INHOUD GELOOF EN LEVEN 1997 nr. 1

Hieronder worden enige artikels weergegeven

Niets is sterker… dan de stilte door W. Ghijs

Godgewijd leven? door M. De Wilde (Gedicht)

Aandacht voor de armsten door M. Beddeleem (Getuigenis)

Toewijding aan Maria door Priester Poppe

door Priester Poppe

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -

 

DE STILTE

Niets is sterker... dan de stilte

Door: Wouter Ghijs-Bisschop

De afwezige stilte

De stilte heeft het einde van dit millennium niet gehaald. In alle stilte is ze verdwenen... Misschien is het wel de klokradio die het laatste restje stilte uit ons leven verbannen heeft. Nog voor we wakker worden brengt hij ons in een wereld waar we de rest van de dag niet meer uit komen : de wereld van het lawaai. Tijdens het ontbijt gaat de radio aan, het is een gewoonte, een automatisme. De rest van de dag worden we bedolven onder een stortvloed van woorden of dienen we mee op het ritme van de muziek. En 's avonds... dan is er televisie.

 

De gevreesde stilte

"Stilte" wordt vandaag als iets negatiefs ervaren. Ze beangstigt ons of geeft ons op zijn minst een heel onwennig gevoel. Het is alsof ze ons in een leegte werpt waarin we ons helemaal niet op ons gemak voelen en die we direct willen opvullen. Al te vlug babbelen we de stilte weg of dekken we ze toe door de volumeknop van onze radio wat hoger te draaien. Waar mensen ook heen trekken, de transistor wordt overal meegesleurd. De walkman maakt deel uit van de moderne look. De 'boom-car', waarvan de kofferruimte vol gestouwd is met de modernste hifi-apparatuur, baant zich met een dreunende beat een weg door het, al zo drukke verkeer... Als zo'n boemkar-auto naast je stopt aan de stoplichten, gereed om als eerste weg te stuiven, hoor je enkel dat gebonk binnenin dat gevaarte en denk je aan de trommelvliezen van de personen daarbinnen.

Niet te verwonderen dat de medische wereld tegenwoordig steeds nadrukkelijker waarschuwt voor de schadelijkheid van dit 'te veel lawaai'. "Oorverdovende muziek wordt een van de schadelijkste milieuproblemen", zo luidt het alarmerend bericht. Ernstige gehoorsproblemen bij jonge mensen zijn geen zeldzaamheid meer. Hoe dramatisch dit ook klinkt, deze milieuverloedering is slechts een uitloper is van de bezoedeling die het onophoudelijk lawaai in het hart en de geest van de mens aanricht. Datgene wat het leven van mensen waardevol maakt en diepgang geeft gaat in het lawaai verloren. Daarvoor is niet eens een overdosis decibels nodig. Het is de nooit-ophoudende drukte, het voortdurend gebabbel en de non-stop radio die een wereld van oppervlakkigheid scheppen waarin het diepste van onszelf wegzinkt. Het continue lawaai vernietigt de kansen voor datgene waar het echt op aan komt : het ontdekken van onze ware identiteit, de persoonlijke ontmoeting met God, de bron van het leven.

In de stilte ontdek je jezelf

Enige tijd geleden verbleef ik enige tijd bij een groep jongeren. Ik merkte vlug dat de sfeer in de groep alles behalve aangenaam was. Dit had vooral te maken met enkele jongens die zich met veel luidruchtigheid tegenover de anderen interessant probeerden te maken. Toen ik wat later één van hen zei dat ik me afvroeg wat er achter die grote mond van hem schuil ging, werd het stil. Na enige ogenblikken zei hij : "Een klein bang ventje".

Onlangs zag ik die jongeren opnieuw, of liever : ik hoorde hem. Want met heel veel lawaai was hij zichzelf weer volop aan het bewijzen. Ik neem het hem niet kwalijk. Het is normaal, althans volgens de norm van onze samenleving. We leven in een wereld waar we voortdurend beoordeeld worden, niet op wie we zijn, wel op wat we doen. Mensen keuren elkaar op wat ze zeggen, hoe ze gekleed lopen, hoe ze hun vrije tijd doorbrengen... En we hebben er heel wat voor over om tegenover de groep waarin we leven geen gek figuur te slaan. Op die manier bouwen we een façade, een imago dat bescherming in onze keiharde omgeving. Muziek en luidruchtigheid zijn het meest geschikte klimaat om dit imago in stand te houden. Lawaai is het enige wat ons beschermt tegen dat wat ons kwetsbaar maakt : twijfels, onzekerheid, wanhoop.

In de stilte, daarentegen stort deze façade in elkaar. Stilte doorprikt uiterlijke schijn. In de stilte vallen de maskers af. Show verdraagt ze niet. Dat zal wel de reden zijn waarom de stilte zo krampachtig ontvlucht wordt. Stilte maakt mensen kwetsbaar.

En precies om die reden is de stilte van levensbelang. Wanneer het zwaartepunt van ons leven steeds opnieuw verschoven wordt naar de buitenkant worden we uitgeholde wezens. Mensen zonder ruggengraat, zonder identiteit. Speelballen heen en weer geslingerd op de golven van het onstuimige leven.

In de stilte ontmoet je de Bron van het leven.

De stilte mag dan van levensbelang zijn, we ervaren ze dikwijls nog altijd die leegte waarin we op onszelf teruggeworpen worden, te prooi aan menselijke zorgen, bange twijfels en verlammende onzekerheid. Bij de profeet Hosea vinden we deze dubbelzinnigheid van de stilte treffend terug. In het tweede hoofdstuk heeft Hosea het tweemaal over de woestijn, hét symbool van leegte, van de stilte. Een eerste maal is deze woestijn een ellendige situatie van leegte. Ontdaan van alle uiterlijke schijn, alles waar een mens zich achter wegsteekt. "Anders kleed Ik haar naakt uit, zet Ik haar moedernaakt neer, maak Ik van haar een woestijn, verander Ik haar in uitgedroogd land en laat ik haar sterven van dorst" (Hosea 2,5)

Maar deze woestijn heeft niet het laatste woord, want even verder lezen we : "Ik vraag rekenschap voor de dagen die zij aan de Baäls gewijd heeft, waarop zij offervuren voor hen brandde, waarop zij, gesierd met haar ringen en halstooi haar minnaars achterna ging en mij vergat. Het volk liep haar minnaars achterna en vergat Jahwe. En daarom... (nu kan je wel het ergste verwachten, maar zie...) weldra lok Ik haar weer naar mij toe, zorg ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek ik tot haar hart." (Hosea 2,15-16) De mens is zo geobsedeerd om zichzelf te bewijzen en op die manier de 'liefde' van de andere te verwerven, dat hij God vergeet. God zelf wil niets liever dan dat de mens heel zijn imago waar hij zich zo graag mee siert afwerpt. Want enkel in de stilte kan Hij werkelijk tot ons hart spreken. Enkel in de stilte kunnen we God ontmoeten. Daar zal Hij onze angst en onzekerheid omvormen in vertrouwen en hoop. Hij wil onze leegte met zijn liefde vervullen. Hij aanvaardt ons zoals we zijn, zonder poespas. Gods geliefde kinderen, dat zijn we. Dat is onze ware identiteit.

Niets heeft zoveel kracht...

De stilte draagt wat in het lawaai wegzinkt : het wondere van het leven, het diepste van onszelf, de liefde die God is...

Al dat waardevolle dat verloren gaat in de drukte van ons bestaan, komt in de stilte terug aanwezig komen. Het lijkt er dan wel op dat we de stilte uit ons leven en uit ons samen-leven verdrongen hebben, verslagen is de stilte niet. Ze blijft aanwezig, verborgen op plaatsen en momenten waar niemand ze vermoedt.

Sterk en krachtig is de stilte heel zeker, maar ze ook uiterst kwetsbaar en broos. Het minste lawaai kan de stilte vernietigen. Weerstand kan ze niet bieden. De stilte kan en zal zichzelf ook nooit opdringen. Voor stilte moet je ruimte scheppen. De drukte en het lawaai even 'off' zetten. Stilte moet je opzoeken. Een keuze, een uitdaging...

 Naar top van het document

Naar top themaoverzicht — Thuispagina — Aanverwante links — Activiteiten

 

Is er nog toekomst voor het Godgewijde leven?

 

GOD PLUKT EEN TWIJGJE EN BEGINT IETS NIEUWS

naar Ezechiël hoofdstuk 17, 22-24

door Magda De Wilde

Zo spreekt Jahwe de Heer: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg;

op de hoge bergen van Israël zal Ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen.

Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, Jahwe, een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb, en dat Ik een sappige boom heb doen verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht heb; Ik, Jahwe, heb het gezegd en Ik zal het doen.

* * * *

Ik heb de stad verlaten, de deur viel dicht.

Ik merk één enkele vrouw. Ze bidt.

Maar 'k ben alleen wanneer ze binnentreden,

die vrouwen uit de andere wereld.

De hoge tralies van voorheen

vervangen door een hekje;

maar eeuwenoud nog is hun kleed.

Eeuwigheidsgericht is 't zielsverlangen

bij 't horen van die hemelse gezangen.

Mijn hart klopt wild.

Ik ben een toeschouwer bij dit mysterie:

een paar vrouwen die slechts leven voor hun God.

Kruis en Tabernakel

zijn naar het hekje toegekeerd.

De zijkant is voor mij : een toeschouwer.

Ik hier inderdaad in 't niemandsland;

zij aan de overkant.

Het doet wel wonder aan en mijn hart klopt wild,

er kropt iets in mijn keel; bijna zou ik schreien

maar die oude zuster kijkt naar mij.

Is dit een droom, een weerglans van vergane tijd ?

Ik weet niet met hoeveel ze zijn.

Misschien maar tien en allen reeds bejaard.

Verdwijnt op die manier die sterke stam van ons geloof ?

Ik wil mijn handen vouwen, Heer, en bidden en vertrouwen.

Eens zult Gij weer een twijgje nemen

en planten op een hoog oprijzende berg.

 Naar top van het document

Naar top themaoverzicht — Thuispagina — Aanverwante links — Activiteiten

 

AANDACHT VOOR DE ARMSTEN

door Marc Beddeleem

Nieuw adres vanaf maart 1998:

Marc Maurice M.C. Missionnaires de la Charité

10 Rue Violet 75015 PARIS

Op een Jongerenweekend werd de vraag gesteld : Leven we of worden we geleefd ? En ik herinner me hoe ik tot het besef kwam hoe we worden geleefd, hoe Jan en alleman ons probeert te zeggen hoe we moeten leven, wat me moeten eten, welke kleren we dit jaar moeten dragen, hoe we onze seksualiteit moeten beleven...

Op alle hoeken van de straat, in elke krant, in iedere etalage, op elk reclamebord, wordt mij gezegd wat mij gelukkig zal maken. Gelukkig ? Ja het gaat om geluk als een papiervuurtje dat vlug opvlamt maar even vlug weer uitdooft.

Het deed me nadenken. Wat is leven ?... Hoe leef ik ?... Leef ik of word ik geleefd ?... Leef ik een leven dat eeuwig is ? En ik voelde op hoeveel dingen ik wordt meegesleurd. We worden zo sterk beïnvloed omdat je op zoveel plaatsen onze moderne predikanten : T.V., radio, reclame... hetzelfde ziet verkondigen. Zonder het te beseffen gaan we dingen in een breder opzicht bekijken en Jezus' boodschap van het echte geluk, de echte vrede, Jezus' woord, Jezus' waarheid vergeten. Ik begrijp meer en meer hoe belangrijk het is om waakzaam te zijn.

De mensen in de Parijse metro, de jongeren aan drugs, de daklozen in Manchester, de kinderen en jeugd in Collyhurst, de gevangenen, de eenzamen brengen me terug tot die diepe zekerheid, tot het inzicht dat Jezus de enige weg is naar het geluk, naar de echte vrijheid.

Vandaag was ik met broeder Ben bij een vriend in de gevangenis die morgen vrij komt. Hij zei : "Ik zou moeten gelukkig

zijn omdat ik morgen vrijuit ga"... "VRIJ", schreeuwde hij met een gebaar van opgewektheid maar met een gebroken gezicht vol pijn en uitzichtloosheid. "VRIJ", zei hij, "je weet genoeg dat ik niet blij ben. Ik ben bang, bang om wat zal gebeuren".

Hij is bang voor de toekomst, gang voor zijn vrijheid; zijn vrijheid heeft hem zo gevangen gezet. Er wacht hem veel pijn buiten de gevangenismuren. Hij zei tegen broeder ben : "Ik heb datgene nodig wat jou bij mij blijft brengen". Broeder Ben zei : "Dat is niets anders dan God".

Dan zei die gevangene tegen mij : "Weet je waarom ik Ben zo graag heb ? Hij is nooit binnen gekomen zeggend: Jezus wil je redden, Jezus dit, Jezus dat." Hij vertelde ons hoe te evangeliseren. "Maak vrienden", zei hij. "Ben houdt van mij en ik weet dat". Hij drukte zijn verlangen uit om te leven vanuit datgene wat wij beleven. Hij liet ons heel duidelijk aanvoelen hoe noodzakelijk het is te evangeliseren door te
(be-)leven wat we geloven.

Ik herinner me Guy Gilbert, de Parijse straatpriester die zei : "Leef zo dat door jouw manier van leven het onmogelijk is voor mensen om nog te zeggen dat God niet bestaat".

Zoals vandaag dit gesprek en de vorige ontmoetingen met deze gevangene een geschenk, een oproep van God zijn voor mij tot bekering, zo gebruikt God ieder mens die ik mag ontmoeten op een heel bijzondere manier om mij te evangeliseren.

Ik begrijp meer en meer de woorden van de zaligsprekingen : "Zalig de armen van geest; zalig de ..."

Ik herinner me mijn eerste avond bij de broeders in Parijs, zittend voor een oudere man met een verkoudheid en een slijmerige neus en een vuil stinkende zakdoek die hij met de nodige of beter, overbodige bewegingen elke anderhalve minuut openschudde om zijn neus te ledigen en de nodige geur te verspreiden.

Het werd me zo moeilijk om mijn soep te eten dat ik opkeek naar het kruis en zei : "Jezus, als dit nu de plaats is waar Jij me wilt, wel ... dan zul je moeten helpen." Het was me te veel. God geeft me elke dag de genade om dit werk te kunnen doen.

Ik heb veel te danken aan deze man. In mijn gebed voelde ik me uitgenodigd om verder bij hem te eten en gedurende mijn verblijf in Parijs speelde ik domino met hem. Het gewone simpele geluk en Henri z'n ogen gedurende het spel hebben me zoveel verteld over de enorme waarde van ieder mens. Mijn ogen werden geopend en ik ontdekte hoe deze man een parel is in Gods schepping. Door Gods arme mensen te ontmoeten hoe vuil, vies, lelijk ... kom ik tot het diepe besef hoezeer God ons liefheeft. Ik ontvang veel meer dan ik ooit kan geven.

Het is liefde die de wonden geneest. God heeft ons zo lief. We kunnen gewoonweg niet vatten hoe groot Gods liefde voor ons is. Door de vele genezingen die ik ontvangen heb en nog telkens ontvang in de Biecht, besef ik maar al te goed hoezeer God ons liefheeft, hoezeer Hij gelooft in u, hoezeer Hij gelooft in mij. Hoe belangrijk we zijn voor Hem.

Het duiveltje in mij van oordelen en veroordelen doet nog steeds zijn werk. Ik ben zo gewoon van mensen in vakjes te stoppen : goed, slecht, arm, rijk, slim, dom, mooi, lelijk ... gelovig, ongelovig. Terwijl Jezus me vraagt om iedere mens lief te hebben, zoals Hij ons heeft liefgehad. En als ik dan in de gevangenis - waar trouwens de Eucharistie veel intenser wordt gevierd dan in de meeste parochies - kan bidden : "Bid voor ons, arme zondaars ... vergeef ons onze schuld", dan kom ik tot het diepe besef dat ik niet beter ben dan hen, dat ik zelf een arme zondaar ben die vergiffenis nodig heeft, dat ik over niets fier hoef te zijn maar beter dank voor de gave van ons geloof. En ik kom tot dankzegging voor alle genade die Jezus me gegeven heeft. Hoe Hij mij heeft terug geroepen, gered, gezuiverd, gewassen. En ik voel zo'n hoop voor deze mensen : God houdt van hen. Jezus is ook voor hun redding op de wereld gekomen. En ik dank voor de genade van het geloof, de gave van het gebed.

Wij, arme zondaars, EEN REDDER IS ONS GEBOREN !

Je broer Marc. Bid voor mij, ik bid voor jullie.

Naar top van het document

Naar top themaoverzicht — Thuispagina — Aanverwante links — Activiteiten

TOEWIJDING AAN MARIA

Priester Edward Poppe

Maria,

'k Heb voor heel mijn leven

mij heel en gans aan U gegeven.

Ik geef U, Moeder, ook voor heden

mijn werken, offers en gebeden.

O, laat, gezuiverd door uw handen,

ze dan voor GOD als wierook branden.

Amen.

 

Naar top van het document

INHOUD - ACTIVITEITEN - NIEUW - KINDEREN - BIJBEL - DIAPRESENTATIES - GEBEDSGROEP - PARAY L.M. - MARIA-KEFAS - PREKEN - REDEMPTORISTEN - THUISPAGINA - NADENKERTJES - NUMMERS - LITURGIE - ROEPING - GEZIN - JONGEREN - GETUIGENISSEN - ETHIEKHAHAHA - BOEKEN - MARIA - VORMING - ZENDING - KERK - CHRISTENUITZICHT - INFO - MEDIA - GEZONDHEID - SPIRITUALITEIT - PINKSTERSPIRITUALITEIT - VERHALEN - KUNST - BEZINNINGEN -