INHOUD GELOOF EN LEVEN 1997 nr. 2
Hieronder worden enige artikels weergegeven
Donker, maar bekoorlijk (Innerlijke genezing) door B. Van Vossel, CSsR
Gods molen maalt langzaam maar zeker door B. Vandeweijer (Getuigenis)
Werkeloos door B. Van Vossel CSsR
Tafelzegen door B. Van Vossel CSsR
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -
![]()
WEL BEN IK DONKER, MAAR TOCH BEKOORLIJK (Hooglied 1,5)
(Iets over kwetsuren en innerlijke genezing)
door Ben Van Vossel CSsR
Toen ik twee Getuigen van Jehova ooit zei dat ze aan de mensen moesten vertellen "God houdt van u", antwoordden ze me : "Ha nee, dat gaan we zeker niet doen. Wij gaan hun juist zeggen dat Gods geduld op is, dat ‘het einde’ voor de deur staat en dat ze zich moeten bekeren". Hoewel dat wel wat evangelisch klonk heb ik hun toen toch meegedeeld dat ik net voor hun bezoek een psalm aan het bidden was in mijn brevier waar na iedere zin het refrein voorkwam : "Want eeuwigdurend is zijn genade".
Ik dacht terug aan dat voorval toen ik dezer dagen in mijn brievenbus een plooiblaadje vond van de "Getuigen van Jehova" met de wel actuele titel : "Troost voor de neerslachtigen". Actueel, inderdaad. In onze tijd van stress, gejaagdheid, en anderzijds van grote werkloosheid en kilte in de menselijke relaties zijn er heel wat mensen die in een soort depressie geraken, altijd met strak gelaat rondlopen en tegen elke nieuwe dag opzien. Het verbaasde me van in dat plooiblaadje als grote remedie aan te treffen dat we als gelovigen mogen weten dat God van ons houdt, dat Hij om ons meer bezorgd is dan om al het mooie in de natuur, de vogels in de lucht, de bloemen op het veld... Ik vond het een hele ommekeer in de verkondiging van de "Getuigen".
Op een sessie voor psychospirituele begeleiding gegeven door een kinderarts en een psychologe van Chateau Saint-Luc uit Parijs kwam dat ook naar voor als fundament van een gezond christelijk en menselijk psychisch leven, als basis van een christelijke antropologie. Velen van ons zijn ooit gekwetst, als kind, als jonge mens door mensen en omstandigheden. Nochtans zijn wij , als uniek persoon en als beeld van God, gemaakt om bemind te worden en te beminnen. Die kwetsuren leven in ons verder en vormen nog altijd de basis van ons agressief of depressief gedrag of onze drang tot isolement. Met onze verkeerde reacties op die kwetsuren bouwen wij muren om ons hart. Wij twijfelen aan de liefde en weten niet meer waartoe we geroepen zijn, namelijk om geborgen te zijn in Gods liefde. Mensen proberen zichzelf dan zo wat te redden : medicatie, allerlei psychotherapieën, New Age (zie p.9), angstig of zelfgenoegzaam nakomen van de "Wet". Jezus echter herstelt, herschept. Ik moet Hem binnenlaten in mijn verlorenheid en me openen op vergeving, op overgave.
Het geheim om uit te treden uit de verharding van mijn hart of het isolement is genezing te willen ontvangen door in te treden in Gods liefde. Gods liefde geneest mij. Ik moet dan wel willen aanvaarden dat mijn reacties van angst, agressie, isolement, wroeging, scrupules enz... niet de meest ideale zijn. Ik moet durven intreden in mijn angst maar me eerst werpen in de armen van God. Ik moet kunnen vergeving schenken aan wie me innerlijke kwetsuren toebracht. De volwassene die ik ben kan dat misschien aan, maar het kind in mij nog niet. Genezing wordt maar mogelijk als ik me bewust ben dat ik ziek ben, dat mijn hart nood heeft én dat ik wil genezen worden. Dán kan ik naar Jezus gaan die echt God en echt mens is. Al onze schuld heeft Hij op zich genomen én onze kwetsuren. Het is een genade te kunnen aanvaarden dat God je liefheeft ondanks wat je bent en ondanks wat je deed. Word je bewust dat je beminnenswaard bent, dat je bekoorlijk bent in de ogen van God, ondanks je lidtekens.
Ben Van Vossel C.Ss.R.
Terug naar begin document
Naar top themaoverzicht — Thuispagina — Aanverwante links — Activiteiten
![]()
In haar boek "God zoeken. De levensweg voor elke christen" geeft Esther De Waal interessante bedenkingen rond de regel van Benedictus, de Stichter van het Westerse monnikendom. In hoofdstuk VII geeft ze aan hoe Benedictus het werk zag.
Ze verwijst naar Henri Nouwen, een bekend Nederlands schrijver, die het aanvankelijk erg moeilijk had om zijn werk aan de lopende band in een abdijbakkerij als zinvol te zien. Hij zag niet in hoe hij dat zinvol kon inpassen in zijn drukke bezigheden van lezen en schrijven. De volgende dag echter hoorde hij de abt het eenvoudige inzicht naar voor brengen dat "de lofprijzing het criterium is van het benedictijnse leven".
Dit is inderdaad, zoals de ondertitel van het boek van De Waal luidt, een "levensweg voor elke christen". Alles wat we doen, ook de manier waarop we ons geld besteden, de prijs die we op onze producten kleven, moeten bepaald worden door "het loven van Gods geheimvolle aanwezigheid in ons leven"
Alles doen, zoals Ignatius Van Loyola het dan weer zou zeggen "tot meerdere eer en glorie van God", is een eerste belangrijke visie om ons werk een christelijke dimensie te geven.
Wat Benedictus anderzijds ook tracht te vermijden is de hoogmoed van "ik kan alles wel alleen aan, ik heb geen anderen nodig", "zie eens hoe belangrijk ik wel ben". Door zijn monniken te laten werken in gemeenschapsverband kon die onbewuste trots voor een groot stuk voorkomen worden maar ook de trots van alles zogezegd alleen te moeten doen en nergens anders tijd voor te hebben. Het klinkt zo modern om te zeggen "Ja, ik kon er echt niet zijn want ik moest nog dringend dit of dat afmaken", "Nee, ik zie echt geen kans om deze week nog een moment vrij te maken". Het klinkt toch zo belangrijk.
Benedictus heeft nog een ander medicijn om het werk in zijn juiste dimensie te zien : het werk moet op het juiste ogenblik stopgezet worden. "Als het teken voor de gebedssamenkomsten is gegeven, moet het andere werk stopgezet worden. Goede organisatie, met al wat daaruit voortvloeit, vereist dat de tijd voor de maaltijden en het gebed ernstig genomen wordt. De gehoorzaamheid aan het monastieke tijdrooster is bedoeld om de tirannie van het ene element over het andere te voorkomen".
Ik kan me nu wijsmaken dat dit helemaal niet toepasselijk is op mijn leven van "mens van de wereld". Benedictus, die je de patroon van de evenwichtigheid zou kunnen noemen, dringt met zijn inzichten echter door tot de diepte van onze menselijke beweegredenen. Hij wil me bevrijden van de dwang van "mij erg belangrijk te vinden of belangrijk voor te doen", de dwang van het werk, de dwang van de sociale druk. Hij helpt me om de dingen in hun juiste samenhang te plaatsen : binnen het verlangen van God en de lofprijzing van God, binnen het afwegen van de belangrijkheid der dingen op ieder moment, binnen het geheel van onze menselijke roeping. We weten allen hoe sommigen hun gezin te kort doen door gemakzucht, maar ook door al te veel op te gaan in het werk. Benedictus haalt ons uit ons knus leventje van gemakzucht én van drukdoenerij.
Terug naar begin document
Naar top themaoverzicht — Thuispagina — Aanverwante links — Activiteiten
![]()
Sinds de automatisering wordt er minder en minder beroep gedaan op de inbreng van menselijke arbeid. Computerbestuurde machines hebben een heel deel arbeidsintensief werk overgenomen. Dat vormt dus een geweldig probleem voor de stadmens die slechts zijn arbeid heeft als rijkdom om zich en zijn gezin het levensnoodzakelijke aan te schaffen. Geraakt hij niet meer aan werk, dan wordt hij in feite in de miserie gestoten. Het probleem van onze tijd is dus hoe we het moeten klaarspelen om de winsten die er gemaakt worden door de nieuwe productiviteit die de werkgelegenheid doodt, hoe die winsten toch ten goede kunnen komen van allen.
Er is minder werk voorhanden in onze Westerse samenleving. Dat is gewoon zo.
Een eerste aanzet tot oplossing is dan ook ongetwijfeld de arbeidsherverdeling. Dat betekent dus : minder werk en ook minder loon voor allen. Naar aanleiding van de sluiting van Renault in Vilvoorde is dat in alle toonaarden gezegd. (Het tweede deel van die zin wordt serieus betwist door de vakbonden en het eerste mag niet lineair toegepast worden volgens de werkgevers; niet elk bedrijf is aan ermee opgezet dat de werkduur vermindert en in ieder geval is er dan ook de eis tot glijdende werktijden.)
Tegelijk moeten de gemeenschappelijke diensten verder uitgebouwd worden : zij kunnen voor een heel deel de ellende en de criminaliteit die daar vaak mee samenhangt uitschakelen. Ondertussen scheppen zij ook nog wat werk.
Natuurlijk kunnen die diensten niet tot in het oneindige vermenigvuldigd worden.
Een deel van de oplossing moet dan ook komen van mensen met initiatief die productieve of dienstverlenende ondernemingen oprichten. Al wat de schepping van nieuwe productie-eenheden bevordert is ook een element dat werkgelegenheid in de hand werkt. Men kan vaststellen dat waar het aantal ondernemers toeneemt en men de reglementeringen versoepelt, de situatie ook verbetert.
Maar natuurlijk hangt daarmee niet noodzakelijk een grotere aandacht voor de behoeftige gezinnen samen. Er wordt meer winst gemaakt en men wil dan wel eens iets meer gunnen aan de arbeider die zijn arbeid inbrengt. Van het moment evenwel dat de concurrentie het bedrijf naar grotere automatisering drijft begint men weer automatisch te besparen op de arbeid.
Het lijkt dus wel zo te zijn dat geld en winst niet vanuit zichzelf humaan zijn; uitschakeling van de armoede en aan de mensen en de gezinnen zekerheid bieden moet je niet automatisch van het kapitaal verwachten. Geld betekende - na de ruilhandel - een grotere mogelijkheid tot circulatie van goederen en tot aanleggen van een reserve en tot zekerheid. Maar als geld tot een economisch sisteem wordt, brengt het ook geldhonger mee, bedrieglijke speculaties, geweld en onrechtvaardigheid. Zelfs de afzonderlijke staten hebben er vaak geen zegging meer over; het wordt een supranationale macht die een welomschreven en vaak niet erg edelmoedige klasse bevoordeelt.
Nu kan het natuurlijk nooit de bedoeling van de vooruitgang zijn om mensen te gaan opdelen in armen en rijken, meesters en slaven. Als de logica van een economisch sisteem tot die resultaten zou leiden, veroordeelt het zichzelf en wordt immoreel, mensonwaardig.
Hoe moeten wij als christenen dan met geld omgaan ? De Schepper trekt niemand voor bij de realisatie van zijn groot werk. Hij heeft een groot gezin geschapen waarin allen aan dezelfde tafel zijn genodigd en waar er voedsel is voor iedereen. Wie aan de mond van de zwaksten het brood onttrekt waarmee die zich konden voeden, zijn eigenlijk ontaarde kinderen. Alleen naastenliefde en aandacht voor de medemens kunnen een economisch sisteem de zin voor verantwoordelijkheid inblazen en de zin voor het gemeenschappelijk welzijn. Mensen die zelf hard hebben moeten werken om tot een zekere welstand te komen moeten vaak een hele weg afleggen voor hun aandacht ook uitgaat naar de nood van anderen en vooraleer ze bereid worden om op een "godgelijkende" manier te delen.
Christenen hebben de zending om de samenleving hierbij te helpen door hun voorbeeld en hun getuigenis daar waar ze leven en verantwoordelijkheid dragen.
Terug naar begin document
GODS MOLEN MAALT LANGZAAM, MAAR ZEKER
(Getuigenis)
door B. Vandeweijer
Ik was 16 jaar toen ik er genoeg van had om ‘s zondags naar de mis te gaan. Ik zat daar toch maar niets te doen. Bidden deed ik er hoegenaamd niet. En ik vond dat ik met uit te slapen toch nog iets nuttigs deed. Ik stopte dus met naar de mis te gaan; en dat zou zo’n 5 jaar duren.
Toen ik 19 of 20 was, solferde men me een oude pastoor op (72 jaar was die man), die ik overal heen moest voeren. Hij was pastoor geweest van Kuttehoven, een klein gehucht tussen Borgloon en Tongeren. Ik geloof dat er maar een 100-tal huizen stonden op heel zijn parochie. Toen ik hem de eerste keer in de auto kreeg, heb ik hem duidelijk gezegd hoe ik de zaken zag. "Meneer Pastoor, als je het in je hoofd zou halen om me opnieuw naar de kerk te krijgen, dan ga je door die deur binnen en rechtstreeks langs die andere deur buiten". Dat pastoorke was niet erg onder de indruk. Ik kreeg zelfs een raar antwoord. "Menneke, zei hij, ik ga ik hoegenaamd niet proberen u opnieuw naar de kerk te krijgen; ik zeg u alleen maar dat de molen daarboven in de hemel langzaam maalt, maar zeker"... Ik heb later nog vaak teruggedacht aan de woorden van die oude priester.
Goed. Ik reeds dus met die pastoor naar kloosters, naar andere priesters en ik bracht hem ook bij mensen thuis. Daar kwamen natuurlijk heel wat problemen en vragen op tafel. Die oude pastoor zat dan maar te luisteren en te knikken en "jaja" te zuchten. Vaak was ik heel wat meer aan het woord - een jongeman van 20 jaar - dan die bejaarde priester. Wat hij wel eens deed was het volgende. Hij maakte thuis een soort gedichten en hij schreef ze op van die grote bladen. En op het einde van zo’n gesprek bij mensen thuis, kon hij er soms zo een opdiepen uit zijn binnenzak en hij gaf dat aan die mensen die hem hun problemen hadden uitgesproken. "Kijk, zei hij dan, dat is hier een gebed dat ik eens gemaakt heb, je moet dat maar dikwijls lezen". Dat was alles wat hij deed. Ik vond dat nogal straf, voor een pastoor die geleerd heeft - veronderstelde ik toch - om mensen te kúnnen helpen. "Meneer pastoor, is dát nu een manier om die mensen te helpen ? Heb je die mensen echt niets anders te bieden ?" Hij reageerde daar niet al te zeer op.
In ieder geval kwam ik met hem ook in gebedsgroepen. En daar heb ik een klap van die "langzame molen" gekregen. Ik begon daar zelf ook - met goesting - naar toe te gaan. Ik begon van levenswijze te veranderen. Het "uitgaan" kreeg niet meer zo’n plaats in mijn leven als de voorbije jaren. Kortom, ik was bezig met me te bekeren. En stilaan kreeg ook de zondagseucharistie weer een plaats in mijn leven. Zo werd mijn geestelijk leven langzaam opnieuw opgebouwd.
Na een jaar ben ik gestopt met die oude priester overal naar toe te voeren. Ik had het wat te druk gekregen. Enige jaren later overleed hij. Ik heb er zelfs nog wat gewetenswroeging over gehad dat ik dat niet heb voortgedaan. Maar ja, gedane zaken... In ieder geval is het inderdaad gebeurd zoals hij had voorspeld. "Menneke, de molen van Hierboven maalt langzaam maar zeker. God zal zich met jou ook wel bezighouden".
Terug naar begin document
Naar top themaoverzicht — Thuispagina — Aanverwante links — Activiteiten
![]()
Tienduizenden mensen, volwassenen en kinderen,
zijn in Zaïre op de dool geweest.
Zonder eten.
Wij weten nauwelijks wat echte honger is
of wat het betekent zonder uitzicht te zijn
en elk moment te moeten vrezen voor je leven.
Vader, zegen allen die echt honger hebben.
Geef hen uitzicht en roep mensen
en organisaties die kunnen zorgen
voor goede oplossingen.
Ondertussen danken wij U
voor het voedsel hier op tafel
en voor de vriendschap die ons samenbracht.
Hou ons tezamen rondom Jezus,
uw Zoon, onze Heer. Amen.
INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEK - HAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTEN - UITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -
![]()