolg van zijn opvoeding en zijn vorming voor het priesterschap. Hij heeft moeten vechten om tot die vrede met GOD te komen, maar hij kwam ertoe doordat Hij JEZUS CHRISTUS leerde kennen. Hij wilde die hoop ook delen met anderen, speciaal met hen die weinig kansen hadden om die vrede te vinden. Alfonsus heeft zijn taak aangevangen binnen de kerk die toen gekenmerkt was door een geest van rigorisme, waardoor men de relatie met GOD zag als gehoorzaamheid aan een berg van geboden. GOD was alles, was almachtig. Alfonsus heeft moeten vechten tegen dat beeld van een strenge, straffende GOD, waarvoor men bang was. Zijn diep gebedsleven heeft hem gebracht tot een juiste opvatting van de levende GOD en hij wist dat JEZUS gekomen was voor zondaars, niet voor 'rechtvaardigen'. In diezelfde geest van mededogen heeft Alfonsus zich ingezet samen met de leden van zijn congregatie."

GEZONDEN TOT DE ARMEN

"Wat me tot de redemptoristen heeft aangetrokken is: hun verlangen om bij de eenvoudige en arme mensen te zijn, mensen die vaak maar weinig kansen krijgen."

JE LATEN ZENDEN

"Als we er echt van overtuigd zijn dat er hoop is voor de mensen-zonder-hoop, als we iets kennen, of beter, als we Iemand kennen die in waarheid "Goed Nieuws" is, als we ons dat echt realiseren en we zouden kiezen om dat niet mee te delen aan anderen, dan moet je mij eens vertellen, zusters en broers, als wij het niet doen, wie dan wél?"

NAAR TOP VAN DOCUMENT

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -